CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Toelichting en regels BP Windpark Beuningen.pdf

Commissie Ruimte 2 november 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling Windpark Beuningen29.583 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van gras­ land, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drai­ nage, verwijderen van funderingen en aanleg of rooien van bos, boomgaard, boom- of fruitteelt of diepwortelende beplanting; b. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. aanleggen van leidingen 7.3.2 Uitzonderingen Het onder 7.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. In het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwali­ teitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van normale onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, kabels, riolering, leidin­ gen en beplantingen; c. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische ge­ bruik, zoals ploegen, zaai- en oogstklaar maken, vervangen van drainage, aan­ brengen van teeltondersteunende voorzieningen en vervangen van boomgaar­ den; d. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximale opper­ vlakte van 120 m2; f.

voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; g. voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krach­ tens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; h. ingeval op grond van de Monumentenwet een vergunning is vereist. 7.3.4 Voorwaarden Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen zij voor­ schriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder de verplichting tot het tref­ fen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kun­ nen worden behouden.

7.4

Toelichting

Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde: a. de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onder­ zoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.

90

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Artikel 8

Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels

Waarde - Archeologie 3

8.1

Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 3 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorko­ mende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met een middelhoge en lage archeologische verwachting.

8.2

Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprich­ ten van een bouwwerk groter dan 2000 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aan­ vraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld b. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevings­ vergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, in­ dien één van de volgende situaties van toepassing is: 1. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder een be­ staande ondergrondse kelder), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; 3. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,30 m onder het be­ staande maaiveld; 4. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. c.

Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 4, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwa­ lificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de arche­ ologische waarden is omgegaan.

Toelichting

91

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

8.3

Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Omgevingsvergunningsplicht Onverminderd het in de Monumentenwet bepaalde is het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren: a. grondwerkzaamheden, zoals afgraven, egaliseren, frezen, scheuren van gras­ land, diepploegen, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleg van drai­ nage, verwijderen van funderingen en aanleg of rooien van bos, boomgaard, boom- of fruitteelt of diepwortelende beplanting; b. graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, slot c. en en greppels; d. aanleggen van leidingen 8.3.2 Uitzonderingen Het onder 8.3.1 opgenomen verbod geldt niet: a. In het kader van archeologisch onderzoek en archeologische opgravingen, mits deze worden verricht door een ter zake deskundige als bedoeld in de Kwali­ teitsnorm voor de Nederlandse Archeologie; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van normale onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen, kabels, riolering, leidin­ gen en beplantingen; c.

voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische ge­ bruik, zoals ploegen, zaai- en oogstklaar maken, vervangen van drainage, aan­ brengen van teeltondersteunende voorzieningen en vervangen van boomgaar­ den; d. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft tot een diepte van 0,30 m onder het bestaande maaiveld; e. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft over een maximale opper­ vlakte van 2000 m2. f. voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; g. voor werken en werkzaamheden die op het moment van het van kracht worden van het plan legaal in uitvoering zijn of legaal kunnen worden uitgevoerd krach­ tens een voor dat tijdstip geldende dan wel aangevraagde vergunning; h. ingeval op grond van de Monumentenwet een vergunning is vereist.

8.3.3 Verlening a. De onder 8.3.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waar­ den van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Een rapport is niet nood­ zakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische

Toelichting

92

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels

waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastge­ steld. b. Indien het rapport of andere beschikbare informatie daartoe aanleiding geeft, dient op advies van een deskundige op het terrein van de archeologische mo­ numentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd te stellen kwalificaties zono­ dig archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. 8.3.4 Voorwaarden Overeenkomstig het in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bepaalde kan het bevoegd gezag de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kunnen zij voor­ schriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder de verplichting tot het tref­ fen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kun­ nen worden behouden.

8.4

Toelichting

Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd het plan te wijzigen, teneinde: a. de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 geheel of gedeeltelijk te doen vervallen, indien op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onder­ zoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 op te nemen, indien uit nader onderzoek blijkt, dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn.

93

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels

3. Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 10 Algemene aanduidingsregels 10.1 Vrijwaringszone - windturbine Op gronden met de aanduiding 'vrijwaringszone - windturbine' is overdraai van de rotor van een windturbine toegestaan, alsmede a. opstelplaatsen ten behoeve van de bouw en het onderhoud van windturbines, met dien verstande dat maximaal 1 opstelplaats per windturbine is toegestaan met een maximale oppervlakte van 2.500 m2 per opstelplaats; b. kabels en leidingen; c. toegangs- en onderhoudswegen, alsmede bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen zoals bermsloten, bruggen en duikers, waarbij de maximale breedte van een toegangs- en onderhoudsweg 5 meter is met uitzondering van kruisingen met andere wegen en bochten; d. een inkoopstation onder de volgende voorwaarden: 1. de maximale oppervlakte van het inkoopstation, inclusief bijbehorend bebouwd en onbebouwd terrein, bedraagt 150 m2; 2. de maximale bouwhoogte van het inkoopstation en bijbehorende voor­ zieningen bedraagt 4 meter, met dien verstande dat de maximale bouwhoogte voor bliksemafleiders 10 meter bedraagt; 3. het inkoopstation inclusief bijbehorend terrein dient vanuit landschap­ pelijk oogpunt aanvaardbaar te zijn dan wel in het landschap te zijn in­ gepast.

10.2 Milieuzone- hydrologische beschermingszone Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone-hydrologische beschermingszone' geldt ter be­ scherming van de waterhuishoudkundige situatie en de voorkomende natuurwaarden, het volgende: 10.2.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a Omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden Het is verboden om zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren:

Toelichting

94

« #

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels

a.

verzetten van grond van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 60 cm onder maaiveld een en ander voorzover geen vergunning vereist is in het kader van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte tenzij het gaat om vervanging van een reeds bestaande drainage; c. het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwa­ teronttrekkingen; d. het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlak­ ten van meer dan 100 m2 anders dan een bouwwerk. b Uitzonderingen vergunningplicht Het in a vervatte verbod geldt niet voor het uitvoeren van de volgende werken en werk­ zaamheden: a. werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onder­ houd, met uitzondering van permanente teeltondersteunende voorzieningen; b. werken en werkzaamheden, waarmee is of mag worden begonnen op moment van in werking treden van het bestemmingsplan. c Verlening De in a genoemde omgevingsvergunning wordt alleen verleend indien door die werken en/of werkzaamheden of door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen de waterhuishoudkundige situatie niet onevenredig wordt of kan worden aangetast.

d Advies waterstaatsgezag Alvorens te beslissen over een aanvraag voor een omgevingsvergunning als bedoeld in a wordt door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij het ter plaatse bevoegde waterstaatsgezag.

Toelichting

95

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels

4. Overgangs- en slotregel Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken 11.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwe­ zig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet ge­ gaan. 11.1.2 Afwijken bij omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 11.1.1 een omgevings­ vergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 11.1.1 met maximaal 10%. 11.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 11.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

11.2 Overgangsrecht gebruik 11.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 11.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 11.2.1, te ver­ anderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 11.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 11.2.1, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

Toelichting

96

# #

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels

11.2.4 Uitzondering Het bepaalde in 11.1.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Windpark Beuningen'.

Toelichting

97 m

m

m

Bosch

van Rijn

experts in renewable energy

Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels

Bijlagen bij de toelichting

Toelichting

98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=06bd6f33-441a-441b-90ba-fb7f5399094f