00 Raadsvoorstel Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2022
Tekst van het document
Raadsvoorstel Zaak BPR E SO.00000002 de gemeenteraadJa Onderwerp : Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2022 Nummer(agenda) : Registratienummer : bb22.00111 Registratiecode : *bb22.00111* Auteur : André Goudriaan Status : Openbaar Persgesprek : 16 februari 2022
Raadsvergadering
:
19 april 2022
Commissie 1 Datum Commissie 2 Datum B&W-vergadering Portefeuillehouder
: : : : : :
S&B 6 april 2022 20 januari 2022 15 februari 2022 F.M.H.P. Houben
Samenvatting Dit voorstel gaat over een aanpassing van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen. Het beleid blijft grotendeels intact. Enkele zaken worden verduidelijkt, onder andere wat betreft persoonsgebonden budgetten in het sociale netwerk en de geldigheidsduur van een verklaring omtrent het gedrag. Daarnaast is een indexering toegepast en zijn enkele redactionele aanpassingen gedaan.
Besluit om 1. De Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2022 inclusief toelichting en bijlagen vast te stellen conform bijlage 1; 2. De Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2022 met terugwerkende kracht in werking te laten treden op 1 januari 2022; 3. de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2021 met ingang van 1 januari 2022 in te trekken.
Inleiding Jaarlijks wordt de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen (hierna: de verordening) aangepast, bijvoorbeeld om zaken te verhelderen, redactionele verbeteringen door te voeren en indexeringen toe te passen. Daarom volgt hierbij een voorstel om de verordening te actualiseren. De voorgestelde wijzigingen zijn beperkt van aard en daarmee wordt het beleid van de afgelopen jaren ook in 2022 voortgezet. De wijzigingen hebben vooral betrekking op: 1. Een grondslag creëren voor toezichthouders Wmo en Jeugdwet; 2. Een verduidelijking welk pgb-tarief een professional krijgt die uit het sociale netwerk van een cliënt komt; 3. Een verduidelijking qua geldigheidsduur van een verklaring omtrent het gedrag voor solistisch opererende zorgverleners; 4. De eigenbijdragesystematiek voor de specifieke Wmo-voorziening Tijdelijk verblijf LVB 18+; 5. Een grondslag voor een nadere regeling om een waardering voor pleegouders in het leven te roepen; 6. Een indexering van persoonsgebonden budgetten.
Beoogd effect
Een verordening die duidelijkheid verschaft aan inwoners en professionals over het beleid dat gemeente Beuningen voert wat betreft maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp. Argumenten 1.1 Er is een grondslag gecreëerd voor toezichthouders Wmo en Jeugdwet In het regionale concept dat ten grondslag ligt aan deze verordening was per abuis geen formele grondslag opgenomen voor het aanstellen van een toezichthouder Wmo (kwaliteit en rechtmatigheid) en Jeugd (rechtmatigheid). Dat wordt hersteld door artikel 15 lid 1 toe te voegen. 1.2 De tariefstelling voor een professional uit het sociale netwerk bij pgb’s is verduidelijkt Het is toegestaan om een lager tarief te hanteren wanneer een persoonsgebonden budget ingezet wordt voor ondersteuning door iemand uit het eigen sociale netwerk. Dit passen we in Beuningen al enkele jaren toe, maar de verordening zelf gaf geen uitsluitsel wat betreft de vraag welk tarief van toepassing is als de zorgverlener wel uit het sociale netwerk van de cliënt komt en tegelijkertijd voldoet aan de criteria voor een professional, bijvoorbeeld door genoten opleidingen of relevante werkervaring. Dit is verduidelijkt door artikel 12 en 13 te wijzigen. Het voorstel is nu om het lagere pgb-tarief te hanteren wanneer iemand weliswaar voldoet aan de criteria voor een ‘professional’, maar toch uit het sociale netwerk komt.
Daarmee prevaleert de relatie tot de cliënt (namelijk het behoren tot het sociale netwerk van de cliënt) en niet het karakter van professionele hulp. 1.3 De geldigheidsduur van een Verklaring omtrent het gedrag is verduidelijkt In de verordening is bepaald dat een verklaring omtrent het gedrag noodzakelijk is wanneer ondersteuning geboden wordt via een persoonsgebonden budget. De enige uitzondering daarop betreft bloedverwanten in de eerste of tweede graad of personen die beschikken over een geldige SKJ-registratie. In de toelichting op artikel 11 lid 1 is opgenomen dat in het geval van solistisch werkende hulpverleners geldt dat de verklaring omtrent het gedrag tijdens de werkzaamheden niet ouder mag zijn dan drie jaar. Daarmee voorkomen we dat een solistisch werkende hulpverlener bij elke nieuwe indicatie een nieuwe verklaring omtrent het gedrag moet overleggen. 1.4 De eigenbijdragesystematiek voor een specifieke voorziening is expliciet benoemd Voor de specifieke Wmo-voorziening Tijdelijk verblijf LVB 18+ was de eigenbijdragesystematiek niet benoemd. Daarom is in bijlage 2 in artikel 2.4 opgenomen dat de systematiek van Beschermd Wonen gevolgd wordt. De reden voor dit regionaal afgestemde voornemen is dat het een voorziening betreft die een combinatie van wonen en zorg bevat en dat sluit aan bij de eigenbijdragesystematiek voor Beschermd Wonen.
Dit heeft wel tot gevolg dat deze inwoners een inkomensafhankelijke bijdrage betalen (conform Beschermd Wonen) en niet het vaste abonnementstarief (€ 19 p/m). Het CAK bewaakt dat de hoogte van de bijdrage conform de wettelijke normen vastgesteld wordt. 1.5 Het college kan een regeling voor een pleegzorgcompliment invoeren Regionaal bestaat onder gemeenten de wens om afstemming te bereiken over een zogenoemd pleegzorgcompliment voor pleegouders. Op dit moment is er echter nog geen definitieve regionale afstemming hoe dit deze waardering voor pleegouders precies vorm gaat krijgen. De verordening geeft het college echter de bevoegdheid om een regeling in het leven te roepen. Wel zal daarbij de beoordeling plaatsvinden in hoeverre deze regionale lijn past bij de ondersteuning die pleegouders in Beuningen nu al via het Kindpakket aangeboden krijgen. 1.6 Enkele persoonsgebonden budgetten zijn geïndexeerd In de verordening zijn enkele pgb-tarieven geïndexeerd. Dit is gebeurd op basis van de indexering zoals die ook voor zorg in natura is toegepast (namelijk een percentage van 2,6%) of volgens de consumentenprijsindex. 1.7 Enkele redactionele aanpassingen zijn doorgevoerd Her en der zijn in de verordening wat redactionele aanpassingen doorgevoerd.
2
2.1 Dit geeft de meeste duidelijkheid Het geeft de meeste duidelijkheid om de verordening per 1 januari 2022 in werking te laten treden. De oorzaak van het vaststellen met terugwerkende kracht is gelegen in het feit dat indexeringen pas laat in 2021 bekend zijn geworden, zodat het niet mogelijk bleek om uw Raad nog in december een besluit te laten nemen. Kanttekeningen 1.1 Het beleid blijft grotendeels ongewijzigd De verordening behelst enige aanpassingen ten opzichte van 2021, maar grotendeels blijft het beleid ongewijzigd. De wijzigingen betreffen vooral verduidelijkingen of vormen, zoals in het geval van de bepaling over pgb’s in relatie tot professionals uit het sociale netwerk, een antwoord op situaties die in de dagelijkse praktijk zeer beperkt voorkomen. 1.2 Jurisprudentie kan aanleiding geven tot wijzigingen Hoewel de verordening bedoeld is om het beleid voor geheel 2022 vorm te geven, kan jurisprudentie ertoe leiden dat uw Raad gevraagd wordt om later een wijziging van de verordening vast te stellen. Financiën De indexering van de pgb-tarieven hebben financiële gevolgen. Voor de pgb’s op basis van de Wmo zal dit naar verwachting een beperkt effect hebben. Uitgaande van de prognose over de realisatie in 2021 zal de indexering voor pgb’s op basis van de Wmo binnen de budgettaire kaders blijven.
In de gemeentelijke begroting 2022 was namelijk al rekening gehouden met een indexering van bedragen en tarieven. Enige knelpunt betreft de pgb’s die op basis van de Jeugdwet verstrekt worden. Meerjarig is namelijk in de gemeentelijke begroting een afbouw in de kosten voor pgb’s op basis van de Jeugdwet opgenomen (van € 374.000 in 2021 naar € 258.000 in 2025. Er zal – zeker in het geval van ongewijzigd beleid en het achterwege blijven van een trendbreuk wat betreft het aantal verstrekte Jeugdwet-voorzieningen – een toenemende druk op de uitgaven voor pgb’s Jeugd ontstaan. Het achterwege laten van een indexering van deze tarieven zou echter betekenen dat het voor inwoners steeds moeilijker wordt om met een pgb adequate en professionele ondersteuning in te kopen en daarmee voldoen we dan niet aan de verplichting die de Wmo en de Jeugdwet gemeenten opleggen. De aanpassing van de eigenbijdragesystematiek voor Tijdelijk Verblijf LVB 18+ heeft voor Beuningen als zodanig geen effect, omdat deze inwoners – nadat ze deze voorziening toegekend hebben gekregen – naar een instelling gaan en zich in die betreffende gemeente laten inschrijven. De opbrengsten van een opgelegde bijdrage ging daarmee toch al niet naar gemeente Beuningen. De aanpassing van deze regel heeft dus geen financieel effect voor Beuningen.
Verder heeft het voorstel tot vaststelling van de verordening naar verwachting geen of slechts zeer beperkte financiële effecten. Vooral het toegekende aantal voorzieningen en de intensiteit en duur ervan bepaalt de uitgaven binnen de Wmo en de Jeugdwet. Tijdspad De verordening werkt terug tot 1 januari 2022. Duurzaamheid N.v.t. Communicatie Met de Cliëntenraad is de wijziging van de verordening besproken. Na vaststelling van de verordening door uw Raad zal de verordening via overheid.nl gepubliceerd worden. Het Sociaal Team wordt geïnformeerd over de van toepassing zijnde wijzigingen, zodat het Sociaal Team de betrokken inwoners kan informeren.
3
Evaluatie Het functioneren van de verordeningen wordt nauwlettend bewaakt. Zo vormen klachten, bezwaren, jurisprudentie en andere signalen reden om te beoordelen of de verordeningen aanpassing behoeven. Bijlagen 1. Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2022 (at22000261) 2. Overzicht met wijzigingen in de verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Beuningen 2022 (at22000260)
Burgemeester en wethouders, Dyanne Kocken secretaris
Daphne Bergman burgemeester
Besluit d.d.
4