CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

02. Regels en toelichting bestemmingsplan Veluwstraat 16a.pdf

Raadsvergadering 7 juni 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Veluwstraat 16A27.883 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

buro WAAL BRUG

Bestemmingsplan Veluwstraat

Gemeente Beuningen

HH ■n ph

•iţř

NL.lMRO.0209.Veluwstraatl6A-vadf/ Projectnr. W-18044/ april 2022

Definitief

16A Ewijk

Gemeente Beuningen Bestemmingsplan Veluwstraat 16A Ewijk

buro WAAL BRUG ADVISEURS VOOR DE LEEFOMGEVING

Vestigingsadres:

Schoenaker 10, 6641 SZ Beuningen

Telefoonnummer 024 - 675 23 56 Emailadres

info@burowaalbrug.nl

Rekeningnr. IBAN NL98RABO 0302 2351 59 KvK Nummer 58365524

Website www.burowaalbrug.nl BTW Nummer NL8530.06.453.B01

Veluwstraat

16A Ewijk

bestemmingsplan Veluwstraat

16A Ewijk

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende plannen 1.4 Leeswijzer

6 6 6 7 8

Hoofdstuk 2 Gebiedsvisie 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie

9 9 9

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Nationaal beleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 Conclusie

11 11 12 14 16

Hoofdstuk 4 Milieu- Ä omgevingsaspecten 4.1 Verkeer à parkeren 4.2 Bodem 4.3 Geluid 4.4 Milieuzonering 4.5 Luchtkwaliteit 4.6 Geur 4.7 Externe veiligheid 4.8 Waterhuishouding 4.9 Ecologie 4.10 Archeologie à cultuurhistorie 4.11 Leidingen 4.12 Vormvrije MER-beoordeling

17 17 17 18 20 21 22 23 25 28 30 32 33

Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Bestemmingen

34 34 35

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Overleg 6.3 Maatschappelijke haalbaarheid

37 37 37 37

Bijlagen toelichting (extern bijlagenboek) Bijlage 1

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 3

Quickscan

Bijlage 4

AERIUS-berekening gebruiksfase

2

Wet Natuurbescherming

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

bestemmingsplan Veluwstraat

16A Ewijk

Regels

38

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

39 39 42

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4

Bestemmingsregels Groen - Landelijk groen Wonen

43 43 44

Hoofdstuk 3 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene wijzigingsregels

49 49 49 50 51

Hoofdstuk 4 Artikel 9 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

52 52 52

Bijlagen regels

53

Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

54

Bijlage 2

Landschappelijke

55

bestemmingsplan "Veluwstraat

inpassing (voorwaardelijke verplichting)

16A Ewijk" (Definitief)

3

bestemmingsplan Veluwstraat

4

16A Ewijk

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

bestemmingsplan Veluwstraat

16A Ewijk

Toelichting

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

5

bestemmingsplan Veluwstraat

Hoofdstuk 1 1.1

16A Ewijk

Inleiding

Aanleiding

De eigenaren van de woning aan de Veluwstraat 16 in Ewijk, hebbenin december2018 een verzoek ingediend om de realisatie van twee halfvrijstaande woningen te mogen realiseren in de vorm van een woongebouw op het huidige bestemmingsvlak 'Wonen' op perceel Veluwestraat 16A. Op 15 maart 2011 is zowel voor dit perceel alsmede het aangrenzende perceel (nr. 16) het bestemmingsplan ‘Veluwstraat 16 te Ewijk’ vastgesteld. Met dat bestemmingsplan is in 2011 de functieverandering van het glastuinbouwbedrijf ter plaatse mogelijk gemaakt op basis van de ‘Beleidsregels functieverandering buitengebied’. In ruil voorde sloop van circa 2.600 m2 glasopstanden is in het bestemmingsplan opgenomen dat één extra vrijstaande woning gerealiseerd mag worden. Ook de bestaande bedrijfswoning op nr. 16 mocht daarbij gehandhaafd blijven. Het is de afgelopen 7 járen niet gelukt om een koper te vinden voor het perceel voor een vrijstaande woning aan de Veluwstraat 16A. De omvang van het perceel blijkt een belemmering voor potentiële kopers om over te gaan tot aankoop. Vandaar de behoefte om ter plaatse een tweekapper te realiseren. De mogelijkheid tot de realisatie van twee halfvrijstaande woningen in de vorm van een woongebouw is wel passend in het functieveranderingsbeleid, maar niet als zodanig in het vastgestelde bestemmingsplan uit 2011 verankerd.

Op 7 mei 2019heeft het college besloten om onder voorwaarden medewerking te verlenen. Om de beoogde uitbreiding van woningtypen mogelijk te maken, zal het geldende bestemmingsplan voorde gronden in het plangebied moeten worden herzien.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen in het oeverwallengebied ten noorden van de kern Ewijk. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Ewijk, sectie E, nummers 2101,2102 en 2093(ged.) en heeft een oppervlakte van circa 2.700 m2. Het plangebied wordt begrensd door: » Noordzijde: agrarisch perceel; » Oostzijde: woning te Veluwstraat 16; » Zuidzijde: de Veluwstraat; » Westzijde: perceelsgrens grenzend aan de woningen te Veluwstraat 18. Navolgende afbeeldingen tonen globaal de ligging en begrenzing van het plangebied in de omgeving. Voorde exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naarde verbeelding.

Firma Van de Logt

Globale ligging

6

plangebied

(rode druppel, Bron: maps.google.nl)

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

bestemmingsplan Veluwstraat

16A Ewijk

n9 e nieur van Stŭiv,

^ntíergĩĩ!

*.*T.*.-

Globale begrenzing

1.3

plangebied

(rode omkadering,

Bron: maps.google.nl)

Geldende plannen

De gronden in het plangebied vallen binnen het bestemmingsplan 'Veluwstraat 16 te Ewijk'. Het woonperceel heeft hierin de bestemming 'Wonen (artikel 16)' en is voorzien van een eigen bestemmingsvlak. Per bestemmingsvlak is maximaal één woning toegestaan. De maximum ínhoud per woning bedraagt 1.200 m3 inclusief bijgebouwen en de maximum goot- en bouwhoogte bedragen 6,0 m respectievelijk 10,0 m. MM

IV \F * 4Í.V

*v.

Uitsnede

verbeelding

geldend

bestemmingsplan

met ligging

plangebied

(rode omkadering)

De beoogde ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan omdat hierin één vrijstaande woning is toegestaan. Om ook de beoogde ontwikkeling van twee halfvrijstaande woningen in de vorm van een woongebouw te kunnen realiseren dient het geldende bestemmingsplan te worden herzien. bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

7

bestemmingsplan Veluwstraat

1.4

16A Ewijk

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit meerdere onderdelen: een verbeelding waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven en regels waarin de bepalingen voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het juridische bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. De toelichting kan globaal opgedeeld worden in vier delen. Inleiding en gebiedsvisie In hoofdstuk 1 zijn de aanleidingen en het kader voor de planherziening beschreven. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. Verantwoording Hoofdstukken 3 en 4 geven de achtergronden, toelichting en motivatie op de gemaakte keuzen weer die uiteindelijk hebbengeleid tot de uitgewerkte planopzet. In dit planonderdeel worden onder meer het (beleids)kader en de milieuaspecten uiteengezet. Juridische planbeschrijving In hoofdstuk 5 wordt de juridische planopzet beschreven. Doel is een nadere onderbouwing te geven wat met het plan wordt beoogd en hoe de instrumenten regels en verbeelding hierbij worden gehanteerd. Uitvoerbaarheid Het laatste deel (hoofdstuk 6) gaat uitvoerbaarheid van het plan.

8

in op de financieel-economische

en maatschappelijke

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

bestemmingsplan Veluwstraat

Hoofdstuk 2 2.1

16A Ewijk

Gebiedsvisie

Bestaande situatie

De Veluwstraat wordt gekenmerkt door een relatief hoge bebouwingsgraad. Ten oosten van het plangebied is de voormalige bedrijfswoning gelegen, die voorheen behoorde tot het glastuinbedrijf in het plangebied. Ten westen van de woning liggen de woningen 18 en 18a in de vorm van een dubbele (boerderij)woning, zoals die overigens vaker voorkomen langs de Veluwstraat. Het perceel is op dit moment een braakliggend terrein, ingericht als grasland. De voor de oeverwal kenmerkende landschapselementen en erfbeplanting worden hier gemist, zie ook navolgende foto.

Impressie van het plangebied

met links op de foto Veluwstraat 18

Op 15 maart 2011 is zowel voor dit perceel alsmede het aangrenzende perceel (nr. 16) het bestemmingsplan 'Veluwstraat 16 te Ewijk' vastgesteld. Met dat bestemmingsplan is in 2011 de functieverandering van het glastuinbouwbedrijf ter plaatse mogelijk gemaakt op basis van de 'Beleidsregels functieverandering buitengebied'. In ruil voorde sloop van circa 2.600 m2 glasopstanden is in het bestemmingsplan opgenomen dat één extra vrijstaande woning gerealiseerd mag worden. Ook de bestaande bedrijfswoning op nr. 16 mocht daarbij gehandhaafd blijven.

2.2

Toekomstige situatie

Op navolgende afbeelding is een voorstel voor de stedenbouwkundige inrichting van het plangebied weergegeven:

Voorgevel woning

Gevelaanzichten

opzet en landschappelijke

Rechtergevel woning

woongebouw (bron: Bouwbureau Van Rossum)

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

9

bestemmingsplan Veluwstraat

16A Ewijk

Veluwifroot 16A

İÜ

P&- į "V

Vf

įŵKüríír:

V, - .r-

buro WAAL BRUG

Ŵlİ r

Inpassing woongebouw met landschappelijke inpassing

Door net als op het perceel (nr. 18 en 18A) direct ten westen van het plangebied (en verderop in de straat op nr. 34 en 34A) te kiezen voor een bouwvolume in de vorm van een dubbele schuurwoning dwars op de weg, is het gebouw niet direct herkenbaar als een woongebied met 2 eenheden. Een dergelijke verkavelingsopzet zorgt er (net als bij de realisatie van een vrijstaande woning) bovendien voor dat het zicht op de achterzijde van het perceel vanaf de Veluwstraat behouden blijft. Door te kiezen voor een schuurwoning vormen de voormalige bedrijfswoning (nr. 16) en het nieuwe woongebouw als het ware één bebouwingsensemble. Door (optioneel) een gezamenlijke garage/berging te realiseren ten noorden van het hoofdgebouw in de vorm van een hooimijt wordt het ensemble verder gecompleteerd. Met dit bestemmingsplan wordt de reeds toegestane vrijstaande woning of een woongebouw met 2 halfvrijstaande woningen mogelijk gemaakt (van vergelijkbaar volume als de vrijstaande woning), het planologisch toegestane aantal woningen neemt daarmee met 1 toe. Tevens wordt voorzien in een landschappelijke inpassing.

10

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

bestemmingsplan Veluwstraat

Hoofdstuk 3

16A Ewijk

Beleidskader

3.1

Nationaal

beleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), waarin het Rijk een lange termijn visie geeft op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt keuzes te maken. Bij de afweging van keuzes wordt bij voorkeur gekozen voor slimme combinaties van functies, wordt uitgegaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en worden beslissingen niet uitgesteld of doorgeschoven. De nationale belangen en opgaven waarop het Rijk wil sturen en richting wil geven, komen samen in de volgende vier prioriteiten: » Ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; » De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden; » Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; » Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met de prioriteiten uit de NOVI. De NOVI vormt geen belemmering voor dit plan.

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) borgt een aantal van de nationale ruimtelijke belangen die deel uitmaken van het beleid, zoals beschreven in de voorganger van de NOVI, oftewel de SVIR. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, vervalt het Barro. De regels van het Barro worden dan vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt de uitwerking, in regelgeving, van het beleid dat in de NOVI staat. Zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is, is het Barro nog van toepassing. In het Barro, ook wel bekend als de AMvB Ruimte, zijn 14 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het besluit is gericht op doorwerking van de nationale belangen in provinciaal beleid en gemeentelijke bestemmingsplannen. Dat betekent dat het Barro voor de opgenomen onderwerpen regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren Planspecifiek Voor onderhavig plangebied zijn geen specifieke doelstellingen geformuleerd. Het Barro is niet specifiek van toepassing op het plangebied.

3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerde 'ladder voor duurzame verstedelijking' is als procesvereiste vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet in de toelichting een onderbouwing opgenomen worden van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbijwordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

11

bestemmingsplan Veluwstraat

16A Ewijk

In het kader van de duurzame ladder wordt ten aanzien van de definitie van bestaand stedelijk gebied de definitie uit de Bro gehanteerd: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal-culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.'Vo\ger\s de nota van toelichting bij het Bro moet worden bekeken of door het benutten van leegstaande versted el ij kings ruimte in bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in de behoefte. Zoals ook volgt uit onder andere de uitspraak met het nummer 201303578/1/R4 kunnen, naar het oordeel van de Raad van State, planologische mogelijkheden waarvan nog geen gebruik is gemaakt, als leegstaande verstedelijkingsruimte worden aangemerkt. Een dergelijke locatie wordt gezien als onderdeel van het bestaand stedelijk gebied. Planspecifiek Dit plan regelt dat er één vrijstaande of twee halfvrijstaande woningen worden gerealiseerd. Er wordt één extra woning mogelijk gemaakt binnen bestaand bebouwd gebied ten opzichte van het geldende bestemmingsplan, tevens blijftde oppervlakte van de bestemmingsvlakken 'Wonen' in totaal gelijk aan het geldende bestemmingsplan.

Daarmee is volgens de definitie uit het Bro geen sprake van een stedelijke ontwikkeling en hoeft niet getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Desondanks kan gesteld worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda, zie verder subparagraaf 3.3.2 Woonvisie.

3.1.4

Conclusie

In het plangebied zijn geen nationale

3.2

Provinciaal

3.2.1

Algemeen

belangen in het geding.

beleid

Op 19december2018 hebbende Provinciale Staten de 'Omgevingsvisie Gaaf Gelderland' vastgesteld. De bijbehorendegeactualiseerde 'Omgevingsverordening Gelderland (maart 2021)' hebbende Provinciale Staten op 31 maart 2021 vastgesteld. In de Omgevingsvisie staan de hoofdlijnen van het beleid en in de Omgevingsverordening de regels en afspraken om de opgaven uit de Omgevingsvisie te realiseren. De Omgevingsvisie en -verordening zijn dynamische instrumenten. Doordat wetten veranderen of door de komst van nieuwe initiatieven, kijkt de provincie twee keer perjaar of de plannen moeten worden aangepast.

3.2.2

Omgevingsvisie Gaaf Gelderland

De wereld verandert ingrijpend en er komt veel op de inwoners van Gelderland af. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit, digitalisering, internationalisering. Deze zaken vragen stevige antwoorden en oplossingen als investering in de toekomst. Met de schaarse ruimte en de vele uiteenlopende belangen en inzichten gaat dit niet vanzelf. We moeten samen keuzes maken over de voorliggende vraagstukken en de betekenis daarvan voorde inrichting van Gelderland. In onderling overleg zoeken naar synergie, samenhang en uitruilmogelijkheden. Daarom zet de provincie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang, zoals goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen en een mooie natuur. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende stedelijke en landelijke woonkwaliteiten. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De provincie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen en het concentreren van bebouwing.

Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan er aan de randen van steden of dorpen uitgebreid worden.

12

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

bestemmingsplan Veluwstraat

16A Ewijk

De dynamiek op de woningmarkt is groot. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobielerdan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Maar deze woningen zijn niet klaar voor de toekomst en moeten aangepast of vervangen worden. Voorde provincie staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. De meeste woningen zijn verre van energieneutraal en klimaatbestendig. De provincie stimuleert innovaties op dit terrein, zoals het aardgasloos maken van bestaande woningen en het verduurzamen van woonwijken. Daarnaast is de provincie met haar partners in gesprek over hoe het vraagstuk van klimaatadaptatie en wonen slimmer aangepakt kan worden. Voldoende groene ruimte, koele plekken, opvang van water in het licht van de klimaatverandering is immers van belang, zeker met het oog op de gezondheid van de Gelderlanders. Planspecifiek De beoogde ontwikkeling sluit aan bij het vertrekpunt dat zoveel mogelijk binnen bestaand stedelijk gebied gebouwd wordt.

Aangezien behoudens de bouw van één nieuwe woning binnen bestaand stedelijk gebied, geen nieuwe planologische ontwikkelingen in het plangebied mogelijk worden gemaakt, is het plan passend binnen de omgevingsvisie. De extra toegestane woning is passend binnen de regionale woningbouwagenda, zie hiervoor subparagraaf 3.3.2. De woning wordt zonder aardgasaansluiting gerealiseerd. Dit sluit aan op de provinciale duurzaamheidsambities. Tevens wordt voorzien in een landschappelijke inpassing, wat ook betekenis heeft voor het verbeteren van de biodiversiteit. De Omgevingsvisie doet verder geen specifieke uitspraken die van belang zijn voorde voorliggende ontwikkeling. De Omgevingsvisie vormt dan ook geen belemmering voor de nieuw te bouwen vrijstaande burgerwoning.

3.2.3

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening vormt de juridische doorwerking in regels van het beleid uit de Omgevingsvisie. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkttot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebbenop de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Planspecifiek In artikel 2.2 is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk maakt als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. In de toelichting wordt hierbij aangegeven dat voornoemde betrekking heeft op alle nieuwe woningen die in een ruimtelijk plan worden opgenomen; dus ook woningen die ontstaan door woningsplitsing of woningen die in het kader van functieverandering van kantoren, scholen, zorggebouwen, nieuwe (zorg-)landgoederen, vrijkomende agrarische bebouwing en dergelijke worden gerealiseerd.

Zoals in subparagraaf 3.3.2 is beschreven, heeft deze ontwikkeling geen invloed op de regionale woningbouwafspraken. Voor het onderhavige plangebied zijn geen andere specifieke doelstellingen geformuleerd in de verordening. Daarmee is het plan passend binnen de omgevingsverordening.

3.2.4

Conclusie

Het bestemmingsplan is daarmee tevens passend in de Omgevingsvisie en -verordening van de provincie.

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

13

bestemmingsplan Veluwstraat

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie

16A Ewijk

De gemeentebrede Structuurvisie is op 8 mei 2012 vastgesteld. De structuurvisie is een ontwikkelingsvisie met een richtinggevend en programmatisch karakter. Het bevat integrale keuzen voor de hoofdlijnen van het gemeentelijk ruimtelijk beleid voor de komende járen en wordt ingezet als onderdeel van een ruimtelijke onderbouwing voor bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen en voorbereidingsbesluiten. Motto van de structuurvisie is dat de gemeente groen en dynamisch wil zijn. In essentie is het ruimtelijk beleid er op gericht om ruimte te geven aan dynamiek, waarbij de groene kwaliteiten van het gebied gerespecteerd en deze waar dat kan versterkt worden. Het motto wordt in de structuurvisie doorvertaald in enkele kernambities: I. Beuningen: groene flank van de stadsregio; II. Beuningen woongemeente: gedoseerde groei, oog voor kwaliteit; lil. Versterken en verbinden van landschappen; IV. Ruimte voor water en recreatie; V. Toekomstgerichte basisvoorzieningen in elke kern; VI. Doorstroming én oversteekbaarheid Van Heemstraweg. Ambitie II Beuningen woongemeente: gedoseerde groei, oog voor kwaliteit Beuningen wil zich, binnen de regio, onderscheiden als woongemeente in een sterke groene setting. Het streven is tweeledig.

Enerzijds gaat de gemeente voor een gedoseerde groei van het aantal woningen, waarbij gedifferentieerd wordt gebouwd voor de juiste doelgroepen (senioren, starters, kleine huishoudens). De gemeente biedt een gevarieerd aanbod aan woonmilieus: landelijk, dorps en centrum-dorps wonen. Elke kern heeft een eigen karakter en de sociale structuur binnen de kern is een groot goed. Hiermee voegt Beuningen echt iets toe aan het regionale woningaanbod (vooral grootstedelijke milieus) en wordt geanticipeerd op de vraag uit de markt naar deze woonmilieus. De gemeente bouwt woningen om invulling te geven aan de eigen woningbehoefte. Anderzijds zet de gemeente in op de versterking van de kwaliteit van de bestaande bebouwing en omgeving. Binnen de plancapaciteit die Beuningen nu heeft, maakt de gemeente keuzes op basis van kwaliteit en geld. Sommige ontwikkelingen worden in tijd naar achteren geschoven. De gemeente vindt het belangrijk dat er de komende járen in iedere kern gebouwd wordt en dat daarbij sprake is van organische groei, passend bij de ontwikkeling van de kern. Geen grootschalige uitbreidingen, maar kleinschalige impulsen, passend bij de bestaande sfeer en identiteit. Daar waar mogelijk geeft de gemeente voorkeur aan inbreidingslocaties boven uitbreidingslocaties. Oeverwalgebied In het algemeen gaat het in het buitengebied om behoedzame organische groei met oog voor historie.

De gemeente Beuningen bestaat voor circa 3.000 ha uit landbouwgebied. De open komgronden ten zuiden van de A73 en de oeverwalgebieden zijn de belangrijkste gebieden voor respectievelijk veehouderijen en fruitteelt. Er is sprake van een goede productiestructuur. Er zijn weinig milieuproblemen door de gunstige bodemgesteldheid (niet-zuurgevoelig en weinig mineraaloverschotten). Specifiek in het Waaloeverwalgebied wil de gemeente het unieke en waardevolle landschap duurzaam ontwikkelen en behouden voor de toekomst. Er wordt ingezet op het tegengaan van de verrommeling van het landschap, het versterken van het groen-blauwe raamwerk (landschaps- en waterstructuur) en er wordt geanticipeerd op de groeiende behoefte aan (stedelijk) recreatief uitloopgebied en landelijk wonen. Planspecifiek Er wordt in de structuurvisie geen specifieke uitspraak gedaan over het invullen van de behoefte aan landelijk wonen in het oeverwallengebied. Dit bestemmingsplan regelt enkel de planologische toevoeging om in plaats van een vrijstaande woning een halfvrijstaande woning te realiseren. De maximale omvang van dit woongebouw is daarbij gelijk aan dat van die vrijstaande woning. Er wordt bovendien voorzien in extra beplanting aan de zijde van de Veluwstraat en het Roth.

Op deze wijze kan het groen-blauwe raamwerk worden versterkt, zonder dat met de realisatie van de twee halfvrijstaande woningen afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteiten van de oeverwal.

14

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

bestemmingsplan Veluwstraat

3.3.2

16A Ewijk

Woonvisie

De gemeenteraad heeft de woonvisie voor de periode 2018 - 2023 op 19december2017 vastgesteld. Met deze Woonvisie stelt de gemeente haar woonbeleid voor de komende járen vast. De Woonvisie vormt de basis voor het woningbouwprogramma in de komende járen, afstemming met de buurgemeenten en prestatieafspraken met Woonwaarts. De woonvisie gaat uit van een vitaal, zorgzaam en duurzame gemeente. In de toekomst (stip op de horizon circa 2030) bestaat de gemeente uit dorpen waarin het fijn wonen is voor mensen, ongeacht hun leeftijd, inkomen, mobiliteit of gezondheid. Kernen in een rustige, groene omgeving met de kracht van de nabijheid en bereikbaarheid van werk en voorzieningen in de stedelijke agglomeratie. De kernen zijn aantrekkelijke, duurzame en gezonde leefgemeenschappen, passend bij de (veranderende) vraag van de consument. De gemeente Beuningen is een bewuste keuze voor jonge gezinnen die de stad verlaten om in de gemeente rust en ruimte te zoeken, alsmede voor ouderen en zorgbehoevenden die in de gemeente willen blijven wonen. Met duurzame en zorgzame woonmilieus beschikt Beuningen over een onderscheidend, kwalitatief hoogwaardig palet aan woonmilieus in de regio. Planspecifiek Voorde gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Druten, Heumen, Mook en Middelaar, Nijmegen en Wijchen is sinds 15 december2020 de nieuwe gezamenlijk regionale 'Woonagenda Nijmegen e.o.

2020-2030' van kracht. Op basis van een analyse van de regionale behoefte, kunnen in de regio gedurende de looptijd van de agenda circa 20.500 woningen worden gebouwd. Voor Beuningen komt dit neer op circa 1.325 woningen. De voorgenomen bouw van maximaal 2 woningen (waarvan 1 reeds planologisch toegestaan) past kwantitatief zowel binnen de woonvisie alsmede binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma (en daarmee binnen de subregionale woonagenda). Kwalitatief sluit de bouw van deze woning aan bij de behoefte om op eigen grond een woning te kunnen bouwen (particulier opdrachtgeverschap), waarbij ter plaatse wordt voorzien in een specifiek woonmilieu. Hiermee is het initiatief passend binnen de gemeentelijke woonvisie.

3.3.3

Landschapsontwikkelingsplan

In het landschapsontwikkelingsplan ‘Landschap in beweging ’ (december2006) voorde gemeente Beuningen, Druten en Wijchen wordt voor het deelgebied 'Waaloeverwaľ, waarbinnen het plangebied valt, een uitvoerige lijst met richtlijnen voor beeldkwaliteit van erven gegeven. Navolgend is een relevante selectie van deze richtlijnen opgenomen: » Het streven naar een erf met een landelijk karakter; » Het creëren van samenhang tussen bebouwing en beplanting op het erf; » Het gebruiken van streekeigen, inheemse beplantingen, met royale afmetingen en voldoende ruimte om te groeien, die passen bij de maat en schaal van de bebouwing en het betreffende landschapstype; » Het niet gebruiken van coniferen als erfafscheiding. Dit is geen inheemse beplanting, heeft weinig natuurwaarden en draagt niet bij aan de beleving van verschillende seizoenen; » Het beperkenvan harde materialen zoals verharding, verlichting, hekwerken en paardenbakken; » Het rond woonhuizen gebruikmaken van traditionele verhardingen, zeker waar deze in het oog springen, zoals grind en klinkers. Het kleinschalige samenspel van bebouwingslinten, dorpen, weiden en boomgaarden in onregelmatige patronen is uitgangspunt bij ontwikkelingen, evenals de zeer groene uitstraling door erfbeplantingen, hagen en wegbeplantingen.

Doelstellingen op de Waaloeverwal zijn daarbij onder andere: » Het behouden en versterken van kleinschaligheid; » Het toestaan van kleinschalige bebouwing; » Het handhaven van groene zones tussen dorpen.

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

15

bestemmingsplan Veluwstraat

16A Ewijk

Planspecifiek Vanwege de ligging op de overgang van de bebouwde kom naar het buitengebied vindt er een extra kwaliteitsimpuls plaats op het gebied van landschappelijke inpassing (zie verder paragraaf 2.2). In aansluiting op het landschapsontwikkelingsplan bestaat alle nieuwe beplanting in het plangebied uit streekeigen, inheemse soorten. De beukenhaag rondom het nieuwe woonperceel zal dienen als erfafscheiding. Tevens wordt voorzien in opgaande elementen, waaronder een boomgaardje en enkele solitaire bomen. Rondom de (half)vrijstaande woning zal verder gebruik gemaakt worden van traditionele verhardingen.

3.4

Conclusie

Het plan is passend binnen c.q. niet strijdig aan

16

het beleid van de verschillende overheden.

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

bestemmingsplan Veluwstraat

Hoofdstuk 4

16A Ewijk

Milieu- 8t omgevingsaspecten

4.1

Verkeer S parkeren

4.1.1

Verkeer

Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van één vrijstaande of twee halfvrijstaande mogelijk, dus de planologische toevoeging van één woning. Hierdoor komen er per saldo circa 7,8 voertuigbewegingen per gemiddelde weekdag bij. De nieuwe woningen worden ontsloten via de Veluwstraat. De extra voertuigbewegingen zijn prima af te wikkelen op de Veluwstraat. Het aspect 'verkeer1 vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid

4.1.2

van dit bestemmingsplan.

Parkeren

Indien er een vrijstaande woning wordt gerealiseerd, betreftde parkeernorm in aansluiting op het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' in de zone 'rest bebouwde kom' 2,3 ^3) parkeerplaatsen. Voorde halvrijstaande woningen geldt een parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per woning g, dus 4,4 ^5) parkeerplaatsen in totaal. Hiervoor is voldoende ruimte op eigen erf aanwezig. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid

4.2

Bodem

4.2.1

Regelgeving

van dit bestemmingsplan.

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet in verband met de uitvoerbaarheid van een project rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de er sprake is van een saneringsnoodzaak. desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voorde beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd, dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). De Wet bodembescherming heeft betrekking op landbodems; waterbodems vallen onder de Waterwet. Op grond van de Woningwet en de Bouwverordening moet voor elke individuele bouwlocatie aangetoond te worden dat de bodem geschikt is voorde beoogde bebouwing, alvorens een omgevingsvergunning verleend kan worden. Bij het opstellen van een bestemmingsplan is de vraag of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Het uitgangspunt hierbij is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem en dat de bodemkwaliteit niet verslechtert door grondverzet. Dit is het zogenaamde stand still-beginsel.

Het vaststellen van de bodemkwaliteit wordt bij het opstellen/wijzigen van een bestemmingsplan dan ook alleen van belang geacht voor de locaties waar ontwikkelingen gepland zijn (zoals functiewijzigingen, bouwen, graven/ophogen).

4.2.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Gezien op het plangebied al een woonbestemming rust hoeft er geen bodemonderzoek plaats te vinden, de extra wooneeinheid wordt gerealiseerd binnen het bouwvlak uit het geldende bestemmingsplan. Desondanks heeft er een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden, daar het laatste onderzoek 10 jaar geleden heeft plaatsgevonden en deze niet meer representatief is voor de actuele bodemkwaliteit. Middels onderzoek (bijlage 1) is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ten behoeve van de voorgenomen herontwikkeling ter plaatse van de Veluwstraat 16 te Ewijk vastgelegd. In het onderzoek zijn geen overschrijdende grenswaarden aangetroffen, wat betekent dat er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen bezwaren zijn op de voorgenomen ontwikkeling.

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

17

bestemmingsplan Veluwstraat

16A Ewijk

Voor wat betreft asbest is voor de locatie een hypothese gesteld van een verdachte locatie met betrekking tot het voorkomen van een asbestverontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan de gestelde hypothese worden verworpen. Zintuiglijk is in zowel de opgeboorde en opgegraven grondlagen geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Analytisch is eveneens geen asbest aangetoond. Op basis van de aangetroffen gehalten voorde PFAS parameters voldoet de grond maximaal aan de functieklassen, "landbouw/natuuľ (achtergrondwaarde) uit het tijdelijk handelingskader. Zodoende kan de grond voor wat betreft PFAS elders worden toegepast in deze functieklassen, bij toepassing boven grondwaterniveau, op de landbodem en buiten grondwaterbeschermingsgebieden. Daarnaast kunnen gebiedsspecifiek zowel strengere als minder strenge eisen gelden. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid

4.3

Geluid

4.3.1

Regelgeving

van dit bestemmingsplan.

Belangrijke basis voor de ruimtelijke afweging van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Overeenkomstig de Wgh zijn (spoor-)wegen en industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen voorzien van zones. Het gebied binnen deze zones geldt als akoestisch aandachtsgebied waar een toetsing uitgevoerd moet worden. Daarbij beperktde Wgh zich tot een toetsing ter plaatse van zogenaamde geluidsgevoelige objecten. Dit zijn onder andere woningen, onderwijsgebouwen, gezondheidszorggebouwen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonboten. Voorde geluidsgevoelige gebouwen en terreinen die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag (meestal Burgemeester en Wethouders) (maatwerk)grenswaarden bepaalt. De terminologie die de wet hiervoor hanteert is: ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting. De getalsmatige invulling van deze grenswaarden voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per locatie en per geluidssoort. Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen.

Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit wanneer de betreffende gronden/gebouwen voor een geluidgevoelige functie in een geluidszone zijn gelegen. Onder bepaalde voorwaarden is een hogere geluidsbelasting dan de voorkeursgrenswaarde mogelijk (tot de maximaal toelaatbare geluidsbelasting). Hiervoor moet een “hogere waarde procedure ” worden doorlopen door het college van burgemeester en wethouders. Een uitzondering waar toetsing aan de grenswaarden niet hoeft, is wanneer een geluidsgevoelig gebouw een zogenoemde 'dove' gevel heeft. Een 'dove gevel' is een bouwkundige constructie: » waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een bepaalde geluidwering; » waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Bij ontheffing van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting kan (in het kader van de omgevingsvergunning) een nader akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn ten behoeve van het woonen leefklimaat in de woning. De karakteristieke geluidwering van de gevel moet voor nieuwbouw zodanig zijn dat wordt voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit, zijnde het verschil tussen de geluidsbelasting op de gevel en het gewenste binnenniveau met een minimum van 20 dB.

Regelgeving In de Wgh en het Bgh is de zonering van wegen en het daarbij horende normenstelsel geregeld. Een zone is het akoestisch aandachtsgebied. Volgens de Wgh bevinden zich langs alle wegen wettelijke geluidzones, met uitzondering van woonerven, 30-km/uur-gebieden en wegen waarvan op grond van een door de gemeenteraad vastgestelde geluidsniveaukaart blijkt dat de geluidsbelasting op 10 m uit de meest nabij gelegen wegas 48 dB of minder bedraagt.

18

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

bestemmingsplan Veluwstraat

16A Ewijk

Bij vaststelling van een bestemmingsplan moet voor alle wegen waarvan de zone een overlap met het plangebied kent, een akoestisch onderzoek worden verricht (artikel76 lid 1 Wgh). De breedte van deze zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk), zie navolgende tabel. Zonebreedte Stedelijk gebied 350 meter 350 meter 200 meter

Aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2

Overzicht zonebreedtes

(vanaf de as van de weg tot de volgende

Buitenstedelijk gebied 600 meter 400 meter 250 meter

breedte

aan weerszijden

van weg)

De definities van het buitenstedelijk en stedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 van de Wgh. Als buitenstedelijk gebied wordt aangemerkt het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg, die binnen de bebouwde kom ligt. Voor nieuwe woningen bedraagt de wettelijke (voorkeurs)grenswaarde 48 dB.

4.3.2

Doorvertaling bestemmingsplan

Er is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai bijlage 2 bij de toelichting gevoegd.

uitgevoerd in het plangebied. Dit onderzoek is als

A50 De hoogste geluidsbelasting, afkomstig van de A50, bedraagt 53 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. Bij de nieuwe woning wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh overschreden, echter de hoogst toelaatbare geluidsbelasting van 53 dB wordt niet overschreden. Het doel van de Wgh is geluidhinder te voorkomen. Maatregelen om de voorkeursgrenswaarde te bereiken zijn bijvoorbeeldhet toepassen van stil wegdek op de A50, of het toepassen van dove gevels. Gezien de beperkteschaal van dit plan (realisatie van twee woningen) is het niet mogelijk of gewenst om effectieve maatregelen te treffen die de geluidsbelastingen terugbrengen tot de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Op basis van de Wgh kan de gemeente Beuningen een hogere waarde verlenen voor de geluidsbelasting van 53 dB afkomstig van de A50. De verlening van de hogere waarde vindt plaats in een aparte hogere waarde-procedure gelijktijdig met de ruimtelijke procedure. Omliggende 30 km-wegen De hoogste geluidsbelasting, afkomstig van de omliggende 30 km-wegen, bedraagt 45 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh. De omliggende 30 km-wegen hebbenop basis van de Wgh geen zone. Formeel gelden de normen uit de Wgh dan ook niet voor 30 km-wegen.

Echter, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, zijn bij de beoordeling van de geluidsbelastingen de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en de hoogste toelaatbare geluidsbelastingen van 63 dB gebruikt. Deze normen gelden voor een vergelijkbare weg met een 50 km-regime. Bij de nieuwe woning wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. Conclusie Op basis van de Wgh kan de gemeente Beuningen een hogere waarden voor twee woningen verlenen voorde geluidsbelasting van 53 dB afkomstig van de A50. De verlening van de hogere waarde vindt plaats in een aparte hogere waarde-procedure gelijktijdig met de ruimtelijke procedure. De realisatie van de woningen is mogelijk na de verlening van hogere waarden. Het aspect 'geluid' vormt, na verlening van de hogere waarden, geen belemmering voorde uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

19

bestemmingsplan Veluwstraat

4.4

Milieuzonering

4.4.1

Regelgeving

16A Ewijk

Wanneer ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving van inrichtingen en/of bedrijven worden gerealiseerd, zal een milieukundig onderzoek uit moeten wijzen in hoeverre er sprake is van mogelijke beperkingen ten gevolge van de aanwezige inrichtingen en of bedrijven. Maar ook andersom moet aandacht worden besteed aan de rechten van de aanwezige inrichtingen en/of bedrijven. Het is immers niet de bedoeling dat nieuwe ontwikkelingen de huidige bedrijfsvoering in de directe omgeving zullen beperken. Datzelfde geldt uiteraard ook voor de situatie dat inrichtingen en/of bedrijven wijzigen in de nabijheid van bestaande gevoelige functies. Via de milieuwetgeving wordt milieuhinder zoveel mogelijk voorkomen. Alle bedrijven en inrichtingen die in potentie hinder zouden kunnen veroorzaken, moeten een vergunning hebbenin het kader van de Wet milieubeheer of moeten via een melding aantonen dat zij aan de hierin gestelde richtwaarden kunnen voldoen. De gestelde richtwaarden zijn veelal vertaald in minimale afstanden tussen de inrichtingen waar activiteiten plaatsvinden en de milieugevoelige functies in de directe omgeving. Behalve van de aard en omvang van een bedrijfof inrichting, is deze mede afhankelijk van de Voor een rustige woonomgeving gelden andere afstanden (strengere eisen) omgevingskarakteristiek. dan voor bijvoorbeelddrukke woonwijken of een gemengd gebied.

Voor het vaststellen van de genoemde minimum richtafstanden tussen inrichtingen en milieugevoelige functies worden in de regel de lijsten zoals deze zijn opgenomen in de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' gebruikt. Bedrijven zijn in de VNG-handreiking ingedeeld in een aantal categorieën met bijbehorendegewenste richtafstanden tot milieugevoelige functies. De categorieën geven de zwaarte van bedrijvigheid en mogelijke milieuhinder weer. De richtafstanden kunnen, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandstap worden verlaagd indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Milieucategorie

1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Richtafstanden

Richtafstand

omgevingstype rustige woonwijk, rustig buitengebied

Richtafstand

omgevingstype gemengd gebied

10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

VNG-publicatie 'Bedrijven

0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000m

en milieuzonering'

Bovenstaande tabel geeft een overzicht van de richtafstanden voor verschillende bedrijfscategorieën ten opzichte van een woonwijk en gemengd gebied. Indien de richtafstand niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk. Indien niet aan de richtafstanden wordt voldaan, is een nadere beschouwing danwel onderzoek nodig.

4.4.2

Doorvertaling bestemmingsplan

In de directe nabijheid van het plangebied komen geen bedrijven voor met een hindercontour die tot in het plangebied reikt. De aanwezige inrichtingen en bedrijven in de omgeving van het plangebied worden, als gevolg van dit bestemmingsplan, niet in hun bedrijfsvoering geschaad. Andersom geldt dat de toekomstige vervangende woning geen overlast ondervindt van de bedrijvigheid. Er is dus sprake van een goede woon- en leefomgeving. Het aspect 'milieuzonering' vormt geen belemmering voorde uitvoerbaarheid bestemmingsplan.

20

van dit

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

bestemmingsplan Veluwstraat

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Regelgeving

16A Ewijk

Op 15 november 2007 is de wijziging van de Wet milieubeheer in werking getreden. Deze wet vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005' en is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: » negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken. » mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de Wet milieubeheer voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteiť geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: » er geen sprake is van een feítelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. » een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt. » een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3 “/o ten opzichte van de grenswaarde).

Het gaat hier bijvoorbeeldom woningbouwlocaties met één ontsluitingsweg en niet meer dan 1.500 nieuwe woningen, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3.000 woningen. » een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat in werking is getreden nadat de EU in april 2009derogatie heeft verleend. Als aannemelijk kan worden gemaakt dat aan één of meerdere van de bovengenoemde criteria wordt voldaan, kan het project zonder toetsing aan de gestelde grenswaarden voor luchtkwaliteit worden uitgevoerd. In de Ministeriële regeling 'niet in betekenende mate bijdragen' zijn voor verschillende categorieën van projecten grenzen gesteld aan de projectomvang, waaronder een project met zekerheid NIBM bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 m van een provinciale weg of 300 m van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden, waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. De zones worden afgemeten vanaf de rand van de weg.

In de context van dit besluit worden ziekenhuizen, woningen en sportaccommodaties dus niet als gevoelige bestemming gezien.

4.5.2

Doorvertaling bestemmingsplan

De realisatie van twee halfvrijstaande woningen in de vorm van een woongebouw (dus de planologische toevoeging van 1 woning) wordt aangemerkt als een project met een 'NIBM'-bijdrage aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect 'luchtkwaliteiť

vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

van dit bestemmingsplan.

21

bestemmingsplan Veluwstraat

4.6

Geur

4.6.1

Regelgeving

16A Ewijk

Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningsplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm). Het beoordelingskader is als volgt: » voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld (in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv)) geldt een maximale geurbelasting) op een geurgevoelig object; » voor andere diercategorieën geldt een minimale afstand van de dierenverblijven ten opzichte van geurgevoelige objecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden (conform Reconstructiewet) en nietconcentratiegebieden en tussen situaties binnen de bebouwde kom en buiten de bebouwde kom. De wet beschrijft in artikel 3 de maximale norm voor geurbelasting van een veehouderij ten opzichte van een gevoelig object in vier situaties, zie onderstaande tabel. Concentratiegebied Binnen

bebouwde

Buiten bebouwde

kom

kom

diercategorieën

Rgv

3 ouE/m 3

maximaal

2 ouE/m 3

andere diercategorieën

minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object

minimaal 100 m t.o.v. geurgevoelig object

diercategorieën

maximaal

maximaal

Rgv

andere diercategorieën Geurnormen

maximaal

Niet-concentratiegebied

14 ouE/m 3

minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object

8 ouE/m 3

minimaal 50 m t.o.v. geurgevoelig object

Wgv

De Wgv biedtgemeenten de mogelijkheid om afwijkende geurnormen vast te stellen voor (delen van) het grondgebied. Op deze wijze kan de gemeente een geurhinderbeleid vaststellen dat is afgestemd op de plaatselijke situatie. Regeling geurhinder en veehouderij In de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is de wijze vastgelegd waarop: » de geurbelasting wordt bepaald; » de afstand tussen veehouderij en geurgevoelig object) wordt gemeten. Activiteitenbesluit Per 1 januari 2013 zijn agrarische activiteiten onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit gebracht. In het Activiteitenbesluit zijn voor alle agrarische activiteiten, waaronder akkerbouwbedrijven en veehouderijen, eisen opgenomen. Voorde veehouderijen is aangesloten bij de systematiek uit de Wgv, dat wil zeggen dat in bepaalde gevallen een maximaal toegestane geurbelastingen geldt (diercategorieën waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld, bijvoorbeeld varkens en pluimvee) en in andere gevallen vaste afstandseisen gelden (diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld, waaronder melkrundvee). Geur bij niet-agrarische bedrijven Het voorkomen van (nieuwe) geurhinder is het algemene uitgangspunt in het rijksbeleid.

Dit uitgangspunt is uitgewerkt in het landelijk informatiedocument ‘Handleiding Geur Industrie ’ en beschrijft de methodiek voor de bepaling van het aanvaardbaar hinderniveau voor geur ten gevolge van bedrijfsmatige activiteiten. Vanwege het lokale aspect van geurhinder is de hoogte van het aanvaardbaar hinderniveau niet landelijk vastgelegd. Het bevoegd gezag moet daar een eigen afweging in maken. De provincie Gelderland heeft deze afweging uitgewerkt in de ‘Beleidsregels geur bedrijven (niet-veehouderijen) Gelderland 2017’ voorde industriële bedrijven waarvoor de provincie het bevoegde gezag is. Daarin is het aanvaardbaar geurhinderniveau vertaald naar streef-, richt- en grenswaarden. De streefwaarde is de waarde waaronder geen sprake is van hinder. De grenswaarde is de waarde waarboven sprake is van ernstige hinder. Over het algemeen wordt een geurcontourdie ligt tussen streef- en grenswaarde als aanvaardbaar geurhinderniveau vastgesteld en vastgelegd in de milieuvergunning voor een industrieel geurrelevant bedrijf.

22

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

bestemmingsplan Veluwstraat

4.6.2

16A Ewijk

Doorvertaling bestemmingsplan

Er is geen sprake van agrarische bedrijven in de directe omgeving met een geurcontour die (deels) over het plangebied zijn gelegen. Bovendien zijn tussen omliggende agrarische bedrijven en het plangebied al andere gevoelige (woon)bestemmingen gelegen, die maatgevend zijn voorde bedrijfsvoering van de betreffende agrarische bedrijven. Het aspect 'geurhinder' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid

4.7

Externe veiligheid

4.7.1

Regelgeving

van dit bestemmingsplan.

Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, Ipg en munitie overweg, water en spoor en door buisleidingen. Het beleid rondom externe veiligheid is vastgelegd in circulaires, regelingen, AMvB's en wetten. In Nederland worden twee maten gehanteerd voor externe veiligheidsrisico's, namelijk het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij het plaatsgebonden risico (PR) gaat het om de kans perjaardat een denkbeeldig persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich onafgebroken en onbeschermd in de nabijheid van een risicovolle inrichting of transportas bevindt. Het plaatsgebonden risico wordt weergegeven als een contour rondom de risicovolle inrichting of de transportas. Het groepsrisico (GR) is de cumulatieve kans dat een (werkelijk) aanwezige groep van 10, 100 of 1.000 personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico moet verantwoord worden voor het gebied waarbinnen zich de gevolgen van een incident met gevaarlijke stoffen voordoen. Dit is de zogenaamde 1 %-letaliteitsgrens; de afstand vanaf een risicobedrijf waarop nog slechts 1 “/o van de blootgestelde mensen in de omgeving overlijdt bij een ongeval op het risicobedrijf (invloedsgebied).

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, bijvoorbeeldrondom chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij woningen, kantoren, ziekenhuizen, scholen of winkels. Het besluit verplicht gemeenten en provincies wettelijk vanaf de inwerkingtreding van het besluit bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van ruimtelijke plannen met externe veiligheid rekening te houden. Het gaat daarbij niet alleen om het oprichten van of veranderen van inrichtingen of projecteren van nieuwe bestemmingen. Ook bij het vaststellen of herzien van een bestemmingsplan moet de externe veiligheid worden beoordeeld. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) is geregeld hoe een gemeente moet omgaan met risico’s langs relevante buisleidingen. De hogedruk gasleidingen van Gasunie zijn het meest relevant. De risico’s worden vooral bepaald door de maximale druk en diameter van de leiding, maar ook door getroffen maatregelen. De Wet basisnet voorziet in een wijziging van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen ('Wvgs') ter verankering van een landelijk basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Het basisnet is een samenstel van wegen, binnenwateren en hoofdspoorwegen waaraan een bepaalde risicoruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt toegekend. Als deze risicoruimte, de zogenaamde risicoplafonds, door een groei van het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, moet de minister maatregelen nemen. De risicoplafonds moeten daarnaast in acht worden genomen bij het toestaan van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van basisnetroutes. Op deze manier kan de veiligheid langs de transportroutes voorgevaarlijke stoffen in toenemende mate worden gegarandeerd. Gelijktijdig met de Wet Basisnet zijn ook andere regelingen in werking getreden zoals de wijziging van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen (Bvgs), de Regeling basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is een aandachtsgebied gedefinieerd waarbinnen het groepsrisico verantwoord moet worden (200 m). Buiten deze zone hoeft in het invloedsgebied alleen ingegaan te worden op de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid (beperkteverantwoording).

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

23

bestemmingsplan Veluwstraat

4.7.2

16A Ewijk

Doorvertaling bestemmingsplan

Op navolgende afbeelding is een uitsnede weergegeven van de provinciale risicokaart. Hierop is informatie weergegeven ten aanzien van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, transportroutes en buisleidingen:

eensfinig

\nge™eu 'ui

ff// Uitsnede risicokaart met globale www. risicokaart, nl)

aanduiding

plangebied

(blauwe omkadering,

Bron:

Inrichtingen c.g. bedrijven Uit de zowel de gegevens vanuit de provinciale risicokaart als de gemeentelijke signaleringskaart blijktdat het plangebied niet is gelegen binnen het invloedsgebied van een inrichting. Vervoer van gevaarlijke stoffen Het plangebied is op circa 650 m van de Waal gelegen. Conform het Basisnet Water is de Waal zwarte vaarweg (belangrijke vaarwegen). Voor een dergelijke vaarweg geldt dat de lO^/jaar plaatsgebonden risicocontour niet verder dan de oever komt.

een

Het plangebied is op circa 300 m van de rijksweg A50 gelegen. Conform het Basisnet Wegen geldt dat de lO^/jaar plaatsgebonden risicocontour niet verder dan de rand van de weg komt. Het plangebied is niet gelegen in de directe nabijheid van een spoorlijn. Aangezien de afstand tot aan de rijksweg A50 en de Waal meer is dan 200 m (zie artikel 8 Besluit externe veiligheid transportroutes) wordt afgezien van een groepsrisicoverantwoording. Vervoer van gevaarlijke stoffen door een buisleiding Het plangebied is niet gelegen in de directe nabijheid van aardgastransportleidingen. Bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperkenof voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen.

24

bestemmingsplan "Veluwstraat

16A Ewijk" (Definitief)

bestemmingsplan Veluwstraat

16A Ewijk

Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwingsen alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. In het plangebied zijn voldoende mogelijkheden aanwezig om dit advies tijdig op te volgen. Gelet op de hiervoor genoemde overwegingen zijn er voldoende mogelijkheden voorde zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een zwaar ongeval op deze transportroute. Dit betekent dat geen nadere eisen aan het plan gesteld hoeven te worden in het kader van het aspect externe veiligheid. Het aspect 'externe veiligheid' vormt geen belemmering voorde uitvoerbaarheid bestemmingsplan.

4.8

Waterhuishouding

4.8.1

Regelgeving

van dit

Algemeen Het plangebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Rivierenland. Voor het plangebied is het volgende waterhuishoudkundige beleid van toepassing: » Rijksbeleid: Waterwet, Nationaal Waterplan 2016 - 2021, Waterbeleid in de 21e eeuw en Nationaal Bestuursakkoord Water; » Provinciaal beleid: Omgevingsvisie Gelderland; » Waterschapsbeleid: Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Koers houden en kansen benutten', Nota riolering 'Samen dooréén buis' (2012) en de Keur voor waterkeringen en wateren; » Gemeente: Gemeentelijk riool- en waterplan 2018 - 2022. Voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder ver- en nieuwbouwplannen, hanteert de overheid het volgende criterium met betrekking tot het duurzaam omgaan met water: Doordat een toename van het verhard oppervlak ertoe leidt dat het afvoerverloop niet meer natuurlijk is, is het beleid erop gericht het regenwater zoveel mogelijk te infiltreren naar het freatisch grondwater, waardoor een meer natuurlijk afvoerverloop ontstaat. Dit vertaalt zich in de volgende richtlijnen: 1. Nieuwe plannen moeten voldoen aan het principe van het 'hydrologisch neutraal' bouwen. Hierbij moet de hydrologische situatie, voor wat betreftde afvoer van hemelwater, minimaal gelijk blijven aan de oorspronkelijke situatie. De oorspronkelijke landelijke afvoer (naar het oppervlaktewater) mag niet overschreden worden. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=b83a5149-0e38-461b-a9b3-f529b07679a7