CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

03 bijlage 3 MGR Jaarstukken 2020.pdf

Commissie Samenleving 21 juni 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze jaarstukken 2020 en begroting 2022 MGR32.490 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Maatschappelijke risico’s Klant- en marktrisico's Onderdeel SW Hierbij gaat het voornamelijk om de volgende risicofactoren: - Lagere uurtarieven gedetacheerde SW-medewerkers; - Minder productieve uren gedetacheerde SW-medewerkers en/of lagere stijging toege­ voegde waarde in beschut werk; - Onvoldoende detacheringsmogelijkheden in de markt. ICT Dit betreft met name het risico van uitval of het hacken van ICT voorzieningen. De MGR antici­ peert op dit risico door het uitvoeren van testen. Ondanks de testen blijft de mogelijkheid van uitval bestaan.

Middelen, organisatie, medewerkers en efficiency Vennootschapsbelasting (VPB) In 2017 heeft de Belastingdienst geconcludeerd dat de MGR onder voorwaarden niet VPB plichtig is. De afspraken die daarover met de Belasting­ dienst zijn gemaakt hebben wij voor 2020 strikt toegepast. Wijziging in activiteiten vanuit de MGR

of inzichten vanuit de Belastingdienst kunnen dit standpunt wijzigen. Belasting Toegevoegde Waarde (BTW) Op 10 juli 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan inzake re-integratiediensten. Dit heeft ertoe geleid dat met terugwerkende kracht tot 1 januari 2018 alle BTW op re-integratiediensten compensabel is. Dit houdt in dat de deelnemende gemeenten zo'n ff 360.000 aanvullend kunnen declareren binnen het BTW compensatiefonds. Op 15 september 2020 hebben wij onze Belas­ tinginspecteur hierover een brief gesteurd. Op dit moment lopen de gesprekken om tot een integrale afspraak te komen. Juridische risico's Op juridisch gebied loopt de MGR op het moment geen risico's. Informatiebeveiliging en Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Informatiebeveiliging vormt een belangrijk onder­ werp binnen de MGR Rijk van Nijmegen. Met name aan de borging van de privacy van betrokkenen wordt veel aandacht besteed. De noodzakelijke maatregelen zijn getroffen om tijdig te kunnen voldoen aan wet- en regelgeving op het gebied van informatiebeveiliging. Het grootste risico is

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

25

dat bijzondere persoonsgegevens uitlekken. Ook het uitlekken van bedrijfsinformatie valt onder deze risico's. Ondanks de getroffen maatregelen kunnen zich dergelijke incidenten voordoen. De impact van een dergelijk incident is niet vooraf in te schatten. De maximale geldboete kan oplopen tot ruim C 800.000 en er kan sprake zijn van veel negatieve publiciteit.

Bedragen in 6 1.000

Verwachtings­ waarde

Capaciteit MGR

Wet en regelgeving en politiek bestuurlijke risico’s Landelijke- of regionale ontwikkelingen in wet- en regelgeving en /of beleid

350

140

Niet naleven van wet- en regelgeving of subsidievoorwaarden

1.525

620

Subtotaal

1.875

760

105

36

Maatschappelijke risico’s

Toelichting van een schema van de risico-inventarisatie van 2020 De verwachtingswaarde is het ingeschatte, te betalen schadebedrag als het risico zich daad­ werkelijk voordoet. De Capaciteit MGR betreft de weerstandscapaciteit waarmee de MGR rekening moet houden. Aangezien de MGR geen weerstandsvermogen opbouwt, betekent dit dat de deelnemende gemeenten rekening dienen te houden met dit risico bij het bepalen van hun weerstandscapaciteit. In bijlage 4 is de verdeling per gemeente te vinden.

Claims Imagoschade

PM

PM

Veranderende eisen vanuit de deelnemende gemeenten

500

300

1.020

468

ICT

500

100

BIG - privacy

300

60

2.425

964

Ziekteverzuim & Arbo

350

140

Leeftijd personeel

200

40

Personele frictie

850

510

Integriteit, fraude, diefstal

175

50

Verzekeringen

350

70

Bevoegdheden en verantwoordelijkheden

PM

PM

Klant- en marktrisico's (voormalig) SW bedrijf

Subtotaal

Middelen, organisatie, medewerkers en efficiency

Financiële terugloop van SW middelen

PM

PM

Automatisering

250

150

Subtotaal

2.175

960

Risico-inventarisatie MGR

6.475

2.684

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

26

Kengetallen De netto schuldquote wordt ais volgt berekend: de som van de onderhandse leningen, overige vaste schuld, kortlopende schuld en overlopende pas­ siva minus kortlopende (debiteuren) vorderingen en uitzettingen, liquide middelen en overlopende activa wordt gedeeld door de totale inkomsten (voor bestemming reserves). De netto schuldquote blijft relatief stabiel aangezien er enkel is afgelost op bestaande leningen en geen nieuwe lening is afgesloten.

De solvabiliteit betreft de ratio van het totale eigen vermogen gedeeld door het totaal van de passiva. Een solvabiliteit van 200Z) is gebruikelijk. De MGR Rijk van Nijmegen heeft een solvabiliteit van 00Z). Dit komt doordat de MGR ‘het resultaat' per einde boekjaar naar ratio afrekent met de deelnemende gemeenten. Dit gebeurt omdat sprake is van een gemeenschappelijke regeling waarvoor de deel­ nemende gemeenten verantwoordelijk zijn. Het uitgangspunt is dat er beperkte vermogensvor­ ming binnen de MGR Rijk van Nijmegen bestaat. De deelnemende gemeenten houden in haar weerstandsvermogen rekening met de bij de MGR aanwezige risico's.

De liquiditeit betreft de vlottende activa gedeeld door de vlottende passiva. De liquiditeit bedraagt 1. Dit is een gebruikelijke ratio. Hiermee kan de MGR aan haar kortlopende verplichtingen voldoen.

Realisatie

Begroot 2020

2020

2019

Netto schuldquote

8,6/

8,8/

80/0

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

8,6/

8,8/

80/0

Solvabiliteitsratio

0,0/

0,0/

0,0/

Structurele exploitatieruimte

0,0/

0,0/

0,0/

1,0

1,0

1,0

Liquiditeit

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

27

Financiering Het doel van deze paragraaf is om te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico's. De treasuryfunctie ondersteunt de uitvoering van de programma's. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geld­ stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden. Treasurystatuut Op de MGR is de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) van toepassing. Het doel van deze wet is onder andere om op een verant­ woorde, verstandige en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de MGR met een statuut te regelen. In 2020 is het statuut herzien waarin waarin de regels over de algemene doelstellingen en de te hanteren richtlijnen en limieten en de administratieve organisatie van de financieringsfunctie zijn opgenomen.

Treasurybeheer Volgens artikel 13 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten dient de begrotingsparagraaf over de financiering in ieder geval de beleidsvoornemens voor het risicobe­ heer te bevatten. Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: - De MGR mag leningen of garanties uit hoofde van de publieke taak uitsluitend verstrekken aan door het algemeen bestuur goedgekeurde derde partijen. Hierbij wordt vooraf advies ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij; - De MGR kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie als deze uitzettingen ver­ trouwd zijn en niet gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het vertrouwde karakter van deze leningenuit­ zettingen wordt gewaarborgd met richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut; - Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. Er is in 2020 niet afgeweken van deze uitgangs­ punten.

Koersrisico's De MGR heeft geen leningen in buitenlandse valuta. Transacties in buitenlandse valuta komen niet of nauwelijks voor. Het koersrisico is dus nihil. De MGR heeft geen beleggingen en staatsobli­ gaties. De MGR is verplicht eventuele overtollige middelen bij de schatkist te stallen (schatkistbankieren) en gaat dus geen nieuwe beleggingen aan. Renterisicobeheer De kasgeldlimiet geeft het renterisico op korte termijn weer. Hieronder vallen alle kortlopende financieringen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. Het doel van dit limiet is om te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote schokken gaan optreden in de hoogte van de rente die de MGR moet betalen. Het niveau van de kasgeldlimiet is beperkt tot 8,20Z) van het totaal van de primitieve begroting. De wettelijk toegestane kasgeldlimiet van 8,20Z) is in 2020 niet overschreden. Ook het meerjarenperspectief is dat het niet structureel wordt overschreden.

Risicobeheer; de Kasgeldlimiet en Rente-risiconorm De belangrijkste financiële risico's bij de uitvoe­ ring van het treasurybeleid zijn koersrisico's, renterisico's en kredietrisico's.

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

28

Renterisiconorm De renterisico's op de vaste schuld worden inge­ kaderd door de renterisiconorm. Jaarlijks mogen de renterisico's door renteherziening en herfi­ nanciering niet hoger zijn dan 200Z) van het begrotingstotaal (leningen met een looptijd vanaf 1 jaar). In 2020 heeft een aflossing plaatsgevonden. Dit is weergegeven in de tabel. In de betreffende tabel is ook te zien dat de renterisiconorm ruimschoots wordt gehaald. Rentelasten, renteresultaat en wijze van toerekenen Over 2020 bedroegen de rentelasten ff 136.000. De rentelasten zijn naar rato van de gemiddelde boekwaarde toegerekend aan de investeringen. De rentelasten worden volledig toegerekend aan de taakvelden. Voor 2020 is er geen renteresultaat behaald.

2020 Bedragen in C 1.000

Q2

Q1

Q3

Q4

Begrotingstotaal (primitief)

94.402

94.402

94.402

94.402

Percentage

8,20ũZo

8,20ũ7o

8,20ũ7o

8,20ũ7o

Kasgeldlimiet

7.741

7.741

7.741

7.741

Omvang vlottende middelen

9.506

11.058

13.396

17.395

Bank-Giro

478

439

457

514

Tegoeden RC

9.028

10.619

12.939

16.881

Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

Omvang vlottende korte schuld

0

0

0

0

Opgenomen gelden korter dan 1 jaar

0

0

0

0

Totaal netto-vlottende schuld

9.506

11.058

13.396

17.395

Ruimte W

17.247

18.799

21.137

25.136

Bedragen in 0 1.000

2020

Begrotingstotaal (primitief)

94.402

Percentage renterisiconorm

20ũ7o

Toetsbedrag renterisiconorm

18.880

Aflossingen Ruimte

53 18.827

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

29

Schatkistbankieren Sinds de oprichting in 2015 is de MGR verplicht om haar overtollige middelen aan te houden bij het Rijk. Dit wordt schatkistbankieren genoemd. Hierdoor kan de MGR geen geiden meer beleggen en zijn we voor rentevergoedingen afhankelijk van de vergoedingen die het Rijk geeft. Deze waren in 2020 nagenoeg nihii.

Gewaarborgde geldleningen De MGR is geen gewaarborgde geidieningen aangegaan bij een externe partij.

Jaarvan afsluiten

Omvang

Verval­ datum

Rente

2015

1.200.000

02-01-2035

1,74^o

Jaalijks

2017

4.500.000

27-04-2037

1,73^0

Einde looptijd

2018

2.500.000

25-06-2038

1,705ũ7o

Einde looptijd

Aflossing

Overige geldleningen In 2020 heeft de MGR geen nieuwe ieningen aangetrokken. Hierboven de iopende geidieningen a

De 'overtollige middelen' zijn de geiden boven een drempeibedrag. Dat drempeibedrag wordt bepaald aan de hand van een percentage van het begrotingstotaai. In enig kwartaal mag dit drem­ pelbedrag aan eigen (gemiddeld) banksaldo niet worden overschreden. De MGR heeft het drem­ pelbedrag in 2020 niet overschreden. Dit is af te iezen uit de tabei ^

2020 Bedragen in 0 1.000

Q1

Q2

Q3

Q4

Begrotingstotaai Normpercentage

94.402

94.402

94.402

94.402

0,75ũZo

0,75ũ7o

0,75ũ7o

0,75ũ7o

Drempelbedrag

708

708

708

708

Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden middelen

478

439

457

514

Ruimte onder drempelbedrag

230

269

251

194

Overschrijding drempelbedrag

0

0

0

0

Financieringsbehoefte Met het verwachte investeringsvoiume voor de komende jaren is de huidige financiering afdoende. Er bestaat voor de komende jaren geen behoefte aan het aantrekken van nieuwe geidieningen. Op 16 juii 2020 is met de BNG een krediet- en depotarrangement in rekeningcourant afgesioten. Dit is met name gedaan om mogeiijk pieken of scherpe terugvai in inkomsten tijdelijk te kunnen opvangen.

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

30

Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering is de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende pro­ cessen om het voorgenomen beleid en de daarmee samenhangende doelstellingen van de MGR te realiseren.

tussentijds aan de regio verantwoording afgelegd over het gevoerde beleid. Het jaar sluiten we af met de jaarrekening waarin we verantwoording afleggen over boekjaar 2020. Naast de verantwoordingsdocumenten zijn de

Een goede bedrijfsvoering is een voorwaarde voor het uitoefenen van het beleid, de dienstverlening aan kandidaten en ondernemers en de uitvoering van projecten. De kwaliteit van de uitvoering van de taken van de MGR is in grote mate afhankelijk van de kwaliteit van de bedrijfsvoering. In deze paragraaf informeren wij u over de belangrijkste bedrijfsvoeringsprocessen binnen de MGR. U vindt informatie over het beleid, de organisatie, het personeelsbeleid, informatisering, de administra­ tieve organisatie en de kansen en bedreigingen voor de MGR.

volgende documenten opgesteld om de bedrijfs­ voering verder vorm te geven: - Notitie weerstandsvermogen - Notitie en richtlijn activeren en afschrijving - Treasurystatuut - Financiële verordening - Controleverordening - Controleplan - Beschrijvingen van de primaire processen - Gastheerrol - Re-integratieverordening - Mandatering - Informatiebeveiligingsbeleid

Beleid van de bedrijfsvoering De organisatiestructuur van de MGR is een afge­ leide van het zogenoemde afdelingenmodel. De organisatie staat onder algemene leiding van een algemeen directeur en de secretaris van de MGR. Binnen de MGR is de planning & control cyclus ingericht. Deze start met de begroting waarin de afspraken over het te voeren beleid worden vastgelegd. In 2020 hebben wij met rapportages

Bijgaande notities moeten waarborgen dat de MGR binnen de wettelijke en financiële kaders handelt. De resultaten hiervan leggen we aan het dagelijks en het algemeen bestuur ter besluitvorming voor.

Organisatiestructuur De Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen kent de volgende drie bestuursor­ ganen: algemeen bestuur, dagelijks bestuur en de voorzitter. Daarnaast hebben we een Bestuurs­ commissie WerkBedrijf en een agendacommissie vanuit de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. Algemeen bestuur Het algemeen bestuur bestaat uit 15 leden (inclu­ sief de voorzitter). Dit zijn leden van de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de deel­ nemende gemeenten. Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in de wet aan het algemeen bestuur zijn opgedragen, evenals alle bevoegdheden die op basis van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling Rijk van Nijmegen aan dit orgaan worden opgedragen en niet aan het dagelijks bestuur, de voorzitter of de Bestuurscommissie WerkBedrijf zijn opgedragen. Dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur telt drie leden inclusief de voorzitter. Conform de wet en de regeling komt het dagelijks bestuur de bevoegdheid toe die in de gemeente toekomt aan het College van Burge­ meester en Wethouders dan wel het College van Gedeputeerde Staten.

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

31

De voorzitter De voorzitter wordt door en uit het algemeen bestuur benoemd. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het dagelijks als ook het algemeen bestuur. Hij vertegenwoordigt de regeling in- en buiten rechte.

zij het dagelijks bestuur over de kwaliteit van de informatievoorziening van en door de MGR, denkt zij mee over de inrichting van de juridische regeling voor de MGR en organiseert ze regionale bijeenkomsten.

werkzaamheden hybride (deels vanuit huis en deels op kantoor) uit te voeren. Vanuit de MGR is veel geïnvesteerd in de kwaliteit van onze digitale, hybride en soms ook fysieke overleggen.

Informatisering en automatisering Uitvoeringsorganisatie en platform

Bestuurscommissie WerkBedrijf De leden van de Bestuurscommissie WerkBedrijf worden door het algemeen bestuur benoemd. De Bestuurscommissie WerkBedrijf is verantwoorde­ lijk voor de inhoudelijke koers van het WerkBedrijf als het gaat om re-integratie en arbeidsmatige dagbesteding. De Bestuurscommissie WerkBedrijf adviseert hierin het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur.

De uitvoeringsorganisatie kenmerkt zich door een platte organisatie met 2 modules die worden geleid door een directeur/algemeen manager. De MGR kent daarnaast een secretaris/directeur die zorgdraagt voor de coördinatie en afstemming tussen de modules, de verantwoording naar het bestuur en de ontwikkeling van de platformfunctie voor de regio. Binnen iedere module is sprake van een beperkt aantal afdelingen en teams.

Agendacommissie De agendacommissie bestaat uit raadsleden van de zeven deelnemende gemeenten en kent zeven leden, inclusief de voorzitter. De agendacommis­ sie heeft haar taken en rolopvatting beschreven in haar reglement van orde. Zij heeft als taak de logistieke voorbereiding en planning van de politieke besluitvorming ten behoeve van de gemeenteraden van de aan de MGR deelnemende gemeenten en schept randvoorwaarden zodat de raden hun kaderstellende en controlerende taak goed kunnen vervullen. Verder adviseert

Personeelsbeleid Het afgelopen jaar zijn we actief aan de slag gegaan met de thema's ontwikkeling en vitaliteit. Ontwikkeling van onze medewerkers, maar ook van de organisatie. Wanneer mensen actief bezig zijn met hun persoonlijke ontwikkeling, zijn zij goed in balans zijn en voelen zich vitaal. Vitale medewerkers zijn veerkrachtig en kunnen makkelijker met veranderingen omgaan. Dit heeft ons ten tijden van COVID-19 geholpen om met de juiste dingen aan de slag te gaan en onze

De informatisering en automatisering heeft tot doel de dienstverlening van de MGR aan haar klanten en kandidaten te optimaliseren. De informatisering en automatisering van de MGR maakt gebruik van het netwerk van iRvN. iRvN heeft contracten met diverse IT-aanbieders. De MGR maakt daar gebruik van. De belangrijkste systemen waarvan gebruik wordt gemaakt zijn: EVA, Compas en TopDesk. Voor de bedrijfsvoering wordt ook gebruik gemaakt van de informatie­ systemen van de gastheer Gemeente Nijmegen. De belangrijkste systemen daarbij zijn: CODA en Beaufort. Back up, recovery en beveiliging/privacy zijn binnen iRvN vormgegeven en voldoen aan de minimaal daaraan te stellen vereisten om de continuïteit van de bedrijfsvoering voor de MGR te waarborgen. Conform de overeengekomen basisafspraken (DVO) wordt wekelijks een volle­ dige back up gemaakt en dagelijks een incremen­ tal back-up van de applicatieserver, databases

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

32

en netwerkschijven (dus niet van de iokaie harde schijven van pc's, laptops en dergeiijke). In de basisafspraken zijn eveneens afspraken gemaakt over afdoende logische en fysieke beveiligings­ maatregelen om activiteiten van personen met oneigenlijke of kwaadwillende bedoelingen op het iRvN netwerk en de daarop aangesloten systemen en applicaties uit te sluiten. Ten behoeve van de informatiebeveiliging worden binnen de MGR procedures en voorzieningen inge­ richt conform de eisen die gesteld worden in de BIG (Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten).

Administratieve organisatie De administratieve organisatie is zodanig opge­ steld dat de dagelijkse gang van zaken erop ingericht is dat de financiële verordening, de controleverordening en het mandaat van de treasury nageleefd worden. Daarbij moet er opgemerkt worden dat MGR de basisadministratie uitbesteed heeft aan de gastheer. Middels de dienstverleningsovereenkomst (DVO) zijn afspraken met de gastheer gemaakt over het binnen haar kaders uitvoeren van de taken.

Rechtmatigheidsverantwoording In deze rechtmatigheidsverantwoording geeft de MGR Rijk van Nijmegen aan in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten en de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat deze in overeenstem­ ming zijn met de door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Deze verantwoording betreft de rechtmatige uitvoering van de taken en omvat het begrotings-, voorwaarden-, misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium bij de desbetreffende financiële beheershandelingen en transacties. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 26 november 2020 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving toegelicht.

Bedrag

Grensbedrag 2.700.000

Aanbestedingen

500.000

Wettelijke Loonkostensubsidies

86.600

Voorzieningen

2.800

Declaraties

200

Totaal afwijkingen

589.600

Onze verantwoording hanteert de grensbedragen omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 30Z) van de totale lasten inclusief mutaties in de reserves en is daarmee vastge­ steld op C 2,7 miljoen. Waarbij de MGR Rijk van Nijmegen alle geconstateerde afwijkingen rap­ porteert aan de deelnemende gemeenten zodat zij daar rekening mee kunnen houden in de eigen rechtmatigheidsverantwoording. De volgende bevindingen zijn geconstateerd: Toelichting belangrijkste afwijkingen en onder­ nomen maatregelen De afwijking ten aanzien van de aanbesteding betreft de gunning van een opdracht waarbij tijdens de marktconsultatie op advies van een derde partij besloten is de Europese Aanbesteding niet door te zetten omdat de verwachting bestond dat er slechts één geschikte aanbieder is. Omdat dit laatste geen reden is om niet een Europese Aanbesteding op te starten is voor een bedrag van C 500.000 een onzekerheid op dit punt ontstaan. De overige afwijkingen zijn kleiner in omvang waarvan de belangrijkste de wettelijke loonkos­ tensubsidies zijn. Het belangrijkste deel van de fouten worden gemaakt in het onjuist berekenen

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

33

van het recht. In 2020 zijn hierom ingezet op deskundigheidsbevordering bij het team van de financiële administratie genomen zoals deskun­ digheidsbevordering en investering in kwaliteit van medewerkers. Daarnaast is een fout gecon­ stateerd in de bepaling van de doelgroep. Betrok­ kene hoorde niet tot de doelgroep waardoor de loonkostensubsidie ten onrecht is ingezet. Ook op dit onderdeel is aan deskundigheidsbevordering gedaan. In bijlage 5 van de jaarrekening staat de verdeling van de afwijkingen per gemeente. Conclusie De in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties zijn rechtmatig tot stand gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. Begrotingsrechtmatigheid Bij de rechtmatigheidscontrole vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Met de controle op de juiste toepassing van het begrotingscriterium wordt getoetst of het budge­ trecht van het algemeen bestuur is gerespecteerd. De toe te passen normen voor het begrotingscriterium zijn op hoofdlijnen door de wetgever bepaald (artikel 189, 190 en 191 van de Gemeentewet) en worden door de gemeenteraad zelf nader ingevuld en geconcretiseerd. Dit gebeurt door middel van

de begroting en via de verordening op het financi­ eel beheer ex artikel 212 van de Gemeentewet. Begrotingsoverschrijdingen Begrotingsafwijkingen en -overschrijdingen (beleidsmatig en/of financieel) behoeven autorisa­ tie door het algemeen bestuur. In de regel zullen begrotingswijzigingen vooraf door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur worden voorgelegd ter autorisatie. Hiermee wordt toe­ stemming gevraagd voor het te realiseren beleid en voor de besteding van het benodigde bedrag. Slechts indien de omstandigheden een autorisatie vooraf niet mogelijk maken zal achteraf een begrotingswijziging moeten worden voorgelegd. Indien het algemeen bestuur ermee instemt wordt de besteding alsnog geautoriseerd en is deze

rechtmatig. Begrotingswijzigingen moeten volgens de Gemeentewet tijdens het jaar zelf nog aan het algemeen bestuur worden voorgelegd. Indien een wijziging niet meer in het jaar zelf is voorgelegd zijn bestedingen boven het begro­ tingsbedrag strikt genomen onrechtmatig. Echter bij overschrijdingen waarbij het dagelijks bestuur bij het doen van de uitgaven binnen het door het algemeen bestuur uitgezette beleid is gebleven, kunnen deze als rechtmatig gezien worden. Het is in zijn algemeenheid niet de bedoeling dat de accountant deze overschrijdingen betrekt bij de beslissing of al dan niet een goedkeurende accountantsverklaring kan worden gegeven. Wel moet de accountant in het verslag van bevin­ dingen de bedragen, waarvan het college in de jaarrekening heeft aangegeven dat ze nog dienen

Begroting 2020 incl. wijziging

Realisatie 2020

Overhead

16.516

16.760

-244

ja

Inkomensregelingen

3.566

3.005

561

nee

Lasten per programma

Overschrijding begroting

Verschil

Begeleidende participatie

51.010

49.826

1.184

nee

Arbeidsparticipatie

13.872

11.644

2.228

nee

Overhead

8.899

7.845

1.054

nee

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

34

te worden geautoriseerd, aan de orde stellen. De accountant dient in dat kader in ieder gevai aan te geven of het overzicht ex artikel 28, eerste lid, van het BBV volledig is of niet. In onderstaande tabel is per programma aangege­ ven of zich in 2020 een begrotingsoverschrijding heeft voorgedaan (x C 1.000).

Toelichting begrotingsoverschrijdingen Overhead (iRvN) De overschrijding van de lasten van het pro­ gramma overhead is C 244.000. Deze overschrij­ ding wordt grotendeels veroorzaakt door de extra geleverde plusproducten. Dit zijn diensten of producten die gemeenten extra inkochten. Tegen­ over deze extra lasten staan daarom ook extra inkomsten.

Inkomensregelingen De onderschrijding op het programma inkomensregelingen wordt veroorzaakt doordat aan het product Wettelijke loonkostensubsidies C 561.000 minder is uitgegeven. Tegenover deze lagere lasten staan ook lagere baten. Begeleidende participatie De onderschrijding op het programma begelei­ dende participatie wordt enerzijds veroorzaakt door een onderschrijding op de Arbeidsmatige dagbesteding van C 406.000 en anderzijds een onderschrijding op de SW van C 778.000. Tegen­ over deze lagere uitgaven staan tevens lagere inkomsten.

Overschrijdingen investeringskredieten In 2020 hebben de investeringen geen overschrij­ ding laten zien. Wij zijn binnen het budgetair kader gebleven in 2020. Conclusie De investeringskredieten hebben niet geleid tot overschrijdingen. Daarmee zijn er geen onrechtmatigheden geconstateerd.

Overhead (MGR) De onderschrijding op de overhead bedraagt C 1,1 miljoen. Tegenover deze onderschrijding staan lagere inkomsten. Conclusie Bij de diverse programma's zijn verschillen geconstateerd ten opzichte van de begroting, zowel in positieve als in negatieve zin. In deze gevallen is echter sprake van door het algemeen bestuur goedgekeurd beleid of zijn er direct gerelateerde inkomsten. Daarmee zijn er geen relevante onrechtmatigheden gesignaleerd in 2020.

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

35

Onderhoud kapitaalgoederen Voor groot onderhoud worden geen voorziening getroffen. Er is een meerjarig onderhoudsplan welke periodiek geactualiseerd wordt. De onder­ houdskosten van de relevante jaarschijven zijn in de begroting verwerkt.

Verbonden partijen De MGR Rijk van Nijmegen is de gemeentelijke regeling van de volgende 7 gemeenten: - Berg en Dal - Beuningen -

Druten Heumen Mook en Middelaar Nijmegen Wijchen

Daarmee is de MGR een verbonden partij van deze gemeenten. De MGR zelf heeft geen verbonden partijen. Er bestaat ook geen visie of voornemen om dit komend jaar te wijzigen.

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

36

Verklaring van toepasselijkheid Voldoet niet

Algemeen De MGR Rijk van Nijmegen dient het kader van de informatiebeveiliging en privacy te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). De MGR Rijk van Nijmegen heeft geen verplichting om zelfstandig de verklaring van toepasselijkheid in te dienen bij het Rijk. Wel doen we dit indirect via onze deelnemende gemeenten. Onderstaand wordt de naleving van de BIO en de AVG over 2020 nader toegelicht. Aanvullend worden de verantwoording voor Suwinet en de incidenten uitgelicht.

Informatiebeveiliging (BIO) BIO De BIO omvat een 114 control- en 126 verplichte overheidsmaatregelen waaraan voldaan moet worden. Hoe de MGR er momenteel voor staat als het gaat om het implementeren van de BIO maatregelen is goed te zien in de tabellen. Ten opzichte van 2019 is een verslechtering waarneembaar. Dit wordt veroorzaakt dat de BIG overgegaan is in de BIO. De voor de BIO geldende normen gaan op onderdelen dieper dan bij de BIG. 6607o van de maatregelen is volledig geïm­

plementeerd en 330Z) van de maatregelen zijn deels geïmplementeerd. Bij de maatregelen die nog niet geheel geïmplementeerd zijn betreft met name documentatie vereisten. In veel gevallen wordt een maatregel dus wel uitgevoerd, maar kan de MGR nog niet voldoende aantonen met bewijsstukken dat de maatregel ook volledig is geïmplementeerd. Hier wordt in 2021 een verdere verbetering verwacht. De maatregelen die nog niet voldoen betreffen met name maatregelen die bij de invoering van de GGI veilig producten zullen voldoen aan de vereisten. Hierbij is het wachten op het landelijk aanbestedingsproces.

BIO 2020

660Á

Deels geïmplementeerd

2X Geaccepteerd risico

28^i

Volledig geïmplementeerd

/Ĵ 2019

Deels geïmplementeerd

Informatiebeveiliging en -plan In 2020 heeft de MGR Rijk van Nijmegen haar informatiebeveiligingsbeleid 2020-2024 vastge­ steld. Aanvullend op het strategische informatiebeveiligingsbeleid, is er een tactisch en operati­ oneel plan. In het plan worden de jaarlijks uit te voeren actie beschreven. De acties zijn gebaseerd op de openstaande BIO maatregelen en onder te verdelen in generieke maatregelen en maatrege­ len voor de kritische systemen. De belangrijkste actiepunten waar aandacht aan besteed wordt: 1. De generieke maatregelen zoals het in beeld houden van ons IT landschap, de in-en doorstoomprocedure en de incident-

i/

Geaccepteerd risico

Voldoet niet

69^i

Volledig geïmplementeerd

:

Voldoet niet

2018

62^i

36^i

Deels geïmplementeerd

Volledig geïmplementeerd

ox

Geaccepteerd risico

4307o

Deels geïm plementeerd

BIO 2017

Voldoet niet

43^i

Volledig geïmplementeerd

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

37

managementprocedure. In 2020 is de alge­ mene in-, door- en uitstroomprocedure nader bekeken en zijn de eerste stappen gezet om het proces volledig gestroomlijnd te laten verlopen. Ook is op detailniveau geïnventariseerd uit welke onderdelen het IT landschap bestaat, zijn de eerste stappen gezet om het landschap op dat detailniveau in kaart te krijgen en te houden en is de incidentmanagementprocedure vastgesteld. Naast de in het plan opgenomen actiepunten, zijn er ook lopende het jaar acties bijgekomen. De introductie van de wachtwoordmanager (wachtwoordkluis) is daar een goed voorbeeld van. 2. De kritische systemen waarbij aandacht is voor de back-up en recovery procedure, het gebruikersbeheer, de incidentafhandeling en het wijzigingsbeheer. In 2020 zijn procedure afspraken gemaakt om de informatie met betrekking tot de benoemde onderwerpen periodiek te ontvangen. Daarna is getoetst of de afgesproken procedures op de genoemde onderwerpen gevolgd zijn. Op basis van opzet en bestaan is geconstateerd dat de MGR de afgesproken procedures naleeft. Wel is het zeer wenselijk om de naleving van processen verder te borgen.

De bovengenoemde acties dragen bij aan het verhogen van de digitale weerbaarheid en het structureel in beeld brengen van kwetsbaarheden. We zijn nog niet zover dat we nu al over de bevin­ dingen kunnen rapporteren. Daarvoor moeten in 2021 nog een aantal stappen gezet worden. We verwachten hierover in de loop van 2021 voor het eerst over te kunnen rapporteren.

Privacy (AVG) De MGR heeft een algemeen privacybeleid dat van toepassing is op de gehele organisatie. Dit beleid is in lijn met het algemene beleid van de MGR en de relevante wet- en regelgeving. In het privacyplan zijn de jaarlijks te ondernemen acties omschreven. Daarbij wordt specifiek aandacht besteed aan de privacy van betrokkenen en de bewustwording van medewerkers. Ten aanzien van de privacy is in 2020 het regis­ ter van verwekingen verder doorontwikkeld en gepubliceerd. Het actueel houden van de verwerkersovereenkomsten met derden betreft een continu proces waar in 2020 verdere structuur in is aangebracht. Ook is de incidentenprocedure geëvalueerd en ge-update.

Tot slot is op een aantal nieuwe een bestaande processen een DPIA uitgevoerd zoals de doorontwikkeling van de applicatie EVA. Privacy en het naleven van de AVG heeft voor een belangrijk deel met bewustwording te maken. In 2020 is op diverse wijzen aandacht besteed aan bewustzijnsbevordering. Voor medewerkers is de training waardevol rapporteren gehouden waarin uitgelegd is wat wel en niet genoteerd mag wor­ den in het kader van de Participatiewet. Daarnaast hebben alle applicaties en verwerkingen in 2020 een proceseigenaar gekregen om de bewust­ wording binnen de organisatie te vergroten. Bij de introductietraining van nieuwe medewerkers wordt tevens aandacht gevraagd voor privacy en informatieveiligheid. Ook zijn er phishing en spam acties geweest ter bevordering van de bewustwording onder de medewerkers. Periodiek worden berichten op WerkNet (intranet) geplaats met uitleg en voorbeelden, de kwaliteitsmede­ werkers hebben binnen de teams aandacht gehad voor bewustwording en er zijn maatregelen getroffen zoals de invoering van veilig mailen en voorwaardelijke toegang. Voor 2021 staan eveneens een aantal activiteiten op het gebeid van bewustwording op het programma.

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

38

Middels bovenstaande acties tracht de MGR Rijk van Nijmegen haar onderkende risico's ten aanzien van het onderwerp privacy te mitigeren. Deze belangrijkste aandachtspunten zijn: ^ Het voorkomen van verwerking van (inzage in) persoonsgegevens, in het bijzonder vertrouwe­ lijke informatie, door onbevoegden; ^ Het bewustzijn van het personeel op pijl houden; ^ Adequate informatie vertrekking aan betrokken over de verwerking van hun gegevens; ^ Informatiebeveiliging op peil houden, om zo de betrouwbaarheid van informatie te waarborgen. Verantwoording Suwinet Sinds 2018 heeft de MGR de verantwoordelijkheid voor het beheer en de controle op het gebruik van Suwinet door de medewerkers van het WerkBedrijf op zich genomen. Omdat de gemeenten eindverantwoordelijke blijven en middels ENSIA verantwoording afleggen over Suwinet, is het belangrijk dat de MGR een Third Party Mededeling (TPM) verklaring kan afgeven. Deze TPM verkla­ ring, een bevestiging van het voldoen aan het gestelde normenkader, heeft de MGR inmiddels ontvangen. De MGR heeft inzake het Suwinet conform gestelde normen gehandeld.

Incidenten In het afgelopen jaar zijn er 18 (2019; 16) beveiligingsmeldingen geweest. In ^ 6 (12) gevallen betreft het algemene persoonsgegevens; ^ 2 (3) gevallen betreft het bijzondere persoons­ gegevens (waar onder gezondheidsgegevens); ^ 1 (1) geval betreft het een wettelijk identificatienummer; ^ 9 (0) gevallen betreft meldingen waarbij gecon­ cludeerd is dat er geen persoonsgegevens gelekt zijn. Twee incidenten zijn in 2020 (2019; één) gemeld bij de AP omdat de benodigde aanvullende informatie niet binnen 72 uur te verkrijgen was. Na beoorde­ ling van de informatie zijn de meldingen ingetrok­ ken omdat het niet meldingswaardige incidenten betrof. In de overige gevallen is na beoordeling gebleken dat het niet noodzakelijk was om een melding bij de AP te doen, omdat het risico op misbruik zeer beperkt dan wel uitgesloten was. Een voorbeeld van een data incident met een laag risico, en tevens het meest voorkomende, is het verlies van een bedrijfstelefoon. Door het toepassen van maatregelen, pincode en ontgren­ delen met vingerafdruk, en de mogelijkheid om de telefoon op afstand te wipen is het risico zeer beperkt. Ook phishing-, spam- en dreigmail even­

als fraude per telefoon kwamen in 2020 diverse malen voor. Alertheid van medewerkers is hierbij geboden, zowel voor het constateren als het melden. Waar relevant zijn betreffende voorvallen in geanonimiseerde vorm gebruikt als voorbeeld om de bewustwording te vergroten. Daarnaast zijn indien noodzakelijk procedures aangescherpt. Conclusie De MGR Rijk van Nijmegen heeft, ondanks de benoemde risico's en de incidenten die zich hebben voorgedaan, op dit moment de informatiebeveiliging in beeld. Op bestaande tekortkomingen wordt gestuurd met als doel de risico's en het aantal incidenten weg te nemen, te voorkomen of tot een minimum te beperken zowel op het gebied van privacy als informatieveiligheid.

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

39

Jaarrekening 2020

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

40

1. Balans per 31-12-2020 Activa

Bedragen in î 1.000

Vaste Activa

Materiële vaste activa

31-12-2020

31-12-2019

8.928

Investeringen met een economisch nut

8.928

8.402 8.402

Financiële vaste activa

487

Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

487

Totaal vaste activa Vlottende activa

8.928

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

13.948

Vorderingen op openbare lichamen

10.967

697

1.165

Rekening-courantverhouding met het Rijk

11.773

8.313

Overige vorderingen

1.479

Liquide middelen

1.489 200

Banksaldo

200

Overlopende activa

195 195

2.027

Overlopende activa

2.027

1.730 1.730

Totaal vlottende activa

16.176

12.892

Totaal activa

25.104

21.781

Passiva

Bedragen in 0 1.000

Vaste Passiva

Eigen vermogen

31-12-2020

31-12-2019 0

0

Algemene reserve

0

0

Bestemmings reserve

0

0

Gerealiseerd resultaat

0

Voorzieningen

0 657

Voorzieningen

657

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer

903 903

7.915

Onderhandse lening

7.915

Totaal vaste passiva Vlottende Passiva

8.889

7.968 7.968

8.572

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

8.871

10.233

Overige schulden

10.233

Overlopende Passiva

8.111 8.111

6.298

Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen

6.298

Totaal vlottende passiva

4.799 4.799

16.531

12.910

25.104 |

21.781

Garantstellingen

0

0

Gewaarborgde geldleningen

0

0

Totaal passiva

|

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

41

2. Het overzicht van baten en lasten over het begrotingsjaar 2.1

Toelichting op overzicht baten en lasten

MGR totaal begroting 2020 voor wijziging

begroting 2020 na wijziging

realisatie 2020

Overhead

17.416

17.541

17.673

132

Inkomensregeling

3.566

3.566

3.005

-561

Baten Bedragen in C 1.000

In de tabel vermelden we de begroting vóór en ná wijziging. De begroting vóór wijziging betreft de ontwerpbegroting 2021-2024 van juli 2020. Deze is door ons bestuur in juli 2020 vastgesteld. In de kolom ‘begroting ná wijziging' zijn de technische begrotingswijzigingen te zien, welke het dagelijks bestuur heeft goedgekeurd. Wijzigingen zijn toegelicht in bijlage 7 van de jaarstukken. Het baten en lasten overzicht betreft de gecon­ solideerde resultaten van de MGR. In bijlage 6 is de aansluiting tussen de modules en de gecon­ solideerde MGR staat terug te vinden. In bijlage 7 wordt de begrotingswijziging nader toegelicht. In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is vastgesteld dat vanaf 2017 moet worden gerapporteerd op taakvelden. De onderdelen van de MGR zijn als volgt onderverdeeld in de taakvelden:

saldo 2020

Begeleide participatie

54.079

54.064

52.362

-1.703

Arbeidsparticipatie

19.569

18.691

16.040

-2.652

Totaal baten

94.630

93.863

89.080

-4.784

begroting 2020 voor wijziging

begroting 2020 na wijziging

realisatie 2020

Overhead

16.246

16.516

16.760

244

Inkomensregeling

3.566

3.566

3.005

-561

Begeleide Participatie

51.169

51.010

49.826

-1.184

Lasten Bedragen in 0 1.000

saldo 2020

Arbeidsparticipatie

14.500

13.872

11.644

-2.228

Totaal Programmalasten

85.481

84.964

81.235

-3.729

Overhead MGR

9.149

8.899

7.845

-1.055

Totaal lasten

94.630

93.863

89.080

-4.784

0

0

0

0

Saldo van baten en lasten

Overhead

Inkomensregelingen

Begeleide Participatie

iRvN

WerkBedrijf WERK

WerkBedrijf WERK

WerkBedrijf WERK

WerkBedrijf Vastgoed

wettelijke loonkosten­

arbeidsmatige

basisdienstverlening

Bestuursondersteuning

subsidie

dagbesteding

participatiewet

WerkBedrijf SW

en meerwerk

Overhead MGR bij alle onderdelen

Arbeidsparticipatie

uitvoering wet sociale werkvoorziening

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

42

2.2

Toelichting op resultaat vóór eind­ afrekening

Zoais bekend komt het resultaat van de MGR uit op C 0. De afrekeningen met de deelnemende gemeenten is reeds in de cijfers verwerkt. De reden hiervoor betreft een fiscaal vereiste. In deze toelichting op het resultaat lichten we, conform afspraak met de adviesfunctie, het resultaat voor en na afrekening en per onderdeel toe. Het resul­ taat van de MGR voor afrekening komt uit op C 2,3 miljoen. Dit resultaat valt uiteen in de volgende onderdelen: WerkBedrijf Het onderdeel Werk laat een voordelig resultaat zien van C 3,3 miljoen. Het resultaat is met name ontstaan doordat de extra middelen van de mei­ en septembercirculaire van C 633.100 niet ingezet zijn. Dit komt met name door een onderbesteding op de instrumentgelden van C 1,5 miljoen. Door corona zijn er minder trajecten ingezet. Daarnaast is minder inhuurpersoneel ingezet in de uitvoering waardoor de personele lasten C 490.000 lager zijn. De overhead is C 465.000 lager dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door het terugdraaien van de versnelde afschrijving uit 2019 van C 265.000 in verband met de voorgenomen verhuizing naar de Boekweitweg. Wegens het coronavirus is

Resultaat vóór en na eindafrekening

Totale

Totale

Bedragen in C 1.000

baten

lasten

Resultaat

Saldo van

Eind­

voor eind­

resultaat

lasten

WerkBedrijf

75.175

72.849

2.326

-2.326

iRVN

18.449

18.440

9

316

316

0

Bestuursondersteuning

Gerealiseerd

baten en

afrekening

afrekening

0

0

-9

0

0

0

0

0

Consolidatie

-2.525

-2.525

0

0

0

0

Totaal

91.415

89.080

2.335

-2.335

0

0

daarnaast ook bij de ondersteuning minder inhuur geweest waardoor C 225.000 bespaard is op personele lasten. Met de decembercirculaire 2020 is C 1 miljoen toegekend in de vorm van een aanvullend pakket re-integratiekosten. Deze middelen worden geprogrammeerd voor de jaren 2021 en 2022 in te kunnen spelen op de effecten op de werkgelegen­ heid wegens corona. Voor de volgende onderdelen van Werk ontvangen de gemeenten de volgende middelen terug: ^ C 776.600 Participatiebudget; Dit betreft het overschot op het Participatiebudget. Het voor­ delig resultaat wordt met name veroorzaakt corona en niet ingezette middelen uit de sep­ tember- en decembercirculaire 2020.

^ C 560.300 betreft minder uitgaven wettelijke loonkostensubsidies conform de melding in de tussenrapportage 2020. Met name wegens een terugval in instroom. ^ C 406.300 betreft minder uitgaven arbeidsmatige dagbesteding conform de melding in de tussenrapportage 2020. Met name wegens een terugval in gebruik van dagdelen en een lagere instroom. In deze afrekening is reeds voorzien in de meerkostenregeling en de afgegeven omzetgarantie tot 1 augustus 2020. De Sociale Werkvoorziening laat een voordelig resultaat zien van C 583.000. Dit is in tegenstelling tot de melding bij de halfjaarcijfers. Daar ver­ wachten we een tekort van C 882.000. Het positieve voordeel van 2020 ter grootte van

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

43

C 583.100 wordt met name veroorzaakt doordat de salarislasten SW een onderschrijding lasten zien van C 330.000. Het voordeel wordt met name behaald door een lager dan verwachte loonstij­ ging van de SW-medewerkers en een hogere daling van het aantal verioonde formatieplaatsen. Daarnaast is het iage inkomensvoordeei C 187.000 voordeliger uitgevaiien dan begroot. Bij het opsteiien van de begroting was voorzien in een iager inkomensvoordeei wegens ioongroei van de SW medewerkers. De overige lasten SW iaten een voordeei zien van C 217.000. Dit wordt met name veroorzaakt door iagere iasten woon- werk­ verkeer en iagere kosten van de arbodienst. Dit betreft een eenmaiig corona effect. De overhead iaat een voordeei zien van C 353.000. Dit wordt voor C 177.000 veroorzaakt door iagere ioonkosten van het ambteiijk personeei. Met name veroorzaakt doordat een medewerker is overge­ gaan naar BiueView en een aantai medewerkers buiten de MGR werk gevonden hebben. Dit was bij het opsteiiing van de begroting niet voorzien. Voor C 170.000 wordt de daiing veroorzaakt door iagere materiëie iasten.

De omzet SW iaat ais gevoig van coronaveriet een daiing zien van C 796.000. De omzet daiing, voor zover daar harde uitspraken over te doen zijn iijkt grotendeeis veroorzaakt zijn door de corona. De overige baten iaten een voordeei zien van C 319.000 dit wordt veroorzaakt door een bijdrage vanuit het UWV inzake de transitievergoeding SW. Hier staat een geiijk bedrag aan iasten tegenover. De kostprijs per subsidie-eenheid (SE) voor de SW is daardoor iager dan begroot. Begroot was een bedrag van C 30.529. De kostprijs is C 29.473 geworden.

Bestuursondersteuning Bij Bestuursondersteuning zijn de activiteiten conform begroting gereaiiseerd. Een nadere toeiichting van de totstandkoming van de reaiisering van de baten en iasten ieest u in hoofdstuk 7 van de jaarrekening.

Bij Vastgoed zijn de resuitaten conform begroting gereaiiseerd. De geraamde huurbaten zijn deeis gereaiiseerd. De onder reaiisatie in de huurbaten zijn opgevangen door besparingen in de iasten. iRvN Bij de iRvN is een kiein voordeiig resuitaat behaaid. Daarnaast zijn er een aantai verschuivin­ gen gereaiiseerd. Het resuitaat per onderdeei ziet er ais voigt uit: ^ Bij automatisering zijn de activiteiten conform begroting gereaiiseerd. ^ Bij informatie à appiicatiebeheer is een resui­ taat behaaid van C 9.000 voordeiig.

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

44

2.3

Voorstel resultaatbestemming

Het voorstel aan het algemeen bestuur is om het resultaat 2020 als volgt te bestemmen: Resultaten te verwerken in de gemeentelijke bijdrage volgens onderstaand schema en conform de verdelingssystematiek zoals genoemd in de grondslagen (zie hoofdstuk 3). De afrekeningen zullen apart plaatsvinden op de volgende onderdelen:

WerkBedrijf, onderdeel Werk: Voordeel resultaat 0 3.329.300 Af: Circulaires 2020 0 1.653.700 Af: Vooruit ontvangen subsidies 0 900.000 Te verdelen voordelig resultaat 0 776.600

WerkBedrijf, Onderdeel SW: Voordeel resultaat afrekening 0 583.000

Voordeel arbeidsmatige dagbesteding

iRvN, onderdeel Informatie & Applicatiebeheer Resultaat afrekening 0 9.000

iRvN, onderdeel Automatisering Voordeel resultaat afrekening 0 0

0 406.300

Voordeel wettelijke loonkosten­ subsidies 0 560.300

WerkBedrijf

Bestuursondersteuning Resultaat afrekening 0 0

Bestuursondersteuning

ICT-Rijk van Nijmegen

Voorstel resultaatbestemming Bedragen in C 1.000 SW

WERK*

Vastgoed

Automa­ tisering

Totaal

Info^ Appl. Beheer

Totaal

BO

MGR

Totaal

Totaal

Beuningen

-103

-70

0

-174

0

0

0

0

0

-174

Berg en Dal

-63

-203

0

-266

0

0

0

0

0

-266

Druten

-80

-114

0

-194

0

0

0

0

0

-194

Heumen

27

-226

0

-199

0

0

0

0

0

-199

Mook en Middelaar

0

-12

0

-12

0

0

0

0

0

-12

-247

-1.048

0

-1.296

0

-9

-9

0

0

-1.305

Wijchen

-71

-69

0

-140

0

0

0

0

0

-140

West Maas en Waal

-45

0

0

-45

0

0

0

0

0

-45

Totaal

-583

-1.743

0

-2.326

0

-9

-9

0

0

-2.335

Nijmegen

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

45

In de tabel hiernaast is het onderdeel WERK verder gespecificeerd.

WERK Verbijzondering voorstel resultaatbestemming Participatie

voor WERK naar de verschillende onderdelen Bedragen in C 1.000

Afrekening Wettelijke loonkostensubsidie en Arbeidsmatige dagbesteding Voor de afrekening van de Wettelijke loonkosten­ subsidie en Arbeidsmatige dagbesteding (Op Weg Naar Werk) is geen bestuursbesluit nodig. Voor de volledigheid geven we wel deze resultaten per gemeente weer ten opzichte van de begroting.

ADB

WLKS Resultaat

Totaal

Circulaires

Budget 2020

mei/sept/dec

naar 2021

Beuningen

-97

3

-100

98

25

-70

Berg en Dal

-102

-96

-253

181

66

-203

Druten

-18

-69

-75

26

21

-114

Heumen

-110

-113

-63

42

17

-226

Mook en Middelaar

-20

12

-22

11

6

-12

Nijmegen

-60

-296

-2.605

1.205

707

-1.048

Wijchen

0

-3

-213

89

58

-69

West Maas en Waal Totaal*

0

0

0

0

0

0

-406

-561

-3.329

1.653

900

-1.743

De verantwoording van dit inkomensdeel is terug te vinden in bijlage 2. Wettelijke loonkostensubsidie Bedragen in 0 1.000

Baten loonkostensubsidie

Betalingsverplichting gemeenten

Bestedingen loonkostensubsidie

Nijmegen

2.146

1.850

Wijchen

380

377

-3

Berg en Dal

345

249

-96

-296

Beuningen

264

267

3

Mook en Middelaar

34

47

12

Heumen

181

69

-113

Druten

216

148

-69

Totaal

3.566

3.005

-561

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

46

De verantwoording van het aantal dagdelen is terug te vinden in bijlage 3.

Arbeidsmatige dagbesteding Bedragen in C 1.000

ŨA Begroot

Daadwerkelijke lasten

Ingelegd

Personele lasten

Betalingsverplichting gemeenten

Nijmegen

550Zo

1.532

1.313

159

-60

Wijchen

8"Zo

232

208

24

0

Druten

507o

143

110

15

-18

Berg en Dal

TO

314

180

33

-102

Beuningen

12"Zo

320

190

33

-97

Heumen

607o

171

44

18

-109

Mook en Middelaar Totaal

307o

81

52

8

-20

100%

2.793

2.097

290

-406

Gemeentelijke bijdragen overzicht

WerkBedrijf WERK

Bestuur

Subtotaal

Overige bijdragen

Totaal

Informatie en Applicatie

Deelnemers­ bijdragen

Meerwerk

Bijdragen

iRvN

Gemeentelijke bijdragen Bedragen in 0 1.000

Basisdienst­ verlening

Arbeidsmat. Dagbesteding

WLKS

SW

Vastgoed

Bestuursondersteuning

Automati­ sering

Berg en Dal

1.111

212

249

4.355

21

23

908

0

6.879

0

6.879

Beuningen

454

223

267

2.885

14

17

968

0

4.828

0

4.828

Druten

325

125

148

2.130

10

13

492

0

3.244

0

3.244

Heumen

278

62

69

1.407

7

11

564

0

2.397

0

2.397

Mook en Middelaar

96

61

47

0

0

5

286

0

494

0

494

Nijmegen

11.295

1.472

1.850

24.119

115

119

8.223

3.660

50.853

387

51.241

Wijchen

933

232

377

4.521

22

27

1.177

0

7.289

0

7.289

0

0

0

1.309

0

0

0

0

1.309

0

1.309

14.491

2.387

3.005

40.726

189

216

12.618

3.660

77.293

387

77.680

West Maas-en Waal Totaal

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

47

3. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgemaakt met inacht­ neming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen de nominale waarden, tenzij bij het balanshoofd anders vermeld is. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten zijn slechts opgenomen voor zover zij op de balansdatum gerealiseerd zijn. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, zijn in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Schattingswijzigingen Op 9 juli 2020 heeft het algemeen bestuur besloten dat de financiële gevolgen van de her­ huisvesting van de Nieuwe Dukenburgseweg naar de Boekweitweg te groot is voor de gemeente Nijmegen. Daardoor blijft de MGR Rijk van Nijmegen vooralsnog gehuisvest in het pand aan de Nieuwe Dukenburgseweg. Daarmee wordt de resterende afschrijvingstermijn van de investe­ ring aan de Nieuwe Dukenburgseweg verlengd van 2 naar 10 jaar. De reguliere jaarlijkse afschrij­ ving is C 52.500. De boekwaarde per 1-1-2020 wordt verdeeld over 10 jaar, Dit heeft tot gevolg dat de afschrijving in 2020 afneemt van C 264.000 naar C 26.400 voor de komende 10 jaar. In de toelichting op de exploitatierekening lichten wij de toename van de afschrijvingslasten toe bij het onderdeel Werk onder taakveld overhead MGR.

Balans Vaste Activa Materiële vaste activa met economisch nut. De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de bruto-verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs, eventueel verminderd met bijdragen van derden en verminderd met afschrijvingen.

De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. De kosten voor de verbouwing van het bedrijfspand zijn geactiveerd in de materiële vaste activa. De afschrijving op materiële vaste activa vangt aan in het jaar na de in gebruik name van de materiële vaste activa. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn vast­ gesteld aan de hand van notitie richtlijnen active­ ren en afschrijven activa, artikel 4, lid 2 en 3. De gehanteerde termijnen in jaren staan genoteerd in de tabel hieronder. Aan de materiële vaste activa wordt geen rente toegerekend.

Materiële vaste activa

Termijn (in jaren)

Gronden en terreinen

0

Bedrijfsgebouwen

40

Voorzieningen aan terreinen

25

Machines, apparaten en installaties

15

Inventarissen

10

Vervoersmiddelen

5

ICT - Investeringen (mobiele devices)

3

ICT - Overige investeringen

5

Overige Activa

10

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

48

Financiële vaste activa. Onder financiële vaste activa vaüen kapitaalverstrekkingen, verstrekte leningen, overige uitzettingen met een looptijd van één jaar of langer en bijdragen aan activa in eigendom van derden artikel 36 BBV.

aflossingen. De vaste passiva hebben een rentetypische looptijd van meer dan één jaar. Voorzieningen worden gewaardeerd tegen nomi­ nale waarde. In de toelichting op de balans zijn deze nader toegelicht.

Vlottende Activa De vorderingen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.

Vlottende Passiva De vlottende passiva zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. De vlottende passiva hebben een rentetypische looptijd van één jaar of korter.

Liquide middelen Liquide middelen zijn tegen de nominale waarde opgenomen.

Baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben en worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Verlie­ zen en risico's die hun oorsprong hebben in het boekjaar, worden in de jaarrekening verwerkt indien zij bekend zijn op het moment van het opmaken van de jaarrekening.

Eigen vermogen Omdat sprake is van een gemeenschappelijke regeling waarvoor de deelnemende gemeenten verantwoordelijk zijn is het uitgangspunt vermo­ gensvorming binnen de MGR Rijk van Nijmegen beperkt te houden. De deelnemende gemeenten houden in haar weerstandsvermogen rekening met de bij de MGR aanwezige risico's. Vaste Passiva De vaste passiva zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met de gedane

Overzicht van baten en lasten

Bijdrage per gemeente De subsidies van de deelnemende gemeenten hebben een structureel karakter en zijn bedoeld om de activiteiten van de MGR te bekostigen. De subsidies zijn toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben, rekening houdend met een eventuele terugbetalingsverplichting. De voor de

subsidie geldende wet- en regelgeving is gevolgd. De bijdrage per gemeente is per module anders afgesproken. Op hoofdlijnen wordt de bijdrage als volgt bepaald: WerkBedrijf - Voor het onderdeel WERK draagt iedere deelnemende gemeente het volledige Participatiebudget over aan de MGR. - Voor het onderdeel SW wordt een kostprijs per SE bepaald. De bijdrage wordt bepaald op basis van het aantal SE deelnemers in een gemeente. iRvN - Voor het onderdeel automatisering is de bijdrage van iedere gemeente op basis van verdeelsleutels bepaald. De verdeelsleutels betreffen; inbreng, fte's, inwoneraantallen of op basis van werkelijke lasten. - Voor het onderdeel applicatiebeheer worden op begrotingsbasis afspraken gemaakt. Bestuursondersteuning - De bijdrage is bepaald op basis van het aantal inwoners. Eventuele overschotten of tekorten worden in de eindafrekening met de gemeenten verrekend.

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

49

Waarbij geldt dat over- en onderschrijdingen op het Werk-, SW- en iRvN budget gezamenlijk gedragen worden. Hierbij wordt bovenstaande systematiek gehanteerd. Daarnaast worden budgetten voor een specifiek doei toegekend, zoals arbeidsmatige dagbesteding (Op Weg Naar Werk) en de wetteiijke loonkostensubsidies. Deze budgetten worden ook aiieen voor dat doei ingezet en per gemeente afgerekend. Mede omdat de wetteiijke grondsiag hierbij anders iigt.

Belasting Toegevoegde Waarde (BTW) De BTW wordt volgens het nieuwe BTW model gehandhaafd. - Het onderdeel Werk deeis onder de koepeivrijsteiiing, zoais afgestemd met de Beiastingdienst. - Het onderdeel SW en iRvN onder de onderne­ mers BTW.

Vennootschapsbelasting (VPB) In 2017 heeft de Belastingdienst geconcludeerd dat de MGR onder voorwaarden niet VPB piichtig is. De afspraken die daarover met de Belasting­ dienst gemaakt zijn hebben wij voor 2020 strikt toegepast. Wijziging in activiteiten vanuit de MGR of inzichten vanuit de Beiastingdienst kunnen dit standpunt doen wijzigen.

Wet Normering Topinkomens (WNT) Met ingang van 1 januari 2013 is de WNT van kracht. De Wet normering bezoidiging topfunctio­ narissen publieke en semipubiieke sector (WNT) verplicht tot openbaarmaking van de bezoldiging van de zogenaamde 'topfunctionarissen'. 'Topfunc­ tionarissen' zijn diegenen die leiding geven aan de gehele organisatie en in de WNT ais zodanig zijn aangemerkt. De WNT verplicht ook tot open­ baarmaking van de bezoldiging van de 'overige functionarissen', indien deze de bezoidiging of de ontslaguitkering de maximale norm te boven gaat. De algemene WNT-norm voor 2020 bedraagt 0 201.000.

^

EU aanbestedingsregels

Onze jaarrekening hanteert grensbedragen omdat aiieen de van beiang zijnde aspecten in de ver­ antwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het aigemeen bestuur bepaaid en bedraagt 30Z) van de totaie iasten inciusief muta­ ties in de reserves en is daarmee vastgesteid op 0 2,7 miijoen.

^

Burgeriijk Wetboek

^

Gemeentewet

^

Wet gemeenschappeiijke regeiingen (Wgr)

^

Participatiewet en de daarbij horende regeiingen/

^

Wet Sociaie Werkvoorziening (Wsw) en daarbij

^

Wet maatschappeiijke ondersteuning (Wmo)

^

Besiuit begroting en verantwoording (Bbv)

protocoiien behorende regeiingen/protocoiien

Normenkader rechtmatigheid Op 26 november 2020 is door het algemeen bestuur het normenkader vastgesteid. Daarin wordt rekening gehouden met meerdere wetten in formeie zin. Deze zijn van buitenaf opgeiegd en derhaive niet beinvioedbaar door het aigemeen bestuur, het dageiijks bestuur of de directie, noch enige ander persoon of orgaan weike direct of indirect bij MGR Rijk van Nijmegen is betrokken. Deze wetten vaiien automatisch onder het nor­ menkader waarbinnen MGR Rijk van Nijmegen opereert. Hiernaast worden de beiangrijkste genoemd:

Grondwet

^

^

Besiuit accountantscontroie decentraie overheden(Bado)

^

Wet Financiering decentraie overheden (Fido) en

^

Wet Normering Topinkomens (WNT)

^

Wet modernisering invoering vennootschaps-

aanverwante regeiingen (Ruddo)

beiastingpiicht overheidsondernemingen ^

Fiscaie wetgeving in brede zin

^

Sociaie wetgeving in brede zin

^

Wet markt en overheid

^

Aigemene verorden ing gegevensbescherming (AVG)

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

50

4 Toelichting balans per 31 december 2020 Vaste activa Bedragen in C 1.000

Materiële vaste activa De MGR heeft aiieen investeringen met econo­ misch nut. De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen:

Gronden en terreinen Bedrijfsgebouwen

Boekwaarde per 31-12-2020

Boekwaarde per 31-12-2019

899

899

1.482

1.521

Machines, apparaten en installaties

264

316

Inventarissen

552

644

ICT - Investeringen (Mobiele devices)

1.239

885

Overige ICT - Investeringen

4.373

4.123

Onderhanden investeringen Totaal

119

14

8.928

8.402

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

51

Het volgende overzicht geeft het verloop van de materiële vaste activa weer:

Bedragen in C 1.000

Aanschafwaarde 01-01-2020

Cumulatieve afschrijvingen 01-01-2020

Boekwaarde 01-01-2020

Investeringen 2020

Desinvesteringen 2020 '

Afschrijving 2020 "

Afschrijving desinvesteringen 2020 '

Boekwaarde 31-12-2020

Bedrijfsgebouwen Boekweitweg

1.567

46

1.521

0

39

0

0

1.482

Subtotaal

1.567

46

1.521

0

39

0

0

1.482

636

Grond en terreinen Boekweitweg

636

0

636

0

0

0

0

St. Teunis Molenweg

263

0

263

0

0

0

0

263

Subtotaal

899

0

899

0

0

0

0

899

ICT-investeringen Mobiele devices ICT Werkplekinrichting telefonie

1.805

920

885

761

406

0

0

1.239

Subtotaal

1.805

920

885

761

406

0

0

1.239

Machines, apparaten en installaties Nieuwe Dukenburgseweg - WBRN

788

471

316

0

53

0

0

264

Subtotaal

788

471

316

0

53

0

0

264

Overige ICT-investeringen ICT werkplekinrichting PC's

1.746

402

1.344

843

349

0

0

1.838

Licenties

763

189

574

0

153

0

0

422

Werkbedrijf inventaris

60

0

60

0

12

0

0

48

Applicatielandschap EVA

550

0

550

0

110

0

0

440

Centrale computercapaciteit/Netwerkmigratie

2.422

828

1.594

514

485

0

0

1.624

Subtotaal

5.542

1.419

4.123

1.357

1.109

0

0

4.373

Meubilair - Werkbedrijf

673

216

458

0

64

0

0

394

Meubilair - IRvN

278

91

186

0

28

0

0

158

Subtotaal

951

307

644

0

92

0

0

552

Nieuw applicatielandschap EVA fase 2

14

0

14

105

0

0

0

119

Subtotaal

14

0

14

105

0

0

0

119

11.566

3.164

8.402

2.223

1.698

0

0

8.928

Kantoorinventaris

Onderhanden investeringen

Totaal

Jaarstukken 2020 MGR Rijk van Nijmegen

52

Hiernaast staat een overzicht om het beschikbaar gestelde krediet te vergelijken met de daadwerke­ lijke realisatie op de investeringen ^ De investeringen in 2020 van O 2,2 miljoen betreffen grotendeels de investeringen in ICT gerelateerde aankopen zoals te zien in onder­ staande specificatie. Door de corona en versnelde invoering van Microsoft 365 is er in 2020 voorna­ melijk in vervanging van werkplekken en telefonie geïnvesteerd. De overige investeringen bestaan uit centrale computercapaciteit en het Netwerk. Verderop is dit nader toegelicht. De versnelde afschrijving van de investering van de Nieuwe Dukenburgseweg is in 2020 voor het deel 2020 teruggedraaid. De afschrijving van de materiële vaste activa vangt aan in het eerste jaar volgend op het jaar van in gebruik name van deze activa. Dat betekent dat alleen over de investerin­ gen van 2019 in 2020 afschrijving heeft plaatsge­ vonden, niet over de investeringen van 2020. Door de corona en versnelde invoering van Microsoft 365, heeft er een verschuiving van investeringen in centrale computercapaciteit naar vervanging van werkplekken en telefonie plaats­ gevonden. Per saldo is er een onderschrijding van O 282.000 op ICT-investering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=b752efad-2dfe-49cf-9ed8-fd5b147b8ecd