CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Nagekomen bijlage 1: beantwoording vragen BN&M Cie Ruimte.pdf

Raadsvergadering 23 februari 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel: Startnotitie Transitievisie Warmte2.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Gemeente

Beuningen

Raadsleden gemeente Beuningen

Datum Kenmerk Kenmerkcode Uw contact Telefoon Onderwerp

2 2 FEB 2021 UI21.01285

in min linn mi in i

Willem Spies 14 024 Beantwoording vragen BN&M Commissie Ruimte 9 februari 2021

Geachte raad, Op dinsdag 9 februari ’21 zijn voorafgaand aan de commissie Ruimte verscheidene vragen ingediend door de fractie van BN&M. Via deze brief beantwoorden we de gestelde vragen. Beantwoording in de bijlage De gestelde vragen hebben betrekking op meerdere onderwerpen. Ten behoeve van de overzichtelijkheid zijn de vragen en de beantwoording per onderwerp gebundeld. U vindt zowel de vragen als de antwoorden in de bijlagen van deze brief. U treft in de bijlagen achtereenvolgens aan: 1. 2. 3.

Startnotitie Transitievisie Warmte Informatienota raad afvalrapportage 2019 Overige vragen

Vragen voortgang RES Naast bovenstaande onderwerpen zijn ook enkele vragen gesteld rondom de voortgang van de Regionale Energiestrategie. Deze vragen zullen separaat worden beantwoord. Met vriéndelijke groet, burgemeester en wethouders Dyanne Kļ icken/ secretari:

Postadres: Gemeente Beuningen, Postbus 14, 6640 AA Beuningen Bezoekadres: van Heemstraweg 46,6641AE Beuningen Telefoon: 14 024, Telefax: 024 - 6778078 E-mail: gemeente@beuningen.nl, Internet: www.beuningen.nl

IBAN: NL55 BNGH 0285 0010 78, BIC: BNGHNL2G

Gemeente s* Beuningen

Bijlage 1 - Startnotitie Transitievisie Warmte BN&M heeft diverse vragen gesteld naar aanleiding van agendapunt ‘4.05 Raadsvoorstel: Startnotitie Transitievisie Warmte’. De vragen betreffen zowel het raadsvoorstel als de notitie. Onderstaand vind u de gestelde vragen en de beantwoording hiervan. A. Vragen raadsvoorstel Vraag 1: Op welke wijze denkt u de kruisbestuiving over een lange looptijd te kunnen borgen? Bij Argument 1.1 staat dat “... en om te kunnen leren van anderen gemeenten. Wel dient na ...” Op welke wijze denkt u deze kruisbestuiving over een dergelijke lange looptijd te kunnen borgen?

Antwoord: Als gemeente proberen we op korte en lange termijn informatie en kennis uit te wisselen met (regio)gemeenten. Dit doen we via onder meer de MARN en de RES op zowel ambtelijk als bestuurlijk niveau. Zowel de MARN als de RES zijn samenwerkingsverbanden die ook op lange termijn worden voortgezet. Daarnaast hebben zowel de provincie Gelderland als de Rijksoverheid platforms met betrekking tot de warmtetransitie opgericht. Deze platforms zijn bedoeld om ook op langere termijn kennis uit te wisselen en te ontwikkelen. Vraag 2: Welke afspraken zijn/worden er gemaakt rondom de uitvoeringstermijn van de betreffende wijkuitvoeringsplannen? Bij Argument 1.2 staat dat “Aan het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen zit echter een deadline.” Welke afspraken zijn/worden er gemaakt rondom de uitvoeringstermijn van de betreffende wijkuitvoeringsplannen?

Antwoord: De termijn van een wijkuitvoeringsplan is ongeveer 10jaar. Geschat wordt dat het opstellen en vaststellen van een wijkuitvoeringsplan 2jaar duurt. Na vaststelling van het wijkuitvoeringsplan geldt, op basis van het Nationaal Klimaatakkoord, een uitvoeringstermijn van maximaal 8jaar. Wanneer de gebouwde omgeving in 2050 aardgasvrij moet zijn, is het vanwege deze uitvoeringstermijn, belangrijk om tijdig te starten met het opstellen van wijkuitvoeringsplannen. Vraag 3: Waarom wordt ervan uitgegaan dat inwoners niet willen/kunnen meedenkenApraten over een dergelijk ingrijpende transitie door het hoge abstractieniveau? Bij Communicatie geeft u aan dat “De inwoners zullen vanwege het hoge abstractieniveau van de visie alleen worden geïnformeerd.” Waarom wordt ervan uitgegaan dat inwoners niet willen/kunnen meedenkenApraten over een dergelijk ingrijpende transitie door het hoge abstractieniveau? De dorpenronde in het kader van de Omgevingsvisie brengt juist hele verfrissende en verrassende inzichten vanuit onze inwoners.

Antwoord: De transitievisie warmte is een verkenning op hoofdlijnen en vooral een technische analyse. In deze analyse is op basis van technische informatie onderzocht wat per wijk de meest kosteneffectieve en

2

Gemeente

s*.

LEUNINGEN

kansrijke manier is om aardgasvrij te worden. Onze inwoners worden hierover geïnformeerd. Natuurlijk wordt inwoners ook de mogelijkheid geboden om vragen te stellen ofhierop te reageren. De transitievisie warmte dient vervolgens als basis om de wijkuitvoeringsplannen op te stellen. Bij het opstellen van de wijkuitvoeringsplannen worden de inwoners actief betrokken. In het wijkuitvoeringsplan wordt pas echt uitgewerkt hoe men per wijk/kern van het aardgas afgaat. Ook wordt dan pas inzichtelijk wat de mogelijke alternatieven betekenen op gebouwniveau (voor woningeigenaren ofhuurders). De fase waarin het wijkuitvoeringsplan wordt opgesteld is daarom het meest geschikt voor participatie. B. Vragen Startnotitie Vraag 1: Kan er een uitgangspunt opgenomen worden waarin geborgd wordt dat de participatie en betrokkenheid van de inwoners pro actief door de gemeente wordt georganiseerd en bewaakt zodat maximale bekendheid en draagvlak onder alle inwoners ontstaat? Opmerkelijk in deze startnotitie is dat de betrokkenheid van onze inwoners bij een dergelijke omvangrijke en ingrijpende operatie onderbelicht is. Zeker in het licht van de op stapel staande Omgevingswet waarbij participatie één van de speerpunten is.

Kan er een uitgangspunt opgenomen worden waarin geborgd wordt dat de participatie en betrokkenheid van de inwoners pro-actief door de gemeente wordt georganiseerd en bewaakt zodat maximale bekendheid en draagvlak onder alle inwoners ontstaat?

Antwoord: De participatie is geborgd in de onderstaande uitgangspunten: Samen werken aan een aardgasvrij Beuningen Informeren over proces en maatregelen Vormgeven en borgen van de participatie. In het kader van deze uitgangspunten wordt de komende weken een communicatie- en participatieplan opgesteld waarin staat aangegeven hoe we als gemeente gaan communiceren over de transitievisie warmte en hoe we inwoners bij het hele proces gaan betrekken. Vraag 2: Wat is de redenatie achter de stelling dat gemeenten de strategie uit de RES vertalen naar hun gemeentelijke visie? Bij processtap Transitievisie Warmte (TVW) geeft u aan dat “Gemeenten vertalen de strategie uit de RES naar hun gemeente.” Recente ervaringen met de totstandkoming van het spoor Warmte binnen de RES is dat juist gemeentelijk beleid input is voor de RES. Het betreffende spoor Warmte wordt gevoed door de gemeentelijke TVW. Wat is de redenatie achter deze stelling?

Antwoord: De RES en de TVW zijn onderling sterk met elkaar verbonden. De RES heeft op regionaal niveau de warmtevraag, het warmteaanbod en aanwezige infrastructuur in kaart gebracht. Onderdeel hiervan zijn de kansen en afstemming rondom warmtebronnen met een gemeente-overstijgend belang, zoals de ARN. Deze informatie uit de RES vormt input voor onze lokale transitievisie warmte. De uitkomsten vanuit de TVW vormen op hun beurt input voor de RES. Zo proberen we te borgen dat lokale plannen op regionaal niveau niet confìicterend zijn.

3

Gemeente g* Beuningen

Vraag 3: Hoe wordt binnen het opstellen van de uitvoeringsplannen omgegaan met deze onzekerheid gezien het spoor Warmte pas in RES-bod 2.0 wordt uitgewerkt en ingediend? Wanneer de TVW is vastgesteld wordt deze opgenomen in de RES welke ingediend moet worden bij het Rijk voor akkoord. Dit kan mogelijk nog tot een bijstelling leiden van het RES-bod en is wellicht daardoor van invloed op het Beuningse beleid. Alle RES-gemeenten kijken naar dezelfde beschikbare en beperkte warmtebronnen, waaronder de ARN. De beschikbare capaciteit van deze bronnen zal op een nog te bepalen wijze verdeeld moeten worden en mogelijk in een specifieke volgorde in de tijd. Dit kan dus van grote invloed zijn op de Beuningse ambitie. Wat is leidend voor het opmaken van de uitvoeringsplannen? De TVW of RES? Hoe wordt binnen het opstellen van de uitvoeringsplannen omgegaan met deze onzekerheid gezien het spoor Warmte pas in RES-bod 2.0 wordt uitgewerkt en ingediend?

Antwoord: In de Transitievisie Warmte wordt vastgelegd op welke termijn wijken aardgasvrij worden en welke alternatieve warmtevoorziening voor elke wijk het meest voor de hand ligt. Voor de warmtetransitie vindt binnen de RES de afstemming plaats in clusters rondom warmtebronnen met gemeen teoverstijgend belang. Rondom de ARN zijn alle MARN gemeenten betrokken bij deze bovenlokale afstemming. Daarnaast levert elke gemeente lokale informatie uit de TVW aan de RES. Zo wordt ervoor gezorgd dat de informatie in de RES overeenkomt met de TVW. Vraag 4: Waarom verwacht u dat de ambitie, om het eerste uitvoeringsplan van een kansrijke buurt medio 2022 gereed te hebben, realistisch is wanneer het TVW eind 2021 vastgesteld wordt? Bij processtap Wijkuitvoeringsplannen geeft u aan dat “Deze wijkuitvoeringsplannen worden als eerste opgesteld met de buurten die al voor 2030 van het aardgas af kunnen.” Het Raadsvoorstel onder kanttekening 1.1 geeft aan: ‘Wel dient na vaststelling van een wijkuitvoeringsplan rekening te worden gehouden met een uitvoeringstermijn van circa 8 jaar.’ Concreet betekent dit dat het eerste uitvoeringsplan van een kansrijke buurt medio 2022 gereed moet zijn. Waarom verwacht u dat deze ambitie realistisch is wanneer het TVW eind 2021 vastgesteld wordt?

Antwoord: Niet alle wijkuitvoeringsplannen zullen even complex zijn. De uitvoeringstermijn wordt geschat op maximaal 8jaar. Dit kan dus ook korter duren. Daarnaast is hetjaartal van 2030geen harde deadline, maar een richtinggevend moment. Belangrijk is om samen tot een realistische en planbare transitie te komen. Vraag 5: Kunt u een verduidelijking geven op de voorgestelde werkwijze? Bij processtap Wijkuitvoeringsplannen geeft u aan dat “De schep gaat pas echt in de grond als samen met betrokkenen en inwoners voor iedere buurt een plan is gemaakt...” Wanneer dit geldt voor iedere buurt dan is dat een hele klus welke de nodige tijd vraagt. Wanneer dit geldt voor ‘de buurt’ dan kan er wat voortvarender gewerkt worden en hoeft de eerste buurt niet op de laatste te wachten. Kunt u een verduidelijking geven op de voorgestelde werkwijze?

Antwoord: Bedoeld wordt dat een wijk of buurt pas daadwerkelijk aardgasvrij gemaakt kan worden wanneer hiervoor, samen met betrokkenen en inwoners, een plan is gemaakt en vastgesteld. De eerste buurt

4

Gemeente 5*. Beuningen

hoeft hierbij niet per se te wachten op de laatste buurt. De omvang van de wijk of buurt is echter nog niet vastgesteld. Uit de technische analyse moet blijken wat de beste eenheden/gebieden worden voor een wijkuitvoeringsplan. Vraag 6: Kunt u aangeven wat wordt verstaan onder technisch-inhoudelijke mogelijkheden en kunt u daarbij enkele kansrijke mogelijkheden benoemen? In de laatste alinea van ‘Plan van aanpak Transitievisie Warmte Beuningen’ spreekt u over technischinhoudelijke mogelijkheden. Kunt u aangeven wat wordt verstaan onder technisch-inhoudelijke mogelijkheden en kunt u daarbij enkele kansrijke mogelijkheden benoemen?

Antwoord: Met de ‘technisch-inhoudelijke mogelijkheden’ wordt verwezen naar de visie van de technische oplossingsrichting en een beeld van de kansrijke startwijken. Bij de technische oplossingsrichtingen kan gedacht worden aan collectieve oplossingen (zoals warmtenetten) of individuele oplossingen zoals ‘all electric’ ofhybride oplossingen met hernieuwbaar gas. Vraag 7: Wat wenst u in deze fase te bereiken met participatie als veel reeds is bepaald/vastgelegd? In de laatste alinea van ‘Plan van aanpak Transitievisie Warmte Beuningen’ spreekt u over participatie. Wat wenst u in deze fase te bereiken met participatie als veel reeds is bepaald/vastgelegd? Welk doel heeft u hier voor ogen?

Antwoord: De transitievisie warmte schetst mogelijke oplossingsrichtingen en dient vooral als basis om de wijkuitvoeringsplannen op te stellen. Het communicatie- en participatieplan is bedoeld om vast te leggen hoe we over de TVW willen communiceren en hierin wordt vooruit geblikt op de participatie binnen de wijkuitvoeringsplannen. In de huidige fase betreft dit met name het informeren van onze inwoners. Zo brengen we hen op de hoogte van de opgave die we met z’n allen hebben om voor 2050 van het aardgas af te gaan.

5

Gemeente g*. LEUNINGEN

Bijlage 2 - Informatienota raad afvalrapportage 2019 BN&M heeft een eveneens aantal vragen gesteld met betrekking tot agendapunt 8B ‘Informatienota Raad Afvalrapportages 2019’. In deze bijlage vindt u zowel de gestelde vragen als de beantwoording hiervan. Vraag 1: Wat zijn de consequenties wanneer de doelstelling van 2025 niet kan worden gehaald? Bij Kernboodschap 2 geeft u aan dat “Daarna zijn er niet veel mogelijkheden meer om de hoeveelheid restafval nog verder terug te dringen.” Allereerst namens BN&M grote complimenten aan de ambtelijke organisatie voor het bereiken van een dergelijk bijzonder goed resultaat! Daar kunnen en mogen we als Beuningen zeer trots op zijn! Voordat het ministerie een ei heeft gelegd over randvoorwaarden en deze effecten gaan hebben in de resultaten, zijn we naar verwachting ruim 4 jaar verder. Wat zijn de consequenties wanneer de doelstellingen van 2025 niet worden gehaald.

Antwoord: Er zijn geen consequenties aan het niet behalen van doelstellingen in 2025. Mogelijk komt er op termijn een verdere verhoging van de afvalbelasting op restafval. Dit betekent een financiële stimulans om de hoeveelheid restafval in te perken. Gemeente Beuningen spant zich echter al maximaal in om de hoeveelheid restafval - en dus de kosten - zo laag mogelijk te houden. Vraag 2: Kernboodschap 3 gaat over het bewonertevredenheidsonderzoek (BTO) dat in opdracht van Dar is uitgevoerd. Is dit een onderwerp voor de raad? Als op zichzelf staande entiteit voert Dar op contractbasis het gemeentelijk beleid uit en vervult daarin een adviserende rol. Binnen de dienstverleningsovereenkomst zijn KPľs het sturingsmechanismen om op ambtelijk niveau te kunnen sturen op de kwaliteit welke geleverd wordt aan onze inwoners. Waarom is een BTO van Dar een onderwerp voor de Raad? Dit doen we immers ook niet met andere organisatie welke aan de gemeente gebonden zijn om uitvoering te geven aan basisvoorzieningen.

Antwoord: Het bewonertevredenheidsonderzoek is inderdaad een sturingsmechanisme op ambtelijk niveau en hoeft niet aan de raad te worden voorgelegd. Het BTO is meegestuurd voor het complete beeld maar dat is geen noodzaak. Toch wilde we u deze informatie niet onthouden vandaar dat u er kennis van heefi kunnen nemen. Vraag 3: Druten is nagenoeg een identieke gemeente in deze benchmark m.b.t. systematiek en randvoorwaarden. Zij hebben slechts 44 kg/jr/inw aan restafval met een wat hogere kosten per aansluiting. Waardoor is dit verschil te verklaren en wat kan Beuningen van Druten leren?

Antwoord:

6

Gemeente 3*. Beuningen

Uit na vraag bij gemeente Druten blijkt dat in de benchmark van Druten het grofrestafval niet is meegenomen. Grofrestafval is afval dat niet kan worden verwerkt en daarom niet gescheiden kan worden ingezameld. Druten heeft een milieustraat waar alleen gratis afvalstromen worden ingezameld. Betaalde afvalstromen zamelen zij niet in. Dit laat gemeente Druten over aan de particuliere markt. Dit wijkt af van de landelijke werkwijze en is een beleidskeuze. Het geeft meteen ook een vertekend beeld als we de inzamelcijfers onderling vergelijken.

Restafval (kg/inw/jaar) via ondergrondse containers Grofrestafval via milieustraat Totaal restafval

Gemeente Beuningen 48

Gemeente Druten 44

12 60

0 44

In werkelijkheid geeft het inzamelcijfer van gemeente Beuningen dus een completer beeld dat beter met de rest van de benchmark gemeenten kan worden vergeleken.

7

Gemeente 5*. Beuningen

Bijlage 3 - Overige vragen Ook voor agendapunt 10 ‘rondvraag’ van de commissie Ruimte op 9 februari 2021 heeft BN&M vragen ingediend. Onderstaand de betreffende vragen en de beantwoording hiervan. Vraag 1: Is het college bekend met water op straat op de verlengde Wilhelminalaan na stevige of aanhoudende regenbuien? Wanneer een stevige of aanhoudende bui over Beuningen trekt, blijft er geruime tijd relatief veel water op de verlengde Wilhelminalaan staan. Dit is merkbaar wanneer je met de auto het dorp uitrijdt richting de Schoenaker. Door dit effect is het niet ondenkbaar dat er onveilige verkeersituaties zich voordoen mede doordat de zichtbaarheid van de belijning aanzienlijk afneemt en daardoor de oriëntatie op het betreffende wegdeel moeilijker wordt. - Is het College bekend met dit effect op deze locatie?

Antwoord: De wegbeheerder is bekend met de verminderde afwatering op dit weggedeelte en heeft hiervoor reeds maatregelen getroffen. Vraag 2: Welke maatregelen kan het college treffen om deze potentieel onveilige situatie definitief op te heffen?

Antwoord: De wegbeheerder en de buitendienst hebben ter hoogte van deze locatie, als noodoplossing, sleuven in de berm gemaakt zodat het water beter van de weg kan lopen. Om de afwatering te verbeteren zullen de bermen langs dit weggedeelte later ditjaar worden verlaagd.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=50ca3ded-90c2-4c47-9137-5c0f0a6f5a32