01 Toelichting en regels BP Windpark Beuningen.pdf
Tekst van het document
Bosch ä van Rijn Franz-Lisztplantsoen 200 3533 JG Utrecht 030 - 677 6466
Auteurs Steven Velthuijsen MSc. Leon Schreurs MSc. Mr. dr. Robin Hoenkamp
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
MX
Bosch Si van Rijn
experts in renewable energy
Opdrachtgever Gemeente Beuningen
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Datum 7 oktober 2021
Bosch ä Van Rijn Franz-Lisztplantsoen 220 3533 JG Utrecht Tel: Mail: Web:
030-677 6466 info@boschenvanrijn.nl www.boschenvanrijn.nl
© Bosch ä Van Rijn 2021 Behoudens hetgeen met de opdrachtgever is overeengekomen, mag in dit rapport vervatte informatie niet aan derden worden bekendgemaakt. Bosch ä Van Rijn BV is niet aansprake lijk voor schade door het gebruik van deze informatie
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Inhoudsopgave Windpark Beuningen Bestemmingsplan toelichting en regels Toelichting 3 Hoofdstuk 1 Inleiding -
1.1
1.2 1.3 1.4 1.5
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
Regels 1. 2.
Aanleiding Ligging en begrenzing plangebied Geldende regeling Wettelijk kader Leeswijzer
1 1 4 5 5 6 6 8
Ruimtelijk beleid Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie
10
Planbeschrijving en ruimtelijke afweging Inleiding Project en locatie Ruimtelijke afweging
16
Milieueffecten Inleiding CombiMER ProjectMER Voorkeursalternatief Geluid Slagschaduw Gezondheid Effecten Screening (GES) Bodem, archeologie, Water Externe Veiligheid Landschap Ecologie Energieopbrengst en vermeden emissies Lichtschittering
20
Juridische planbeschrijving Algemeen Methodiek Regels Bestemmingen Artikelsgewijze toelichting
65
Uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Conclusie
70
11 11 12 13 15
17 17 18
21 21 22 24 25 34 39 41 46 54 59 62 64
66 66 66 67 67
71 71 72
73 Artikel 1 Begrippen
74
Inleidende regels Artikel 2 Wijze van meten
74
Bestemmingsregels
79
81
Toelichting 2
Bosch
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
3.
4.
Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Bedrijf- Windturbinepark (B-WT) Artikel 5 Verkeer Artikel 6 Water Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 Artikel 8 Waarde - Archeologie 3
81 85 87 88 88 91
Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel Artikel 10 Algemene aanduidingsregels
94
OVERGANGS- EN SLOTREGEL
96
Artikel 11 Artikel 12
Overgangsrecht Slotregel
Bijlagen bij de toelichting Bijlage A CombiMER Bijlage B Akoestisch onderzoek Bijlage C Slagschaduwonderzoek Bijlage D Onderzoek Externe Veiligheid Bijlage E Landschappelijke beoordeling Bijlage F Ecologische beoordeling planMER Bijlage G Ecologisch onderzoek gebiedsbescherming Bijlage H Ecologisch onderzoek soortenbescherming Bijlage I Waterparagraaf Bijlage J Radartoets Defensie Bijlage K Nota van Inspraak en Vooroverleg Bijlage L Oplegnotitie geluid Bijlage M Oplegnotitie slagschaduw Bijlage N Oplegnotitie externe veiligheid
94 94
96 97
98 99 99 99 99 99 99 99 99 99 99 99 99 99 99
Toelichting 3
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Toelichting
Toelichting
3
# #
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Hoofdstuk 1 Inleiding
Toelichting
4
# #
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
1.1
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Aanleiding De gemeente en provincie zien zich voor de opgave gesteld om een bijdrage te le veren aan de doelstelling van 35 TWh die is opgenomen in het nationale Klimaatakkoord. Mede met behulp van windpark Beuningen kan aan deze opgave mede invulling worden gegeven. Het plangebied is gelegen binnen de gemeente Beuningen ten zuiden van de A73 ter hoogte van knooppunt Ewijk waar de A73 en A50 elkaar kruisen. Parallel aan de A73 is de realisatie van windturbines voorzien. De opstelling wordt onderbroken door de A50 waardoor er zowel ten westen als ten oosten van de A50 windturbines zijn voorzien. De ontwikkeling van windturbines op de locatie ten zuiden van de A73 is niet toe gestaan op grond van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied. Met voorlig gend bestemmingsplan wordt de ontwikkeling van de beoogde windturbines juridisch-planologisch mogelijk gemaakt.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied Het windturbinepark Beuningen ligt ten zuiden van de A73 bij knooppunt Ewijk. Het plangebied bestaat op dit moment voornamelijk uit agrarische gronden. Het plan gebied is begrensd tot het gebied waar de beoogde windturbines worden gebouwd (opstellocaties), inclusief de overdraai van de rotorbladen en de bestemmingen en aanduidingen voor bijbehorende voorzieningen zoals de kraanopstelplaatsen en de onderhoudswegen. Het windturbinepark heeft een langgerekte vorm die de A73 volgt en wordt onder broken door de A50. Het plangebied ligt binnen de grenzen van gemeente Beuningen en wordt grotendeels begrensd door agrarische gronden. De ligging van het plangebied is in twee stappen tot stand gekomen: 1. de zoekzone windenergie uit het Locatieplan grootschalige opwek Zon en Wind. 2. de voorlopige uitkomsten van het milieueffectrapport Onderstaande figuur toont de ligging van het plangebied.
Toelichting
5
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 1
Plankaart windpark Beuningen.
1.3
Geldende regeling
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Voorliggend bestemmingsplan vervangt ter plaatse van het plangebied de geldende juridische regelingen van de gemeente Beuningen. De geldende regeling is: ^
Bestemmingsplan Buitengebied (2012, gemeente Beuningen)
Op basis van het bestemmingsplan is de realisatie van het windturbinepark niet mogelijk. Het bestemmingsplan Windpark Beuningen vormt daarom het juridischplanologisch kader voor de realisatie en exploitatie van windpark Beuningen. De netaansluiting wordt niet planologisch vastgelegd in het bestemmingsplan, maar wordt mogelijk gemaakt middels een omgevingsvergunning.
1.4
Wettelijk kader
1.4.1
Relatie met Wet ruimtelijke ordening De Wet ruimtelijke ordening (Wro) bepaalt alle inhoudelijke en procedurele eisen, o.a. dat alle ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat een bestemmingsplan digitaal uitwisselbaar moet zijn en
Toelichting m
m
6
Bosch
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
op vergelijkbare wijze moet worden gepresenteerd. Met het oog op het bovenge noemde stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan de digitale en analoge plannen moeten voldoen. Op basis van de Wro en de Elektriciteitswet beschikt de provincie over de bevoegd heid voor het vaststellen van een inpassingsplan. In het geval toepassing wordt ge geven aan deze bevoegdheid zijn Provinciale Staten tevens bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning voor de realisatie van een windpark van meer dan 5 MW en niet meer dan 100 MW. De provincie heeft met de gemeente een overeenkomst getekend over het overdragen van de bevoegdheid.
1.4.2
Relatie met Besluit m.e.r. Europese en nationale wetgeving schrijven voor dat voor activiteiten met potenti eel aanzienlijke milieueffecten de milieueffectrapportage (m.e.r.-procedure) wordt doorlopen. Het doel van milieueffectrapportage is om het milieubelang een vol waardige plaats te geven in de besluitvorming over dergelijke activiteiten. De activiteiten waarvoor dit van toepassing is zijn gegeven in het Besluit m.e.r. De m.e.r.-procedure resulteert in een milieueffectrapport (MER). Er wordt onder scheid gemaakt tussen de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van be paalde plannen (plan-m.e.r.) en projecten (project-m.e.r.). In het Besluit milieueffectrapportage zijn windparken opgenomen in onderdeel D van de bijlage van het besluit. Het betreft categorie D22.2, windparken met een gezamenlijk vermogen van 15 MW of meer, of bestaande uit 10 windturbines of meer. Dit betekent dat voor het plan dat een kader is voor de realisatie (het onder havige bestemmingsplan) een plan-MER moet worden opgesteld.
Onderdeel D. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de proce dure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet van toepassing is Tabel 1: categorie 22.2 uit onderdeel D van de bijlage bij Besluit m.e.r. D22.2
Kolom 1
Kolom 2
Kolom 3
Kolom 4
De oprichting, wij ziging of uitbrei ding van een windturbinepark.
In gevallen waarin de activiteit be trekking heeft op: 1“. een gezamenlijk vermogen van 15 megawatt (elek trisch) of meer, of 2“. 10 windturbi nes of meer.
De structuurvisie, bedoeld in de arti kelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke orde ning, en de plan nen, bedoeld in de artikelen 3.1, eer ste lid, 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van die wet.
Het besluit bedoeld in artikel 6.5, onderdeel c, van de Waterwet, het besluit, bedoeld in arti kel 3, eerste lid, van de Wet windenergie op zee of de beslui ten waarop afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht en een of meer artikelen van afde ling 13.2 van de wet van toepas sing zijn dan wel waarop titel 4.1 van de Algemene wet be stuursrecht van toepassing is.
Omdat de voorgenomen activiteit binnen deze omschrijving past (het voorkeursal ternatief omvat 5 windturbines met een gezamenlijk opgesteld vermogen van 15 Toelichting
7
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
MW of meer), is het oprichten ervan een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Het bestemmingsplan is het kaderstellend plan voor het m.e.r.-(beoordelings)plichtige project en is daarom plan-m.e.r.-plichtig op grond van de Wet milieubeheer. De omgevingsvergunning is m.e.r.-beoordelingsplichtig. Ter voorbereiding en onder bouwing van beide besluiten is een gecombineerd plan- en (vrijwillig) project-MER opgesteld, oftewel een combi-MER. Dat MER is als bijlage bij dit bestemmingsplan en de aanvraag omgevingsvergunning gevoegd. Gecoördineerde voorbereiding De wet milieubeheer (artikel 14.4b) maakt het mogelijk dat, wanneer zoals in dit geval voor één activiteit zowel een plan- als een project-MER worden opgesteld, deze gecombineerd kunnen worden tot één combi-MER. Voor een m.e.r.-beoorde lingsplichtig windturbinepark moet het bevoegd gezag beoordelen of een projectMER ten behoeve van de vergunningaanvraag nodig is. Nu er voor het plan reeds een MER opgesteld dient te worden, is er voor het project deel gekozen aan te slui ten bij het planMER door middel van een combi-MER. Er is daarmee door initiatief nemer voor gekozen geen m.e.r.-beoordeling uit te laten voeren voor het projectdeel, maar direct een MER op te stellen. Dit gecombineerde MER is mogelijk nu de gemeente toepassing heeft gegeven aan coördinatieregeling op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening.
1.5
Leeswijzer Het bestemmingsplan Windpark Beuningen bestaat uit een toelichting, de regels en een verbeelding. De toelichting is als volgt opgebouwd. Na de inleidende para grafen van Hoofdstuk 1, worden in Hoofdstuk 2 de relevante beleidskader weerge geven. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het project en in Hoofdstuk 4 wor den de effecten op de omgeving uiteengezet. De juridische opzet van het plan komt in Hoofdstuk 5 aan bod. Daarop volgend worden in Hoofdstuk 6 de maatschappe lijke en economische uitvoerbaarheid verantwoord.
1.5.1
Aanpassingen t.b.v. lokale milieunormen Tot 30 juni 2021 golden voor geluid, slagschaduw, externe veiligheid en lichtschittering algemeen geldende milieunormen voor windturbineparken, opgenomen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Omdat voor het Activiteitenbesluit ten onrechte geen milieueffectrapport is opge steld zijn deze normen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State buiten toepassing verklaard voor windturbineprojecten die vallen onder bijlage II van de Europese Mer-richtlijn. In de uitspraak wordt expliciet door de RvS genoemd dat een gemeenteraad niet verplicht is aan te sluiten bij de normen uit het Activi teitenbesluit en de Activiteitenregeling. De raad kan er ook voor kiezen om eigen normen te hanteren. Die normen moeten dan zijn voorzien van een actuele, deug delijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden moti vering.
Toelichting
8
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State zijn lokale normen gefor muleerd en onderbouwd. In de volgende onderdelen van het bestemmingsplan zijn hiertoe ambtshalve aanpassingen doorgevoerd: > Toelichting o Paragraaf 4.1 Inleiding o Paragraaf 4.3 ProjectMER o Paragraaf 4.4 Geluid " Subparagraaf 4.4.1 " Subparagraaf 4.4.1.2 " Subparagraaf 4.4.1.4 (onderschrift tabel 4) " Subparagraaf 4.4.1.6 " Subparagraaf 4.4.1.8 " Paragraaf 4.12 Lichtschittering
Bijlagen bij toelichting o Bijlage L Oplegnotitie Geluid o Bijlage M Oplegnotitie Slagschaduw o Bijlage N Oplegnotitie Externe Veiligheid >
Regels o
o o
Artikel 1, Begrippen: " (beperkt) kwetsbaar object " gevoelig object " kantoren " reken- en meetvoorschrift windturbines Artikel 2, Wijze van meten: " afstand tussen windturbine en objecten Artikel 4, lid 4.4 Voorwaardelijke verplichting " Lid 4.4.2 Veilig gebruik luchtruim " Lid 4.4.3 Mitigatie slagschaduw en lichtschittering " Lid 4.4.4 Geluid " Lid 4.4.5 Externe Veiligheid
De hierboven genoemde toegevoegde bijlagen bij de toelichting (oplegnotities) die nen deels ook ter onderbouwing van de omgevingsvergunningaanvraag.
Toelichting
9
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Hoofdstuk 2 Ruimtelijk beleid
Toelichting
10
« #
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
2.1
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Inleiding De Wet ruimtelijke ordening (Wro) gaat uit van een scheiding tussen beleid en normstelling (juridische verandering). Het beleid wordt opgenomen in de structuurvisies.
2.2
Rijksbeleid De Raad en Europees parlement hebben richtlijn 2009/28/EG vastgesteld op grond waarvan Nederland wordt verplicht om in 2020 14% van het totale bruto eindver bruik aan energie op te wekken met behulp van hernieuwbare bronnen. Deze richt lijn vormt de basis voor het rijksbeleid ten aanzien van de opwekking van duurzame energie. Om tot een duurzame energiehuishouding te komen heeft het toenmalige Ministe rie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (min. EL&I) in het energierapport (2011)1 vastgelegd te willen investeren in duurzame energie. Dit heeft onder andere geresulteerd in de landelijke doelstelling om in 2020 minstens 6.000 Mega watt (MW) aan windenergie op land te hebben staan. In de Structuurvisie Infra structuur en Ruimte (SVIR)2 geeft het rijk aan dat de overgang naar duurzame ener gie om meer ruimte vraagt. Om te waarborgen dat er in Nederland voldoende ruimte wordt gereserveerd voor windenergie, zijn in samenwerking met de provin cies kansrijke gebieden aangewezen. Dat is gebeurd op landschappelijke en natuur lijke kenmerken van een gebied enerzijds en het windaanbod anderzijds. In het SER Energieakkoord3 zijn de doelen nog eens bevestigd en vastgelegd. In de Structuur visie Wind op Land4 (SVWOL) is - na overleg met de provincies - ook een doelstelling opgenomen voor de hoeveelheid gerealiseerd vermogen per provincie in 2020.
De provincie Gelderland heeft een doelstelling van 230,5 MW wind op land in 2020. In de SVWOL zijn binnen de provincie Gelderland geen gebieden aangewezen voor grootschalige windenergie. Om de doelstelling van 6.000 MW te halen is het echter noodzakelijk dat ook buiten deze gebieden ruimte wordt geboden voor kleinere windturbineparken. Provincies moeten daarvoor locaties aanwijzen of hebben dit reeds gedaan. Inmiddels is op 28 juni 2019 ook het nationale Klimaatakkoord gepubliceerd door het kabinet. Het doel is om ten minste 35 terawattuur (TWh) aan hernieuwbare energie op land te realiseren. Ook hier zullen decentrale overheden een rol in krij gen, al zal de invulling waarschijnlijk techniekneutraal zijn. Techniekneutraal bete kent dat er geen specifieke techniek is voorgeschreven om het doel aan hernieuw bare energie op land te realiseren. De uitwerking van deze doelstelling van 35 TWh zal uitgevoerd worden in de regionale energiestrategieën (RES). De RES is een in strument om te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur.
1 Ministerie van EL&I, Energierapport 2011 (2011) 2 Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, 13 maart 2012 3 Sociaal Economische Raad, Energieakkoord voor Duurzame Groei, september 2013 4 Structuurvisie Windenergie op land, 31-03-2014
Toelichting
11
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
In Nederland is windenergie één van de goedkoopste manieren om duurzame ener gie op te wekken. Bij windenergie door middel van windturbines behoren de kosten per opgewekte kWh tot de laagste van alle duurzame opwekkingsvormen. Om aan de ambitieuze doelstelling voor hernieuwbare energie op land te voldoen zal wind energie komende jaren één van de meest kosteneffectieve wijzen om hernieuw bare energie te produceren zijn. Windpark Beuningen kan hier een belangrijke bij drage in leveren.
2.3
Provinciaal beleid De provinciale doelstellingen ten aanzien van het ruimtelijk beleid zijn vastgelegd in de provinciale Omgevingsvisie en de provinciale Omgevingsverordening (decem ber 2018). De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de geconsolideerde Omgevings verordening gaan om duurzame economische structuur en het borgen van de kwa liteit van de leefomgeving in Gelderland. Dit vormt de basis voor de meeste plannen die de provincie de komende jaren wil maken. Een aspect dat volgens de provincie zowel de economische doelstelling als de kwa liteit van de leefomgeving aangaat is de productie van hernieuwbare energie. Gel derland heeft de ambitie in 2020 een aandeel van 14% hernieuwbare energie te hebben en door te groeien naar energieneutraliteit in 2050. Provincie Gelderland realiseert zich dat elk duurzaam potentieel met voldoende maatschappelijk draagvlak dient te worden benut. Derhalve is in 2018 de 'Windvisie Gelderland' opgenomen in de provinciale omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' met bijbehorende kaart (Figuur 2). Binnen de gemeentegrenzen van Beuningen heeft de provincie de volgende gebieden aangewezen: ^ Windenergie kansrijke locaties extra ontwikkeling - locaties voor de langere ter mijn. ^ Windenergie mogelijk - hier zijn op voorhand geen belemmeringen voorzien.
^ Windenergie aandachtsgebied - hierbij zijn specifieke objecten die aandacht behoeven bij de ontwikkeling van windenergie. ^ Verkenningsgebied voorwaarden windturbines Gelders natuurnetwerk - in ge vallen bij versterking kernkwaliteiten. ^ Windenergie solitaire windturbines uitgesloten. ^ Windenergie niet kansrijk - bij gemeentelijk draagvlak wordt onderzoek naar combinatie met onderliggende functie ondersteund.
Toelichting
12
Bosch
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 2
Kaart 2: Themakaart Ruimtelijk beleid. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Provinciaal beleid Windenergie kansrijke locaties voor extra ontwikkeling INedēr]Bētũwëi
Windenergie in GNN onder voorwaarden mogelijk Windenergie solitaire windturbines uitgesloten Windenergie vastgestelde locaties Windenergie mogelijk Windenergie aandachtsgebied Windenergie uitgesloten provinciaal beleid Windenergie niet kansrijk
'Drutenļ
Druten
Druten]
Nijmege
Wijchen
Bosch
ľĵ îxperts
van Rijn energy
In de naburige gemeente Nijmegen heeft de provincie locaties voor windenergie opgenomen in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Deze locaties (paarse vlekken in bovenstaande figuur) zijn specifiek gereserveerd voor windenergie.
2.4
Gemeentelijk beleid Energievisie Energiek Beuningen In 2017 is de Energievisie 'Energiek Beuningen' vastgesteld. Deze visie geeft aan waar Beuningen op het gebied van duurzame energie nu staat, en wat er gedaan moet worden om in uiterlijk 2040 energieneutraal te zijn. In de energievisie is niet aangegeven waar, hoe en onder welke voorwaarden deze nieuwe duurzame ener giesystemen in Beuningen moeten komen. In de visie is aangegeven dat invulling van deze opgave in samenwerking met haar inwoners moet worden opgepakt. Cen trale vraag in dit proces was: Hoe en waar kunnen we 731 TerraJoule (TJ) aan duur zame energie in Beuningen gaan opwekken? In het gebiedsproces is gebleken dat daarvoor op dit moment alleen windenergie en zonnevelden, op land óf drijvend op plassen, in beeld zijn. Advies gebiedsraad: Locatieplan grootschalige opwek Zon en Wind In het Locatieplan is een advies uitgebracht over de invulling van de opgave van 731 TJ. De optimale locatiekeuzes voor windturbines en/of zonnevelden met een afwe ging over het voorkomen of beperken van hinder door geluid en slagschaduw. Ook de landschappelijke inpassing, landschappelijke beleving, zuinig ruimtegebruik en de ecologische effecten worden beschouwd. De Gebiedsraad adviseert over finan ciële participatie, het duurzaamheidsfonds en de rol van een lokale energiecoöperatie.
Daarbij adviseert de Gebiedsraad over eigendom én opbrengst (in geld en in stroom) van de grootschalige energieprojecten.
Toelichting m
m
13
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Raadsvoorstel Advies gebiedsraad: Locatieplan grootschalige opwek Zon en Wind In de vergadering van de raad van 9 april 2019 heeft de gemeenteraad van Beunin gen besloten de grootschalige opwek van zonne- en windenergie, onder voorwaar den, mogelijk te maken. Er is ten aanzien van windenergie onder andere het vol gende besloten: ^
In de gemeente Beuningen de grootschalige duurzame energie in het buiten gebied op te wekken middels zonnevelden en windturbines, in beginsel in de verhouding 1/3 zon en 2/3 wind.
Het zoekgebied uit te breiden richting de westgrens van de gemeente (zie Figuur 2). ^
Binnen het zoekgebied moeten de te realiseren windturbines naast de wette lijke normen voldoen aan de volgende randvoorwaarden: o De windmolens moeten in samenhang en in een enkelvoudige lijnopstelling parallel aan en ten zuiden van de A73 en N322 (Maas & Waal weg) geplaatst worden. o Slagschaduw op burgerwoningen wordt tot nul gereduceerd door middel van een bovenwettelijke stilstandsregeling. o Geluid op burgerwoningen voldoet minimaal aan de wettelijke Lden norm van 47 dB(A), bovenwettelijke maatregelen worden in de MER-procedure onderzocht.
^
Het eigendom en de exploitatie van een windmolenpark moet voor 50% in han den komen van een lokale energiecoöperatie.
^
De 'lusten' van het te ontwikkelen windmolenpark moet ten goede komen aan de Beuningse samenleving. In dit kader hanteert de gemeente de volgende randvoorwaarden en uitgangspunten: o De minimale bijdrage voor het duurzaamheidsfonds moet aansluiten bij de gedragscode NWEA (CO^O/MWh, peiljaar 2019). o Er wordt, via het college, nadere uitwerking gegeven aan de besteding van de middelen uit het duurzaamheidsfonds. Bij voorkeur met deelname van inwoners uit iedere kern. o De grondvergoeding moet aansluiten bij de hoogte van de grondvergoeding zoals vermeld in de SDE+ regeling of de opvolger daarvan. o Er komt een sociale grondvergoeding van minimaal 20%. Dit houdt in dat minimaal 20% van de grondvergoeding ten goede komt aan de eigenaren van omliggende percelen. o Door middel van compensatieregelingen voor omwonenden, gesociali seerde grondcontracten, een lokaal duurzaamheidsfonds en participatie mogelijkheden vloeit een deel van de opbrengsten terug naar de Beuningse samenleving.
Inhakend op het onderzoeksgebied voor zonne- en windenergie is een amende ment op het raadsvoorstel ingebracht waarmee het besluit ziet op het uitbreiden van het onderzoeksgebied in westelijke richting.
Toelichting
14 m
m
m
Bosch
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
Inhakend op de participatieve component zijn amendementen op het raadsvoorstel ingebracht waarmee het besluit ook ziet op lokaal eigenaarschap van het windpark. Streven is dat een lokale energiecoöperatie (voor circa 50%) eigenaar en exploitant wordt van het te realiseren windpark. Figuur 3
Zoekzone windenergie (bijlage 2b raadsvoorstel 9 april 2019)
Energieas Zoekzone wind
.4 •kl. ' k
2.5
Conclusie Het initiatief past in het nationale beleid en draagt bij aan de doelstelling van 6.000 MW op land in 2020 en aan de doelstelling van 35 TWh in de regionale energiestrategieën (RES). De locatie past in het provinciaal beleid gezien de aanduidingen 'Windenergie kansrijke locaties extra ontwikkeling' en 'Windenergie mogelijk' op genomen in kaart 5 van de provinciale omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' en in het licht van de doelstelling van 230,5 MW opgesteld vermogen aan windenergie in 2020. Tot slot draagt de voorgenomen ontwikkeling van een windturbinepark in de doelstelling van gemeente om energieneutraal te zijn in 2040 en volgt de planvor ming op de vaststelling van de Energievisie.
Toelichting
15
# #
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving en ruimtelijke afweging
Toelichting
16
« #
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
3.1
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Inleiding In dit hoofdstuk wordt het project verder uiteengezet en ruimtelijk onderbouwd. Daarbij is gebruikgemaakt van het ruimtelijk beleid dat in Hoofdstuk 2 is beschreven en de uitkomsten van het milieuonderzoek die in Hoofdstuk 4 nader aan bod ko men. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens ingegaan op het project en de ruim telijke afweging.
3.2
Project en locatie De locatie voor Windpark Beuningen is in de Omgevingsvisie van de provincie Gel derland opgenomen onder 'windenergie kansrijke locaties voor extra ontwikkeling' en 'Windenergie mogelijk'. Tevens heeft de gemeenteraad op 9 april 2019 in begin sel ingestemd met realisatie van windenergie op het grondgebied van de gemeente Beuningen. Hier zijn een aantal randvoorwaarden opgelegd en een zoekgebied vastgelegd. Een randvoorwaarde is dat de opstelling moet stroken met het advies van de gebiedsraad. Hierdoor ligt de locatie vast. Namelijk de zoekzone die is vast gesteld door de gemeenteraad. Dit komt ongeveer overeen met de alternatieven B en C uit het planMER. Het planMER laat zien dat de zoekzone op milieutechnische gronden geschikt is voor de ontwikkeling van een windpark en dat er geen duidelijk betere alternatieve locaties binnen de gemeente liggen. Op basis van het beleid van de gemeente Beuningen en het planMER zijn binnen de zoekzone, zoals vastgesteld door de gemeenteraad, enkele alternatieven onder zocht die variëren in windturbineklasse en aantal windturbines. Windpark Het windpark zal bestaan uit 5 windturbines met een ashoogte van minimaal 140 en maximaal 170 meter en een rotordiameter van minimaal 150 en maximaal 180 meter. De tiphoogte is maximaal 245 meter. Infrastructuur Bij aanleg van het windpark wordt tevens ontsluiting aangelegd.
De initiatiefnemer zorgt voor ontsluiting van de kavels door de aanleg van onderhoudswegen, die ge schikt zijn voor bouw- en onderhoudsverkeer. Voor de windturbines worden per manente kraanopstelplaatsen aangelegd ten behoeve van de bouwkranen en on derhoud. Met de civiele ontsluiting van het windpark is in dit plan rekening gehou den. Netaansluiting De door de windturbines geproduceerde elektriciteit wordt via een schakel- of transformatorstation van laagspanning naar middenspanning opgewerkt. De middenspanningskabels van de windturbines worden onder of naast de aan te leggen onderhoudswegen gelegd en aangesloten op een zogenaamd inkoopstation. In het inkoopstation wordt het windpark aangesloten op het netwerk van de netbeheer der. De windparkbekabeling en de kabelverbinding met de elektriciteitsnetwerk zijn planologisch niet relevant en worden in het bestemmingsplan niet apart be stemd.
Toelichting
17
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Te behouden functies De bestaande agrarische en andere functies binnen het plangebied blijven groten deels behouden, met dien verstande dat de wieken van de opgerichte windturbines over deze gronden zullen draaien.
3.3
Ruimtelijke afweging
3.3.1
Huidige situatie Het windpark Beuningen bevindt zich bij het knooppunt Ewijk. Het ligt ten zuiden van de dorpen Beuningen, Ewijk en Winssen, aan weerszijden van de A50 en wordt aan de noordzijde begrensd door de A73, het knooppunt Ewijk en de N322 (Maas en Waalweg). Het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische gronden.
3.3.2
Autonome ontwikkelingen Geertjesgolf Geertjesgolf betreft een zandwinproject in ontwikkeling gelegen in het Winssensche Veld ten zuiden van Winssen en in de uiterwaarden van de Waal bij Deest. Gedurende 15 jaar zal in dit gebied zand (beton- en metselzand en ophoogzand) en grind worden gewonnen voor de bouwgrondstoffenvoorziening. De binnendijks in de polder gelegen plassen die door de winning zullen ontstaan worden ingericht als natuur- en recreatiegebied. Tevens zullen er natuurwaarden aan de randen van het gebied worden gerealiseerd. Grondbank De grondbank bevindt zich in de noordoostoksel van knooppunt Ewijk. Hier vindt ontwikkeling plaats van de verontdieping van een voormalige zandwinplas. Tevens wordt er een geluidswal ontwikkeld. Het betreffende gebied is reeds in ontwikkeling Beuningse plas Ten zuidoosten (tussen de ARN en de A73) van het dorp Beuningen wordt er een zandwinproject opgestart. Hierdoor zal er in de toekomst een recreatieve water plas: De Beuningse Plas ontstaan. De komende jaren wordt deze plas uitgegraven en zal de omgeving worden ingericht. Het idee is dat het project in 2035 is afgerond.
Toelichting
18
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
3.3.3
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Niet meegenomen ontwikkelingen Wind Wijchen Ten noorden van Woezik in de gemeente Wijchen zijn er plannen om een windpark te realiseren van 3 windturbines. Doordat er nog geen officiële stukken zijn gepu bliceerd kunnen de effecten van dat windpark nog niet worden meegenomen in het MER. Als planvorming officieel wordt voordat het MER is afgerond worden de ef fecten alsnog meegenomen in het MER. Woningontwikkeling Hoge Woerd Ten noorden van bedrijventerrein Schoenaker is de ontwikkeling van stedenbouw kundige verkaveling gaande, ten behoeve van woningbouw. Het ontwerpbestemmingsplan is nog niet gepubliceerd, waardoor deze ontwikkeling nog niet als auto nome ontwikkeling wordt meegenomen. NB. In de nabijheid van de woningontwikkeling Hoge Woerd bevinden zich reeds bestaande objecten met een woonfunctie. Voor de bestaande woningen worden de milieueffecten wel inzichtelijk gemaakt. Hierdoor ontstaat er wel een beeld van de milieueffecten door het windpark op de woningontwikkeling Hoge Woerd.
Toelichting
19
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Hoofdstuk 4 Milieueffecten
Toelichting
20
« #
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
4.1
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Inleiding Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie moet de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan worden aangetoond en moet in het plan worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor het bestemmingsplan relevant zijn. In elke paragraaf wordt achtereenvolgens een samenvatting van het toetsingskader gegeven, gevolgd door een korte beschrijving van de milieueffecten zoals beschreven in het Milieueffectrapport (MER). Vervolgens is per aspect een conclusie opgenomen over de aanvaardbaarheid van het plan, gelet op de uitkom sten van het onderzoek. Voor de sectorale aspecten die tevens zijn onderzocht in de bijbehorende milieueffectrapportage (MER) geldt dat de resultaten en conclusies zijn gebaseerd op de informatie uit het concept MER. Voor een uitgebreide beschrijving van de (techni sche) onderzoeken wordt verwezen naar het MER Windpark Beuningen. Tot 30 juni 2021 golden voor geluid, slagschaduw, externe veiligheid en lichtschittering algemeen geldende milieunormen voor windturbineparken, opgenomen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling.
Omdat voor het Activiteitenbesluit ten onrechte geen milieueffectrapport is opge steld zijn deze normen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State buiten toepassing verklaard voor windturbineprojecten die vallen onder bijlage II van de Europese Mer-richtlijn. In de uitspraak wordt expliciet door de RvS genoemd dat een gemeenteraad niet verplicht is aan te sluiten bij de normen uit het Activi teitenbesluit en de Activiteitenregeling. De raad kan er ook voor kiezen om eigen normen te hanteren. Die normen moeten dan zijn voorzien van een actuele, deug delijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden moti vering. In onderstaande paragrafen wordt, naast een beschrijving van de milieuef fecten van Windpark Beuningen, tevens een onderbouwing van lokale normen ge geven.
4.2
CombiMER De Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage 1994 maken onder scheid in: > >
Een m.e.r.-plicht voor plannen (plan-m.e.r.); Een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor projecten (project-m.e.r.).
Het doel van de milieueffectrapportages (planMER en projectMER) is ervoor zorgen dat milieuaspecten volwaardig worden meegenomen in de besluitvorming. Een mi lieueffectrapportage staat niet op zichzelf, maar is een hulpmiddel bij de besluit vorming van de overheid over een plan of project. Het oprichten van een windpark van meer dan 10 windturbines, of met een ver mogen van 15 MW of meer is genoemd in onderdeel bijlage 1, onderdeel D van het Toelichting
21
Bosch
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
Besluit m.e.r. Op de activiteiten in deze zogeheten D-lijst is geen directe projectm.e.r.-plicht van toepassing maar geldt de m.e.r.-beoordelingsplicht. De gemeente Beuningen heeft ervoor gekozen om een MER op te stellen vooruit lopend op het instappen van een initiatiefnemer in het proces. Daarmee is de m.e.r.-beoordelingsplicht komen te vervallen. Het MER bevat de onderbouwing voor de locatiekeuze (planMER), maar zal ook voor de projectinrichting en vergun ningverlening (projectMER) gebruikt worden. Combinatieprocedure projectMER en planMER Nu zowel een projectMER wordt gemaakt en een planMER moet worden opgesteld, schrijft artikel 14.4b van de Wet milieubeheer voor dat de m.e.r.-procedures en de procedure voor het bestemmingsplan gecombineerd en gelijktijdig worden doorlo pen en dat één gecombineerd MER wordt gemaakt. Kortheidshalve wordt daarom gesproken over de 'combinatieprocedure' en enkel nog over 'het MER'. Voor een toelichting op het planMER-gedeelte wordt verwezen naar hoofdstuk 5 en 6 van het MER (zie bijlage A bij deze toelichting).
4.3
ProjectMER Het projectMER beoordeelt 3 inrichtingsalternatieven die merendeels gelegen zijn binnen de zoekzone windenergie. Bij het formuleren van de alternatieven is ge tracht een zo groot mogelijke bandbreedte op te spannen voor wat betreft het aan tal windturbines en de grootte ervan. De reden dat er een zo grootmogelijk band breedte is aangehouden is om de minimale en maximale milieueffecten in beeld te brengen. Tabel 2 geeft de eigenschappen van de alternatieven; Figuur 4 toont de afmetingen en Figuur 5 de ligging. Alle MERalternatieven zijn enkele lijnopstellingen. De zoekzone geeft geen ruimte voor alternatieve parkvarianten zoals een cluster.
Tabel 2
Toelichting
Technische eigenschappen alternatieven
Alternatief
1
2
3
Aantal windturbines
4
6
8
Ashoogte (m)
165
140
120
Rotordiameter (m)
160
140
120
Tiphoogte (m)
245
210
180
22
Bosch
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 4
Schematische weergave van de afmetingen van de 3 MERalternatieven. 245 m
210 m 180 m 160 m
120 m
165 m
140 m
120 m
Alternatief 1
Figuur 5
Alternatief 2
Alternatief 3
Overzicht ProjectMER-alternatieven van Windpark Beuningen. W 'em van Aa s
n e.:c: - (i
KOOISTRAAT
Beuningen
M.V .Schoenaker
ffaoqeV^d. Bcrgharcn
Alternatief 1
Gom Beunni
De Groene Heuvtjiį
-Cvi.i'ļįxierland. «m Willem van Aànľ^wvrwjmm
KOoisnuar
Beuningen
Borgharen
Alternatief 2
rRecreatiegetoicd ž De Groene Heuvels)
-ĽVt Npoerfand
Wnlem VŵnAaìĩT
«OOISTRMr
Beuningen
MK ifoòqiy
’Schoenaker
Bergharcn
,©m. Rvcreerttegebted
Alternatief 3
De Groene HcuveĵsŸ
M/’
Bosch
van Rijn
perts In renewable energy |
Toelichting
23
e o
Bosch
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
4.4
Voorkeursalternatief Mede op basis van de resultaten van het MER is een voorkeursalternatief (VKA) gedefinieerd, bestaande uit vijf windturbines waarvan de locaties vastliggen (Zie Figuur 6). Het bepalen van het VKA is een iteratief proces geweest waarbij verschillende pij lers een invloed spelen op de totstandkoming van het VKA. Naast milieueffecten is het VKA ook gebaseerd op de uitvoerbaarheid en lokaal en politiek draagvlak. Hoe wel de gemeente een sturende rol heeft bij de keuze voor het VKA ligt de eindbe slissing bij de partij die de vergunningaanvraag gaat indienen: de initiatiefnemer.
Figuur 6
VKA windturbineposities.
"ffMSrRAWEC 1,3 km
WinssensclfêK'eld Hoeve
ingakker
ĶñpĮEŴ.jhļ
V Schoenaker»
*J'**Jİ. Het Broeky
Ewijksche Velden 0
I r‘si
Gem. Beuningen
Recreatiegebied ' \ r De Groene Heuvels
Ŵijksche BroekS
ĽftARSI
Beuningsche Veldf
Ewijksche Brock^*1**1|ÿ
Voorkeursalternatief
inenũèest
Hemen
fompbroek rnsche Broek
Hoge Brug Ŵèzelxhe Veld
-vU- Bosch
DE DREEF
van Rijn
exDerts experts in renewable i energy
Naast de keuze in opstelling is ook een keuze in afmetingen gemaakt. Er is een bandbreedte in afmetingen onderzocht om zo in de uitvoeringsfase keuze te heb ben in leveranciers van turbines: Tabel 3
Afmetingen windturbines voorkeursalternatief in meters (bandbreedte).
Ashoogte Rotordiameter Tiphoogte
Toelichting
Minimaal 140 150 215
Maximaal 170 180 245
24
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
4.4
Geluid
4.4.1
Toetsingskader
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Tot voorkort waren er rechtstreeks geldende geluidsnormen voor windparken op genomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer: 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Omdat voor het Activiteitenbesluit ten onrechte geen milieueffectrapport is opgesteld zijn deze normen door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State buiten toepassing verklaard voor windturbineprojecten die vallen onder bijlage II van de Europese Mer-richtlijn. In de uitspraak wordt expliciet door de RvS genoemd dat een gemeenteraad niet verplicht is aan te sluiten bij de normen uit het Activiteiten besluit en de Activiteitenregeling. De raad kan er ook voor kiezen om eigen normen te hanteren. Die normen moeten dan zijn voorzien van een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden motivering. Deze paragraaf bevat een motivering voor een gemeentelijke milieunorm voor geluid van windturbi nes. Deze motivering is: > Actueel: er is uitgegaan van de nieuwste gegevens als het gaat om nabijgelegen woningen en windturbinetypen. Uit onderzoek is tevens gebleken dat de gehanteerde dosis-effectrelatie, hoewel daterend uit 2008, in de tussentijd niet is betwist in wetenschappelijke publicaties en in 2018 opnieuw is gebruikt in een rapportage van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).
> Deugdelijk: de berekeningen zijn uitgevoerd conform het Reken- en Meetvoorschrift windturbi nes en baseren zich op wetenschappelijke publicaties van gerenommeerde kennis-instituten als TNO en het RIVM. > Op zichzelf staand en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden: de motivering is speci fiek voor de situatie van Windpark Beuningen. In plaats van de norm te baseren op algemene hinderpercentages is een inschatting gemaakt van het daadwerkelijke aantal verwachte ernstig gehinderden, waarbij de specifieke windturbinelocaties en de ligging van bijna 3.000 woningen in de wijde omgeving zijn betrokken. Ook zijn het lokale windaanbod en de afmetingsklassen die het bestemmingsplan Windpark Beuningen mogelijk maakt toegepast bij de inschatting van het productieverlies als gevolg van diverse normhoogtes.
Dosis-effectrelatie
4.4.1.1
Hoewel er geen milieueffectrapport is uitgevoerd voor de windturbinenormen uit het Activiteitenbesluit neemt dat niet weg dat er een inhoudelijke onderbouwing voor de voorheen toegepaste milieunormen bestaat. TNO heeft de dosis-effectre latie voor windturbinegeluid bepaald (Janssen, Vos, & Eisses, 2008). Dat wil zeggen: hoe groot is het effect bij verschillende geluidsniveaus. De onderzoeksresultaten zijn ook gepubliceerd in een wetenschappelijk tijdschrift (Janssen & Vos, Eisses, & Pedersen, 2011). Hoewel windturbines in de afgelopen jaren groter zijn geworden is deze dosis-effectrelatie nog steeds geldig. Dit blijkt onder andere uit een recent WHO-rapport (Environmental Noise Guidelines for the European Region, 2018), dat zich baseert zich op diezelfde publicatie en komt tot dezelfde conclusies*5.
5
Toelichting
Daarbij moet worden opgemerkt dat het WHO-rapport een uitspraak doet over hinder buitenshuis, terwijl motivering voor de 47 dB Lden zich baseert op de hinderpercentages binnenshuis. Dit ver klaart waarom de hinderpercentages in het WHO rapport afwijken van de hier genoemde percenta ges.
25
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Diverse recente onderzoeken hebben gekeken naar de gezondheidseffecten van het geluid van windturbines. ^ In 2017 en 2018 heeft het RIVM een grootschalig literatuuronderzoek uitge voerd (van Kamp & van den Berg, Health Effects Related to Wind Turbine Sound, Including Low-Frequency Sound and Infrasound, 2018) waarin 32 we tenschappelijke artikelen uit de periode 2009-2017 zijn geanalyseerd. Dit on derzoek concludeert: Geluid van windturbines leidt tot meer hinder dan geluid van andere bronnen. Er is geen bewijs voor een specifiek effect van de laagfrequente component noch van infrageluid. > Een recent literatuuronderzoek van het RIVM (van Kamp & van der Berg, Health effects related to wind turbine sound: an update, 2020) concludeert dat uit beschikbare literatuur niet blijkt dat laagfrequent geluid van windturbines voor extra hinder zorgt ten opzichte van 'gewoon' geluid. De literatuur liet zien dat omwonenden minder hinder hebben van windturbines als ze betrokken worden bij de plaatsing ervan. Er zijn geen onderzoeken waarin de kwantitatieve relatie tussen de hoeveelheid geluid en de hoeveelheid hinder uit het oorspronkelijke onderzoek (Janssen, Vos, & Eisses, 2008) wordt betwist. 4.4.1.2
Geluidsdosismaat Lden en Lnight
Volgens richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement dient omgevingsgeluid in alle lidstaten op dezelfde wijze behandeld te worden. De geluidbelasting dient daarbij in decibel (dB) Lden of dB Lnight te worden uitgedrukt. De geluidbelasting in dB Lden wordt ook wel de dag-avond-nachtgeluidsbelastingsindicator genoemd. Lden is een berekend gewogen jaargemiddelde van de geluidsbelasting tijdens de dag-, de avond- en de nachtperiode. De avond- en nachtperiode krijgen een opslag van respectievelijk +5 en +10 omdat in deze periode geluid hinderlijker wordt erva ren en deze periodes worden derhalve zwaarder meegewogen. De geluidbelasting in dB Lnight de nachtgeluidsbelastingsindicator. Voor het bepalen van de hinder wordt gebruik gemaakt van Lden. Lnight wordt gebruikt om effecten die kunnen leiden tot slaapverstoring te bepalen. Voor bijzondere geluidbelasting situaties zijn aanvullende indicatoren tevens mogelijk. Redenen hiervoor kunnen bijvoorbeeld zijn: > Combinatie van geluid uit verschillende bronnen; > Relatief stille zones in het buitengebied; > De lage frequentiecomponent (LFG) van het geluid is sterk; Windturbinegeluid is, ten opzichte van andere geluidbronnen, relatief constant van karakter. De maximale optredende geluidniveaus die door een windturbine worden veroorzaakt zijn circa 2-4 dB(A) hoger dan het optredende jaargemiddelde geluid niveau van een windturbine6 .
Bij een geluidbelasting van 47 dB Lden op een punt is het daadwerkelijk ervaren gemiddelde geluidniveau7 op de gevel (bij hoge wind snelheden op ashoogte) circa 43-45 dB(A).
6 Nederlandse geluidsnormen in internationaal perspectief, E. Koppen, Arcadis, Windnieuws nr. 4 2015. 7 De daadwerkelijk ervaren geluidsniveaus zijn lager dan het gewogen Lden gemiddelde omdat de Ldenwaarde straffactoren bevat voor geluid in de avond en de nacht.
Toelichting
26
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
De hoeveelheid geluid die een windturbine produceert is afhankelijk van het geluidsbronvermogen van de windturbine. Het geluid van een windturbine kan des gewenst worden beperkt door toepassing van een voorziening op de bladen of door het vermogen te reduceren. Dit leidt tot verlies van energieproductie. De hoeveel heid geluid heeft tevens een rechtstreeks verband heeft met de optredende wind snelheid. Tot een bepaalde windsnelheid neemt de geluidsproductie toe, vanaf deze specifieke windsnelheid blijft de geluidsproductie gelijk. De windsnelheid is door het KNMI voor geheel Nederland op ashoogtes tussen 10 en 260 meter boven het maaiveld de windverdelingen beschikbaar gesteld. Met deze verdelingen kan een goede voorspelling per beoordelingsperiode worden gegeven van de te ver wachten geluidbelasting op de omgeving. Gezien het constante karakter van windturbinegeluid (de verschillen tussen dag-, avond- en nachtperiode zijn beperkt) is er op zichzelf geen aanleiding een Lnight normering te stellen aanvullend op een Ldennormering. Bij constante geluidni veaus bedraagt het verschil tussen de geluidbelasting in dB Lden en dB Lnight circa 6 dB en biedt een aparte norm voor Lnight geen extra bescherming, tenzij deze 7 dB of meer lager is dan de Lden-normering.
Daarnaast kan er op basis van onder zoeken nog geen conclusie worden getrokken over de samenhang tussen geluid van windturbines en slaapverstoring8. De WHO geeft in haar rapport van 2018 dan ook geen advies over een Lnight-norm voor windturbines. 4.4.1.3
Normgrens en hinder
Voor de 'oude' grenswaarde van 47 dB Lden blijkt uit een vergelijking met de dosis effect-relatie dat bij deze waarde circa 9% ernstige hinder kan worden verwacht. Deze grenswaarde is goed vergelijkbaar met het aantal ernstig gehinderden bij de normering voor wegverkeer, railverkeer en industrielawaai. Onderstaande grafiek geeft de relatie tussen Lden en het percentage ernstig gehinderden (binnenshuis) bij verschillende bronnen weer. De rode cirkels zijn de grenswaarden voor weg- en railverkeer, waarbij dus ook ca. 9-1^ ernstig gehinderden aanvaardbaar wordt ge acht. Het feit dat dit hinderpercentage bij windturbine al bij een lager geluidsniveau optreedt komt doordat windturbinegeluid als hinderlijker wordt ervaren dan geluid van overige bronnen, bijvoorbeeld door het kenmerkende ritmische karakter van het geluid van de wieken die de mast passeren, de zogenaamde amplitudemodulatie.
8 Factsheet gezondheidseffecten van windturbinegeluid, RIVM, augustus 2021.
Toelichting
27
Bosch
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 7
Relatie tussen Lden en het percentage ernstig gehinderden (binnenshuis) bij verschillende bronnen (Verheijen, et al., 2009). Bij 47 dB Lden geluidsbelasting van windturbines (blauwe lijn) hoort een ernstig-gehinderdenpercentage van ca. 9%. De normen voor railverkeer (68 dB Lden) en wegverkeer (58 dB Lden) zijn met rode cirkels weergegeven en leiden tot vergelijkbare hinderpercentages. —m—w indturbines —*—wegverkeer —o—railverkeer —x—vliegverkeer Schiphol 50 40 30
y
20
v
X y ^
10
0 .. T
mmmm " 55
Ld8n [dB]
4.4.1.4
Aantal gehinderden vs. Opbrengstderving
Voor Beuningen is een uitgebreid akoestisch onderzoek uitgevoerd, waarmee in beeld is gebracht hoeveel geluid het beoogde windpark veroorzaakt op alle wonin gen in de wijde omgeving (tot op zo'n afstand dat hinder niet optreedt). Daarbij is zowel een heel stil als een heel luid windturbinetype doorgerekend, om het bereik van het mogelijke effect inzichtelijk te maken. Het te bouwen windturbinetype is namelijk ten tijde van vergunningverlening nog niet bekend. De combinatie van deze gegevens met bovenstaande dosis-effectrelatie leidt tot een inschatting van het (statistische) aantal ernstig gehinderden. Zie de oplegnotitie geluid (Bijlage Bij lage L) voor een uitgebreide toelichting op deze berekening. Uit deze berekening blijkt dit aantal ernstig gehinderden te variëren van 18 perso nen bij het stilste type tot 25 personen bij het luidste type. Met andere woorden: bij toepassing van een geluidsnorm waarbij de windturbines de 47 dB Lden niet mogen overschrijden zullen er ca. 18-25 ernstig gehinderden zijn. Een strengere geluidsnorm betekent dat windturbines een grotere afstand tot wo ningen moeten aanhouden, stiller moeten zijn, of bepaalde tijden in een geluidsreducerende modus moeten draaien, wat gepaard gaat met opbrengstverlies.
Om voor WP Beuningen een actuele, deugdelijke, op zichzelf staande en op de aan de orde zijnde situatie toegesneden belangenafweging te maken, zijn de volgende za ken in beeld gebracht: ^ het verband tussen de maximale toegestane jaargemiddelde geluidsbelasting (in dB Lden) en het verwachte aantal ernstig gehinderden, ^ het verband tussen de maximale toegestane jaargemiddelde geluidsbelasting en hoeveel minder elektriciteit het windpark kan produceren doordat er be paalde periodes moet worden 'teruggeregeld' om aan die geluidsnorm te kun nen voldoen.
Toelichting
28 m
m
m
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Hiertoe zijn berekeningen uitgevoerd met een representatief windturbinetype dat qua geluid tussen de onder- en bovengrens van de vergunning zit. Onderstaande tabel en figuur vatten samen: Tabel 4:
Statistisch aantal ernstig gehinderden bij verschillende normgrenzen en bijbehorend opbrengstverlies. Zie 'Oplegnotitie geluid' (Bijlage L) voor een toelichting hoe deze resultaten zijn verkregen. Normgrens Aantal ernstig Geschat opbrengstverlies gehinderden dB Lden procentueel in GWh/jr aantal hh./jr* Geen 23 48 22 1/ 1 400 47** 21 4 1.400 3/ 19 5/ 6 2.000 46 45 17 7/ 9 3.000 44*** 15 17/ 18 6.300 *hhZjr: een gemiddeld huishouden heeft een jaarlijks elektriciteitverbruik van ca. 2,8 MWh. **47 dB Lden is de norm zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer en tot voorkort ook van toepassing op windparken. *** Er is gekozen om het minimale geluidniveau uit te werken tot niveaus van 44 dB Lden. Bij deze geluidbelasting bedraagt het percentage ernstig gehinderden binnenshuis circa 4%, wat overeenkomt met het percentage ernstig gehinderden voor snelwegverkeersgeluid bij de voorkeursgrenswaarde (het percentage bij de maximale grenswaarde ligt aanmerkelijk hoger).
Figuur 8
Grafische weergave van de tegengestelde belangen: het statistisch verwachte aantal ernstig gehinderden (rode lijn) en de hoeveelheid productieverlies als gevolg van mitigerende maatregelen (groene balken).
Geen norm
Normgrens (dB Lden)
4.4.1.5
Lokale norm windturbinegeluid
De gemeente Beuningen vindt de gezondheid van haar inwoners belangrijk. Uit het milieueffectrapport voor WP Beuningen is gebleken dat er ten opzichte van alter natieve locaties binnen de gemeente relatief weinig woningen in de omgeving lig gen. De uiteindelijk gekozen opstelling is op het thema gezondheid een optimalisa tie ten opzichte van de inrichtingsalternatieven die in het milieueffectrapport zijn onderzocht. Toelichting
29
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
De gemeente Beuningen stelt zich op het standpunt dat toepassing van een geluidsnorm van 47 dB Lden aanvaardbaar is om de volgende redenen: ^ Het aantal ernstig gehinderden is in absolute zin beperkt. De milieuwinst van een strengere norm (in de vorm van een kleiner aantal ernstig gehinderden) is dermate gering dat deze niet opweegt tegen het nadeel van een beperking van de energieproductie en daarmee een lagere bijdrage aan het maatschappelijke doel van vermindering van CO2-uitstoot door middel van duurzame energie. Indien bijvoorbeeld een geluidsnorm van 45 dB Lden zou worden gehanteerd, leidt dat tot 3-5 minder ernstig gehinderde omwonenden terwijl dit zou bete kenen dat er jaarlijks ca. 5.000 MWh minder elektriciteit wordt geproduceerd, evenveel als het verbruik van 1.800 huishoudens. Een strengere norm zorgt te vens voor een magerder business case, wat enerzijds betekent dat er minder baten zijn voor de omgeving, maar anderzijds ook de realisatie van het windpark als geheel in gevaar brengt. ^ Het hinderpercentage bij die norm is vergelijkbaar met het hinderpercentage bij weg- en railverkeer. ^ Een norm van 47 dB Lden is niet duidelijk afwijkend van normen die elders in Nederland en in Europa gehanteerd worden9. 4.4.1.6
Lokale norm windturbinegeluid in de nachtperiode
Uit het akoestisch onderzoek in het MER is naar voren gekomen dat de jaargemid delde geluidsbelasting in de nachtperiode ter plaatse van gevoelige objecten ner gens hoger is dan 41 dB10. Teneinde deze bescherming en de handhaafbaarheid daarvan te borgen kiest de gemeente ervoor om een aanvullende planregel op te nemen waarmee de jaargemiddelde geluidsbelasting in de nachtperiode (Lnight) op geluidsgevoelige gebouwen niet hoger mag zijn dan 41 dB. 4.4.1.7
Lokale norm laagfrequent geluid
In het MER is beschreven dat een norm van 47 dB Lden ook voldoende bescherming biedt tegen laagfrequent geluid (paragraaf 10.2.5). De Staatssecretaris van I&M heeft toentertijd een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met twee onderzoeken van het Rijksinstituut voor Volksgezond en Milieu (RIVM) en een literatuurstudie naar laagfrequent geluid door Bureau LBP | Sight. Op grond van inzichten uit deze onderzoeken concludeert de Staatssecretaris dat in de (oorspronkelijke) norm voor geluidhinder van windturbines 47 dB-Lden en 41 dB-Lnight en het bijbehorende re ken- en meetvoorschrift voldoende bescherming bieden tegen de hinder van laag frequent geluid. Desondanks wenst de gemeente handhavend op te kunnen treden in situaties waarin ontoelaatbaar veel laagfrequent geluid wordt geproduceerd door de wind turbines (bijvoorbeeld wegens een technisch mankement) maar de 47 dB Lden niet
9 bron: kennisbericht geluid van windturbines, 2015 10 zie tabel 21 op p. 36 van het Akoestisch onderzoek t.b.v. het CombiMER.
Toelichting
30
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
wordt overschreden. Daartoe bevat het bestemmingsplan een regel om de laagfrequente emissie van de windturbines te maximeren. Met deze planregel wordt ge waarborgd dat direct gehandhaafd kan worden op het moment dat de emissie van laagfrequente tonen boven een bepaalde drempel uitstijgt. Zie ook Bijlage Lvoor een inhoudelijke onderbouwing van deze 'laagfrequent-geluidnorm'. 4.4.1.8
Rekenen en meten
Om de geluidsbelasting te berekenen is een rekenmethodiek vereist die rekening houdt met de specifieke eigenschappen van windturbinegeluid. Het document 'Re ken- en meetvoorschrift Windturbines*11' is specifiek opgesteld voor het berekenen van windturbinegeluid. De overdrachtsberekeningen van deze rekenmethode zijn integraal overgenomen van de "Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai" (HMRI), uitgave 1999 van het Ministerie van VROM, methode II.8. Het HMRI is op zijn beurt op vele fronten vergelijkbaar12 met ISO 9613-2, de volgens de EU-richtlijn aanbevolen methode voor overdrachtsberekeningen voor industriegeluid (wind turbinegeluid wordt niet genoemd in de EU-richtlijn). Het Reken- en meetvoor schrift windturbines is gebaseerd op het HMRI, maar is aangevuld met onderdelen die specifiek voor windturbines van belang zijn. Zo komt de beschreven methode om geluidbronmetingen uit te voeren grotendeels overeen met de methode die in IEC 61400-11 wordt beschreven. Daarnaast worden, om de jaargemiddelde geluidemissie van een windturbine te bepalen, windsnelheidsverdelingen beschikbaar ge steld13 op ashoogtes tussen 10 en 260 meter. De betreffende bijlage is daarmee de best beschikbare methode voor het bepalen van windturbinegeluid. Het windtur binegeluid is berekend met het rekenprogramma Geomilieu, module IL-WT.
Dit re kenprogramma volgt het Reken- en meetvoorschrift windturbines. Bij de beoorde ling van geluid wordt primair gekeken naar de effecten op geluidgevoelige objecten zoals die zijn gedefinieerd in artikel 1 van de Wet geluidhinder. Overige objecten en terreinen worden niet beschermd tegen andersoortige geluidbronnen en worden daarom voor windturbinegeluid eveneens buiten beschouwing en normering gela ten. Op basis van voorgenoemde redenen wordt het Reken- en meetvoorschrift wind turbines toepasbaar geacht om geluidberekeningen uit te voeren voor windturbi negeluid. De methodiek in het Reken- en meetvoorschrift is de best beschikbare methode waarmee de gevolgen voor het milieu inzichtelijk kunnen worden ge maakt.
4.4.2
Onderzoek Er is een akoestisch onderzoek opgesteld waarin het voornemen is onderzocht (Bij lage A). Hierin is een bandbreedte in de jaargemiddelde bronsterkte beschouwd die gebaseerd is op de bronsterktes van een aantal mogelijke windturbinetypes die aan
11 Het Reken- en meetvoorschrift windturbines is in te zien als Bijlage 4 bij de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer zoals deze gold op 29 juni 2021. https://wetten.overheid.nlZBWBR0022830Z2017-01-01#Biilage4 12 Brief van de minister van VROM, 31 209, nr 135, 28-9-2010 13 Brief van de StaS van Economische Zaken en Klimaat d.d. 9 juni 2021, DGKE-WO/21119163
Toelichting
31
Bosch
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
de voorwaarden voor de afmetingen voldoen. Hiertoe zijn berekeningen uitge voerd met het type met het laagste bronvermogen, de 'Vestas V162 5.6' (onder grens bandbreedte) en het hoogste bronvermogen, de 'Nordex N163/5.X' (boven grens bandbreedte). Ten behoeve van de beoordeling conform de beoordelingscri teria zoals gesteld in de notitie reikwijdte en detailniveau, zijn de 47 en 42 dB Ldencontouren van de onder- en bovengrens van het voorkeursalternatief weergegeven Figuur 9
Lden 47- en 42 dB-contour van de VKA-Ondergrens (V162-5.6 op 140m ashoogte). :"ír»«Wec V ŕ
(ÿÿiustof
Sūtohoek
Jkltrarrs
*
* ”
’íflļft
Jķahtad
Jįņtr
oa
-ŵ vr.
gngokker ■npĮEwiikj
Het Broek '
© VKA » Gevoelige objecten
I
Recreatiegt De Groene Heuvels
Geluidsniveau Ondergrens VKA 42 dB Lden 47 dB Lden
Ewijksche Broeti,
ys Bosc Bosch
Scheeiskamp
M
B
van Run
experts in renewable energy
(ompbroek
Toelichting
32
# #
Bosch
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
Figuur 10
Lden 47- en 42 dB-contour van de VKA-Bovengrens (N163 op 170m ashoogte). V r o8
Sũfehoefc
Hoeve.
Het Broek Éįįļļįāği O
® VKA « Gevoelige objecten
]
Recreatiegebied* De Groene Heuvels
Geluidsniveau Bovengrens VKA
42 dB Lden |H 47 dB Lden
Ewijksche Broeky
vļx Bosch van Rijn
Sdteerskamp
ļ
ņ
fompbroek
experts in renewable energy
Het aantal gevoelige objecten binnen de 42Lden contour bedraagt 11 woningen voor de ondergrens en 20 voor de bovengrens. Tabel 5
Aantallen woningen: samenvatting geluidsimmissie VKA onder- en bovenvariant.
Aantal woningen met Lden > 42
Aantal woningen met Lden > 47
11 20
1 4
Ondergrens Bovengrens
Zoals in bovenstaande tabel te zien is, zijn mitigerende maatregelen benodigd om met de onder- en bovengrens te kunnen voldoen aan de lokale norm van 47dB Lden voor geluidshinder. Deze mitigatie is mogelijk door een deel van de windturbines gedurende een periode in geluidsarme modus te laten draaien (zie akoestisch on derzoek). Na toepassing van mitigatie op de onder- en bovengrens ter reductie van het jaargemiddeld geluidsniveau, wordt voldaan aan de lokale norm voor wat be treft geluidhinder. Tabel 6