CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Bijlage A bij BP - CombiMER.pdf

Raadsvergadering 5 juli 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling BP Windpark Beuningen20.579 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6.2.1

Vuistregelafstanden In dit planMERdeel worden geen berekeningen gemaakt voor geluid, slagschaduw, gezondheid en veiligheid. In plaats daarvan wordt gerekend met vuistregelafstanden: de beoordeling van de planMERalternatieven gebeurt op basis van het aantal woningen binnen 500 meter en binnen 1000 meter van de lijnen. Dit sluit beter aan bij het detailniveau van een planMER. De toetsingskaders voor de genoemde milieuthema’s komen aan bod in het projectMERdeel. De afstanden komen redelijk overeen met de geluidscontouren 47 dB Lden (500 meter) en 42 dB Lden (1000 meter). Zie onderstaand tekstvak.

Effectbeoordeling planMER

42

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Ter illustratie is van een denkbeeldige opstelling van 3 windturbines met onderlinge afstand 600 meter en een rotordiameter en ashoogte van 150 meter (en dus een tiphoogte van 225 meter) berekend hoeveel geluid deze produceert11. Onderstaande figuur toont de 47 dB Lden-contour (de normgrens) alsmede de 42 dB Lden-contour, omdat voldoen aan de norm niet betekent dat de windturbines niet hoorbaar zijn. Tevens zijn de vuistregelafstanden weergegeven.

Figuur 14

Geluidsberekening van een voorbeeldopstelling. Zoals blijkt komen de vuistregelafstanden (500 en 1000 meter) redelijk overeen met de 47 en 42 dB Lden-contouren.

Deze paragraaf geeft een indicatie van de effecten op de leefomgeving. In het tweede deel van het MER worden voor de inrichtingsalternatieven in de zoekzone gedetailleerde geluid- en slagschaduwberekeningen uitgevoerd.

6.2.2

Referentiesituatie In de referentiesituatie is er geen sprake van slagschaduw op de locatiealternatieven. Voor geluid geldt dat locaties A B C D wel achtergrondgeluid kennen vanwege de directe nabijheid van de snelwegen A50 en A73. Cumulatie komt aan bod in paragraaf 10.2.6 bij de beoordeling van de inrichtingsalternatieven van de zoekzone.

6.2.3

Beoordelingscriterium en effectbeoordeling Als beoordelingscriterium voor het aspect ‘Invloed op de leefomgeving’ hanteren wij het aantal gevoelige objecten dat is gelegen binnen 500 en 1000 meter van de windturbines.

11

Voor deze berekening is uitgegaan van de Vestas V150 4,2 MW. Dit type is qua geluidsproductie representatief voor windturbines met dergelijke afmetingen.

Effectbeoordeling planMER

43

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 9

Beoordelingscriterium aspect invloed op leefomgeving.

Thema

Beoordelingscriterium

Methode

Invloed op de leefomgeving

Aantal gevoelige objecten binnen 500m en 1000m van het alternatief.

Kwantitatief

De effectbeoordeling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘- -‘ tot ‘++’. In onderstaande tabel wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ‘invloed op de leefomgeving’ toegelicht. Tabel 10

Scoretabel invloed op de leefomgeving Score -0 + ++

6.2.4

Binnen 500 meter >10 woningen 1-10 woningen 0 woningen n.v.t

Binnen 1000 meter >500 woningen 100 – 500 woningen < 100 woningen n.v.t.

n.v.t

n.v.t.

Effectbeoordeling Onderstaande afbeeldingen tonen de 500m en 1000m vuistregelafstanden voor de planMERalternatieven, waarbij de alternatieven zo zijn samengevoegd in de figuren dat overlap van de afstandscontouren wordt voorkomen.

Effectbeoordeling planMER

44

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 15

500m en 100m contour van Alternatief A en E

Figuur 16

500m en 100m contour van Alternatief B, F en G

Effectbeoordeling planMER

45

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 17

500m en 100m contour van Alternatief C

Figuur 18

500m en 100m contour van Alternatief D

Onderstaande tabel toont hoeveel woningen zich bij elk alternatief binnen de 500m en 1000m contour bevinden. Effectbeoordeling planMER

46

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 11

Aantal woningen binnen de 500 meter en 1000 meter contour per alternatief A B C D E F G Woningen binnen 500 meter 10 6 8 4 23 50 9 Woningen binnen 1000 meter 152 33 194 12 851 700 1424

6.2.5

Conclusie Op basis van de scoretabel en de berekende aantallen woningen score de planMERalternatieven als volgt op het milieuthema Leefomgeving:

Tabel 12

6.3

Samenvatting effectbeoordeling aspect invloed op de leefomgeving. A B C D E F Woningen binnen 500 meter ---

G -

Woningen binnen 1000 meter

--

-

0

-

0

--

--

Externe Veiligheid Vanwege de kans op falen kunnen windturbines een risico opleveren voor de omgeving. Bij de toetsing op de veiligheidsaspecten wordt gebruik gemaakt van verschillende (wettelijke) kaders. In het planMERdeel van dit combiMER worden de zeven planMERalternatieven op hoofdlijnen beoordeeld op het aspect veiligheid. Zie voor een overzicht van de geldende wettelijke kaders paragraaf 0.

6.3.1

Beoordelingscriteria en effectbeoordeling De planMERalternatieven worden beoordeeld op onderstaande criteria.

Tabel 13

Beoordelingscriteria externe veiligheid

Thema

Veiligheid

Beoordelingscriterium

Methode

Gebouwen

Kwantitatief

Gevaarlijke stoffen

Kwantitatief

Leidingen / hoogspanningslijnen

Kwantitatief

Infrastructuur

Kwantitatief

De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘-‘ tot ‘+ +’. In onderstaande tabel wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ´externe veiligheid´ toegelicht. Omdat er in het planMERgedeelte van dit combiMER lijnen worden beoordeeld is het niet mogelijk afstanden tussen windturbines en relevante objecten te berekenen. Dit vindt zijn weerslag in de formulering van de beoordelingsklassen.

Effectbeoordeling planMER

47

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 14 Beoordelingstabel externe veiligheid planMER Gebouwen -Met zekerheid kwetsbaar object binnen 10-6 contour of beperkt kwetsbaar object binnen 10-5 contour. Kwetsbaar object binnen 10-6 contour of beperkt kwetsbaar object binnen 10-5 contour niet zonder meer uit te sluiten. 0 Met zekerheid geen gebouwen binnen risicocontouren. + n.v.t. ++ n.v.t. Gevaarlijke stoffen -Met zekerheid risicovolle installaties binnen 10-6 contour. Risicovolle installaties binnen maximale werpafstand, buiten 10-6 contour, en/of risicovolle installaties binnen 10-6 contour niet zonder meer uit te sluiten. 0 Met zekerheid geen risicovolle installaties binnen maximale werpafstand. + n.v.t. ++ n.v.t. Leidingen en hoogspanningsverbindingen -Met zekerheid leidingen of hoogspanningslijnen binnen adviesafstanden. Leidingen of hoogspanningslijnen binnen maximale werpafstand, buiten de adviesafstanden 0 Met zekerheid geen leidingen of hoogspanningslijnen binnen maximale werpafstand. + n.v.t. ++ n.v.t. Infrastructuur -Locatie voldoet met zekerheid niet aan beleidsregels. Locatie voldoet niet zonder meer aan beleidsregels. 0 Locatie voldoet met zekerheid aan beleidsregels. + n.v.t. ++ n.v.t.

6.3.2

Beoordeling Om de planMERalternatieven te beoordelen zijn de effectafstanden onderzocht van een windturbine met een ashoogte en rotordiameter van beide 140 meter. De effectafstanden staan in onderstaande tabel.

Tabel 15

Effectafstanden van referentiewindturbine Scenario Afbreken van (een gedeelte van) een windturbineblad, - bij overtoeren - bij nominaal vermogen 10-5 contour 10-6 contour

Effectafstand 443 meter 173 meter 70 meter 173 meter

In onderstaande figuren zijn de risicocontouren per planMERalternatief ingetekend. Op basis van de risicokaart12 en luchtfoto’s is bepaald of er sprake is van relevante objecten binnen de verschillende contouren. Ook hier is weer getracht om overlap van de verschillende contouren te vermijden.

12

http://nederland.risicokaart.nl

48 Effectbeoordeling planMER

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 19

planMERalternatieven A, E, F en G

Effectbeoordeling planMER

49

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 20

planMERalternatief B

Figuur 21

planMERalternatief C

Effectbeoordeling planMER

50

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 22

planMERalternatief D

Alternatief A Wanneer Alternatief A wordt geanalyseerd is te concluderen dat er zich geen kwetsbare objecten bevinden binnen de 10 min 6 contour. Tevens bevinden zich geen beperkt kwetsbare objecten binnen de 10 min 5 contour. Wel bevinden zich beperkt kwetsbare objecten binnen de 10 min 6 contour. Er bevinden zich geen risicovolle installaties binnen de werpafstand bij overtoeren. Wanneer er naar buisleidingen gekeken wordt is te concluderen dat de buisleidingen zich bevinden buiten de werpafstand bij overtoeren. Ook is er onderzocht of er wordt voldaan aan de beleidsregels van TenneT en Rijkswaterstaat. Voor hoogspanningsleidingen geldt dat er wordt voldaan aan de adviesafstanden van TenneT, wel bevindt de hoogspanningsinfrastructuur zich binnen de werpafstand bij overtoeren. Er bevindt zich verder een snelweg (A50) binnen de 10 min 5 contour. Hiermee kan er niet zondermeer worden voldaan aan de adviesafstand van Rijkswaterstaat. Alternatief B Wanneer Alternatief B wordt geanalyseerd is te concluderen dat er zich geen kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 6 contour. Wel kunnen er mogelijk beperkt kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 5 contour. Er bevinden zich geen risicovolle installaties binnen de werpafstand bij overtoeren.

Wanneer er naar buisleidingen wordt gekeken is te concluderen dat er niet zondermeer kan worden voldaan aan de adviesafstand van Gasunie. Ook is er onderzocht of er wordt voldaan aan de beleidsregels van TenneT en Rijkswaterstaat. Voor hoogspanningsinfrastructuur geldt dat er wordt voldaan aan de adviesafstanden van TenneT, wel bevindt de hoogspanningsinfrastructuur zich binnen de werpafstand bij overtoeren. Er bevindt zich verder een snelweg (A50) binnen de 10 min 5 contour Effectbeoordeling planMER

51

Windpark Beuningen Concept-CombiMER van de lijn van de planMERalternatief. Hierdoor kan er niet zondermeer worden voldaan aan de adviesafstand van Rijkswaterstaat. Alternatief C Wanneer Alternatief C wordt geanalyseerd is te concluderen dat er zich geen kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 6 contour. Wel kunnen er mogelijk beperkt kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 5 contour. Er bevindt zich 1 risicovolle installatie binnen de werpafstand bij nominaal toerental. Wanneer er naar buisleidingen wordt gekeken is te concluderen dat er niet zondermeer kan worden voldaan aan de adviesafstand van Gasunie. Ook is er onderzocht of er wordt voldaan aan de beleidsregels van TenneT en Rijkswaterstaat. Voor hoogspanningsinfrastructuur geldt dat de hoogspanningsinfrastructuur is gelegen buiten de werpafstand bij overtoeren. Hiermee wordt er voldaan aan de adviesafstand van TenneT. Er bevindt zich een provinciale weg binnen de 10 min 5 contour van de lijn van de planMERalternatief. Hierdoor kan er niet zondermeer worden voldaan aan de adviesafstand. Alternatief D Wanneer Alternatief D wordt geanalyseerd is te concluderen dat er zich geen kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 6 contour. Tevens bevinden zich geen beperkt kwetsbare objecten binnen de 10 min 5 contour. Wel bevinden zich beperkt kwetsbare objecten binnen de 10 min 6 contour.

Er bevindt zich 1 risicovolle installatie binnen de werpafstand bij overtoeren, maar niet bij nominaal toerental. Wanneer er naar buisleidingen wordt gekeken is te concluderen dat er niet zondermeer kan worden voldaan aan de adviesafstand van Gasunie. Ook is er onderzocht of er wordt voldaan aan de beleidsregels van TenneT en Rijkswaterstaat. Voor hoogspanningsinfrastructuur geldt dat de hoogspanningsinfrastructuur is gelegen buiten de werpafstand bij overtoeren. Hiermee wordt er voldaan aan de adviesafstand van TenneT. Er bevinden zich geen provinciale wegen of snelwegen binnen de 10 min 5 contour van de lijn van de planMERalternatief. Hiermee wordt er voldaan aan de adviesafstand. Alternatief E Wanneer Alternatief E wordt geanalyseerd is te concluderen dat er zich geen kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 6 contour. Wel kunnen er mogelijk beperkt kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 5 contour. Er bevindt zich 1 risicovolle installatie binnen de werpafstand bij nominaal toerental. Wanneer er naar buisleidingen wordt gekeken is te concluderen dat er niet zondermeer kan worden voldaan aan de adviesafstand van Gasunie. Ook is er onderzocht of er wordt voldaan aan de beleidsregels van TenneT en Rijkswaterstaat. Voor hoogspanningsinfrastructuur geldt dat de hoogspanningsinfrastructuur is gelegen buiten de werpafstand bij overtoeren.

Hiermee wordt er voldaan aan de adviesafstand van TenneT. Er bevindt zich een provinciale weg binnen de 10 min 5 contour van de lijn van de planMERalternatief. Hierdoor kan er niet zondermeer worden voldaan aan de adviesafstand.

Effectbeoordeling planMER

52

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Alternatief F Wanneer Alternatief F wordt geanalyseerd is te concluderen dat er zich geen kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 6 contour. Wel kunnen er mogelijk beperkt kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 5 contour. Er bevindt zich 1 risicovolle installatie binnen de werpafstand bij nominaal toerental. Wanneer er naar buisleidingen wordt gekeken is te concluderen dat er niet zondermeer kan worden voldaan aan de adviesafstand van Gasunie. Ook is er onderzocht of er wordt voldaan aan de beleidsregels van TenneT en Rijkswaterstaat. Voor hoogspanningsinfrastructuur geldt dat de hoogspanningsinfrastructuur is gelegen buiten de werpafstand bij overtoeren. Hiermee wordt er voldaan aan de adviesafstand van TenneT. Er bevinden zich geen provinciale wegen of snelwegen binnen de 10 min 5 contour van de lijn van de planMERalternatief. Hiermee wordt er voldaan aan de adviesafstand. Alternatief G Wanneer Alternatief G wordt geanalyseerd is te concluderen dat er zich geen beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten zich bevinden binnen de 10 min 6 contour. Er bevindt zich 1 risicovolle installatie binnen de werpafstand bij nominaal toerental. Wanneer er naar buisleidingen wordt gekeken is te concluderen dat er wel kan worden voldaan aan de adviesafstand van Gasunie.

Wel bevindt er zich een buisleiding binnen de werpafstand bij overtoeren. Ook is er onderzocht of er wordt voldaan aan de beleidsregels van TenneT en Rijkswaterstaat. Voor hoogspanningsinfrastructuur geldt dat de hoogspanningsinfrastructuur is gelegen buiten de werpafstand bij overtoeren. Hiermee wordt er voldaan aan de adviesafstand van TenneT. Er bevindt zich verder een snelweg (A73) binnen de 10 min 5 contour van de lijn van de planMERalternatief. Hierdoor kan er niet zondermeer worden voldaan aan de adviesafstand van Rijkswaterstaat.

6.3.3

Conclusie De alternatieven scoren als volgt:

Tabel 16

6.4

Samenvatting effectbeoordeling Externe Veiligheid A B C Gebouwen Gevaarlijke stoffen 0 0 -

D -

E -

F -

G 0 -

Leidingen Hoogspanning

0 -

-

0

0

0

0

0

Infrastructuur

-

-

-

0

-

0

-

Landschap De beschrijving van het landschap rondom Beuningen vormt de basis voor de beoordeling van de landschappelijke effecten, per alternatief. Deze beschrijving is opgenomen in Bijlage D Landschappelijke beoordeling.

Effectbeoordeling planMER

53

Windpark Beuningen Concept-CombiMER De in het planMER gedefinieerde alternatieven worden voor wat betreft het milieuthema landschap & cultuurhistorie kwalitatief beoordeeld op vijf beoordelingscriteria, te weten: Tabel 17

Beoordelingscriteria planMER Landschap. Thema Beoordelingscriterium Mate van aansluiting bij bestaande structuren en patronen Mate van aansluiting bij de maat en schaal van het landschap Landschap Mate van aansluiting op lokale culturele waarden van het landschap De beleving van de het windpark in het landschap Ligging t.o.v. andere (geplande) windparken.

6.4.1

Beoordelingsschaal De beoordeling vindt plaats aan de hand van de verschillende score niveaus uit de beoordelingsschaal. Voor de landschappelijke beoordeling wordt deze aangepast. Alhoewel windparken niet per se negatief hoeven te zijn op alle beoordelingscriteria, wordt door de grootte en omvang van de huidige windturbines wel altijd het landschap beïnvloed. Windturbines en windparken geven hierdoor een nieuwe dynamiek aan het landschap en voegen kwaliteiten toe, of versterken huidige kwaliteiten, maar zullen door hun omvang ook altijd bestaande kwaliteiten aantasten. Daarom worden de landschappelijke criteria niet beoordeeld met de score ‘Positief effect’ (++). De beoordelingsschaal wordt hieronder weergegeven.

6.4.2

Beoordelingscriterium De alternatieven worden beoordeeld op de mate waarin het landschap beïnvloed wordt. Dit wordt gedaan aan de hand van de beoordelingscriteria die hierboven zijn benoemd. Hieronder vindt de toelichting van de criteria plaats. Aan de hand van analysekaartjes en een scoretabel worden de criteria toegelicht waarna er een beoordeling plaatsvindt. De beoordeling is terug te vinden in de volgende paragraaf.

Effectbeoordeling planMER

54

Windpark Beuningen Concept-CombiMER 6.4.2.1

Mate van aansluiting bij bestaande structuren en patronen

Het beoordelingscriterium ‘Mate van aansluiting bij bestaande structuren en patronen’ wordt beoordeeld aan de hand van de locatie van het windpark ten opzichte van de landschappelijke lijnen. Er wordt gekeken of het windpark aansluit bij (parallel loopt aan) de landschappelijke lijnen (op macroniveau) en in hoeverre het van invloed is op de herkenbaarheid en leesbaarheid van deze landschappelijke lijnen. Onderstaande kaart is opgesteld ten behoeve van de beoordeling. Alleen de landschappelijke lijnen op macroniveau zijn geanalyseerd. Ook zijn de planMERalternatieven ingetekend. Figuur 23

Alternatieven (paarse lijnen) voor windpark Beuningen met de grote infrastructurele lijnen rondom Beuningen.

Alle alternatieven zijn individueel beoordeeld. Bij elk alternatief is gekeken in hoeverre deze aansluit bij de landschappelijke hoofdstructuren zoals geïdentificeerd in de landschappelijke kaart hierboven. De beoordeling is gedaan aan de hand van de hieronder beschreven beoordelingsscores.

Effectbeoordeling planMER

55

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 18

6.4.2.2

Beoordelingsscores Mate van aansluiting bestaande structuren en patronen. Negatief

Licht negatief

Het alternatief sluit niet aan bij de landschappelijke lijnen (structuren) en zorgt voor een onduidelijk beeld. Hieronder vallen alle opstellingen die een andere richting aannemen/ niet parallel lopen ten opzichte van de hoofdstructuren van het landschap.

Het alternatief sluit niet aan op de landschappelijke lijnen (structuren) maar heeft ook geen negatieve invloed op de beleef- en leesbaarheid ervan. Hieronder vallen alle opstellingen die landschappelijke structuur voor een groot deel volgen maar geen invloed erop uitoefenen.

Neutraal

Licht positief

Wanneer het alternatief aansluit op de landschappelijke lijnen (structuren) maar deze niet van toegevoegde waarde is voor de herkenbaaren leesbaarheid ervan. Hieronder vallen alle opstellingen die op een landschappelijke structuur aansluiten (parallel lopen).

Wanneer dankzij het alternatief de landschappelijke lijnen (structuren) van het landschap worden verduidelijkt en deze de structuur leesbaarder maakt. Hieronder vallen alle opstellingen die een landschappelijke structuur aansluiten (parallel lopen) en daardoor de richting van deze structuur versterken.

Mate van aansluiting bij de maat en schaal van het landschap

Het beoordelingscriterium ‘Mate van aansluiting bij de maat en schaal van het landschap’ wordt beoordeeld aan de hand van de locatie van het alternatief en in welke landschapstype deze is gesitueerd. Elk landschapstype kent zijn eigen structuren en schaalgrootte. In Bijlage D Landschappelijke beoordeling zijn de landschapstypen geïnventariseerd. Hieronder wordt kort inzicht gegeven in de schaal grootte per landschap. Om een beoordeling te kunnen geven is ervan uit gegaan dat een alternatief, die zeer landschap overstijgend zijn, beter ‘passen’ bij een grootschalig landschap dan bij een kleinschalig landschap. Tabel 19

Landschapstypen en hun kernkwaliteiten betreft maat en schaal. Landschapstype De uiterwaarden Oeverwallen De komgronden

Rivierduinen Kampenlandschap

Effectbeoordeling planMER

Kernkwaliteiten Middelgrote schaal Halfopen - open Kleinschalig door vroegere ontginning Meer gesloten door aanwezige bebouwing, beplanting en boomgaarden Grootschalig en open landschap Rechte structuren Weinig bebouwing aanwezig Kleinschalig door vroegere ontginning Veel natuurwaarden (bomen, opgaande beplanting) Middelgrote schaal Halfopen

56

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 24

Alternatieven (paarse lijnen) voor windpark Beuningen in de landschapstypen rondom Beuningen.

Alle alternatieven zijn individueel beoordeeld. Bij elk alternatief is gekeken of deze binnen een bepaald landschap zijn gesitueerd. De beoordeling is gedaan aan de hand van de hieronder beschreven beoordelingsscores. Tabel 20

6.4.2.3

Scoretabel Mate van aansluiting bij de maat en schaal van het landschap. Negatief

Licht negatief

De landschappelijke maat en schaalgrote worden aangetast door het windpark en verliezen hierdoor (deels) waarde of beleef-/ herkenbaarheid. Hieronder vallen alle windparken die volledig of grotendeels in het Oeverwallen of Rivierduinen landschap zijn gesitueerd.

De landschappelijke maat en schaalgrote worden aangetast maar zijn van kleine aard en verstoren in kleine maten de waarde of beleef-/ herkenbaarheid van deze kwaliteiten. Hieronder vallen alle windparken die volledig of grotendeels in het Uiterwaarden of Kampenlandschap zijn gesitueerd.

Neutraal

Licht positief

Het windpark heeft weinig invloed op de landschappelijke maat en schaalgrote. Hieronder vallen alle windparken die (grotendeels) in het Komgronden landschap zijn gesitueerd.

Niet van toepassing.

Mate van aansluiting op lokale culturele waarden van het landschap

Het beoordelingscriterium ‘Mate van aansluiting op lokale culturele waarden van het landschap’ wordt beoordeeld aan de hand van de locatie van het alternatief ten opzichte van de gebieden waar landschappelijke gezien veel cultuurhistorische waarden (kunnen) zijn. Dit betekent dat bij deze beoordeling ervan wordt uitgegaan dat de uiterwaarden (o.a. voor de dijken en steenfabrieken) en de rivierduinen (o.a. door de vroegere nederzettingen) twee cultuurhistorische waardevolle landschappen zijn.

Effectbeoordeling planMER

57

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Om een beoordeling te kunnen geven is ervan uit gegaan dat een alternatief binnen een straal van 2 kilometer een grote (negatieve) beeldbepalende rol speelt op de cultuurhistorische waarden. Er wordt alleen maar een score ‘Negatief’ en ‘Licht negatief’ gegeven. Moderne windturbines zullen namelijk altijd een negatieve invloed hebben op een cultuurhistorische waarde ongeacht waar deze zich bevindt. Figuur 25

Alternatieven (paarse lijnen) voor windpark Beuningen met aanduiding 2 kilometer zone. Cultuurhistorisch waardevolle landschapstype aangegeven.

Alle windturbineopstellingen zijn individueel beoordeeld. Bij elke opstelling is gekeken of deze binnen een landschapstype Rivierduinen of Uiterwaarden zijn gesitueerd of binnen een straal van 2 kilometer staan. De beoordeling is gedaan aan de hand van de hieronder beschreven beoordelingsscores.

Effectbeoordeling planMER

58

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 21

6.4.2.4

Scoretabel Mate van aansluiting op lokale culturele waarden van het landschap. Negatief

Licht negatief

Wanneer een alternatief in het landschap op binnen een straal van 2 kilometer gesitueerd is ten opzichte van de Rivierduinen of uiterwaarden. De cultuurhistorische waarden worden aangetast door het alternatief en verliezen hierdoor (deels) waarde of beleef-/ herkenbaarheid.

Het alternatief is minimaal zichtbaar doordat het verder dan 2 kilometer is gesitueerd ten opzichte van de Rivierduinen of Uiterwaarden. De cultuurhistorische waarden worden minimaal aangetast door het alternatief.

Neutraal

Licht positief

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

De beleving van het windpark in het landschap

Het beoordelingscriterium ‘De beleving van het windpark in het landschap’ wordt beoordeeld aan de hand van de locatie van het alternatief ten opzichte van de gebieden waar veel mensen wonen of recreëren. Beleving van een alternatief vindt namelijk plaats van waaruit personen dit zien. Hieronder vallen de dicht bebouwde woongebieden en grote recreatieve gebieden (de rivierduinen). Om een beoordeling te kunnen geven is ervan uit gegaan dat een windpark binnen een straal van 2 kilometer een grote (negatieve) beeldbepalende rol speelt. Er wordt alleen maar een score ‘Negatief’ en ‘Licht negatief’ gegeven. Moderne windturbines zijn wegens hun omvang namelijk vanuit verschillende waarnemingspunten al vanaf meerdere kilometers zichtbaar in het landschap. Figuur 26

Alternatieven (paarse lijnen) voor windpark Beuningen met aanduiding 2 kilometer zone. Bebouwing en recreatieve gebieden in en rondom Beuningen aangegeven.

Effectbeoordeling planMER

59

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Alle alternatieven zijn individueel beoordeeld. Bij elk alternatief is gekeken of deze in of binnen een straal van 2 kilometer is gelegen van gebieden waar het niet gewenst is vanwege veel bebouwing of recreatieve waarde. De beoordeling is gedaan aan de hand van de hieronder beschreven beoordelingsscores. Tabel 22

6.4.2.5

Scoretabel De beleving van het windpark in het landschap. Negatief

Licht negatief

Wanneer een alternatief in het landschap in of binnen een straal van 2 kilometer is gesitueerd ten opzichte van veel woonbebouwingsclusters en plaatsen van waaruit dit wegens recreatieve waarde niet gewenst is, zoals bij de rivierduinen.

Het alternatief is minimaal zichtbaar doordat het verder dan 2 kilometer is gesitueerd ten opzichte van gebieden waar dit niet is gewenst. Met name vanuit woonbebouwingsclusters en plaatsen van waaruit dit wegens recreatieve waarde niet gewenst is zoals de rivierduinen.

Neutraal

Licht positief

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Ligging t.o.v. andere (geplande) windparken.

Het beoordelingscriterium ‘Ligging t.o.v. andere (geplande) windparken’ wordt beoordeeld aan de hand van de locatie van het alternatief ten opzichte van de andere (geplande) windparken. Windparken kunnen namelijk invloed hebben op elkaars inpassing. Er wordt vanuit gegaan dat windparken met een afstand tot aan 5 kilometer ten opzichte van elkaar een (grote) visuele invloed op elkaar hebben. Zowel de bestaande windparken als degene die in ontwikkeling zijn worden meegenomen in de beoordeling.

Effectbeoordeling planMER

60

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 27

Alternatieven voor windpark Beuningen met aanduiding 5 kilometer zone. Interferentie met andere windparken in de omgeving ook met aanduiding 5 kilometer zone (rode en gele lijnen).

Alle alternatieven zijn individueel beoordeeld. Bij elke opstelling is gekeken of deze binnen een straal van 5 kilometer is gelegen van andere (geplande) windparken. De beoordeling is gedaan aan de hand van de hieronder beschreven beoordelingsscores. Tabel 23

Scoretabel Ligging t.o.v. andere (geplande) windparken. Negatief

Licht negatief

Wanneer windparken binnen een straal van 5 kilometer bij elkaar staan, er veel interferentie plaatsvindt en er geen eenduidige opstellingsstructuur is tussen de windparken. Hieronder vallen alle opstellingen die binnen 5 kilometer van elkaar zijn gesitueerd en duidelijk niet dezelfde richting volgen.

Wanneer er een eenduidige opstellingsstructuur is tussen windparken maar er zit toch een klein opstellingsverschil in welke elkaar beïnvloed. Hieronder vallen alle opstellingen die binnen 5 kilometer van elkaar zijn gesitueerd en lichtelijk verschillen in richting of opstellingsstructuur.

Neutraal

Licht positief

Windparken hebben geen negatieve invloed op elkaars uitstraling of positionering als geheel. De kenmerken tussen de windparken zijn eenduidig en op grote lijnen vergelijkbaar. Of er is geen ander windpark waarmee interferentie kan ontstaan. Hieronder vallen alle opstellingen die binnen een straal van 5 kilometer dezelfde richting volgen ten opzichte van elkaar of er geen andere opstelling is gesitueerd.

Niet van toepassing.

Effectbeoordeling planMER

61

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

6.4.3

Effectbeoordeling per alternatief, landschap Onderstaande tabel toont de score per alternatief en per beoordelingscriteria, conform de hierboven beschreven scoretabellen.

Tabel 24

6.5

Overzicht scores per alternatief. Alternatieven:

A

B

C

D

E

F

G

Aansluiting structuren Aansluiting maat en schaal

0

-

0

+

-

--

--

0

0

0

0

0

--

0

Aansluiting CHW Beleving van het windpark Ligging t.o.v. andere windparken

-

--

-

--

-

--

-

--

--

--

-

--

-

--

-

-

-

-

--

--

--

Ecologie In de exploitatiefase hebben windturbines jaarlijkse aanvaringsslachtoffers onder vogels en vleermuizen tot gevolg. Het effect in het planMERdeel van dit combiMER worden de zeven planMERalternatieven op hoofdlijnen beoordeeld op het aspect ecologie. De ecologische notitie die als basis dient voor deze beoordeling is opgenomen in Bijlage F Notitie ecologie planMER.

6.5.1

Beoordelingscriteria en effectbeoordeling De planMERalternatieven worden beoordeeld op onderstaande criteria.

Tabel 25

Beoordelingscriteria ecologie

Thema Ecologie

Beoordelingscriterium

Methode

Natura 2000-gebieden

Kwalitatief

Soortenbescherming

Kwantitatief

Natuurnetwerk Nederland

Kwalitatief

De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘-‘ tot ‘+ +’. In onderstaande tabel wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ´ecologie´ toegelicht.

Effectbeoordeling planMER

62

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 26 Beoordelingstabel ecologie planMER Natura 2000-gebieden -Significant negatieve effecten op Natura 2000-doelsoorten zeer aannemelijk. Significant negatieve effecten op Natura 2000-doelsoorten beperkt. 0 Significant negatieve effecten op Natura 2000-doelsoorten uitgesloten. + n.v.t. ++ n.v.t. Soortenbescherming -Meer dan 80 vogelslachtoffers per jaar en/of 20 vleermuisslachtoffers per jaar verwacht. Tussen de 0-80 vogelslachtoffers per jaar en/of 0-20 vleermuisslachtoffers per jaar verwacht. 0 Geen aanvaringsslachtoffers verwacht onder vogel en/of vleermuissoorten. + n.v.t. ++ n.v.t. Natuurnetwerk Nederland -Situering windturbines binnen NNN onvermijdelijk. Ligging windturbines nabij NNN. 0 Ligging windturbines niet nabij NNN. + n.v.t. ++ n.v.t.

6.5.2

Beoordeling

Figuur 28

Natura-2000 gebieden en Natuurnetwerk Nederland in combinatie met planMER-alternatieven

Effectbeoordeling planMER

63

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Natura 2000-gebieden Op locatie F na liggen alle locaties buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden. Dat betekent dat alleen externe effecten een effect zouden kunnen hebben op de instandhoudingsdoelen (IHD), namelijk effecten via stikstofdepositie en via aanvaringsslachtoffers die van invloed zijn op instandhoudingsdoelen. Effecten via stikstofdepositie en aantasting van leefgebied hangen voor een belangrijk deel samen met het aantal windturbines dat wordt geplaatst. Derhalve zijn de te verwachten effecten van de locatie E (7 windturbines) het grootst, gevolgd door locatie B en C (beide 5 windturbines). Van de overige locaties (3 windturbines) zijn de te verwachten effecten het laagst. Aangezien de mogelijk verhoogde stikstofdepositie van tijdelijke aard is (alleen tijdens de aanlegfase), zijn de verschillen in negatieve effecten tussen de verschillende potentiële locaties verwaarloosbaar. De doelsoorten van Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ zijn voornamelijk watervogels. Met name grotere vogelsoorten, die ook op grote hoogte vliegen, worden relatief vaak slachtoffer van windturbines. Enkele doelsoorten van bovengenoemd Natura 2000-gebied met een grotere kans om aanvaringsslachtoffer te worden zijn aalscholver, verscheidende ganzensoorten, kleine zwaan, wilde zwaan en zwarte stern. Deze vogels hebben verschillende foerageerafstanden.

Aangezien locatie F gedeeltelijk in het Natura 2000 ligt (zie Figuur 1), is dit de meest ongunstige locatie. De zwarte stern heeft een gemiddelde foerageerafstand van 2 km binnen het broedseizoen. Dit betekent dat locatie A en G ook relatief ongunstig gelegen zijn. Derhalve zijn ten aanzien van mogelijke negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ de locaties B, C, D en E het meest gunstig. Soortenbescherming Indien de windturbines in hetzelfde landschapstype zijn geprojecteerd geldt in zijn algemeenheid dat hoe groter het aantal windturbines is, hoe groter het aantal slachtoffers onder vogels en vleermuizen zal zijn. Uit slachtofferonderzoeken van bestaande windparken in Nederland en België van de afgelopen 15 jaar blijkt dat in een windpark gemiddeld 20 aanvaringsslachtoffers per turbine per jaar onder vogels vallen. Dit zou 60 slachtoffers voor locatie A, 100 slachtoffers voor locatie B, 100 slachtoffers voor locatie C, 60 slachtoffers voor locatie D, 140 slachtoffers voor locatie E, 60 slachtoffers voor locatie F en 60 slachtoffers voor locatie G per jaar betekenen. Voor vleermuizen wordt aangenomen dat er in halfopen landschapstypes in worst case scenario vijf aanvaringsslachtoffers per turbine per jaar vallen.

Dit zou 15 slachtoffers voor locatie A, 25 slachtoffers voor locatie B, 25 slachtoffers voor locatie C, 15 slachtoffers voor locatie D, 35 slachtoffers voor locatie E, 15 slachtoffers voor locatie F en 15 slachtoffers voor locatie G per jaar betekenen. Natuurnetwerk Nederland Locatie F is voor een deel gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waardoor deze locatie ten aanzien van het NNN de minst gunstige locatie betreft. Echter is bij de situering van de planMER-alternatieven rekening gehouden met het NNN en is de plaatsing binnen NNN (incl. overdraai) uitgesloten. De overige locaties vallen ook niet binnen de grenzen van een gebied behorend tot het NNN. De meeste potentiële locaties liggen echter wel in de directe omgeving van het NNN. Het be-

Effectbeoordeling planMER

64

Windpark Beuningen Concept-CombiMER treft locatie B, C, D en E. Van deze drie locaties zijn B, C en D de beste keuze, aangezien deze locaties slechts ten dele aan het NNN grenzen. De meest gunstige potentiële locaties ten aanzien tot liggen ten opzichte van het NNN zijn locaties A en G.

6.5.3

Conclusie Onderstaande tabel toont de score per alternatief en per beoordelingscriteria, conform de hierboven beschreven scoretabellen.

Tabel 27

6.6

Overzicht scores per alternatief. A

B

Natura 2000-gebieden

-

-

C -

Soortenbescherming Natuurnetwerk Nederland

-

--

0

-

D

E

F

G

-

-

--

-

--

-

--

-

-

-

-

-

-

0

Energieopbrengst en mitigatie uitstoot Wanneer windturbines elektriciteit produceren wordt op dat moment minder ‘grijze’ stroom door kolen- en (vooral) gascentrales geproduceerd, met bijbehorende vermindering van CO2-, fijn stof en emissies van verzurende stoffen.

6.6.1

Referentiesituatie In de referentiesituatie is er op de locaties geen sprake van opwekkingen van elektriciteit met behulp van windenergie.

6.6.2

Beoordelingscriterium en effectbeoordeling De opbrengst van een windpark schaalt met het aantal windturbines. Daarom is het aantal windturbines een goed beoordelingscriterium. Per opstelling wordt het thema energieopbrengst gescoord op het aantal windturbines. Om per lijn het aantal windturbines te schatten wordt de aanname gemaakt dat de windturbines ca. 4x de rotordiameter uit elkaar moeten staan, oftewel 560 meter. De vermindering van emissies is een direct gevolg van de energieopbrengst en wordt om dubbeltelling te voorkomen niet meegerekend.

Tabel 28

Beoordelingscriteria duurzaamheid/energieopbrengst. Thema Beoordelingscriterium Energieopbrengst Aantal windturbines

Methode Kwantitatief

De effectbepaling in dit MER wordt gegeven in de genoemde 5-punts schaal van ‘-‘ tot ‘+ +’. In onderstaande tabel wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ´externe veiligheid´ toegelicht. Effectbeoordeling planMER

65

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 29

6.6.3

Beoordelingstabel duurzaamheid/energieopbrengst. Elektriciteitsproductie – aantal windturbines -0 n.v.t. n.v.t. 0-3 wtbs

+ 3-6

++ 6 of meer

Analyse De alternatieven beschikken over de volgende aantallen windturbines:

Tabel 30

Aantal windturbines per alternatief. D 3

E 7

F 3

G 3

Conclusie elektriciteitsproductie en mitigatie uitstoot. A B C D Aantal windturbines 0 + + 0

E ++

F 0

G 0

Aantal WTB

6.6.4

A 3

B 5

C 5

Conclusie De opstellingen scoren als volgt:

Tabel 31

6.7

Overzichtstabel Onderstaande tabel geeft een overzicht van de scores van de verschillende planMERalternatieven.

Effectbeoordeling planMER

66

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 32

Overzichtstabel milieueffecten van locatiealternatieven. A B Invloed op de leefomgeving Aantal woningen binnen 500m Aantal woningen binnen 1000m Externe veiligheid Gebouwen Gevaarlijke stoffen

C

D

E

F

G

-

0

-

0

---

---

--

0

0

-

-

-

-

0 -

Leidingen Hoogspanning Infrastructuur Landschap Aansluiting structuren Aansluiting maat en schaal

0 -

-

0 -

0 0

0 -

0 0

0 -

0 0

0

0 0

+ 0

0

---

-0

Aansluiting cultuurhistorische waarden Beleving van windpark Interferentie Ecologie Natura 2000-gebieden Soortenbescherming Natuurnetwerk Nederland Energieopbrengst Elektriciteitsproductie

--

---

--

--

---

---

---

-

-

-

-

-

--

-

-

--

--

-

--

-

-

0

-

-

-

-

-

0

0

+

+

0

++

0

0

Effectbeoordeling planMER

67

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hoofdstuk 7 Locatiekeuze

Locatiekeuze

68

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

7.1

Inleiding Dit hoofdstuk zet uiteen hoe de zoekzone windenergie tot stand gekomen is. Aangezien dit proces vooraf is gegaan aan de m.e.r.-procedure moge duidelijk zijn dat de uitkomsten van dit combiMER niet aan deze keuze ten grondslag hebben gelegen. Wel blijkt uit de effectbeoordeling van de locatiealternatieven (Tabel 32) dat de zoekzone (bestaand uit planMERalternatieven B en C) redelijk scoort ten opzichte van de andere alternatieven. Om een eerlijk vergelijk mogelijk te maken is hieronder de effectbeoordeling conform de planMER-beoordelingscriteria tevens uitgevoerd voor de gecombineerde locatie B+C, om de koppeling tussen het planMERdeel en het projectMERdeel sluitend te maken.

Figuur 29

Locatiekeuze

PlanMERalternatieven.

69

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 33

Beoordeling van de planMERalternatieven, waarbij ook de combinatie van B en C is beoordeeld. A B C D E F G B+C Invloed op de leefomgeving Aantal woningen binnen 500m Aantal woningen binnen 1000m Externe veiligheid Gebouwen Gevaarlijke stoffen

-

0

-

0

---

---

--

--

0

0

-

-

-

-

0 -

-

Leidingen Hoogspanning Infrastructuur Landschap Aansluiting structuren Aansluiting maat en schaal

0 -

-

0 -

0 0

0 -

0 0

0 -

-

0 0

0

0 0

+ 0

0

---

-0

0 0

Aansluiting cultuurhistorische waarden Beleving van windpark Interferentie Ecologie Natura 2000-gebieden Soortenbescherming Natuurnetwerk Nederland Energieopbrengst Elektriciteitsproductie

--

---

--

--

---

---

---

---

-

-

-

-

-

--

-

-

--

--

-

--

-

-

0

-

-

-

-

-

0

--

0

+

+

0

++

0

0

++

Het project Windpark Beuningen is een concreet project voor windenergie op land. De beoogde locatie sluit aan bij zowel nationaal, provinciaal als gemeentelijk beleid. Om de locatiekeuze toe te lichten wordt in dit hoofdstuk nog eens zorgvuldig en uitgebreid de locatie in de context van het (ruimtelijk) beleid voor windenergie geplaatst. Enige herhaling van het beleidskader in voorgaand hoofdstuk is hierbij wel aan de orde. Omdat met dit project invulling wordt gegeven aan vastgesteld gemeentelijk beleid voor duurzame energie (Raadsvoorstel Advies Gebiedsraad Locatieplan grootschalige opwerk Zon en Wind, 2019) wordt in de MERalternatieven geen onderzoek verricht naar overige vormen van opwekking van duurzame energie. Dit betekent echter niet dat andere vormen van opwekking van duurzame energie binnen het projectgebied worden uitgesloten.

7.2

Bestuurlijke voorgeschiedenis De nationale en Gelderse ambitie zijn om in 2050 energieneutraal te zijn. Hiervoor heeft de provincie haar energietransitie beleid (2016 – 2019) vastgelegd in het beleidsprogramma ‘Samen in Versnelling’. Uit het beleidsprogramma blijkt dat windenergie een belangrijke bijdrage levert aan de energietransitie in Gelderland. Gelderland heeft, voor 2020, afspraken met het Rijk gemaakt over de invulling van 230,5 MW opgesteld vermogen aan windenergie.

Locatiekeuze

70

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Hierop heeft de provincie de omgevingsvisie en de geconsolideerde omgevingsverordening (december 2018) vastgesteld waarin de provinciale doelstellingen ten aanzien van het ruimtelijk beleid zijn vastgelegd. Hierin heeft de provincie ook een analyse uitgevoerd voor mogelijke gebieden voor windenergie. Binnen de gemeentegrenzen van Beuningen heeft de provincie de volgende gebieden aangewezen:  Windenergie kansrijke locaties extra ontwikkeling - locaties voor de langere termijn.  Windenergie mogelijk - hier zijn op voorhand geen belemmeringen voorzien.  Windenergie aandachtsgebied - hierbij zijn specifieke objecten die aandacht behoeven bij de ontwikkeling van windenergie.  Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk - in gevallen bij versterking kernkwaliteiten.  Windenergie solitaire windturbines uitgesloten.  Windenergie niet kansrijk - bij gemeentelijk draagvlak wordt onderzoek naar combinatie met onderliggende functie ondersteund. Uit de analyse blijkt dat er twee locaties in de gemeente Beuningen zijn aangewezen als windenergie kansrijke locaties extra ontwikkeling. Deze bevinden zich ten zuidwesten en zuidoosten van knooppunt Ewijk. Naast het provinciaal beleid heeft de gemeenteraad van de gemeente Beuningen op 24 januari 2017 de Energievisie ‘Energiek Beuningen’ vastgesteld.

De energievisie is opgesteld in samenwerking met inwoners, bedrijven en betrokken en maakt duidelijk waar Beuningen staat en wat de opgave is om uiteindelijk in 2040 energieneutraal te worden. In de energievisie is niet aangegeven hoe, en onder welke voorwaarden deze nieuwe duurzame energiesystemen in Beuningen moeten komen. Dit moet door middel van een gebiedsproces worden bepaald. Om uitwerking aan het gebiedsproces te geven zijn eind 2017 acht werkbijeenkomsten georganiseerd, waarin de wensen, zorgen en ideeën van de inwoners ten aanzien van grootschalige duurzame energie centraal stonden. Hierna zijn met 16 inwoners-werkgroepen verschillende scenario’s uitgewerkt voor wind- en zonneenergie. In opdracht van de gemeenteraad is in 2018 de Gebiedsraad aan de slag gegaan om vanuit de scenario’s toe werken naar een locatieplan. Het locatieplan is het advies van de Gebiedsraad aan de gemeenteraad en bevat het speelveld en de spelregels voor windenergie en zonne-energie in de gemeente Beuningen. Op 9 april 2019 heeft de gemeenteraad besloten om grootschalige opwek van zonne- en windenergie, onder voorwaarden, mogelijk te maken. Hierbij heeft de gemeenteraad besloten om naar aanleiding van de bespreking van het locatieplan en het advies van de Gebiedsraad onder meer een zoekzone voor windenergie vast te stellen (zie onderstaande figuur).

Locatiekeuze

71

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 30

Zoekzone windenergie, zoals vastgesteld door de gemeenteraad.

7.3

Locatiekeuze De uiteindelijk te onderzoeken inrichtingsalternatieven in het projectMER moeten aan een aantal randvoorwaarden voldoen zoals bijvoorbeeld:    

moet voldoen aan de Omgevingsverordening Gelderland; moet stroken met het advies van de Gebiedsraad; moet kunnen voldoen aan wettelijke normen (bv. voor geluid); mag instandhoudingsdoelen van beschermde natuurgebieden niet in gevaar brengen en mag geen invloed hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten  Opstelling moet voorzien zijn van een goede landschappelijke inpassing. Doordat de locatie moet voldoen aan het advies van de Gebiedsraad moeten windturbines worden geplaatst in de zoekzone zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 9 april 2019. Het zoekgebied bevindt zich in de planMERalternatieven B en C.

7.4

Conclusie Het provinciaal beleid kent een lange voorgeschiedenis waarin de technische haalbaarheid en landschappelijke impact van windenergielocaties meermaals zijn onderzocht en de wenselijkheid is overwogen. De uitgevoerde onderzoeken kennen, gezien het schaalniveau van het provinciaal beleid, een algemene benadering. De provincie heeft op basis van deze benadering twee locaties ten zuiden van knooppunt Ewijk aangewezen als kansrijke locaties voor extra ontwikkeling.

Locatiekeuze

72

Windpark Beuningen Concept-CombiMER In het planMER is op een nauwkeuriger detailniveau gekeken naar de belemmeringen binnen de gemeentegrenzen aan Beuningen. Hierbij is met de meest recente gegevens op ruimtelijk en landschappelijk niveau concreet beoordeeld waar windparken binnen Beuningen mogelijk zijn. Hierbij zijn 7 potentiële locaties naar voren gekomen. Hoewel het mogelijk is om een windpark op 7 potentiele gebieden te ontwikkelen in de gemeente Beuningen is er een gebiedsproces doorlopen waarbij de Gebiedsraad een windenergielocatie heeft aangeraden. De gemeenteraad heeft op 9 april 2019 ingestemd met het starten van de ruimtelijke procedure voor windenergie op het grondgebied van de gemeente Beuningen. Hierbij zijn een aantal randvoorwaarden opgelegd en een zoekgebied bepaald. Een randvoorwaarde is dat de opstelling moet stroken met het advies van de gebiedsraad. Hierdoor ligt de locatie vast. Namelijk de zoekzone die is vastgesteld door de gemeenteraad (Figuur 10). Dit komt ongeveer overeen met de alternatieven B en C uit het planMER. Het planMER biedt geen reden om aan te nemen dat de zoekzone op milieutechnische gronden ongeschikter is voor de ontwikkeling van een windpark dan andere plekken binnen de gemeente.

Locatiekeuze

73

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hoofdstuk 8 Referentiesituatie

Referentiesituatie

74

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

8.1

Inleiding In dit hoofdstuk wordt de referentiesituatie beschreven. De referentiesituatie is de huidige ontwikkeling van het milieu, zonder dat de voorgenomen activiteit wordt gerealiseerd, uitgaande van ontwikkelingen van de huidige activiteiten in het studiegebied.

8.2

Beschrijving plangebied en omgeving Het plangebied ligt in de provincie Gelderland, in de gemeente Beuningen. Het ligt ten zuiden van de dorpen Beuningen, Ewijk en Winssen, aan weerszijden van de A50 en wordt aan de noordzijde begrensd door de A73, het knooppunt Ewijk en de N322 (Maas en Waalweg) (Zie Figuur 31).

Figuur 31

Zoekzone windenergie (rood). (Bron: Bijlage 2b raadsbesluit 9 april 2019)

8.3

Bestemmingsplan Het vigerende bestemmingsplan is het bestemmingsplan “Buitengebied” van gemeente Beuningen. Windturbines zijn niet toegestaan in dit bestemmingsplan en er wordt voor dit project wordt een bestemmingsplanwijziging opgesteld, specifiek voor het windpark. Hierin worden de bestaande bestemmingen en aanduidingen zoveel mogelijk overgenomen of in stand gelaten.

Referentiesituatie

75

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 32

Bestemmingsplan Buitengebied (Plangebied indicatief rood gemarkeerd)

De volgende aandachtspunten volgen uit een analyse van de vigerende bestemmingen en aanduidingen:  In het oostelijke deel van het plangebied bestaat een kleine strook met de enkelbestemming ‘Natuur – 1’. Dit gebied is door de gemeente Beuningen bestemd voor: o behoud, beheer en herstel van de landschappelijke en natuurwaarden; o agrarisch gebruik gericht op natuurbeheer; o water en waterhuishoudkundige doeleinden; o extensief recreatief medegebruik; o doeleinden van openbaar nut; o bestaande dijkmagazijnen;  Grote delen van het plangebied bevatten de enkelbestemming Agrarisch;  Voor het gehele plangebied dient rekening gehouden te worden met archeologische waarden (dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ en dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’);  In het plangebied liggen enkele bouwvlakken waarvan de meesten met de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’;  Daarnaast geldt ter plaatste van de wegen de enkelbestemming ‘verkeer’, en specifiek de functieaanduidingen ‘stroomverkeer’ en ‘erftoegangsweg’. Ter plaatse van watergangen geldt de enkelbestemming ‘water’;  De dubbelbestemming ‘Leiding – gas’ is geldend ter plaatse van de gasleiding die ten zuiden van het plangebied loopt en deze doorkruist in het meest oostelijke deel.  Ten zuiden van het plangebied (ter hoogte van de Betenlaan) bestaat een bouwvlak met de functieaanduiding ‘modelvliegtuigbaan’.

 Tenslotte ligt in het westelijke deel van het plangebied de gebiedsaanduiding ‘Hydrologische beschermingszone’.

Referentiesituatie

76

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

8.4

Autonome ontwikkelingen De autonome ontwikkelingen zijn reeds beschreven in paragraaf 5.6.

Referentiesituatie

77

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hoofdstuk 9 ProjectMERAlternatieven

ProjectMERAlternatieven

78

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

9.1

Inleiding In het MER moeten realiseerbare alternatieven onderzocht worden. Omdat met het project invulling wordt gegeven aan de specifieke taakstelling voor windenergie wordt in het MER geen onderzoek verricht naar overige vormen van opwekking van duurzame energie. De alternatieven zullen bestaan uit verschillend ingerichte windparken.

9.2

Het zoekgebied In april 2019 heeft de gemeenteraad van Beuningen naar aanleiding van de bespreking van het Locatieplan onder meer een zoekzone voor windenergie vastgesteld. Dit gebied is geheel gelegen binnen de gemeente Beuningen, langs de infrastructuur van de A73, het knooppunt Ewijk en de N322 (Maas en Waalweg) die het aan de noordzijde begrenzen en in het kommengebied. Het zoekgebied wordt verder doorkruist door de infrastructuur van de A50 (Figuur 33).

Figuur 33

Ligging van het zoekgebied in de gemeente Beuningen (rood). (Bron: Bijlage 2b raadsbesluit 9 april 2019).

9.3

Ruimtelijke belemmeringen in en om het zoekgebied Onderstaande figuur toont diverse ruimtelijke belemmeringen die invloed hebben op realiseerbare alternatieven binnen het zoekgebied. De belemmeringenkaart wordt nader toegelicht in Bijlage A.

ProjectMERAlternatieven

79

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Figuur 34

Ruimtelijke belemmeringen zoekgebied

 Er liggen diverse geluidsgevoelige objecten (woningen) in en rondom de zoeklocatie.  Langs het zuidelijke deel van de zoeklocatie loopt een gasleiding die het zoekgebied ten oosten van het knooppunt Ewijk doorkruist.  In het oostelijke deel van het zoekgebied loopt het hoogspanningsnet.  Er lopen verscheidene (rijks)-wegen door en langs het zoekgebied. Er loopt tevens een ‘voorkeurstracé buisleidingen’ door de zoekzone, die het knooppunt aan de westzijde passeert (zie onderstaand figuur). Figuur 35

Uitsnede van Ruimtelijkeplannen.nl met de ligging van het zoekgebied buisleidingen, uit de kaart voorkeurstracés buisleidingen. Bron: regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro).

Het voorkeurstracé kan binnen het aangegeven zoekgebied worden verlegd, op een wijze zoals voorgeschreven in artikel 2.9.3 Barro. Daarom is het tracé niet als harde belemmering opgenomen. Wel zal een uiteindelijk vast te stellen bestemmingsplan altijd moeten voldoen aan landelijke wet- en regelgeving.

ProjectMERAlternatieven

80

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

9.4

Alternatieven Om een beeld te krijgen van de invloeden op het milieu is het belangrijk dat de alternatieven duidelijk onderscheidend zijn. De alternatieven verschillen in aantal, ashoogte, rotordiameter, tiphoogte en onderlinge afstand. Belangrijk hierbij is dat alle te onderzoeken alternatieven realiseerbaar zijn en zich in (de nabijheid) van de zoekzone van de gemeente bevinden. Om te zorgen dat de alternatieven realiseerbaar zijn, zijn de posities van de alternatieven alleen ingetekend op locaties waar geen belemmeringen zijn. Verder volgt uit de afmetingen van het plangebied en de ruimtelijke belemmeringen dat alleen een lijnopstelling goed past in het gebied, dit is ook conform het locatieplan. Tevens zijn de alternatieven geplaatst met een gelijke onderlinge afstand van elkaar. Om de effecten van verschillende afmetingen te beoordelen worden alternatieven met ashoogte van 120 meter tot en met 165 meter en met een rotordiameter van 120 tot 160 meter onderzocht. Hierdoor ontstaat er een goed overzicht van de milieueffecten van een breed spectrum aan windturbines. Voor de afmetingen van de alternatieven zie onderstaande tabel.

Tabel 34

Eigenschappen van de MERalternatieven Alternatief 1

2

3

Aantal windturbines Ashoogte (m) Rotordiameter (m) Tiphoogte (m) Ondertiphoogte (m)

6 140 140 210 70

8 120 120 180 60

Indicatief parkvermogen

4 165 160 245 85 20 MW

De afmetingen uit bovenstaande tabel zijn hieronder schematisch weergegeven. Figuur 36

Schematische weergave van de afmetingen van de MERalternatieven.

ProjectMERAlternatieven

81

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Onderstaande figuur toont de drie onderzochte alternatieven. Bij de totstandkoming hiervan hebben de belemmeringen (zoals weergegeven in Figuur 34) de belangrijkste rol gespeeld. Figuur 37

MERalternatieven Windpark Beuningen

ProjectMERAlternatieven

82

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

Hoofdstuk 10 Effectbeoordeling projectMER

Effectbeoordeling projectMER

83

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

10.1

Inleiding In dit hoofdstuk worden van de alternatieven de effecten op de relevante milieuaspecten beschreven en beoordeeld. De milieueffecten zijn gegroepeerd naar de thema’s: geluid, slagschaduw, bodem, archeologie en water, externe veiligheid, landschap en cultuurhistorie, ecologie, energieopbrengst en vermeden emissies. Het totaal aan milieuthema’s en de wijze waarop de effecten worden uitgedrukt in het MER vormt het beoordelingskader. Voor de beoordeling van de effecten wordt gewerkt met een vijf-puntenschaal waarbij de waardering van de effecten varieert van positief (++) tot negatief (- -). De vijf beoordelingsklassen zijn voor elk milieueffect zo gekozen dat er onderscheid tussen de alternatieven is. Voor het milieuthema ‘Energieopbrengst’ wordt alleen een neutrale of positieve beoordeling gegeven. Voor het milieuthema ‘landschap’ wordt de score ++ niet toegekend.

Tabel 35

5-puntsschaalbeoordeling voor de verschillende milieueffecten Beoordeling Energieopbrengst Landschap Positief effect ++ n.v.t. Beperkt positief effect + + Neutraal effect 0 0 Beperkt negatief effect n.v.t. Negatief effect n.v.t. --

Overige milieuthema’s n.v.t. n.v.t. 0 --

In onderstaande tabel is het beoordelingskader weergegeven voor de bepaling van de effecten van de alternatieven.

Effectbeoordeling projectMER

84

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 36

Beoordelingskader milieueffecten Thema / aspect Beoordelingscriterium Aantal geluidsgevoelige objecten binnen twee geluidsGeluid contouren (absoluut en relatief) Cumulatie met wegverkeerslawaai Aantal gevoelige objecten binnen twee slagschaduwconSlagschaduw touren (absoluut en relatief) Bodem, water en arMilieukwaliteit bodem cheologie Archeologische verwachting Invloed op grondwater Invloed op afvoer hemelwater Externe veiligheid Gebouwen Faalkansverhoging gevaarlijke stoffen Risicovolle installaties Buisleidingen Hoogspanningsinfrastructuur Infrastructuur Landschap en Invloed op ruimtelijke kenmerken landschap cultuurhistorie Invloed op maat, schaal en inrichting landschap Visuele interferentie met een nabijgelegen windpark Invloed op cultuurhistorische waarden landschap Beleving windturbine(s) in het landschap Invloed op Natura 2000 gebieden Ecologie Invloed op Natuurnetwerk Nederland gebieden Invloed op overige beschermde gebieden Invloed op beschermde soorten Energieopbrengst en Energieopbrengst vermeden emissies

Effectbeoordeling projectMER

Methode Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwantitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwalitatief Kwantitatief Kwantitatief

85

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

10.2

Geluid Windturbines produceren geluid, dat meestal wordt omschreven als suizend of zoevend. Er is veel onderzoek gedaan naar windturbinegeluid en de effecten van blootstelling aan dit geluid. Op basis van deze onderzoeken zijn relaties bepaald tussen de hinderbeleving en de blootstelling aan geluidniveaus. Dit zijn dosis-effectrelaties waarbij met de mate van blootstelling een bepaalde mate van effect gepaard gaat. Deze relaties vormen de basis voor de geluidwetgeving in Nederland. Windturbines vallen onder het Activiteitenbesluit. Volgens dit besluit is de maximaal toegestane waarde ter plaatse van geluidsgevoelige objecten13 47 dB Lden en 41 dB Lnight. De Lden (Engels: Level day-evening-night) is een maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai uit te drukken. Hierbij wordt de geluidsbelasting die optreedt gedurende de nacht en de avond zwaarder meegewogen dan geluid overdag. Met de norm wordt recht gedaan aan het feit dat geluid ’s nachts en ’s avonds als storender ervaren kan worden dan overdag. Het geluid wordt berekend als een gemiddelde, waarbij ’s avonds en ’s nachts respectievelijk 5 en 10 dB bij de berekende geluidsbelasting moet worden opgeteld. De norm staat beschreven in artikel 3.14a van het Activiteitenbesluit milieubeheer.

10.2.1

Beoordelingscriterium en effectbeoordeling Voor de alternatieven is de geluidemissie naar de omgeving berekend conform het “Reken- en meetvoorschrift windturbines” uit bijlage 4 van de Activiteitenregeling. De geluidcontour van 47 dB Lden is berekend en weergeven op de kaarten met geluidscontouren per alternatief. Daarnaast is van nabijgelegen woningen berekend wat de jaargemiddelde geluidsimmissie in is (dag-, avond- en nachtperiode, en Lden). Aangezien windturbines in elk geval moeten voldoen aan een maximale geluidsbelasting van 47 dB Lden op woningen, vindt de beoordeling ook plaats op basis van het aantal woningen waar de geluidsbelasting groter is dan 42 dB Lden contour (absoluut criterium in Tabel 37). Hiermee worden de verschillen in effecten duidelijk gemaakt voor de alternatieven. Hieronder wordt de specifieke invulling van deze schaal voor het milieuaspect ‘geluid’ toegelicht. Om een goede afweging te kunnen maken tussen de voor- en nadelen van windenergie wordt het thema geluid ook uitgedrukt in relatie tot de energieopbrengst (relatief criterium in Tabel 37).

13

Onder geluidsgevoelige objecten worden verstaan: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, kinderdagverblijven, woonwagenstandplaatsen en ligplaatsen voor woonschepen. Bron: Wet geluidhinder. Effectbeoordeling projectMER

86

Windpark Beuningen Concept-CombiMER Tabel 37

Beoordelingscriteria geluid. Thema Beoordelingscriteria Aantal geluidsgevoelige objecten binnen 42 dB Lden-geluidscontour Geluid (absoluut en relatief) Aantal geluidsgevoelige objecten binnen 47 dB Lden-geluidscontour (absoluut en relatief) Cumulatie met wegverkeerslawaai

Tabel 38

Scoretabel geluidsgevoelige objecten binnen twee geluidscontouren absoluut >42 dB Lden >47 dB Lden -Meer dan 25 woningen Meer dan 5 woningen 5-25 woningen 0-5 woningen 0 0-5 woningen 0 woningen + n.v.t. n.v.t. ++ n.v.t. n.v.t.

Tabel 39

Beoordelingstabel geluidsgevoelige objecten binnen twee geluidscontouren relatief -0 + ++

10.2.2

>42 dB Lden Meer dan 0,25 woning per GWh/jaar 0,05-0,25 woning per GWh/jaar <0,05 woningen per GWh/jaar n.v.t. n.v.t.

>47 dB Lden Meer dan 0,05 woning per GWh/jaar 0,02-0,05 woning per GWh/jaar <0,02 woning per GWh/jaar n.v.t. n.v.t.

Verdieping – werkelijke vs gemiddelde geluidsbelasting Verdieping – werkelijke geluidsbelasting windturbines

Om het verschil te beschrijven tussen jaargemiddelde en momentane geluidsbelasting is hieronder een inschatting gemaakt van de daadwerkelijke geluidsbelasting, in tegenstelling tot de jaargemiddelde geluidsbelasting van de Lden-norm. De 47 dB Lden waarde, waarbij ‘straf’-decibellen aan de avond en nachtperiode worden opgeteld, geeft geen inzicht in de daadwerkelijke geluidsbelasting. In onderstaande tabel is de geluidsproductie van een windturbine uitgezet tegen de windsnelheid op ashoogte. Dit is dus het daadwerkelijk geproduceerde geluidsniveau, en geen jaargemiddelde waarde zoals de 47 dB Lden-norm. Tabel 40 – Daadwerkelijke geluidsbelasting grote windturbines. Wind- Brongeluid Geluid op Tijd Windsnelheid op ashoogte kracht dB (A) 200m afstand (m/s) (±) dB (A) 2% Windstil 0-2 Stil Stil 49% 2 tot 7 m/s 2-5 99 43 39% 8 tot 12 m/s 5-6 101-106 46-51 10% > 12 m/s >6 106 51

Geluid op 400m afstand dB (A) Stil 38 41-46 46

Geluid op 600m afstand dB (A) Stil 36 39-43 43

Wanneer de geluidbelasting op de gevel van een woning 47 dB Lden is, dan betekent dit in de praktijk een gemiddelde belasting van 41 dB(A) en een maximale belasting van 46 dB(A) (ca. 10% van de tijd).

Effectbeoordeling projectMER

87

Windpark Beuningen Concept-CombiMER

10.2.3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=29e1405a-bd24-49dd-aab1-71e23849c82d