02 Beantwoording vragen VVD-fractie over het Sociaal Domein.pdf
Tekst van het document
Gemeente
Beuningen
Gemeenteraad Beuningen
Datum Kenmerk Kenmerkcode Uw contact Telefoon Onderwerp
2 6 MEI 2321 UI21.03167
in uni in mi i iiMiii
André Goudriaan 14 024 Antwoorden vragen WD-fractie over het Sociaal Domein
Geachte raad, De WD-fractie heeft op 20 april 2021 een aantal vragen gesteld over het Sociaal Domein. In deze brief gaan wij in op de gestelde vragen. We nemen de vragen integraal over en hanteren in onze antwoorden dezelfde volgorde die de WD-fractie heeft aangehouden. Om het overzicht te bewaren, staat eerst cursief de vraag genoemd en direct daaronder ons antwoord. Controle op de prestaties van de zorgverleners 1. Worden de prestaties van de zorgverleners gecontroleerd? Ja. 2.
Zo ja, hoe worden deze controles uitgevoerd? Hoewel we geen 100%-controle hebben, zijn er verschillende instrumenten die we benutten. Allereerst dienen gecontracteerde aanbieders - wanneer ze boven een bepaalde omzet komen een door een accountant opgestelde controleverklaring aan te leveren waaruit blijkt dat de accountant gecontroleerd heeft of de rechtmatigheid gewaarborgd is. Ten tweede controleren we als gemeente zelf ook. Bij alle aflopende indicaties stellen we de inwoner in de aanvraag voor verlenging van de indicaties twee vragen: a. Is de zorg door [naam zorgaanbieder] aan u geleverd zoals in de toekenningsbeschikking staat? b. Bent u tevreden over de kwaliteit van de geleverde of de ontvangen zorg van de zorgleverancier/ zorgmedewerkers? Zo houden we overzicht en de uitkomsten van deze controle bij aflopende indicaties worden periodiek met de procesregisseur besproken.
Postadres: Gemeente Beuningen, Postbus 14,6640 AA Beuningen Bezoekadres: van Heemstraweg 46, 6641AE Beuningen Telefoon: 14 024, Telefax: 024 - 6778078 E-mail: gemeente@beuningen.nl, Internet: www.beuningen.nl
IBAN: NL55 BNGH 0285 0010 78, BIC: BNGHNL2G
Gemeente 5* LEUNINGEN
Ten derde voert het Regionaal Ondersteuningsbureau (hierna: het ROB) voor de regiogemeenten het contractmanagement uit. Daar hoort ook een stuk kwaliteit en handhaving bij. Zo is er een regionaal meldpunt Zorg waar signalen over aanbieders gemeld kunnen worden. Dit kunnen ook signalen over de geleverde prestaties zijn en die kunnen aanleiding geven om een onderzoek te starten. Ten vierde zijn gecontracteerde zorgaanbieders verplicht om een klanttevredenheidsmeting uit te voeren. Dat is eveneens een instrument dat - zij het met enkele beperkingen - inzage kan geven in het presteren van de aanbieders. Tot slot vindt vanuit de backoffice een controle plaats of de gedeclareerde ondersteuning strookt met de geïndiceerde ondersteuning. Dit vormt een administratieve controle op de juistheid van de declaraties wat betreft de producten, omvang en tarieven. 3.
Wanneer zijn de laatste controle prestatie-verklaringen geweest? Recent is regionaal de laatste hand gelegd aan de controle op de accountantsverklaringen die zorgaanbieders bij het ROB aangeleverd hebben. Het proces om bij aflopende indicaties te controleren op prestatielevering vindt doorlopend plaats.
Aflopende indicaties 4. Wanneer er sprake is van herindicatie: is er sprake van een interne controle binnen het SWT op de herindicaties? In het geval van aflopende indicaties vindt er een controle in de lijn plaats voor zowel nieuwe als aflopende indicaties voor jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning. Daarnaast schakelt de gemeente een accountant in om de verbijzonderde interne controle in het Sociaal Domein uit te voeren. Contractbeheer 5. Wie voert het contractbeheer uit per aanbieder bij de gemeente? Het ROB voert voor de regionaal gecontracteerde jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning het contractbeheer en -management uit. Wat betreft de lokaal gecontracteerde ondersteuning is - in de meeste gevallen - een budgethouder of beleidsmedewerker degene die toezicht houdt op de budgetten en ervoor zorgt dat er conform de Jeugdwet en de Wmo voldoende gecontracteerd aanbod is. Daarbij wordt samen met de gehele keten (backoffice, Sociaal Team en beleid) gekeken of zorgaanbieders de gemaakte afspraken nakomen. 6.
Welke prestatie-afspraken zijn er gemaakt met de verschillende zorgverleners? In de overeenkomsten met de zorgaanbieders is een breed scala aan eisen opgenomen. Die betreffen niet alleen inhoudelijke aspecten, zoals de aard, kwaliteit en opzet van de ondersteuning, maar ook procesmatige aspecten, zoals de termijnen, declaraties et cetera. Het voert onzes inziens te ver om een complete samenvatting te geven van de afspraken die met al de zorgverleners gemaakt zijn aangezien het programma van eisen voor de ambulante jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning bijvoorbeeld uit 67 verschillende onderdelen bestaat. Op het gevaar af dat geen recht wordt gedaan aan al deze afzonderlijke bepalingen kan gezegd worden dat van de zorgaanbieders geëist wordt dat de ondersteuning cliëntgericht,
2
Gemeente 5*. LEUNINGEN
doelmatig en kwalitatief van goed niveau is. 7.
En hoe vindt de controle plaats op die afspraken? De controle op de naleving van deze eisen vindt op verschillende manieren plaats. Het ROB voert -zoals al gezegd - het contractmanagement uit. Daarin wordt - mede op basis van ervaringen en signalen uit de praktijk - met de aanbieders besproken of de ondersteuning voldoet aan de contractuele eisen. Om dit contractmanagement goed uit te kunnen voeren, wordt bijvoorbeeld gebruikgemaakt van de ervaringen en inzichten uit de praktijk. Daarnaast geeft de regionale monitor aanleiding om met aanbieders in gesprek te gaan. Denk bijvoorbeeld aan cijfers over het verzilveren van indicaties, de trajectduur of het tijdig declareren. In onze gemeente heeft het Sociaal Team, maar ook de backoffice de nodige ervaringen met zorgaanbieders. Dat kan - al naar gelang de ervaringen - eveneens aanleiding vormen om met aanbieders in gesprek te gaan of het ROB in te schakelen wanneer de situatie daartoe aanleiding geeft. Wel maken we hierbij de kanttekening dat zowel wij als gemeente, maar ook het ROB een voortdurende afweging moeten maken tussen enerzijds het toezien op de naleving van alle contractuele afspraken en anderzijds de beschikbare capaciteit om dat toezicht vorm te geven. Mede daarom werkt het ROB aan een continue dóórontwikkeling van kwaliteit en handhaving.
Graag nodigen we u daarom uit voor het bijwonen van enkele bijeenkomsten die het ROB op korte termijn digitaal organiseert en waarin het raadsleden uit het Rijk van Nijmegen informeert over toezicht en handhaving in het Sociaal Domein.
Sociaal Team en jeugdhulptrajecten 8. In Beuningen wordt 1,5 procent van de jeugdhulp uitgevoerd door het SWT zelf tegen 16 procent landelijk. Waar richt de dóórontwikkeling van het SWT zich op? Vermoedelijk verwijzen deze cijfers naar waarstaatjegemeente.nl en dan specifiek naar het cijfer ‘jeugdhulp zonder verblijf naar uitvoerder’? Hoe het ook zij, wat betreft de dóórontwikkeling van het Sociaal Team geldt dat deze gericht is op drie pijlers, namelijk toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid. 9.
Wat is de regiefunctie? Hoe voert het SWT deze functie uit? Als er andere partijen betrokken zijn bij een casus, dan wordt er zo nodig door het Sociaal Team afgestemd op het niveau van casus- en procesregie. Het uitgangspunt hierbij is maatwerk.
10. Hoeveel procent (absoluut en relatiefgezien) van de trajecten wordt met een positiefresultaat afgesloten? Voornamelijk de vraag welke trajecten als zelfstandig gezien worden en waaraan geen opvolging aan gegeven hoeft te worden met een ander traject? Om deze vraag te kunnen beantwoorden, is het van belang om te bepalen wat als ‘positief resultaat’ geldt. Een positief resultaat laat zich moeilijk in één vorm definiëren en vangen in cijfers. Het hangt samen met maatwerk. Het is de bedoeling om via de regionale monitor cijfers beschikbaar te krijgen over het percentage ‘recidief.1 Dit onderdeel van de monitor is nog in opbouw en we kunnen daar als
1 Om verwarring te voorkomen: recidief is wat anders dan recidive. Recidief in deze context wordt als volgt gedefinieerd: tussen opeenvolgende toewijzingen voor hetzelfde zorgproduct bij dezelfde
3
Gemeente 3*. Beuningen
college op dit moment niet over rapporteren. De huidige lokale monitor is op dit moment nog niet op een dusdanig niveau ingericht dat deze vraag in concrete percentages beantwoord kan worden. We nemen dit daarom mee als een van de aandachtspunten bij de dóórontwikkeling van de lokale monitor. 11 .De vroegtijdig beëindigde jeugdhulptrajecten ligt 3 procent hoger dan landelijk gemiddeld. Hoe kunt u dit verklaren in relatie tot de hoge doorverwijzing vanuit SWT? Deze vraag spreekt over een verschil van 30Zo wat betreft vroegtijdig beëindigde jeugdhulptrajecten. Als college kunnen we dit percentage niet herleiden tot een bepaalde bron en zodoende kunnen we deze vraag niet beantwoorden. Het genoemde verschil van 30Zo congrueert in ieder geval niet met waarstaatjegemeente.nl. waar voor Beuningen een percentage van 16,70Zo genoemd wordt aan voortijdig beëindigde jeugdhulptrajecten tegenover 17,80Zo landelijk. 12. Wij zetten in op preventie en vroeg signalering. Welke rol heeft het SWT hierin? Preventie en vroegsignalering vormen wezenlijke onderdelen van ons beleid. Wat betreft het Sociaal Team geldt het volgende. Het Sociaal Team heeft een signaalfunctie wat betreft preventie en vroegsignalering (inclusief schulden).
Het Sociaal Team doet onderzoek naar aanleiding van de hulpvraag, maar kijkt ook breder (naar de vraag achter de vraag) en betrekt daarbij de algemene en voorliggende voorzieningen en de eigen kracht. Het Sociaal Team is ook contactpersoon voor onze samenwerkingspartners vanuit het vrijwillig kader, zoals huisartsen, scholen, GGD, psychologen, woningbouwvereniging, wijkagenten, BOA’s, jongerenwerkers etc. Daarnaast biedt het Sociaal Team ook kortdurende hulpverlening (6 contactmomenten gedurende maximaal 6 maanden) wat als zodanig ook een preventief aspect heeft. Openeinderegeling 13. Een vraag aan de commissie was of we moeten werken met budgetplafonds. Is er geen sprake van een openeinderegeling? Binnen de Jeugdwet en de Wmo is inderdaad sprake van een openeinderegeling. Dit betekent dat het college gehouden is een maatwerkvoorziening te verstrekken als uit zorgvuldig onderzoek blijkt dat de inwoner die nodig heeft. Budgettaire redenen kunnen geen argument vormen om ondersteuning wel of niet toe te kennen. Een openeinderegeling kan inderdaad op gespannen voet staan met budgetplafonds.
Niettemin kunnen budgetplafonds een bepaalde functie hebben, bijvoorbeeld om aanbieders te prikkelen de ondersteuning - uiteraard waar dat verantwoord is - zo snel mogelijk af te schalen of als signaleringsinstrument om snel met aanbieders in gesprek te gaan wanneer ze het plafond dreigen te bereiken. Betrokkenheid van de inwoner bij de inzet van zorg 14. In welke mate wordt de inwoner betrokken bij de inzet en de afwikkeling van de zorg? De inwoner wordt volledig betrokken in het onderzoek naar de inzet van een (maatwerk)voorziening. Het gesprek met de inwoner vormt daartoe een belangrijke stap, uiteraard voor zover het Sociaal Team de toeleider is. Via wettelijke verwijzers verloopt het aanbieder binnen dezelfde gemeente zit bij één cliënt maximaal 6 maanden (tZm 180 kalenderdagen) en minimaal 7 dagen (6 kalenderdagen zonder zorg).
4
Gemeente 5*. Beuningen
proces natuurlijk anders, afhankelijk van het hulpverleningstraject (bijvoorbeeld in het geval van een beschermings- of reclasseringsmaatregel). Wachtlijsten en doorlooptijden 15. Welke trajecten hebben dit moment een wachtlijst? Bij het Sociaal Team bestaat geen wachtlijst. Wel is bekend dat in sommige gevallen bij een zorgaanbieder wachtlijstproblematiek bestaat in lijn met landelijke knelpunten op dit vlak. Daarin wijkt Beuningen niet af. In geval van een wachtlijst bij een aanbieder kan het Sociaal Team ter overbrugging langer betrokken blijven. Signalen worden ook gedeeld met het ROB. Het ROB gaat dan met de aanbieder in gesprek om de ernst van de situatie te bespreken en te bespreken welke maatregelen de aanbieder neemt om verbeteringen aan te brengen. Overigens geldt in alle gevallen dat in een crisissituatie of anderszins ernstige gevallen de aanbieder toch de benodigde ondersteuning moet bieden. 16. Wat zijn de doorlooptijden van de verschillende trajecten? Voor het overzicht van de gemeten trajectomvang verwijzen we u naar bijlage 1 waar de gemiddelde trajectomvang aangegeven staat én de grootte van N. Het betreft een selectie van bouwstenen, namelijk die bouwstenen die in uren, per etmaal of dagdeel gefactureerd worden. Voorzieningen zoals bijvoorbeeld een beschikbaarheidsfunctie staan niet opgenomen. 17. Binnen het SWT zijn er specialisten.
Welke wachtlijsten zijn er per specialisatie? Binnen het Sociaal Team zijn geen wachtlijsten. 18. Welke rol pakt de gemeente in de bemiddeling van de wachtlijsten aangezien in de Jeugdwet staat dat wij als gemeente, verantwoordelijk zijn voor beschikbaarheid van de zorg? (Jeugdhulplicht) Voor het antwoord verwijzen we naar de beantwoording van vraag 15. Klachten 19. Kunnen de inwoners bij de gemeente terecht indien er zorgen zijn rondom vragen en klachten over zorg en/of de verlener? Ja, zorgen, vragen en klachten kunnen gemeld worden bij het Sociaal Team. Het Sociaal Team kan deze, zonodig, ook inbrengen in het Regionaal Meldpunt Zorg. Signalen worden gemeld bij het ROB, die daarover het gesprek kan aangaan met de zorgaanbieder. Afhankelijk van de situatie gaan we als gemeente ook zelf in gesprek met de betreffende aanbieder. Dit hangt echter sterk af van de aard en de intensiteit van de klachten of vragen. 20. Zijn er in 2020 klachten binnengekomen rondom zorg en/of traject? Ja, af en toe. Klachten onderzoeken we en proberen we op te lossen. Gezien de diversiteit en de eventuele herleidbaarheid tot een individuele situatie kunnen we alleen in algemene zin antwoorden dat we soms een klacht ontvangen. Die onderzoeken we en al naar gelang de uitkomst van dat onderzoek nemen we een besluit. 21. Zoals afgesproken, vindt er een monitoring plaats van het SWT.
Kunnen hierin ook de bevindingen van de inwoners meegenomen worden? We houden als gemeente cliëntervaringsonderzoeken. Een van de onderdelen betreft de
5
Gemeente 5* LEUNINGEN
ervaringen met het Sociaal Team. Daarin krijgen bevindingen van inwoners een plaats en de uitkomsten van het onderzoek kunnen aanleiding geven om na te denken over verbeteringen, ook wat betreft het functioneren van het Sociaal Team. Meer informatie Hopelijk geeft deze brief inzicht in de diverse aspecten van het Sociaal Domein. Als zaken niet duidelijk zijn, verhelderen we die graag. Met vriendelijke groet, ŗemeester en wethouders
Dyanne Koeken secretaris
Daphne Bergm; burgemęesti
Bijlagen: 1. Overzicht trajectduur regionaal gecontracteerde jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning
6
Gemeente
Beuningen
Bijlage 1 Gemiddelde van Trajectomvang
N:
Jeugd
269
517
Dag
Rijlabels
352
48
35502 Netwerkonderzoek
68
2
42A03 Vervoer naar dagbesteding, Kortdurend Verblijf en Dagbehandeling
171
43A10 Gezinshuis J&O begeleiding en behandeling
80
6 2
43A12 JeugdzorgPlus
215 2.569
2 1
43A38 Behandelgroep 24 uur op terrein (VF7)
352
4
43A55 Behandelgroep incl. dagbesteding en behandeling (3LVG)
473
2
44A07 Pleegzorg 24 uur
173
43A36 Gezinshuis J-LVG incl. begeleiding en behandeling (3LVG)
44A09 Kortdurend Verblijf
36
1 1 6
44A28 Fasehuis, leerhuis, behandelgroep in wijk
415
5
44A29 Gezinshuiszorg licht begeleidingsintensiteit
26
44A30 Gezinshuiszorg middel begeleidingsintensiteit
137
44A31 Gezinshuiszorg zware begeleidingsintensiteit
20
44A32 Verblijf overig
217
44A36 Gezinshuis J-LVG incl. begeleiding (2LVG)
457
1 2 1 1 2 1 1 1 1 2 1
44A08 Gezinshuis J&O incl. begeleiding
44A52 Beschermd wonen J-GGZ en verslavingszorg 48B01OTSMjaar
1.028
196 1.096
48B02 Voogdij
479
54014 Langdurige klinische opname GGZ/Psychiatrie F-bed incl crisisbed
36
54015 Langdurige klinische opname GGZ/Psychiatrie G-bed incl crisisbed
24
55011 Deelprestatie verblijf GGZ F (Extra intensieve verzorgingsgraad)
25
7
Gemeente
Beuningen
55012 Deelprestatie verblijf GGZ G (Zeer intensieve verzorgingsgraad)
83
1
55023 Dagbehandeling
65
1
Dagdeel
290
14
41A03 Dagbehandeling (intersectoraal)
524
5
41A18 Dagbesteding (intersectoraal)
56
9
114
455
774
3
Uur 40A04 Verzorging en begeleiding 45A04 Reguliere Begeleiding
94
19
45A05 Specialistische Begeleiding
71
31
45A49 Specialistische Begeleiding in een groep
183
5
45A53 Vaktherapie
21
14
45A65 Ambulante Behandeling J&O J-LVG
72
29
45A74 Dyslexie
52
28
54001 Behandeling basis Jeugd GGZ
12
164
54002 Specialistische Jeugd GGz (incl. obs en diagnostiek)
52
144
55001 Jeugd-ggz behandeling specialistisch
137
12
55002 Jeugd-ggz diagnostiek
13
2
55025 Behandeling ambulant intensief voedselweigering
3
3
55026 Reiskosten orthopedagogen
1
1
Wmo
89
137
Dag
90
6
04A04 Kortdurend Verblijf WMO
69
2
04A05 Verblijf overig WMO
161
1
08A03 Vervoer Dagbesteding en Kortdurend Verblijf WMO
41
3
49
9
07A03 Dagbesteding WMO
65
8
07L02 Dagactiviteit zintuigelijk gehandicapten doofblinden
33
1
104
122
90
46
Dagdeel
Uur 02A03 Reguliere Begeleiding
8
Gemeente 5*. LEUNINGEN 02A05 Specialistische Begeleiding
94
72
02A20 Specialistische Begeleiding in een groep WMO
8
02A21 Casemanagement WMO
40
02L12 Gespecialiseerde begeleiding doofblinden
287
1 2 1
9