02 Verstedelijkingsstrategie ANF verstedelijkingsconcept (DEEL 1).pdf
Tekst van het document
ruimte, materialen en grondstoffen voorkomen we afwenteling op komende generaties. Hoe we dat doen verschilt per gebied. Er is immers
of natuur inclusief bouwen. Daarnaast kan dit bijdragen aan het voorkomen en verkleinen van gezondheidsproblemen. Aansluiten bij
de woningen die in 2040 in de regio staan, zijn er nu al. Door niet alleen woningen toe te voegen, maar ook groen en bijvoorbeeld voorzieningen,
grote variatie in de regio: van hoog stedelijke centra, via sub urbane woonmilieus naar kleinere kernen.
de grotere groene netwerken is belangrijk (zie ontwerpprincipe 'Groen blauwe raamwerk'). * Vitale kernen: door woningbouw te concentreren
heeft het toevoegen van programma aan het bestaande 'stedelijk weefsel' direct veel effect.
De volgende ingrediënten zijn van belang voor een
en te mengen met ander stedelijk programma wordt nabijheid vergroot. Door woningen
Veel meer dan in een standaard nieuwbouwwijk zorgen extra woningen voor het verbeteren van de woonomgeving in steden en dorpen op het gebied
gebiedsgerichte programmamix: * Duurzaam gebruik maken van ruimte en circulair gebruik van vrijkomende of
te bouwen op fiets- en loopafstand tot werkgebieden, voorzieningen en scholing wordt onnodige mobiliteit beperkt. Dit biedt ook
van leefbaarheid, duurzaamheid, gezondheid. Het houdt deze wijken inclusief en veerkrachtig. Niet alleen de nieuwe bewoners van de extra
hoogwaardige biobased materialen: bij bijvoorbeeld herstructurering kunnen we in bestaande wijken woningen met een laag
op sociaaleconomische thema's voordelen, bijvoorbeeld door de vergroting van draagvlak voor de voorzieningen die daar nabij zijn of
woningen hebben hier iets aan, de bewoners van de bestaande wijk profiteren mee. Het is een stimulans voor vitaal, duurzaam en inclusief
energielabel duurzaam maken. In de praktijk blijkt dat je zo meer woningen kunt realiseren die beter voldoen aan de behoefte, zonder dat
goed bereikbaar zijn. Dat maakt kernen vitaler. Ook kunnen nieuwe betaalbare woningen in de nabijheid van werklocaties (inclusief centra
maken van steden, dorpen en wijken. Het moet weer mogelijk zijn om door te stromen naar een
dit ten koste gaat van de beschikbare openbare (groene) ruimte. Bij elke ontwikkeling, zowel
en campussen) de economische waarde van dergelijke plekken verbeteren omdat werknemers
andere woning in de directe woonomgeving. Vanuit de bouwsteen wonen zetten we in op het
herstructurering als nieuwbouw, maken we de (energie)infrastructuur van de toekomst mogelijk. In wijken met (potentie voor) een
meer en beter toepassen van functiemenging, verdichten, transformeren, slim uitbreiden en herstructurering, flexibeler omgaan met het
warmtenet, zorgen toevoegingen ervoor dat een aansluiting hierop beter of sneller gerealiseerd kan worden.
of segmenten toevoegen die nog missen (zie ontwerpprincipe 'Variatie en aanvullend vermogen'). Verdichten, transformeren of
woningontwerp bijvoorbeeld (casco)woningen die flexibiliteit kunnen bieden. Met deze integrale ontwerpopgave, kunnen we beter inspringen op
* Groen: werken aan nieuwe en andere woningen biedt ook kansen om de (groene en blauwe) openbare ruime beter in te richten. Zo
herstructureren biedt - naast zorgvuldig omgaan met ruimte en grondstoffen - extra kansen om in wijken met een (te) eenzijdige bevolkingsopbouw
demografische trends (zoals groei en vergrijzing). Bovendien biedt deze benadering vanuit flexibiliteit en casco bouw kansen om aan te
kunnen bijvoorbeeld oude landschappelijke structuren hersteld worden die niet alleen bijdragen aan het versterken van de groene
gaandeweg te komen tot een gedifferentieerde woningmix waardoor meerdere doelgroepen niet alleen toegang tot de wijk hebben, maar er ook
sluiten op mobiliteit (knooppunten) en economie
58
in de buurt kunnen wonen. * Divers en aanvullend programma: niet nog meer van hetzelfde maken, maar juist de kwaliteiten
graag komen.
OVERZICHT ONTWIKKELING WOONMILIEUS Het hoofddoel is om voldoende aanbod te hebben
Onderstaand figuur laat zien hoe de woonmilieus zich
door de verschillende woonmilieus heen. Met de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad - middels harde en zachte plancapaciteit
verhoudingsgewijs ontwikkelen tussen 2006 en 2040.
en potentiële verstedelijkingslocaties uit het verstedelijkingsconcept - ontstaat er geleidelijk aan
^ Bestaande voorraad (2018) + plancapaciteit (ca. t/m 2030): 550.960 woningen ^ Bestaande voorraad (2018) + plancapaciteit (ca. t/m 2030) + potentiële locaties
meer diversiteit aan woonmilieus.
^ Bestaande voorraad (2018): 483.400 woningen
verstedelijkingsconcept (ca. t/m 2040): 619.475 woningen
1000Zo
hoogstedelijk ( S' 65 wo/ha) centrumstedelijk (50 - 65 wo/ha)
800Zo
buiten centrum (35 - 50 wo/ha) groenstedelijk Z woonwijk (20 - 35 wo/ha)
600Zo
(centrum)dorps (5 - 20 wo/ha) 400Zo
landelijk (0 - 5 wo/ha)
20Z
0Z bestaande voorraad (2006)
bestaande voorraad (2018)
bestaande voorraad (2018) + plancapaciteit (ca. tot 2030)
bestaande voorraad (2018) + plancapaciteit (ca. tot 2030) + potentiële locaties verst.concept (ca. tot 2040)
59
2. Groen raamwerk Om de groenblauwe woonkwaliteit te bieden, hoort
3. Variëiteit, complementariteit en betaalbaarheid
stakeholders en gemeenten worden gewerkt aan deze maatschappelijke opgave. De behoefte aan
het ontwikkelen van groen en blauw (landschap en water in en rond stedelijk gebied) bij de opgave
Zet in op een grotere diversiteit aan woonmilieus. Wat we toevoegen moet aanvullend zijn ten
verschillende woonmilieus is bovendien breder. Het gaat niet alleen om fysieke of geografische
concreet en nabij. Groene en blauwe netwerken zijn richtinggevend. Dit draagt onder andere bij aan kwaliteit van woonmilieus, versterkt de
opzichte van de bestaande voorraad. We willen een variëteit aan woonmilieus en prijssegmenten aanbieden. Op deze manier werken we aan
thema's, het gaat ook om economische, sociale, mentale en gedragscomponenten. Alleen met variëteit, complementariteit en betaalbaarheid
biodiversiteiten zorgt voor klimaatadaptatie en de ecologie. Het is dus meer dan alleen het beschermen van natuur. Gekoppeld aan een
inclusieve wijken die ook voor doelgroepen die minder te besteden hebben toegankelijk zijn. Dat wat nodig is, zal door de jaren heen verschillen.
kunnen we goed voorzien in de woonbehoefte van de Groene Metropool. Vanuit de uitwerking en ervaringen die worden opgedaan in de Woondeal
regionaal netwerk van voet- en (snel)fietspaden en fijnmazig ov wordt het groen ook toegankelijk en bruikbaar voor bewoners, net als de manier waarop
Nu is er op veel plaatsen behoefte aan woningen voor starters en senioren. Dat zal over tien jaar misschien wel anders zijn.
Arnhem-Nijmegen nemen we mee wat wel en niet werkt.
voorzieningen bereikbaar zijn voor bewoners. Het creëren van dit netwerk is een opgave op zichzelf,
Betaalbaar bouwen is wat ons betreft geen criterium waarmee je fysieke plekken kunt
Hoe weten we waar we staan? Het lopende woningbouwprogramma heeft op de
die condities creëert voor ‘groene en blauwe woonkwaliteit' en die dus ook van invloed is op het bepalen van geschikte locaties. Tegelijkertijd kan
onderscheiden of prioriteren, maar wel een must om de woningmarkt toegankelijk te houden. Concreet streven we ernaar dat ten minste
korte termijn voldoende projecten om te voldoen aan de behoefte. De focus ligt dan ook niet alleen op het vinden van extra locaties, maar ook op
dit leiden tot randvoorwaarden voor ontwikkeling van groene kwaliteiten binnen (bestaande) locaties. Zie de bouwsteen Leefomgeving voor een
50% van de nieuwe woningen in het sociale segment en middensegment wordt gerealiseerd. Met regionale programmering (en onderlinge
het 'hard' maken van programma en komen tot realisatie.
uitwerking van dagelijks, wekelijks en maandelijks groen beschikbaar voor alle inwoners van de GroeneMetropool.
uitwisseling) kan overzicht en continuïteit worden geboden op de ontwikkelingen in de regio's en met
De verstedelijkingsstrategie geeft daarom ook een overzicht met locaties voor de (middel) lange termijn om te komen tot aanvullende nieuwe plannen. Dat biedt ons de kans om tot 2040 een continue bouwstroom te ontwikkelen zodat er ontwikkeltempo blijft en we op koers liggen richting 2030 en verder. De principes en bouwstenen uit het verstedelijkingsconcept maken het mogelijk om de selectie van nieuwe locaties zorgvuldig en logisch te doen.
60
OVERZICHT ONTWIKKELING WOONBEHOEFTE EN PLANCAPACITEIT Onderstaand staafdiagram toont per vijf jaar de woonbehoefte, de harde en zachte plancapaciteit en de hoeveelheid woningen die nog aanvullend nodig zijn.
25.000
max. prognose
Arnhem-Nijmegen ļ
woonbehoefte (Woondeal) plancapaciteit (planmonitor 2021)
20.000
aanvullend nodig uit de strategie
Foodvalley 15.000 ļ woonbehoefte (Stec rapport) plancapaciteit (planmonitor 2021) aanvullend nodig uit de strategie
10.000
5.000
0
- 5.000
- 10.000 2020 - 2024
2025 - 2029
> 2030
61
62
Bij het opstellen van de strategie is gekeken naar
plannen die voorzien in behoefte en daarbij goed
en vanuit de regio wordt daar de kennis van
de verdeling van het woonprogramma over de regio zowel in aantallen als in woonmilieus. Op basis daarvan - en op basis van de vraag die nu
bijdragen aan het DNA van de groene metropool. Die afweging vindt nu plaats op het niveau van de regio Foodvalley en op het niveau van de Regio
de actualiteit over programma en tempo aan toegevoegd. Die uitgangspunten en kennis bij elkaar bieden de mogelijkheid om goed aan te
bekend is - kan een eerste programmaschets gemaakt worden voor gewenste woonmilieus in de komende 5 tot 10 jaar. Natuurlijk hebben alle
Arnhem-Nijmegen. Het ligt voor de hand om dat ook in de komende jaren zo te blijven doen.
sluiten op de actuele vraag en opgave.
locaties en uitwerkingen hun eigen dynamiek, maar het hoofddoel is wel om voldoende aanbod
De methodiek om via een afwegingskader te werken kan ook voor de toekomst
verstedelijkingsstrategie is om binnen de regio in de komende 20 jaar met elkaar goed zicht te
te hebben door de verschillende woonmilieus heen. Als je het lopende programma op die manier rangschikt, zie je dat er een trend plaatsvindt
ontwikkelperspectief genereren. Adaptief werken is daarbij van belang. Op projectniveau vindt dat al vaker plaats. De volgende stap is om
houden op de samenhang in de uitwerking van het verstedelijkingsconcept (systeem) in relatie tot de actualiteit. Als dat lukt, zijn we in staat om
waarbij er meer stedelijke woonmilieus worden toegevoegd (en dus ook meer nabijheid), die leiden tot meer diversiteit.
dit integraal op te pakken, op het niveau van het regionale stedelijke netwerk. Hierbij moet worden toegewerkt naar een ontwikkelperspectief
te werken met een continue bouwstroom die mee kan bewegen. Dan versterken en vergroenen we de regio.
Door vooraf afspraken te maken over hoe we om (willen) gaan met veranderingen, op welke
waarin verschillende paden mogelijk zijn: hard doorgroeien of toch temporiseren? Gekoppeld aan randvoorwaarden en afhankelijkheden met keuzes
manier we dan met elkaar bijsturen of de koers vasthouden, zijn we met elkaar in staat om op
in het mobiliteitsnetwerk en ten aanzien van het netwerk en gebieden (verschillen in complexiteit
tijd te reageren. We monitoren en kijken steeds naar wat er op (middel)lange termijn nodig is om integrale doelen te halen. Vanzelfsprekend spelen
van locatieontwikkelingen).
de principes en bouwstenen die zich onderling tot elkaar verhouden daarin een rol. Door aan te geven welk principe dan het zwaarste weegt,
aan onderdelen zich in de tijd uitrolt en hoe besluitvorming, dynamiek op de markt en toekomstige aanpassing hier invloed op hebben.
ontstaat per periode een afwegingskader. Dat kader heeft een generiek deel (voor de groene metropool als geheel) en een gebiedspecifiek deel
Het is dus een continu (bij)sturingsvraagstuk. Dat moet niet leiden tot kramp: de uiteindelijke keuzes voor woon- en werklocaties locaties
voor de acht deelregio's. Werken met dit kader biedt de gelegenheid om (periodiek) te kunnen kiezen voor kwalitatieve
vinden plaats binnen gebiedsprocessen en projectuitwerkingen. Het afwegingskader uit de verstedelijkingsstrategie is daarbij de leidraad
Concreet: de opdracht die volgt uit de
Het geeft aan hoe het samenhangende pakket
63