CConstaterende datBeuningen
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Bijlage 1: Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2021.pdf

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente BeuningenBij agendapunt: Raadsvoorstel: Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2021 en Verordening beslis35.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

2.

De eenmalige tegemoetkoming meerkosten ten behoeve van tijdelijke huisvesting wordt

uitsluitend verleend voor de periode, waarin de aan te passen woonruimte ten gevolge van het realiseren van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en cliënt als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan die redelijkerwijs niet voorkomen kunnen worden. 3. Een eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten in verband met tijdelijke huisvesting wordt verstrekt voor een periode van maximaal zes maanden. De vergoeding vindt plaats op basis van de werkelijk gemaakte kosten tot een maximum van C 591.77 per maand voor een zelfstandige woonruimte of C 292,97 per maand voor een niet-zelfstandige woonruimte..

5.7 Een eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten dat als maximum verstrekt wordt bij het logeerbaar maken van de woning bedraagt č 2.1 71,60.

5.8 Indien het college een eenvoudige losse woonvoorziening van niet-bouwtechnische of nietbouwkundige aard tot č 300 verstrekt, verstrekt het college deze voorziening in eigendom.

Paragraaf 3. Verplaatsen en vervoer

Artikel 6 Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel wordt vastgesteld als tegenwaarde van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening, verhoogd met het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie voor vergelijkbare rolstoelen in het een na vorige volledige kalenderjaar.

Artikel 7 Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de goedkoopst adequate maatwerkvoorziening vermeerderd met de instandhoudingskosten (voor onderhoud, reparatie en (indien van toepassing) verzekering) over een periode van 7jaar. Het college mag bij de hoogte van het persoonsgebonden budget rekening houden met een korting die bij een verstrekking in natura zou worden ontvangen.

Artikel 8 1.

Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een (eigen) auto bedraagt C 586,33 als eenmalig pgb met een maximum van ê 1.1 72,67.

2.

Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een (rolstoel) taxi bedraagt C 586,33 als eenmalig pgb met een maximum van C 1.1 72,67. Het bedrag dat per afgelegde kilometer wordt vergoed in het kader van de vervoersvoorziening onder lid 1 is C 0,1 9.

3.

Artikel 8A 1.

Bij het compenseren van beperkingen bij het zich lokaal verplaatsen ligt het primaat bij het collectieve vervoerssysteem via AVAN.

2.

De cliënt die als gevolg van aantoonbare beperkingen geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer of voor wie het openbaar vervoer niet compenserend is, kan in aanmerking komen voor een Wmo-vervoerspas voor gebruik van het collectief vervoer. Met deze Wmo-vervoerspas wordt een korting verkregen op het normale tarief van dit collectief vervoer.

3.

In het geval van een Wmo-vervoerspas zoals bedoeld in lid 2 betaalt de gemeente het verschil tussen het AVAN-tarief per kilometer en het tarief dat reizigers in het reguliere ov per kilometer betalen. De in lid 2 bedoelde vervoerspas voor het gebruik van collectief vervoer maakt het mogelijk om per kalenderjaar maximaal 1 500 kilometer met korting, zoals bedoeld in lid 2 en 3 te reizen. Na het bereiken van deze 1 500 kilometer komt de cliënt niet meer in aanmerking voor een door de gemeente gefinancierde korting op het normale tarief van dit collectief vervoer.

4.

Artikel 9 9.1 Het in artikel 8 lid 1 bedoelde eenmalig persoonsgebonden budget dat wordt verstrekt voor gebruik van een (eigen) auto, bedraagt in het geval van: - kinderen 4 jaar en cl 2 jaar: de hleft van het bedrag zoals genoemd in artikel 8 lid 1; - kinderen ;»12 jaar: volledige bedrag zoals genoemd in artikel 8 lid 1. 9.2 Indien de behoeften van echtgenoten samenvallen en gebruik kan worden gemaakt van dezelfde voorziening, wordt een enkel eenmalig pgb, zoals bedoeld in artikel 8, toegekend. 9.3 Indien de behoeften van echtgenoten niet samenvallen, wordt niet meer dan anderhalf maal een in artikel 8 bedoeld eenmalig pgb toegekend.

Paragraaf 4. Maatschappelijke participatie Artikel 10 1.

De eenmalige tegemoetkoming voor meerkosten voor een sportvoorziening bedraagt maximaal C 3.908,89.

2.

Dit bedrag is bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening voor een periode van driejaar.

Paragraaf 5. Geestelijke gezondheid Artikel 11 1 ï.i

De tarieven voor beschermd wonen in natura worden bepaald door de gemeente bedongen uurtarieven middels een aanbesteding.

11.2

De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van beschermd wonen of beschermd thuis vindt plaats op basis van vijf categorieën. De vorm van wonen (woongroep of individueel) en de intensiteit/kwaliteit van de benodigde (groeps-) begeleiding bepalen welke categorie beschermd wonen of beschermd thuis wordt toegekend.

11.3 Binnen Beschermd Wonen en Beschermd Thuis wordt onderscheid gemaakt tussen de zorgverlening door professionals in dienst van een instelling en niet-professionals. Bij zorgverlening door professionals hanteren wij een standaardtarief per dag. Voor nietprofessionele geldt dat er wordt gerekend met een uurtarief. Onder niet-professioneels wordt het sociaal netwerk van een cliënt verstaan. Tot het sociale netwerk behoren personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt (artikel 1.1.1 Wmo). Dit is ook het geval als de persoon uit het sociale netwerk een professionele zorgverlener is of in het bezit is een relevant diploma. Deze persoon wordt dus niet aangemerkt als beroepskracht. De vaststelling van het persoonsgebonden budget voor Beschermd Wonen of Beschermd Thuis is gebaseerd op het totaal aantal begeleidingsuren dat een cliënt met een bepaald profiel nodig zou hebben. De cliënt mag binnen het totaal aantal uren, vanwege zijn specifieke situatie de verdeling tussen individuele en groepsbegeleiding afwijkend invullen.

Categorie

Agogisch klimaat in uren per week

Begeleiding individueel uren per week

Beschermd thuis: licht Beschermd thuis: groep licht Beschermd thuis: groep middelzwaar/beschermd wonen: licht Beschermd wonen: middelzwaar Beschermd wonen: intensief

0 3,5

2,5 2,5

Totaal aantal uren begeleiding per week 2,5 6

7

2,5

9,5

10

2,5

12,5

12,5

2,5

15

11.4 In bepaalde gevallen wordt het persoonsgebonden budget niet berekend op basis van dagtarieven maar op basis van uurtarieven. Het zal dan gaan om de volgende situaties: 1.

De budgethouder geeft aan gebruik te willen maken van niet professionele zorg.

2. De budgethouder geeft aan gebruik te willen maken van een mix van niet professionele (informeel) en professionele zorg (formeel). Er zal een uitsplitsing worden gemaakt hoeveel uren informeel en hoeveel uren formeel de budgethouder nodig heeft en deze zullen worden toegekend conform de uurtarieven in onderstaande tabel. 3. De indicatiesteller (GGD Gelderland Zuid, Toegang BW) constateert dat de individuele zorgvraag significant hoger of lager ligt dan het gemiddelde aantal uren dat gerekend mag worden bij de geïndiceerde categorie. In voorkomende gevallen zal de GGD een advies geven over het aantal uren dat de betreffende cliënt nodig heeft. Indien een cliënt met een persoonsbudget voor Beschermd Wonen zowel professionele zorg inkoopt bij een aanbieder als niet-professionele zorg uit zijn eigen netwerk leveren beide partijen ieder een deel van de totaal geïndiceerde hoeveelheid zorg. Met andere woorden: het totale persoonsgebonden budget is gebaseerd op een totaal aantal uren dat de uren in bovenstaande tabel niet kan overschrijden.

Paragraaf 6. Begeleiding/dagbesteding Artikel 1 2 12.1

De tarieven voor begeleiding/dagbesteding in natura worden bepaald door de gemeente bedongen (uur)tarieven middels een aanbesteding (zie bijlage). 12.2

De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van begeleiding/dagbesteding vindt plaats in de vorm van een bedrag per eenheid (zie bijlage).

Artikel 1 3 Vervallen

Paragraaf 7. Opvang Artikel 14 14.1 Er is een bijdrage in de kosten verschuldigd indien een persoon van 1 8 jaar of ouder gebruik maakt van opvang. 14.2 De bijdrage in de kosten wordt bepaald per dag. De bijdrage is verschuldigd voor iedere dag of gedeelte van een dag, waarop de cliënt gebruik maakt van het aanbod van een instelling. 14.3

De bijdrage in de kosten voor opvang bedraagt het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde cliënt, onderscheidenlijk van de gehuwde cliënten tezamen, vermeerderd met 4X van het vermogen van de ongehuwde cliënt, onderscheidenlijk 4X van de opgetelde vermogens van de gehuwde cliënten. 14.4 Indien de instelling bij voltijdopvang of 24-uurs verblijf maatschappelijke opvang of vrouwenopvang (waaronder crisisopvang) aan de cliënt geen voeding verstrekt, wordt de bijdrage in de kosten verminderd met een bedrag voor voeding. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag, dat het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) berekent als gemiddelde kosten. In het geval het bedrag niet bekend is, bepaalt het college het bedrag dat hiervoor in de plaats komt.

14.5 Als een cliënt een vergoeding ontvangt voor vrijwilligerswerk, wordt deze vergoeding buiten beschouwing gelaten bij het berekenen van de bijdrage in de kosten.

14.6 Voor cliënten die gebruik maken van de crisisopvang en tegelijkertijd nog kosten hebben voor een zelfstandige woonruimte, wordt de bijdrage in de kosten gedurende maximaal 6 maanden verminderd met een forfaitair bedrag voor dubbele woonlasten, zijnde 20X van de bijstandsnorm.

HOOFDSTUK 3 JEUGDHULP Artikel 1 5 1 5.1 De tarieven voor jeugdhulp in natura worden bepaald door de gemeente bedongen (uur)tarieven middels een aanbesteding (zie bijlage).

1 5.2 De vaststelling van een persoonsgebonden budget ten aanzien van jeugdhulp vindt plaats in de vorm van een bedrag per eenheid (zie bijlage).

Artikel 16 16.1 Alleen in uitzonderingssituaties bij zwaarwegende redenen is inzet van een pgb door mensen uit het sociale netwerk van de cliënt mogelijk. Hieronder staan drie aanvullende/nadere criteria voor uitvoering van het pgb door leden uit het sociale netwerk: 1.

Degene die de voorziening met het pgb uitvoert, is aantoonbaar deskundig.

2.

Degene die de voorziening met het pgb uitvoert lijdt Kostenderving: ofwel in de vorm van inkomstenderving in verband met het bieden van mantelzorg, ofwel in de vorm van extra kosten die hij moet maken om intensieve mantelzorg te kunnen bieden.

3.

pgb door het sociaal netwerk leidt tot betere/efficiëntere ondersteuning

Deze drie aanvullende/nadere criteria moeten in principe alle drie in combinatie van toepassing zijn om het pgb in het eigen sociale netwerk te kunnen inzetten.

16.2 Verstrekking in de vorm van persoonsgebonden budget vindt niet of niet langer plaats als: a. op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; b. er sprake is van vastgesteld oneigenlijk gebruik of misbruik van een persoonsgebonden budget in het verleden; c. er naar het oordeel van het college andere, zwaarwegende, bezwaren bestaan tegen de verstrekking.

16.3 a. Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager afwijken van de bepalingen in artikel 16.1, indien toepassing van deze bepalingen leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. b. Het college kan de bepalingen in dit artikel nader invullen in de beleidsregels.

Artikel 1 7 1 7.1 Teneinde hun eigen kracht en regie te versterken stelt het college tijdens het vooronderzoek de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als dejeugdige en zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan. 17.2 Als de jeugdige en zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld, betrekt het college dat als eerste bij het onderzoek, bedoeld in artikel 6 van de Verordening Jeugdhulp.

HOOFDSTUK 4 OVERIG

Paragraaf 7. Terugvordering Artikel 1 8 1.

De meerwaarde van de woning die door het ontvangen van een woonvoorziening (compensatie op het leefgebied huisvesting) is ontstaan, dient gedeeltelijk aan de gemeente Beuningen te worden terugbetaald.

2.

Voor het bepalen van het bedrag van meerwaarde wordt uitgegaan van:

a.

het toegekende bedrag voor de woonvoorziening minus de bijdrage in de kosten die voor de woonvoorziening is betaald;

b.

een afschrijving van 1 OX voor elk vol jaar dat de woonvoorziening was gerealiseerd.

Artikel 1 9 Bij een bedrag tot č 1 50,- wordt afgezien van terugvordering.

Paragraaf 3. Persoonsgebonden budget Artikel 20 20.1

Voor de duur van de verstrekking van een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb wordt de volgende economische afschrijvingstermijn gehanteerd: a.

maatwerkvoorziening voor een meerderjarige: 7 jaar (oftewel 91 zorgperioden);

b.

maatwerkvoorziening voor een minderjarige: 5 jaar (oftewel 65 zorgperioden).

20.2

Als een minderjarige meerderjarig wordt dan wordt de afschrijvingstermijn verminderd met het aantal járen dat de minderjarige de maatwerkvoorziening heeft toegekend gekregen.

20.3 In afwijking van het eerste lid kan voor tweedehands maatwerkvoorzieningen voor een meerderjarige en minderjarige de afschrijvingstermijn worden verminderd met de actuele leeftijd van de maatwerkvoorziening.

20.4 Indien de met het eenmalig persoonsgebonden budget aangeschafte voorziening na het verstrijken van de in lid 1 bedoelde periode nog adequaat, kwalitatief verantwoord en compenserend is, dan wordt geen nieuw persoonsgebonden budget verstrekt. Een

persoonsgebonden budget voor instandhoudingskosten kan dan wel worden verstrekt. Onder instandhoudingskosten wordt verstaan: de noodzakelijke kosten om de voorziening in stand te houden, in het bijzonder de kosten van onderhoud en reparatie en, voor zover van toepassing, de verzekeringskosten. 20.5 De bewaartermijn voor de pgb-administratie is 7 jaar. 20.6

Bij de verlening van een persoonsgebonden budget worden de budgethouder de volgende verplichtingen opgelegd: a. De budgethouder dient zelf een aansprakelijkheidsverzekering te hebben (afgesloten) voor schade die door het gebruik van de voorziening aan derden kan ontstaan. Zoals bepaald in artikel 11 van de verordening is - indien van toepassing - een component opgenomen voor verzekering. b. De budgethouder dient zelf een voorziening die een motorrijtuig is in de zin van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) te verzekeren in overeenstemming met artikel 2 van die wet. Zoals bepaald in artikel 11 van de verordening is - indien van toepassing - een component opgenomen voor verzekering.

Artikel 21 Bij overlijden van de pgb-houder wordt het persoonsgebonden budget beëindigd met ingang van de eerste dag van de kalendermaand volgend op de maand van overlijden.

Artikel 22 Het college indexeert de bedragen genoemd in artikel 5.2, 5.3, 5.5, 5.6, 5.7, 8.1, 8.2 en 1 0.1 van deze financiële bijlage jaarlijks op 1 januari op basis van de consumentenprijsindex zoals het CBS deze vaststelt.

Tabel tarieven pgb Wmo/Jeugdhulp gemeente Beuningen (prijspeil 1 januari 2021)

Producten

Productcode

Eenheid

Hulp bij het huishouden HH1 en HH2

Pgb professioneel

Pgb informeel

Beuningen 2021

Beuningen 2021

1 7,50

1 7,50

Requliere Begeleiding

Wmo 02A03

per uur

46,28

20,00

Reguliere Begeleiding in een

Wmo 02A1 7

per uur

1 5,43

n.v.t.

groep Persoonlijke Verzorqinq

Wmo 03A03

per uur

41,12

20,00

Specialistische Begeleiding

Wmo 02A05

per uur

55,53

20,00

Specialistische Begeleiding in een groep

Wmo 02A20

per uur

18,51

n.v.t.

Dagbesteding

Wmo 07A03

per dagdeel

30,98

20,00

Kortdurend Verblijf

Wmo 04A04

per etmaal

161,59

31,06

Casemanaqement

Wmo 02A21

per uur

55,53

n.v.t.

Vervoer Dagbesteding en Kortdurend Verblijf

Wmo 08A03

per etmaal

11,39

n.v.t.

Tijdelijk verblijf LVB met begeleiding en evt. verzorqinq

Wmo 10A22

per etmaal

1 12,21

n.v.t.

Tijdelijk verblijf LVB met (dagelijks) intensieve begeleiding en verzorging en/of gedragsregulering

Wmo 10A2 5

per etmaal

1 52,62

n.v.t.

Reguliere Begeleiding

Jw 45A04

46,28

20,00

Reguliere Begeleiding in een groep

Jw 45A71

per minuut per

1 5,43

n.v.t.

Verzorging en Begeleiding

Jw 40A04

51.42

20,00

minuut per minuut

Specialistische Begeleiding

Jw 45A05

per minuut

55,53

20,00

Specialistische Begeleiding in een groep

Jw 45A49

per minuut

18,51

n.v.t.

Dagbesteding (intersectoraal)

Jw 41 Al 8

per dagdeel

41,01

20,00

Dagbehandeling (intersectoraal)

Jw 41A03

per dagdeel

89,77

20,00

Vaktherapie

Jw 45A53

per minuut

63,37

nvt

Groepsgerichte vaktherapie

Jw 45A52

per minuut

21,12

n.v.t.

Kortdurend Verblijf

Jw 44A09

per etmaal

161,5 9

31,06

Casemanagement

Jw 45A55

per minuut

55,53

n.v.t.

Vervoer naar dagbesteding, Kortdurend Verblijf en Dagbehandeling

Jw 42A03

per etmaal

1 1,39

n.v.t.

Dyslexie

Jw 45A74

n.v.t.

Behandeling basis Jeugd GGZ

Jw 54001

per minuut per minuut

77,29

n.v.t.

Specialistische Jeugd GGz (inch obs en diagnostiek)

Jw 54002

per minuut

89,98

n.v.t.

Toeleiding

02L01

per uur

n.v.t.

Verlengde toeleiding

02L02

per uur

n.v.t.

Consultatie

02L03 02L04

per uur

n.v.t.

per uur

46,28

20,00

Gespecialiseerde begeleiding ZG Revaliderende begeleiding ZC

02L05

per uur

46,28

20,00

02L06

per uur

46,28

20,00

Dagactiviteit zintuigelijk gehandicapten

07L01

per etmaal

46,28

20,00

Toeleiding

02L08

per uur

n.v.t.

n.v.t.

Verlengde toeleiding

02L09

per uur

n.v.t.

n.v.t.

Consultatie doofblindheid

02L10

per uur

n.v.t.

n.v.t.

Beantwoording korte begeleidingsvragen

02 LI 1

per uur

46,28

20,00

Gespecialiseerde begeleiding doofblinden

02L12

per uur

46,28

20,00

Begeleidersvoorziening Doofblinden

02L13

per uur

46,28

20,00

Beantwoording korte begeleidingsvragen

Revaliderende begeleiding ZC

02L14

per uur

46,28

20,00

Dagactiviteit zintuigelijk gehandicapten

07L02

per uur

46,28

20,00

Gespecialiseerde begeleiding

02 L1 5

per uur

46,28

20,00

Time out voorziening

44A06

per etmaal

127,56

n.v.t.

Moeder Kind Huis

44A45

per etmaal

210,97

n.v.t.

Pleegzorg 24 uurs

44A07

per etmaal

35,97

n.v.t.

Netwerkonderzoek

35502

per etmaal

23,60

n.v.t.

Gezinshuis J-LVG incl. begeleiding (2LVG)

44A36

per etmaal

146,21

n.v.t.

Gezinshuis J-LVG incl. begeleiding en behandeling (3LVG)

43A36

per etmaal

157,35

n.v.t.

Gezinshuis J&O incl. begeleiding

44A08

per etmaal

144,04

n.v.t.

Gezinshuis J&O begeleiding en behandeling

43A10

per etmaal

126,20

n.v.t.

Kamertraining

44A27

per etmaal

77,52

n.v.t.

Fasehuis, leerhuis, behandelgroep in wijk

44A28

per etmaal

139,15

n.v.t.

Beschermd wonen J-GGZ en verslavingszorg

44A52

per

137,52

n.v.t.

Behandelgroep incl. dagbesteding en behandeling

43A55

per etmaal

201,07

n.v.t.

43A51

per etmaal

110,76

n.v.t.

Behandelgroep incl dagbesteding en behandeling (3VG)

43A52

per etmaal

145,29

n.v.t.

3-leefmilieusvoorzieningen incl behandeling en dagbesteding (4-LVG)

43A56

per etmaal

247,00

n.v.t.

(3LVG) Behandelgroep excl. dagbesteding incl behandeling (3VG)

etmaal

3-leefmilieusvoorzien ingen incl behandeling en

43A57

per etmaal

246,02

n.v.t.

Terreinvoorziening Gezinsopname (VF4)

43A31

per etmaal

303,22

n.v.t.

Behandelgroep 24 uur op terrein (VF6)

43A37

per etmaal

151,84

n.v.t.

Behandelgroep 24 uur op terrein (VF7)

43A38

per etmaal

218,70

n.v.t.

Behandelgroep 24 uur op terrein (VF8)

43A39

251,75

n.v.t.

Toeslag MFC Z91 1 (toeslag bij ZZP 4 en 5)

45A58

per etmaal per etmaal

n.v.t.

n.v.t.

JeugdzorgPlus

43A12

per etmaal

n.v.t.

n.v.t.

Langdurige klinische opname GGZ/Psychiatrie F-bed incl crisisbed

52053

per etmaal

n.v.t.

n.v.t.

Langdurige klinische opname GGZ/Psychiatrie G-bed incl crisisbed

52054

per etmaal

n.v.t.

n.v.t.

Verslavingszorg GGZ jeugdkliniek E-bed

52052

per etmaal

n.v.t.

n.v.t.

Verblijf zonder overnachting GGZ

52063

per etmaal

n.v.t.

n.v.t.

Crisisbed LVB Z560

46A03

per etmaal

n.v.t.

n.v.t.

Spoedopvang J&O Met verblijf (VF8) SpoedopvangJ&O zonder verblijf

46A04

n.v.t.

n.v.t.

46A01

per etmaal traject

n.v.t.

n.v.t.

Ambulante Behandeling J&O J-LVG (komt uit blok B)

45A65

per uur

79,21

n.v.t.

Ambulante Groepsgerichte Behandeling J&O J-LVG (nieuw)

45A69

per uur

26,41

n.v.t.

MST (Multi Systeem Therapie)

45A41

traject

n.v.t.

n.v.t.

MDFT , ACRA 1 Craft

45A40

traject

n.v.t.

n.v.t.

Gezin Centraal 1 IOG

45A39

traject

n.v.t.

n.v.t.

OTS < 1 jaar

48A04

traject

n.v.t.

OTS > 1 jaar

48A05

traject

n.v.t. n.v.t.

n.v.t.

Voogdij

48A06

traject

n.v.t.

n.v.t.

Reguliere jeugdreclassering

47A0Ì

traject

n.v.t.

n.v.t.

dagbesteding (5-LVG)

Samenloop

47A06

traject

n.v.t.

n.v.t.

ITB-harde kern

47A05

traject

n.v.t.

n.v.t.

ITB-criem

47A04

traject

n.v.t.

n.v.t.

STP

47A07

traject

n.v.t.

n.v.t.

CBM advies

47B01

traject

n.v.t.

n.v.t.

GBM begeleiding

47B02

traject

n.v.t.

n.v.t.

Producten 2020 BW (oude structuur van 201 5 tot en met 2019)

Indicatie Product code

Beschermd wonen met beqeleidinq

GGZ Cl

Beschermd wonen met begeleiding en dagbesteding

GGZ Cl db

Gestructureerd beschermd wonen met uitgebreide beqeleidinq

Gestructureerd beschermd wonen met uitgebreide begeleiding en dagbesteding

PGB professioneel per dag

PGB professioneel per uur

PGB informeel per uur

1 5760

etmaal

C

79,70

nvt

nvt

nvt

1 5761

etmaal

C

111,45

nvt

nvt

nvt

1 5762

etmaal

e

119,05

nvt

nvt

1 5763

etmaal

C

148,51

nvt

nvt

1 5764

etmaal

e

135,60

C 85,46

C

55,81

C

21,24

1 5765

etmaal

e

167,82

e 112, 81

C

57,59

C

21,24

etmaal

e

160,13

C 108,27

C

56,30

C

21,24

etmaal

e

195,02

e 135,65

C

56,84

C

21,24

r-

nvt

GGZ C2 db

GGZ CB

Beschermd wonen met intensieve begeleiding en dagbesteding

GGZ C3 db

Gestructureerd beschermd wonen met intensieve begeleiding en verzorging en dagbesteding

Natura tarief

GGZ C2

Beschermd wonen met intensieve beqeleidinq

Gestructureerd beschermd wonen met intensieve begeleiding en verzorging

Eenheid

GGZ C4

nvt

1 5766

GGZ C4 db

1 5767

zin

Beschermd wonen met intensieve begeleiding en gedragsregulering

Beschermd wonen met intensieve begeleiding en gedragsregulering en daqbesteding

Beschermd wonen met intensieve begeleiding en intensieve verpleging en verzorging

Beschermd wonen met intensieve begeleiding en intensieve verpleging en verzorging en dagbesteding

Producten 2020 VPT (oude structuur van 201 5 tot en met 2019)

GGZ C5

1 5768 etmaal

G

172,93

G 1 17,31

G

54,90

G

21,24

etmaal

G

207,59

G 144,68

G

55,65

G

21,24

etmaal

G

212,28

G 160,19

G

57,67

G

21,24

etmaal

G

248,36

G 187,55

G

57,23

G

21,24

GGZ C5 db 1 5769

1 5770

GGZ C6

GGZ C6 db

1 5771

Indicatie

Productcode

Eenheid

VPT

Beschermd wonen met intensieve begeleiding VPT

1 5744

etmaal

e

104,33

Beschermd wonen met intensieve VPT begeleiding en dagbesteding

1 5745

etmaal

e

130,11

A1

Gestructureerd beschermd wonen met intensieve begeleiding en verzorging VPT

1 5746

etmaal

e

125,42

Gestructureerd beschermd wonen met intensieve begeleiding en verzorging en dagbesteding VPT

1 5747

etmaal

e

152,56

Beschermd wonen met intensieve begeleiding en gedragsregulering VPT

1 5748

etmaal

e

136,60

Beschermd wonen met intensieve begeleiding en gedragsregulering en dagbesteding VPT

1 5749

etmaal

e

164,27

Beschermd wonen met intensieve begeleiding en intensieve verpleging en verzorging VPT

1 5750

etmaal

e

171,86

Beschermd wonen met intensieve begeleiding en intensieve verpleging en verzorging en dagbesteding VPT

1 5751

etmaal

e

200,16

Productcode

Eenheid

Beschermd Thuis: Bereikbaarheid en beschikbaarheid

1 5N01

Etmaal

G

1,00

Beschermd Thuis: Licht

1 5N02

Etmaal

G

26,29

Beschermd Thuis: Groep Licht

1 5N03

Etmaal

G

55,56

Beschermd Thuis: Groep Middelzwaar

1 5N04

Etmaal

G

83,39

Beschermd wonen: Licht

1 5 N1 1

Etmaal

G

125,38

Beschermd wonen: Middelzwaar

1 5N1 2

Etmaal

G

150,98

Beschermd wonen: Intensief

1 5N1 3

Etmaal

G

172,31

Productcode

Eenheid

Daqbestedinq

1 5N21

Daqdeel

G

37,42

Aanvullende daqbestedinq

1 5N22

Daqdeel

G

37,42

Aanvullende beqeleidinq

1 5N31

Uur

G

73,80

Overbruqqinqszorq (beqeleidinq)

1 5N32

Uur

C

73,80

1 5N51

Retourrit

G

11,00

1 5N41

Etmaal

G

100,00

Eenheid

PGB informeel

Eenheid

Producten 2020 (nieuwe structuur vanaf 2020)

Producten 2020 (nieuwe structuur vanaf 2020)

Indicatie

Indicatie

Vervoer van en naar daqbestedinq Afweziqheidsdaq

-

ZIN

ZIN

PGB tarieven (nieuwe structuur vanaf 2020) Product Wonen/verblijf

PGB professioneel

Beschermd Thuis: licht

G 25,31

per etmaal

G 21,24

per uur

Beschermd Thuis: qroep licht

G 52,31

per etmaal

G 21,24

per uur

Beschermd wonen: licht*

G 77,92 per etmaal

G 21,24

per uur

Beschermd wonen: middelzwaar

G 101,07 per etmaal

G 21,24

per uur

Beschermd wonen: intensief

G 120,35 per etmaal

G 21,24

per uur

# In de PGB variant zonder woonlasten en persoonlijke verzorging) is ‘Beschermd Thuis: Groep Middelzwaar’ inhoudelijk en financieel nagenoeg gelijk aan ‘Beschermd wonen: Licht’. Derhalve geen ‘Beschermd Thuis: Groep Middelzwaar’ als PGB-variant opgenomen.

Bijlage 3 Criteria pgb zorgaanbieders en onderaannemers Waar in deze bijlage wordt gesproken van ‘zorgaanbieder', wordt zowel de pgb-zorgaanbieder bedoeld als een onderaannemer, tenzij expliciet anders is aangegeven.

Algemene criteria Geschiktheidseisen Het gaat om de geschiktheid om de opdracht uit te voeren. Daarvoor moet er bij de zorgaanbieder voldoende financieel economische draagkracht zijn en; De zorgaanbieder moet voldoen aan de beroepsbekwaamheidseisen, waaronder diploma-eisen, afhankelijk van de te leveren ondersteuning: een bewijs als geregistreerd professional jeugd of certificering Wmo; Ervaring blijkend uit 1 relevante referentieopdracht2 uitgevoerd in de laatste 3 járen.3 Bij een onvoldoende referentie kan de hoofdaannemer een schríftelijke verklaring afgeven waarmee hij instaat voor de uitvoering van de opdracht door de onderaannemer.

Uitsluitingsgronden Er is bij de zorgaanbieder geen sprake van: 1.

Het niet betalen van belasting en/of sociale premies

2.

Deelneming in een criminele organisatie

3.

Fraude

4.

Terroristische misdrijven

5.

Witwassen

6.

Kinderarbeid/mensenhandel

7.

Schending van verplichtingen op gebied van milieu, sociaal- of arbeidsrecht

8.

Faillissement

9.

Vervalsing van mededinging

10. Een belangenconflict 11. Valse verklaring(en) 1 2. Vroegtijdige beëindiging van een eerdere overeenkomst, schadevergoeding of sanctie 13. Onrechtmatige beïnvloeding 14. Ernstige beroepsfouten: a.

doen van een gift of belofte of het aanbieden van een dienst;

b.

verstrekken van onjuiste gegevens of het ten onrechte niet verstrekken van juiste gegevens;

2 De vereiste capaciteit, kennis en ervaring moet zijn opgedaan in en moet blijken uit één relevante referentieopdracht die in de afgelopen 3 jaar is uitgevoerd. De gevraagde kerncompetentie: * ZIN referentie (1 of meerdere referenties met minimaal 5 Cliënten), of * PGB referentie geanonimiseerd (1 of meerder referenties met minimaal 5 Cliënten) 3 Deze eis geldt niet voor pgb-zorgaanbieders die behoren tot het sociaal netwerk.

AA

c.

handelen of nalaten waardoor de integriteit van werknemers of andere personen ernstig in gevaar wordt gebracht;

d.

begaan van gedragingen in strijd met voor het beroep relevante wet- en regelgeving, tuchtregels, toezichtregels, gedragsregels of gedragscodes;

e.

het verrichten van werkzaamheden die in strijd zijn met de openbare orde;

f.

alle andere delicten en gedragingen of omstandigheden die naar hun aard zijn aan te merken als ernstige fout in de uitoefening van het beroep.

Screening kan bestaan uit: 1. Het door een zorgaanbieder laten overleggen van schríftelijke bewijsstukken die aantonen dat hij aan de geschiktheidseisen en/of kwaliteitseisen voldoet waaronder een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG); 2. Het doen van onderzoek in open dan wel gesloten bronnen; 3. Het vragen van een Bibob-advies bij het Landelijk Bureau Bibob.

Kwaliteitscriteria pgb zorgaanbieders en onderaannemers De gemeenten zijn eindverantwoordelijk voor de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg aan burgers. Ook als de ondersteuning wordt geboden via een pgb of onderaannemerschap. De zorgaanbieders dienen te werken met deskundig personeel en kwalitatief goede zorg bieden, waarin de Cliënt en zijn netwerk centraal staan. In geval van onderaanneming kan de hoofdaannemer garant staan voor de kwaliteitsonderdelen waarop de onderaannemer (nog) te kortschiet. De onderaannemer dient in ieder geval zelfstandig te voldoen aan de wettelijke kwaliteitskaders (zie onder kwaliteitseisen).

1. Het hulpverleningsplan/herstelplan en evaluatieverslag dienen aan de volgende eisen te voldoen4: De gemeente hecht (er) veel waarde aan: 1. "één huishouden, één plan” waarin alle leefdomeinen aan bod komen en samenhang is tussen de hulp van de verschillende dienstverleners en de informele zorg en ondersteuning; 2. dat iedereen zijn eigen mogelijkheden benut, zelfregie houdt over zijn leven en zijn sociale netwerk versterkt (samenredzaamheid); 3. dat ook kwetsbare doelgroepen volwaardig kunnen meedoen in de samenleving en een betekenisvolle tijdsbesteding hebben aansluitend bij de wensen en mogelijkheden; 4.

methodisch werken aan ontwikkeling met door de Cliënt gedragen doelen en concrete acties.

a. Er moet een check zijn gedaan van alle leefdomeinen. Leefdomeinen: inkomen, werk en opleiding, tijdsbesteding, huisvesting, huiselijke relaties, geestelijke gezondheid, lichamelijke gezondheid, middelengebruik, vaardigheden bij activiteiten van het dagelijks leven (ADL), sociaal netwerk (en woonomgeving), maatschappelijke participatie en justitie. b. Het plan moet perspectiefgericht zijn. Er zijn doelen geformuleerd die duidelijk, concreet en haalbaar zijn en die niet alleen perspectief bieden op de langere termijn, maar zich ook richten op praktische, snelle resultaten. Er zijn activiteiten geformuleerd gericht op het behalen van de korte- en lange termijn doelen met een duidelijke prioritering. Het evaluatieplan evalueert de doelen, zoals geformuleerd in het hulpverleningsplan.

4 Deze bepaling is vanzelfsprekend alleen van toepassing als voor het type zorg of ondersteuning een hulpverleningsplan en evaluatieverslag is vereist.

c. De informele en formele betrokkenen zijn in kaart gebracht. Er zijn afspraken gemaakt over hoe de afstemming tussen de betrokken eruit ziet. Er wordt beschreven wie de regie voert: Cliëntsysteem, casemanagement door de Zorgaanbieder, Gemeentelijke Toegangspoort, of Gecertificeerde Instelling. d. Er is een goede balans tussen formele en informele zorg: en er wordt goed beschreven hoe wordt samengewerkt met het sociale netwerk en hoe gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en de informele voorzieningen in de samenleving (verenigingen en vrijwilligersorganisaties). Er wordt ook beschreven of individuele hulp (deels) omgezet kan worden in groepsactiviteiten met motivatie waarom dit al dan niet mogelijk is. e. De mogelijkheden voor deelname aan gewone maatschappelijke activiteiten worden onderzocht en gestimuleerd. f. Er staat beschreven hoe er wordt gewerkt aan versteviging van de eigen regie van de Cliënt en de versterking van zijn/haar sociale netwerk. Het eigen denkvermogen ^ leervermogen) wordt aangesproken en Cliënt is, naar vermogen, eigenaar en regisseur van zijn eigen plan.

2. Bereik en participatie specifieke doelgroepen De gemeente hecht veel waarde aan een inclusieve samenleving waarin iedereen volwaardig kan meedoen. Dat vereist toegankelijkheid van de zorg voor alle burgers met een ondersteuningsvraag bijvoorbeeld vanwege lichamelijke, verstandelijke en /of psychische beperkingen. Daarbinnen zijn er kwetsbare doelgroepen met extra uitdagingen vanwege taal, etniciteit, culturele achtergrond, geloofsovertuiging en/of seksuele geaardheid. Van zorgaanbieder wordt verwacht dat hij deze specifieke doelgroepen kan bereiken, in hun kracht zet, hun sociaal netwerk versterkt en laat meedoen in de samenleving.

3. Betaalbaarheid De zorgaanbieder dient bij te dragen aan de doelstelling betaalbaarheid van zorg vanuit de doelstelling: licht waar kan, zwaar waar nodig.

4. Duurzaamheid De gemeente hecht belang aan duurzaamheid rondom de thema’s personeel en milieu. Een duurzaam personeelsbeleid is van cruciaal belang in de zorg: de kwaliteit van de zorg wordt voor een groot deel bepaald door de kwaliteit van het personeel, de match van het personeel met de Cliënt en de continuïteit van de Professional voor de Cliënt. Daar hoort bij dat het personeel vakbekwaam, vitaal en toekomstbestendig is en dat er geen hoog verloop van personeel is.

Kwaliteitseisen begeleiding, dagbesteding en beschermd wonen (Wmo) en Jeugdhulp Kwaliteitseisen gemarkeerd met zijn niet van toepassing op beschermd wonen._______ *

WETTELIJKE KW ALI TE ITS KADERS Wet maatschappelijke ondersteuning 1

Maatschappelijke ondersteuning Gemeente verstaat onder maatschappelijke ondersteuning: « bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met

«

« 2

een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld; ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving; bieden van beschermd wonen en opvang.

Maatwerkvoorziening Gemeente verstaat onder een maatwerkvoorziening een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen: » ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen; « ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen, » ten behoeve van beschermd wonen en opvang.

3

Kwaliteitssysteem De Zorgaanbieder draagt zorg voor de goede kwaliteit van de voorziening. Een voorziening wordt in elk geval: « veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht verstrekt; » afgestemd op de reële behoefte van de Cliënten op andere vormen van zorg of hulp die de Cliënt ontvangt; » verstrekt in overeenstemming met de op de beroepskracht rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de professionele standaard; » verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt.

4

Klachtenregeling Zorgaanbieder hanteert een eenvoudige en transparante klachtenregeling die voldoet aan de uitgangspunten van de Wmo 201 5 en voorziet in bemiddeling bij en afhandeling van klachten.

5

Medezeggenschapsregeling Zorgaanbieder hanteert een regeling voor medezeggenschap van Cliënten over voorgenomen besluiten van Zorgaanbieder die voor de Cliënten van belang zijn.

6

Meldcode huiselijk geweld een kindermishandeling

6.1

Zorgaanbieder voldoet aan de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiertoe moet zij in ieder geval een meldcode hanteren en het gebruik en de kennis van de meldcode onder degenen die voor hem werkzaam zijn bevorderen.

6.2

Bovenwettelijk; Zorgaanbieder heeft een aandachtsfunctionaris aangesteld.

7

Verklaring Omtrent het Gedrag (VOC)

Al

Bovenwettelijk; Zorgaanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van personen die beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met cliënten. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden bij aanvang van de werkzaamheden. De Zorgaanbieder verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is. 8

Verwijsindex risicojongeren Bovenwettelijk; Zorgaanbieder die werkt met jongvolwassenen voldoet aan de eisen van de in de Jeugdwet verplichte landelijke Verwijsindex risicojongeren5. De verwijsindex is een vroeg-signaleringsinstrument dat risicomeldingen van Professionals over jongeren tot 23 jaar bij elkaar brengt. Hierdoor weten betrokkenen sneller of een jongere ook bekend is bij een andere Professional. Het doel is vroege signalering van risico’s die een gezonde en veilige ontwikkeling naar volwassenheid van een jongere bedreigen, zodat tijdig passende hulp, zorg of bijsturing kan worden gegeven. Zorgaanbieder die werkt met jongvolwassenen wijst een instellingscoördinator VIR aan die de implementatie van VIR in de organisatie waarborgt. Zorgaanbieder implementeert toekomstige wijzigingen van de Verwijsindex. Jeugdwet

9

Jeugdhulp Gemeente verstaat onder jeugdhulp het volgende: » Ondersteuning, hulp en zorg, niet zijnde preventie, voor Jeugdigen en hun ouders6 bij het verminderen, stabiliseren, behandelen en opheffen van of omgaan met de gevolgen van psychische problemen en stoornissen, psychosociale problemen, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking van de Jeugdige, opvoedingsproblemen van de ouders of adoptie-gerelateerde problemen; » Het bevorderen van de deelname aan het maatschappelijk verkeer en van het zelfstandig functioneren van Jeugdigen met een somatische, verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem en die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt; »

10

Het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de persoonlijke verzorging gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij Jeugdigen met een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking of een somatische of psychiatrische aandoening of beperking, die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt.

Doelgroep jeugdhulp

5 Zie http://www.handreikingmelden.nl/ voor de Handreiking. 6 Hier kan ook gelezen worden verzorgers of wettelijk vertegenwoordiger(s)

Jeugdhulp is bedoeld voor de Jeugdige die: » de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt of; « de leeftijd van 23 jaar nog niet heeft bereikt en jeugdhulp ontvangt in het kader van jeugdstrafrecht of; « de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie op grond van de Jeugdwet: o is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp waarvan de verlening was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, o

o

noodzakelijk is; vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is, of; is bepaald dat na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.

11

Verantwoorde hulp

11.1

De Zorgaanbieder verleent verantwoorde hulp. Dat is hulp van goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig is en cliëntgericht wordt verleend en is afgestemd op de reële behoefte van Jeugdige of ouder.

1 1.2

De Zorgaanbieder organiseert zich op zodanige wijze, voorziet zich kwalitatief en kwantitatief zodanig van personeel en materieel en draagt zorg voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde hulp. De jeugdhulpaanbieder en gecertificeerde instellingen betrekken hierbij de resultaten van overleg tussen jeugdhulpaanbieders, het college en cliëntenorganisaties.

12

Verantwoorde werktoedeling

12.1

De Zorgaanbieder voldoet aan de norm van verantwoorde werktoedeling.

12.2

De Zorgaanbieder zet Professionals in die over de juiste expertise beschikken en vakbekwaam zijn. Vakbekwaam zijn houdt in dat Professionals in staat zijn om een beroep uit te oefenen volgens de voor de beroepsgroep geldende professionele standaard. Dat betekent dat steeds die Professional moet worden ingezet die past bij de vraag van de cliënt, die beschikt over de noodzakelijke vakbekwaamheid en die handelt volgens de beroepsethische normen.

12.3

De Zorgaanbieder draagt er zorg voor dat Professionals hun taken kunnen verrichten met inachtneming van de voor hen geldende professionele standaarden (beroepscodes, vakinhoudelijke richtlijnen en veldnormen).

12.4

De Zorgaanbieder werkt met geregistreerde Professionals (SKJ of BIG)

12.5

De Zorgaanbieder deelt taken toe met inachtneming van de specifieke kennis en vaardigheden van de geregistreerde Professional.

12.6

De Zorgaanbieder draagt er zorg voor dat taken worden uitgevoerd door of onder verantwoordelijkheid van een geregistreerde Professional.

AQ

12.7

De Zorgaanbieder belast niet-geregistreerde Professionals uitsluitend met de uitvoering van taken indien het aannemelijk is dat dat niet afdoet aan de kwaliteit, of zelfs noodzakelijk is voor de kwaliteit van de uit te voeren taak.

12.8

De Zorgaanbieder moet kunnen verantwoorden waarom een geregistreerde, dan wel een niet-geregistreerde Professional wordt ingezet voor een taak.

13

Kwaliteitssysteem Zorgaanbieder moet de kwaliteit van de geboden hulp systematisch bewaken, beheersen en verbeteren. Zorgaanbieder moet daarnaast gegevens over de kwaliteit van hulp systematisch verzamelen en registreren.

14

Hulpverleningsplan Zorgaanbieder werkt op basis van een hulpverleningsplan waarover is overlegd met de Jeugdige en de verzorgers en dat is afgestemd op de behoeften van de Jeugdige.

15

Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)

1 5.1

Zorgaanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) van personen die beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met Jeugdigen of verzorgers. De VOG mag niet ouder zijn dan drie maanden bij aanvang van de werkzaamheden. Zorgaanbieder verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is. De VOG van een solistisch werkende jeugdhulpverlener mag tijdens de werkzaamheden niet ouder zijn dan drie jaar.

1 5.2

Bovenwettelijk; Zorgaanbieder raadpleegt het BIG/SKJ-register en het register met tuchtrechtuitspraken alvorens een Professional aan te nemen.

16

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

16.1

Zorgaanbieder voldoet aan de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling. Hiertoe moet zij in ieder geval een meldcode hanteren en het gebruik en de kennis van de meldcode onder degenen die voor hem werkzaam zijn bevorderen.

16.2

Bovenwettelijk; Zorgaanbieder heeft een aandachtsfunctionaris aangesteld.

17

Vertrouwenspersoon

1 7.1

Zorgaanbieder stelt de vertrouwenspersoon AKJ (Advies en Klachtenbureau Jeugdzorg) in staat werk te verrichten. Dit betekent dat de vertrouwenspersoon in ieder geval; «

vrije toegang heeft tot de gebouwen, terreinen en ruimten van jeugdhulpaanbieders waar Jeugdigen kunnen verblijven, een en ander voor zover dit voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig is. De vertrouwenspersoon behoefte geen toestemming van derden om met een Jeugdige te spreken

»

Zorgaanbieder aan de vertrouwenspersoon alle inlichtingen verschaffen en alle bescheiden tonen die de vertrouwenspersoon voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft

»

De vertrouwenspersoon de faciliteiten verschaffen die de vertrouwenspersoon voor een juiste uitoefening van zijn taak nodig heeft

1 7.2

Zorgaanbieder informeert Cliënten en hun verzorgers actief over het recht tot ondersteuning van een onafhankelijk vertrouwenspersoon.

18

Klachtenregeling Zorgaanbieder hanteert een klachtenregeling die voorziet in bemiddeling bij en afhandeling van klachten van Jeugdigen, verzorgers en (pleeg)ouders over de Zorgaanbieder of personen die voor hem werkzaam zijn. Zorgaanbieder heeft een klachtencommissie ingesteld. Zorgaanbieder informeert Cliënten en hun (pleeg)ouders actief over de klachtenregeling en toegang tot de klachtencommissie.

19

Cliëntenraad De Zorgaanbieder stelt een cliëntenraad in en volgt daarbij de wettelijke bepalingen opgenomen in artikel 4.2 van de Jeugdwet.

20

Inzicht in kwaliteitsverslag Zorgaanbieder stelt jaarlijks een verslag op over de naleving van de regels omtrent de kwaliteit van dejeugdhulp, onderscheidenlijk de kwaliteit van de uitvoering van de taken, het klachtrecht en de medezeggenschap. De Zorgaanbieder verleent inzicht in dit verslag aan de Gemeente door het jaarlijks aan te leveren bij de Contractmanager. Zorgaanbieder maakt dit verslag openbaar.

21

Verwijsindex risicojongeren Zorgaanbieder voldoet aan de eisen van de wettelijk verplichte landelijke Verwijsindex risicojongeren, en wijst een instellingscoördinator VIR aan die de implementatie van VIR in de organisatie waarborgt. Zorgaanbieder implementeert toekomstige wijzigingen van de Verwijsindex. OVERIGE WET- EN REGELGEVING

22

In dit document staan slechts een aantal wettelijke eisen benoemd waaraan Zorgaanbieder moet voldoen. Gemeente verwacht dat Zorgaanbieder bekend is met, en voldoet aan, alle op de Zorgaanbieder van toepassing zijnde wet- en regelgeving, richtlijnen en verdragen zoals, maar niet beperkt tot; » Geneesmiddelenwet » Jeugdwet » Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdzorg (van de Gemeenten) » VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind « VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap » Wet aanpak schijnconstructies » Wet arbeid vreemdelingen » Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) » Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie « Wet gebruik Burgerservicenummer in de zorg « Wet Ketenaansprakelijkheid

» » » * » » » 23

Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg Wet maatschappelijke ondersteuning 201 5 (Wmo 201 5) Wet minimumloon en minimumvakantietoeslag Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Doorstroom en afstemming Wmo, Jeugdwet, Zorgverzekerswet, Wet Langdurige Zorg en de Participatiewet Doorstroom leuqdwet naar Zorqverzekerinqswet (Zvw) Als een Jeugdige Zvw-zorg krijgt, bestaat er geen recht op een voorziening op grond van de Jeugdwet. Indien de behandeling van een Jeugdige nog niet afgesloten kan worden en continuering daarvan ná het 18ejaar noodzakelijk is vanuit de Zvw, zorgt Zorgaanbieder er in samenspraak met de Jeugdige voor dat er tijdig een verwijzing van de huisarts is. Daarnaast begeleidt Zorgaanbieder de Jeugdige bij het tijdig aanvragen van een zorgverzekering. Doorstroom leuqdwet naar Wet Lanqduriqe Zorq (Wlz) Jeugdigen met een blijvende beperking worden vaak in eerste instantie van hulp en begeleiding voorzien vanuit de jeugdhulp. Voor Jeugdigen tot 1 8 jaar is de Wlz van toepassing op de meeste kwetsbare Jeugdigen met 'een blijvende behoefte' aan 'permanent toezicht' of '24 uur per dag zorg in de nabijheid'. Het gaat dan om zorg vanwege een somatische aandoening of beperking, een verstandelijke beperking, een lichamelijke beperking, een zintuiglijke beperking of meervoudige beperkingen. Bij Jeugdigen met een perspectief of vermoeden van een Wlz traject (in de toekomst) is het van belang om op een zo vroeg mogelijk moment na te gaan of voortzetting van de hulp in het kader van de Wlz is aangewezen.

Bovenstaande verplicht Zorgaanbieders die met deze Jeugdigen werken tot een zorgvuldige diagnose, een zorgvuldige opbouw van het dossier en begeleiding bij de aanvraag Wlz bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Als een Jeugdige dus recht heeft op Wlz-zorg, bestaat geen recht op een voorziening op grond van de Jeugdwet. Dit geldt ook wanneer er gegronde redenen bestaan om aan te nemen dat de Jeugdige een indicatie voor Wlz-zorg zou kunnen krijgen, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van dit indicatiebesluit. In dat geval meldt de Zorgaanbieder deze weigering bij de desbetreffende Gemeente. Uitzondering hierop is als er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan de problemen van de Jeugdige. In dat geval kan het zijn dat de Jeugdige zowel op grond van de Wlz als op grond van de Jeugdwet een soortgelijke voorziening kan krijgen. De jeugdhulpvoorziening op grond van de Jeugdwet gaat dan voor. Afstemminq Wmo 201 5, de Wet lanqduriqe zorq (Wlz) en de Zorqverzekerinqswet (Zvw) Er wordt geen maatwerkvoorziening vanuit de Wmo 201 5 verstrekt voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de

noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat. Dit betekent: Wlz Bij een verdere achteruitgang van de Cliënt met een beperking of een chronisch psychisch of psychosociaal probleem wordt indien noodzakelijk tijdig een Wlzindicatie aangevraagd bij het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) door de Cliëntzelf of diens vertegenwoordiger met begeleiding van de aanvraag Wlz door Zorgaanbieder. Na de toekenning van de Wlz-indicatie vervalt de Wmo-indicatie, behoudens de door de wetgever benoemde uitzonderingssituaties. De Zorgaanbieder heeft de verplichting de desbetreffende Gemeente onverwijld te informeren over de toegekende Wlz-indicatie. De Wmo 201 5 bepaalt dat de Gemeente een maatwerkvoorziening kan weigeren indien er redenen zijn om aan te nemen dat de Cliënt op de Wlz aanspraak kan doen gelden en weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit dienaangaande. In dat geval meldt de Zorgaanbieder deze weigering bij de desbetreffende Gemeente. Zvw Als de Zvw toegang biedt voor zorg die al vanuit de Wmo 201 5 geleverd wordt, dan moet de Zorgaanbieder in die gevallen actie ondernemen om Zvw-indicatie te verkrijgen, de Wmo-indicatie op dit onderdeel te stoppen en hiertoe contact op te nemen met de Gemeente.

Overig Tenslotte kan het voorkomen dat een Cliënt niet alleen ondersteuning krijgt vanuit de Wmo 201 5, maar ook uit de aanpalende wetten, waarin bijvoorbeeld leerlingenvervoer en jeugdzorg is geregeld. Waar die zorg geleverd wordt door andere zorgZorgaanbieder(s) dient Zorgaanbieder de dienstverlening af te stemmen met deze betrokken zorg Zorgaanbieder(s). Sameniooo Wmo 201 5 en Participatiewet De Participatiewet kan voor veel Cliënten mogelijkheden bieden in de verdere verbetering van de levenssituatie van de cliënt. De Zorgaanbieder denkt actief mee in de mogelijkheden die de Participatiewet in deze kan bieden voor de Cliënten ondersteunt de Cliëntbij de toeleiding naar (aangepast) werk. 24

Privacy en informatie uitwisseling

24.1

De Zorgaanbieder is verplicht zich te houden aan privacy wet en regelgeving (Wmo, Jeugdwet en Wet Bescherming Persoonsgegevens). Dit geldt ook voor de samenwerking met de Gemeentelijke Toegangs. Daar waar mogelijk en noodzakelijk willen we dat de Zorgaanbieder goede afspraken maakt over de uitwisseling van informatie in het belang van de cliënt. De Zorgaanbieder geeft zich er rekenschap van dat de Europese verordening (Algemene Verordening Gegevensbescherming) is aangenomen, die direct werking heeft. Alle organisaties in publieke en private sector moeten uiterlijk 25 mei 201 8 aan deze nieuwe wetgeving voldoen.

24.2

Gemeente vindt het belangrijk dat uitwisseling van persoonsgegevens goed beveiligd plaatsvindt, onder andere door middel van beveiligd e-mailverkeer. Gemeente sluit

daartoe de Gemeentelijke Toegangspoort aan op Zorgmail. Zorgaanbieder heeft de keuze van ditzelfde instrument gebruik te maken, of de beveiligde berichtenuitwisselingsomgeving van de Regio te gebruiken of op niet- elektronische wijze te communiceren. Ontwikkelingen op het vlak van beveiligde gegevensuitwisselingen staan niet stil. Gemeente zal tijdig communiceren wat de volgende stappen zijn. PRESTATIE-EISEN 25

Cliëntondersteuning Elke Cliënt heeft recht op een onafhankelijke cliëntondersteuning. Zorgaanbieder informeert de Cliënt hierover en beperkt zich tot betrokkenheid bij de Cliënt op basis van de ondersteunings- en/of zorgbehoefte van desbetreffende cliënt.

26

Cliënt centraal

26.1

De regie op de hulpverlening ligt bij de cliënt, al dan niet samen met familieleden, buren of vrienden uit het eigen netwerk. Zorgaanbieder sluit aan bij de regiemogelijkheden die de Cliënten zijn sociaal netwerk hebben.

26.2

Zorgaanbieder betrekt de Cliënt bij beslissingen en behandelt de Cliënt als een gelijkwaardige gesprekspartner. Praten met de cliënt, en niet over de Cliënten naast de Cliëntstaan, en niet er tegenover staan, zijn de uitgangspunten.

26.3

Zorgaanbieder stemt de inzet van ondersteuning af op de agenda van de Cliënten/of zijn verzorgers/mantelzorgers.

26.4

Bij iedere situatie/aanvraag/casus waarbij er signalen, dan wel vermoedens zijn van een mogelijk onveilige situatie voor Jeugdige en/of volwassene wordt een veiligheidsinschatting gedaan en zo nodig wordt er een veiligheidsplan opgezet en uitgevoerd. Een veiligheidsinschatting omvat een beoordeling- en risicotaxatie van de veiligheid van de Jeugdige en/of volwassene. Het dient als een signaleringsmiddel voor onveilige situaties en als kapstok voor een open gesprek over een lastig thema. Risicofactoren die kunnen worden benoemd en ingeschat zijn bijvoorbeeld (echt)scheiding, ziekte, werkloosheid, huiselijk geweld, seksueel grensoverschrijdend gedrag, huisvesting en sociaal isolement. Op basis van een veiligheidsinschatting moet worden bepaald welke inzet en/of afspraken nodig zijn om de risico’s te minimaliseren en de veiligheid te verhogen. Gestandaardiseerde risicotaxatie instrumenten die bijvoorbeeld kunnen worden gebruikt bij vermoedens van onveiligheid zijn het ‘Licht Instrument Risicotaxatie Kindveiligheid (LIRIK)’ of de ‘Checklist Veilig Thuis’. Risicotaxatie kan onderdeel uitmaken van de ‘Verplichte Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’.

27

Tolken Bij de toewijzing van Professionals aan cliënten, houdt de Zorgaanbieder rekening met de moedertaal van de cliënt. Waar mogelijk zet Zorgaanbieder een Professional in die de taal van de Cliënt spreekt. Indien dit niet mogelijk is, bekijkt Zorgaanbieder de mogelijkheid om een tolk vanuit het sociale netwerk van Cliënt of vanuit Vluchtelingenwerk in te zetten.

28

Verwijzers

28.1

Bij de Wmo is de Gemeentelijke Toegangspoort de Verwijzer (Sociale Wijkteams ook wel sociale teams, kernteams, regieteams of zorgnetwerken en Veiligheidshuis of de GGD wat betreft beschermd wonen).

28.2

Bij Jeugdhulp zijn naast de Gemeentelijke Toegangspoort als Verwijzer aangewezen: huisartsen, jeugdartsen, kinderartsen, medisch specialisten, voogden van gecertificeerde instellingen, rechter, raad van de kinderbescherming en de officier van justitie.

33

Hulpverleningsplan

33.1

Zorgaanbieder wijst Cliënt op de mogelijkheid om zijn/haar sociale netwerk, waaronder mantelzorger(s), te betrekken bij het opstellen van, en invulling geven aan, het hulpverleningsplan en geeft hier, indien gewenst, actief invulling aan.

33.2

Zorgaanbieder werkt op basis van een hulpverleningsplan waarover is overlegd met de Cliënten dat is afgestemd op de behoeften van de cliënt.

33.3

Zorgaanbieder stelt altijd een hulpverleningsplan (begeleidings- herstel- of behandelplan) op met concrete doelen en daaraan gekoppelde activiteiten/acties om deze doelen te bereiken die overeengekomen zijn met de cliënten, verzorgers en andere betrokkenen uit het sociale netwerk, onderwijs, leerplicht, vrijwilligers, lokale zorgstructuur, (huis)artsen, jeugdgezondheidszorg, zorgaanbieders etc. Als er sprake is van doorverwijzing door een Gemeentelijke Toegangspoort, dan is het hulpverleningsplan gebaseerd op het onderzoeksverslag van de Gemeentelijke Toegangspoort. In het hulpverleningsplan benoemt Zorgaanbieder de doelen aan de hand van de leefgebieden uit de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) waarop de Cliëntproblemen ervaart. Gemeente ziet de ZRM niet als instrument voor bekostiging, maar als hulpmiddel voor integrale en resultaatgerichte ondersteuning. Tijdens het traject, zoekt de Zorgaanbieder met de Cliënt voortdurend naar mogelijkheden in het voorliggende veld (voorliggende voorzieningen) om aan de gestelde doelen te werken. Te denken valt aan het onder de aandacht brengen van wijkactiviteiten of het zoeken naar lotgenotencontact. Deze activiteiten moeten zichtbaar zijn in het hulpverleningsplan. Zorgaanbieder legt in het hulpverleningsplan vast wanneer en op welke wijze de doelen worden geëvalueerd. Evaluatie vindt minimaal één keer per jaar plaats.

Indien er meerdere Professionals zijn betrokken bij een cliënt, maakt een bespreking van de ervaringen van de Cliënt met het samenwerkingsverband integraal onderdeel uit van de evaluatie. Zorgaanbieder gebruikt deze informatie om de samenwerking tussen zijn Professionals onderling en tussen zijn Professionals en Professionals van andere organisaties te verbeteren. In het evaluatieverslag rapporteert Zorgaanbieder in ieder geval over de geboden activiteiten, de bereikte resultaten, de mate van doelrealisatie en een advies over het vervolg. Zorgaanbieder geeft in het evaluatieverslag aan welke gestelde doelen zijn

behaald en aan welke doelen nog gewerkt moet worden, dit ook voor een eventuele overdracht naar een andere zorgaanbieder. In het hulpverleningsplan legt Zorgaanbieder vast op welke wijze de wijzigingen in doelen/acties die voortvloeien uit de evaluatie tussentijds worden teruggekoppeld naar de betrokkenen en de Verwijzer. 33.4

In het hulpverleningsplan staat hoe er wordt vormgegeven en gewerkt aan de kantelingsprincipes: « Licht en dichtbii: de ondersteuninq wordt zo dichtbij moqeliik qeboden, bii mensen thuis of op vindplaatsen (zoals scholen en wijkcentra). De aanbieders zijn verplicht zich in te spannen om de hulpverlening zoveel mogelijk lokaal en gebiedsgebonden, afgestemd op de lokale zorg- en welzijnsstructuur en vaste gezichten te leveren en te organiseren; » Zelfreqie en samenredzaamheid: welke methodieken wordt toeqepast om eigen regie van de Cliënten en hun sociale netwerk te versterken en samen met het netwerk het plan op te stellen en uit te voeren (bij voorkeur Sociale Netwerkstrategieën of Persoonlijk Toekomst Plan), wordt er toegewerkt naar herstel van een zo normaal mogelijke situatie in het gezin?; » Het principe ‘één qezin, één plan, één reqisseur’: hoe wordt samenqewerkt met onderwijs, het sociale netwerk en vrijwilligers (informele hulp), lokale zorgstructuur en andere zorgprofessionals (huisartsen, jeugdgezondheidszorg, leerplicht etc)? Wie voert indien nodig de casusregie?; » Participatie en ‘qewoon meedoen’; stimuleert de Zorqaanbieder zoveel mogelijk de deelname aan gewone activiteiten op scholen, wijkactiviteiten of sportverenigingen? Wordt bij jongeren toegewerkt naar zelfstandigheid en participatie?; « Collectief boven individueel: wordt waar moqeliik qebruik qemaakt van

het aanbod van vrijwilligersorganisaties, welzijnsvoorzieningen? en algemene voorzieningen? Er wordt ook aangeven of individuele jeugdhulp (deels) omgezet kan worden in groepsactiviteiten met motivatie waarom dit al dan niet mogelijk is. Toeqespitst op bescherm wonen qeldt voor het hulpverleninqs-Zherstelplan: Zorgaanbieders hanteren een hulpverleningsplan, hierna genoemd het Herstelplan. Deze bevat gerichte herstel- en uitstroomdoelen op alle (relevante) leefgebieden, dan wel doelen gericht op stabilisatie en acceptatie. Ten minste de volgende elementen zijn in dit plan verwerkt: » Er is een analyse gedaan van alle (relevante) leefdomeinen, op al deze domeinen zijn doelen geformuleerd gericht op ontwikkeling en herstel en een termijn met streefdata waarbinnen deze behaald kunnen worden; dan wel gericht op stabilisatie en acceptatie van een psychiatrisch ziektebeeld inclusief het voorkomen van achteruitgang voor de groep cliënten voor wie dit het hoogst haalbare doel is/voor wie ontwikkeling en herstel niet langer haalbaar is; « De doelen zijn haalbaar en concreet. Zij bieden perspectief op zowel lange termijn als korte termijn. De doelen worden ondersteund door specifieke

activiteiten en er worden concrete producten genoemd waar de cliënt zich » »

»

»

»

naartoe beweegt; De geformuleerde activiteiten zijn aan een doel gekoppeld en helder geprioriteerd; Er wordt gebruik gemaakt van een evaluatieplan om de doelen te evalueren zoals in het Herstelplan geformuleerd. In dit plan is aangegeven in welke periodiek er wordt geëvalueerd. GGD en cliënt evalueren de doelen zodat kan worden bepaald of en welke zorg er in het vervolg nodig is; Onderdeel van het herstelplan is het in kaart brengen van betrokkenen(ľ) uit het formele en informele netwerk. Waar dit van toepassing is, is er een afgestemd plan met het (lokale) (zorg)netwerk opgesteld. Hierin zijn afspraken gemaakt over de afstemming tussen betrokkenen en wie regie voert in de specifieke casus; Daginvulling maakt integraal deel uit van het herstelplan. Waar relevant is omschreven hoe dagbesteding bijdraagt aan de stabilisatie, ontwikkeling en het herstel van de cliënt. Dit is gekoppeld aan de hierboven vermelde doelen; Er staat beschreven hoe wordt gewerkt aan versteviging van de eigen regie van de Cliënt, die gericht is op ontwikkeling en herstel, dan wel aan de stabilisatie en aan de versterking of opbouw van zijn/haar sociale netwerk. Waar van toepassing wordt het eigen ontwikkelvermogen aangesproken en Cliënt is, naar vermogen, eigenaar en regisseur van zijn eigen plan. Bijvoorbeeld via de sociale netwerk strategie.

33.5

Zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de Cliënt de ínhoud van het hulpverleningsplan begrijpt en verstrekt de cliënt, indien gewenst, een versie van het hulpverleningsplan.

34

Integraal werken Zorgaanbieder vormt een netwerk rond de Cliënt met Verwijzer en stemt de ondersteuning af met andere professionele dienstverleners die zorg of jeugdhulp leveren aan de Cliënt en het Cliëntsysteem (één gezin, één plan, één regisseur). Waar nodig en mogelijk, werkt Zorgaanbieder binnen dit netwerk met een integraal hulpverleningsplan. Uitwisseling van informatie vindt plaats binnen de kaders van de wet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Beuningen&id=60a1d65e-74b1-49a3-8ee5-90f60ae97221