CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bijlagenboek bijlagen bestemmingsplan Ruyterpark Weurt.pdf

Commissie Ruimte 7 september 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Deelsessie: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Ruyterpark Weurt25.300 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

buro WAAL BRUG

Bestemmingsplan Ruyterpark Weurt Gemeente Beuningen Bijlagenboek toelichting

'ą®

Gemeente Beuningen Bestemmingsplan Ruyterpark Weurt

WAAL BRUG

Vestigingsadres: Schoenaker 10, 6641 SZ Beuningen Telefoonnummer 024 - 675 23 56 Emailadres info@burowaalbrug.nl Website www.burowaalbrug.nl Rekeningnr. IBAN NL98 RABO 0302 2351 59 KvK Nummer 58365524 BTW Nummer NL8530.06.453.B01

Bijlagen bij toelichting

Bijlage 1

Bodemonderzoek

Bijlage 2

Waterhuishoudkundig plan

Bijlage 3

Stikstofdepositie onderzoek

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek

Bijlage 5

Nota Zienswijzen

Bijlage 1

Bodemonderzoek

5*

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

Bodemonderzoek Bodemsanering Bouwstoffenkeurmg

RAPPORT Diverse onderzoeken Ruyterpark te Weurt

PROJECTNUMMER B20.7820 Versie: 01

1

Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel T: 0418-572060 info@verhoevenmilieu.nl www.verhoevenmilieu.nl

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

Van Voordenpark 16 5301 KP Zaltbommel TEL: 0418-572060 www.verhoevenmilieu.nl info@verhoevenmilieu.nl

RAPPORT: Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt

PROJECTNUMMER: B20.7820 Versie: 01

OPDRACHTGEVER: Gemeente Beuningen

DATUM: 3 augustus 2020

Auteur:

Autorisatie:

M. Schimmel MSc. Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

Ing. H.M.W. van der Donk Senior Projectleider Verhoeven Milieutechniek B.V.

B20.7820/R7820-01/GO

■ ■V* *"va ■«aa BRL SIKB 2000

De informatie in deze rapportage mag niet worden verveelvoudigd, gekopieerd, gepubliceerd, opgeslagen, aangepast of gebruikt in welke vorm dan ook, online of offline, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

2

SAMENVATTING

De gemeente Beuningen heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een historisch onderzoek, verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest op de onderzoekslocatie ‘Ruyterpark’, gelegen op de hoek van de Bevrijdingsstraat en de Theodorus Repkesstraat te Weurt. De onderzoeken zijn uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen herontwikkeling en bijbehorend bestemmingsplan van de locatie. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017, NEN 5740:2009M.1:2016 en de NEN 5707:2015^2:2017. De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest en PFAS) vast te stellen, om te bepalen of en in welke mate belemmeringen bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Conclusies vooronderzoek

Uit de resultaten van het reeds beschikbare gegevens komen de volgende aandachtspunten naar voren: » Op de locatie is in 2016 een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een ondergrondse tank met bijbehorende leidingwerk. Hieruit is gebleken dat zowel de grond als het grondwater ter plaatse van de tank en het leidingwerk niet verontreinigd zijn met minerale olie of vluchtige aromaten. De ondergrondse tank met bijbehorende leidingwerk is eind 2016 verwijderd; » Op de onderzoekslocatie is in 2012 een asbestinventarisatieonderzoek uitgevoerd, waaruit is gebleken dat er nog wel asbest verwerkt in het gebouw; » De locatie heeft in het verleden een agrarische bestemming gehad, waarbij boomgaarden aanwezig zijn geweest. Hierna is op de locatie een schoolcomplex met diverse gebouwen en verhardingen gerealiseerd. Het schoolcomplex is rond 2016/2017 gesloopt. Op dit moment is de locatie braakliggend en wordt gebruikt voor maatschappelijke functies. Voor zover bekend zijn er op de locatie geen watergangen aanwezig geweest. Op basis van bovengenoemde gegevens is de locatie verdacht op het voorkomen van een bodem­ en/of asbestverontreiniging in verband met het voormalig gebruik en (recente) sloopactiviteiten. Derhalve dient een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5740 om de actuele bodemkwaliteit vast te leggen.

Daarnaast is geadviseerd direct de (boven)grond aanvullend te onderzoeken op PFAS en een verkennend onderzoek naar asbest uit te voeren conform de NEN 5707 en/of de NEN 5897 in verband met de voormalige bebouwing en mogelijke aanwezigheid van puin in de bodem. Aanvullend dient aandacht te worden besteed aan het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in de (oorspronkelijke) teeltlaag in verband met de voormalige boomgaarden op en/of nabij de locatie. Tevens is geadviseerd rekening te houden met de voormalige ondergrondse tank die in 2016 reeds wel voldoende is onderzocht.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

3

Conclusies en aanbevelingen

Verkennend bodemonderzoek Algemene kwaliteit Voor de algemene kwaliteit van de onderzoekslocatie is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien in de grond maximaal een licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond (NEN). In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De voormalige ondergrondse tank en de sloopactiviteiten hebben niet geleid tot een (ernstige) bodemverontreiniging. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrondwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. Teeltlaag Aanvullend is aandacht besteed aan het voorkomen van OCB in de (oorspronkelijke) teeltlaag. Aangezien in de (oorspronkelijke) teeltlaag geen verhoogde gehalten zijn aangetoond is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. De voormalige boomgaard heeft niet geleid tot ernstige verontreinigingen met OCB in de teeltlaag.

PFAS Op basis van de aangetroffen gehalten voor PFAS parameters in de onderzochte grondmengmonsters MMPFAS01 en MMPFAS02 van de bovengrond (zand) voldoet de grond aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijke handelskader. Zodoende bestaan voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden. Verkennend onderzoek naar asbest Voor wat betreft asbest is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen, aangezien zowel zintuiglijk als analytisch geen verontreiniging met asbest is aangetroffen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

4

Algehele conclusie en aanbevelingen Middels onderhavige onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling ter plaatse van het ‘Ruyterpark’, gelegen op de hoek van aan de Bevrijdingsstraat, De Ruyterstraat en de Theodorus Repkesstraat te Weurt in voldoende mate vastgelegd. De voormalige ondergrondse tank, voormalige boomgaarden en de sloopactiviteiten hebben (definitief) niet geleid tot een (ernstige) bodem- en/of asbestverontreiniging. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling. Op basis van de resultaten van het PFAS-onderzoek voldoet de onderzochte grond aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende bestaan voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

5

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING..................................................................................................................................................2 1.

INLEIDING....................................................................................................................................................6

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN................................................................................... 6

3.

LOCATIEGEGEVENS................................................................................................................................ 6 3.1. Algemene gegevens.................................................................................................................................................................. 6 3.2. Resultaten historisch onderzoek en locatiebezoek (NEN 5725)...............................................6

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .......................................................................................... 8 4.1. Bodemopbouw.............................................................................................................................................................................. 8 4.2. Geohydrologie........................................................................................................................................................................... 8

5.

HYPOTHESE ............................................................................................................................................... 8

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK............................................................................................................. 9 6.1. Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken................................................................................................... 9 6.2. Veldwerkzaamheden............................................................................................................................................................ 10

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE......................................................................... 12 7.1. Grond/grondwater................................................................................................................................................................12 7.2. Asbest.............................................................................................................................................................................................. 13

8.

RESULTATEN.............................................................................................................................................14 8.1. ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN............................................................................................................... 14 8.2. Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten............................................................................... 15 8.3. Interpretatie analyseresultaten..............................................................................................................................17

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.................................................................................................. 19 9.1. Verkennend bodemonderzoek........................................................................................................................................ 19 9.2. Verkennend onderzoek naar asbest.......................................................................................................................... 19 9.3. Algehele conclusie en aanbevelingen................................................................................................................... 20

10.

REFERENTIES........................................................................................................................................... 21

bijlagen

1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Situering in de regio Situatieschets met geplaatste boringen, proefgaten en peilbuis Boorprofiel beschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater en asbest Streef-, achtergrond- en interventiewaarden grond en grondwater Toetsingen PFAS Formulieren asbestonderzoek Relevante historische gegevens

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

6

1.

INLEIDING

Gemeente Beuningen heeft Verhoeven Milieutechniek B.V. opdracht gegeven voor het uitvoeren van een historisch onderzoek, verkennend bodemonderzoek en een verkennend onderzoek naar asbest op de onderzoekslocatie ‘Ruyterpark’ gelegen op de hoek van de Bevrijdingsstraat en de Theodorus Repkesstraat te Weurt. De onderzoeken zijn uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen herontwikkeling en bijbehorend bestemmingsplan. De onderzoeken zijn uitgevoerd conform de normen NEN 5725:2017 [1] en de NEN 5740:2009M.1:2016 [2] en NEN 5707:2015^2:2017 [3]. Verhoeven Milieutechniek B.V. (certificaatnummer: EC-SIK-20250, geldig tot 20-6-2022, afgegeven door Normec Certification) is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (versie 6). Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Namens Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de werkzaamheden gecoördineerd door heer M. Schimmel MSc. en de heer ing. H.M.W. van der Donk.

2.

DOELSTELLINGEN VAN DE ONDERZOEKEN

De onderzoeken hebben tot doel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest, OCB en PFAS) vast te stellen, om te bepalen of en in welke mate belemmeringen bestaan tegen de voorgenomen herontwikkeling.

3.

LOCATIEGEGEVENS 3.1.

Algemene gegevens

De onderzoekslocatie betreft het Ruyterpark en is gelegen op de hoek van de Bevrijdingsstraat en de Theodorus Repkesstraat en staat kadastraal bekend als gemeente Weurt, sectie B, nummers 2866 en 2867 (ged.). Op de locatie is een schoolcomplex aanwezig geweest, waarbij diverse gebouwen en verhardingen aanwezig waren. De school is in 2016 gesloopt en de verhardingen zijn verwijderd. Momenteel is de locatie braakliggend. Het voornemen bestaat om hier een appartementencomplex met parkeervoorzieningen te realiseren. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 2.360 m2. Voor de situering van de onderzoekslocatie in de regio wordt verwezen naar bijlage 1. 3.2.

Resultaten historisch onderzoek en locatiebezoek (NEN 5725)

Algemeen Voorafgaand aan het verkennend bodemonderzoek is een historisch vooronderzoek uitgevoerd conform de NEN 5725. Door een medewerker van Verhoeven Milieutechniek B.V. zijn de websites www.bodemloket.nl.www.kadaster.nl en www.topotiidreis.nl bestudeerd en is de informatie bestudeerd die door de opdrachtgever is aangeleverd. De informatie is geleverd op 6 mei 2020. Aangezien de gemeente (opdrachtgever) de informatie zelf in beheer heeft, is aanvullend geen informatie opgevraagd bij de omgevingsdienst of provincie. De relevante historische informatie is opgenomen als bijlage 8.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

7

Bodemkwaliteitsgegevens Op basis van gegevens van www.bodemloket.nl en de door de opdrachtgever verstrekte informatie verkregen van de gemeente Beuningen zijn van de onderzoekslocatie twee onderzoeken bekend. Ter plaatse van de Ruyterstraat 1 is in 2016 een bodemonderzoek naar de milieuhygiënisch kwaliteit van de bodem uitgevoerd ter plaatse van de aangetroffen ondergrondse tank en bijbehorende leidingwerk (Het veldwerkbureau, kenmerk VWB902341/16/ENT/597, d.d. 12 december 2016). Hieruit is gebleken dat zowel de grond als het grondwater ter plaatse van de tank en het leidingwerk niet verontreinigd zijn met minerale olie of vluchtige aromaten. Op basis hiervan zijn er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen beperkingen te verwachten bij het verwijderen van de tank. Hierna is de tank met bijbehorende leidingwerk op 8-12-2016 verwijderd (onder registratienummer 161101202.02). Asbest Ter plaatse van de Ruyterstraat 1 is in 2012 een asbestinventarisatieonderzoek uitgevoerd (Peeters Asbestresearch B.V., rapportnr. 12.118, d.d. 25 mei 2012). Hieruit is gebleken dat er geen asbestbesmetting is geconstateerd. Er was nog wel asbest verwerkt in het gebouw, maar bleken geen gevaar op te leveren voor de aanwezige kinderen en personeel.

Historisch kaartmateriaal Uit het historisch kaartmateriaal van www.topotiidreis.nl blijkt dat de locatie tot 1966 een agrarische bestemming heeft gehad en er boomgaarden aanwezig zijn geweest. Hierna is op de locatie een schoolcomplex gerealiseerd, waarbij diverse gebouwen en verhardingen aanwezig waren. Het schoolcomplex is rond 2016/2017 gesloopt. Verder zijn er geen bijzonderheden als voormalige sloten zichtbaar op het historisch kaartmateriaal Huidig en toekomstig gebruik De locatie is momenteel braakliggend en heeft hoofdzakelijk een maatschappelijke functie. Het voornemen bestaat om op de locatie een appartementencomplex met parkeervoorzieningen te realiseren. Locatiebezoek Uit het locatiebezoek, voorafgaand aan de veldwerkzaamheden, is gebleken dat ter plaatse van de onderzoekslocatie geen bijzonderheden zijn waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Conclusies historisch onderzoek en locatiebezoek Uit de resultaten van het reeds beschikbare gegevens komen de volgende aandachtspunten naar voren: » Op de locatie is in 2016 een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een ondergrondse tank met bijbehorende leidingwerk. Hieruit is gebleken dat zowel de grond als het grondwater ter plaatse van de tank en het leidingwerk niet verontreinigd zijn met minerale olie of vluchtige aromaten.

De ondergrondse tank met bijbehorende leidingwerk is eind 2016 verwijderd; » Op de onderzoekslocatie is in 2012 een asbestinventarisatieonderzoek uitgevoerd, waaruit is gebleken dat er nog wel asbest verwerkt in het gebouw; » De locatie heeft in het verleden een agrarische bestemming gehad, waarbij boomgaarden aanwezig zijn geweest. Hierna is op de locatie een schoolcomplex met diverse gebouwen en verhardingen gerealiseerd. Het schoolcomplex is rond 2016/2017 gesloopt. Op dit moment is de locatie braakliggend en wordt gebruikt voor maatschappelijke functies. Voor zover bekend zijn er op de locatie geen watergangen aanwezig geweest.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

8

Op basis van bovengenoemde gegevens is de locatie verdacht op het voorkomen van een bodem­ en/of asbestverontreiniging in verband met het voormalig gebruik en (recente) sloopactiviteiten. Derhalve dient een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd te worden conform de NEN 5740 om de actuele bodemkwaliteit vast te leggen. Daarnaast is geadviseerd direct de (boven)grond aanvullend te onderzoeken op PFAS en een verkennend onderzoek naar asbest uit te voeren conform de NEN 5707 en/of de NEN 5897 in verband met de voormalige bebouwing en mogelijke aanwezigheid van puin in de bodem. Aanvullend dient aandacht te worden besteed aan het voorkomen van organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) in de (oorspronkelijke) teeltlaag in verband met de voormalige boomgaarden op en/of nabij de locatie. Tevens is geadviseerd rekening te houden met de voormalige ondergrondse tank die in 2016 reeds wel voldoende is onderzocht.

4.

BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE

Bij de bepaling van de regionale geologie en hydrogeologie zijn de gegevens van de websites www.dinoloket.nl/ondergrondmodellen en https://www.grondwatertools.nl/grondwatertoolsviewer gebruikt. 4.1.

Bodemopbouw

Op de onderzoekslocatie is een circa 3 meter dikke deklaag aanwezig. De deklaag is samengesteld uit Holocene afzettingen, deze complexe eenheid bestaat afwisselend uit zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en weinig grof zand. Het onderliggende goed doorlatende eerste watervoerende pakket is circa 14 meter dik en bestaat hoofdzakelijk uit midden en grof zand van de Formatie van Kreftenheye. Hieronder is een scheidende laag aanwezig van circa 3 dik en is afkomstig van de Formatie van Waalre en bestaat hoofdzakelijk uit zandige klei, klei en midden zand. Hieronder bevindt zich het tweede watervoerende pakket en is circa 31 meter dik en bestaat hoofdzakelijk uit midden en grof zand van de Formaties van Peize en Waalre. De hieronder liggende 2e scheidende laag is circa 3 meter dik en is afkomstig van de Formatie van Waalre en bestaat hoofdzakelijk uit zandige klei, klei en midden zand. 4.2.

Geohydrologie

De regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is op basis van de isohypsen kaart (01-01-2019) globaal zuidwestelijk gericht. De stromingsrichting van het ondiepe grondwater kan worden beïnvloed door lokale factoren, zoals het drainagepatroon, oppervlaktewater, de ligging van rioleringen en de aanwezigheid van zandlichamen (voor kabels, leidingen en funderingen). De locatie is voor zover als bekend niet gelegen binnen een grondwaterbeschermingsgebied.

5.

HYPOTHESE

Op basis van de bekende gegevens wordt uitgegaan van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodem- en asbestverontreiniging. De locatie van de voormalige ondergrondse tank blijft hierbij een aandachtspunt. Tevens is de (oorspronkelijke) teeltlaag verdacht op het voorkomen van OCB.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

9

6.

OPZET VAN HET ONDERZOEK 6.1.

Onderzoeksstrategieën diverse onderzoeken

Verkennend bodemonderzoek Algemene bodemkwaliteit De onderzoeksopzet voor het verkennend bodemonderzoek is opgesteld conform de NEN 5740:2009^1:2016 voor een verdachte niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigde stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL) met een oppervlakte van maximaal 3.000 m2. In verband met de voormalige bebouwing en voormalige ondergrondse tank zijn aanvullende boringen geplaatst, zijn alle boringen doorgezet tot minimaal 1,0 m-mv en is een extra NEN-pakket opgenomen voor de verdachte bovengrond. Voor de onverdachte ondergrond wordt, conform de NEN 5740:2009^1:2016 voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL), 1 analyse op een standaard NEN-pakket opgenomen. Teeltlaagonderzoek Aanvullend is een teeltlaagonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een diffuse niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE-NL, < 3.000 m2) in verband met de voormalige boomgaard op de onderzoekslocatie. De (oorspronkelijke) teeltlaag wordt separaat bemonsterd en geanalyseerd op OCB. Onderzoek op PFAS De onderzoeksopzet voor het onderzoek naar PFAS is afgeleid van de onderzoeksstrategie zoals beschreven in de NEN5740/AH2016 voor een diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een homogeen verdeelde verontreinigde stof (VED-HO-NL).

Hierbij wordt de oppervlakte naar boven afgerond, waardoor sprake is van een maximale oppervlakte van 1 ha. Het onderzoek naar PFAS is uitgevoerd conform het tijdelijk handelingskader voor hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie, zoals verstrekt aan de Tweede Kamer (d.d. 2 juli 2020). Dit handelingskader wordt juridisch verankerd via een wijziging in de Regeling bodemkwaliteit; tot die tijd wordt het handelingskader gevolgd. Verkennend onderzoek naar asbest De onderzoeksopzet voor het verkennend onderzoek naar asbest is opgesteld conform de NEN 5707:2015^2:2017. Hierbij wordt de onderzoeksstrategie gehanteerd voor een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming met een oppervlakte van maximaal 3.000 m2. Ten behoeve van het onderzoek naar asbest worden proefgaten gegraven met een omvang van 0,3 m x 0,3 m tot minimaal 0,5 m-mv, waarvan enkele gaten dieper worden doorgegraven tot in de onverdachte/ongeroerde ondergrond. Zintuiglijk kan tot 20 mm worden beoordeeld of asbestverdachte materialen aanwezig zijn. Voor de fractie < 20 mm dient dit middels een analyse te worden geverifieerd. Voorafgaand aan het onderzoek naar asbest wordt tevens een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd.

Diverse mengmonsters van de meest verdachte grond- en/of puinlagen worden geanalyseerd op een kwalitatieve/kwantitatieve analyse op asbest conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin ^20 mm) De werkzaamheden van het onderzoek naar asbest worden zoveel als mogelijk gecombineerd uitgevoerd met het verkennend bodemonderzoek. Met het plaatsen van de boringen, peilbuis en proefgaten is rekening gehouden met de reeds bekende gegevens.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

10

6.2.

Veldwerkzaamheden

Algemeen ļ certificering Verhoeven Milieutechniek B.V. is gecertificeerd conform BRL SIKB 2000 (certificatienr: EC-SIK-20250 geldig tot 20-06-2022, afgegeven door Normec Certification). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de geldende NEN/NPR-normen, conform BRL SIKB 2000 (versie 6), protocol 2001, het plaatsen van handboringen en peilbuizen (versie 6), protocol 2002: het nemen van grondwatermonsters (versie 6) en protocol 2018: locatieinspectie en monsterneming van asbest in bodem (versie 6). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd met behulp van een schop, Edelmanboor. In tabel 6.1 zijn de uitvoeringsdata, gehanteerde protocollen en gecertificeerde medewerker weergegeven. Tabel 6.1: Uitvoeringsdata en gehanteerde onderzoeksprotocollen Data 9 juli 2020

Bedrijf Verhoeven Milieutechniek B.V.

Gecertificeerde medewerker De heer C.C.G. van Rossum

17 juli 2020

Verhoeven Milieutechniek B.V.

De heer C.C.G. van Rossum

Protocol BRL SIKB 2001 (v. 6) 2018 (v. 6) 2002 (v. 6)

Verhoeven Milieutechniek B.V. heeft op geen enkele wijze belangen bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Verkennend bodemonderzoek Grond Ten behoeve van het verkennend bodemonderzoek zijn in totaal 18 boringen (B01 t/m B18) geplaatst, waarbij boring PB09 is afgewerkt met een peilbuis. In tabel 6.2 zijn de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven. Tabel 6.2: Uitgevoerde veldwerkzaamheden Max. 1,0 m-mv B01 tļm B04, B06, B08, B10 tļm B14, B16, B17

Boringen/peilbuis Max. 2,0 m-mv B05, B07, B15, B18

Peilbuis (filterstelling m-mv) PB09 (2,70-3,70)

Grondwater Het grondwater uit de peilbuis PB09 is, na een standtijd van minimaal één week en twee keer afpompen, op 17 juli 2020 bemonsterd. De bemonstering heeft plaatsgevonden volgens de techniek van lage- troebelheidsbemonstering, waarbij de grondwaterstand (GWS), zuurgraad (pH), geleidbaarheid (EC) en troebelheid van het grondwater in het veld zijn bepaald.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

11

Verkennend onderzoek naar asbest Ten behoeve van het onderzoek naar asbest is allereerst een locatie- en maaiveldinspectie uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat het maaiveld op de onderzoekslocatie onverhard en grotendeels onbedekt is (totaal 98 %). Er heeft derhalve een efficiënte maaiveldinspectie ( > 25% zichtbaar) plaats kunnen vinden. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Op basis van de onderzoeksopzet en zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden, zijn bij de boringen van het verkennend onderzoek in totaal 18 proefgaten (B01 t/m B18) met een afmeting van 0,3 m x 0,3 m tot circa 0,5 m-mv gegraven. Hierbij is rekening gehouden met de voormalige bebouwing en de resultaten van de asbestinventarisatie voor de uitgevoerde sloop. Voor de inspectie van de ondergrond zijn diverse proefgaten doorgezet tot in de ongeroerde ondergrond (gecombineerd met boringen). Om een bodemverontreiniging met asbest vast te stellen is per proefgat de grove fractie ^ 20 mm) van het vrijgekomen materiaal geïnspecteerd op asbestverdachte materialen (fractie > 20 mm) en puinrestanten. Hierbij zijn geen asbestverdachte (plaat)materialen ^ 20 mm) aangetroffen. In het veld zijn 5 grondmengmonsters samengesteld ten behoeve van het analytisch onderzoek naar asbest in de fijne fractie ^ 20 mm).

Een overzicht van de samengestelde mengmonsters en de zintuiglijke waarnemingen met bijbehorende analyses is in tabel 8.5 van hoofdstuk 8 weergegeven. De situatietekening met de geplaatste boringen, proefgaten en peilbuis is opgenomen als bijlage 2. De veldwerkformulieren van het asbestonderzoek zijn opgenomen in bijlage 7.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

12

7.

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE 7.1.

Grond/grondwater

De verontreinigingssituatie van de bodem kan worden beoordeeld door toetsing van de gemeten gehaltes in grond en/of grondwater aan de streef-, achtergrond- en interventiewaarden. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit [4]. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. De streefwaarden geven voor het grondwater het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingsbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor het grondwater aan. De achtergrondwaarden geven voor de grond het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In het bodembeschermingbeleid geven zij het te bereiken en te behouden kwaliteitsniveau voor de grond aan. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd. Om van een geval van ernstige bodemverontreiniging te spreken dient voor ten minste één stof de gemiddelde concentratie van minimaal 25 m3 grond of 100 m3 bodemvolume voor grondwater hoger te zijn dan de interventiewaarde.

De achtergrond- en interventiewaarden voor de vaste bodem zijn gerelateerd aan het lutum- en/of het organische stofgehalte van de bodem. Om de verkregen analyseresultaten te kunnen toetsen aan de achtergrond- en interventiewaarden worden de meetwaarden, met behulp van de analytisch vastgestelde gehalten aan lutum en/of organische stofgehalte, teruggerekend naar gestandaardiseerde meetwaarden (GSSD). Indien de lutum en/of organische stofgehalten niet analytisch zijn vastgesteld, zijn ze aan de hand van de zintuiglijke waarnemingen, in combinatie met de overige analyseresultaten, ingeschat. Aan de hand van bovenstaande waarden wordt een index berekend. De index wordt voor grond berekend met de formule: (GSSD - achtergrondwaarde) Z (interventiewaarde achtergrondwaarde). Voor grondwater wordt de achtergrondwaarde in de formule vervangen door de streefwaarde. Indien de index groter is dan 1 wordt de interventiewaarde overschreden. Uit de toetsing van de GSSD aan de streef-, achtergrond-, en interventiewaarden kan het volgende worden afgeleid: " Bij een overschrijding van de streef- en/of achtergrondwaarde is het vermoeden van bodemverontreiniging bevestigd. " Bij een berekende index groter dan 0,5 bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Middels de uitvoering van de aanvullende analyses, mogelijk gevolgd door een verkennend bodemonderzoek, dient de omvang van de verontreiniging(en) te worden bepaald. Afhankelijk van de resultaten wordt het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging bevestigd dan wel verworpen. In het eerste geval dient overgegaan te worden tot de uitvoering van een saneringsonderzoek, gevolgd door een sanering.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

13

Momenteel wordt gewerkt aan het toevoegen van toetsingswaarden voor PFAS aan de Regeling bodemkwaliteit [4] tot die tijd moet het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie (geactualiseerd d.d. 2 juli 2020, inclusief aanpassing d.d. 1 juli 2020), worden gehanteerd. In het tijdelijk handelingskader hergebruik is vastgesteld dat voor de functieklasse “landbouw/ natuur” (achtergrondwaarde) voor PFOA een toepassingsnorm van 1,9 pg/kg d.s. wordt gehanteerd en voor alle overige PFAS stoffen een toepassingsnorm van 1,4 pg/kg d.s. Voor de functieklassen “wonen” en “industrie” geldt een toepassingsnorm van 7 pg/kg d.s. voor PFOA en 3 pg/kg d.s. voor de overige PFAS stoffen en GenX. Aanvullend wordt opgemerkt dat deze gehalten door gebiedsspecifiek beleid zowel strenger als minder streng kunnen zijn. Het is nu nog niet mogelijk om interventiewaarden voor PFAS te bepalen. Daarom heeft het RIVM (d.d. 5 maart 2020) voorlopige waarden afgeleid: de Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV). Met de INEV’s kunnen gemeenten en provincies bepalen waar de bodem ernstig verontreinigd is en of meer onderzoek nodig is. Als de concentraties onder de INEV’s blijven, zijn er doorgaans geen onaanvaardbare risico’s voor mens of milieu. 7.2.

Asbest

De interventiewaarde voor asbest in de grond is vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] en bedraagt 100 mg/kg d.s. gewogen asbestconcentratie (serpentijnconcentratie vermeerderd met tienmaal de amfiboolconcentratie). De aangetroffen concentraties voor asbestverdachte grondmonsters en aan asbestverdachte plaatmaterialen worden teruggerekend naar het in het veld geïnspecteerde volume en vervolgens getoetst aan de interventiewaarde bodemsanering. Als tijdens de analyse van asbest in fijne fractie ^ 20 mm) blijkt dat er in een monster niethechtgebonden asbest is aangetroffen en dat er losse vezels zijn aangetroffen in de fractie < 500 pm, wordt in de NEN 5898 geadviseerd een onderzoek naar het aantal respirabele vezels uit te voeren middels een Stereo Electro Microscoop (SEM) analyse. Als tijdens het onderzoek naar asbest in de grond een gewogen asbestgehalte van meer dan 1.000 mg/kg d.s. (hechtgebonden) en/of meer dan 100 mg/kg d.s. (niet-hechtgebonden) wordt aangetoond, moet op basis van de risicobeoordeling in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 [5] eveneens een onderzoek naar de respirabele vezels worden uitgevoerd. Indien de gewogen asbestconcentratie groter is dan de halve interventiewaarde bestaat het vermoeden van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar asbest in de grond is dan verplicht.

De hoogst berekende waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging met asbest in de bodem indien de berekende concentratie binnen een ruimtelijke eenheid hoger is dan de interventiewaarde. Het vaststellen van de gemiddelde gewogen asbestconcentratie dient te worden uitgevoerd conform de NEN 5707. Als respirabele vezels in de bovengrond (contactzone, of diepte graafwerkzaamheden) worden aangetoond en het gewogen gehalte van 10 mg/kg d.s. wordt overschreden is reeds sprake van “onaanvaardbare risico’s buiten”. Opgemerkt wordt dat het volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest niet van toepassing is bij het vaststellen van de ernst.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

14

8.

RESULTATEN 8.1.

Zintuiglijke waarnemingen

De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat vanaf maaiveld tot circa 0,5 m-mv uit matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zand. Hieronder is sterk zandige klei aangetroffen tot circa 2,2 m-mv gevolgd door matig grof, zwak siltig, sterk grindig zand tot de maximaal geboorde diepte van 3,70 m-mv. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijk diverse bijmengingen waargenomen. Een volledig overzicht van de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden is weergegeven in tabel 8.1. Tabel 8.1: Zintuig ijke waarnemingen per boring 1 proe feat Boring

Proefgat

B01

Ja

Diepte boring (m -mv) 1,00

B02

Ja

1,00

B03

Ja

1,00

B04

Ja

1,00

B05

Ja

2,00

B06

Ja

1,00

B07

Ja

2,00

B08

Ja

1,00

PB09

Ja

3,70

B10

Ja

1,00

B11

Ja

1,00

B12

Ja

1,00

B13

Ja

1,00

B14

Ja

1,00

B15

Ja

2,00

B16

Ja

1,00

B17

Ja

1,00

B18

Ja

2,00

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,00

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei Zand Klei

matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend matig puinhoudend zwak puinhoudend

Toelichting bij de tabel: Zwak > 1/ < 5/ Matig > 5/ < 10/

Verder zijn tijdens de visuele inspectie van het maaiveld en de opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen in de fractie groter dan 20 mm of overige waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De volledige boorprofiel beschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

15

8.2.

Laboratoriumwerkzaamheden en analyseresultaten

De analyses zijn uitgevoerd door het geaccrediteerde laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. te Rotterdam (grond, grondwater en asbest). De analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. De achtergrondwaarden voor grond zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit. De meest recente streef- en interventiewaarden voor grondwater en interventiewaarden voor grond en asbest in grond zijn vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en worden gebruikt voor de toetsing van de analyseresultaten. Het analytisch onderzoek naar PFAS is uitgevoerd door het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. die gevalideerd is voor het uitvoeren van deze analyses conform de Duitse norm DIN 38414-14. Aangezien deze parameters vooralsnog niet conform AS3000 en/of AP04 kunnen worden erkend is dit het hoogste haalbare en zijn de analyseresultaten representatief voor het uitgevoerde bodemonderzoek. De toetsingsresultaten van de PFAS analyses zijn opgenomen in bijlage 6. Tevens worden de PFAS resultaten indicatief getoetst aan de vastgestelde INEV’s. Een volledig overzicht van de toetsings- en analyseresultaten voor de grond, puin en het grondwater is opgenomen als bijlage 5. Grond NEN á OCB Op basis van de onderzoeksopzet en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden, zijn onderstaande grond(meng)monsters samengesteld, geselecteerd en geanalyseerd.

De grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.2 weergegeven. Tabel 8.2: Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving monster Algemene kwaliteit MM01 Bovengrond, zand Zintuiglijk: matig puinhoudend

Boringen (traject in m -mv)

B04 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B06 (0,00 - 0,50) B07 (0,00 - 0,50) MM02 Bovengrond, zand B08 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: matig puinhoudend B10 (0,00 - 0,50) B14 (0,00 - 0,50) B16 (0,00 - 0,50) MM03 Bovengrond, zand B11 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: matig puinhoudend B12 (0,00 - 0,50) B13 (0,00 - 0,50) B17 (0,00 - 0,50) MM04 Ondergrond, zand B01 (0,50 - 1,00) Zintuiglijk: zwak puinhoudend B05 (0,50 - 1,00) B07 (0,50 - 1,00) B15 (0,50 - 1,00) MM05 Ondergrond, zand B05 (1,00 - 1,50) Zintuiglijk: B07 (1,50 - 2,00) B15 (1,50 - 2,00) B18 (1,00 - 1,50) PB09 (1,00 - 1,50) PB09 (1,50 - 2,00) Teeltlaagonderzoek MM0CB01 Ondergrond, klei B01 (0,50 - 0,80) Zintuiglijk: zwak puinhoudend B02 (0,50 - 0,80) B04 (0,50 - 0,80) B05 (0,50 - 0,80) MMOCB02 Ondergrond, klei B07 (0,50 - 0,80) Zintuiglijk: zwak puinhoudend B08 (0,50 - 0,80) B10 (0,50 - 0,80) B12 (0,50 - 0,80)

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

Analysepakket > AW < I

Resultaten | >I

NEN, L en H

NEN, L en H

Co, Ni

NEN, L en H

Hg

NEN. L en H

NEN, L en H

Ni

OCB en H

OCB en H

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

16

Vervolg tabel 8.2: Overzicht grondmengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten MengOmschrijving monster Teeltlaagonderzoek MMOCB03 Ondergrond, klei Zintuiglijk: zwak puinhoudend

Boringen (traject in m -mv)

Analysepakket

B13 (0,50 - 0,80) B14 (0,50 - 0,80) B16 (0,50 - 0,80) B18 (0,50 - 0,80)

OCB en H

> AW < I

Resultaten | >I

Toelichting hij tabel 8.2: NEN De zware metalen barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni] en zink [Zn], polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK, 10 VROM), Polychloor bifenylen (PCB) en minerale olie (MO); OCB Organochloorbestrijdingsmiddelen; L Lutum; Organische stof (humus); H AW Achtergrondwaarde; I Interventiewaarde; Niets waargenomen/aangetoond.

PFAS Aanvullend zijn mengmonsters samengesteld ten behoeve van de analyses op PFAS. De mengmonsters met bijbehorende analyses en resultaten zijn in tabel 8.3 weergegeven. Tabel 8.3: Overzicht grondmonsters met bijbehorende analyses en resultaten (PFAS) Mengmonster

Omschrijving

Boring (traject in m -mv)

Analysepakket

Resultaten PFAS* > Landbouw/natuur > Wonen/industrie (AW)

PFAS Bovengrond, zand B01 (0,00 - 0,50) Zintuiglijk: matig puinhoudend B02 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,50) B07 (0,00 - 0,50) MMPFAS02 Bovengrond, zand B12 (0,00 - 0,50) PFAS Zintuiglijk: matig puinhoudend B15 (0,00 - 0,50) B18 (0,00 - 0,50) PB09 (0,00 - 0,50) Toelichting bij de tabel: PFAS Perfluorverbindingen (30 verbindingen met o.a. Perfluoroctaansulfonzuur en Perfluoroctaanzuur); * Geen toetsingsnorm aanwezig, de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” bedraagt voor PFOA: < 1,9 ^g/kg d.s. en voor de overige PFAS: < 1,4 ^g/kg d.s. en de toepassingsnorm voor de functieklasse “wonen/industrie” bedraagt voor PFOA: < 7 ^g/kg d.s. en voor de overige PFAS: < 3 ^g/kg d.s.; Niets aangetroffen/waargenomen. MMPFAS01

Grondwater Het grondwatermonster met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten is in tabel 8.4 weergegeven. Tabel 8.4: Peilbuis met bijbehorende analyses- en toetsingsresultaten grondwater Peilbuis

Filterdiepte (m -mv)

GWS (m -mv)

pH

EC (^S/cm)

Troebel­ heid

Analyse­ pakket

>S<I -

Resultaten >I -

PB09 2,70 - 3,70 1,98 468 8,72 NEN 7,6 Toelichting bij tabel 8.4: NEN Zware metalen (Barium [Ba], cadmium [Cd], kobalt [Co], koper [Cu], kwik [Hg], lood [Pb], molybdeen [Mo], nikkel [Ni], zink [Zn]), Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen), vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCl) en minerale olie (MO); S Streefwaarde; I Interventiewaarde; Niets aangetoond.

De gemeten waarden voor de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en de troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

17

Asbest Op het maaiveld en in de proefgaten zijn zintuiglijk geen asbestverdachte (plaat)materialen (fractie > 20 mm) waargenomen. Op basis van zintuiglijk waarnemingen tijdens de veldwerkzaamheden zijn vijf grondmengmonsters samengesteld waarvan er, conform onderzoeksopzet, drie zijn aangeboden aan het lab ter analyse asbest (c 20 mm). De samenstelling van de onderzochte grondmengmonsters en de bijbehorende analyses zijn in tabel 8.5 weergegeven. Tabel 8.5: Samenstelling grondmengmonsters asbest Monstercode MMASB01 MMASB02

Samenstelling Laagdikte Zintuiglijk B05, B10, B14, B15 0,00-0,50 Matig puinhoudend B02, B04, B06, 0,00-0,50 Matig puinhoudend B07, B16 MMASB03 B01, B03, B09, 0,00-0,50 Matig puinhoudend B12, B18 Toelichting hij tabel 8.6: 1 Asbestanalyse conform NEN5898:2015: asbest in grond of puin (c20 mm).

Soort Grond Grond

Analysepakket Asbest in grond ^ 10 kg)1 Asbest in grond ^ 10 kg)1

Grond

Asbest in grond ^ 10 kg)1

De resultaten van de geanalyseerde grondmengmonsters en de gewogen hoeveelheid asbest (c 20 mm, conform analysecertificaten) zijn weergegeven in tabel 8.6. Tabel 8.6: Overzicht onderzochte grondmonsters en gewogen hoeveelheid asbest < 20 mm conform analysecertificaat___________________________________________________________ Monstercode

Soort

MMASB01 MMASB02 MMASB03 Toelichting hij tabel 8.7: Niets aangetoond.

8.3.

Hechtgebonden -

Type -

Gemeten ^0 mm (mg/kg d.s.) c 1,0 c 1,0 c 1,0

Totaal gewogen < 20 mm (mg/kg d.s.) C 1,0 c 1,0 c 1,0

Interpretatie analyseresultaten

Grond Algemene kwaliteit In mengmonster MM01 van de matig puinhoudende bovengrond (zand) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM02 van de matig puinhoudende bovengrond (zand) zijn licht verhoogde gehalten voor kobalt en nikkel aangetoond. De gehalten overschrijden de betreffende achtergrondwaarden, maar blijven ruim beneden de interventiewaarde alsmede onder de index van 0,5 . De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster MM03 van de matig puinhoudende bovengrond (zand) is een licht verhoogd gehalte voor kwik aangetoond. Het gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar blijft ruim beneden de interventiewaarde alsmede onder de index van 0,5. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. In mengmonster MM04 van de zwak puinhoudende ondergrond (0,5-1,0 m-mv, klei) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond voor de onderzochte parameters tegenover de betreffende achtergrondwaarden. In het mengmonster van de zintuiglijk schone ondergrond (MM05, klei) is een licht verhoogd gehalte aan nikkel aangetoond.

Het gehalte overschrijdt de betreffende achtergrondwaarde, maar Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

18

blijft ruim beneden de interventiewaarde alsmede onder de index van 0,5. De overige onderzochte parameters zijn niet verhoogd aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. Teeltlaag In de onderzochte mengmonsters MMOCB01 t/m MMOCB03 van de zintuiglijk zwak puinhoudende (oorspronkelijke) teeltlaag (0,5-0,8 m-mv, klei) zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte OCB parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. PFAS In het onderzochte grondmengmonsters MMPFAS01 en MMPFAS02 van de matig puinhoudende bovengrond (zand) zijn voor PFOS, PFOA en de overige PFAS geen gehalten boven de toepassingsnorm voor de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) aangetoond. Grondwater In het grondwatermonster uit peilbuis PB09 zijn geen verhoogde gehalten voor de geanalyseerde NEN-parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende streefwaarden. Asbest In de mengmonsters MMASB01, MMASB02 en MMASB03 van de zintuiglijk matig puinhoudende bovengrond (0,0-0,5 m-mv) is zowel zintuiglijk ^ 20 mm) als analytisch ^ 20 mm) geen asbest aangetroffen ^ 1,0 mg/kg d.s.).

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

19

9.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 9.1.

Verkennend bodemonderzoek

Algemene kwaliteit Voor de algemene kwaliteit van de onderzoekslocatie is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een bodemverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde verdachte hypothese worden verworpen, aangezien in de grond maximaal een licht verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters zijn aangetoond (NEN). In het grondwater zijn geen verhoogde gehalten voor de onderzochte parameters aangetoond ten opzichte van de betreffende achtergrondwaarden. De voormalige ondergrondse tank en de sloopactiviteiten hebben niet geleid tot een (ernstige) bodemverontreiniging. De aangetoonde verhoogde gehalten betreffen overschrijdingen van de achtergrondwaarden. Aangezien de gestandaardiseerde meetwaarden de indexwaarden van 0,5 niet overschrijden, zijn geen vervolgstappen noodzakelijk in het kader van de Wbb. Teeltlaag Aanvullend is aandacht besteed aan het voorkomen van OCB in de (oorspronkelijke) teeltlaag. Aangezien in de (oorspronkelijke) teeltlaag geen verhoogde gehalten zijn aangetoond is aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. De voormalige boomgaard heeft niet geleid tot ernstige verontreinigingen met OCB in de teeltlaag.

PFAS Op basis van de aangetroffen gehalten voor PFAS parameters in de onderzochte grondmengmonsters MMPFAS01 en MMPFAS02 van de bovengrond (zand) voldoet de grond aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijke handelskader. Zodoende bestaan voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden. 9.2.

Verkennend onderzoek naar asbest

Voor wat betreft asbest is de hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen, aangezien zowel zintuiglijk als analytisch geen verontreiniging met asbest is aangetroffen. Verhoeven Milieutechniek B.V. besteedt veel zorg aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden, doch bestaat de mogelijkheid dat niet alle asbestverdachte plaatmaterialen zijn waargenomen. Indien in de toekomst asbesthoudende (plaat)materialen op de locatie worden aangetroffen, kan Verhoeven Milieutechniek B.V. hiervoor niet aansprakelijk worden gesteld.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

20

9.3.

Algehele conclusie en aanbevelingen

Middels onderhavige onderzoeken is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (inclusief asbest) ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling ter plaatse van het ‘Ruyterpark’, gelegen op de hoek van aan de Bevrijdingsstraat, De Ruyterstraat en de Theodorus Repkesstraat te Weurt in voldoende mate vastgelegd. De voormalige ondergrondse tank, voormalige boomgaarden en de sloopactiviteiten hebben (definitief) niet geleid tot een (ernstige) bodem- en/of asbestverontreiniging. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt bestaan ons inziens geen bezwaren tegen de voorgenomen herontwikkeling. Op basis van de resultaten van het PFAS-onderzoek voldoet de onderzochte grond aan de functieklasse “landbouw/natuur” (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende bestaan voor wat betreft PFAS geen bezwaren voor toepassing elders, behoudens grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat bij ontgraven, afvoeren en toepassen elders de regels van de Regeling en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing zijn en mogelijk aanvullende keuringen worden verlangd.

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

21

10.

REFERENTIES

1. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2017. NEN 5725:2017, norm Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. 2. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2009. NEN 5740/AC2016, Norm Bodem - Landbodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek, onderzoek naar de kwaliteit van de bodem en grond. 3. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft 2015, NEN 5707/02:2017, norm Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. 4. Ministerie van VROM en Verkeer en Waterstaat, Regeling bodemkwaliteit, Staatscourant, 20 december 2007, nr. 247 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend). 5. Ministerie van VROM, Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant, 27 juni 2013, nr. 16675 (inclusief rectificaties en wijzigingen hierop volgend).

Diverse onderzoeken, ‘Ruyterpark’ te Weurt Rapportnr.: B20.7820 versie: 01 datum: 3 augustus 2020

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

Bijlage 1

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

Bijlage 1

ļäHVh ^

^ Šliļh Ew.|h

ÂÿįM

:x-:3įįŴK Bęúnińgen

ŵ p SSŴií-'ïfKi

;Wj“v7î?—ţTTÍ

oĩS1/

t/ţKiffťĒp'- .'

:vcį

\

fíŴ' î*/ h - 7m

--Ś

mm. m V 7 .;V'A ■X»

Ŵ«ĩí

■įCmBSt ‘ŜÂ ^'ţP'ļ

ÉÎ1' ÍİMİ

ŵ.^;:

! '.'ríflnl^Tr* ’ vPļ ' lľļf!

AKS

řlKtJà Tekening: B20.7820

'ļ -í

'î*V25i

|* WIJCHEN

;v'ŕp:ŕ«: .ŴŕVîfx'

ìřřŵ ŞvįťU

^ ’ ‘1^-•'•^*'

ftdfeíSŗ Schaal: 1 : 50.000

Bron: CC-BY Kadaster; Topografische kaart van Nederland (uitgave 2016) Onderdeel: Situering in de regio

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

Bijlage 2

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

2783

1746 2773

2379

2774

1748

2867 2775

LEGENDA:

Boring met peilbuis Boring

2866

Proefgat Globale locatie voormalige ondergrondse tank Bebouwing Voormalige bebouwing Asbest in bebouwing tijdens asbestinventarisatie

2470

Situatieschets met boringen, proefgaten en peilbuis behorend bij de diverse (bodem)onderzoeken voor de locatie ’’Ruyterpark” te Weurt opdrachtgever: Gemeente Beuningen get. MH

gez. HD

voorafgaand projector. schaal 1 : 250

formaat

projectnr.B20.7820

bijlage 2

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V. » ADVISERING

» BODEMONDERZOEKEN

» SANERINGEN

A3

Bijlage 3

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

Bijlage 3

Boring:

B01

Boring:

B02

Datum:

9-7-2020

Datum:

9-7-2020

0

0

..AA..A. V A-A 50

50

Ū

2

Ï 100

100

gras

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

AA..........A 50

Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

2

Ū

Ï 100

Boring:

B03

Boring:

B04

Datum:

9-7-2020

Datum:

9-7-2020

0

- A* A* A* A* * - \ I

1

A 50

50-

:ū* 100

100-

gras

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

ANï;: - “A‘A‘A-----

A 50

50 Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

O O

2

100

100

Boring:

B05

Boring:

B06

Datum:

9-7-2020

Datum:

9-7-2020

0

0 A**AA VA......... A’A

1

A 50

Ū

2

O 100

gras

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor 50 Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

0

- A-A-A- '•ŬŬÛŬ' - A* A......... A* * ' .Ä.Ä.WWÁV - -A.......... \

50

2

100

Ū

O 100

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

Klei, zwak zandig, neutraal beigebruin, Edelmanboor

3

4 200

Projectcode: B20.7820 gete kend volgens NEN 5104

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

Bijlage 3

Boring:

B07

Boring:

B08

Datum:

9-7-2020

Datum:

9-7-2020

0

gras

I..ÀÀ..Á.Í

" ^ A............ ' *A *A * * *A ' * A* * * A* * 50 Ä.Ä.Ä.Ä.Ä.Ä

1

A 50

nO 2 Uo 100

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

0

A AA.. A

50

Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

2

Ū

O 100

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

Klei, zwak zandig, neutraal beigebruin, Edelmanboor

3

4 200

Boring:

PB09

Boring:

B10

Datum:

9-7-2020

Datum:

9-7-2020

GWS:

220

0

á. 50

50O

A 100

100-

gras

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

0

A-A A**A A-A......... A“ 50

:ŪO

Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

100

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

Klei, zwak zandig, neutraal beigebruin, Edelmanboor 150-

200220

Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindig, neutraalbeige, Edelmanboor

250-

300-

350370

Boring

B11

Boring:

B12

Datum:

9-7-2020

Datum:

9-7-2020

0

0

50

50

Ū

2

O 100

Projectcode: B20.7820 gete kend volgens NEN 5104

gras

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

1 50-

Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

A A A A - - A;

50

2 100-

A

Ū

O 100

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

Bijlage 3

Boring:

B13

Boring:

B14

Datum:

9-7-2020

Datum:

9-7-2020

0

0 aaa i* Å* Å* Å

50

50

Ū

2

O 100

100

gras

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

AA...... 50

Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

2

Ū

O 100

Boring:

B15

Boring:

B16

Datum:

9-7-2020

Datum:

9-7-2020

0

0

A- A- A- A- A 1

A

•A.A.........

50

:ŪO 100

gras

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

0

A-A aa‘‘a A-A A.A.........A.

50

' Ūå

Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

100

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

Klei, zwak zandig, neutraal beigebruin, Edelmanboor

3

4 200.

Boring:

B17

Boring:

B18

Datum:

9-7-2020

Datum:

9-7-2020

0

0

V A- A- - - A- A aa

50

' A’A............ A.A..........A. * -A -A * * -A * *

50

O 2 100

100

gras

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor

1

50

50Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor

A

2

Ū

O 100

100-

gras Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Klei, sterk zandig, zwak puinhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor Klei, zwak zandig, neutraal beigebruin, Edelmanboor

3 1504 200-

Projectcode: B20.7820 gete kend volgens NEN 5104

200

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

t’oooooi 0ooooo

1

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

0 0 0 0 0 0 o; IOOOOOC .

Grind, zwak zandig

IOOOOOC 000000 IOOOOOC •*

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

000000 lOOOOOf 000000

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

OOOOOC' lOOOOO,

Klei, matig siltig

O

geen geur

■Q-

zwakke geur

B

matige geur

B

sterke geur uiterste geur

olie

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

zand

■Q

geen olie-water reactie

ö

zwakke olie-water reactie

B

matige olie-water reactie

B

sterke olie-water reactie

Klei, matig zandig

B

uiterste olie-water reactie

Klei, sterk zandig

p.i.d.-waarde

Si ^ s m

Zand, kleiïg

Zand, zwak siltig

leem

S

^0

i)

^00

^

^000 ^0000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

0

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig Į

ongeroerd monster

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

Veen, zwak kleiïg

Veen, zwak zandig

matig grindig

blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand

bentoniet afdichting

filter

w

sterk humeus

zwak grindig

peilbuis

n

zz

matig humeus

Veen, sterk kleiïg

Veen, sterk zandig

I

—

o

sterk grindig

overig A

bijzonder bestanddeel

^

Gemiddeld hoogste grondwaterstand

?

grondwaterstand

^

Gemiddeld laagste grondwaterstand

wmsm «♦Sîŵ'SSS*

slib

Bijlage 4

VERHOEVEN MILIEUTECHNIEK B.V.

synlabS/ Analyserapport

VERHOEVEN MILIEUTECHN.BV Maarten Schimmel Postbus 2225 5300 CE ZALTBOMMEL

Uw projectnaam Uw projectnummer SYNLAB rapportnummer

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=c93e7d35-0069-4150-8c7a-7062cfdb6b52