CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

01. Reglement van orde raad januari 2022

Raadsvergadering 25 januari 2022, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel Beunings Bestuursmodel13.688 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Leden van de raad kunnen aan de raad wijzigingen op het voorstel van het college of op initiatiefvoorstellen indienen, de zogenaamde amendementen. Wanneer een amendement is ingediend, kan dit 21/29

voor een ander raadslid aanleiding zijn, op dit amendement nog weer een wijziging voor te stel-len, het subamendement. Een (sub)amendement kan ingediend worden op een voorgesteld besluit, dat aanhangig is. De beraadslaging over het (sub)amendement vindt plaats in ten hoogste twee termijnen. Indien (in uitzonderlijke situaties) een ingediend amendement verdere beraadslaging noodzakelijk maakt, kan de raad besluiten tot een derde termijn (artikel 21). Voor wat betreft de stemming over amendementen wordt verwezen naar artikel 29. Voorstel tot splitsing van een voorgestelde beslissing kan, indien aangenomen, meebrengen, dat één onderdeel van een besluit wel en een ander niet wordt aanvaard. Artikel 34. Moties In het eerste artikel van dit reglement is de definitie van het begrip motie gegeven. Een motie is een voorstel tot het doen van een uitspraak. Het kan gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard), het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen of om het doen van een verzoek. Een motie betreft dus niet een concreet besluit dat op rechtsgevolg is gericht; een motie heeft geen juridische, maar een politieke betekenis. Daar- om zijn burgemeester en wethouders formeel niet aan een motie gebonden of tot uitvoering ervan verplicht.

Wel kan het naast zich neerleggen van een motie door het college leiden tot een vertrouwensbreuk tussen raad en college en hieruit kan het college dan zijn consequentie trekken. Voor wat betreft de besluitvormingsprocedure omtrent een motie wordt opgemerkt, dat over een motie een apart besluit wordt genomen. Voor de beraadslaging over een motie over een aanhangig onderwerp geldt, dat deze niet plaatsvindt in afzonderlijke termijnen, maar gelijktijdig met de beraadslaging over het onderwerp, waarop de motie betrekking heeft. Een besluit over een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt aan het einde van de vergadering plaats. Dergelijke moties benaderen de in artikel 36 geregelde initiatiefvoorstellen. Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Dat wil zeggen dat het voor een effectief gebruik van deze instrumenten wenselijk is dat ook het individuele raadslid zon- der belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. De mogelijkheid om zonder drempel- steun een motie in te dienen staat dan ook ten dienste van een effectieve uitoefening van de inkade-ring en controle door de raad. In de Gemeentewet wordt één specifieke motie uitgewerkt.

Dit betreft de motie van wantrouwen waarbij de raad aangeeft het vertrouwen in een wethouder te hebben verloren. Bij de wijziging van de Gemeentewet van april 2009 is dit artikel 49 gewijzigd. Voortaan is het een wethouder niet toegestaan om na een aangenomen motie van wantrouwen aan te blijven. Indien hij dit zelf niet doet, dient de raad actie te ondernemen. Artikel 35. Voorstellen van orde De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door de raad. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel 32, lid 4 Gemeentewet is hierop nietvan toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een pauze. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden (artikel 36). Artikel 36. Initiatiefvoorstellen Het is de taak van het college aan de raad de nodige voorstellen te doen. Maar raadsleden kunnen ook zelf een voorstel voor een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing ter behandeling bij de raad indienen. Hiervoor is het recht van initiatief toegekend. In artikel 147a, eerste lid, van de Gemeentewet is dit uitgewerkt.

Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat de raad regelt op welke wijze een initiatiefvoorstel voor een verordening wordt ingediend en behandeld. Het eerste tot en met het derde lid van artikel 36 voorzien hierin. Artikel 37. Collegevoorstel Dit artikel heeft betrekking op het agenderingsrecht van de raad. De raad is de enige die een voorstel voor een verordening of een ander voorstel kan agenderen, dat het college heeft voorbereid. Als het college het voorstel heeft voorbereid, betekent dit niet dat het college het door hen voorbereide 22/29

voorstel kan intrekken indien het college van oordeel is dat verdere behandeling van het voorstel niet wenselijk is. De raad moet hier toestemming voor geven. Indien de raad van oordeel is dat een voorstel voor een verordening of een ander voorstel niet voldoende is voorbereid, kan de raad het voorstel voor een verordening of een ander voorstel op grond van het tweede lid nogmaals voor advies aan het college zenden. De raad kan het college bijvoorbeeld verzoeken het voorstel voor een verordening of ander voorstel nader te onderbouwen. De raad bepaalt echter wanneer het voorstel voor een verordening of ander voorstel, dat door het col- lege verder voorbereid is, opnieuw behandeld wordt. De raad kan dit in dezelfde raadsvergadering regelen, maar de raad kan dit ook aan de agendacommissiefunctie overlaten. Het vragen- en informatierecht (artikelen 38, 39, 40 en 41). In de gemeente Beuningen heeft de raad gevraagd om duidelijker dan op grond van de modelverordening van de VNG te regelen welke vragen de raad of raadsleden kunnen stellen en op welke wijze dit dient te gebeuren. Dat het in de praktijk lastig gevonden wordt het Reglement van orde opdit punt te volgen is vooral gelegen in het feit dat in de Gemeentewet in verschillende artikelen het recht op informatie is geregeld.

In artikel 155 is opgenomen dat een raadslid mondeling of schriftelijk vragen kan stellen en is het recht tot het houden van een interpellatie geregeld. In artikel 169 is het vragen en geven in inlichtingen geregeld, onder meer in lid drie, waarin het college de raad mondeling of schriftelijk gevraagde inlichtingen dient te verstrekken. In artikel 180 is deze inlichtingenrelatie geregeld voor de burgemeester en de raad. Technische vragen Niet in dit reglement opgenomen is het stellen van technische vragen. In het dagelijks verkeer tussen ambtenaren en raadsleden is het van belang om hierover goede werkafspraken te maken. Soms is het lastig scherp te bepalen wanneer een vraag technisch is en wanneer beleidsgevoelig of politiek-bestuurlijk. Het verschil is gelegen in het feit dat technische vragen louter gaan over feiten of dat van een collegelid niet kan worden verlangd dat het antwoord behoort tot zijn parate kennis, maar wel van die van een ambtenaar. De raad is van mening dat raadsleden makkelijk toegang moeten krijgen tot ambtenaren om antwoorden te krijgen op deze technische vragen (mailadres en telefoonnummer van behandeld ambtenaar). Indien deze ‘informele weg’ niet leidt tot bevredigende antwoorden, pas dan zouden technische vragen in commissieverband mogen worden gesteld. De commissievergaderingen zijn er primair om beleidsinhoudelijke vragen te stellen.

De verordening Ambtelijke bijstand is op bovenstaande punten aangepast. Artikel 38. Vervallen (Interpellatie) Het interpellatierecht ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Daarom is dit recht opgenomen in artikel 40 vragenronde. Artikel 39. Schriftelijke vragen en Inlichtingen Het vragenrecht geeft aan de leden van de raad het recht informatie te vragen over aangelegenheden die tot de bevoegdheid van het college of de burgemeester behoren. Het karakter van deze vragen is primair van informatieve strekking. Op grond van deze bepaling kan een raadslid schriftelijke vragen stellen aan het college of de burgemeester, al naar gelang wie verantwoordelijk is. De verantwoordelijke portefeuillehouder dient de vragensteller gemotiveerd in kennis te stellen, indien de beantwoording niet binnen de gestelde termijnen kan plaatsvinden. Niet de voorzitter, maar het verantwoordelijk collegelid of de burgemeester geeft daarom het antwoord. De raad kan oordelen dat het bijvoorbeeld wenselijk is dat een collegelid of de burgemeester direct kan antwoorden op een vraag. Om die reden is in het zesde lid ingevoegd dat de raad anders kan beslissen. In de hier aangegeven procedure wordt de vragensteller in de gelegenheid gesteld nadere inlichtingen over het antwoord te vragen aan degene die het antwoord heeft gegeven.

Indien de vragensteller van mening is, dat de beantwoording van de vragen tot een besluit van de raad moet leiden, kan hij het recht van initiatief of het interpellatierecht benutten om het onderwerp of het voorstel op de agenda van de raad te krijgen. In artikel 41 werd een procedurele uitwerking gegeven van de inlichtingenplicht die het college en 23/29

de burgemeester hebben ten opzichte van de raad. Om dit reglement eenvoudig te houden is het artikel ondergebracht bij artikel 39. Artikel 40. Vragenronde en interpellatie Deze bepaling vormt een invulling op het voorgesteld artikel 155, eerste lid, van de Gemeentewet met betrekking tot het vragenrecht. Het is een facultatieve bepaling. Het is aan de raad om te bepalen of de instelling van een vragenronde en daarmee het opnemen van een dergelijke bepaling in het reglement van orde wenselijk is. In Beuningen staat vanaf 2010 op de agenda van de raad geen rondvraag meer als agendapunt. Bewust is er gekozen voor een algemene regeling van de vragenronde en deze dient twee doelen, namelijk het mogelijk te maken dat raadsleden: • vragen kunnen stellen aan het college (over het gevoerde beleid); • vragen kunnen stellen over onderwerpen die niet geagendeerd staan en daarbij het college/mederaadsleden uitnodigen tot het geven van een reactie. Het karakter van de vragenronde verschilt dan ook van het recht van interpellatie. Het recht van interpellatie heeft als instrument een zwaarder politiek karakter. Leden van de raad kunnen aan het college inlichtingen vragen over het door hem gevoerde bestuur, voor zover dat niet bij geagendeerde onderwerpen aan de orde komt. Raadsleden vragen daarmee leden van het college zich te verantwoorden voor het door hen gevoerde bestuur.

In het tweede lid is een aanmeldingstermijn van zo mogelijk 24 uur voor vragen opgenomen. Vragen die binnenkomen worden z.s.m. naar het college en de overige leden van de raad doorgezonden. Het interpellatierecht (artikel 155 van de Gemeentewet) ligt in het verlengde van het mondelinge vragenrecht. Het gaat om een recht van een volksvertegenwoordiger om tijdens een vergadering over een niet geagendeerd onderwerp inlichtingen aan het college of de burgemeester te vragen.Daarvoor is verlof van de raad nodig. Dualisering veronderstelt versterking van de vertegenwoordigende en controlerende functie van de raadsleden. Hiervoor dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties te beschikken over adequate instrumenten. Voor een effectief gebruik van deze instrumenten is het wenselijk dat ook het individuele raadslid zonder belemmeringen toegang tot het gebruik daarvan heeft. Wel is hier gekozen voor een ondersteuning door de raad bij gewone meerderheid. Minister Pechtold heeft in een brief van 16 december 2005 aan de Groen-Links fractie in Schoonhoven aangegeven dat de raad de ruimte heeft eigen beleid te ontwikkelen, waardoor de raad dus de vrijheid heeft om te bepalen dat een raadsmeerderheid nodig is om een interpellatiedebat te houden. De minister juicht dit echter niet toe. Voor de democratie lijkt het hem goed om de regels van de Tweede Kamer te volgen.

Dit houdt in dat de toestemming ven een betekenende minderheid (ondersteuning door 30 van de 150 leden) volstaat. In een gedualiseerd systeem zijn wethouders geen lid meer van de raad. Toch is het van belang dat zij bij een instrument als de interpellatie ook op de hoogte worden gesteld van de inhoud van het verzoek. Artikel 41. Vervallen (Inlichtingen) In dit artikel werd een procedurele uitwerking gegeven van de inlichtingenplicht die het college en de burgemeester hebben ten opzichte van de raad. Om dit reglement eenvoudig te houden is het artikel ondergebracht bij artikel 39. Hoofdstuk 5. Begroting en rekening Artikel 42. Procedure begroting en artikel 43. Procedure jaarrekening In deze artikelen wordt de procedure voor de begroting en jaarrekening vastgelegd. De desbetreffende procedure kan jaarlijks of in zijn algemeenheid voor een langere periode worden bepaald. In de Handreiking voor de financiële verordeningen en controleverordeningen (artikel 212, 213, 213a Gemeentewet) (website Actieprogramma Lokaal Bestuur) wordt de inhoudelijke kant uitgewerkt. Hoofdstuk 6. Lidmaatschap van andere organisaties Artikel 44. Verslag en verantwoording Leden van de raad (of in voorkomende gevallen de burgemeester, een wethouder of de gemeentesecretaris), die lid zijn van een algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling, verrichten 24/29

aldaar hun taak zowel als leden van dat bestuur en als vertegenwoordiger van en in naam van de gemeente. Voor de wijze, waarop zij in het bestuur van de gemeenschappelijke regeling functioneren, zijn zij verantwoording verschuldigd aan de raad die hen heeft aangewezen. Ook de gemeenschappelijke regeling dient over deze verantwoordingsplicht en over de informatieverstrekking aan de raad bepalingen te bevatten. In het eerste lid van dit artikel is een regeling getroffen voor mondelinge verslaglegging (uiteraard kan ook een ander moment worden gekozen). En wordt aangegeven dat bespreking in een commissie kan plaatsvinden. In het tweede lid wordt de mogelijkheid tot het stellen van schriftelijke vragen aangegeven, overeenkomstig de regels, daarvoor gesteld in artikel 39. Het is zinvol de bepalingen van dit artikel ook van toepassing te verklaren op andere organisaties, waarin de raad een of meer van zijn leden heeft benoemd. Hierbij valt te denken aan privaatrechtelijke rechtspersonen en vennootschappen, zoals een (raad van commissarissen van) een NV. Hierin voorziet het derde lid. Hoofdstuk 7. Besloten vergadering Artikel 45. Algemeen Dit artikel bepaalt dat de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing zijn op een raadsvergadering achter gesloten deuren.

Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het recht van amendement, het recht van motie, het maken van het verslag. De bepalingen van het reglement zijn echter niet van toepassing, voorzover het toepassen van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Ten aanzien van de stukken die betrekking hebben op een besloten vergadering en het behandelde zal de raad moeten besluiten of geheimhouding als bedoeld in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet wordt opgelegd dan wel opgeheven. In artikel 23 van de Gemeentewet zijn procedurevoorschriften opgenomen voor 'het sluiten van de deuren', de wijze waarop een vergadering een besloten vergadering wordt. In de Raad van Beuningen is op een aantal momenten onduideli jkheid geweest over beslotenheid en geheimhouding. Daarom onderstaand een werkinstructie, gebaseerd op wettelijke verplichtingen en eisen op grond van dit Reglement. In een vraag en antwoord opzet worden ook enige bijzonderheden toegelicht. Werkinstructie Uitgangspunt is vergaderen in de openbaarheid. Besloten vergaderen kan niet over toelating nieuwe raadsleden, begroting en jaarrekening, gemeentelijke belastingen en benoeming en ontslag van wethouders.

Criteria voor beslotenheid Op grond van artikel 10 Wob is beslotenheid is verplicht voorzover stukken of de bespreking daarvan in het openbaar: a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen; b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden; c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld. d. persoonsgegevens betreft (als bedoeld in Hoofdstuk 2, paragraaf 2 Wpb), tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt. Daarnaast zal er in een aantal gevallen een afweging gemaakt moeten worden tussen openbaarheid of beslotenheid. Dit is het geval voor zover stukken of de bespreking daarvan in het openbaar niet 25/29

opweegt tegen één of meer van de volgende belangen: e. de betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties; f. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen (o.a. gemeenten); g. de opsporing en vervolging van strafbare feiten; h. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen; i. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; j. het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie; k. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrok-ken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden. BESLOTENHEID

RAAD 1. 2. 3. 4. 5. 6.

7.

Openbaar begin vergadering Deuren worden gesloten op voorstel van tenminste 1/5 aantal leden op presentielijst of wanneer de voorzitter het nodig vindt Beslissing of met gesloten deuren wordt vergaderd door de raad Afzonderlijk verslag Het verslag is niet openbaar, tenzij de raad anders beslist Het verslag wordt op geel papier verstuurd met de terugkerende koptekst GEHEIMHOUDING aan de raadsleden (tenzij niet tot geheimhouding is besloten). Behoudens collegeleden, ontvangen mogelijk andere aanwezigen bij de besloten vergadering geen verslag. Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering staat op de openbare agenda het vaststellen van het verslag geagendeerd. Indien een lid van de raad het woord wenst te voeren over het verslag, dan kan dit alleen ti jdens een besloten deel. Het vaststellen van het verslag van een besloten vergadering leidt tot de bekrachtiging van de geheimhouding ervan, tenzij de raad besluit dat het verslag openbaar is. De notulen worden door de voorzitter en griffier ondertekend.

GEHEIMHOUDING

RAAD 1.

2.

3. 4.

Oplegging geheimhouding over het behandelde in besloten vergadering en omtrent overgelegde stukken. Beslissing hierover nemen in dezelfde raadsvergadering als waarin tot beslotenheid is besloten. De geheimhouding geldt voor iedereen die aanwezig was, dan wel kennis draagt van de overgelegde stukken Voorafgaande voorlopige oplegging geheimhouding door B en W, burgemeester of raadscommissie t.a.v. stukken die aan de raad zijn overgelegd. Hiervan melding maken op de stukken. Geel en terugkerende koptekst GEHEIMHOUDING. Bekrachtiging geheimhouding t.a.v. aan de raad overgelegde stukken in eerstvolgende raadsvergadering Bij voornemen opheffing geheimhouding in besloten vergadering vooraf overleg plegen met het betreffende orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd

BESLOTENHEID

COMMISSIES 1. 2. 3.

4. 5. 6. 7.

Openbaar begin vergadering Deuren worden gesloten op voorstel van tenminste 1/5 aantal leden op presentielijst of wanneer de voorzitter het nodig vindt beslissing of met gesloten deuren wordt vergaderd door de commissie en bepaling van de kring van aanwezigen. Raadsleden die niet in de commissie zitting hebben mogen het besloten deel als toehoorder bijwonen. Afzonderlijk verslag Het verslag is niet openbaar, tenzij de commissie anders beslist Het verslag wordt op geel papier verstuurd met de terugkerende koptekst GEHEIMHOUDING aan de vaste commissieleden (tenzij niet tot geheimhouding is besloten). Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze verga- dering staat op de openbare agenda het vaststellen van het verslag 26/29

geagendeerd. Indien een lid van de raad het woord wenst te voeren over het verslag, dan kan dit alleen tij- dens een besloten deel. Tijdens de vergadering neemt de commissie een besluit over hetal dan niet openbaar maken van de notulen. GEHEIMHOUDING

COMMISSIES 1.

2.

3. 4.

Oplegging geheimhouding over behandelde in besloten vergadering en omtrent overgelegde stukken. Beslissing hierover nemen in dezelfde commissievergadering als waarin tot beslotenheid is besloten. De geheimhouding geldt voor iedereen die aanwezig was, dan wel kennis draagt van de overgelegde stukken. Voorafgaande voorlopige oplegging geheimhouding door BenW, burgemeester of voorzitter van de raadscommissie tav stukken die aan de commissie zijn overgelegd. Hiervan melding maken op de stukken. Geel en met terugkerende koptekst GEHEIMHOUDING. Deze geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de raad haar opheft. Als de commissie zich terzake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de raad heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de raad haar opheft.

In raads- en commissieverband zijn in 2010 een aantal vragen gesteld over beslotenheid en geheimhouding. De vragen en de antwoorden van de VNG zijn onderstaand opgenomen. Vragen over geheimhouding. 1. Kunnen raadsleden die geen lid van zijn van een adviescommissie van de raad (bijvoorbeeld

Ruimte) als toehoorder bij de besloten vergadering aanwezig zijn; en op die wijze bij de beslotenheid betrokken worden (zie onderstaand ook toelichting op de vraag)?: Toelichting: Na de commissie Ruimte is er een besloten deel over onderwerp X. Na een vorige besloten vergadering mochten de aanwezige raads- en commissieleden het besprokene zelfs niet met andere raadsleden delen. Omdat de beslotenheid strikt de aanwezigen betreft werd gezegd. De vraag: kunnen raadsleden die geen lid van Ruimte zijn als toehoorder bij de besloten vergadering zijn. En op die wijze bij de beslotenheid betrokken worden? 2. Het college besluit een bepaald stuk onder geheimhouding te sturen naar de leden van een com-

missie, bijvoorbeeld ruimte. Kan ik in het reglement van orde opnemen dat alle stukken die onder geheimhouding uitgaan naar de leden van de commissie, altijd ook gaan naar de raadsleden die geen zitting hebben in eerst genoemde commissie (dus dat ze dezelfde rechten en plichten hebben als commissieleden die het stuk hebben ontvangen)? 3. Een vertrouwelijk/geheim onderwerp X wordt in concept in een besloten vergadering van de

commissie ruimte besproken. Een cyclus later biedt het college onderwerp X ter bespreking aan in de raad, zonder tussentussenkomst van de commissie en het raadspresidium stemt hiermee in. De stukken horend bij onderwerp x worden dan direct aan de raad(-sleden) aangeboden. Een commissielid, niet zijnde raadslid, benadert de griffier met de opmerking dat hij graag het stuk na behandeling in de commissie wil zien. Mag dat? Verder vraagt hij of hij bij de afronding van het onderwerp in de besloten raad mag zijn, met toelichting dat hij onderwerp X in concept-fase wel mocht zien/bespreken in de commissie en het dan vreemd is dat hij de afronding niet mag meemaken. Vraag: Mag hij aanwezig zijn, en zo, ja wat moet daar voor worden geregeld? Relevante bronnen: - Gemeentewet artikelen 23, 24, 25, 82, 86, - Reglement van orde raad (hs. 7) en raadscommissies (hs. 5) gemeente Beuningen.

27/29

- Antwoord:( VNG Expertisecentrum Gemeenterecht) 1. Ja, dat is mogelijk. Het hangt uiteraard ook af van de gebruikelijke gang van zaken binnen uw gemeente, maar er is juridisch niets op tegen wanneer de betreffende raadsleden als toehoorder aanwezig zijn. De geheimhoudingsplicht strekt zich op basis van artikel 25 eerste lid van de Gemeentewet uit tot alle personen die bij de vergadering aanwezig zijn en alle personen die van het behandelde of van de stukken kennis dragen, bijvoorbeeld deskundigen, ambtenaren, de griffier, de burgemeester, commissieleden die geen raadslid zijn etc. Deze bepaling opent de mogelijkheid om de stukken onder het opleggen van geheimhouding aan de betreffende raadsleden te verstrekken zonder dat zij bij de commissievergadering aanwezig hoeven te zijn. De mogelijkheden om geheimhouding op te leggen zijn derhalve erg breed; de eventuele strafrechtelijke sancties bij niet naleving van de geheimhoudingsplicht strekken zich ook uit tot niet-commissieleden. 2. Nee, dat raad ik u af. Op grond van artikel 25 lid 2 kan het college besluiten de stukken te verzenden naar een bepaalde commissie of naar enkele raadsleden; indien u in het RvO vastlegt dat daardoor automatisch alle stukken naar de overige leden van de raad worden verzonden komt u mijns inziens in conflict met de bedoeling van de wetgever. 3. Ja, beide situaties zijn mogelijk.

Indien er geheimhouding is opgelegd en deze is bekrachtigd strekt de geheimhouding zich uit tot allen die van het stuk kennis dragen. De geheimhoudingsplicht geldt dus ook voor het commissielid, niet zijde raadslid. Verder bepaalt de raad zelf wie de vergadering achter gesloten deuren bijwoont. Het is weliswaar niet gebruikelijk dat daar externen bij zijn, maar het is niet verboden. Artikel 46. Verslag In dit artikel wordt uitwerking gegeven aan artikel 23, derde lid, van de Gemeentewet. In overeenstemming met artikel 19 is de griffier verantwoordelijk voor het verslag van de raadsvergadering. Dit geldt ook voor het verslag van een besloten vergadering. Artikel 47. Geheimhouding Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering, valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 25 jo artikel 55 van de Gemeentewet noodzakelijk. Artikel 48. Opheffing geheimhouding In de aangehaalde artikelen wordt aan de raad de mogelijkheid geboden de geheimhouding van stukken op te heffen; stukken die niet per se aan hem behoeven te zijn overgelegd. Het kan dus (zie bijvoorbeeld artikel 86, tweede lid, van de Gemeentewet) gaan om de situatie dat de burgemeester geheimhouding heeft opgelegd ten aanzien van stukken die hij aan de raadscommissie heeft overgelegd.

De raadscommissie kan dan aan de raad verzoeken de geheimhouding op te heffen (indien de burgemeester daar niet toe bereid is). In het onderhavige artikel is nu ter zake een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Op grond van artikel 25, derde en vierde lid, kan geheimhouding worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. De opgelegde geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de raad de oplegging niet in zijn eerstvolgende vergadering die volgens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd. Als de raad niet van plan is de opgelegde geheimhouding te bekrachtigen, kan het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met de raad overleg voeren. Deze besloten vergadering kan dan gaan om de vraag waarom de raad de geheimhouding wil opheffen.

28/29

Hoofdstuk 8. T oehoorders en pers Artikel 49. T oehoorders en pers De hier aangegeven procedurebepalingen zijn gebaseerd op de in artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet gegeven bevoegdheid aan de voorzitter van de raad om toehoorders die de orde verstoren, te doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toegang te ontzeggen. Artikel 50. Geluid- en beeldregistraties Aangezien de vergaderingen van een de raad in principe openba ar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Artikel 51. Vervallen Hoofdstuk 9. Slotbepalingen Artikel 52. Uitleg reglement Dit artikel behoeft geen toelichting. Artikel 53. Inwerkingtreding Dit artikel behoeft geen toelichting.

29/29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=def59910-a7f4-4ad7-b089-d5e1e736f004