02 Verstedelijkingsstrategie ANF verstedelijkingsconcept (DEEL 1).pdf
Tekst van het document
beschermen en versterken we. Daarmee onderstrepen we het belang van biodiversiteit en de intrinsieke waarde van de natuur. De nieuwe
energienetwerken zowel boven als onder de grond mee te ‘plannen'. Kansen benutten we zo veel als mogelijk, vooral als de afstand tussen vraag en
Ons uitgangspunt bij het opstellen van de strategie is dat het geplande wetsvoorstel Stikstofreductie en Natuurverbetering zoals
verstedelijking mag de belasting op kwetsbare gebieden niet vergroten. Dat kan alleen door meer natuur- en uitloopgebieden toe te voegen,
aanbod kort is. De vergelijking tussen de conceptRES'en en het verstedelijkingsconcept laat nog geen conflicten zien; de uitgangspunten sluiten
gepland in 2021 in werking treedt. Als dat niet het geval is, zal dat een wijziging betekenen in het faseren van ontwikkelingen in ruimte en tijd.
de stikstofdeposities te verminderen en door de bestaande gebieden goed te beheren.
goed op elkaar aan.
Samen met een stikstofregisseur brengen we dat de komende maanden in kaart.
gaan. Hieronder is weergegeven welke kansen en ambities dat oplevert.
Agrifood/Landbouw
30
Bodem, water en klimaat Bij een toekomstbestendige verstedelijking past
Het belang van de agrifoodsector is groot in onze regio. De sector is ruimtelijk, sociaal en
Bestaande wijken
dat we rekening houden met het bodem- en watersysteem; dit is het fundament voor het maken van ruimtelijke keuzes. Herstel van het
economisch verweven in de maatschappij. De transitie richting meer natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw is een opgave die ruimte
om te verdichten in bestaande wijken en daar programma toe te voegen voor wonen, werken, groen en dergelijke. Dat is een kans om in
natuurlijke systeem begint met het vergroten van de infiltratie van regenwater in de bodem. De stuwwallen zijn de belangrijkste plekken waar dat
vraagt. Door ruimtelijke zonering en zo veel als mogelijk te zoeken naar functiecombinaties, ondersteunen we de transitie van de landbouw.
bestaande wijken ook een begin te maken met klimaatadaptatie, de verbetering van de biodiversiteit om daarmee de gezondheid van de
gebeurt. Het grondwater in de stuwwallen is de
Deze verstedelijkingsstrategie is een mede-
bewoners van de wijk te verbeteren.
In het verstedelijkingsconcept kiezen we ervoor
ONTWERPPRINCIPES 1. Het werken met zones van verstedelijking We geven de voorkeur aan verdichting boven uitleglocaties. Hoe kleiner we de 'footprint' van de bebouwde omgeving kunnen maken, hoe meer ruimte er is voor die andere functies: recreatie, een natuurlijker watersysteem, ruimte voor agrariërs, mooi landschap, natuur, enzovoort. Maar, de bouwopgave is te groot om met alleen verdichting kunnen realiseren. Bij het ruimtelijk aanwijzen van geschikte uitleglocaties hanteren we een aantal principes:
ygj
De laagste en n atste delen houden we zoveel mogelijk vrij van nieuwe bebouwing. We bouwen er niet, maar deze gebieden zijn wel een
^ Onze inzet is dat we leefomgevingen maken, dus niet alleen monofunctionele locaties voor wonen of werken. Dat betekent dat recreatieve
belangrijk onderdeel van ons integrale ruimtelijk ontwerp.
uitloopgebieden, sportvelden, natuur en hydrologische buffers bij het ruimtelijk ontwerp horen.
- j-
* We verstedelijken in principe niet in het Natuur Netwerk Nederlepdn weidenoeelgebi eden, u ieorwaorS er, hui dige wate rbeegingseebieelen, beven o. de etuwwallen a n in dd el eoogdldlee. Behoud van onze natuurwaarden begint met het beschermen ervan. Herstel van het natuurlijke watersysteem is noodzakelijk bij klimaatadaptatie en onder de stuwwallen liggen onze strategische drinkwaterreserves. Droogdalen en uiterwaarden zijn locaties met
De hogere delen in het lan dschap bi ede n de beste ondergrond voor verstedelijking. Dit
^ Gro ene b uffers tussen de kernen houden we intact en versterken we waar nodig. We
zijn bijvoorbeeld de flanken van stuwwallen (uitgezonderd de droogdalen). In de vallei en het
zorgen ervoor dat op de overgangen tussen de stuwwallen en de lagere gronden geen
rivierengebied zijn oeverwallen, dekzandruggen en rivierduinen relatief geschikte locaties. Al deze locaties vra ge n om een zo rgvuldig ontwerp,
ondoordringbaar lint van bebouwing ontstaat die deze twee natuurlijke systemen isoleert. Deze 'groene vingers' zijn ook belangrijk voor de
rekening houdend met landschap en bestaande functies die niet zomaar kunnen wijken.
leefbaarheid, klimaatadaptatie en identiteit van onze bestaande kernen en wijken.
een te hoog risico op overstroming.
31
47 Db
^ We behouden en versterken de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit van engen (oude landbouwgebieden), waardevolle open gebieden,
^ We houden wederzijds afstand tussen verstedelijkingslocaties en windmolens.
landgoederen, beschermde monumenten en de Grebbelinie, IJssellinie en Romeinse Limes.
I
0
• Op locaties die op korte afstand van stikstofgevoelige habitats ontwikkeld worden, zetten we maximaal in op het minimaliseren van netto negatieve effecten op de natuur. Als dat niet of onvoldoende kan, schuiven we de ontwikkeling van deze locaties naar de langere termijn of vallen deze af ten opzichte van meer haalbare locaties. Toevoer- en rondwegen en andere stikstofbronnen leggen we op een zo groot mogelijke afstand aan van de gevoelige habitats.
32
^ We houden bij het ruimtelijk ontwerp van verstedelijking rekening met beperkingen in bodemgebruik dicht bij de (toekomstige) drinkwaterwinning en vice versa.
2. Multifunctioneel ruimtegebruik nabij de stad Wanneer er 100.000 woningen toegevoegd worden aan de regio zijn ook extra recreatiemogelijkheden nodig. We willen onze inwoners prettige recreatiegebieden bieden en tegelijkertijd de bestaande natuurgebieden niet verder belasten. Om die reden hanteren we een aantal principes:
^ We realiseren nieuwe uitloopgebieden op fietsafstand van de woningen: op 5 kilometer afstand of dichterbij. De belangrijkste (grootste) gebi eden ontsluiten we ook go ed met het openbaar vervoer om ze zo voor iedereen toegankelijk te maken.
^ Nieuwe recreatieve voorzieningen combineren
^ Het nieuwe groen kan vele vormen aannemen
we mot deelon voor een Mmactoda^ief watersysteem, (natuur inclusieve) landbouw, natuur en energietransitie. We zien vooral
die lokaal specifiek zijn. Het ontwerp en de precieze locatie ervan is dan ook geen
kansen om gebieden te ontwikkelen waar bijvoorbeeld landbouw, hernieuwbare energie
onderdeel van de verstedelijkingsstrategie, maar van de gebiedsuitwerkingen. Er kan bijvoorbeeld natuur, bos, ruimte voor water en
en recreatie gecombineerd kunnen worden. De korte afstand tot de vraag naar energie (bedrijven en woningen) maakt deze gebieden
klimaat of een ecologische verbindingszone mee gerealiseerd worden, maar ook aantrekkelijk(er) en goed toegankelijk agrarisch gebied of een
interessant voor zonne-energie opwekking, als ze ruimtelijk goed ingepast zijn. Voor agrariërs kan dit helpen de omslag naar
recreatiegebied met zwemplas. Het ontwerp passen we aan bij het landschap.
natuurinclusief te financieren en ontstaan nieuwe verdienmodellen, mede gericht op de recreanten en energie.
33
3. Veranderingen in de agrarische sector o
De verschillende opgaven en de daarbij horende ruimtebehoeften in het landelijk gebied pakken we integraal en gebiedsgericht aan. We ondersteunen daarbij een vitale, toekomstbestendige landbouwsector en bieden toekomstperspectief voor agrarische ondernemers, rekening houdend met de ruimtebehoefte van andere functies die soms prioriteit hebben. We kijken gebiedsgericht
* We spreken af om standaard een vast aantal m2 uitloopgebied per nieuwe woning toe te voegen in de vorm van nieuwe groen en/of landschap.
* We zetten bij de (her)ontwikkeling van werkgebieden in op de menging van functies zoals combinaties van wonen en werken.
naar wat er nodig is om (blijvende) agrarische ondernemers een goede locatie te geven of te laten behouden passend bij hun (nieuwe)
Een rekensom geeft aan dat dat in theorie om zo'n 5.000 hectare in de Groene Metropool gaat. Dit is ,buiten'-ruimte die beschikbaar is
Leefomgevingen zijn er immers niet alleen voor bewoners, maar ook voor werknemers. We zetten in op een goed werkklimaat en verblijfgebied
bedrijfsvoering. Daarbij betrekken we ook stoppende agrariërs om voor ieder een passende oplossing te vinden. Waar mogelijk zetten we in
voor alle nieuw toe te voegen woningen: zowel in de steden en daarbuiten. De insteek is dat er genoeg dagelijks, wekelijks en maandelijks
voor werknemers; niet alleen op de campussen maar ook in de overige werkgebieden.
op meervoudig ruimtegebruik en bijbehorende verdienmodellen.
groen moet blijven voor alle inwoners in de Groene Metropool. En als het aantal nieuwe
2 In de regio Utrecht (U10) is "Groen groeit mee" de uitdagende slogan, die duidelijk wil maken dat als de regio/provincie groeit qua inwoneraantal, economie en mobiliteit, ook de behoefte groeit aan groene recreatieruimte en natuur meegroeit. Tel daarbij de noodzakelijke veranderingen waar de groene ruimte voor staat (meer duurzame landbouw, ruimte voor
opwek van elektriciteit, meer biodiversiteit, etc.). Gemeenten hebben de opdracht om uit te werken hoe groen daadwerkelijk mee kan groeien. In de verstedelijkingsstrategie van de Groene Metropool doen we daarvoor een eerste voorstel.
samen met de meest extensieve vormen. Wanneer we kiezen voor intensief bruikbare recreatiegebieden als bijvoorbeeld parken,
Enkele in het oog springende potentiële locaties voor nieuwe recreatieve voorzien ingen:
Daarbij dient rekening gehouden te worden met het Natura 2000 gebied , waterberging, de
dagcampings of speelweides, gebruiken we minder ruimte. We ontwikkelen een vergelijkingsnorm die voor alle verschillende
* Er is ruimte om Park Lingezegen verder uit te breiden richting de uiterwaarden, om zo een verbinding te creëren.
agrarische functie en andere ruimtelijke claims op het gebied. * Tussen Beuningen en Nijmegen ligt een gebied
typen uitloopgebieden informatie geeft over recreatiedichtheid, kosten, koppelkansen en inrichting.
* Het Binnenveld samen met het gebied tussen Ede en Veenendaal biedt kansen voor de ontwikkeling van recreatie, natuur en hydrologie.
inwoners fors groeit, groeit het groen dus mee2. De uitwerking kan op allerlei manieren plaats vinden. Het genoemde streefgetal valt
dat potentie heeft om integraal ontwikkeld te worden met recreatie- en woonfuncties. Zo kan op de langere termijn (2030-2040) de Beuningse plas een recreatieve functie krijgen.
34
4. Inrichting van de stedelijke omgeving Met de verstedelijkingsstrategie doen we uitspraken over hoe we vinden dat de regio het beste kan groeien of (her)ingericht kan worden. Vanuit de bouwsteen leefomgeving blijven we daarbij zo dicht mogelijk bij de kwaliteit en gebiedseigen kenmerken die de regio al heeft.
^ Waterveiligheid staat in heel Nederland hoog
• De doelen voor gezondheid, water en ecologie
op de agenda. In onze regio betekent dat dat we er rekening mee houden dat omvangrijke nieuwbouw in het rivierengebied en de vallei tot
(inclusief stikstof) zijn in ontwerpen voor verstedelijking vaak goed te combineren. In de gebiedsuitwerkingen onderzoeken we
gevolg kan hebben dat dijken verder verstevigd moeten worden. We houden er ook rekening mee dat er vluchtwegen nodig zijn.
een ruimtelijk concept voor het inrichten en verdichten van de stad, gericht op gezondheid, natuur en klimaat. Aan de hand van praktijkvoorbeelden zullen we een ‘catalogus' met maatregelen maken die toegepast kunnen
^ Op de overgang van woonwijken naar het
worden in de nieuwe leefomgevingen en die meerdere functies met elkaar koppelen. Voorbeelden van elementen uit het systeem zijn:
landelijk gebied werpen we geen extra barrières op voor fietsers en wandelaars, maar creëren we nieuwe verbindingen. We richten onze infrastructuur zo in dat de barrièrewerking voor flora en fauna geminimaliseerd wordt. De mobiliteitstransitie, waarbij meer gewandeld
^ parkeeroplossingen anders dan op maaiveldniveau ^ groen- en sportvoorziening op
wordt en ook de fiets en het openbaar vervoer vaker gebruikt worden dan de auto, is
loopafstand. • maatregelen die luchtkwaliteit bevorderen
uitgangspunt voor ons stedelijk ontwerp. Dat is uitgewerkt in de bouwsteen Mobiliteit.
^ Daarnaast houden we rekening met een toename van zowel drogere en warmere zomers als zwaardere buien in die zomers. Waterberging
en geluidsoverlast tegengaan • inzet van daklandschappen voor groen (tegen hittestress) en zonne-energie.
die droogvalt, sloten die greppels worden en zwaardere funderingen zullen normaler worden. Dit vraagt om meer ruimte voor waterberging in
• inzet op circulaire bouwen: industriële bouwsystemen en hergebruik van materialen (zie ook de bouwsteen Wonen)
bebouwd gebied, meer groen en blauw in de stad en een andere inrichting.
en bijvoorbeeld een grijswatersysteem.
35
Mobiliteit: slim en schoon We stellen de reiziger centraal en we verleiden hem of haar om de slimste en schoonste keuzes te maken om door het netwerk te reizen. We benutten bestaande mobiliteitsnetwerken beter. We willen de groei in balans brengen met onze leefkwaliteit en aantrekkelijkheid van cultuur, recreatie en landschap. CONTEXT De verstedelijkingsstrategie kiest vanuit een samenhangende aanpak (leefomgeving, wonen,
kijken naar de huidige situatie op de weg, zijn er vooral in de avondspits problemen. Onderstaande
in 2019. Hoe roder de kleur, hoe langzamer het verkeer zich beweegt in vergelijking met een
economie, bereikbaarheid) optimale locaties voor nieuwe woningen en werklocaties. Uit de mobiliteitsscan blijkt wat de effecten zijn
kaart illustreert de daadwerkelijk gereden snelheden op het wegennetwerk van Gelderland
situatie zonder files. Veel congestie is ook te vinden op de stedelijke hoofdstructuur. Twėllo
van de toevoeging van nieuwe woningen (zie onderstaande analyse). Het mobiliteitsnetwerk in de Groene Metropool heeft nu al een groot aantal
ïNijkerk
Apeldooi
knelpunten (binnen de regio en in de aansluitingen op het stedelijk netwerk Nederland) en de groei van het aantal woningen gecombineerd met een
Amersfoort Żutphen
Barneveld
Brummen
groei van de economie, maakt de druk (op de knelpunten) in de toekomst alleen maar groter. We verwachten dat maatregelen en investeringen nodig zijn om deze effecten te voorkomen en om de locaties zoals die naar voren komen in het
Ariïh'ëi
Wageningen-
mobiliteitsconcept, te kunnen ontwikkelen zoals gedacht. Daarbij moeten we ook kijken naar de exploitatiekosten van het OV.
Ayeštervooi Duiven Huissen Zevenaar
Doeţinc
Druten Beuhingen
De verschillende verkeersstromen op internationaal, nationaal en regionaal niveau komen samen op een druk bezet spoor op de corridor Randstad-Arnhem-Rhein Ruhr en op de corridor Amersfoort- Foodvalley-Apeldoorn. Als we
36
Vertraging op de weg in Gelderland in 2019, avondspits (Mobiliteitsscan, •ommel
řijchëh-
Floating Car Data, 2019)
KANSENKA, Op (internationaal, regionaal en lokaal niveau worden de bestaande netwerken beter benut en versterkt. Nieuwe woningen worden zoveel mogelijk binnen bestaand bebouwd gebied geprogrammeerd en nabij (H)OV en/of fietsverbindingen.
İ8S9S
Hoofdwegennet Versterking van het (H)OV-netwerk ICE station Ontwikkeling van nieuwe treinstations Versterking van het regionale (snel)fietsnetwerk Lokale fietsverbindingen Potentiële P+R locatie (mobiliteitshub)
(inter)nationale netwerk: locaties Regionaal netwerk: locaties Regionaal I lokaal netwerk: locaties
Versterking van 15 minuten-polen Stedelijke subcentra Nieuwe woongebieden Nieuwe werklocaties
37
Hier ontstaan vaak de meeste vertragingen.
corridors naast personenvervoer ook vaak voor
De verstedelijkingsstrategie brengt in beeld in
Dit is voor de verstedelijkingsstrategie ook een
goederenvervoer gebruikt worden. Dat geldt
welke gebieden bij voorkeur gebouwd wordt en
uitdaging. Immers, meer woningen toevoegen in bestaand stedelijk gebied, betekent ook meer autoritten toevoegen aan een hoofdstructuur
bijvoorbeeld voor de spoorcorridors RandstadArnhem-Rhein Ruhr en Amersfoort-Foodvalley-
welke randvoorwaarden (investeringen) nodig zijn om dat op een goede manier te kunnen doen. Dat
Apeldoorn.
gaat onder andere om mobiliteitsoplossingen. Gezien het grote effect van de verstedelijking op
die al aan zijn maximale opnamecapaciteit zit. Daarmee kost het veel tijd om de stad uit te komen of er in te komen. Voor deze zogenaamde first mile Z last mile moet een oplossing komen.
Bekijk scenarioloţboek
i Bekijk scenenotocĎoefc
«PAE
De dikte en de I ňM (richting i
De toevoeging van nieuwe woningen zorgt voor een groei van het verkeer in vrijwel de hele regio.
12000
Hieronder wordt links de prognosesituatie zonder de woningbouw getoond, met rechts de situatie
Typ# legenda
Oeerto
met de woningbouw (paars hoogste intensiteit). Het verkeer neemt met name toe op de A73, A50, A15, A12, A1 en A30. Met toevoeging van de woningen (en werklocaties) in de komende 20 jaar wordt de maximale capaciteit bereikt op een flink aantal snelwegen (>100%): A50, A73, A12 en A30. Dit levert een aantal knelpunten op in het stedelijk netwerk Arnhem-Nijmegen-Foodvalley en op verbindingen met andere stedelijke netwerken. Die knelpunten zijn zoals gemeld niet alleen zichtbaar op de weg, maar ook op het spoor, in het regionaal ov en op de fietspaden. De drukte op het spoornetwerk in onze Regio/Oost- Nederland heeft ook alles te maken met het feit dat niet alleen internationaal, nationaal en regionaal spoor van dezelfde spoorcorridors gebruik maken, maar dat deze
38
Type legend* O absoluut venen*
Effect intensiteit (Mobiliteitsscan)
Effect intensiteit (Mobiliteitsscan)
Prognose 2040 (referentie)
Vers te delijking / nieuwe woningen
het (toch al drukbezette) mobiliteitsnetwerk, is het
en schoonste manier. Zoals aan de rand van
dragen bij aan slim en schoon vervoer. Daarbij
belangrijk verschillende opties voor oplossingen en maatregelen in het mobiliteitsnetwerk in kaart te brengen (onderzoeksagenda).
stedelijke netwerken overstappen van auto op fiets of openbaar vervoer (flexibel en beter benutten mobiliteitsnetwerk). De reiziger staat hierbij
zetten we in op een verkeersveilige omgeving.
centraal. Op deze manier wordt het bestaande netwerk het beste benut en werken we aan CO2reductie. We willen de groei in balans brengen met
belangrijkste goederencorridors van Europa. We maken volop gebruik van onze gunstige ligging aan deze corridors, want dit maakt het voor bedrijven
onze leefkwaliteit en aantrekkelijkheid van cultuur, recreatie en landschap.
aantrekkelijk om zich te vestigen in de regio. Het goederenvervoer zal naar verwachting verder
verplaatsen ons steeds meer en het aantal verplaatsingen blijft groeien (mede door het toevoegen van nieuwe woningen). Door die groei
Dit kan door de vorming van mobiliteitshubs, door het stimuleren van fietsen en lopen op korte afstanden binnen het stedelijk netwerk (first mile
groeien. Ook de transportstromen nemen toe en dat vraagt om betere verbindingen van weg, water en spoor. Door in te zetten op een sluitend
kunnen meer knelpunten ontstaan. Prognoses laten zien dat het in 2025 alweer drukker is dan in 2019 (KIM) en er een grote groei zichtbaar is
Z last mile), door het vergroten en versterken van het Hoogwaardig Openbaar Vervoer-netwerk (HOV-netwerk) en door voor verbindingen op
netwerk stimuleren we de modal shift van weg naar spoor en water, het vergoenen van scheepvaart en zero-emissie stadslogistiek.
langere afstanden tussen stedelijke netwerken in te zetten op openbaar vervoer en spoor. Naast investeringen, moeten we ook kijken naar de
Tegelijkertijd heeft het goederenvervoer ook effect op het mobiliteitsnetwerk. Goederenvervoer en personenvervoer maken in veel gevallen
klimaat is 55% CO2-reductie in 2030 en een energieneutraal Gelderland in 2050. In
exploitatiekosten (van het OV). Door meer te lopen, te fietsen, meer gebruik te maken van het
gebruik van dezelfde spoorcorridors. Dat vraagt om keuzes: de keuze op welke corridors we
Gelderland veroorzaakt mobiliteit bijna een derde van de totale CO2-uitstoot.
openbaar vervoer en deelvervoer neemt vertraging op de weg af en wordt mobiliteit duurzamer. Gezien de grote effecten die de toevoeging
goederenvervoer nu juist wel of juist niet willen hebben. Dat speelt in de Noordelijke Foodvalley langs de A1 corridor bij Nijkerk en Barneveld en
van extra woningen heeft op het wegennet, is het ook nodig te kijken welke inrichting van het regionale en landelijke wegennet nodig
ook bij het spoorgoederenvervoer door Arnhem (waar mogelijke Noordtakvarianten van de Betuweroute de spoorcorridor kruisen in Arnhem).
kiezen we er vanuit de verstedelijkingsstrategie voor om mensen in de Groene Metropool zoveel
is. Gedragsmaatregelen zoals het stimuleren van thuiswerken, verkeersmanagement en het stimuleren van fietsgebruik en technologische
Dat heeft negatieve invloed op de leefkwaliteit van inwoners, op de grote verstedelijkingslocatie Arnhem-Oost en op de A12-corridor. Een goede
mogelijk binnen het stedelijke netwerk (korte afstanden) en tussen stedelijke netwerken (lange afstanden) te laten reizen op de slimste
ontwikkelingen zoals benutten van data en inzetten op schonere brandstoffen, elektrische auto's (laadinfrastructuur) of zelfrijdende auto's,
oplossing hiervoor is randvoorwaardelijk om groei van zowel het goederenvervoer als het aantal woningen mogelijk te maken en leefkwaliteit van
In het uitgevoerde onderzoek en de voorgestelde principes, anticiperen we op de volgende ontwikkelingen: ^ De groei van het aantal verplaatsingen: we
in 2030 en verder. ^ De groei van logistiek en stadslogistiek. ^ De klimaatopgave: de opgave voor het
KANSEN I AMBITIE Om te anticiperen op zowel de groei van het aantal verplaatsingen/knelpunten als de klimaatopgave
Dwars door de Groene Metropool lopen de twee
bewoners in deze gebieden op peil te houden.
39
ONTWERPPRINCIPES Bij de uitgangspunten en ontwe rpprincipes voor de bo uwsteen mobiliteit kijken we hoe we het beste kunnen anticiperen op de belasting van het mobiliteitsnetwerk. De keuze voor I ocaties voor wonen en werken in de regio hebben grote invloed op de mogelijkheden
^ Nieuwe wo ningen worden zoveel mogelijk geprogrammeerd na bij (H)OV (trein en bus) en Z
om slim en schoon te reizen. Vanuit het verstedelijkingsconcept wordt daarom ingezet op
de mobiliteitsoplossing wordt opgenomen. Om mobiliteit te beperken wordt waar dat mogelijk is
of in verbinding met nabijgelegen (regionale/ snel-) fietspaden, waarbij in de eerste plaats
de volgende uitgangsp unten en o n twerpprinc ipes:
ingezet op het mengen van wonen en werken.
Deze uitgangspunten raken aan de bouwstenen
de bestaande capaciteit wordt benut en knooppuntvorming wordt gestimuleerd. Daarna pas wordt gekeken naar mogelijkheden
wonen, leefomgeving en economie. Slim en schoon bereikbare woonlocaties en nabijheid van werk, voorzie ningen, gro en en s ociale contacten
3
voor aanpassingen aan bestaande mobiliteitsvoorzieningen en als laatste naar de aanleg van nieuwe infrastructuur.
^ Ni euwe woningen word en eerst binnen bestaand stedelijk gebied gebouwd, vervolgens aan de
^ We zijn ons ervan bewust dat het niet lukt om de hele bouwopgave voor elkaar te krijgen bij
zijn gunstig voor een brede welvaart in de Groene Metropool. Dat versterkt de agglomeratiekracht en de netwerkkracht. De ontwerpprincipes worden op de volgende pagina's uitgewerkt per rui mtelijk schaalniveau (internati onaa l/natio naal, regi onaal en regi onaal/ loka al) en per type woonlocatie. Da arb ij zij n ter illustratie van de ambitie slim en schoon en d e ontwerpprincipes mogelijke m obiliteitsoplossingen genoemd. De genoemde mobiliteitsoplossingen liggen uitdrukkelijk niet vast, maar deze worden onderzocht in de gebiedsuitwerkingen (onderzoeksagenda).
40
^ Lo catie ko men all een in aanmerking voor een bestemmi ngswijziging a ls in de uitwerking ook
2...
randen van steden en d orpe n, nog stee ds binnen bebouwd geb ied. D aarna binnen of
(bestaande) knooppunten en in binnenstedelijk gebied. In de gebiedsuitwerkingen geven we
direct aan het bestaande be bouwde gebied bin nen stedelijke agglomeraties/dorpen.
aan in welke mate dit mogelijk is en welke oplossingen nodig zijn om te kunnen bouwen op verschillende locatietypen.
41
(INTER)NATIONAAL NIVEAU (grootschalige ontwikkellocaties die liggen aan de hoofdinfrastructuur I openbaar vervoer) Het gaat hierbij om grootschalige ontwikkellocaties, die liggen aan de
oplossen van knelpunten is een voorwaarde om op deze locaties te kunnen bouwen. Hoe
hoofdinfrastructuur. Vooral voor deze locaties is het ontwerpprincipe om te bouwen bij OV-locaties leidend. Daarbij gaat het om intercitystations.
deze knelpunten opgelost moeten worden is onderwerp van nadere studie.
Dit is nodig om te voorkomen dat de snelwegen verder vollopen, zeker omdat het grote aantallen
Deze principes sluiten aan bij de uitvoering van al geplande capaciteitsverbetering zoals:
woningen (en dus reizigers) betreft. Dit sluit ook aan op wensen en behoeften van de reiziger. Voor veel (nieuwe) inwoners van de regio geldt dat men
Hoogfrequent Spoor, station Ede-Wageningen en station Nijmegen.
reist over langere afstanden (1 uur reistijd naar het werk). We verwachten dat de potentie om per spoor te reizen groot is, gezien de nabijheid van
Onderzoeksagenda (illustraties van voorwaarden
intercitystations en omdat er weinig parkeerruimte is in de stad.
er aandacht voor het spoor tussen ArnhemUtrecht/, Arnhem-Oost en het spoor tussen Utrecht/Amersfoort-Apeldoorn/ (in relatie tot
De ontwerpprincipes voor deze locaties ^ Bouwen bij intercitystations (zoals Ede-
Internationaal goederenvervoer/Internationaal spoor, ICE-verbinding Amsterdam-Arnhem-
Wageningen, Veenendaal-De Klomp, Arnhem Centraal en Nijmegen Centraal). Door de beperkte ruimte, wordt vanuit de bouwsteen mobiliteit geadviseerd in te zetten op verdichting en op het creëren van hoogstedelijke woonmilieus binnen bestaand stedelijk gebied. ^ In potentie ligt de mobiliteitsoplossing er al voordat er gebouwd wordt. Er worden echter knelpunten op het spoor en op de stations gezien. De verschillende stromen op internationaal, nationaal, regionaal niveau komen samen op een druk bezet spoor
42
tussen Randstad-Arnhem-Rhein Ruhr en tussen Amersfoort-Foodvalley-Apeldoorn. Het
om te kunnen bouwen): ^ In de Ontwikkelagenda Toekomstbeeld OV is
Ruhrgebied!Berlijn). ^ Door IenW en de provincies Utrecht en Gelderland wordt een voorstel voorbereid om voor de corridor Randstad-ArnhemRhein Ruhr een integrale aanpak te starten vanwege de vele opgaven rondom deze corridor (internationale, landelijke en regionale spooropgaven, verstedelijkingsopgaven langs deze corridor, economische ontwikkelingen en klimaatopgaven. De inzet is meer trein, minder auto en vliegverkeer.
^ Voor het goederenvervoer langs de A12 worden verschillende varianten onderzocht, waaronder de Betuwelijn en de spoorlijn langs de A1. ^ Aanvullend mogelijke mobiliteitsoplossingen:: zorg voor kwalitatief hoogwaardig vormgegeven stedelijke hubs/stations, stadsrandhubs en een toereikend fietsnetwerk. Ook voor deze oplossingen is nadere studie nodig, voordat afspraken kunnen worden gemaakt.
Zwolle
Apeldoorn
Enschede
Utrecht
Emmerik grens regio bebouwd gebied rivier spoorweg IC-station hoofdwegennet autowegen net benodigde HOV-corridor
's-Hertogenb( Eindhoven
eventuele toevoeging woningen stadsrandhub capaciteitsverbetering nodig kwalitatief hoogwaardig station nodig Land van Cuijk
Locaties op (inter)nationaal niveau
43
REGIONAAL NIVEAU (inzet op locaties die met goed regionaal HOVnetwerk te ontsluiten zijn)
bestaand stedelijk gebied. Dan denken we aan
Het gaat hierbij om locaties die met een combinatie van een goed regionaal HOV-netwerk
locaties zoals: Zevenaar-Oost, Arnhem-Oost, Nijmegen Noord/Ovatonde, Veenendaal-Zuid, station Lent, Rhenen, Barneveld-Noord, Station
en snelle fietsroutes al ontsloten worden of te ontsluiten zijn. Dat kan gaan om locaties met ruimte voor grote aantallen woningen en reizigers.
Hoevelaken, Barneveld-Zuid, Hoevelaken. Dit zijn de zogenaamde regiokernen uit ons systeem.
is de mogelijke (grote) woonlocatie in de Spoorzone Arnhem-Oost: hier zou onderzocht kunnen worden of Arnhem-Presikhaaf
Het betreft jaren '70 wijken en grotere kernen (net) buiten de stad met eigen voorzieningen, waar in
^ In potentie ligt de mobiliteitsoplossing er al voordat gebouwd wordt. Op dit moment zien
opopgewaardeerd zou kunnen worden. Dit om de ov-toegankelijkheid van Arnhem-Oost te
grotere aantallen gebouwd kan worden door te verdichten of aan de stadsrand uit te breiden. Voor sommige locaties liggen er al (regionale)
we door de regio heen nog ontbrekende HOVverbindingen en (snel)fietsroutes. Het is nodig die te realiseren, om op deze locaties te kunnen
verbeteren gezien de toenemende druk op de snelweg A12. Naast het spoor loopt hier ook een belangrijke HOV-lijn door het gebied en
stations/hubs zoals Arnhem-Zuid of station Zevenaar. Andere locaties zijn bereikbaar met bus/Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) of er
bouwen. Het is nodig te onderzoeken welke verbindingen nodig en mogelijk zijn om op deze locaties te kunnen bouwen.
zou een hub onderzocht kunnen worden. Voor Foodvalley-Zuid kan de ontwikkeling van de ov-locatie bij Wageningen onderzocht worden
ligt een kans om ze goed bereikbaar te maken per HOV. Hierbij gaat het om reizigers die zich relatief veel verplaatsen binnen de regio (en in mindere
Onderzoeksagenda (illustraties van voorwaarden
en zou bijvoorbeeld onderzoek plaats kunnen vinden naar de verbindingen en voorzieningen op de ronde Ede, Rhenen, Veenendaal en
mate over langere afstanden). We verwachten dat mensen die op deze locaties wonen, graag
Deze principes sluiten aan bij al geplande capaciteitsverbeteringen of eerdergenoemde
gebruik maken van het openbaar vervoer als de verbindingen goede zijn in combinatie met een regionaal fietsnetwerk of snelle fietsroutes. Lokale
ambities tot capaciteitsverbeteringen. Het zijn voor de verstedelijkingsstrategie voorwaarden om te kunnen bouwen (ter illustratie, nader te
stimuleren van daadwerkelijk gebruik van HOV/ regionaal spoor door lage parkeernormen, het stimuleren van fietsgebruik (verbeteren
fiets- en bus-infrastructuur draagt bij aan slimme en schone verbindingen.
onderzoeken): ^ Uitvoering geplande capaciteitsverbetering, zoals de Maaslijn, station Heyendaal,
fietsnetwerk, gedragsmaatregelen) en het opwaarderen van regionale hubs (met de auto naar de regionale hub en dan verder per spoor).
De ontwerpprincipes voor deze locaties ^ Bouwen bij Hoogwaardig Openbaar Vervoer of regionale stations of op locaties waar HOV kan worden uitgebreid. Door de beperkte ruimte verdichten/stedelijk woonmilieu creëren binnen
44
(optimalisatie) station Arnhem-Presikhaaf, Arnhem-Oost, Barneveld-Noord en Stroe vanuit toekomstige functie in het netwerk. ^ Een voorbeeld van zo'n toekomstige functie
om te kunnen bouwen):
frequentieverhoging Valleilijn, sprinterverbindingen naar 4x per uur NijmegenDen Bosch. ^ Onderzoeken van HOV-lijnen op ontbrekende verbindingen en onderzoeken eventuele (nieuwe) treinstations, bijvoorbeeld
Wageningen. ^ Aanvullend kan worden onderzocht: het
Zwolle
Apeldoorn
Enschede
Doetincl
Emmerik (DE)
U
grens regio bebouwd gebied rivier spoorweg station hoofdwegennet
's-Hertogenbosch Eindhoven
autowegen net fietsverbinding HOV-corridors Land van Cuijk
V
eventuele toevoeging woningen
Locaties op regionaal niveau
45
REGIONAAL | LOKAAL NIVEAU (locaties die meer verspreid liggen en vooral door auto en fietsnetwerk ontsloten zijn) Op het regionale en lokale niveau gaat het om locaties in dorpen (met weinig voorzieningen) die meer verspreid liggen. Voor de leefbaarheid in deze dorpen wordt in de komende jaren gebouwd voor de eigen behoefte. De nadruk ligt op het in stand houden (en waar nodig verbeteren) van verbindingen voor de auto, het openbaar vervoer en de fiets naar voorzieningen in de buurt. Deze dorpen zijn nu beperkt verbonden met openbaar vervoer. Mensen reizen vanaf deze locaties vooral per auto of fiets. De ontwerpprincipes voor deze locaties: ^ Bouw in dorpen voor de eigen behoefte. Verdichten ligt hier vanuit deze bouwsteen geredeneerd niet voor de hand. Ingezet moet worden op landelijk wonen in een stedelijk netwerk. We denken dan aan locaties binnen dorpen zoals Valburg, Scherpenzeel, Ellecom, of kleinere kernen. ^ De mobiliteitsoplossing ligt er al en kan nog beter benut en versterkt worden.
46
Onderzoeksagenda (illustratie van voorwaarden om te kunnen bouwen op deze locaties): ^ wegennet op orde houden • fietsnetwerk op orde houden • sterk inzetten op vraagafhankelijk ovhaltetaxi/regiotaxi en vraagafhankelijke maatwerkoplossingen, • dorpen waar mogelijk aansluiten op HOVverbindingen, ^ zorgen voor lokale hubs en/of overstappunten.
Zwolle
Apeldoorn
Enschede
Emmerik
grens regio |
bebouwd gebied rivier spoorweg hoofdwegennet autowegen net fietsverbinding eventuele toevoeging woningen woningen op e-bike afstand van campussen
Land v«
|
economische brandpunten (o.a. campussen)
Locaties op regionaal f lokaal niveau
47
Economie: werk maken van de toekomst Onze regio springt eruit in Nederland als het gaat om de unieke ligging tussen de Randstad en Duitsland en de kansen die dit oplevert in internationale samenwerking. Die ligging biedt logistieke kansen, maar geeft de regio ook een schakelpositie in de kennisuitwisseling op de thema's Food, Health, Hightech en Energy. Deze (kennis)sectoren zijn wereldwijd van belang en volop in transitie. Ons doel is een regio te zijn die economisch, ecologisch en sociaal tot bloei komt in de komende 20 jaar. Het uitbouwen en versterken van deze sectoren in balans met de omgeving past daarbij. Dat is een stevige opgave én een uitdaging omdat de ruimte beperkt is en we te maken hebben met een hoge woningdruk en veel economische activiteiten. Die opgave pakken we samen op. De verstedelijkingsstrategie is een kans om de ruimtelijke vertaling bij deze economische ambities te maken. CONTEXT De verstedelijkingsstrategie is geen economische
heen altijd gezorgd voor een goede basis voor
Innovatie en transitieruimte
visie. Het is het ruimtelijke concept waarop de regio zich verder wil ontwikkelen. We maken gebruik van de economische visies van Foodvalley,
veel verschillende economische activiteiten. Met de verdere internationalisering van economie en maatschappij neemt het belang van goede
De kennisclusters in de regio zijn belangrijk, maar van oudsher komt de innovatie in onze regio vooral vanuit de bedrijven met een jarenlange
Arnhem-Nijmegen en het onderzoek ‘de Kracht van Oost'. De verstedelijkingsstrategie probeert
verbindingen naar het Europese achterland (Berlijn, Frankfurt) alleen maar toe.
verbintenis in de regio. Dat gaat om ICT, de logistiek en de landbouw en agrofood. Die basis
aansluitend op deze visies (in samenhang met de andere opgaven) de ruimtelijke structuur voor de economie zoveel mogelijk te versterken. De Groene Metropool heeft voor de economie een
Kennisclusters Waar de Regio Foodvalley dé nationale proeftuin
verloochent de regio niet. Uit de provinciaal economische verkenning van Gelderland van 2018 blijkt dat zowel in de regio Foodvalley als in
wil zijn voor de transitie naar een circulaire voedselvoorziening voor een gezond leven, is Arnhem de Energiehoofdstad waar samengewerkt
de regio Arnhem Nijmegen naast het grote aantal kennisbanen en banen in de zorg, het aantal banen in de detailhandel, groothandel, bouw en
Ligging
wordt met belangrijke energiespelers en netwerkbeheerders. Health in combinatie met Hightech is sterk geclusterd in Nijmegen. De Novio
metaal aanzienlijk is. We willen stimuleren dat daar ook in de toekomst innovaties plaatsvinden door te zorgen voor fysieke verbindingen en ruimte
De ligging van de regio Arnhem-NijmegenFoodvalley op de corridor tussen Randstad en het Rhein-Ruhrgebied heeft door de geschiedenis
Tech Campus in Nijmegen is een broedplaats voor nieuwe innovatieve bedrijvigheid op het snijvlak van gezondheid en hoogwaardige technologie.
te bieden voor locaties waar geëxperimenteerd kan worden. De vernieuwende concepten voor bijvoorbeeld zorg en voor nieuwe bouwmethoden,
aantal onderscheidende kenmerken: de ligging, de kennisclusters en de gedrevenheid om ruimte te geven aan verschillende transities.
zien we als onderdeel van de woonopgave.
48
Zwolle
Amsterdam
Enschede
KANSENKAART E
Apeldoorn
De kansenkaart richt zich onder meer op de woon werkbalans in de regio, het vinden van ruimte voor economie, (et versterken van verbindingen op diverse niveaus én tussen stad en regio, en het creëren van een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Amersfoort
Nationaal Park De Hoge Veluwe
Utrecht Grebbelinie
Burgers' Zoo
Nationaal Park .Utrechtse Heuvelrug
Doetinchem
Ouwehands Dierenpark
Bestaande bedrijventerreinen Onderwijsclusters Economische clusters Goederencorridor-Oost m Water: de Waal |~2~| Weg: A15 Cultuurregio Q2Ş.
| 3 | Spoor: Betuweroute Duurzaam landbouw Zoekgebied ontwikkeling regionale
Gelderse Poort
bedrijventerreinen (RPW Arnhem Nijmegen) XXL bedrijventerreinen
Nijmeegse ^Vierdaagse
Harde en zachte plannen bedrijventerreinen Foodva
Emmerik (DE)
Bijzondere plekken (RPW Arnhem Nijmegen) Watergebonden ontwikkellocaties Rijk vaiļ Nijmegen
Kantorenlocaties Nieuwe werklocaties
's-Hertogenbosch ^ Eindhoven 20
49 Land van Cuijk
KANSEN EN UITDAGINGEN Onze regio heeft een sterk concurrentieprofiel op logistiek en distributie. De ligging aan de Europese hoofdtransportassen (A1, A12, A15, A73, Betuweroute, Waal en Rijn) biedt kansen op het gebied van hoogwaardige logistiek en maakindustrie. Deze sectoren staan voor de opgave om flexibeler en met kortere doorlooptijden op maat geproduceerde goederen goedkoop en duurzaam te leveren. Transport en (stads)distributie wordt daarmee geografisch meer diffuus, maar ook hoogwaardiger en kennisintensiever. Onder invloed van technologie (Internet, ICT) kan de regio de komende decennia
groeien ook de regionale mobiliteitsstromen en
regio met toonaangevende kennisinstellingen
congestie. Inmiddels heeft het (snel)wegennetwerk onvoldoende capaciteit voor alle verkeer en zit ook het railnetwerk aan zijn plafond. We zetten
en campussen als brandpunten voor innovatie en groei van werkgelegenheid in de clusters Food, Health, Hightech, en Energy. Op Campus
vol in op een betere benutting van de bestaande infrastructuur en weten dat er daarnaast meer capaciteit nodig is om de strategische ligging van
Heyendaal, Novio Tech Campus, Industriepark Kleefse Waard, Arnhems Buiten en Wageningen Science Park is dit goed te zien. De insteek van de
de regio te blijven benutten.
verstedelijkingsstrategie is dat de kennisintensieve economie tussen de verschillende clusters
Kennisintensivering van de economie In de afgelopen jaren heeft de regio zich ontwikkeld tot een moderne kennisintensieve
(Food, Health, Hightech en Energy) elkaar meer versterken en dat de campussen onderling beter verbonden zijn. Dat kan met slimme
een gidsrol vervullen in nieuwe duurzame distributieconcepten en duurzame logistieke
Amsterdam
Zwolle
processen. Amersfoort
FOOD
Kennisclusters als aanjagers De gunstige ligging van de regio en de goede aansluiting op (inter)nationale railnetwerken (zoals ICE en IC) maakt de regio een internationale
ENERGY
draaischijf voor het benutten en uitbouwen van de kennisconcentraties. De kennisclusters in en rond de steden, de universiteiten in Nijmegen
Economie | Bedrijventerreinen/MKB Onderwijs/kennisclusters Q Economische clusters
en Wageningen zijn belangrijke aanjagers voor innovatie, productiviteit en duurzaamheid. Kennis wordt in de regio steeds sterker een drager van de regionale identiteit. De kennisclusters en werklocaties raken in dagelijkse verbindingen steeds meer met elkaar verbonden. De uitwisseling binnen de regio groeit - daar zetten we vol op in - en daarmee
^ Culturele clusters ^ Groen t.b.v. leefkwaliteit Rotterdam
HEALTH
Regional hotspots
Ruhrgebic
û
Glastuinbouw
®
ICT
®
Logistiek Internationale treinverbinding Nationale treinverbindingen
Eindhoven
—^
Auto verbinding Regionale verbindingen Lokale verbindingen
Het economische ecosysteem van de regio Arnhem Nijmegen Foodvaiiey
50
ketens rondom toplocaties, het vormgeven van
sectoren zoals de landbouw, de toeleverende
ruimteclaim is groot in een gebied waarin de
een ecosysteem per sector waar verschillende organisaties samenwerken, toeleverancier van elkaar zijn en soms ook elkaars concurrent:
en verwerkende industrie, een innovatief bedrijfsleven en gezondheidssector en de in de regio gevestigde kennis- en onderwijsinstellingen.
ruimte schaars en het aantal onder te brengen functies stijgt. Om die reden geven we in deze verstedelijkingsstrategie ontwerpprincipes
dat versterkt en versnelt innovatie. Voor die combinatie van onderwijs, spin offs en scale ups is nu te weinig werk- of bedrijfsruimte voor
We willen het vestigingsklimaat versterken waarin denkers en makers met elkaar tot duurzame en technologische oplossingen komen
en uitgangspunten mee, die de ruimteclaim rechtvaardigen en zorgen dat deze gebieden over de volle breedte bijdragen aan de ontwikkeling van
beschikbaar. Het is nodig om ruimte te maken, te herschikken of te hergroeperen zodat er ketens
met meerwaarde voor economie, ecologie als samenleving.
de regio. Dat past bij de samenwerking in triple helix verband die op een aantal thema's al goed
Het vormgeven van die ecosystemen kan
Om dat te laten lukken moeten de randvoordwaarden op orde zijn. In een
werkt. De ruimtevraag die vanuit de RPW's bekend is voor de periode tot 2030 is verder doorgerekend tot
grensoverschrijdend gebeuren door bijvoorbeeld gebruik te maken van de goede verbindingen met Duitsland. Met verbetering van het ICE netwerk
innovatieve (top)regio moet ruimte zijn om uitvindingen te doen en zaken uit te proberen en er moet een omgeving zijn die onze ambitie
2040. In deze ruimtevraag is rekening gehouden met het vernieuwen en intensiveren en soms herstructureren van bestaande bedrijventerreinen
zijn veel meer Regio's in Noord, Midden en Zuid-Duitsland binnen 5 uur reistijd bereikbaar vanuit onze regio. In veel van deze Duitse regio's
ondersteunt, het menselijk kapitaal beter benut, die talent aantrekt én vasthoudt en die het sociaal kapitaal breed activeert. Daarvoor
en met het borgen van experimenteerruimte in de regio voor landbouw, energie en circulariteit.
zijn (hoofdkantoren van) bedrijven gevestigd die zeer interessant kunnen zijn voor onze
zijn fysieke en digitale verbindingen nodig, een aansprekende arbeidsmarkt, een goede kwaliteit
De insteek is dat de keuze van aanvullende werklocaties effect heeft op het vormgeven van
speerpuntsectoren en kennisinstellingen. Een aantal gemeenten in de regio is al lid van een grensoverschrijdende samenwerking in Euregio
van de leefomgeving, regionale samenwerking en voldoende en betaalbare woningen.
een ecosysteem en op het (faciliteren) van de samenwerking tussen kennisinstellingen en innovatieve bedrijven. Dat vraagt om een goede
verband. Een fijn klimaat om te werken en uitvindingen te
Uitdaging: stimuleren van en ruimte geven aan innovatiekracht De topsectoren Food, Health, Hightech en
profilering en vervolgens strikte toewijzing: de. Naast samenwerking binnen de regio gaat het ook om de externe samenwerking (inter)nationaal.
doen Wij zijn een regio waar kennis en pragmatiek hand in hand gaan, waar theorie en uitvinden in
Energy, de logistiek en het brede MKB waar onze regio sterk in is, vragen ook in de toekomst om doorontwikkeling.
Inzet is het ontwikkelen van ‘hotspots', gericht op innovatieve crossovers tussen de topsectoren. Circulariteit en digitalisering spelen daarin een
het veld gelijk op gaan. Dat heeft zijn oorsprong in de intensieve relatie die er in onze regio is tussen stad en land, tussen de primaire
Daarvoor is allereerst ruimte nodig: het gaat om zo'n 700 hectare aan nieuwe werkgebieden en bedrijventerreinen in de periode tot 2040. Die
belangrijke rol.
ontstaan.
51
RUIMTELIJKE AMBITIES Hoe helpt de verstedelijkingsstrategie? De verstedelijkingsstrategie is een belangrijke aanleiding en kans om de ruimtelijke economische
van (meer) stedelijke dichtheid, het inzetten op campus-ontwikkeling, het faciliteren van huisvesting van het bedrijfsleven (zowel de grote
1. Investeren in ons vestigingsklimaat We investeren in ons vestigingsklimaat. Dat is al aantrekkelijk met onze universiteiten,
structuur in onze regio te versterken en te zorgen voor meer agglomeratiekracht. Ons doel is om
corporates als het MKB) en het scheppen van fijne leefomgevingen met voldoende en betaalbare
hogescholen, breed aanbod mbo, binnensteden en kernen, omgeving met natuur, groen en water
ruimte te maken voor bedrijvigheid die past in het profiel van onze regio. Daar hoort bij dat we de economische centra in de
woningen en een breed pallet aan voorzieningen zijn daarin belangrijke randvoorwaarden.
en een fijn woonklimaat met vele voorzieningen zoals cultuur, recreatie, horeca, evenementen. Dat vestigingsklimaat willen we behouden en
regio en daarbuiten (nationaal en internationaal) beter met elkaar verbinden. Daar hoort een verbetering van het ICE netwerk bij.
De groene, aantrekkelijke woon- en leefomgeving van deze regio is een belangrijke asset voor zowel bewoners en recreanten als bedrijven.
versterken. Dat doen we door in te zetten op bruisende binnensteden in de drie polen, door in te zetten op creatieve broedplaatsen, door goede
Een tweede ambitie is om de verstedelijking in te zetten om het aantal banen in de regio te laten groeien. Als er per nieuwe woning in de
Voor inwoners en bedrijven in de regio is dat vanzelfsprekend, maar daarmee is het niet minder uniek. Dat merken we aan het grote
woon-werkgebieden te maken (altijd met een functiemix), door in te zetten op duurzaamheid (duurzame energie, klimaatadaptatie) en door
regio ook een nieuwe baan ontstaat3, blijft de woon-werkbalans in evenwicht . Het gaat om een
aantal bezoekers aan onze regio voor vakantie of een dagje uit. Naast natuur en landschap heeft
goede verbindingen te maken: binnen de regio, binnen Nederland en naar Duitsland.
gemiddelde door de hele regio. Onze inzet daarbij is dat er toegang tot werk moet zijn voor iedereen. Agglomeratiekracht leidt tot banengroei in de
de regio ook een rijk en gevarieerd aanbod aan cultuur en dat is belangrijk voor het aantrekken en binden van talent aan de regio. In de groei en
2. Verbindingen - gidsrol in goederenlogistiek We benutten onze strategische ligging op de
sectoren van cultuur en dienstverlening.
doorontwikkeling van de regio is daarin nog een slag te maken met extra programma en een goed evenwichtig aanbod van cultuur door de regio
multimodale goederencorridor maximaal en versterken de corridors. Logistiek heeft niet altijd een positief imago - en het is niet in alle delen
onze regio - maken we ook meer stad. Dat helpt om economische brandpunten te maken in de drie polycentrische polen. Eén van de manieren
heen. Met name in Foodvalley Zuid is behoefte aan een completer cultuur aanbod.
van de regio gewenst - maar ook de logistiek maakt een transitie door. Niet alleen qua kennis, maar vooral ook qua ruimtelijke inbedding en
waarop dat kan is met het maken van vruchtbare crossovers tussen de verschillende sectoren en 'lagen' die er al zijn, maar die nu niet met elkaar
Regiobrede samenwerking op cultuur helpt daarbij, bijvoorbeeld door Stichting 025 te
technische doorontwikkeling mee met de tijd. De regio heeft als ambitie om koploper te zijn
versterken door de Groene Metropool heen. Natuurlijk geldt ook voor het culturele aanbod dat bereikbaarheid een belangrijke rol speelt.
in schone en up-to-date logistiek. Dit biedt kansen voor de logistieke sector en duurzaam vervoer. Ook het verschonen van de scheepvaart
Naast meer landschap - een belangrijke asset van
verbonden zijn. Wij willen dat het vanzelfsprekend is dat studenten die een succesvolle spin off ontwikkelden, in de regio blijven omdat juist hier de kansen voor doorgroei liggen en het vestigingsklimaat goed is. Het creëren
52
is hierbij een belangrijk thema voor de regio, zowel op gebied van economie en innovatie als voor de gezondheid van de inwoners. Voor de
verstedelijkingsstrategie is van belang dat de distributiepunten een goede ruimtelijke inpassing krijgen langs de corridors A1 en A12 en dat de
Dit doen we niet alleen, maar nadrukkelijk samen met het bedrijfsleven en de kennisinstellingen. Campussen met brandpuntpotentie in de regio
werklocaties passend bij de diversiteit van de vraag. Hoe we dat in de komende jaren doen is afgesproken in de Regionale Programma's
balans tussen personen- en goederenvervoer in orde is.
zijn: de Wageningen University ã Research (WUR), het World Food Centre, ICT-Campus Veenendaal,
Werklocaties (RPW's) en staat ook beschreven in de regionale agenda's. Die lijn trekken we ook na
Er is schuifruimte nodig om de logistiek te bundelen. De ruimte die vrij komt op andere locaties kan ingezet worden voor verdichting op
Poultry Expertise Centrum (PEC), Food Academy Nijkerk, Hotspot Energy Arnhem (Arnhems Buiten, Kenniscampus regio Arnhem, IPKW), Campus
2030 door, waarbij we vasthouden aan slimme combinaties van bedrijvigheid (functiemenging), de combinatie van verdichting / intensivering en
bestaande bedrijventerreinen, voor gemengde woon-werk- omgevingen of voor woongebieden.
Heyendaal en de Novio Tech Campus. Bij deze brandpunten horen ook plekken waar ruimte is voor innoveren en experimenteren.
afnemende ruimtevraag per arbeidsplaats. 7. Recreatie, toerisme en cultuur
3. Verbindingen - draaischijf in het verbinden van kenniswerkers en kennishubs De verbindingen met de Randstad, met de
5. Economische clustervorming We zetten in op economische clustervorming
De Groene Metropool heeft met recreatie, toerisme en cultuur een aantal sterke troeven in handen: of het nu gaat om de bruisende
andere stedelijke gebieden en met Duitsland zijn goed. Als het gaat om de uitwisseling van
die zich richten vanuit de thema's Food, Health, Hightech en Energy richten op productie, innovatie
binnensteden of de nationale landschappen, die troeven worden met het versterken van de regio
kennis en diensten kunnen betere verbindingen de economische groei aanjagen. Om die reden versterken we onze strategische ligging op de A12-
en kennis. Ze zijn gericht op economische ontwikkeling en de groei van werkgelegenheid. Deze clusters zijn de koppeling tussen de
door het toevoegen van meer landschap en meer stad alleen maar sterker. Daar ligt een kans om ook in de toeristische en culturele sector meer banen
corridor waarbij de ICE zorgt voor een versterking van de internationale relaties met een duurzame verbinding met Duitsland.
brandpunten en het MKB. Dat betekent dat we aanvullende ruimtevragen voor werklocaties en bedrijventerreinen hier zoveel mogelijk op
te ontwikkelen. Voor de cultuursector geldt dat die zich zal (moeten) versterken Zodat de verdeling over de regio goed is. Voor toerisme en recreatie
4. Brandpunten van kennis en innovatie We maken sterker wat sterk is en blijven
aansluiten en dat we bestaande bedrijventerreinen versterken en verdichten met clustervorming als doel.
geldt dat er toegang tot het landschap met fietsroutes en wandelroutes nodig is, maar ook dat er nieuwe recreatieplekken worden toegevoegd
vol inzetten op de ontwikkeling van onze internationale clusters en campuslocaties op
6. Het MKB en de werklocaties
omdat de druk op de natuurgebieden nu al groot is. In de bouwstenen groene leefomgeving en de
het gebied van Food, Health, Hightech en Energy en de verbindingen (crossovers) daartussen. We ontwikkelen de campussen tot echte brandpunten
Daarnaast is het MKB van onschatbare waarde, zowel in de (zakelijke) dienstverlening, ICT als in de maakindustrie en natuurlijk in Agrifood
van innovatie. Daarbij moeten we de verbinding met Twente - Eindhoven, Utrecht - Amsterdam (en ook Oss/Boxmeer) niet vergeten uit te bouwen.
en logistiek. We willen het MKB versterken door ondernemerschap te stimuleren en door in te zetten op voldoende en toekomstbestendige
bouwsteen mobiliteit is hier ook al op gewezen. 3 De inzet op 1 baan per woning is onder andere onderzocht door de Stec-groep. Zij geven aan dat dat heel ambitieus is en dat 0,6 baan per woning (voor delen van de regio) logischer lijkt. De insteek voor de verstedelijkingsstrategie is dat we een goede balans tussen wonen en werken willen realiseren. We houden voor de regio als gehaal aan dat 1 baan per woning de inzet is. Aandachtspunt daarbij is dat op een aantal plekken de balans nu doorslaat naar werken (met een tekort aan wonen) terwijl in de Regio Arnhem-Nijmegen het doel is om de uitgaande forenzenpendel fors te verkleinen en te zorgen voor meer banen in de regio.
53
RUIMTELIJKE (VERTALING IN ONTWETPPRINCIPES In de komende 20 jaar is de ruimtebehoefte voor
toevoegen van nieuwe locaties moet bijdragen aan
werklocaties en bedrijvenlocaties nog groot. We willen daar zo efficiënt en effectief mogelijk mee
bovengenoemde doelstellingen. Dat brengt ons tot de volgende ontwerpprincipes:
omgaan. Het uitbreiden van huidige locaties of het
üü Ié ^ In de gebiedsuitwerkingen gaan we na waar in de regio ruimte beschikbaar is en beschikbaar kan blijven voor experimenten op het gebied van
^ We zetten in op de versterking van kennisclusters en werklocaties die goed met elkaar verbonden zijn;
bijvoorbeeld circulariteit, energie en landbouw.
^ We benutten de bestaande wcrkVcaties
bereffitvavrh effi vim OV (internationaal en regionaal) hebben.
^ H et verstedelijkingsconcept gaat uit van een
^ We kijken scherp naar de toegevoegde
optimaal voordat we overgasn (et de ao niet van nieuwe locaties. We zetten io op scherpere
aantal economische brandpunten. Op die plekken creëren we een sterke stedelijke
waarde van nieuwe bedrijvigheid voor het regionale ecosysteem. Niet alle ruimtevragen
ratio's m2 BVO versus arbeidsplaatsen bij nieuwe bedrijven. We zetten in op de aanpak van leegstand, herstructurering en verdichting van
dichtheid met wonen en werken zodat ze zich doorontwikkelen als sterke economische brandpunten.
worden geaccommodeerd: de prioriteit ligt bij kennisontwikkeling en het vervolledigen van de aanwezige kennislocaties. De RPW's zijn leidend
bedrijventeraFlnen.
54
^ Daar waar mogwlijk verdicGte n, intevsiverev er verdvu(Etmen ean b eala ande WFrGgeGiedmn en bedrijvenGeraeinen die een excellente
en worden op dit punt nog aangescherpt.
@ __________________________________ •ln zet op variatie en to egevo egde waarde. Er is een divaro on sam evha ngend aanbod aan typen werklocaties nodig. Bedrijven stellen immers
Het doorontwikkelen van bestaande werklocaties en het toekomstbestendig aanleggen van nieuwe werklocaties staat voorop.
verschillende eisen aan een locatie wat betreft bereikbaarheid, uitstraling, fysieke ruimte en milieugebruiksruimte. Er moet voldoende
We leven in een tijd van grote veranderingen. Dit stelt meer en andere eisen aan de inrichting van onze werklocaties. De energietransitie, een
ruimte zijn voor logistiek, watergebonden betrijvan, klemnrhnliga iokale beerijvigne id,
veranderend klimaat, digitalisering, circulaire economie, maar ook het welzijn van werknemers
molnifunctionele wnor-werkmilieus en bedrijven in de hogere milieucategorie. Dit laatste is nodig, zodat er ruimte is voor industrie en
vragen om anders ingerichte werkgebieden. Ook werklocaties zijn multifunctionele leefomgevingen.
circulaire economie.
55
Wonen: meer stad en meer vitale kernen We voegen 100.000 woningen toe om het woningtekort in te lopen, om de bevolkingsgroei te accommoderen en de toestroom uit andere regio's op te vangen. De opgave is ook kwalitatief. Dit is dé kans om de bestaande wijken te versterken; steden, wijken en dorpen worden (in onderlinge samenhang) aantrekkelijker, duurzamer, veilig, gezond, bereikbaar en inclusief. CONTEXT
56
AMBITIE
We bieden bewoners een ruim aanbod aan werk,
De Groene Metropool biedt ‘groene woonkwaliteit'
We benutten nieuwe trends om adaptief blijvend
voorzieningen en de levendigheid van steden. En tegelijkertijd is er een divers aanbod aan groene woonmilieus, zowel landelijk als stedelijk, met
aan ruim 1,2 miljoen mensen. Dat is onze ambitie tot 2040. We voegen 100.000 woningen toe om het woningtekort in te lopen om de natuurlijke
te voldoen aan behoefte, op basis van huidige en toekomstige onderzoeken. We werken uiteindelijk toe naar een volledig circulaire leefomgeving.
‘groot groen' binnen handbereik, zoals de Veluwe en het rivierengebied. De unieke ligging van de regio draagt bij aan economische kansen voor
bevolkingsgroei te accommoderen en daarbij de toeloop uit andere regio's op te vangen. Dit is dé kans om de bestaande wijken te versterken.
DOELSTELLINGEN
mensen die hier wonen. Voor bewoners moet er de kans zijn om door te stromen naar een woningen die past bij hun levensfase.
Steden, wijken en dorpen worden (in onderlinge samenhang) aantrekkelijker, meer duurzaam, veilig, gezond, bereikbaar en inclusief. De soms
Het stedelijk netwerk van de Groene Metropool heeft een gelaagdheid in de verschillende schaalniveaus. Er zijn inwoners die voor hun
De behoefte aan nieuwe woningen is er; de komende decennia lopen demografische trends
eenzijdige woningvoorraad in een kern of wijk maken we meer divers. Daar waar mogelijk willen
werk en vrijetijdsbesteding bewegen tussen de steden en het groene raamwerk en er zijn ook
zoals groei en vergrijzing gelijk op. Tegelijkertijd spelen in dit stedelijk netwerk urgente thema's. Zo staat de leefbaarheid onder druk, zijn er
we woonwijken en groene kwaliteiten combineren zodat bestaande kwaliteiten niet ondermijnd worden, maar juist versterkt. We streven naar
inwoners die minder grote afstanden afleggen en juist meer lokaal georiënteerd zijn: ze werken en sporten in de buurt. Deze inwoners hebben een
te weinig betaalbare woningen, is de ruimte soms versnipperd en verrommeld, neemt de biodiversiteit af en zijn bestaande wijken nog
meer groen én meer stedelijkheid. Het palet aan woonmilieus in of nabij het groen versterken we. Dat kan een groen woonmilieu zijn aan de
ander ‘daily urban system'. Beide manier van leven en mobiliteit zijn mogelijk in de manier waarop het verstedelijkingsconcept nu is vormgegeven.
onvoldoende duurzaam en niet klimaat-adaptief. Daarom stellen we in de bouwsteen Wonen de bestaande steden en dorpen centraal. Juist daar
stadsrand, in een dorp maar ook centrum-stedelijk met groen op korte afstand. We streven naar een divers aanbod aan woonmilieus en woningen, dat
De huidige situatie in de regio en de trends en ontwikkelingen laten zien dat nabijheid belangrijk is. We stellen in het verstedelijkingsconcept de
voegen we woonkwaliteit toe. Investeringen daar, nu en richting 2040, versterken de kwaliteiten en de eigenheid van de regio.
aansluit bij verschillende behoeften van inwoners en die voor iedereen een betaalbaar aanbod bevat.
bestaande steden, wijken en dorpen centraal. Het toevoegen van woningen samen met andere
ruimte
functies (door efficiënt ruimtegebruik) biedt Onderwijs
de mogelijkheid om bestaande steden en dorpen te versterken te zorgen voorzieningen en verbindingen ‘nabij' zodat ook de leefomgeving
Cultuur
ook voor bestaande bewoners verbetert. De gelaagdheid van het stedelijk netwerk maakt dat we rekening kunnen houden met de verschillende woonvoorkeuren en woonmilieus. Deze diversiteit is nu al een kwaliteit en die kunnen we zo in onze regio versterken. Het ruimtelijke principe om de diversiteit
Zorg 8i Welzijn
Werkgele genheid
Sport en
Infrastructuur
Ŵ
g
JĮ Groen om de stad
Stedelijk groen
te bewaken leidt tot randvoorwaarden en condities voor ontwikkeling (we zetten in op een goede mix van programma) en zal ook van invloed zijn op locatiekeuzes. Het bewaken van de diversiteit in programma vraagt om flexibiliteit en de vaardigheid om in te kunnen springen op veranderende woonbehoeften en woonambities. In het hoofdstuk ‘werken met de verstedelijkingsstrategie' is dat verder uitgewerkt. We creëren leefomgevingen: het toevoegen van woningen gaat gepaard met andere functies, zoals uitloopgebieden, zorg, werkgelegenheid en infrastructuur Zo worden bestaanden steden en dorpen integraal versterkt.
57
ONTWERPPRINCIPES 1. Circulaire leefomgeving Om de ambitie van circulariteit te realiseren,
(broedplaatsen passend bij het economisch profiel). Tot slot: door zorgvuldig om te gaan met
identiteit van de regio, maar ook extra kansen bieden voor klimaatadaptatie, biodiversiteit
helpt het om uit te gaan van wat er al is. Dat doen we door te kijken wat we al kunnen doen in de bestaande wijken. Immers: het grootste deel van