03 brief-Valente-en-deNLggz-inzake-AO-ggz-19-november-2020.pdf
Tekst van het document
de Nederlandse ggz
zvalente1 Branchevereniging voor participatie, begeleiding en veilige opvang
Aan de leden van de Vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN Haag Per e-mail : cie.vws@tweedekamer.nl Datum
Bijlage(n)
16 november 2020 Contactpersoon
Doorkiesnummer
Esmé Wiegman
06 21703581
Onderwerp
Ons kenmerk
Algemeen overleg ggz en maatschappelijke opvang e.a. op 19 november 2020
VA20-066
Geachte leden van de vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Op 19 november 2020 spreekt u met staatssecretaris Blokhuis over onder meer de doorcentralisatie van beschermd wonen voor ggz patiënten. Dit is de grootste stelselwijziging in het sociaal domein in deze kabinetsperiode. 355 gemeenten worden verantwoordelijk voor beschermd wonen van ruim 20.000 ggz patiënten. We schreven u daar ook over in juni 2020. Inmiddels is de besluitvorming over de doordecentralisatie aanstaande, zo liet staatssecretaris Blokhuis u afgelopen vrijdag weten. Het besluit over de doordecentralisatie nemen de VNG en de ministeries van VWS en Binnenlandse Zaken op 7 december 2020. Daarna zal de staatssecretaris van VWS u informeren over het besluit.
Evaluatie randvoorwaarden doordecentralisatie beschermd wonen Op 21 januari 2020 is de motie Kerstens overgenomen door de staatssecretaris. In deze motie is het kabinet gevraagd een evaluatie uit te voeren om te zien of aan de randvoorwaarden voor doordecentralisatie is voldaan. Dit in opvolging van de eerdere overeenkomst om "geen onomkeerbare stappen te zetten t.a.v. de zogenaamde «doordecentralisatie beschermd wonen» dan nadat de randvoorwaarden daarvoor zijn vervuld". Wij zien dat op dit moment aan de randvoorwaarden onvoldoende is voldaan. In de afgelopen maanden hebben de VNG en VWS een aantal onderzoeken gedaan naar de randvoorwaarden. Zij hebben daarmee veel werk verzet. Het onderzoek 'Stand van het Land' brengt in beeld in hoeverre gemeenten en regio's een visie en uitvoeringsafspraken hebben over financiën, begeleiding en woningen. In opdracht van VWS is, n.a.v. de motie Dik-Faber/Renkema, een praktijktoets gedaan om de gevolgen van het invoeren van een woonplaatsbeginsel voor ggz cliënten in kaart te brengen. De VNG heeft ook een Uitvoeringstoets gedaan inzake het wetsvoorstel Woonplaatsbeginsel. Het wetsvoorstel Woonplaatsbeginsel heeft van 15 juli - 12 augustus 2020 ter consultatie via internet voorgelegen.
Postbus 830 » 3800 AV Amersfoort
1 van 3
De verwachting is dat het wetsvoorstel in maart 2021 aan uw Kamer gezonden wordt. De nieuwe regering en Tweede Kamer zullen hier in 2021 over besluiten.
Onze bevindingen - het land is er nog niet klaar voor In juni 2020 vroegen wij u de doordecentralisatie van beschermd wonen niet door te voeren tot aan de voorwaarden voor sociale inclusie uit het advies van de Commissie Dannenberg is voldaan en dan alleen gezamenlijk met maatschappelijke opvang. We lezen in de aan uw Kamer gezonden rapporten dat de meeste regio's nog geen actuele regiovisie en uitvoeringsplan hebben. Er is overal een tekort aan passende huisvesting. Wijken in (kleinere) gemeenten zijn niet voorbereid op nieuwe buren met een ggz achtergrond. Gemeenten hebben zeer beperkt prestatieafspraken gemaakt met corporaties en huurdersverenigingen over passende huisvesting. Zorgaanbieders zijn daar vrijwel niet bij betrokken. Twee derde van de gemeenten heeft geen woonzorgvisie voor kwetsbare doelgroepen, inclusief de ggz. Ambulante passende begeleiding en behandeling is niet voldoende beschikbaar. Onafhankelijke cliëntondersteuning, die cruciaal is voor deze doelgroep, komt in het rapport over de stand van zaken in de regio's zo goed als niet voor. Alle regio's zijn in afwachting van de uitkomst van de onderhandelingen van het Rijk met de gemeenten over het Gemeentefonds. Een groot aantal wil daarom geen regionale financiële afspraken maken.
De herijking van de algemene uitkering in het Gemeentefonds en de samenhang daarvan met het nieuwe objectieve verdeelmodel voor Beschermd Wonen, zal grote invloed hebben op het beschikbare Wmo budget per gemeente voor ondersteuning en participatie van mensen met ernstige psychische aandoeningen. De gemeenten weten niet óf en hoevéél budget zij vanaf 2021 hiervoor krijgen. Er is geen zicht op het cumulatieve effect van de herijking van het Gemeentefonds, het nieuwe objectieve verdeelmodel voor beschermd wonen, de uitname van meer dan 495 miljoen euro uit de Wmo ten gunste van de Wlz (omdat veel ggz cliënten verschuiven van Wmo bekostiging naar Wlz bekostiging) en de kosten van uitvoering van het Woonplaatsbeginsel.
Cliëntperspectief staat voor ons voorop Uit de praktijktoets gevolgen van het Woonplaatsbeginsel voor cliënten blijkt dat er substantiële risico's zijn voor de toegang tot en continuïteit van zorg voor ggz cliënten. Cliënten voor wie vanwege hun specifieke zorgbehoefte, alleen passende woonvormen in een andere dan hun eigen gemeente beschikbaar zijn, lopen het risico afgescheept te worden met lichte vormen van begeleiding die tot verdere escalatie leiden.
Uitvoering vraagt om schaalgrootte en wettelijke borging samenwerking De invoering van een woonplaatsbeginsel moet het mogelijk maken dat gemeenten onderling kosten gaan verrekenen. Uit de praktijk van de jeugdzorg en uit onderzoek van bureau AEF blijkt dat het werken met een woonplaatsbeginsel leidt tot een enorme verzwaring van de administratieve lasten en uitvoeringskosten. De inkoop en verrekening over en weer tussen 355 gemeenten veroorzaakt extra administratieve lasten. Een modelovereenkomst voor inkoop, zoals de VNG voorstaat, heeft geen draagvlak bij gemeenten, blijkt uit onderzoek. Gemeenten willen eigen inkoopmodellen handhaven. De kosten voor al deze administratieve lasten moeten uit schaarse zorgmiddelen worden opgebracht. Om deze lasten te beperken en problemen voor cliënten te voorkomen zijn Valente en de Nederlandse ggz voorstander van verplichte regionale samenwerking inzake beschermd wonen, inclusief verplichte financiële afspraken tussen centrum- en regiogemeenten. Dit is door de minister (nu de staatssecretaris), ook voorgesteld voor de jeugdzorg in het wetsvoorstel 'verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen', dat beoogt administratieve lasten te verminderen en bovenregionale samenwerking te verbeteren.
Postbus 830 » 3800 AV Amersfoort
2 van 3
Gezien de nog kleinere omvang van de doelgroep beschermd wonen t.o.v. die van de jeugdbescherming, jeugdreclassering en gespecialiseerde jeugdzorg, is wettelijk geborgde (boven)regionale samenwerking onontbeerlijk voor de organisatie van beschermd wonen van ggz cliënten. De door de gemeenten opgestelde zelfregulering in de vorm van een 'Norm voor Opdrachtgeverschap' die per regio verschillend kan uitpakken, vinden we volstrekt onvoldoende om continuïteit van samenwerking en beschikbaarheid van passende zorg te waarborgen.
Wilt u de staatssecretaris vragen om inzicht te geven in de separate en de cumulatieve effecten van de herijking van de algemene uitkering van het Gemeentefonds, het nieuwe objectieve verdeelmodel voor beschermd wonen, de uitname van meer dan 495 miljoen euro uit de Wmo ten gunste van de Wlz, het effect van dit alles op gemeentelijke budgetten voor de Wmo, en de kosten van uitvoering van het Woonplaatsbeginsel en te vragen om definitieve besluitvorming over de doordecentralisatie van beschermd wonen pas plaats te laten vinden op het moment dat inzicht bestaat over de separate en cumulatieve effecten? Wilt u de staatssecretaris vragen een voorstel te doen voor wettelijke borging van regionale samenwerking inzake beschermd wonen in de Wmo, naar analogie van de j'eugdzorg? Wilt u de staatssecretaris vragen, om met de minister van Binnenlandse Zaken /Wonen, ervoor zorg te dragen dat op 31 december 2021 alle gemeenten kwantitatieve prestatieafspraken hebben voor passende huisvesting en begeleiding van ggz cliënten, en daarbij zorgaanbieders te betrekken?
Met vriendelijke groet,
mevrouw E.E. Wiegman-van Meppelen Scheppink directeur Valente
mevrouw drs. V.J.W.C. Esman-Peeters directeur de Nederlandse ggz
Postbus 830 » 3800 AV Amersfoort
3 van 3