CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Toelichting en regels BP Windpark Beuningen.pdf

Commissie Ruimte 22 juni 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling Bestemmingsplan Windpark Beuningen24.251 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

1.39 teeltondersteunende voorzieningen voorzieningen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: a. verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, te­ rugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade; b. verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen of c. het bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terug­ dringing onkruidbestrijding, effectief omgaan met water); d. het voorkomen van schade door vorst, regen en hagel; 1.40 tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten, voorzover noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering. 1.41 toetsingskader defensieradar het Toetsingskader defensieradar van het Ministerie van Defensie waarmee wordt be­ paald of de verstoring van het radarbeeld als gevolg van de oprichting van windturbines aanvaardbaar is of niet. 1.42 transformatorstation een bouwwerk voor het transporteren van de door de windturbines opgewekte elektrici­ teit naar het landelijke hoogspanningsnetwerk met bijbehorende installaties en voorzie­ ningen.

1.43 tunnel(kas) een werk of bouwwerk voorzien van een bedekking van lichtdoorlatend materiaal en die­ nend tot het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloe­ men, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen. 1.44 veiligheidszone Gasunie de veiligheidszone die aangehouden wordt bij windturbines in de nabijheid van onder­ grondse buisleidingen voor aardgas en aardolieproducten met een werkdruk van meer dan 15 Bar. 1.45 veiligheidszone Tennet de veiligheidszone die aangehouden wordt bij windturbines in de nabijheid van het trans­ portnetwerk van 110kV tot en met 380kV. 1.46 verkoopvloeroppervlak de voor het publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte ten behoeve van de detail­ handel. 1.47 vloeroppervlak de totale oppervlakte, gemeten op vloerniveau, die voor een functie wordt gebruikt.

Toelichting

68

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

1.48 waterhuishoudkundige doeleinden doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkun­ dige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.. 1.49 watergang een voor de oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde watergang. 1.50 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet van 1 januari 2020, houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van re­ gelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving (Wet algemene bepalingen omge­ vingsrecht), zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. 1.51 woning/ wooneenheid een complex van fysiek aan elkaar verbonden ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden. 1.52 windturbine een bouwwerk ter opwekking van elektriciteit door benutting van windkracht.

Artikel 2 Wijze van meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheids­ muren.

2.2

bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen ge­ bouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.3

inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.5

oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

2.6

bouwhoogte van een windturbine vanaf bovenkant windturbinefundatie tot aan de (wieken)as van de windturbine.

2.7

rotordiameter van een windturbine de diameter van de cirkel die door de tip (het uiteinde) van een rotorblad (wiek) wordt beschreven.

Toelichting

69

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

2.8

tiphoogte van een windturbine vanaf peil tot aan het hoogste punt van het bovenste verticaal staande rotorblad.

2.9

veiligheidszone de afstand die overeenkomt met de werpafstand bij nominaal toerental, gerekend vanaf het hart van de mast of toren van de windturbine.

Toelichting

70

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

2. Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch 3.1

Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van het agrarisch bedrijf; b. nevenactiviteiten; c. landschappelijke waarden; d. waterhuishoudkundige doeleinden; e. erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages; f. landschapstuinen; g. de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonneenergie alsmede warmte-koude opslag; een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder perceelsontsluitingen en slo­ ten, en overeenkomstig de in 3.1.2. opgenomen nadere detaillering van de doeleinden. 3.1.2 Nadere detaillering van de bestemming In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 3.1.1: a Intensieve veehouderij Ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' is een intensieve veehouderij toe­ gestaan. b Nevenactiviteiten Voor nevenactiviteiten gelden de volgende bepalingen: 1 maximaal 25% van de bebouwde oppervlakte van het agrarische bedrijf tot een maximum van 350 m2 van de bedrijfsgebouwen, mag worden gebruikt voor een niet-agrarische nevenactiviteit; 2 detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van detailhandel in streekgebon­ den producten en agrarisch gerelateerde producten in ondergeschikte vorm.

Hier­ voor geldt de volgende voorwaarde: a) maximaal mag 100 m2 verkoopvloeroppervlak voor deze detailhandelsactiviteit worden aangewend; 3 buitenopslag en stalling zijn niet toegestaan.

3.2

Bouwregels 3.2.1 Algemeen Uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming. 3.2.2 Bouwen van kassen Voor het bouwen van kassen geldt het volgende:

Toelichting

71

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

de bebouwde oppervlakte van teeltondersteunende kassen, mag niet meer be­ dragen dan 200 m2, indien de bestaande oppervlakte aan teeltondersteunende kassen reeds groter is dan 200 m2 mag de bestaande oppervlakte aan teelton­ dersteunende kassen worden gehandhaafd. 3.2.3 (Maatvoering) bebouwing buiten bouwvlak Voor het oprichten van bouwwerken buiten het bouwvlak geldt het volgende: a. uitsluitend mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het agrarisch grondgebruik worden opgericht met een maximale bouwhoogte van 2 m, met dien verstande dat het oprichten van sleufsilo's niet is toegestaan; b. ten behoeve van het extensief recreatief medegebruik is voorts uitsluitend het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan zoals banken, picknicktafels, bruggetjes e.d. met een maximale hoogte van 2 m; c. paardenbakken buiten het bouwvlak, zijn niet toegestaan; d. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan met een hoogte die niet meer mag bedragen dan 3 m, alsmede permanente constructiepalen ten behoeve van de (tijdelijke teeltondersteunende) hagelnetten met een hoogte van maximaal 6 m; e. permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan.

3.3

Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Omgevingsvergunningpaardenbak t.b.v. hobbymatig gebruik Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af­ wijken van het bepaalde in 3.2.3 onder c teneinde ten behoeve van hobbymatig gebruik binnen deze bestemming of de bestemming Wonen paardenbakken toe te staan buiten het bouwvlak, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de paardenbak kan redelijkerwijs niet worden gesitueerd binnen het bouwvlak of binnen het bestemmingsvlak Wonen; b. de paardenbak wordt aansluitend aan het bouwvlak of het bestemmingsvlak Wonen gesitueerd; c. de paardenbak wordt zodanig gesitueerd en/of ingepast dat deze geen oneven­ redige aantasting van de landschappelijke waarden vormt; d. schuurtjes, lichtmasten en andere aan de paardenbak verwante bouwwerken zijn niet toegestaan; e. in afwijking van het bepaalde onder d is een molen toegestaan; f. de oppervlakte van de paardenbak bedraagt maximaal 800 m2; g. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt.

3.3.2 Omgevingsvergunning schuilstal Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af­ wijken van het bepaalde in 3.2.3 teneinde buiten het bouwvlak de oprichting van een schuilstal mogelijk te maken, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de oppervlakte van de schuilstal mag niet meer bedragen dan 30 m2; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; c. bij een schuilstal in de vorm van een hooischelf mag de hoogte van de onder­ bouw niet meer bedragen dan 2,5 m en de nokhoogte niet meer dan 6 m;

Toelichting

72

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

d. de schuilstal wordt landschappelijk ingepast.

3.4

Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor: a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten, tenzij: 1. dit plaatsvindt ten behoeve van de agrarische productie binnen het agrarisch bedrijf dan wel uitsluitend betrekking heeft op agrarische producten van het eigen bedrijf; of 2. voor zover het bepaalde in 3.1.2 onder b van toepassing is; b. detailhandel, behoudens het bepaalde in 3.1.2 onder b; c. buitenopslag ten behoeve van nevenactiviteiten; d. vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woon­ ruimte; e. woondoeleinden; f. het bewonen van bedrijfsruimte; g. de huisvesting van tijdelijke werknemers; h. het inpandig bedrijfsmatig houden van dieren, anders dan op de begane grond­ laag van agrarische bedrijfsgebouwen; i. een seksinrichting.

3.5

Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Omgevingsvergunning tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af­ wijken van het bepaalde in 3.5.1 onder g ten behoeve van tijdelijke huisvesting van tijde­ lijke werknemers, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de huisvesting vindt plaats in een bestaand bedrijfsgebouw of een gedeelte daarvan; b. de tijdelijke huisvesting is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte van dat bedrijf; c. de huisvesting betreft uitsluitend medewerkers, die alleen binnen het bedrijf, waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten; d. er mogen maximaal 20 medewerkers tegelijk worden gehuisvest op één bedrijf; e. de huisvesting bedraagt niet meer dan 6 maanden binnen de periode van 1 maart tot en met 30 november; f. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; g. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; h. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwik­ kelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuen dierenwelzijnswetgeving; i.

het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; j. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing.

Toelichting

73

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

3.5.2 Omgevingsvergunning inpandige statische opslag als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af­ wijken van het bepaalde in 3.1.2 onder b teneinde een grotere vloeroppervlakte ten be­ hoeve van inpandige statische opslag toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen de aanwezige gebouwen; er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; b. de opslag mag niet plaatsvinden in kassen; c. detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet toegestaan; d. de milieubelasting mag niet toenemen; e. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afge­ stemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; f. het gebruik mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroor­ zaken; g. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwik­ kelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuen dierenwelzijnswetgeving; h. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; i. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; j.

de omgevingsvergunning mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven waarden.

Artikel 4 Bedrijf - Windturbinepark (B-WT) 4.1

Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Bestemming De voor 'Bedrijf - Windturbinepark' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het opwekken van elektrische energie door middel van windturbines; b. kraanopstelplaatsen ten behoeve van de bouw en het onderhoud van windtur­ bines, met dien verstande dat maximaal 1 kraanopstelplaats per windturbine is toegestaan met een maximale oppervlakte van 2.500 m2 voor opstelplaats en windturbinefundament c. wegen en paden, in- en uitritten ten behoeve van de bouw en het onderhoud van windturbines met een maximum breedte van 5 meter; d. ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch': tevens voor de uitoefening van agra­ rische bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 3.1; e. kabels en leidingen; f. overige nutsvoorzieningen.

4.2

Bouwregels 4.2.1 Windturbinepark a. Het maximum aantal windturbines bedraagt ten hoogste 5. b. De minimale bouwhoogte van een windturbine bedraagt ten minste de met de aanduiding 'minimale bouwhoogte (m)' aangegeven waarde;

Toelichting

74

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

c.

de maximale bouwhoogte van een windturbine bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven waarde; d. de rotordiameter van een windturbine bedraagt tenminste 150 meter; e. de rotordiameter van een windturbine bedraagt ten hoogste 180 meter; f. de tiphoogte van een windturbine bedraagt ten hoogste 245 meter; g. elke windturbine heeft drie rotorbladen; h. de bouwhoogte van alle windturbines binnen dit bestemmingsplan dient het­ zelfde te zijn. Hetzelfde geldt voor de rotordiameter en vormgeving; i. het aantal schakelkasten bedraagt ten hoogste 1 per windturbine; j. de oppervlakte van schakelkasten bedraagt ten hoogste 25 m2 per windturbine; 4.2.2 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels; a. behoudens het bepaalde in 4.2.1 zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan; b. de maximale bouwhoogte van palen en masten bedraagt 6 meter; c. de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 4 meter; d. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 meter;

4.3

Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Toetsingskader defensieradar Windturbines waarvoor na toetsing aan het Toetsingskader defensieradar, verzorgd door de initiatiefnemer, geen positief advies is ontvangen van het Ministerie van Defensie zijn niet toegestaan. 4.3.2 Buisleidingen Het plaatsen van een windturbine waarvan de veiligheidszone berekend overeenkomstig artikel 2.9 groter is dan de afstand van die windturbine tot een ondergrondse buisleiding voor aardgas of aardolieproducten met een werkdruk van meer dan 15 bar is slechts toe­ gestaan na schriftelijke toestemming van Gasunie. 4.3.3 Hoogspanning Het plaatsen van een windturbine waarvan de veiligheidszone berekend overeenkomstig artikel 2.9 groter is dan de afstand van die windturbine tot een hoogspanningsleiding van 110kV tot en met 380kV is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van TenneT.

4.4

Voorwaardelijke verplichtingen 4.4.1 IJsdetectie Het in gebruik nemen en houden van de windturbines is slechts toegestaan indien deze zijn uitgerust met een ijsdetectiesysteem dat windturbines die over een openbare weg draaien stilzet in geval van ijsvorming. 4.4.2 Mitigatie slagschaduw Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering is de windturbine voorzien van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine af­ schakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoelige objecten voorzover de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objecten minder dan 12 maal de rotordia-

Toelichting

75

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

meter bedraagt en voorzover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige schei­ dingsconstructie van gevoelige gebouwen of woonwagens ramen bevinden. In verband met de technische stilzettijd mag per jaar gemiddeld maximaal 30 minuten slagschaduw optreden ter plaatse van gevoelige objecten. De afstand geldt van een punt op ashoogte van de windturbine tot de gevel van het gevoelige object. De windturbine dient uitgerust te zijn met een voorziening die bijhoudt waar en wanneer slagschaduw optreedt alsmede de tijd dat slagschaduw heeft plaatsgevonden. Deze informatie dient ten minste vijf jaar te worden bewaard. Op verzoek overlegt de inrichtinghouder een overzicht daarvan aan het bevoegd gezag.

Artikel 5 Verkeer 5.1

Bestemmingsomschrijving De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersdoeleinden in de vorm van een erftoegangsweg met maximaal 2 rijstro­ ken met bijbehorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen, wildbegeleidende en wildbeschermingsvoorzieningen, geluidswerende voorzieningen, par­ keervoorzieningen, wandel- en/of fietspaden, openbare nutsvoorzieningen, abri's, bermen, wegbeplantingen, water en waterhuishoudkundige voorzienin­ gen; b. Wegen en paden, in- en uitritten ten behoeve van de bouw en het onderhoud van windturbines met een maximum breedte van 5 meter; c. ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch': tevens voor de functie als bedoeld in artikel 3.1

5.2

Bouwregels 5.2.1 Algemeen Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dien­ ste staan van de bestemming, alsmede gebouwen ten dienste van openbare nutsvoorzie­ ningen. 5.2.2 Gebouwen t.b.v. nutsvoorzieningen Gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen dienen aan het volgende te vol­ doen: a. de oppervlakte mag per gebouw niet meer bedragen dan 10 m2; b. de hoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 15 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van lichtmasten maximaal 18 m mag bedragen.

Artikel 6 Water 6.1

Toelichting

Bestemmingsomschrijving De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterhuishoudkundige doeleinden; b. behoud en ontwikkeling van natuurwaarden; 76

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

c.

voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging; d. waterstaatkundige kunstwerken, bruggen en andere waterstaatswerken; één en ander met de bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden, beschoeiingen

6.2

Bouwregels 6.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen aan het volgende te voldoen: a. De bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m. b. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.

6.3

Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden voor het aanleggen, aanmeren, ligplaatsen innemen van woonschepen en overige schepen.

Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 7.1

Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorko­ mende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met een hoge archeologische verwachting, bekende vindplaatsen, oude woongronden en histori­ sche boerderijlocaties en zonering van 50 m rondom monumenten.

7.2

Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprich­ ten van een bouwwerk groter dan 120 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aan­ vraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevings­ vergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, in­ dien één van de volgende situaties van toepassing is:

Toelichting

77

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

1.

c.

7.3

de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder een be­ staande ondergrondse kelder), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; 3. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,30 m onder het be­ staande maaiveld; 4. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 4, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3.

de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwa­ lificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de arche­ ologische waarden is omgegaan.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Omgevingsvergunningsplicht Onverminderd het in de Monumentenwet bepaalde is het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van gras­ land, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drai­ nage, verwijderen van funderingen en aanleg of rooien van bos, boomgaard, boom- of fruitteelt of diepwortelende beplanting; b. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. aanleggen van leidingen 7.3.2 Uitzonderingen Het onder 7.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. In het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwali­ teitsnorm voor de Nederlandse Archeologie;

Toelichting

78

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

b. voor werken en werkzaamheden in het kader van normale onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, kabels, riolering, leidin­ gen en beplantingen; c. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische ge­ bruik, zoals ploegen, zaai- en oogstklaar maken, vervangen van drainage, aan­ brengen van teeltondersteunende voorzieningen en vervangen van boomgaar­ den; d. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximale opper­ vlakte van 120 m2; f. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; g. voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krach­ tens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; h. ingeval op grond van de Monumentenwet een vergunning is vereist.

7.3.4 Voorwaarden Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen zij voor­ schriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder de verplichting tot het tref­ fen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kun­ nen worden behouden.

7.4

Toelichting

Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde: a. de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onder­ zoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.

79

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Artikel 8 Waarde - Archeologie 3 8.1

Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorko­ mende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met een middelhoge en lage archeologische verwachting.

8.2

Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprich­ ten van een bouwwerk groter dan 2000 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aan­ vraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld b. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevings­ vergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, in­ dien één van de volgende situaties van toepassing is: 1. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder een be­ staande ondergrondse kelder), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; 3. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,30 m onder het be­ staande maaiveld; 4. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. c.

Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 4, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwa­ lificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de arche­ ologische waarden is omgegaan.

Toelichting

80

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

8.3

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Omgevingsvergunningsplicht Onverminderd het in de Monumentenwet bepaalde is het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van gras­ land, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drai­ nage, verwijderen van funderingen en aanleg of rooien van bos, boomgaard, boom- of fruitteelt of diepwortelende beplanting; b. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, slot c. en en greppels; d. aanleggen van leidingen 8.3.2 Uitzonderingen Het onder 8.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. In het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwali­ teitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van normale onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, kabels, riolering, leidin­ gen en beplantingen; c.

voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische ge­ bruik, zoals ploegen, zaai- en oogstklaar maken, vervangen van drainage, aan­ brengen van teeltondersteunende voorzieningen en vervangen van boomgaar­ den; d. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximale opper­ vlakte van 2000 m2. f. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; g. voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krach­ tens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; h. ingeval op grond van de Monumentenwet een vergunning is vereist.

8.3.3 Verlening a. De onder 8.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waar­ den van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet nood­ zakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische

Toelichting

81

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastge­ steld. b. Indien het rapport of andere beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische mo­ numentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zono­ dig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. 8.3.4 Voorwaarden Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen zij voor­ schriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder de verplichting tot het tref­ fen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kun­ nen worden behouden.

8.4

Toelichting

Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde: a. de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onder­ zoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.

82

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

3. Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10 Algemene aanduidingsregels 10.1 Vrijwaringszone - windturbine Op gronden met de aanduiding 'vrijwaringszone - windturbine' is overdraai van de rotor van een windturbine toegestaan, alsmede a. opstelplaatsen ten behoeve van de bouw en het onderhoud van windturbines, met dien verstande dat maximaal 1 opstelplaats per windturbine is toegestaan met een maximale oppervlakte van 2.500 m2 per opstelplaats; b. kabels en leidingen; c. toegangs- en onderhoudswegen, alsmede bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen zoals bermsloten, bruggen en duikers, waarbij de maximale breedte van een toegangs- en onderhoudsweg 5 meter is met uitzondering van kruisingen met andere wegen en bochten; d. een inkoopstation onder de volgende voorwaarden: 1. de maximale oppervlakte van het inkoopstation, inclusief bijbehorend bebouwd en onbebouwd terrein, bedraagt 150 m2; 2. de maximale bouwhoogte van het inkoopstation en bijbehorende voor­ zieningen bedraagt 4 meter, met dien verstande dat de maximale bouwhoogte voor bliksemafleiders 10 meter bedraagt; 3. het inkoopstation inclusief bijbehorend terrein dient vanuit landschap­ pelijk oogpunt aanvaardbaar te zijn dan wel in het landschap te zijn in­ gepast.

10.2 Milieuzone- hydrologische beschermingszone Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone-hydrologische beschermingszone' geldt ter be­ scherming van de waterhuishoudkundige situatie en de voorkomende natuurwaarden, het volgende: 10.2.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a Omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren:

Toelichting

83 9

9

9

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

a.

verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 cm onder maaiveld een en ander voorzover geen vergunning vereist is in het kader van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van een reeds bestaande drainage; c. het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwa­ teronttrekkingen; d. het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlak­ ten van meer dan 100 m2 anders dan een bouwwerk. b Uitzonderingen vergunningplicht Het in a vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werk­ zaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onder­ houd, met uitzondering van permanente teeltondersteunende voorzieningen; b. werken en werkzaamheden, waarmee is of mag worden begonnen op moment van in werking treden van het bestemmingsplan. c Verlening De in a genoemde omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door die werken en/of werkzaamheden of door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de waterhuishoudkundige situatie niet onevenredig wordt of kan worden aangetast.

d Advies waterstaatsgezag Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in a wordt door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij het ter plaatse bevoegde waterstaatsgezag.

Toelichting

84

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

4. Overgangs- en slotregel Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken 11.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwe­ zig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet ge­ gaan. 11.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 11.1.1 een omgevings­ vergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 11.1.1 met maximaal 10%. 11.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 11.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

11.2 Overgangsrecht gebruik 11.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 11.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 11.2.1, te ver­ anderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 11.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 11.2.1, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

Toelichting

85 m

m

m

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

11.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 11.1.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Windpark Beuningen'.

Toelichting

86 m

m

m

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Ontwerp Bestemmingsplan - toelichting en regels

Bijlagen

Toelichting

87

Bijlage A CombiMER

88

Bijlage B Akoestisch onderzoek

89

Bijlage C Slagschaduwonderzoek

90

Bijlage D Externe Veiligheid onderzoek

91

Bijlage E

Landschappelijke beoordeling

92

Bijlagen F, G S. H onderzoeken

Ecologische

93

Bijlage I Waterparagraaf

94

Bijlage J Radartoets Defensie

95

Bijlage K Nota van Inspraak en Vooroverleg

96

Bosch

van Rijn

experts in duurzame energie

Franz-Lisztplantsoen 200 3533 JG Utrecht www.boschenvanrijn.nI

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=5578972c-0452-445e-99f6-03666a7509e6