CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Toetsingskader Linten Ewijk_DEF at21001222 20190401.pdf

Raadsvergadering 21 september 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel: Aanvraag investeringskrediet de Linten7.471 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

lo/ /tad om land

V;! "

..

-

.\-

.

Historische Linten Ewijk | Toetsingskader Uitgangspunten en ontwerprichtlijnen voor ontwikkelingen langs de Historische Linten van Ewijk

-

Gemeente s* LEUNINGEN

/lad om land

Historische linten Ewijk | Toetsingskader ï april 2019 2

Status: definitief

LOS stadomland B.V.

Gemeente Beuningen

Marloes Everts Foke de Jong

Projectleider: Willian van Hal

Postbus 142 5201 AC ‘s Hertogenbosch Reutsedijk 9 5264 PC te Vught

Postbus 14 6640 AA Beuningen Van Heemstraweg46 6641 AE Beuningen

Tel: 073-71 13770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl

Tel: 024 - 67 80 800 gemeente@beuningen.nl www.beuningen

Inhoudsopgave

i Inleiding

5

3 Huidige situatie: analyse

27

Doel Begrenzing historische linten Leeswijzer

5 5 5

3.1 Stedenbouwkundige karakteristiek 3.2 Bestaande infrastructuur en openbare ruimte 3.3 Kenmerken bestaande bebouwing

27 29

2 Stedenbouwkundige ordening en bebouwing

7

2.1. Visie 2.2. Ruimtelijke ontwikkelprincipes 2.2.1 Groen raamwerk 2.2.2. De Contramal in Rood 2.3. Verkavelingsvormen 2.4. Ordeningsprincipes 2.5. Duurzaamheid 2.6. Beeldkwaliteit van de bebouwing 2.7. Infrastructuur 2.8. Milieu kabels en leidingen 2.9. Archeologie en cultuurhistorie 2.10. Proefverkavelingen

7 9 9 13 13 15

16 17

21 21 21 23

33

mm mimm

Sw »

BSP RÉÉİ

5? : 7

ms*

Plangreňž&ńprojectgebiéi ‘híistorísche Linten Eu/10

V.

W--r

i Inleiding

Ten zuiden van Ewijk, als onderdeel van de randzone van Ewijk, ligt een aantrekkelijk en waardevol gebied met his­ torische linten. In het Masterplan zijn deze oude linten aangewezen als belangrijke dragers die zowel nieuw als oud Ewijk dragen. Kenmerkend aan de oude linten is een doorgaande lijn met gevarieerde bebouwing waar nog heel wat gaten in zitten, doorzichten op het landschap en achterland. Binnen de gemeente Beuningen speelt de vraag omtrent verdichting van de oude linten met wo­ ningbouw, waarbij het karakter van de linten bewaard en versterkt dient te worden. Voor de uitwerking is behoefte aan een toetsingskader dat de initiatieven stroomlijnt, maar zeker ook inspireert.

Doel Van nature hebben linten de eigenschap om te verdich­ ten. In het geval van de historische linten van Ewijk willen we het huidige kwalitatieve beeld als het ware “bevrie­ zen”. Dit doen we door vast te stellen welke doorzichten, zogenaamde vista’s, vrij moeten blijven. Dit toetsingska­ der stelt de kaders waarbinnen ontwikkeld mag worden en geeft kwaliteitsdoelen voor ruimtelijke en architectoni­ sche ontwikkeling langs de linten.

Door enerzijds duidelijke kaders te stellen geven we an­ derzijds juist ruimte aan nieuwe ontwikkelingen. Het doel is om het historische karakter en de kwaliteit van de lin­ ten zoveel mogelijk te bewaren en waarborgen door de bestaande bebouwing te handhaven en verspreid aan het lint mogelijkheden te bieden voor nieuwe ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen worden verspreid, waardoor de natuurlijke groei wordt doorgezet. Het toetsingskader biedt een overzicht aan spelregels die dienen als leidraad voor bouwinitiatieven. Hiermee willen we de duidelijk aanwezige kwaliteiten bewust conserveren en potentiële bouwers inspireren. Het gaat hier echt om een inspiratiedocument dat laat zien hoe de linten ontwikkelt zou­ den kunnen worden. Het vastleggen als blauwdruk gaat voorbij aan het organische karakter en de spontaniteit en toevalligheid van de linten. Het ontwikkelen van bebouwing aan de linten staat ten dienste aan de kwaliteit van de linten en het centraal ge­ legen Groene Hart als geheel. Het Groene Hart is een belangrijke drager van de identiteit, een van de doelen is het toegankelijker maken ervan, waardoor verschillende delen van het dorp met elkaar verbonden kunnen worden. Kavels die direct aan het Groene Hart grenzen zouden een bijdrage moeten leveren aan het toegankelijk maken van het hart.

Begrenzing historische linten Het plangebied waarvoor dit toetsingskader van toepas­ sing is betreft de volgende linten; het centraal gelegen dubbele lint met de Dam en de Koningstraat, het groot­ ste deel van de Koningstraat (alles tussen de nummers ï en 37), de zuidzijde van de Vordingstraat grenzend aan het Groene Hart, het noordelijke deel van de Steeg (globaal tot aan de Goudwerf), het zuidelijke deel van de Hoogstraat, vanaf Den Elt en tot slot ook het zuidelijke deel van de Klaphekstraat (het deel buiten de bebouwde kom).

Leeswijzer Het toetsingskader gaat in het volgende hoofdstuk direct in op de visie, stedenbouwkundige ordening en bebou­ wing (2). In dit hoofdstuk zijn ter inspiratie ook enkele proefverkavelingen opgenomen. Om tot een goed plan te kunnen komen ligt er uiteraard ook een analyse aan dit toetsingskader ten grondslag. Deze analyse van de be­ staande situatie dient ter inspiratie en vind u achterin dit toetsingskader onder hoofdstuk 3.

OS

mm ■Mm

fļpįįii

i VtíSk

LäÜÜöS

Piańgebĩèd/hļet ruimtelij vņn ae historische Iintern

an

2 Stedenbouwkundige ordening en bebouwing 2.i. Visie Over het besef van kwaliteit van de oude linten van Ewijk is geen discussie. Met het “bevriezen” van deze fase van de linten willen we de huidige kwaliteiten behouden; na­ melijk het spel tussen gevarieerde bebouwing en “lucht”, de doorzichten op het landschap. Hierbij zijn de huidige kenmerken uitgangspunt voor verdere ontwikkeling van het gebied. Er is ruimte voor enige verdichting, maar beperkt. Om de kwaliteiten te kunnen behouden en tegelijkertijd ontwikkeling mogelijk te maken leggen we de belangrijk­ ste doorzichten op het achterland vast, de zogenaamde vista’s. Deze vista’s verankeren de linten met zijn omge­ ving door op een aantal plaatsen zicht te geven op het bestaande Ewijk, nieuw te ontwikkelen gebieden van Ewijk en het agrarische “lege” achterland. Als contramal van de vista’s zien we in de oude linten daarnaast ook een bepaalde “dikte” van de verkaveling met bouwpercelen en boerenerven. Achter deze verkave­ ling met de oorspronkelijke boerenerven en tal van bijbe­ horende gebouwen liggen de open velden. Deze dikte en de daarachterliggende openheid maken het karakter van het landelijke lint.

Tussen de vista’s en binnen de gestelde dikte is ruimte voor bebouwing die een bijzondere compositie kent. Deze compositie ontleent zijn karakter direct aan de gebiedseigen ordeningsprincipes en bebouwingskarakteristieken. In de huidige situatie is er vrij compact rondom bestaande boerderijen en erven gebouwd. Het effect hier­ van is dat delen van het lint onbebouwd zijn gebleven, wat resulteert in de vista’s. De lintenstructuur van Ewijk is kwetsbaar, daarom moet er zorgvuldig worden omgegaan met de toevoeging van extra woningen. Het handhaven van de belangrijkste vista’s betekent dat er slechts een be­ perkt aantal woningen kan worden toegevoegd langs de linten. Door kritisch naar de dikte van de linten te kijken ontstaan er her en der mogelijkheden om bijvoorbeeld achter een bestaande woning (die al aan het lint staat) te bouwen, en soms ernaast. Met behulp van een Groen Raamwerk stellen we duide­ lijke kaders aan de open ruimtes, waardoor we ruimte aan ‘rode’ ontwikkeling geven. Deze contramal brengt de maximale bebouwingsdikte van het lint in kaart.

Ruimtelijke strategie en bouwprogramma

Het gebied leent zich vanuit cultuurhistorisch per­ spectief voor kleinschalige ontwikkelingen met ruimte voor zowel particuliere als gemeentelijke initiatieven. Om te zorgen dat verdere ontwikke­ ling van de historische linten past bij de organische groei en het hieruit voortkomende speelse karakter, is het bouwtempo langs de linten beperkt. Ook moet worden voorkomen dat er naast de bestaande bebou­ wing erfjes met meerdere woningen in één ontwik­ keling worden georganiseerd. Dit past niet bij de or­ ganische groei en kwaliteit van de historische linten. Nieuwe ontwikkelingen zijn alleen mogelijk indien passend binnen de ruimtelijke regels. Aan welke spelregels toekomstige ontwikkelingen moeten vol­ doen leest u verderop in dit hoofdstuk.

ĽJ»

ľ. ZG

Vista met groene begrenzing

Groen kamertje

yerzone

Groene mat

Kaart vářrb'et Groene Ri

an

2.2. Ruimtelijke ontwikkelprincipes Als uitwerking van de visie trekken we de ruimtelijke ontwikkelprincipes uiteen in twee delen, namelijk het Groene Raamwerk, wat de basis van het plan vormt, en vervolgens de Contramal in Rood die daarop volgt. Aan deze twee delen hangen de bijbehorende spelregels die de basis vormen van nieuwe ontwikkelingen.

Bepaalde vista’s zijn sterker of belangrijker om in de hui­ dige staat overeind te houden dan anderen. In de kaart met ontwikkeimogelijkheden onder de Contramal in Rood wordt dit zichtbaar. Om een beeld te geven van de vista’s hebben we op de volgende pagina enkele beelden opgenomen van be­ staande vista’s. Groene begrenzingen

2.2.1 Groen raamwerk Het groene raamwerk geeft ruimte voor “rode” ontwikke­ ling door duidelijke kaders te stellen. De hiernaast afgebeelde kaart bestaat uit de volgende vier lagen: * Vista’s - deze vormen de basis van het plan * Groene begrenzingen * Groene kamertjes » Bufferzones Vista’s

We spreken binnen deze visie over zogenaamde vista’s. Dit zijn bijzonder doorkijkjes, aangename uitzichten van­ af het lint naar het “lege” achterland. In de meeste geval­ len wordt de maat van een vista bepaald door met een gewone snelheid (30 km/u) met de auto even “weg” te kunnen kijken. Hiervoor is een minimale breedte van ca. 50 meter gewenst. Ter afwisseling op deze vista’s zijn er her en der ook smallere vista’s te vinden die een grotere belevingswaarde hebben voor langzaam verkeer zoals een fietser of wandelaar. Deze afwisseling van verschil­ lende vista’s zorgt voor een interessant en speels beeld dat past bij het karakter van de historische linten.

Vista; een bijzonder doorkijkje, aangenaam uitzicht vanaf het lint naar het “lege” achterland.

Veel van de huidige erven zijn omzoomd door erfbeplanting in de vorm van bomen, struiken en hagen. Deze groe­ ne randen dragen bij aan de versterking van de vista’s. Ze zorgen ervoor dat de bebouwing (deels) aan het zicht onttrokken wordt, het verzacht de randen, waardoor de nadruk op de vista’s zelf ligt en de relatie met het land­ schap wordt versterkt. Een groene begrenzing hoeft niet altijd dicht te zijn, maar wel altijd groen en gebiedseigen. Het is van belang om verstening, cultuurlijk groen en hekken en muren te voorkomen. Voor inspiratie, zie de landschapsbrochure. Het principe van een sterke begrenzing van de vista’s door middel van een groene rand is een uitgangspunt dat voor nieuwe ontwikkelingen geldt, maar ook zeker aan de orde kan zijn voor bestaand erven. Deze groene begrenzingen zijn altijd onderdeel van het aangrenzende erf en daardoor aan de particuliere grondeigenaar om te ontwikkelen. De uitwerking van deze groene begren­ zingen is voor ieder erf maatwerk. Dit is aan de orde op alle plekken waar de een groene begrenzing van een vista staat ingetekend op de kaart van het Groene Raamwerk. Uitzonderingen hierop zijn een aantal erven waar een en­ semble van schuren heel geleidelijk overgaat in het om­ ringende landschap.

Deze vorm vinden we terug bij de vista vanaf de Steeg richting het westen en de vista vanaf de Koningstraat ter plaatse van het dubbele lint richting het zuiden. Een strakke begrenzing zou hier juist afbreuk doen aan de bestaande kwaliteiten.

Groene kamertjes

Met name in hetdubbele lint van de Koningstraat en Dam valt de unieke kwaliteit op die is bereikt door de spon­ tane groei van een paar eeuwen. Het deel van de linten rondom de Dam zien wij daarom als extra bijzonder ge­ bied met een unieke kwaliteit die als “maatlat” gezien kan worden voor de verdere ontwikkeling van de linten. Het meest opvallende van dit gebied is de afwisseling in be­ bouwing en “lucht” in de vorm van groene kamertjes. Dit zijn afwisselend een weitje, boomgaard of moestuin. Dit draagt bij aan een interessant, speels beeld van versprin­ gende rooilijnen en geeft ook ruimte op plekken waar het lint vrij smal is. Elders binnen het plangebied liggen deze groene kamertjes ook verspreid aan het lint. Op plekken waar weinig vista’s liggen zien we juist meer groene ka­ mertjes terugkomen. In het groene raamwerk zijn zowel bestaande als nieuwe groene kamertjes opgenomen om de afwisseling in rooilijnen en “lucht” ook in de toekomst te waarborgen. De groene kamertjes zijn altijd onderdeel van een (particulier) erf en komen tot stand dooreen goe­ de landschappelijke inpassing van een erf. Hierbij wordt altijd gekeken naar de typische kenmerken en kwaliteiten van het landschap. Op pagina 14 vindt u enkele beelden van de groene kamertjes ter inspiratie. Bufferzones

Tot slot zijn er de zogenaamde bufferzones, een zone die volledig “leeg” blijft en als overgang dient. In het groene raamwerk hebben we twee bufferzones aangewezen; één als overgang tussen Ewijk en Beuningen en één als over­ gang naar de bedrijvigheid aan de Goudwerf. De buffer­ zones worden begeleidt door een stevige groene mantel.

-MļBÌt Mljį mm fķįV"' '--lį

iel De Steeg- Çeleidelijke ovėrgangyaŗfensemblė van bebouwing naar landschap-

De Koningstraat -groen omzoomd erf in de vei begrenst de vista

De Steeg- zicht op het "lege" achterland

ŭř..

. te -

Hsti İ8»İ»® De Koningstraat

íŴ \ ’ \

breed zicht op het Gwène Hart

Uď&g

De Steeg - bočnėn begeleiden het zicht

m i

SÉ*»* pv'-ř., -;

De Konihgst^aāf.kno'ii/: Goblissen werking

is het lint

De Çğįäġįgsìraät ļ[Je Dam įi- zfchļ op hetGroene'iftart. MoğeļlíjķheiUvōer jànġzgamverkeersroute

■ļç/aìī,

feŴíį S-:ïü0ŕŵ

De Koningstraat Fe^^fffriWf agf] watergang en begrensd door een houtwal

DeKonj-

şşilji

v;

íį

De Darhz/cht op het Groene Hart Knotwilgen langs hetjjnt

00 Hű J_ lof fzĩM*.

1 \

\ \

r""" 1 . - - ~..v~

gisįř]

z ! * t ī rZZZ

ì

Huidige basisdikte van het !in\

Nieuw toegevoegde dikte van hei lint Į+ ruimte voor ontsluiting! 7 f y

\

\

\Grenzen gemeeņiekjke grond /Täŵs

Afwijkend erj\f Z 'y Niet direct aam-heHint/dele /n

De flonth

7

7 f 7 \Z 7 7 7

V

į V

zz

n* z

7 Y

zZ'y^

7Sl,^.7

nv'-^n żzyx

İL 1 1 IJ

2.2.2. De Contramal in Rood De kaart die hiernaast staat afgebeeld geeft de ontwikkelvlekken weer en de maximale breedte en dikte waar het lint langzaam naartoe mag groeien. De kaart is een contramal van het Groene Raamwerk en de daarin vastge­ stelde kaders met betrekking tot het landschap en vista’s, en laat de “rode” ontwikkelingen zien. Binnen de gestelde spelregels die volgen is hier in de toekomst eventueel nieuwe bebouwing mogelijk. De kaart laat de bestaande bebouwing zien met bijbeho­ rende erven en tuinen, maar ook potentiële ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. De delen waar extra dikte aan het lint is toegevoegd zijn aangegeven met een oranje arce­ ring. Op enkele plaatsen is tevens extra dikte toegevoegd grenzend aan een vista, deze extra dikte zal soms ingezet worden voor de ontsluiting van een dieper gelegen kavel en soms biedt het mogelijkheid voor het realiseren van een extra woning naast een bestaand erf. Niet overal in de Contramal in Rood is extra dikte aan het lint toegevoegd. Dit betekent niet dat daar dan geen nieu­ we ontwikkelingen mogelijk zijn. Mits nieuwe ontwikke­ lingen voldoen aan de ruimtelijke regels die in paragraaf 2.3 en verder aan bod komen, is het soms ook mogelijk om binnen de bestaande dikte van het lint iets nieuws te realiseren.

Hieronder valt bijvoorbeeld het oprichten van een woning en opstallen, buitenruimte, erfontsluiting en erfbeplanting. Om de kwaliteit en organische groei van het lint te waarborgen is er maximaal 1 woning per par­ ticulier, erf en initiatief per aanvraag mogelijk. Van oor­ sprong zien we vrij grote woningen in dit gebied terug. Om hierbij aan te sluiten kan het soms interessant zijn om twee woningen in één volume onderte brengen. Ofdit passend en gewenst is wordt per aanvraag getoetst. Om wildgroei van opstallen te voorkomen zal ook hiervoor per initiatief getoetst worden of het ruimtelijk gewenst is.

Met behulp van proefverkavelingen laten we diverse voor­ beelden zien van hoe zo’n ontwikkeling eruit zou kunnen zien. Deze vindt u onder paragraaf 2.10. Basiserf

2.3. Verkavelingsvormen Binnen het projectgebied zien we globaal twee verdich­ tende verkavelingsvormen terugkomen. In de basis staat een woning op een ruime kavel, op zo’n ruim kavel zien we dat er veelal ook een schuur naast de woning staat. Een kavel kan zich vervolgens op twee manieren ontwikkelen: 1. Het basiserf is voldoende breed, waardoor er een woning naast geplaatst kan worden. Deze nieuwe woning heeft een duidelijk verspringende rooilijn, waardoor hij óf dicht op het lint staat óf juist afstand neemt van het lint en een groen kamertje voor de woning wordt gecreëerd. 2. Kenmerkend voor dit gebied is dat de bebouwing ook de diepte in gaat. We zien meerdere lijnen van bebou­ wing achter elkaar verschijnen. Een kavel wordt dan in de diepte opgedeeld in meerdere kleiner kavels, waarbij de ontsluiting veelal via de zijkant plaatsvindt.

Verkavelingsvorm 1 Verspringende rooilijn met groentje

Verkavelingsvorm 1 Verspringende rooilijn direct aan lint

Verkavelingsvorm 2 Tweedelijns bebouwing

Verkavelingsvorm 2 Derdelijns bebouwing

mm j|ŵiÿteįį;^ ia«įįîý»i«ř»j.'.: . ÍBcąmąĮBisņ ğ; Ŝn13! tmSiBí rnÉŭäfiiiÊcis^íí^lfś;; ĮB.'t^SĨOĮ řMBiriļņäau^įj *Bţ ■īJ IBIIHM BBİ " . IššHSSi1-Uİ5Ã3Î2Ī Į SHviŞSj roen i leiľmdes naast de woning, ' aģ en enkele solitaire bomen \^ãžāwiģèapS8iP“

'şàļ»řŞSĘ Groene, begrenzing - īįũ&ì doör mìddefÉjĘĘĘĚL ţpct\ en enkele solitaire bomen ìbfk iįį SvüamE|

Voorbeeld van een erf waar de groene begrenzing nog ontímjĘļSVp0őų wĩng stapt êįÉjiiňSņįfrźicĥt.

'

- ^

mKSŵ ť j:

■ r!5';, -

WĚāmĒĚåmÊKËM

'-. .ľĩiĩį

;

į Informele oprit in halfverharding - gelegen langs een ei

Groene begrenzing - door d U I enkele finke solitaire (notei

,

f

knotwilgen oj

i

ťL - .

/enzing - Houtsinġel grenzend aan et T

'

'ŵaterga.ng

IHH

_________

. . i « v. îr\..: ‘ •V 1 r

't . BBHR

į, Ąįr-

'40 ’ŕ-i-O.'........ 'wwwpwi1 v -Groen kamertje - voortuin met lage bįġrot wg^voor de woning en een boomgaardje met halfitam I höogstam fruitbomen ernaast

Groen kamertje - voorbeeld van een ei waai moestuin voorde woning ligt į

L;; . - •‘Ŵ. ~

ř

īf.Miĩi de ruimte voor of naast de Groen kamertje - waarbij woning wordt ingericht xfls weitje (mét koeien)

^

'

Rooilijn wordt per ontwikkellocatie bepaald

2.4. Ordeningsprincipes In de kaart met bebouwingsmogelijkheden, de Contramal in Rood, zijn de ontwikkelvlekken aangegeven waarop nieuwe ontwikkelingen zijn toegestaan. Iedere ontwikkelvlek bestaat altijd uit een verhard en een onverhard deel, waarbij het verharde deel onder andere bestaat uit een erfontsluiting (oprit) en een verhard erf. Een oprit en erf kunnen zowel privaat als mandelig zijn, maar zijn bij nieuwe ontwikkelingen altijd in (gedeeld) particulier bezit. Zoals uit de analyse blijkt liggen de meeste rooilijnen in het gebied in dezelfde richting, het lint loopt hier licht krommend tussendoor. Een woning staat dus niet per de­ finitie parallel aan het lint, de richting zal eerder bepaald worden door de omringende bebouwing. Soms bepaalt de ligging van een groen kamertje automatisch de diepte van de rooilijn van een nieuwe ontwikkeling. Per ontwikkelplek wordt bepaald waar de rooilijn moet komen te liggen. Omdat de rooilijn niet altijd parallel aan het lint ligt hoeft ook de hoek tussen het verharde erf en de toegangsweg niet haaks te zijn. Bij meerlijnse bebou­ wing (verkavelingstype 2), zoals beschreven onder ‘verkavelingsvormen’ ligt de erfontsluiting vaak aan de rand van een erf.

Wanneer een ontwikkeling of bestaand erf grenst aan een vista, zal deze begrenst moeten worden door erfbeplanting in de vorm van gebiedseigen bomen, struiken en hagen. Landschappelijke inpassing van het erf en de ontsluitingsweg is hierbij van groot belang. De groene begrenzingen zoals aangegeven in het Groene Raamwerk passen binnen het karakter van de Historische Linten van Ewijk. Gebiedseigen vormen van deze groene begrenzin­ gen zijn onder andere een houtsingel, bomenrij (bijvoor­ beeld in de vorm van knotwilgen), of een flinke haag, al dan niet gecombineerd met enkele bomen om het geheel wat meer massa te geven. Groene kamertjes tevens per ontwikkellocatie aangegeven Het kan voorkomen dat een erf grenst aan een bestaande watergang terwijl hier een groene begrenzing gerealiseerd moet worden. Bestaande watergangen dienen behouden te worden en beheer ervan moet mogelijk blijven. Groene begrenzingen zijn dan ook altijd maatwerk. De Contramal in Rood laat met de oranje arcering her en der plekken zien waar naast een bestaand erf een smalle zone van de naastgelegen vista wordt ‘afgesnoepť. Deze ruimte biedt mogelijkheden om achtergelegen gronden te kunnen ontsluiten. Zo’n oprit neemt maximaal 10 meter in beslag, inclusief aanplanting. Groene begrenzingen kunnen zowel aan de binnenzijde (erfzijde) of buitenzijde (vistazijde) van de oprit komen te liggen, dit is maatwerk.

Wel is het van belang dat er een groene rand komt en dat deze in één lijn ligt en dus niet verspringt.

Groene rand langs het erf ter pķľatşęfŕan een vista

Entrees, oriëntatie en positie op het erf

In de bestaande situatie is de woning soms direct vanaf het linttoegankelijk, soms vanafheterf. Voordeuren liggen aan de voorkant of zijkant van de woning. Oorspronkelijk is de clustering van de gebouwen op een erf functioneel en praktisch. Door de onderlinge positie van woningen en schuren ontstaat een erf, een ontmoetingsruimte. In de analyse worden de volgende vier gebiedseigen clusteringsprincipes verder uitgelegd ter inspiratie voor nieuwe ontwikkelingen:

De keuze om een rooilijn terug te leggen ten opzichte van de naastgelegen woning kan bijvoorbeeld voortkomen uit het feit dat er een duidelijke ‘hoofdwoning’ aanwezig is en nieuwbouw ondergeschikt hieraan moet zijn. Andersom kan het ook zo zijn dat een woning juist dicht op het lint moet staan als tegenhanger van een tegenovergelegen open ruimte of vista. Deze grote mate van afwisseling is zo typerend voor de Historische Linten van Ewijk.

2.5. Duurzaamheid ï. Woonhuis staat haaks op de schuur; 2. Woonhuis en schuur verspringen ten opzichte van elkaar; 3. Woonhuis en schuren staan naast elkaar opgesteld; 4. Woonhuis, schuren en stallen staan dicht op elkaar en achter elkaar; Door bebouwing compact bijeen te zetten hou je zoveel mogelijk lucht en groen in het plan. Hiermee zorg je au­ tomatisch ook voor zicht op het landschap vanaf de erven en voldoende “lucht” en ruimte. Rooilijnen

Kenmerkend voor de Historische Linten van Ewijk is de grote mate van verspringende rooilijnen. Zoals we bij de ordeningsprincipes al aangeven liggen woningen soms direct aan het lint maar kan het ook voorkomen dat er een groen kamertje voor ligt. De positie van de rooilijn wordt per ontwikkelvlek bepaald. Geen van de naast el­ kaar gelegen gebouwen heeft dezelfde rooilijn. De rooilijn verspringt ten minste 3,5 meter, maar bij voorkeur meer, of wordt door een groen kamertje vastgelegd. Ook hier geldt dat het vaststellen van de rooilijn maatwerk is voor iedere nieuwe ontwikkeling.

De ambitie om duurzamer te worden wordt zowel na­ tionaal als internationaal steeds groter. Ook voor de Historische Linten van Ewijk streven we hiernaar, zo­ wel op het vlak van de inrichting van openbare ruim­ te als voor de bebouwing. We houden de gangbare EnergieprestatiecoëflRciënt (EPC) norm aan maar juichen het ten zeerste toe als bewoners extra stappen willen zet­ ten naar duurzaam wonen. Nieuwe ontwikkelingen wor­ den niet meer op het gasnet aangesloten. Met betrekking tot de beeldkwaliteit geldt dat we voor alle bebouwing, maar ook voor de inrichting van de buiten­ ruimte streven naar de toepassing van duurzame mate­ rialen. Duurzame materialen zijn natuurlijke materialen die weinig of geen milieuproblemen opleveren, niet in het productieproces en niet in de afvalfase. Het zijn materia­ len waarvan de kwaliteit blijft behouden ofwordt versterkt, ook wanneer ze ouder worden. Naast een duurzaam ka­ rakter hebben de toegepaste materialen een natuurlijke uitstraling, passend bij de van oorsprong kenmerkende bebouwing in het gebied. We denken hierbij aan de toe­ passing van baksteen, hout, zink, riet, natuursteen, etc.

Naast het duurzame karakter wat betreft materialisatie, moeten de woningen ook levensloopbestendig zijn. Dit houdt in dat de woning geschikt is voor iedere levensfase van een bewoner. U kunt hierbij denken aan de mogelijk­ heid tot het realiseren van een slaapkamer en badkamer op de begane grond. De boerderijtypes die we in het plan­ gebied veel tegenkomen lenen zich hier zeer goed voor. Bij duurzaamheid denken we ook aan het architectonisch en bouwkundig oplossen van problemen als zonnewarm­ te in de woning en afkoeling ervan te reguleren. Hierbij kan gedacht worden aan het toepassen van dakoverstekken of luiken aan de gevels, mits passend bij de gebieds­ eigen kenmerken. De afwatering van gebouwen gebeurt in principe altijd op eigen terrein, in de volgende volgorde; vasthouden, ber­ gen en ten slotte afvoeren (op oppervlakte water). Met het oog op duurzaamheid kunnen bijvoorbeeld ook begroeide gevels en daken en/of gevels met nestelmo­ gelijkheden voor bijvoorbeeld vogels, vleesmuizen, etc. worden ingepast. Dit draagt bij aan de versterking van de bestaande biodiversiteit, verbeterde wateropvang en -af­ voer en meervoudig ruimtegebruik, wat goed past binnen de groene omgeving. Voor het opwekken van duurzame energie kan gedacht worden aan het plaatsen van zonnepanelen.

Eisen die hiervoor gelden aangaande beeldkwaliteit zjin onder paragraag2.6 Beeldkwaliteit van de bebouwing ondergebracht.

2.6. Beeldkwaliteit van de bebouwing Bouwmassa en dakvorm

Het boerenerf wordt gekenmerkt door eenvoud en func­ tionaliteit. Het hoofdvolume van de woningen heeft in principe een rechthoekige vorm met een kap met nok in de langsrichting. De volgende dakvormen zijn mogelijk: * Zadeldaken, met of zonder wolfseind * Schilddaken * Mansarde daken * Asymmetrische daken [voor de toepassing bij schuren en opstallen]

voor het combineren van bijvoorbeeld twee wooneenhe­ den onder één kap wordt onderzocht, om zodoende een woning te realiseren waarvan de korrel, de afmetingen, goed past bij het karakter van de linten. De nok kan zowel dwars als parallel aan het lint liggen. Bouwvolumes hebben een maximale hoogte van 11 me­ ter. De woningen kappen laag aan en hebben een goothoogte van maximaal 3 meter, maar bij voorkeur lager. Uitzondering hierop is het type van de T-boerderij. Bij voorkeur onderscheiden naastgelegen woningen (en op­ stallen) zich van elkaar door middel van goothoogte, nokhoogte en kapvorm.

Goten zijn eenvoudig, bijvoorbeeld met een zinken mastof bakgoot en niet voorzien van een boeiboord. Kopgevels zijn ondergeschikt aan het dakvlak, een boeiboord op de kop past wel binnen de gebiedseigen kenmerken. Ter ver­ siering van de topgevel zien we regelmatig houten details terugkomen in de vorm van een gevelteken in de nok. Aanbouwen worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het hoofdvolume. Het maken van een holle knik in het dak­ vlak is mogelijk, waarbij de kap slepend vanuit het hoofddakvlak ontstaat. Een aanbouw bevind zich nooit aan de voorzijde, maaraltijd ten minste 1 meterachterde rooilijn. Bijgebouwen

Het hoofdvolume van een woning is ten minste 15 meter lang, zodat de rechthoekige vorm die we veel in dit gebied tegenkomen gewaarborgd wordt. Langgerekte volumes kunnen ook verkregen worden door bijvoorbeeld twee wo­ ningen te schakelen. De woningen liggen dan onder een gemeenschappelijke kap. Door middel van het toepassen van plastiek in de gevel kunnen de woningen onderbro­ ken worden, mits de kap het volume bijeenhoudt. Aan de Historische Linten van Ewijk vinden we van oorsprong woningen met een volume dat groter is dan een gemid­ deld woonhuis. Het is interessant als de mogelijkheid

De minimale dakhelling van een woning is 35 graden. Bij symmetrische daken is de kap niet steiler dan 50 gra­ den. In principe worden dakoverstekken beperkt, tenzij er wordt gekozen vooreen gootloze kap (bijvoorbeeld bij een rieten kap) met infiltratiestrook van grind op maai­ veld. Ook dan wordt het dakoverstek tot een minimum beperkt. Dakoverstekken die ontstaan door het plaatselijk terugleggen van een gevel, binnen het hoofdvolume, zijn wel mogelijk.

Bijgebouwen en opstallen zijn altijd voorzien van een kap. Ookdezegebouwen kappen netalsdewoningen laagaan, waarbij de goothoogte maximaal 3 meter hoog is, maar bij voorkeur lager. Een bijgebouw is in de regel onderge­ schikt aan de hoofdwoning en wordt bij voorkeur nabij de woning geplaatst, aan de erfverharding. Voorbeelden van diverse gebiedseigen clusteringen van gebouwen vind u onder paragraaf 4.3 Kenmerken bestaande bebouwing. Deze principes dienen als uitgangspunt gehanteerd te worden voor de inrichting van een erf.

ļfû ■’ojhmĝęn hąũfrenjéen Ie 'n ř. Ihuńne (min. rļpm)

vormen

r m‘ ‘V I

eñ^èijgëbouwe: WÉĚ^fåà éi

m

rj'

uu

piek in m'gevel door 'luiken en menteerde vlokken

şgËSŞ

r,ŴKenmerkeľĥ luikĄğj- hàú infiltratiegō

VMSĨél

■MP”—B ss** Dakkapellen zijn ondergeschikt aan en slepend vanuit het dakvlak

'mm

'ĨVO Ÿ\ I flĝCH, mļjfëotľjn veąpriņgĻ

Overheersend dakramen zórgen voor de benodigde dagUchttoetWding BriEkİ H

Zonnepanelen wordemlţ het dakvlak geïntegreerd

____________ ,

—"er

-

^rļįpŢļř pap Į ze . ,jc ç jnp r t į ţ -jt Plastiek n de gevel hmSÌ eţoi m etseliverķ details,1 ")

IQ O īT3

Getoogde schuurdeuren bep Hen het gevelbeeld .7?

Boeibord} i met gevelveken zijri kenmerkeni ails in dit gebied

■D. 0fÿk eêñpoĩfĵţũ

PM Kleurenpalet voor de (baksţem)gģÇ^.Ş TSJåSÌ En diverse voorbeelden voor de Vé'imrsìáĩũMũh van gevels en daken ~

■man MM

Meer referentiebeelden vind u onder hoofdstuk 4 Huidige Situatie: Analyse

ř ■C’--

BBral

/S Sť,

✓O

Dakramen, zonnepanelen en dakkapellen.

Materialisering van de daken

Dakopeningen en zonnepanelen worden vlak of verdiept in het dakvlak geïntegreerd. Dit betekend dat ze verzonken liggen in het dakvlak. De plaatsing en detaillering wordt al vroeg in het ontwerpproces meegenomen om verrommeling van de dakvlakken te voorkomen. Lichtstraten die van nok tot gootlijn of maaiveld lopen zijn in principe ook toegestaan, mits het dakvlak intact blijft.

Daken zijn voorzien van een dak van dakpannen (geen geglazuurde pannen), riet of een ander duurzaam ma­ teriaal, zoals bijvoorbeeld hout of leisteen. Kunststoffen zijn uitgesloten. Mits straks gedetailleerd zijn grasdaken ook toegestaan. Een combinatie van twee materialen be­ hoort ook tot de mogelijkheden.

Een bijkomend architectuurthema dat we veel terug zien komen in de bestaande bebouwing langs de linten zijn luiken en deuren. Met horizontale of verticale luiken kan het glasoppervlak, de warmtelast en het uitzicht geregu­ leerd worden. Ook bieden luiken en deuren kansen om karakteristieke kenmerken van oude boerderijen op een eigentijdse manier toe te passen.

Gevels en gevelopeningen

Material isering van de gevels

Gevels en daken van boerderijen zijn over het algemeen vrij gesloten. Een boerderij heeft vaak kleine ramen en op enkele plaatsen bevindt zich een deur. In de kopgevels zien we vaak grote getoogde schuurdeuren, ooit bedoeld voor werktuigen. Uiteraard ligt de verhouding in gevel­ openingen bij voor woning bestemde bebouwing anders. De compositie en grootte van de gevelopeningen blijft echter een belangrijk architectuurthema. Gezien de grote contrasten tussen beslotenheid aan de erfzijde en straat­ zijde en het vrije uitzicht over het landschap is er aanlei­ ding om deze afweging mee te nemen in de keuze voor de gevelopeningen. Het ligt bijvoorbeeld voor de hand dat de gevelopeningen kleinerzijn aan de besloten zijden van het erf en juist groter waar vrij uitzicht mogelijk is. Het open maken van bijvoorbeeld een oude getoogde schuur­ deur biedt interessante kansen voordaglichttoetredingen gevelcompositie.

De keuze voorde materialisatie van de gevels gaat uit naar baksteen als basismateriaal, eventueel gecombineerd met gecementeerde plintvlakken. Aangezien de hoofd­ vorm van het bouwvolume eenvoudig en functioneel is, is de materiaalkeuze van groot belang. De baksteen is warm van kleur, een nuance van rood tot bruin zoals bij de oude boerderijtypes in het plangebied, zo mogelijk rijk aan eni­ ge textuur. De keuze voor het formaat staat vrij. Naast de keuze vooreen mooie steen speelt ook de detaillering een belangrijke rol, denk hierbij aan details (siermetselwerk) als een rollaag, boerenvlecht en muizentand. Hout en an­ dere duurzame materialen (uitgezonderd kunststof) be­ horen ook tot de mogelijkheden mits de materiaalkeuze overtuigend wordt gecombineerd met baksteen.

Verbijzondering van de kap en het verbeteren van de bruik­ baarheid onder de kap kan door middel van de toepas­ sing van dakkapellen. Deze zijn integraal onderdeel van het dak, passend bij de bouwstijl, maar altijd onderschikt aan het dakvlak. Kijkt u vooral goed naar referenties in de directe omgeving. Hier zien we dat er vooral gebruikt gemaakt wordt van dakramen in plaats van dakkapellen, met als resultaat een rustig dakvlak. Wanneer wordt geko­ zen voor de toepassing van kleinere dakhuizen of grotere dakkapellen, is de compositie van belang. Dakkapellen zijn ondergeschikt aan het dakvlak en slepend vanuit de nok of het dakvlak. Bij boerderijen zien we dat de gootlijn soms plaatselijk is verhoogd om de doorgang voor bijvoorbeeld landbouw­ voertuigen mogelijk te maken of gewoon ter plaatse van een voordeur van een woning als de goot echt laag ligt. Indien een gootlijn verspringt ligt deze maximaal 5 meter boven maaiveld.

Kaart va,

•į plangebied 'ğŗpmdmgen

ann

2.7. Infrastructuur Erwordt in principe niets veranderd aan de infrastructuur van de historische linten. Gezien het beperkte bouwpro­ gramma kan de bestaande infrastructuur intact gelaten worden. Bij hoge uitzondering wordt nieuwe infrastruc­ tuur voor auto of fiets I voetgangers toegevoegd. Een uitzondering is bijvoorbeeld de nieuwe ontwikkellocatie die wat terug ligt, ten zuiden van de Koningstraat en ten oosten van de Steeg. Bij het ontwerpen van nieuwe we­ gen en paden zijn bestaande materialen en profielen de inspiratiebron. Routes in het Groene Hart

Zoals al even kort in de inleiding werd aangehaald willen we het Groene Hart toegankelijk maken voor langzaam verkeer. Echter zijn de meeste gronden in het Groene Hart in particulier eigendom. Hoewel we weten dat de aanleg van nieuwe fiets- en wandelpaden niet zo eenvoudig zal zijn blijven we ernaar streven om het Groene Hart toe­ gankelijker te maken. Dit vraagt om extra medewerking van particulieren. Voor alle ontwikkelingen die binnen het Groene Hart worden aangevraagd, en die grenzen aan een mogelijke route (zoals op de kaart hiernaast is aange­ geven), geldt dat er samen met de gemeente gekeken zal worden wat de mogelijkheden zijn om een nieuwe route te integreren in het plan.

Parkeren

We streven ernaar de linten zoveel mogelijk vrij te houden van geparkeerde auto’s, hier zijn de wegen simpelweg te smal voor. Voor de huidige erven geldt al dat er op het eigen erf wordt geparkeerd. Dit uitganspunt wordt ook aangehouden voor nieuwe ontwikkelingen.

2.8. Milieu kabels en leidingen In het gebied gelden plaatselijke beperkingen ten aanzien van de bestemming wonen. Het gaat hier om vrij perma­ nente beperkingen zoals de bebouwingsvrije ruimte rond­ om kabels en leidingen, mogelijke belemmeringen ten gevolge van bedrijfsactiviteiten en geurhindercontouren.

2.9. Archeologie en cultuurhistorie In het najaar van 2018 is er in opdracht van de gemeente uitgebreid onderzoek gedaan naar de archeologische ver­ wachtingen in het gebied. Samen met de archeologische waarden- en verwachtingenkaart en archeologische beleidsadvieskaart geeft dit goed inzicht in de archeologi­ sche resten die te verwachten zijn binnen het plangebied. Voor sommige plekken langs de historische linten is er een hoge archeologische verwachting, waardoor nieuwe ontwikkelingen lastig worden. Ga altijd na wat de ver­ wachtingen zijn voor uw locatie. Vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd door een gecertificeerd bureau en de initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor de kosten van de uitvoering van archeologisch onderzoek e.d. Deze on­ derzoeken worden door de gemeente getoetst.

«ai

iiŵfj

Particuliere grond binnen de max. dikte van het/fint Gemeentelijke grond Z Z binnen de max. dikte van het Pint .ocatie van de uňgewerkie rĉrefverkavelingen Z Max. aantal tde-ļįé voegen woningen per onwikķeļñocati Grenzen gemeen, (rood) z Z

Ove'rzich) waar moi

de gemeentġm in de toekońáĥ.

}n particuliere gronden itwikķéld kan worden langs de linten

□nn

Proefverkaveling particuliere grond VoraingstraatĵÇ) 43

2.io. Proefverkavelingen De kaart hiernaast toont of de ontwikkelvlekken in particulier of gemeentelijk eigendom zijn. Daarbij laat de kaart ook zien hoeveel woningen er maximaal per locatie ontwikkeld mogen worden. Het betreft een eindbeeld; om de organische groei te waarborgen zal een locatie waarop bijvoorbeeld ‘+21 staat, in twee fasen ontwikkeld dienen te worden, dus als twee losse aanvragen. Op deze en volgende pagina’s laten we ter inspiratie diverse proefverkavelingen zien. Hoe kan een ontwikkeling eruit zien als de eerder besproken regels worden gehanteerd? De proefverkavelingen zeggen iets over het aantal woningen dat ruimtelijk ge­ zien nog wenselijk is, hoe de kavels ontsloten kunnen worden en over verspringingen van de rooilijnen. Alle proefverkavelingen laten slechts een voorbeeld zien van hoe je kunt verkavelen. Binnen de gestelde regels zit een zekere vorm van flexibiliteit en speelruimte. Elke ontwikkeling wordt individueel beoordeeld en is maatwerk.

Proefverkaveling particuliere grond Omgeving Koningstraat 16 en

Proefverkaveling particuliere grond Omgeving Koningstraat tj en 31

Proefverkaveling particuliere grond Omgeving Dam 2

SS

A

^ 1-Urtfpçg Proefverkaveling particuliere grond Achter Koningstraat 73

Proefverkaveling gemeentelijke grond Omgeving Koningstraat ļr (Beuningen)

SS7

'0^+2

Proefverkaveling gemeentelijke en particuliere grond De Steeg

Proefverkaveìing gemeentelijke en particuliere grond Omgeving Koningstraat i, 2 en 3

\ ZV

Rooilijnen langs de lihten

Doorzichten, ‘Vista’s’, vanaf de linten

^

'j

3 Huidige situatie: analyse ,

;

, jJaİ|

Woning direct aan het lint gelegen

3.1 Stedenbouwkundige karakteristiek De oude linten van Ewijk zijn veelal licht krommende we­ gen en hebben een organisch en informeel karakter. De linten zijn nog duidelijk herkenbaar als oude verbindings­ wegen. De organische groei en bijbehorende speelsheid is duidelijk zichtbaar. Aan de linten liggen voornamelijk woningen, her en der afgewisseld met een agrarisch bedrijf of andere bedrijven. Kavels liggen naast maar ook achter elkaar, soms tot wel 3 lijnen diep. Nagenoeg alle woningen kennen een oriën­ tatie op het lint. Soms ligt de entree direct aan het lint, soms aan het erf.

De diversiteit van de typologie van de bebouwing langs de linten is groot, evenals de steeds verspringende rooi­ lijnen. De rooilijn ligt in veel gevallen evenwijdig aan de weg, waarbij de afstand variabel is. Daar waar het lint een bocht maakt zie je dat de rooilijnen vaak nog aansluiten op de bebouwing ernaast, waardoor er dus een verdraai­ ing optreedt met het lint. Soms liggen woningen direct aan het lint, maar regelmatig zien we ook een ‘groen ka­ mertje’ in de vorm van een ruime voortuin, boomgaard, weitje of moestuint dat voor extra ruimte tussen de wo­ ning het lint zorgt. De erven met voornamelijk vrijstaande bebouwing wor­ den afgewisseld met onbebouwde ruimtes, in gebruik als weide of boomgaard of als doorzicht naar het achterlig­ gende landschap, de zogenaamde vista’s.

V A ' ** . if

Moestuin aan de voorzijde van de wonii

W

~

Vélíê] Grote sprongen in de rooilijnen

z

i—iüįå;

íp'jÒMj?. KÏÏ í Sg

Kaart văfrM •įplangebi^Ûĵŷkĩįįŷ tiet Groene

■açfnde infrastructuur

□nn

3.2 Bestaande infrastructuur en openbare ruimte Het plangebied kenmerkt zich door een aantal karakte­ ristieke oude linten. Alle linten zijn verharde wegen, pas­ send bij het karakter van het gebied. Een deel van de lin­ ten is uitgevoerd met een hoogwaardige materialisering van gebakken klinkers. De overige linten zijn uitgevoerd in asfalt. Alle kruispunten zijn gelijkwaardig en er is geen rijrichtingscheiding aanwezig. Hoewel de wegen vrij smal zijn voelen ze ontspannen. Dit komt enerzijds doordat de bermen op veel plaatsen vrij ruim en groen zijn en de aanwezigheid van groene overhoekjes ter plaatse van de kruispunten. Wanneer het lint meer geknepen wordt als er een woning direct langs staat, zorgt een groen kamertje aan de overkant vaak voor de nodige ruimte. Het ooste­ lijke deel van de Koningstraat is ingericht als fìetsstraat, uitgevoerd in rood asfalt. Langs de linten vinden we (ruige) grasbermen met een wisselende breedte, waarin overwegend (knot)wilgen of populieren zijn aangeplant. Her en der wordt dit afgewis­ seld met fruitbomen of een eikenboom. Op de erven zelf zien we regelmatig een flinke (wal)notenboom staan. De fietstoegangen tot het landschap zijn op dit moment nog zeer beperkt, maar de gemeente streeft ernaar de ver­ binding met en de toegankelijkheid van het buitengebied en met name van het Groene Hart te versterken.

De uit­ werking hiervan vind u in hoofdstuk 2.

S^Ï'ľU."

vSSāăs

:v

.

Viŵö De Koningstraat richting Beuningen gaat over in eenfietsstraat

ÿíŵgį?:.

Asfaltverharding op de Klaphekstraat

■jftsc.v.

íikÈss

| ;ī :

fi ĩwit.lĩSīĩl Doodlopend zijstraatje van de Koningstraat (Alst)

Halfverharde oprit naar

ä

' ^víį;‘‘rį I ®S

' ;.:5 įi;

ĪHHírīĩŨ kruising Koningstraat - Steeg Gelijkwaardige

'mm •T-.-

~

^'S/r

İW*e,vļC

Wm

‘i ''.ì-jî*'

Populieren langs de Steeg

Ī»Ĩ»JSİ Wilgenbomen langs de Hoogstraat

y řļ

mM-

.«aü .. -

'"

Flinke walnotenbomen op de erven, langs de linten

Perenbom'ėn langs de steeg

Type

Type 2 JT^

m .Şn

■~

""

Ŵ^

^

- 'm

Woonhuis en schuur staan hùaks op 1 elkaar

ŕy-fe

MeeĘ : re schuren naâįt elkaar ţįġ"'**'opgesteld langs het lint fíjįļS ĩÇÊĨ-įF Tjļįļ

s ÿkkįåk' * . , í ì

Erf waarbij de woningen dicht op elkaar en achter elkaar staan Wįīũ opgesteld

ffl

ÌJUì

gjpM^SfļįymmfčäęvĢoż, :*tį» :?mx

Woonhuis en schuur staan haaks op elkaar

Typische T-boerderíj

ÏSŜŠŜ?

met ma

Symmetrisch H opgestelde woningen dwars op het lint

Hl

3.3 Kenmerken bestaande bebouwing De architectuur van de bebouwing langs de linten ken­ merkt zich door diversiteit. Toch zien we een aantal typo­ logieën regelmatig terugkeren. Binnen deze typologieën zijn overigens nog tal van varianten te vinden. De ken­ merkende bebouwing bestaat voornamelijk uit boerde­ rijen met bijbehorende woonhuizen en schuren. In deze paragraaf wordt aan de hand van een aantal kenmerken de bestaande (beeld)kwaliteit van het gebied in kaart ge­ bracht, te weten: bouwvolumes, clustering van gebou­ wen, daken en gevels.

derij. De T-boerderij wordt ook wel Betuwse boerderij of rivierdwarshuis genoemd. Het woonhuis valt bij dit type op door haar afwijkende hoogte. De goot ligt vaak hoger doordat de slaapvertrekken zich op de verdieping bevinden. De schuren op de erven zijn meestal lager dan de boerde­ rijen. Hoewel de nokken dus wat lager liggen zien we dat de schuren regelmatig in dezelfde stijl zijn gebouwd als het woonhuis. Vanuit functioneel oogpunt hebben som­ mige schuren ook wel eens een asymmetrische kap. Clustering van de gebouwen

Bouwvolumes

De hoofdvorm van de meeste bouwvolumes aan de historische linten is eenvoudig, veelal langgerekt met een zadeldak, waarbij de nok afwisselend in de dwars- en langsrichting ligt. Voor de meeste bouw­ volumes geldt verder dat ze laag aankappen, de goot ligt hier lager dan 3 meter. Mede door dit lage aan­ kappen zijn de daken vaak prominent aanwezig. Een uitzondering op deze regel is de zogenaamde T-boerderij die we aan de historische linten terugvinden, waarbij het woonhuis dwars op de schuur is geplaatst, een typisch in het rivierengebied voorkomende boer­

De clustering van de gebouwen op een erf is functioneel en praktisch. De schuren zijn van oorsprong eenvoudig te bereiken vanaf de openbare weg. Vaak is er een aparte entree naar de woning I woongedeelte van een boerderij die representatiever is. Dit kan direct vanaf het lint zijn of via het erf. Aan de historische linten zijn globaal vier varianten van clustering op een erf te herkennen. 1. Het woonhuis staat haaks op de schuur, waarbij het erf op de weg is georiënteerd.

2. Het woonhuis en de schuur verspringen ten opzichte van elkaar, ook hier ligt het erf dicht aan de weg. 3. Het woonhuis en bijbehorende schuren zijn naast el­ kaar opgesteld, dwars op de openbare weg. Er is hier sprake van éénlijnsbebouwing. 4. Woonhuis, schuren en stallen staan dicht op elkaar en achter elkaar en kaderen zo het zicht naar het achter­ liggende land in. In deze situatie liggen de nokken van alle schuren in dezelfde richting, dwars op de weg. In de loop van de tijd zijn er natuurlijk steeds meer ‘ge­ wone’ woonhuizen aan de historische linten gebouwd. We zouden kunnen zeggen dat er sprake is van een vijfde variant van clustering. De woningen worden achter elkaar geplaatst en zijn vaak via een gezamenlijke oprit ontslo­ ten. Er is hier sprake van meerdere lijnen aan bebouwing.

1

unR

ô

Li U

1^"' Verhoogde goot t.p.v. entree Toepassing van riet

Zadeldak

J

EFrarewiaî 'parallel aan het lint

ij

įl,.n . . Toepassing van rodeĘļakpi1annen

B

Combinatie van pannen en riet

Woning met mansardedak Aanhouw met slepend dak

- . J-v': Vv.i

HĮH

Type T-b. Schilddak

Houten constructie en gevel

Schuur met asymmetrische kap

NWMHMMIMitlfWM .

'oepassing van luiken Daken

Gevels

De nokrichting van alle bouwvolumes ligt in de langsrichting. Naast het zadeldak zien we ook veel daken met een wolfseind, schilddak en mansardedak. In bijna alle geval­ len is de hoofdvorm eenvoudig, dus geen samengestelde kappen. Een uitzondering hierop is de eerdergenoemde T-boerderij. De meeste daken zijn bedekt met pannen, een combina­ tie van dakpannen en riet of alleen riet. Sommige schuren zijn voorzien van een (golf)platen dakbedekking.

De gevels bestaan hoofdzakelijk uit baksteen, vaak voor­ zien van een plint. De plint kan gecementeerd zijn, maar ook in een andere kleur baksteen of voegwerk met een rollaag ter afscheiding. Schuren en stallen worden vaak ook in metselwerk uitgevoerd maar ook met hout als gevelafwerking.

Om licht toe te laten op de verdieping zijn vaak dakramen toegepast. Wanneer oude boerderijen als woning worden gebruikt worden her en der kleine dakhuizen toegepast. Vaker zie je grotere dakkapellen, slepend vanuit de nok of het dakvlak. In alle gevallen blijft het dakvlak overheersen.

ùsméntei

In de gevels van de boerderijtypen is meestal goed zicht­ baar waar het woon- en waar het stalgedeelte gelegen was. De gevels kenmerken zich door een afwisseling van verschillende typen ramen, deuren en poorten. Qua kleur zien we in de gevels hoofdzakelijk aardetinten baksteen tegenkomen. Dit wordt afgewisseld met her en der een woning met een wit gekeimde gevel.

Omdat de gootlijn bij de boerderijen laag ligt wordt soms de gootlijn onderbroken ter plaatse van een poort die uit functioneel oogpunt hoger moet zijn dan de gootlijn. Om dit mogelijk te maken ligt het gevelvlak hier wat terug of de gootlijn maakt een sprong.

wpgevi

Wit gekeimde gevels

lo/ /tad om land

LOS stadomland B.V.

Postbus 142 5201 AC ‘s Hertogenbosch Reutsedijk 9 5264 PC Vught Tel: 073-7113770 info@losstadomland.nl www.losstadomland.nl

Historische Linten Ewijk | Toetsingskader Uitgangspunten en ontwerprichtlijnen voor ontwikkelingen langs de Historische Linten van Ewijk

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=79fc1682-c660-473f-b6ec-944f0a426d95