01 Toelichting en regels BP Windpark Beuningen.pdf
Tekst van het document
Geconcludeerd kan worden dat het aspect 'landschap' uitvoering van het plan niet in de weg staat. De negatieve impact op het landschap is echter wel in grote mate aanwezig. Er zal daarom goed moeten worden gekeken welke mitigerende maatre gelen de pijn t.a.v. het landschap kunnen verzachten.
4.10
Ecologie
4.10.1
Toetsingskader De Wet natuurbescherming (Wnb) bevat het juridisch kader voor het ecologisch onderzoek. Hoofdstuk 2 van deze wet betreft de regels voor bescherming van de natura-2000 gebieden. De wet is verder ingedeeld aan de hand van de betreffende Europese richtlijnen. Het 'beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn' staat in Ş 3.1, het 'beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn' in Ş 3.2 en het 'bescher mingsregime andere soorten' in Ş 3.3. Verder geldt een algemene zorgplicht op ba sis van art. 1.11 voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten.
Gebiedsbescherming Het onderdeel gebiedsbescherming is gericht op het beschermen en in stand hou den van bijzondere gebieden in Nederland. Art. 2.7 lid 2 Wnb bepaalt dat voor het realiseren van projecten met mogelijke significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied een vergunning nodig is. De aanvrager van de vergunning dient, als significante negatieve effecten niet kunnen worden uitgesloten, hiervoor een pas sende beoordeling op te stellen. De Natura 2000-gebieden hebben dus een externe Toelichting
59
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
werking, zodat ook ingrepen die buiten deze zones plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Voor cumulatieve effecten dienen alle activiteiten en plannen te wor den betrokken, die op dezelfde instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden negatieve effecten kunnen hebben als het eigen project/plan. Verder is op grond van art. 1.12 gedeputeerde staten verantwoordelijk de zorg voor de totstandkoming en instandhouding van het Natuurnetwerk Nederland. Er geldt in de provincie Gelderland geen externe werking voor het Natuurnetwerk Neder land.
Soortenbescherming Dit onderdeel is gericht op de bescherming van dier- en plantensoorten in hun na tuurlijke leefgebied. De Wnb bevat onder meer verbodsbepalingen met betrekking tot het opzettelijk doden of vangen, en het aantasten, verontrusten of verstoren van beschermde dier- en plantensoorten, hun nesten, holen en andere voortplantings- of vaste rust- en verblijfsplaatsen. Per beschermingsregime gelden verschillende verboden. Voor soorten uit de Vogelrichtlijn geldt het volgende verbod: - Opzettelijk doden of vangen; - Opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen of eieren; - Opzettelijk storen van vogels (tenzij dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding). Voor soorten uit de Habitatrichtlijn geldt het volgende verbod: - Opzettelijk doden of vangen; - Opzettelijk verstoren; - Beschadigen of vernielen van voortplantings- of rustplaatsen of eieren. Voor het beschermingsregime andere soorten geldt het volgende: - Opzettelijk doden of vangen; - Opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaat sen.
Gedeputeerde staten kunnen vrijstelling en ontheffing verlenen van verboden wan neer er voor een project geen alternatief is, het project nodig is ter bescherming van een specifiek (per regime bepaald) algemeen belang en de maatregelen niet leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Voor de effecten op soorten die zijn beschermd wordt gekeken naar effecten in de aanlegfase en in de gebruiksfase (met name aanvaringsslachtoffers vogels). Bij aanvaringsslachtoffers wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de verschillende soorten vliegbewegingen van vogels en vleermuizen in de omgeving van het wind park (slaaptrek, foerageertrek).
Toelichting
60
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
4.10.2
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Onderzoek In de natuurrapportages (MER Bijlagen G & H) is een meer uitgebreide beschrijving van de effecten opgenomen. Hieronder volgt een verkorte versie van de analyse in dat rapport.
Effectbeoordeling Natura 2000-gebieden Uit de uitgevoerde AERIUS-berekening voor Windpark Beuningen blijkt dat sprake zal zijn van een tijdelijke en beperkte stikstofdepositie op Natura 2000-gebied Rijn takken en Veluwe. Deze berekende stikstofdepositie betreft maximaal 0,08 mol/ha/jaar op habitattypen waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) reeds overschreden wordt. Gezien de tijdelijkheid en beperktheid van de werkzaamhe den is de verwachting dat geen sprake is van significante negatieve effecten op aan gewezen natuurtypen. Dit zal in de vergunningaanvraag Wnb nader worden onder zocht. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling treden geen negatieve effecten op het behalen van InstandHoudingsDoelstellingen (IHD's) van andere natuurwaarden zoals diersoorten (inclusief vogels). Significant negatieve effecten op het behalen van IHD's zijn met zekerheid uitgesloten.
Effecten Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene ontwikkelingszone (GO) De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aange wezen is als Gelders Natuurnetwerk of Groene Ontwikkelingszone waardoor er geen effecten op het GNN verwacht worden. Effecten op weidevogel- en ganzenrustgebieden Het onderzoeksgebied ligt niet in provinciaal beschermde weidevogelgebieden en rustgebieden voor winterganzen. Gezien de afstand tot dergelijke gebieden zijn er geen effecten. Effecten op beschermde soorten Er zijn met zekerheid geen negatieve effecten op de gunstige staat van instandhou ding van beschermde soorten, behalve mogelijk vogels en vleermuizen. Effecten op deze beide diergroepen worden hieronder nader besproken. Voor slachtoffers onder vogels moet een ontheffing worden aangevraagd vanwege overtreding van de Wnb. Het aantal berekende slachtoffers zal in alle gevallen (ruim) lager liggen dan de 1%-mortaliteitsnorm. Er is geen wezenlijk effect op de betreffende populaties van betreffende vogelsoorten. Zodoende zijn er, naar ver wachting, geen effecten op de gunstige staat van instandhouding en kan de onthef fing worden verleend. Het totale aantal aanvaringsslachtoffers onder vleermuizen wordt op 25 individuen geschat.
Conform het berekende aantal slachtoffers met behulp van de verspreidingsgegevens betreft het aantal slachtoffers onder vleermuizen bij het VKA in to taal 17 gewone dwergvleermuizen, 5 ruige dwergvleermuizen, 2 rosse vleermuizen en 1 laatvlieger per jaar. Deze berekende aantallen liggen onder de berekende ^-
Toelichting
61
Bosch
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
van Rijn
experts in renewable energy
mortaliteitsnormen van respectievelijk 51, 28, 2,5 en 3 dieren. De berekende aan tallen slachtoffers als gevolg van Windpark Beuningen leiden, inclusief cumulatie, derhalve met zekerheid niet tot effecten op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten.
4.10.3
Conclusie Omdat sprake is van een stikstofdepositie van maximaal 0,08 mol/ha/jaar op habitattypen waarvan de kritische depositiewaarde (KDW) reeds overschreden wordt, wordt een vergunning Wnb aangevraagd. Significant negatieve effecten op het be halen van andere IHD's is met zekerheid uitgesloten. Er zijn geen wezenlijke effec ten te verwachten op de gunstige staat van instandhouding van de betreffende vo gel- en vleermuissoorten. Tenslotte is de onderzoekslocatie niet gelegen binnen GNN, GO of weidevogel- en ganzenrustgebieden, waardoor er geen effecten wor den verwacht op deze gebieden.
4.11
Energieopbrengst en vermeden emissies
4.11.1
Onderzoek Ter bepaling van de verwachte elektriciteitsproductie van het voorkeursalternatief is een opbrengstberekening uitgevoerd voor 3 formaten windturbines. Daarnaast is, ten behoeve van de relatieve effectbeoordeling van het milieuthema geluid, voor de aldaar gedefinieerde onder- en bovengrens eveneens een inschatting van de elektriciteitsproductie gemaakt.
Tabel 14
Formaten windturbines waarvoor de elektriciteitsopbrengst is berekend
Omschrijving
Type
Ashoogte (m)
Rotordiameter (m)
Vestas V150-4.2 Siemens SG 6.0-170
140
150
Ver mogen (MW) 4,2
VKA onder VKA boven, max com mercieel verkrijgbaar VKA boven, max afme tingen (inschatting) VKA stilst* VKA luidst*
155
170
6,2
Toekomstig
155
180
Onbekend
V162-5.6 N163/5.X
140 155
162 163
5,6 5,7
zie voor een toelichting op deze typen paragraaf 11.2 van het MER. Per formaat wordt een inschatting gemaakt van de energieopbrengst en bijbeho rende emissiereductie. De vermindering van deze emissies is een direct gevolg van de energieopbrengst en wordt om dubbeltelling tegen te gaan niet apart beoor deeld.
Toelichting
62
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
De Vestas V150-4.2 vertegenwoordigt hierbij de ondergrens van de bandbreedte zoals deze voor het voorkeursalternatief is aangegeven. De Siemens SG 6.0-170 ver tegenwoordigt de grootste windturbine op land die op dit moment commercieel beschikbaar is dus waarvoor een opbrengstberekening op basis van windturbinetype kan worden gedaan. Binnen de bandbreedte van het voorkeursalternatief zijn windturbines met een grotere rotordiameter (180 meter) toegestaan. Omdat een dergelijk type windtur bine op dit moment nog niet op de markt is kan voor de bovengrens nog geen op brengstberekening op basis van windturbinetype worden gedaan. In plaats daarvan is ten behoeve van de opbrengstberekening van een windturbine met rotordiame ter 180 meter de elektriciteitsproductie van de Siemens SG 6.0-170 met een factor 1,12 vermenigvuldigd. Dit omdat de oppervlakte van de rotor van een windturbine met rotordiameter 180 meter 12% groter is dan de oppervlakte van de rotor van een windturbine met rotordiameter 170 meter. De elektriciteitsopwekking is na melijk (bij gelijke ashoogte) met name afhankelijk van de rotordiameter. Voor nu geeft deze aanname voldoende inzicht in de te verwachten elektriciteitsopbrengst van een windturbine met afmetingen overeenkomstig met de bovengrens van de aangegeven bandbreedte.
De bruto elektriciteitsopbrengst wordt berekend door het verwachte windaanbod op ashoogte te vermenigvuldigen met de vermogenscurve van de betreffende windturbine. Vervolgens wordt de netto elektriciteitsproductie berekend door energieverliezen en mitigatie in rekening te brengen. In onderstaande tabel zijn de resultaten voor de onder- en bovengrens van het VKA weergeven.
Tabel 15
Tabel 16
Resultaten van de opbrengstberekening voor de verschillende formaten windturbines Onder Bovengrens grens Rotordiameter 150 180 Gemiddelde windsnelheid op ashoogte (m/s) 7,55 7,74 Bruto opbrengst per windturbine (MWh/jaar), zonder mitigatie Verliestermen (excl. mitigatie) Opbrengstderving door mitigatie geluid18 Opbrengstderving door mitigatie slagschaduw Aantal windturbines
19.390 13/ 1/ 1/ 5
30.920 13/ 7/ 1/ 5
Netto parkopbrengst (MWh/jaar), met mitigatie
82.168
123.063
Resultaten van de opbrengstberekening voor de stilste en luidste windturbinetypes. Stilste type Luidste type Type Vestas V162Nordex 5.6 N163/5.X 18 N.B. de procentuele opbrengstderving a.g.v. mitigerende geluidsmaatregelen is gebaseerd op de bandbreedte voor geluid: dit betreft andere windturbines dan waarvoor de opbrengst berekend is. De procentuele derving geeft evenwel een goede (worst case) benadering, aangezien de luidste windturbine is doorgerekend.
Toelichting
63
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Rotordiameter Gemiddelde windsnelheid op ashoogte (m/s) Bruto opbrengst (MWh/Zwtb/jaar), zonder mitigatie Verliestermen (excl. mitigatie) Opbrengstderving door mitigatie geluid
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
162 7,74
163 7,74
24.238 13/ 1/
23.649 13/ 7/
De opbrengstderving voor geluid is berekend door voor de mitigatiestrategieën die in het geluidsonderzoek zijn doorgerekend te berekenen hoeveel minder elektrici teit deze produceren dan wanneer de windturbines in hun standaard-modus draaien. De bruto afname van de jaarproductie, gedeeld door de bruto jaarproduc tie, geeft het opbrengstdervingsgetal in bovenstaande tabel.
4.11.2
Conclusie De energieopbrengstberekeningen laten zien dat er aanzienlijke verschillen tussen de formaten windturbines zitten ondanks het zelfde aantal turbines. Het valt op dat de stilste windturbineoptie een hogere netto parkopbrengst heeft dan de luidste optie. Dit komt door verschillen in de opbrengstderving door de geluidsmitigatie.
4.12
Lichtschittering Gladde en glimmende oppervlakken (bijvoorbeeld glas, maar ook geschilderde op pervlakken) kunnen invallend zonlicht reflecteren. Wanneer dit licht bij de ontvan ger aankomt kan dit een hinderlijk (verblindend) effect hebben of tot gevaarlijke situaties leiden, bijvoorbeeld voor wegverkeer. Dit effect kan echter eenvoudig worden voorkomen door de betreffende objecten en oppervlakken te voorzien van een anti-reflecterende coating of gebruik te maken van niet reflecterende materi alen. Voor windturbines is dit standaardpraktijk en wordt dit geborgd door reflectiewaarden te controleren via de certificering en de NEN-EN-ISO 2813 of een daar aan ten minste gelijkwaardige meetmethode. Er is daarmee geen noodzaak tot het opnemen van nadere voorschriften of nor men, anders dan hierboven beschreven om gevolgen van lichtschittering te beper ken.
Toelichting
64
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving
Toelichting
65
«
#
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
5.1
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Algemeen Voorliggend bestemmingsplan bestaat uit een geografische plaatsbepaling (ver beelding), regels en een toelichting. De geografische plaatsbepaling en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide onderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Het bestemmingsplan is opgesteld conform het (wettelijke) model Standaard Vergelijk bare Bestemmingsplannen (SVBP) versie 2012. Hierdoor is het plan geschikt voor interactieve uitwisseling via Informatie Ruimtelijke Ordening (IMRO) 2012. De toelichting heeft in beginsel geen rechtskracht. Niettemin vormt zij een belang rijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegre denen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het plan ten grondslag liggen. Daarbij is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste in terpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
5.2
Methodiek In het bestemmingsplan hebben alle gronden binnen het plangebied een bestem ming toegewezen gekregen. Daarnaast komen op sommige gronden aanduidingen voor. Met een bestemming wordt tot uitdrukking gebracht welke gebruiksdoelen of functies, met het oog op een goede ruimtelijke ordening, aan de in het plange bied gelegen gronden zijn toegekend. Een bestemming heeft altijd betrekking op een geometrisch bepaald vlak; lijn- en puntbestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Aanduidingen hebben altijd juridische betekenis, die in de regels wordt weergegeven. Uitgangspunt is dat bestaande bestemmingen en aanduidingen zoveel mogelijk worden overgenomen. Waar het windpark beoogd is wordt de Enkelbestemming Bedrijf - Windturbine opgenomen. Waar mogelijk worden bestaande bestemmin gen op deze locaties overgenomen als aanduiding.
5.3
Regels Conform bovengenoemde landelijke standaard zijn de regels ondergebracht in vier hoofdstukken. Daarbij dient een vaste volgorde te worden aangehouden: ^ Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Hierin worden de gebruikte begrip pen en de wijze van meten uiteengezet, om een eenduidige interpretatie en toepassing van de overige, meer inhoudelijke regels en de verbeelding te waarborgen. ^ Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingsregels. Hier worden alle voorkomende bestemmingen en de bijbehorende regels uiteengezet. ^ Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Hierin staan de algemeen geldende regels, in aanvulling op de bestemmingsregels, welke voor meerdere of alle bestemmingen van toepassing zijn.
Toelichting
66
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
^
5.4
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregels. Hierin is het overgangsrecht geregeld alsmede de citeertitel en het vaststellingsdictum.
Bestemmingen De regels volgen een eenduidige opbouw, conform SVBP2012. De regels voor de bestemmingen zijn in de regel als volgt opgebouwd en bevatten tenminste: ^ Bestemmingsomschrijving ^ Bouwregels ^ Gebruiksregels In de bestemmingsomschrijving wordt aangegeven welke functies binnen de be stemming zijn toegelaten, en of gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde en/of andere werken zijn toegelaten. De bouwregels omvatten regels voor het oprichten van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Het betreft meestal regels inzake de situering en toegestane bouwhoogte(s). Daarnaast komen in sommige bestemmingen één of meer van de volgende onderdelen voor: ^ Afwijken van bouwregels; ^ Specifieke gebruiksregels; ^ Afwijking van de gebruiksregels en ^ Voorwaardelijke verplichtingen.
5.5
Artikelsgewijze toelichting
5.5.1
Algemeen Artikel 1: Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de regels. Een en ander voorkomt dat bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ont staan over de uitleg van de regels. Artikel 2: Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. De regels inzake de wijze van meten voorkomen interpretatiever schillen bij de toepassing van de regels over maatvoering.
5.5.2
Bestemmingsregels In dit hoofdstuk Bestemmingsregels van de planregels zijn alle bestemmingen op genomen met de daarbij behorende bestemmingsomschrijving. Waar noodzakelijk
Toelichting
67
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
is gebruikgemaakt van aanduidingen om toegestaan gebruik nader te specificeren. In het bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: Artikel 3: Agrarisch Het grootste deel van de overdraaizone van de wieken van de windturbines is voor zien van de bestemming 'Agrarisch'. Deze gronden zijn bestemd voor het uitoefe nen van agrarisch bedrijf. Artikel 4 Bedrijf - Windturbinepark De bestemmingsvlakken Bedrijf - Windturbinepark maken de oprichting en be drijfsmatige exploitatie van een windpark door middel van maximaal 5 windturbi nes mogelijk. Met functieaanduidingen is voor de voormalige bestemmingen op deze locaties het bestaande gebruik alsnog toegestaan, ondergeschikt aan de be stemming. Artikel 5 Verkeer De overdraaizone van de turbines valt op sommige plaatsen samen met de bestem ming verkeer. Deze wegen zijn bestemd voor toegang tot erven. Artikel 6 Water Op plaatsen valt de overdraaizone samen met de bestemming water. Deze gronden zijn bestemd voor waterstaatkundige doeleinden. Artikel 7 en 8 Waarde - Archeologie 2 en 3 Het plan kent verschillende archeologische waarden. Dit is een dubbelbestemming die over alle bestemmingen van toepassing is. Hier geldt dat bij werkzaamheden in de grond vanaf een bepaalde diepte en oppervlakte een aanlegvergunningplicht optreedt.
Hierbij geldt dat voor 'waarde 1' het strengste beschermingsregime geldt, en voor 'waarde 3' het minst strenge.
5.5.3
Algemene regels Artikel 9 - anti-dubbeltelregeling Dit artikel regelt dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing blijft. Artikel 10 - Algemene aanduidingsregels ^ De vrijwaringszone windturbine duidt het gebied aan waar overdraai van de turbine mogelijk is en bovendien ondersteunende activiteiten toege staan zijn. ^ De zone voor parkinfrastructuur duidt aan waar o.a. de onderhoudswegen van de windturbines kunnen komen. ^ Ter plaatse van de aanduiding milieuzone-hydrologische beschermings zone geldt een beschermingsregime van de waterhuishoudkundige situatie en de voorkomende natuurwaarden.
Toelichting
68
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
5.5.4
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Overgangs- en slotregel Artikel 11: Overgangsrecht Het overgangsrecht is van toepassing op bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of dit strijdige gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Artikel 12: Slotregel De slotregel geeft aan hoe de regels van het plan worden aangehaald. De slotregel wordt gevolgd door het vaststellingsdictum.
Toelichting
69 m
m
m
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid
Toelichting
70
«
#
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
6.1
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Windparken dragen bij aan de terugdringing van de CÜ2-uitstoot en bieden een al ternatief voor fossiele brandstoffen. Uit diverse draagvlakonderzoeken blijkt, dat in Nederland 90^ van de bevolking voor windenergie is. Vooral blijkt dat wanneer omwonenden ook financieel kunnen participeren in een windpark, het lokale draagvlak voor windenergie toeneemt. Dit heeft alles te maken met een gevoel van eerlijke verdeling van lusten en lasten. Üm deze reden heeft de gemeente de voor waarde gesteld dat er een vorm van participatie vereist is. De initiatiefnemer wordt gevraagd voor dit project (financiële) participatiemogelijkheden aanbieden, aan sluitend bij de lokale behoefte. Daarbij dient wel opgemerkt te worden dat maatschappelijk draagvlak van een windpark geen harde randvoorwaarde is voor realisatie. Eventuele afspraken tussen de initiatiefnemer en het bevoegd gezag kunnen wor den vastgelegd in een anterieure overeenkomst. Deze wordt op dit moment nog opgesteld tussen de initiatiefnemers en de gemeente. Het voorontwerp bestemmingsplan heeft van 5 juni tot 16 juli 2020 ter inzage ge legen. Gedurende deze periode heeft eenieder de gelegenheid gehad een inspraakreactie in te dienen over de inhoud van het voorontwerp bestemmingsplan en bij behorende onderzoeken.
De inspraak- en vooroverlegreacties zijn samengevat en van een beantwoording voorzien in een Nota Inspraak en Vooroverleg (Zie Bijlage K). De reacties hebben geleid tot diverse aanpassingen in de regels, toelichting en bijlagen van het ontwerp bestemmingsplan.
6.2
Economische uitvoerbaarheid De investeringen en opbrengsten zijn afhankelijk van het windturbinetype dat wordt gerealiseerd. Het windpark levert naar verwachting 81,8 tot 122,4 GWh per jaar op, waarbij rekening moet worden gehouden met de aanvullende eis van de gemeente dat er geen slagschaduw mag optreden bij woningen van derden. Ünder de huidige omstandigheden kan het project in minimaal 15 jaar rendabel worden geëxploiteerd. Dit is tevens de looptijd van de SDE++ regeling (stimulering duurzame energie). Met de SDE++ vult het Rijk de elektriciteitsopbrengsten voor de initiatiefnemers aan tot het basisbedrag dat nodig is om de investering terug te kunnen verdienen binnen een redelijke termijn. De totale kosten van de ontwikkeling worden gedragen door de initiatiefnemers. Voor de aanleg van het windpark moeten naast de aanschaf en bouw van de wind turbines diverse andere werkzaamheden worden verricht, waaronder het leggen van kabels en leidingen en de aanleg van opstelplaatsen en onderhoudswegen. De kosten voor het opstellen van het bestemmingsplan en eventuele planschade worden verhaald op de initiatiefnemers. Hiervoor wordt een anterieure overeen komst gesloten tussen de gemeente Beuningen en de initiatiefnemer.
Toelichting
71 m
m
m
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
6.3
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Conclusie Het windpark Beuningen draagt bij aan de energietransitie door het opwekken van duurzame energie en daarmee tot verminderde afhankelijkheid van fossiele brand stoffen. Op basis van het voorgaande lijkt dat het windpark Beuningen milieutech nisch en economisch uitvoerbaar is
Toelichting
72
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Regels
Toelichting
73 •
mm
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
1. Inleidende regels Artikel 1
Begrippen
1.1
plan het bestemmingsplan Windpark Beuningen van gemeente Beuningen.
1.2
bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand van gemeente Beu ningen als NL.IMRO.0209.BPWindpkBeuningen-vadf met de bijbehorende regels.
1.3
aanduiding een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waarvoor ingevolge dit bestemmingsplan regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.4
aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.5
bedrijfsgebouw een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten.
1.6
bestaand » t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden dan wel die mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aange vraagde vergunning; » t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan in werking is getreden;
1.7
bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak.
1.8
bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.
1.9
bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aan vraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning.
1.10 (beperkt) kwetsbaar object »
beperkt kwetsbaar object: objecten als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder b, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zoals deze luidde ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan;
Toelichting
74
# #
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
»
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
kwetsbaar object: objecten als bedoeld in artikel 1, lid 1, onder l, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zoals dit luidde ten tijde van vaststelling van het bestem mingsplan.
1.11 bijgebouw een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zich daarvan door zijn constructie of geringere afmetingen visueel onderscheid. 1.12 bouwen plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.13 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de re gels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.14 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.15 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, ver kopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen ge bruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfs activiteit. 1.16 erftoegangsweg een weg die in de Nederlandse wegcategorisering wordt aangemerkt als het meest lokale wegtype, waarbij langzaam verkeer en gemotoriseerd verkeer gemengd is, zonder rijrichtingscheiding en meestal zonder gescheiden fietspaden.
1.17 extensief recreatief medegebruik die vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, picknicken, kanoën, survivaltochten en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie. 1.18 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.19 gevoelig object gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder. 1.20 glastuinbouwbedrijf een bedrijf, dat is gericht op het telen van gewassen door in hoofdzaak gebruik te maken van permanente kassen of tunnels.
Toelichting
75
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
1.21 hooischelf bijgebouw of schuilstal bestaande uit twee delen, te weten een overdekte en geheel door wanden omsloten onderbouw met daarop een losse, langs een aantal geleiders, in hoogte beweegbare kap. De ruimte tussen de onderbouw en de beweegbare kap mag niet wor den dichtgebouwd en dient enkel ten behoeve van de opslag van stro, hooi en vergelijk bare producten.
1.22 inkoopstation bouwwerk of verzameling bouwwerken voor het onderbrengen van schakel- en meetap paratuur, alsmede benodigde transformator- en schakelstations, om de windturbines te verbinden met het landelijke elektriciteitsnet. 1.23 inpandige statische opslag het in een gebouw bergen van goederen, die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals (antieke) auto's, boten en caravans. De opslag mag niet bestemd zijn voor detail handel ter plaatse van de opslag. 1.24 intensieve veehouderij een niet-grondgebonden agrarisch bedrijf waarin het houden van vee of pluimvee ten behoeve van de voedselvoorziening de hoofdzaak is. 1.25 kantoren een ruimte die door haar aard, indeling en inrichting kennelijk is bedoeld voor het verrich ten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard. 1.26 kassen gebouwen waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditio neerde klimaatomstandigheden, zoals het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken, of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen.
1.27 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur.
Toelichting
76
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
1.28 landschapstuin gronden, gelegen binnen een agrarische bestemming, en ingericht als tuin behorende bij een direct aangrenzende (bedrijfs)woning, met dien verstande dat op deze gronden uit sluitend bouwwerken, geen gebouwen ten behoeve van de tuininrichting en erfafscheiding zijn toegestaan. 1.29 natuurwaarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samen hang. 1.30 nevenactiviteit activiteiten die in ruimtelijke en bedrijfseconomische zin een ondergeschikt bestanddeel vormen van de totale bedrijfsactiviteiten op een agrarisch bouwperceel. 1.31 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals schakelkasten, transformatorstations, duikers en apparatuur voor telecommunicatie. 1.32 opstelling windturbines windturbines die door samenhang in onderlinge afstand en verschijningsvorm deel uit maken van een visuele eenheid van meerdere windturbines, binnen het plangebied. 1.33 opstelplaats een verharde plek ten behoeve van het bouwen van en het onderhoud aan een windtur bine. 1.34 permanente teeltondersteunende voorzieningen teeltondersteunende voorzieningen, geen tijdelijke teeltondersteunende voorziening zijnde.
1.35 peil » voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; » in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.36 recreatief medegebruik die vormen van openluchtrecreatie, die plaats hebben in een omgeving met een niet-recreatieve hoofdfunctie, waarbij het medegebruik ondergeschikt is aan de hoofdfunctie en het hoofdgebruik; 1.37 reken- en meetvoorschrift windturbines Bijlage 4 bij de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer zoals deze gold op 29 juni 2021. 1.38 rotor Het samenstelsel van drie rotorbladen (ook wel wieken genoemd) en hub of wiekenas van een windturbine.
Toelichting
77
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
1.39 rotordiameter de diameter van de cirkel die door de tip (het uiteinde) van een rotorblad (wiek) wordt beschreven. 1.40 schakelkasten en transformatoren Bouwwerk behondere bij een windturbine ten behoeve van transporteren van opgewekte elektriciteit en het op spanning houden van de interne parkbekabeling. 1.41 schuilstal gebouw ten behoeve van het bieden van schuilgelegenheid aan hobbymatig gehouden dieren welke noodzakelijk is in het kader van dierenwelzijn; 1.42 teeltondersteunende kassen teeltondersteunende voorziening, in de vorm van (tunnel)kassen waarin (half)producten worden opgekweekt/geteeld en deel uitmakend van een vollegrondstuinbouwbedrijf en/of boomkwekerij; 1.43 teeltondersteunende voorzieningen voorzieningen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: a. verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, te rugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade; b. verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen of c. het bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terug dringing onkruidbestrijding, effectief omgaan met water); d.
het voorkomen van schade door vorst, regen en hagel; 1.44 tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten, voorzover noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering. 1.45 toetsingskader defensieradar het Toetsingskader defensieradar van het Ministerie van Defensie waarmee wordt be paald of de verstoring van het radarbeeld als gevolg van de oprichting van windturbines aanvaardbaar is of niet. 1.46 transformatorstation een bouwwerk voor het transporteren van de door de windturbines opgewekte elektrici teit naar het landelijke hoogspanningsnetwerk met bijbehorende installaties en voorzie ningen. 1.47 tunnel(kas) een werk of bouwwerk voorzien van een bedekking van lichtdoorlatend materiaal en die nend tot het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloe men, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen.
Toelichting
78
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
1.48 veiligheidszone Gasunie de veiligheidszone die aangehouden wordt bij windturbines in de nabijheid van onder grondse buisleidingen voor aardgas en aardolieproducten met een werkdruk van meer dan 15 Bar. 1.49 veiligheidszone Tennet de veiligheidszone die aangehouden wordt bij windturbines in de nabijheid van het trans portnetwerk van 110kV tot en met 380kV. 1.50 verkoopvloeroppervlak de voor het publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte ten behoeve van de detail handel. 1.51 vloeroppervlak de totale oppervlakte, gemeten op vloerniveau, die voor een functie wordt gebruikt. 1.52 waterhuishoudkundige doeleinden doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkun dige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.. 1.53 watergang een voor de oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde watergang. 1.54 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet van 1 januari 2020, houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van re gelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.
1.55 woning/ wooneenheid een complex van fysiek aan elkaar verbonden ruimten, in een (gedeelte van een) gebouw, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één huishouden. 1.56 windturbine een bouwwerk ter opwekking van elektriciteit door benutting van windkracht.
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
afstand tussen windturbine en objecten gemeten van een punt op ashoogte van de windturbine tot de gevel van het object.
2.2
bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheids muren.
Toelichting
79
vU- Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
2.3
bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen ge bouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.
2.4
inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.5
oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
2.6
bouwhoogte van een windturbine vanaf bovenkant windturbinefundatie tot aan de (wieken)as van de windturbine.
2.7
rotordiameter van een windturbine de diameter van de cirkel die door de tip (het uiteinde) van een rotorblad (wiek) wordt beschreven.
2.8
tiphoogte van een windturbine vanaf peil tot aan het hoogste punt van het bovenste verticaal staande rotorblad.
2.9
veiligheidszone de afstand die overeenkomt met de werpafstand bij nominaal toerental, gerekend vanaf het hart van de mast of toren van de windturbine.
Toelichting
80
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
2. Bestemmingsregels Artikel 3 3.1
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van het agrarisch bedrijf; b. nevenactiviteiten; c. landschappelijke waarden; d. waterhuishoudkundige doeleinden; e. erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages; f. landschapstuinen; g. de opwekking van duurzame energie in de vorm van windenergie en zonneenergie alsmede warmte-koude opslag; een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder perceelsontsluitingen en slo ten, en overeenkomstig de in 3.1.2. opgenomen nadere detaillering van de doeleinden. 3.1.2 Nadere detaillering van de bestemming In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 3.1.1: a Intensieve veehouderij Ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' is een intensieve veehouderij toe gestaan. b Nevenactiviteiten Voor nevenactiviteiten gelden de volgende bepalingen: 1 maximaal 25% van de bebouwde oppervlakte van het agrarische bedrijf tot een maximum van 350 m2 van de bedrijfsgebouwen, mag worden gebruikt voor een niet-agrarische nevenactiviteit; 2 detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van detailhandel in streekgebon den producten en agrarisch gerelateerde producten in ondergeschikte vorm.
Hier voor geldt de volgende voorwaarde: a) maximaal mag 100 m2 verkoopvloeroppervlak voor deze detailhandelsactiviteit worden aangewend; 3 buitenopslag en stalling zijn niet toegestaan.
3.2
Bouwregels 3.2.1 Algemeen Uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming. 3.2.2 Bouwen van kassen Voor het bouwen van kassen geldt het volgende:
Toelichting
81
« #
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
de bebouwde oppervlakte van teeltondersteunende kassen, mag niet meer be dragen dan 200 m2, indien de bestaande oppervlakte aan teeltondersteunende kassen reeds groter is dan 200 m2 mag de bestaande oppervlakte aan teelton dersteunende kassen worden gehandhaafd. 3.2.3 (Maatvoering) bebouwing buiten bouwvlak Voor het oprichten van bouwwerken buiten het bouwvlak geldt het volgende: a. uitsluitend mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het agrarisch grondgebruik worden opgericht met een maximale bouwhoogte van 2 m, met dien verstande dat het oprichten van sleufsilo's niet is toegestaan; b. ten behoeve van het extensief recreatief medegebruik is voorts uitsluitend het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan zoals banken, picknicktafels, bruggetjes e.d. met een maximale hoogte van 2 m; c. paardenbakken buiten het bouwvlak, zijn niet toegestaan; d. tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan met een hoogte die niet meer mag bedragen dan 3 m, alsmede permanente constructiepalen ten behoeve van de (tijdelijke teeltondersteunende) hagelnetten met een hoogte van maximaal 6 m; e. permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan.
3.3
Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Omgevingsvergunning paardenbak t.b.v. hobbymatig gebruik Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af wijken van het bepaalde in 3.2.3 onder c teneinde ten behoeve van hobbymatig gebruik binnen deze bestemming of de bestemming Wonen paardenbakken toe te staan buiten het bouwvlak, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de paardenbak kan redelijkerwijs niet worden gesitueerd binnen het bouwvlak of binnen het bestemmingsvlak Wonen; b. de paardenbak wordt aansluitend aan het bouwvlak of het bestemmingsvlak Wonen gesitueerd; c. de paardenbak wordt zodanig gesitueerd en/of ingepast dat deze geen oneven redige aantasting van de landschappelijke waarden vormt; d. schuurtjes, lichtmasten en andere aan de paardenbak verwante bouwwerken zijn niet toegestaan; e. in afwijking van het bepaalde onder d is een molen toegestaan; f. de oppervlakte van de paardenbak bedraagt maximaal 800 m2; g. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt.
3.3.2 Omgevingsvergunning schuilstal Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af wijken van het bepaalde in 3.2.3 teneinde buiten het bouwvlak de oprichting van een schuilstal mogelijk te maken, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de oppervlakte van de schuilstal mag niet meer bedragen dan 30 m2; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; c. bij een schuilstal in de vorm van een hooischelf mag de hoogte van de onder bouw niet meer bedragen dan 2,5 m en de nokhoogte niet meer dan 6 m;
Toelichting
82
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
d. de schuilstal wordt landschappelijk ingepast.
3.4
Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden en/of opstallen voor: a. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten, tenzij: 1. dit plaatsvindt ten behoeve van de agrarische productie binnen het agrarisch bedrijf dan wel uitsluitend betrekking heeft op agrarische producten van het eigen bedrijf; of 2. voor zover het bepaalde in 3.1.2 onder b van toepassing is; b. detailhandel, behoudens het bepaalde in 3.1.2 onder b; c. buitenopslag ten behoeve van nevenactiviteiten; d. vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woon ruimte; e. woondoeleinden; f. het bewonen van bedrijfsruimte; g. de huisvesting van tijdelijke werknemers; h. het inpandig bedrijfsmatig houden van dieren, anders dan op de begane grond laag van agrarische bedrijfsgebouwen; i. een seksinrichting.
3.5
Afwijken van de gebruiksregels 3.5.1 Omgevingsvergunning tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af wijken van het bepaalde in 3.5.1 onder g ten behoeve van tijdelijke huisvesting van tijde lijke werknemers, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de huisvesting vindt plaats in een bestaand bedrijfsgebouw of een gedeelte daarvan; b. de tijdelijke huisvesting is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte van dat bedrijf; c. de huisvesting betreft uitsluitend medewerkers, die alleen binnen het bedrijf, waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten; d. er mogen maximaal 20 medewerkers tegelijk worden gehuisvest op één bedrijf; e. de huisvesting bedraagt niet meer dan 6 maanden binnen de periode van 1 maart tot en met 30 november; f. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; g. het parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; h. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwik kelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuen dierenwelzijnswetgeving; i.
het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; j. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing.
Toelichting
83
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
3.5.2 Omgevingsvergunning inpandige statische opslag als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning af wijken van het bepaalde in 3.1.2 onder b teneinde een grotere vloeroppervlakte ten be hoeve van inpandige statische opslag toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen de aanwezige gebouwen; er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; b. de opslag mag niet plaatsvinden in kassen; c. detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet toegestaan; d. de milieubelasting mag niet toenemen; e. de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afge stemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; f. het gebruik mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroor zaken; g. het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwik kelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieuen dierenwelzijnswetgeving; h. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; i. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; j.
de omgevingsvergunning mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven waarden.
Toelichting
84 999999
9
9
9
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Artikel 4
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
Bedrijf - Windturbinepark (B-WT)
4.1
Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Bestemming De voor 'Bedrijf - Windturbinepark' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het opwekken van elektrische energie door middel van windturbines; b. kraanopstelplaatsen ten behoeve van de bouw en het onderhoud van windtur bines, met dien verstande dat maximaal 1 kraanopstelplaats per windturbine is toegestaan met een maximale oppervlakte van 2.500 m2 voor opstelplaats en windturbinefundament c. wegen en paden, in- en uitritten ten behoeve van de bouw en het onderhoud van windturbines met een maximum breedte van 5 meter; d. ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch': tevens voor de uitoefening van agra rische bedrijfsactiviteiten als bedoeld in artikel 3.1; e. kabels en leidingen; f. overige nutsvoorzieningen.
4.2
Bouwregels 4.2.1 Windturbinepark a. Het maximum aantal windturbines bedraagt ten hoogste 5. b. De minimale bouwhoogte van een windturbine bedraagt ten minste de met de aanduiding 'minimale bouwhoogte (m)' aangegeven waarde; c. de maximale bouwhoogte van een windturbine bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven waarde; d. de rotordiameter van een windturbine bedraagt tenminste 150 meter; e. de rotordiameter van een windturbine bedraagt ten hoogste 180 meter; f. de tiphoogte van een windturbine bedraagt ten hoogste 245 meter; g. elke windturbine heeft drie rotorbladen; h. de bouwhoogte van alle windturbines binnen dit bestemmingsplan dient het zelfde te zijn. Hetzelfde geldt voor de rotordiameter en vormgeving; i. het aantal schakelkasten bedraagt ten hoogste 1 per windturbine; j. de oppervlakte van schakelkasten bedraagt ten hoogste 25 m2 per windturbine; 4.2.2 Overige bouwwerken Voor het bouwen van overige bouwwerken gelden de volgende regels; a. behoudens het bepaalde in 4.2.1 zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan; b. de maximale bouwhoogte van palen en masten bedraagt 6 meter; c. de bouwhoogte van terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 4 meter; d. de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 meter;
4.3
Toelichting
Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Toetsingskader defensieradar Windturbines waarvoor na toetsing aan het Toetsingskader defensieradar, verzorgd door de initiatiefnemer, geen positief advies is ontvangen van het Ministerie van Defensie zijn niet toegestaan.
85
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
4.3.2 Buisleidingen Het plaatsen van een windturbine waarvan de veiligheidszone berekend overeenkomstig artikel 2.9 groter is dan de afstand van die windturbine tot een ondergrondse buisleiding voor aardgas of aardolieproducten met een werkdruk van meer dan 15 bar is slechts toe gestaan na schriftelijke toestemming van Gasunie. 4.3.3 Hoogspanning Het plaatsen van een windturbine waarvan de veiligheidszone berekend overeenkomstig artikel 2.9 groter is dan de afstand van die windturbine tot een hoogspanningsleiding van 110kV tot en met 380kV is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van TenneT.
4.4
Voorwaardelijke verplichtingen 4.4.1 IJsdetectie Het in gebruik nemen en houden van de windturbines is slechts toegestaan indien deze zijn uitgerust met een ijsdetectiesysteem dat windturbines die over een openbare weg draaien stilzet in geval van ijsvorming. 4.4.2 Veilig gebruik luchtruim Het in gebruik nemen en houden van de windturbines is slechts toegestaan nadat hier voor een Verklaring Veilig gebruik Luchtruim van de Inspectie Leefomgeving en Transport is afgegeven. 4.4.3 Mitigatie slagschaduw en lichtschittering Ten behoeve van het voorkomen of beperken van slagschaduw en lichtschittering gelden de volgende regels: a. de windturbine dient voorzien te zijn van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van gevoe lige objecten voorzover de afstand tussen de windturbine en de gevoelige objec ten minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt en voorzover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige scheidingsconstructie van gevoelige objec ten of woonwagens ramen bevinden. In verband met de technische stilzettijd mag per jaar gemiddeld maximaal 30 minuten slagschaduw optreden ter plaatse van gevoelige objecten. b.
de windturbine dient voorzien te zijn van een automatische stilstandvoorziening die de windturbine afgschakelt indien slagschaduw optreedt ter plaatse van kan toren voorzover de afstand tussen de windturbine en de kantoren minder dan 12 maal de rotordiameter bedraagt en gemiddeld meer dan 6 uur per jaar slagscha duw kan optreden gedurende weekdagen en tijdens kantooruren (08:30 t/m 17:30) en voorzover zich in de door de slagschaduw getroffen uitwendige schei dingsconstructie van kantoren ramen bevinden. c. de windturbine dient voorzien te zijn van niet reflecterende materialen of coatinglagen op de betreffende onderdelen. Het meten van reflectiewaarden vindt plaats overeenkomstig NEN-EN-ISO 2813 of een daaraan ten minste gelijkwaar dige meetmethode. 4.4.4 Geluid a. De geluidsbelasting van alle windturbines van Windpark Beuningen samen mag ten behoeve van het beperken van geluidhinder niet hoger zijn dan 47 dB Lden en 41 dB Lnight op de gevel van gevoelige gebouwen en terreinen.
Toelichting
86
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
b. Het laagfrequente geluidsbronvermogen van een windturbine, gedefinieerd als de opgetelde geluidsbronvermogens in de octaafbanden 31,5; 63 en 125 Hz, mag niet hoger zijn dan 96 dB(A). Toetsing van deze waarde geschiedt door een meting conform de IEC 61400-11 of de uitbreide methode van het reken- en meetvoorschrift windturbines uit te voeren. Hierbij mag rekening worden gehouden met een meetonzekerheid van 3 dB. 4.4.5 Externe veiligheid a Het plaatsgebonden risico voor een kwetsbaar object, veroorzaakt door een of meer windturbines van Windpark Beuningen, is niet hoger dan 10-6 per jaar. b Het plaatsgebonden risico voor een beperkt kwetsbaar object, veroorzaakt door een of meer windturbines van Windpark Beuningen, is niet hoger dan 10-5 per jaar. c. Plaatsing van windturbines is alleen toegestaan indien zij voldoen aan de veilig heidseisen opgenomen in NEN-EN-IEC 61400-1, NEN-EN-IEC 61400-2 of NEN-ENIEC 61400-3. d Een windturbine moet ten minste eenmaal per kalenderjaar worden beoordeeld op de noodzakelijke beveiligingen, onderhoud en reparaties door een deskundige op het gebied van windturbines. e.
Een windturbine moet onmiddellijk buiten bedrijf worden gesteld en het bevoegd gezag daaromtrent worden geïnformeerd indien wordt geconstateerd of indien het redelijk vermoeden bestaat dat een onderdeel of onderdelen van de windtur bine een gebrek bezitten, waardoor de veiligheid voor de omgeving in het geding is. De windturbine wordt eerst weer in bedrijf genomen nadat alle gebreken zijn hersteld.
Artikel 5
Verkeer
5.1
Bestemmingsomschrijving De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersdoeleinden in de vorm van een erftoegangsweg met maximaal 2 rijstro ken met bijbehorende voorzieningen zoals groenvoorzieningen, wildbegeleidende en wildbeschermingsvoorzieningen, geluidswerende voorzieningen, par keervoorzieningen, wandel- en/of fietspaden, openbare nutsvoorzieningen, abri's, bermen, wegbeplantingen, water en waterhuishoudkundige voorzienin gen; b. Wegen en paden, in- en uitritten ten behoeve van de bouw en het onderhoud van windturbines met een maximum breedte van 5 meter; c. ter plaatse van de aanduiding 'agrarisch': tevens voor de functie als bedoeld in artikel 3.1
5.2
Bouwregels 5.2.1 Algemeen Uitsluitend mogen worden opgericht bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dien ste staan van de bestemming, alsmede gebouwen ten dienste van openbare nutsvoorzie ningen.
Toelichting
87
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
5.2.2 Gebouwen t.b.v. nutsvoorzieningen Gebouwen ten behoeve van openbare nutsvoorzieningen dienen aan het volgende te vol doen: a. de oppervlakte mag per gebouw niet meer bedragen dan 10 m2; b. de hoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. 5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 15 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van lichtmasten maximaal 18 m mag bedragen.
Artikel 6
Water
6.1
Bestemmingsomschrijving De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterhuishoudkundige doeleinden; b. behoud en ontwikkeling van natuurwaarden; c. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer en waterberging; d. waterstaatkundige kunstwerken, bruggen en andere waterstaatswerken; één en ander met de bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden, beschoeiingen e.d.
6.2
Bouwregels 6.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die ten dienste staan van deze bestemming. 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde De bouwwerken, geen gebouwen zijnde, dienen aan het volgende te voldoen: a. De bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m. b. De hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m.
6.3
Specifieke gebruiksregels 6.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruik strijdig met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruiken en/of laten gebruiken van gronden voor het aanleggen, aanmeren, ligplaatsen innemen van woonschepen en overige schepen.
Artikel 7 7.1
Toelichting
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving De voor Waarde - Archeologie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorko mende bestemming(en), mede bestemd voor behoud en bescherming van waardevolle verwachte archeologische informatie in de bodem. Het gaat hierbij om gebieden met een 88
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
hoge archeologische verwachting, bekende vindplaatsen, oude woongronden en histori sche boerderijlocaties en zonering van 50 m rondom monumenten.
7.2
Bouwregels Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor bouwen voor het oprich ten van een bouwwerk groter dan 120 m2 dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarden van de gronden waarop de aan vraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. b. In afwijking van het gestelde onder a hoeft de aanvrager van een omgevings vergunning voor bouwen geen rapport als bedoeld onder a te overleggen, in dien één van de volgende situaties van toepassing is: 1. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het vervangen van bestaande bebouwing (waaronder een be staande ondergrondse kelder), waarbij de oppervlakte aan bebouwing niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut; 2. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het uitbreiden van bestaande bebouwing tot maximaal 2,5 m uit de bestaande fundering; 3. de aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen betrekking heeft op het bouwen in de bodem tot een diepte van 0,30 m onder het be staande maaiveld; 4. naar oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. c.
Indien uit het onder a genoemde rapport of uit de beschikbare informatie als bedoeld in b onder 4, blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het oprichten van het vergunde bouwwerk zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning voor bouwen: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan bij die voorschriften te stellen kwa lificaties; 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden een verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de arche ologische waarden is omgegaan.
7.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Omgevingsvergunningsplicht Onverminderd het in de Monumentenwet bepaalde is het verboden op of in de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegde gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren:
Toelichting
89
Bosch
van Rijn
experts in renewable energy
Windpark Beuningen Bestemmingsplan - toelichting en regels
a.