CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijlage planregels - Verlichtingsplan Windpark Beuningen

Raadsvergadering 28 februari 2023, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Herstelbesluit Windpark Beuningen1.817 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bosch L van Rijn

experts in renewable energy

Titel

Verlichtingsplan Windpark Beuningen Op basis van informatieblad Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat1

Datum

16 jan 2023 (versie 1.1)

Auteur

R. Neutel

Inleiding Dit verlichtingsplan heeft betrekking op obstakelverlichting voor windpark Beunin­ gen te Beuningen. Windpark Beuningen zal bestaan uit 5 windturbines met een rotordiameter van minimaal 150 tot maximaal 180m en een ashoogte van minimaal 140 tot maximaal 170m. Het beoogde windpark is gelegen aan de A73 en de A50 nabij knooppunt Ewijk. In verband met de tiphoogte tussen de 180m en de 245m is obstakelverlichting beno­ digd. Dit document betreft een beschrijving van de schemer- en nachtsituatie met rode vastbrandende verlichting, uitgevoerd op de gondel en mast van elk van de 5 wind­ turbines. Bij daglicht wit flitsend licht op de gondel en mast van alle windturbines.

Projecteigenschappen Hieronder de specificaties van het windpark. Bron voor de z-waarde: AHN3 - Maaiveld. Tabel 1

Locatie windturbines, coördinaten RD-stelsel

Windturbine

X

WTB 1 WTB 2

175.324 175.797

430.942 430681

6,67 6,70

WTB 3 WTB 4

177.247 178.146

429.618 429.318

6,78 6,86

WTB 5

179.060

429.016

7,04

1 Informatieblad aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vaste­ land, juni 2020.

Bosch St van Rijn experts in renewable energy

Tabel 2

Bandbreedte afmetingen windturbines volgens het bestemmingsplan Onderdeel Hoogte (m) Ashoogte Minimaal 120m Maximaal 165m Rotordiameter Minimaal 120m Maximaal 160m Tiphoogte Minimaal 180m Maximaal 245m

Gezien de windturbines worden gebouwd met een tiphoogte van '150m of meer', moet het windpark van obstakelverlichting worden voorzien. Hiervoor is voorlig­ gend verlichtingsplan opgesteld. Een windturbine in een lijnopstelling mag alleen zonder obstakellichten worden ge­ bouwd als de verlichte windturbines aan weerszijden minder dan 900 meter uit el­ kaar staan. Gegeven de posities van Windpark Beuningen is deze situatie niet aan de orde, waardoor alle windturbines van obstakellichten moeten worden voorzien. Tabel 3

De afstand in meters tussen de windturbines.

Windturbine WTB 1 - WTB 2 WTB 2 - WTB 3 WTB 3 - WTB 4 WTB 4 - WTB 5

Onderlinge afstand (m) 540 1798 948 963

Het Informatieblad Op basis van het 'Informatieblad aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vasteland' van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (versie juni 2020) is voor het beoogde windpark Beuningen een verlichtingsplan op­ gesteld. Uitgangspunt zijn de volgende passages uit het informatieblad*2: 1. Windturbines [...] worden als volgt uitgerust met obstakellichten: 1) Voor de dag- en schemerlichtperiode:3 a. Op het hoogste vaste punt een wit flitsend licht met een gemiddelde licht­ intensiteit type A (zie Figuur 1) 2) Voor de nachtlichtperiode4: a. Op het hoogste punt een rood vastbrandend licht met een gemiddelde lichtintensiteit type C (zie Figuur 1). b. [,..]Halverwege de ondersteunende mast (gerekend vanaf de gondel) rood vastbrandende lichten met een lage lichtintensiteit van minimaal 50 candela.

2 Hier wordt een deel van het informatieblad geciteerd. Zie voor het volledige document bijvoorbeeld https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2020-31428.pdf 3 Daglichtperiode: deel van een etmaal met een omgevingslichtsterkte groter of gelijk aan 500 cd/m2. Schemerlichtperiode: deel van een etmaal met een omgevingslichtsterkte tus­ sen 50 en 500 cd/m2. 4 Nachtlichtperiode: deel van een etmaal met een omgevingslichtsterkte minder of gelijk aan 50 cd/m2. Pagina 2 van 8

Bosch St van Rijn experts in renewable energy

c. In geval van windturbines met een tiphoogte van 210 meter of meer: op circa 1/3 en 2/3 hoogte van de ondersteunende mast (gerekend vanaf de gondel) rood vastbrandende lichten met een lage lichtintensiteit van mini­ maal 50 candela. d. Als alternatief voor lid a. mogen de windturbines op het hoogste vaste punt worden voorzien van een rood flitsend licht met een gemiddelde licht­ intensiteit type B (zie Figuur 1). Figuur 1

Type obstakellichten

Type licht

Kleur (al

Signaaltype (flits

Piek intensiteit (cd) bij gegeven achtergrond verlichting Boven 500 cd/m2

Lage intensiteit, (vast obstakel) Gemiddelde intensiteit. Type A Gemiddelde intensiteit. Type B

2. 3.

4.

5. 6.

Beneden 50 cd/m2

Intensiteit (cd) ter hoogte van gegeven elevatie hoeken bij horizontaal geplaatste lichteenheid (dl

(c)

-10“ (e)

-r (f)

± 0® (f)

+60

+100

Rood

Vastbrandend n.v.t.

50 mnm

50 mnm

10*

-

-

-

50 mnm (g)

50 mnm (g)

Wit

Flitsend (20-60 fpm) Flitsend (20-60 fpm)

20.000 (b) ± 250/0 n.v.t.

2.000 (b) ± 250/0 2.000 (b) ± 250/0

3® mnm

3^o max

-

-

-

-

n.v.t.

2.000 (b) ± 250/0 2.000 (b) ± 250/0

3® mnm

-

-

-

3®-7®

3^o max

lOOo/o mnm 100űZo mnm 100űZo mnm lOOo/o mnm

-

3® mnm

50^0 mnm 750Zo max 50^0 mnm 75^0 max

-

-

Rood

Gemiddelde intensiteit. Type C Hoge intensiteit, Type A

50-500 cd/m2

Spreiding verticale

20.000 (b) ± 250/0 n.v.t.

Rood

Vastbrandend n.v.t.

Wit

Flitsend (40-60 fpm)

200.000 (b) 20.000 (b) ± 250/0 ± 250/0

50^0 mnm 750/0 max 500A mnm 75^0 max

Het aantal lichtarmaturen per niveau is zodanig dat het windpark vanuit elke vliegrichting waarneembaar is. De verspreiding van het licht onder het horizontale vlak mag worden be­ perkt om hinder op de grond te voorkomen, met inachtneming van de rand­ voorwaarden in Figuur 1. Indien de obstakellichten met een LED armatuur worden uitgerust dient deze licht uit te stralen met een golflengte van 750 tot 870 nanometer. In­ dien aan deze voorwaarde niet kan worden voldaan dient een infrarood lichtbron te worden toegevoegd (ter hoogte van het LED armatuur) die licht uitzendt met een golflengte tussen 750 en 870 nanometer. Flitsende obstakellichten binnen een windpark worden onderlicht gesyn­ chroniseerd. Binnen een windpark flitsen zij gelijktijdig en gelijkmatig. De exploitant van een windturbine voorzien van obstakellichten is er ver­ antwoordelijk voor dat obstakellichten branden gedurende die periodes van de dag zoals in het informatieblad is verwoord. (Tijdelijke) uitval van één of meer obstakellichten wordt door de exploitant direct gemeld aan Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) via het telefoonnummer (020) 406 2315 of e-mail adres fsc@lvnl.nl. Hierdoor kan LVNL een bericht aan lucht­ varenden laten uitgeven. Wanneer de lichten zijn gerepareerd of vervangen meldt de exploitant dit ook bij LVNL zodat zij het bericht aan luchtvarenden in kunnen trekken.

Verlichtingsplan Het verlichtingsplan van windpark Beuningen hanteert de eisen uit het Informatie­ blad als uitgangspunt. Dat betekent het volgende: ^ Alle windturbines worden voorzien van obstakellichten. ^ In de dag- en schemerlichtperiode worden de windturbines uitgerust met een wit flitsend licht op de gondel met een gemiddelde lichtintensiteit type A (zie Figuur 1).

Pagina 3 van 8

Bosch St van Rijn experts in renewable energy

^

^

^

^

^

In de nachtlichtperiode worden de windturbines uitgerust met een rood vast­ brandend licht op de gondel met een gemiddelde lichtintensiteit type C (zie Fi­ guur 1). Als de tiphoogte van de definitieve windturbines lager is dan 210 meter worden de windturbines uitgerust met rode vastbrandende lichten met een lage licht­ intensiteit van minimaal 50 candela halverwege de mast (op ca. 70 meter boven maaiveld). Als de tiphoogte van de definitieve windturbines 210 meter of hoger is worden de windturbines uitgerust met rode vastbrandende lichten met een lage licht­ intensiteit van minimaal 50 candela op ca. 1/3 en 2/3 van de mast (op ca. 50m en 100m boven maaiveld). De exacte uitvoering van de verlichting is afhankelijk van de te kiezen lichtarmaturen; deze informatie is mede afhankelijk van het definitieve windturbinetype en daarom nog niet bekend. Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden wordt voor het windpark een melding 'luchtvaartobstakels hoger dan 100m' gedaan, waarin de gegevens over de uitvoering van de verlichting worden op­ genomen. Alle windturbines worden uitgerust met zichtmeters conform de bepalingen en aanbevelingen van de WMO. De zichtmeters worden op de gondel aange­ bracht. De meest ongunstige waarde gemeten door een van de zichtmeters wordt aangehouden voor het gehele windpark.

Bij een defect van een van de zichtmeters, worden alle obstakellichten ingeschakeld op een intensiteit van 100'.

Overige eigenschappen obstakelverlichting ^ ^ ^ ^ ^

De verlichting zal vanuit elke vliegrichting waarneembaar zijn. Verspreiding van het licht onder het horizontale vlak moet worden beperkt, zoveel als mogelijk binnen de randvoorwaarden van het informatieblad. Bij een zicht van meer dan 5 km wordt de lichtintensiteit, voor zover de luchtvaartveiligheid dat toelaat, teruggebracht tot 30 ' (600 candela). Bij een zicht van 10 km of meer wordt de lichtintensiteit, voor zover de luchtvaartveiligheid dat toelaat, teruggebracht tot 10 ' (200 candela). Indien de obstakellichten met een LED-armatuur worden uitgerust zullen deze licht uitstralen met een golflengte van 750-870 nanometer, of uitge­ rust worden met een additionele infrarood lichtbron welke licht uitzendt met een golflengte tussen 750 en 870 nanometer.

Overige toelichting, kleurstelling In het informatieblad wordt gesteld dat rotorbladen, gondel en het bovenste 2/3 deel van de ondersteunende mast moeten worden uitgevoerd in de kleur 'wit' met aangegeven grenswaarden. IL&T raadt specifiek aan een van de volgende kleuren toe te passen: RAL 9001, RAL 9003, RAL 9010 en RAL 9016 en RAL 7035. Daarnaast is ook RAL 7038 toegestaan. Voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden wordt voor het windpark een melding 'luchtvaartobstakels hoger dan 100m' gedaan, waarin de gegevens over de defini­ tieve kleurstelling worden opgenomen.

Pagina 4 van 8

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Principetekeningen

Figuur 2

Principetekening obstakelverlichting bij dag- en schemerlicht

lArtt, flitsend(e) obstakellicht(en) (20-60 flitsen per minuut) met een gemiddelde lichtintensiteit van 20.000 candela.(ICAO Medium Intensity Type A)

Pagina 5 van 8

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Figuur 3

Principetekening obstakelverlichting bij nachtlichtperiode met een tiphoogte tussen de 150m en 210m. Rood, flitsend(e) obstakellicht(en) (20-60 flitsen per minuut) met een gemiddelde lichtintensiteit van 2.000 candela (ICAO Medium Intensity Type B) Rood, vastbrandend(e) obstakelicht(en) met een gemiddelde lichtintensiteit van 2.000 candela (CAO Medium Intensity Type C)

X « De helft van de hoogte van het hoogste vaste punt (bij voorkeur maximaal 52 meter)

Rode, vastbrandende obstakellichten (minimaal 2) met een lage lichtintensiteit van 50 candela.

Pagina 6 van 8

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Figuur 4

Principetekening obstakelverlichting bij schemerlicht en nacht met hoogte groter dan 210 meter.

ICMMtft**** v**2000e*Ad*4i(CAO

UMum M**My tyt* 0)

ÍW

*»»tbrtnat*4:i) 0tat*à*acM((A)

ţenűĵfŵ

ȏrt

2 000 C«nOMi .CAO U*Oum WM»

TytxC)

Rod*, vwttrandcrd» ofc«*i ekntr. (imwl 3) rt«t Mn ttg* Ktutfňit* »*nî0 cardMa

Rod*. vamtnMrid* cMuà«acrt«n (iwwaM 2)

Pagina 7 van 8

Bosch Is van Rijn

experts in renewable energy Bosch Ä Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel:

030 - 677 64 66

Mail: Web:

info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl

© Bosch S Van Rijn 2022 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch S Van Rijn BV is niet aansprakelijk voor schade door het gebruik van deze informatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=9b9e8625-de85-4a0d-8bbf-232005471ed6