03 Bijlagen bestemmingsplan
Tekst van het document
secretariaat-afdelingvergunningen@wsrl.nl en telefoonnummer (0344) 64 94 94. Wij adviseren u om uw aanvraag of melding vooraf te bespreken met medewerkers van de Afdeling Vergunningen. Dit automatisch gegenereerd wateradvies kan hierbij nuttig zijn. Voor meer informatie over vergunningen en melding kunt u ook terecht op: www.waterschaprivierenland.nl/vergunningen © Digitale Watertoets - www.dewatertoets.nl Dit document is gegenereerd via de website htt.p:ZZwww.dewatertoet.s.nlZZop basis van door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens. Dit digitale advies heeft een geldigheid van 2 jaar.
www.dewatertoets.nl
Bijlage 3 Stikstofdepositie berekeningen
AERIUSB CALCULATOR Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Aanlegfase Kenmerken *
Samenvatting emissies
*
Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RdVY37NPYiRX (02 december 2020) pagina 1/6
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Econsultancy
Vordingstraat 39-39a, 6644 BG Ewijk
Omschrijving
AERIUS kenmerk
14347-001
RdVY37NPY1RX
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
02 december 2020, 14:02
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Situatie 1
NOx
10,13 kg/j
NH3
s 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
Resultaten
Aanlegfase
RdVY37NPYiRX (02 december 2020) pagina 2/6
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR
Locatie
ŴfSři. Winssen
Aanlegfase
fffnfr ĩ/ŽM
Ms í.
Noŕue
:
ifeNilifâ Cl--*1 hr "VarJfâiP r, r-r t\ \SĢVŕ j SİV*! ŵV'— » Beur in ge
■'/y-Jr Emissie
Bron Sector
AT3U
500 m
—1
Emissie NH3
Emissie NOx
Mobiele werktuigen Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
8,03 kg/j
Licht verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
(middel)zwaar verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Stationair
< 1 kg/j
1,89 kg/j
Aanlegfase
Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Resultaten
Aanlegfase
RCİVY37NPY1RX (02 december 2020) pagina 3/6
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR
Emissie (per bron)
Mobiele werktuigen 178881, 430935 8,03 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Aanlegfase NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
AFW
Graafmachine
AFW
AFW
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
4,0
2,0
Betonstorter
4,0
Heistelling/boorstel
4,0
2,0
2,0
Warmte Stof inhoud (MW)
0,0
0,0
0,0
ling AFW
AFW
Hijskraan
4,0
Laadschop
4,0
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
2,0
2,0
0,0
0,0
Emissie
NOx NH3
1,10 kg/j
NOx NH3
1,66 kg/j
NOx NH3
2,90 kg/j
NOx NH3
1,38 kg/j
NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
< 1 kg/j
< 1 kg/j
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Licht verkeer 178851, 430946 < 1 kg/j < 1 kg/j
100 m
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Aanlegfase
Aantal voertuigen Stof
Emissie
300,0 /jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RCİVY37NPY1RX (02 december 2020) pagina 4/6
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR
(middel)zwaar verkeer 178808, 430901 < 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Standaard
Aantal voertuigen Stof
Emissie
Zwaar vrachtverkeer
100,0 /jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Middelzwaar vrachtverkeer
200,0 /jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Stationair 178881, 430935 1,89 kg/j < 1 kg/j
Voertuig
Omschrijving
Uitstoot hoogte (m)
Spreiding (m)
AFW
Stationair
4,0
2,0
Aanlegfase
Warmte Stof inhoud (MW)
0,0
NOx NH3
Emissie
1,89 kg/j < 1 kg/j
RdVY37NPYiRX (02 december 2020) pagina 5/6
AERIUSB CALCULATOR
Disclaimer
Rekenbasis
Resultaten
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS
versie 2020_2020ll24_l3fd900ebd
Database
versie 2020_2020ll24_l3fd900ebd
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Aanlegfase
RdVY37NPYiRX (02 december 2020) pagina 6/6
AERIUSB CALCULATOR Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Gebruiksfase Kenmerken *
Samenvatting emissies
*
Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RSMo8zjp4TFc (02 december 2020) pagina 1/5
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Econsultancy
Vordingstraat 39-39a, 6644 BG Ewijk
Omschrijving
AERIUS kenmerk
14347-001
RSMo8zjp4TFc
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
02 december 2020, 14:04
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Situatie 1
NOx
< 1 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Toelichting
Resultaten
Gebruiksfase
RSMo8zjp4TFc (02 december 2020) pagina 2/5
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR
Locatie
Win55en
Gebruiksfase
Cö'l’ř.Ŵ
E^ijlţ
Hoeve
Beurringe
500 m
Emissie
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
Licht verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Middelzwaar verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Gebruiksfase
Resultaten
Gebruiksfase
RSMo8zjp4TFc (02 december 2020) pagina 3/5
Resultaten
AERIUSB CALCULATOR
Emissie (per bron) Gebruiksfase
Naam Locatie (X,Y)
♦s *
NOx NH3
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Licht verkeer 178851, 430946 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
8,6 /jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
Middelzwaar verkeer 178808, 430901 < 1 kg/j < 1 kg/j
100 m
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Middelzwaar vrachtverkeer
Gebruiksfase
Aantal voertuigen Stof
Emissie
63,0 /jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
RSMo8zjp4TFc (02 december 2020) pagina 4/5
AERIUSB CALCULATOR
Disclaimer
Rekenbasis
Resultaten
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS
versie 2020_2020ll24_l3fd900ebd
Database
versie 2020_2020ll24_l3fd900ebd
Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Gebruiksfase
RSMo8zjp4TFc (02 december 2020) pagina 5/5
Bijlage 4 Archeologisch proefsleuvenonderzoek
I
«TÃ w ăáåřŗ: '.
Transect-rapport 3270
Ewijk, Vordingstraat tussen 39 en 39C Gemeente Beuningen (GD) Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), karterende en ?ŵ'A,
ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK
ADVIES
waarderende fase
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES
rrŗ;
i
mmzM v\ .
V
a
jiLt ļįļ
- \ .
;-
mįĮ0į^' . -
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK t ADVIES
Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl
Colofon Titel
Ewijk, Vordingstraat tussen 39 en 39c (GD). Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), karterende en waarderende fase.
Rapportnummer
Transect-rapport 3270
Auteur
T. Bakker MSc
Versie
Versie 1.0
Datum
26-03-2021
Projectnummer
20080032
Onderzoeksmelding
4946577100
Opdrachtgever
Buro Waalburg Schoenaker 10 6641 SZ Beuningen
Uitvoerder
Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein
Bevoegde overheid
Gemeente Beuningen
Adviseur namens bevoegde overheid
Mevr. N. Van der Zande
Beheer en plaats documentatie
Transect b.v., Nieuwegein
Omslagafbeelding
Foto van het plangebied
Autorisatie Naam
Datum
Drs. A.A. Kerkhoven
26-03-2021
Paraaf
Senior KNA Archeoloog 4T
ISSN: 2211-7067 © Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
transect
Overijsselhaven 127
T: 030-7620705
3433 PH Nieuwegein
E: informatie@transect.nl
Samenvatting In opdracht van Buro Waalbrug heeft Transect b.v. in februari 2021 een archeologisch inventariserend proefsleuvenonderzoek (IVO-P), karterende en waarderende fase uitgevoerd in het plangebied Vordingstraat tussen 39 en 39c in Ewijk (gemeente Beuningen). Ten tijde van het onderzoek was het plangebied (circa 1070 m2) in gebruik als tuin. De aanleiding voor het onderzoek werd gevormd door het voornemen een woning te bouwen in het plangebied. Tevens zullen een oprit en groenvoorzieningen worden aangelegd. Om het plangebied op gelijke hoogte met de straat en het naastgelegen perceel te krijgen, zal het terrein eerst met 30 centimeter worden afgegraven, waarna het met circa 60-80 centimeter zal worden opgehoogd. Deze ingrepen zullen gepaard gaan met de nodige bodemingrepen, waarbij eventuele archeologische resten worden verstoord. Daarom is een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd om de aard en mate van aanwezigheid van archeologische resten vast te stellen. In het plangebied zijn twee proefsleuven aangelegd met een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 80 m2, ofwel circa 13,4% van het plangebied. In de proefsleuven zijn twee sporen aangetroffen, namelijk: één greppel die waarschijnlijk afkomstig is uit de Nieuwe Tijd en één paalkuil. De paalkuil is, op basis van uiterlijke kenmerken, waarschijnlijk prehistorisch.
Er zijn enkele fragmenten keramiek, dierlijk botmateriaal, grind en glas aangetroffen. Eén fragment keramiek is afkomstig uit de Nieuwe Tijd, van een andere scherf kon de datering niet bepaald worden. Uit het vooronderzoek bleek dat het plangebied in een gebied ligt met oever- en komafzettingen. Deze afzettingen zijn tijdens het proefsleuvenonderzoek deels aangetroffen. Op basis van het zeer geringe aantal archeologische resten in het plangebied is er geen sprake van een behoudenswaardige archeologische vindplaats. Het paalspoor en de greppel bevinden zich beide in werkput 2. Mogelijk is dit de rand van een vindplaats die zich ten noordoosten van het plangebied bevindt.
Advies Het archeologisch proefsleuvenonderzoek heeft uitgewezen dat in de onderzochte terreindelen binnen het plangebied geen sprake is van een behoudenswaardige archeologische vindplaats. Op basis hiervan adviseert Transect b.v. het plangebied archeologisch vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling van de woning met groenvoorzieningen en oprit. Bovenstaande vormt een advies. Op basis van het advies is het aan de bevoegde overheid van de gemeente Beuningen een selectieadvies uit te brengen omtrent de omgang met archeologische resten in het plangebied. Onderhavig onderzoek betrof een steekproef. Ongeacht het besluit dat de bevoegde overheid neemt attenderen wij daarom op de wettelijke verplichting om wanneer bij grondroerende werkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, deze te melden (conform Erfgoedwet artikel 5.10). Dit kan via de gemeente Beuningen of via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).
Inhoud 1.
Aanleiding....................................................................................................................................................................... 6
2.
Resultaten vooronderzoek..................................................................................................................................... 8
3.
Aard, doel en onderzoeksvragen...................................................................................................................... 10
4.
Onderzoeksmethodiek........................................................................................................................................... 11
5.
Resultaten veldonderzoek.................................................................................................................................... 12
6.
Beantwoording van de onderzoeksvragen................................................................................................... 17
7.
Waardestelling........................................................................................................................................................... 19
8.
Conclusie en advies ................................................................................................................................................ 21
9.
Geraadpleegde bronnen ..................................................................................................................................... 22
Bijlage 1.
Archeologische periode-indeling voor Nederland.................................................................................... 23
Bijlage 2.
Allesporenkaart......................................................................................................................................................... 24
Bijlage 3.
Vlaktekeningen ......................................................................................................................................................... 25
Bijlage 4.
Vondstenlijst................................................................................................................................................................ 27
Bijlage 5.
Sporen- en lagenlijst................................................................................................................................................. 28
1.
Aanleiding
Provincie
Gelderland
Gemeente
Beuningen
Plaats
Ewijk
Toponiem
Vordingstraat tussen 39 en 39c
Kaartblad
39H
Perceelnummer(s)
EWK00 E 2590
Centrumcoördinaat
178.825 Z 430.860
Oppervlakte plangebied
Circa 1070 m2
Oppervlakte onderzoeksgebied
n.v.t.
Huidig grondgebruik
Tuin
In opdracht van Buro Waalbrug heeft Transect b.v.1 in februari 2021 een archeologisch inventariserend proefsleuvenonderzoek (IVO-P), karterende en waarderende fase uitgevoerd in het plangebied Vordingstraat tussen 39 en 39c in Ewijk (gemeente Beuningen). De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1. In totaal heeft het plangebied een oppervlakte van circa 1070 m2. Ten tijde van het onderzoek was het plangebied in gebruik als tuin. De aanleiding voor het onderzoek werd gevormd door het voornemen een woning te bouwen in het plangebied. Tevens zullen een oprit en groenvoorzieningen worden aangelegd. Om het plangebied op gelijke hoogte met de straat en het naastgelegen perceel te krijgen, zal het terrein eerst 30 centimeter worden afgegraven, waarna het circa 60-80 centimeter zal worden opgehoogd. In 1998 heeft in het plangebied een oppervlaktekartering en booronderzoek plaatsgevonden (Schutte et al. 1999). Dit heeft plaatsgevonden aangezien het huidige plangebied onderdeel was van een groter plangebied waarop woningbouw gerealiseerd werd. Uit dit onderzoek bleek dat het plangebied in een zone ligt waar oeverwalafzettingen op komklei aanwezig zijn, waaronder mogelijk wederom oeverwalafzettingen aanwezig kunnen zijn. Het geheel is mogelijk afgedekt met komklei.
Op basis van de resultaten van de oppervlaktekartering en het booronderzoek heeft de overheid besloten dat in het kader van de huidige planontwikkelingen een vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Het doel van dit onderzoek is het toetsen en aanvullen van de verwachting uit het vooronderzoek door het opsporen en waarderen van eventueel aanwezige archeologische resten. Op basis hiervan kan de bevoegde overheid van de gemeente Beuningen een uitspraak doen over de omgang met eventueel aanwezige archeologische resten in het plangebied. Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen uit protocol 4003 ('Inventariserend Veldonderzoek - Proefsleuven') van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1) en het voor het onderzoek opgestelde Programma van Eisen (Scheeringa, 2021).
1 Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm 'BRL SIKB 4000', versie 4.0, en is gecertificeerd door middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: 'KNA Protocol 4001 Programma van Eisen', 'KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek', 'Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig', 'Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven' en 'Protocol 4004 Opgraven', en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.
transect
6
1790CŨ
A\ř c
•■V'
JSkA
g^PËìP
vĮiv Maria lust*:
íċeve
'ťtśĮivefstuk 179000
Legenda Plangebied
200 m
transect
Figuur 1. De ligging van het plangebied op een topografische kaart (bron kaart: www.opentopo.nl).
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK F ADVIES
7
2.
Resultaten vooronderzoek
Landschappelijke achtergronden Het plangebied ligt in het zuidelijk deel van de Betuwe en maakt deel uit van het Midden-Nederlandse rivierengebied. Op de paleogeografische kaart van de gemeente Beuningen bevindt het plangebied zich op de meandergordel van de Waal die vanaf 210 v.Chr. actief werd. Op de geomorfologische kaart is het plangebied gekarteerd als stroomrugglooiing (kaartcode 3H43). Ten zuiden en ten oosten van het plangebied is een crevasserug aanwezig (kaartcode 3B47). De crevasse is vermoedelijk afkomstig van de Waal die circa 2 kilometer ten noorden van het plangebied ligt en nog steeds watervoerend is. Crevasses ontstaan wanneer oeverwal doorbreekt en (zandige) rivierafzettingen worden afgezet in het overstromingsgebied. Tevens kunnen zich ook geulen insnijden in de oorspronkelijke rivierafzettingen, waarlangs, (bewoonbare) oeverwallen kunnen ontstaan. Op de bodemkaart is aangegeven dat in het plangebied kalkhoudende ooivaaggronden aanwezig zijn (kaartcode Rd90A). Dit zijn kleigronden die tot een aanzienlijke diepte een homogene bruine tot grijsbruine kleur hebben (De Bakker 1966). Roestvlekken komen pas beneden 50 centimeter beneden maaiveld voor. Deze gronden komen voor in niet jong sediment en relatief droge gronden zonder blijvende of tijdelijke wateroverlast.
Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is te zien dat het maaiveld in het plangebied tussen circa 7,5 en 8,2 meter boven NAP ligt. Deze variërende hoogte komt door de verhoging van het woonerf ten zuidwesten van het plangebied. Dit is zeer waarschijnlijk een recente ophoging. In het plangebied is sprake van grondwatertrap VI. Dit geeft aan dat de gemiddeld hoogste grondwaterstand tussen 40 en 80 centimeter beneden maaiveld ligt en de gemiddeld laagste grondwaterstand beneden 1,2 meter beneden maaiveld.
Verkennend booronderzoek In 1998 is een oppervlaktekartering met booronderzoek uitgevoerd in het plangebied. In het rapport van dit onderzoek zijn geen boorstaten opgenomen. Hierdoor is de exacte bodemopbouw met hoogtematen niet te achterhalen. Uit dit rapport blijkt dat het plangebied in een zone ligt waar oeverwalafzettingen op komklei aanwezig zijn, waaronder mogelijk wederom oeverwalafzettingen aangetroffen zijn. Het geheel is mogelijk afgedekt met komklei. In de boringen zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. In booronderzoeken op 180 meter ten zuidwesten en 80 meter ten noorden van het plangebied zijn afzettingen van de Waal-stroomgordel aangetroffen. Hieronder waren, onder andere, afzettingen gerelateerd aan de Winssen stroomgordel aanwezig (Benerink 2019; onderzoeksmeldingsnummer 4736073100; ten Broeke 2018; onderzoeksmeldingsnummers 3979818100 en 3979826100). Op basis van deze informatie is het mogelijk dat afzettingen van deze stroomgordels ook in de boringen in het plangebied aangetroffen zijn.
Archeologische waarden In de directe omgeving van het plangebied hebben meerdere onderzoeken plaatsgevonden. Hieronder volgt een kort overzicht. ^ Circa 80 meter ten noorden heeft een bureauonderzoek met verkennende boringen plaatsgevonden (Benerink 2019; onderzoeksmeldingsnummer 4736073100). Hierbij werd een intacte bodemopbouw aangetroffen. Direct onder de bouwvoor is een laag kalkhoudende oeverafzettingen (zandige klei). Deze laag gaat geleidelijk over in een zwak siltige komafzetting waarin mangaanconcreties zijn waargenomen. Beide lagen zijn gerelateerd aan de activiteit van de Waal-stroomgordel, mogelijk onder invloed van een crevassegeul. Tussen circa 6,60 en 6,70 meter boven NAP (circa 1,2-1,35 meter beneden maaiveld) is een oud vegetatieniveau aangetroffen. Dit betrof een zwak humeuze laag in de
transect
8
top van een komafzetting die mogelijk aan de Winssen-stroomgordel gerelateerd kan worden. De betreffende komafzetting bevatte wederom mangaanconcreties en ging geleidelijk over in een zandige kleilaag, mogelijk een oever- en/of crevasseafzetting). Hieronder is een gelaagd pakket van zand met kleilaagjes of klei met zandlaagjes aangetroffen die gerelateerd zijn aan een crevassegeul. Dit gelaagde pakket gaat wederom over in een komafzetting van zwak tot matig siltige klei die plaatselijk venig is en houtresten bevat. Deze laag wordt naar onderen toe zandiger. ^ Circa 120 meter ten noorden van het plangebied is een bureauonderzoek met verkennende boringen uitgevoerd (De Kramer 2008; onderzoeksmeldingsnummer 2192502100). Hierbij zijn kom- en oeverafzettingen van de Waal-stroomrug aangetroffen waaronder een vegetatiehorizont is gevonden. Hieronder zijn wederom kom- en oeverafzettingen aanwezig, waaronder een geulachtige afzetting is aangetroffen. Het terrein is geïnterpreteerd als vochtige zone met laag gelegen oeverwalafzettingen waarna het een relatief laaggelegen en vochtig komgebied werd. ^ Circa 120 meter ten zuidwesten van het plangebied is door RAAP in 2019 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek zijn, circa één meter beneden maaiveld, vijftien prehistorische staakjes aangetroffen (Tuinstra 2019; onderzoeksmeldingsnummer 4751277100).
Het terrein is geïnterpreteerd als periferie van een nabij gelegen nederzettingsterrein uit de periode Laat Neolithicum tot en met de Late-IJzertijd. ^ Circa 180 meter ten zuidwesten van het plangebied heeft een bureauonderzoek met verkennende en karterende boringen plaatsgevonden (ten Broeke 2018; onderzoeksmeldingsnummers 3979818100 en 3979826100). Hierbij zijn onder een verstoringslaag, oever/komafzettingen aanwezig van de Waal stroomgordel, waaronder komafzettingen aangetroffen zijn. De top hiervan betrof een vegetatiehorizont. Hieronder zijn oeverwalachtige afzettingen aangetroffen met wederom een vegetatiehorizont in de top. Deze laatste laag is gerelateerd aan de Winssen-stroomgordel.
Historische achtergronden Ewijk wordt als eerst genoemd aan het eind van de 9e eeuw als Euuic Silec. Hierna wordt het dorp Auici l. Auuic genoemd in 949 en Ewic in 1196 (Hagens 2010). De historische kern van Ewijk bevindt zich een kleine kilometer naar het noordoosten. Hier bevond zich ook de oorspronkelijk 12e -eeuwse dorpskerk, momenteel is hier nog de Oude Toren van over. Direct ten noordoosten van het plangebied is historische bebouwing aanwezig. Uit het Programma van Eisen en kaartmateriaal van 1815-2015 (www.topotijdreis.nl) blijkt dat er geen bebouwing aanwezig is geweest in het plangebied
Huidig gebruik en bodemverstoringen Voor zover bekend hebben geen verstoringen in het plangebied plaatsgevonden. Tegenwoordig is het plangebied in gebruik als tuin. Grotendeels is de tuin een gazon, er zijn enkele bomen op aanwezig.
Archeologische verwachting Het plangebied heeft een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Neolithicum Nieuwe Tijd. De verwachting is gericht op archeologische lagen, vondststrooiingen en grondsporen, met een gemiddelde spoordichtheid. Uit de periode Neolithicum - Late Middeleeuwen moet rekening worden gehouden met sporen van landgebruik en nederzettingsterreinen, die voor een belangrijk deel uit grondsporen bestaan. Deze kunnen, zeker voor wat betreft de Late Bronstijd tot en met Middeleeuwen, vondstarm zijn. Nederzettingsterreinen kunnen zich onder andere kenmerken door erfstructuren, bestaande uit huisplattegronden, bijgebouwen (zoals spiekers), erfgreppels, omheiningen (staken- en palenrijen), waterputten en kuilen. Uit de periode Bronstijd - Vroege Middeleeuwen kunnen bovendien er grafvelden in de vorm van urnenvelden en inhumatiegraven worden verwacht. Uit de Nieuwe Tijd worden sporen van landgebruik verwacht, zoals greppels en verkavelingsstructuren.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES
9
3.
Aard, doel en onderzoeksvragen
Het doel van dit onderzoek is het toetsen en aanvullen van de archeologische verwachting door het opsporen en het waarderen van eventueel aanwezige archeologische resten. Het onderzoek moet, voor zover mogelijk, inzicht geven in de aard, datering, omvang, gaafheid, conservering en begrenzing van de mogelijk aanwezige archeologische resten. Op basis van de onderzoekresultaten kan de bevoegde overheid van de gemeente Beuningen een uitspraak doen over de omgang met eventueel aanwezige archeologische resten in het plangebied (behoud in situ, opgraven, vrijgave). In het Programma van Eisen (PvE, Scheeringa, 2021) is hiertoe een hoofdvraagstelling opgenomen met enkele onderzoekvragen. De hoofdvraagstelling uit het Programma van Eisen luidt: Is er in het plangebied sprake van (een)
archeologische vindplaats(en), zijn deze behoudenswaardig, en onder welke voorwaarden is behoud mogelijk? Deze vraag wordt aan de hand van de volgende onderzoekvragen beantwoord in hoofdstuk 6 van het huidig rapport:
1. Zijn er in het plangebied archeologische resten aanwezig in de vorm van grondsporen, en/of vondsten? 2. Hoe ziet de bodemopbouw in het plangebied eruit en in hoeverre is deze intact? 3. Wat is de aard, diepteligging, samenhang en spreiding van de aanwezige archeologische resten, grondsporen en structuren (horizontaal en verticaal)? 4. Wat is de datering van de archeologische resten op basis van (chrono-)stratigrafie en typochronologie? En in hoeverre is er sprake van (dis-)continuïteit in gebruik/bewoning? 5. Welke categorieën vondstmateriaal zijn aanwezig en in welke mate (ook in relatie tot elkaar)? Wat zegt de aard en mate van voorkomen van het vondstmateriaal over het gebruik van het plangebied in het verleden? 6. Welke depositionele en post-depositionele processen zijn te onderscheiden en in hoeverre hebben deze invloed gehad op de bewoningsgeschiedenis en vondstcontexten? 7. Hoe verhouden de onderzoeksresultaten zich tot de resultaten uit het vooronderzoek? 8. Wat is de relatie met omliggende historische/archeologische resten? 9. Wat is de fysieke en inhoudelijke kwaliteit van de aangetroffen archeologische resten (gaafheid en conserveringsgraad)? Is sprake van (een) behoudenswaardige archeologische vindplaats(en)? (Maak voor het beantwoorden van deze vraag gebruik van de KNA-waarderingssystematiek). 10.
Kan op basis van de resultaten een advies geformuleerd worden t.a.v. het vervolg in de archeologische monumentenzorg (vrijgeven/behoud in situ/opgraven). Zo ja, hoe luidt deze? 11. Zijn er vanuit de toestand van de archeologische resten, bodemcondities en toekomstig gebruik mogelijkheden voor behoud in situ? 12. Bij afwezigheid van een vindplaats; wat is hier de verklaring voor (verstoord, ander landschap dan verwacht, e.d.)?
transect
10
4.
Onderzoeksmethodiek
Het proefsleuvenonderzoek is uitgevoerd onder leiding van André Kerkhoven (Senior KNA archeoloog) door Matthijs Sonneveld (KNA archeoloog) en Tessa Bakker (archeoloog MSc). Conform het PvE zijn twee werkputten aangelegd van 10 bij 4 meter (circa 80 m2). De locatie van de werkputten is weergegeven in bijlage 2. Werkput 1 is 90 graden gedraaid ten opzichte van het originele puttenplan en werkput 2. Werkput 1 is gedraaid, aangezien hierdoor de locatie van de werkput werd gehinderd door de aanwezige vegetatie. Deze aanpassing leidt niet tot hevige veranderingen ten aanzien van de dekkingsgraad en/of spreiding van het puttenplan en heeft hierdoor geen invloed op de resultaten. Tijdens het veldonderzoek is verder niet afgeweken van de vastgestelde methodiek uit het PvE. De werkputten zijn gegraven met een graafmachine voorzien van een 'gladde' en gesloten bak. Vlakken en de stort zijn afgezocht met een metaaldetector op metaalvondsten. De vlakken, profielen en sporen zijn gedocumenteerd door middel van foto's en tekeningen. Er zijn tijdens het onderzoek twee sporen gevonden, één greppel en één paalkuil. De greppel is in een profiel gedocumenteerd en de paalkuil is gecoupeerd. Bij het veldonderzoek zijn geen grondmonsters genomen. Er zijn in beide putten drie vlakken aangelegd. Het eerste vlak is aangelegd op de schone oeverafzetting op circa 62-83 cm -Mv (6,91-6,71 m +NAP).
Het tweede vlak is aangelegd onder de laklaag of oeverafzetting op circa 99-118 cm- Mv (6,29-6,15 m +NAP). Het derde vlak is aangelegd op de mogelijk tweede oeverafzetting op circa 163-197 cm -Mv (5,91-5,66 m +NAP). Hierna is een kijkgat gemaakt van 1 bak breed om te controleren of er nog archeologisch relevante niveaus onder het derde vlak aanwezig waren, dit was niet het geval.
JįĻX f
-- tļ-r .įţS' v? ‘j l
‘
r-- '.ŗ*
V
*wmwf Figuur 2. Werkput 1, Foto genomen in oostelijke richting
transect
11
5.
Resultaten veldonderzoek
Bodemopbouw2 De bodemopbouw in beide werkputten is redelijk gelijk (figuur 3, 4). De bovenste laag is de bouwvoor deze is circa 30-60 cm dik en bevind zich tot 35 - 60 cm onder het maaiveld (7-7,35 m + NAP). Hieronder is een oeverafzetting aanwezig (S.2000). Deze laag is uiterst siltig klei en grijsbruin van kleur. De laag is circa 28-38 cm dik. De bovengrens bevindt zich op circa 36-68 cm -Mv (7,02-7,34 m + NAP) en de ondergrens op 74-96 cm -Mv (6,74-6,96 m + NAP). In profiel 1.1 en 1.2 is spoor 2100 aanwezig. Deze laag bestaat uit bruingrijs, sterk siltig, klei. Dit is een komafzetting. De laag is 10-12 cm dik, de bovengrens ligt op 68 cm- Mv (6,82-6,92 m + NAP) en de ondergrens op 78-80 cm -Mv (6,7-6,86 m +NAP). Hieronder is een licht grijsbruine komafzetting aanwezig (S.2200), deze laag bestaat uit matig siltig klei. De laag is circa 6-16 cm dik, de bovengrens bevindt zich op circa 96-98 cm -Mv (6,74-6,82 m + NAP) en de ondergrens op circa 102-114 cm -Mv (6,68-6,66 m + NAP). Daaronder bevindt zich een lichtgrijze overgangslaag waarin ook enkele fragmenten grind in aangetroffen zijn (S.3000). Mogelijk zijn deze fragmenten grind verspoeld. Deze laag is circa 6-12 cm dik. De bovengrens ligt op circa 90 cm- Mv (6,70-6,76 m+ NAP) en de ondergrens op 96-102 cm-Mv (circa 6,64 m +NAP). Daaronder is een laklaag van 18-24 cm dik aangetroffen (S.4000).
De bovenkant van de laklaag is op 96-128 cm -Mv (6,54-6,58 m +NAP) en de onderkant op 110-120 cm-Mv (6,40-6,30 m +NAP). Deze laag is donkergrijs en humeus. Gezien de donkere kleur van de laklaag zal deze onder natte omstandigheden afgezet zijn. Hieronder zijn oeverafzettingen aanwezig. Onder de laklaag is in profiel 1.1, 1.2 en 2.1 een laag aanwezig die grote hoeveelheden kalkconcreties heeft (S. 5000). Deze laag is circa 18-44 cm dik, de bovengrens is op 120-149 cm -Mv (6,30-6,40 m +NAP), de ondergrens op ongeveer 140-189 cm -Mv (6,22-5,96 m + NAP). Deze laag bestaat uit sterk siltig klei met een zandige bijmenging. Hieronder bevinden zich lagen met meer ijzer en mangaan (S.5100, 5500, 5600). De lagen zijn circa 10-30 cm dik en bevinden zich ongeveer tussen de 190-210 cm - Mv (640-600 m +NAP) en gaan door tot het einde van de profielen. Deze lagen zijn gelaagd en worden naar onderen toe meer gelaagd met dunne zandlagen. Mogelijk is het onderste deel hiervan een geulvulling.
2
Voor een uitvoerige (lithologische) beschrijving van iedere afzonderlijke laag, wordt verwezen naar bijlage 5.
transect
12
;,ù ' äŕiÄS
ř-'íZ
S.2000
S.2100 S.2200
g»SWf-
S.3000 S.4000
■ŕv
~
.
iê.
«
-
'rf
f
-w
\}-4
*«
hu S.5500
__ H
rįĽ "
'ù/
I_____
Figuur 3. Profiel 1.1 in put 1.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK F ADVIES
13
v:'y^ï
mr:'ïkĩrí'. * Sr ^íi
Mw
t '
S.:
S.2000 V.2
S.2200 S.3000 S.4000 4946577100
ľ* :;ŕ
Wį&PMĄ
' «1
S.5000 V.2
í‘; įĮt ^
S;5100
S.5500
i»*
-C___
\
S.5600
V .C».
Figuur 4. Profiel 2.1 in put 2.
Sporen en structuren In totaal zijn in het plangebied twee archeologische grondsporen aangetroffen, één greppel en één paalkuil. Beide sporen zijn aangetroffen in werkput 2. De greppel is gedocumenteerd in het profiel (figuur 4). De greppel bevindt zicht onder spoor 2000. Laag 1000 is afkomstig uit de Nieuwe Tijd. Hieruit blijkt dat de greppel qua datering waarschijnlijk in de Nieuwe Tijd geplaatst kan worden. De paalkuil (figuur 5) is onder de laklaag aangetroffen. Gezien de uiterlijke kenmerken van dit spoor, is het waarschijnlijk prehistorisch.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK F ADVIES
14
Ŵ*W" SIml* . «Ipps&sf ;ŵV ļğjk- %* ■^l*
;«Eg? ‘ür^'ĩį 0Ŵ
'V .
^ '4
Figuur 5. Spoor 2.
Vondstmateriaal In totaal zijn er 14 vondsten aangetroffen. Deze vondsten bestonden uit fragmenten keramiek, grind, glas en dierlijk botmateriaal. Het fragment keramiek met vondstnummer 1 komt uit spoor 1000. Dit is witbakkend aardewerk uit de Nieuwe Tijd. Het fragment handgevormd aardewerk met vondstnummer 3 komt uit spoor 4000. Dit fragment kon, door het ontbreken van diagnostische kenmerken, niet gedateerd worden. Er is één scherf glas aangetroffen, een paar fragmenten bot en grind. Het is opvallend dat de fragmenten grind zijn gevonden in de lichtgrijze overgangslaag naar de laklaag. Grind komt van nature niet voor in dit materiaal, mogelijk is het verspoeld.
'
.
*
Figuur 6. Keramiek met vondstnummer 1.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK F ADVIES
15
Figuur 7. Aardewerk met vondstnummer 3.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK F ADVIES
16
6.
Beantwoording van de onderzoeksvragen
1. Zijn er in het plangebied archeologische resten aanwezig in de vorm van grondsporen, en/of vondsten? Er zijn in het plangebied twee grondsporen aangetroffen, één greppel die vermoedelijk uit de Nieuwe Tijd dateert en één paalkuil die waarschijnlijk prehistorisch is. Er is glas, botmateriaal en keramiek aangetroffen. Eén scherf keramiek uit de Nieuwe Tijd is aangetroffen in spoor 1000. Het is niet mogelijk geweest het fragment handgevormd aardewerk uit spoor 4000 te dateren.
2. Hoe ziet de bodemopbouw in het plangebied eruit en in hoeverre is deze intact? De bodemopbouw in het plangebied is intact. De bovenste laag is de bouwvoor. Hieronder is een oeverafzettingen aanwezig. Hieronder zijn komafzettingen aangetroffen. Daaronder bevindt zich een lichtgrijze overgangslaag naar de laklaag, die daaronder ligt. Hieronder zijn oeverafzettingen aanwezig. Naar onderen wordt dit gelaagd, mogelijk is het onderste deel een geulafzetting.
3. Wat is de aard, diepteligging, samenhang en spreiding van de aanwezige archeologische resten, grondsporen en structuren (horizontaal en verticaal)? De grondsporen bevinden zich in werkput 2, deze zijn waarschijnlijk uit de Nieuwe Tijd (greppel) en prehistorie (paalkuil). Eén scherf aardewerk is afkomstig uit de Nieuwe Tijd.
4. Wat is de datering van de archeologische resten op basis van (chrono-)stratigrafie en typochronologie? En in hoeverre is er sprake van (dis-)continuïteit in gebruik/bewoning? Gezien het lage aantal vondsten en sporen, is het waarschijnlijk dat het plangebied niet in gebruik is geweest en er geen bewoning op heeft plaatsgevonden. Mogelijk bevindt zich in de buurt van het plangebied een vindplaats. Aangezien de twee sporen in werkput 2 gevonden zijn, bevindt een vindplaats zich mogelijk ten noorden van werkput 2. Het is mogelijk dat de gevonden sporen de rand van een vindplaats zijn.
5. Welke categorieën vondstmateriaal zijn aanwezig en in welke mate (ook in relatie tot elkaar)? Wat zegt de aard en mate van voorkomen van het vondstmateriaal over het gebruik van het plangebied in het verleden? Er is keramiek, bot en grind aangetroffen in het plangebied. Het lage aantal vondsten doet vermoeden dat het plangebied niet in gebruik is geweest.
6. Welke depositionele en post-depositionele processen zijn te onderscheiden en in hoeverre hebben deze invloed gehad op de bewoningsgeschiedenis en vondstcontexten? N.v.t.
7. Hoe verhouden de onderzoeksresultaten zich tot de resultaten uit het vooronderzoek? Uit het vooronderzoek bleek dat er oeverafzettingen en komafzettingen in het gebied verwacht werden. Er was een hoge verwachting op archeologische resten uit de periode Neolithicum - Nieuwe Tijd. De verwachte oeverafzettingen en komafzettingen zijn deels teruggevonden tijdens het onderzoek. Zoals verwacht werd tijdens het vooronderzoek, zijn er inderdaad prehistorische resten en sporen en vondsten uit de Nieuwe Tijd aangetroffen. Het aantal vondsten en sporen was echter relatief laag. 8. Wat is de relatie met omliggende historische/archeologische resten?
transect
17
Er is historische bebouwing in de omgeving aanwezig. Gezien het lage aantal archeologische resten dat is aangetroffen tijdens het onderzoek, is de verwachting dat er geen vindplaats aanwezig is in het plangebied, maar dat deze zich mogelijk in de omgeving bevindt.
9. Wat is de fysieke en inhoudelijke kwaliteit van de aangetroffen archeologische resten (gaafheid en conserveringsgraad)? Is sprake van (een) behoudenswaardige archeologische vindplaats(en)? (Maak voor het beantwoorden van deze vraag gebruik van de KNA-waarderingssystematiek). Zowel de fysieke als de inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats is laag met drie punten. Gezien het lage aantal archeologische resten is de score voor gaafheid laag. Door de lage fragmentatiegraad en de aanwezigheid van enkele diagnostische kenmerken is de conservering van de artefacten en dierlijk botmateriaal middelhoog. De inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats is ook laag. Er is slechts een klein aantal archeologische resten aangetroffen en deze resten zijn niet zeldzaam, hebben weinig informatiewaarde en hebben ook een lage ensemblewaarde. Op basis van de KNAwaardestellingssystematiek is vastgesteld dat er geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats in de onderzochte delen van het plangebied.
10. Kan op basis van de resultaten een advies geformuleerd worden t.a.v. het vervolg in de archeologische monumentenzorg (vrijgeven/behoud in situ/opgraven). Zo ja, hoe luidt deze? Doordat er geen behoudenswaardige vindplaats in het plangebied aanwezig is, luidt het advies om het plangebied vrij te geven voor de nieuwbouw.
11. Zijn er vanuit de toestand van de archeologische resten, bodemcondities en toekomstig gebruik mogelijkheden voor behoud in situ? Doordat er waarschijnlijk geen sprake was van bewoning en landgebruik in het onderzochte deel van het plangebied, is behoud in situ niet noodzakelijk.
12. Bij afwezigheid van een vindplaats; wat is hier de verklaring voor (verstoord, ander landschap dan verwacht, e.d.)? Doordat de bodenopbouw intact was, is het lage aantal archeologische resten niet te verklaren door verstoringen. Het is waarschijnlijk dat bewoning en landgebruik niet in het onderzochte deel van het plangebied plaatsgevonden hebben. Doordat er enkele vondsten en sporen aangetroffen zijn in het plangebied, is het duidelijk dat er sprake van menselijke activiteit in de omgeving was. Het is hierdoor mogelijk dat er een archeologische vindplaats in de omgeving van het plangebied aanwezig is.
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES
18
7.
Waardestelling
Archeologische vindplaatsen worden gewaardeerd conform de BRL4000 | KNA-protocol 4003, specificatie VS06 Waarderen en bijlage IV van de KNA 4.1. Vindplaatsen worden gewaardeerd op drie waarden (beleving, fysieke kwaliteit en inhoudelijke kwaliteit) en daarbinnen op waarderingscriteria (tabel 2). Op ieder van de in totaal acht waarderingscriteria kan minimaal 1 en maximaal 3 worden gescoord. Bij de waardering wordt eerst nagegaan of vindplaatsen vanwege hun belevingswaarde, op basis van hun schoonheid of herinneringswaarde, als behoudenswaardig aangemerkt kunnen worden (figuur 8). De vindplaatsen worden vervolgens op hun fysieke kwaliteit beoordeeld. Een vindplaats is in principe behoudenswaardig, indien de criteria gaafheid en conservering samen bovengemiddeld (vijf of zes punten) scoren. De beoordeling van de fysieke kwaliteit is gerelateerd aan de archeoregio waarin de vindplaats zich bevindt. Bij een middelmatige tot lage score (vier punten of minder), wordt naar de inhoudelijke kwaliteitscriteria gekeken om te bepalen of een vindplaats toch behoudenswaardig is. Indien te verwachten is dat op een van de inhoudelijke criteria 'hoog' wordt gescoord, wordt de vindplaats ook in principe behoudenswaardig geacht.
Dit 'vangnet' heeft tot doel er voor te zorgen dat terreinen die van beperkte fysieke kwaliteit zijn, maar desondanks inhoudelijk van groot belang, uit de beoordeling vallen. Vindplaatsen die op grond van hun fysieke kwaliteit als in principe behoudenswaardig zijn aangemerkt, worden vervolgens gewaardeerd op hun inhoudelijke kwaliteit. ^
Eerst vindt een afweging plaats op de eerste drie inhoudelijke kwaliteitscriteria; zeldzaamheid, informatiewaarde en ensemblewaarde. Bij een bovengemiddelde score van zeven punten of meer wordt het monument als behoudenswaardig aangemerkt.
^
Na deze weging wordt bij vindplaatsen met een lagere inhoudelijke waardering (minder dan zeven punten) nagegaan of het criterium representativiteit van toepassing is. Zo ja, dan wordt een voorstel gedaan voor een als behoudenswaardig aan te merken steekproef per categorie.
^
De overige vindplaatsen zijn niet behoudenswaardig.
Beleving Fysieke kwaliteit
bovengemiddelde
Behoudens waardig
Voorstel tot selectie
Representativiteit
Niet behoudens waardig
Figuur 8. De waarderingssystematiek op basis van de BRL4000/KNA 4.1.
transect
19
Waardestelling In het plangebied is een greppel uit waarschijnlijk de Nieuwe Tijd en een paalkuil uit waarschijnlijk de prehistorie aangetroffen. Verder zijn er enkele vondsten gevonden in het plangebied. Deze vondsten zijn glas, bot en keramiek. In tabel 1 zijn de scores van de waardestelling terug te vinden. Bij hoge scores (vijf of zes punten voor de fysieke kwaliteit en/of zeven punten of meer voor de inhoudelijke kwaliteit) wordt een vindplaats als behoudenswaardig beschouwd.
Beleving Voor wat betreft beleving kan de vindplaats niet gescoord worden, omdat deze niet bovengronds zichtbaar is of kan worden.
Fysieke kwaliteit De vindplaats scoort voor de fysieke kwaliteit drie punten. De vindplaats scoort laag op gaafheid. Er is een intacte bodemopbouw aanwezig, maar de score is laag doordat het aantal sporen en vondsten in het plangebied laag zijn. De conservering is middelhoog. De aangetroffen artefacten en dierlijk botmateriaal zijn redelijk goed geconserveerd gebleven; de fragmentatiegraad is laag en sommige diagnostische kenmerken zijn nog aanwezig.
Inhoudelijke kwaliteit De inhoudelijke kwaliteit van de vindplaats is laag met drie punten. De zeldzaamheid is laag doordat er maar twee sporen en enkele vondsten aangetroffen zijn en deze resten tijdens archeologisch onderzoek relatief vaak aangetroffen worden. Doordat er weinig archeologische resten in het plangebied aanwezig zijn, is de informatiewaarde ook laag. Door het lage aantal archeologische resten, heeft het plangebied ook een lage ensemblewaarde.
Op basis van de KNA-waardestellingssystematiek is vastgesteld dat er geen sprake is van een behoudenswaardige vindplaats in het onderzochte deel van het plangebied.
Tabel 1. Waardestelling._____________________________________________________________________ Waarden
Criteria
Beleving
Schoonheid Herinneringswaarde Gaafheid Conservering
Fysieke kwaliteit
Inhoudelijke kwaliteit
Zeldzaamheid Informatiewaarde Ensemblewaarde Represen ta tiviteit
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES
Score - hoog
Score - middelhoog
Score - laag
n.v.t. n.v.t. 1 2
1 1 1 nee
20
8.
Conclusie en advies
Conclusie In het plangebied zijn twee proefsleuven aangelegd met een gezamenlijke oppervlakte van ongeveer 80 m2, ofwel circa 13,4% van het plangebied. In de proefsleuven zijn twee sporen aangetroffen, één greppel die waarschijnlijk afkomstig is uit de Nieuwe Tijd en één paalkuil vermoedelijk uit de prehistorie. Er zijn enkele vondsten aangetroffen, namelijk fragmenten glas, keramiek en dierlijk botmateriaal. Eén scherf is witbakkend aardewerk uit de Nieuwe Tijd en van een andere scherf kon de datering niet bepaald worden. Uit het vooronderzoek bleek dat het plangebied in een gebied ligt met oever- en komafzettingen. Deze afzettingen zijn tijdens het onderzoek deels aangetroffen. Op basis van het zeer geringe aantal archeologische resten in het plangebied en de KNAwaardestellingssystematiek is er geen sprake van een behoudenswaardige archeologische vindplaats. Het paalspoor en de greppel bevinden zich beide in werkput 2. Mogelijk is dit de rand van een vindplaats die zich ten noordoosten van het plangebied bevindt.
Advies Het selectieadvies omvat de volgende mogelijkheden: (1) het vrijgeven van het plangebied; (2) het behoud in situ van vindplaatsen (fysiek beschermen); of (3) het behoud ex situ van vindplaatsen (definitief opgraven). Het selectieadvies wordt voorgelegd aan de bevoegde overheid, die uiteindelijk een selectiebesluit moet nemen. In het onderzoeksgebied bestaat het voornemen een woning met oprit en groenvoorzieningen te realiseren. Het archeologisch proefsleuvenonderzoek heeft uitgewezen dat in de onderzochte terreindelen binnen het plangebied geen sprake is van een behoudenswaardige archeologische vindplaats. Op basis hiervan adviseert Transect b.v. het plangebied archeologisch vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling van de woning met groenvoorzieningen en oprit. Bovenstaande vormt een advies. Op basis van het advies is het aan de bevoegde overheid van de gemeente Beuningen een selectieadvies uit te brengen voor eventueel aanvullend onderzoek in het plangebied en de wijze waarop dit al dan niet dient plaats te vinden. Onderhavig onderzoek betrof een steekproef. Ongeacht het besluit dat de bevoegde overheid neemt attenderen wij daarom op de wettelijke verplichting om wanneer bij grondroerende werkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, deze te melden (conform Erfgoedwet artikel 5.10).
Dit kan via de gemeente Beuningen of via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).
transect
21
9.
Geraadpleegde bronnen
Archeologische kaarten en databestanden ^
Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. www.ahn.nl www.pdok.n www.ruimtelijkeplannen.nl www.opentopo.nl www.topotijdreis.nl www.bagviewer.kadaster.nl www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.zoeken.cultureelerfgoed.nl www.arcgis.com www.kadaster.nl
Literatuur ^
SIKB, 2018. Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1).
^
Bakker, H. de, 1966. De subgroepen van het systeem van bodemclassificatie voor Nederland. Boor en spade 15, 25-40.
^
Benerink, G.M.H., 2019: Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van grondboringen. 'Plangebied Vordingstraat 28', Ewijk, Gemeente Beuningen. Heinenoord (SOB Research Project nr.:2690-1908).
^
Broeke, E.M., ten, 2018: Archeologisch bureauonderzoek en gecombineerd verkennend en karterend booronderzoek. Vordingstraat 36 te Ewijk in de gemeente Beuningen. Doetinchem (Econsultancy Archeologisch Rapport nummer 15104262).
^
Hagens, D. 2010. Bureauonderzoek en karterend booronderzoek, Veluwstraat 16 te Ewijk. Doetinchem (Synthegra Rapport S100010)
^
Scheeringa, D. 2021. Programma van Eisen. Hulsel Ewijk, Vordingstraat tussen 39 en 39c,
Gemeente Beuningen (GD). Een inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven, karterende en waarderende fase. Nieuwegein: Transect-PvE ^
Schutte, I.A./G.H. de Boer/J.A.M. Roymans, 1999: Bouwproject Geldermalsen-Midden,
Plangebied Ewijk, gemeente Beuningen; een archeologische kartering en waardering. Amsterdam (RAAP Rapport 371).
^
Stouthamer, E., K.M. Cohen en W.Z. Hoek, 2015. De vorming van het Land. Utrecht.
transect
22
Bijlage 1. Periode
Archeologische periode-indeling voor Nederland DeelVsubperiode
Van
Tot
1945 na Chr.
2050 na Chr.
Late-Nieuwe Tijd
1850 na Chr.
1945 na Chr.
Midden-Nieuwe Tijd
1650 na Chr.
1850 na Chr.
Vroege-Nieuwe Tijd
1500 na Chr.
1650 na Chr.
Recent
Nieuwe Tijd
Middeleeuwen
Romeinse Tijd
IJzertijd
Bronstijd
Neolithicum
Mesolithicum
Paleolithicum
Late-Middeleeuwen B
1250 na Chr.
1500 na Chr.
Late-Middeleeuwen A
1050 na Chr.
1250 na Chr.
Vroege-Middeleeuwen D
900 na Chr.
1050 na Chr.
Vroege-Middeleeuwen C
725 na Chr.
900 na Chr.
Vroege-Middeleeuwen B
525 na Chr.
725 na Chr.
Vroege-Middeleeuwen A
450 na Chr.
525 na Chr.
Laat-Romeinse tijd B
350 na Chr.
450 na Chr.
Laat-Romeinse tijd A
270 na Chr.
350 na Chr.
Midden-Romeinse tijd B
150 na Chr.
270 na Chr.
Midden-Romeinse tijd A
70 na Chr.
150 na Chr.
Vroeg-Romeinse tijd B
25 na Chr.
70 na Chr.
Vroeg-Romeinse tijd A
12 voor Chr.
25 na Chr.
Late-IJzertijd
250 voor Chr.
12 voor Chr.
Midden-IJzertijd
500 voor Chr.
250 voor Chr.
Vroege-IJzertijd
800 voor Chr.
500 voor Chr.
Late-Bronstijd
1100 voor Chr.
800 voor Chr.
Midden-Bronstijd B
1500 voor Chr.
1100 voor Chr.
Midden-Bronstijd A
1800 voor Chr.
1500 voor Chr.
Vroege-Bronstijd
2000 voor Chr.
1800 voor Chr.
Laat-Neolithicum B
2450 voor Chr.
2000 voor Chr.
Laat-Neolithicum A
2850 voor Chr.
2450 voor Chr.
Midden-Neolithicum B
3400 voor Chr.
2850 voor Chr.
Midden-Neolithicum A
4200 voor Chr.
3400 voor Chr.
Vroeg-Neolithicum B
4900 voor Chr.
4200 voor Chr.
Vroeg-Neolithicum A
5300 voor Chr.
4900 voor Chr.
Laat-Mesolithicum
6450 voor Chr.
4900 voor Chr.
Midden-Mesolithicum
7100 voor Chr.
6450 voor Chr.
Vroeg-Mesolithicum
8800 voor Chr.
7100 voor Chr.
8.800 voor Chr.
Laat-Paleolithicum B
18.000 BP
Laat-Paleolithicum A
35.000 BP
18.000 BP
Midden-Paleolithicum
300.000 BP
35.000 BP
Vroeg-Paleolithicum
-
300.000 BP
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK ^ ADVIES
23
Bijlage 2.
Allesporenkaart
178810
178820
178830
178840
Allesporenkaart
Ewijk, Vordingstraat 39-39c
Legenda plangebied nieuwbouw werkput vlak 1/2 vlak 3 sporen greppel laag paalkuil
178810
178820
178830
178840
transect transect
24
Bijlage 3.
Vlaktekeningen I 7BE 1 i
Vlaktekening - Werkput 1
Ewijk, Vordmgstraat 39-39c
Legenda plangebied nieuwbouw werkput vlak 1/2
sporen greppel paalkuil coupehaken profielpin maaiveldhoogte (m NAP) pp.i.i
♦5.77
vlakhoogte (m NAP)
Ŷ2+6.91
f6.15
S.4000
+7-.33
178830
transect ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK * ADVIES
transect
25
178810
178820
Vlaktekening - Werkput 2
Um9]
Ewijk, Vordingstraat 39-39c
&JĨ551 Legenda
PP.2.2
plangebied
+6.71. ^5.90 +6.271 +5.91
nieuwbouw werkput
.+Ô.72
vlak 1/2
+5.7S 2+6.20 /6.73
PP. 2.1
vlak 3
"5.76
sporen greppel K6.85
laag
.+Ď.24
paalkuil
+5.S7
coupehaken profielpin maaiveldhoogte (m NAP) vlakhoogte (m NAP)
178810
178820
transect
transect
26
Bijlage 4.
Vondstenlijst
vondstnummer werkput vlak vak spoor vulling 1
1
1
2
1
2
3
1
2
4
2
1
5
2
6
2
transect
1
categorie verzamelwijze
aantal fragmenten
1000
1
KER
Machinale aanleg vlak
1
1
3000
1
STN
Machinale aanleg vlak
4
2
4000
1
KER
Machinale aanleg vlak
1
1
1
GLS
Machinale aanleg vlak
1
2
1
1
MIX
Machinale aanleg vlak
4
2
1
1
BOT
Machinale aanleg vlak
3
2000
27
Bijlage 5.
Sporen- en lagenlijst
Werkput Spoor
Spooraard
01
1000
01
2000
Spoordiepte
Vulling
Kleur
Kleurstruc
Textuur
BV
1
BRGR
homogeen
KZ3
LG
1
GRBR
homogeen
KS4
O^stof
Vullingaard
Opmerkingen Mst+RP Oeverafzetting, mst+fm! Kom/oeverafzetting.
01
2100
LG
1
BRGR
homogeen
KS3
mst+^2 Komafzetting, mst,
01
2200
LG
1
LGRBR
homogeen
KS2
fm1
01
3000
LG
1
LGR
homogeen
KS2
msl + kalkbrokjes
01
4000
LG
1
DGR
homogeen
KS2
Laklaag, mst + fe1
01
5000
LG
1
LBRGR
homogeen
KS3
bijmenging
01
5100
LG
1
DBRGR
homogeen
KS2
msl + mn3
01
5500
LG
1
LGROR
heterogeen
KS2
msl + zl1 + fe2
mst + fe1 + zandige
msl+z^+blauwe 01
5600
LG
1
LORGR
homogeen
KS2
kleivlekken
02
1
GR
1
GRBR
homogeen
KS4
mst+rp
02
2
PK
1
GRBR
homogeen
KS3
mst.
transect
28