CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

26019.16 - Bijlage 10 - Rapport archeologisch bureauonderzoek (A)

Raadsvergadering 15 juni 2026, gemeente BestBij agendapunt: Rik Dijkhoff21.956 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Nieuwe Tijd Midden 3 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd 1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald Nieuwe Tijd Midden Nieuwe Tijd Midden 1 Bewoning (inclusief verdediging) onbepaald Nieuwe Tijd Laat Nieuwe Tijd Laat 1 complextype niet te bepalen Tijd Laat Nieuwe Nieuwe Tijd Laat Proefsleuvenonderzoek

Zaaknummer:

Uitvoerder:

2280493100

BAAC BV

Datum: 14-10-2009

170 meter ten westen van het plangebied Aarle te Best , gemeente Best X:153. 987 / Y:392. 039

Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn vindplaatsen uit de Late Bronstijd en IJzertijd aangetroffen. De resten laten ondiep , wat het zeer kwetsbaar maakt voor bouwactiviteiten. Voor het vervolg zijn er twee opties gegeven , namelijk het bouwen om de vindplaatsen heen (in situ) of het opgraven van de aangetroffen resten (ex situ). Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS Geen grondsporen aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Geen complexen aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Booronderzoek

Zaaknummer: 2125256100

Uitvoerder: Becker en Van de Graaf

Datum: 13-07-2006

180 meter ten zuiden van het plangebied Naastenbest te Best , gemeente Best X:154. 524 / Y:390. 724

Uit het booronderzoek blijkt dat de bodemopbouw in grote delen van het plangebied verstoord is , waardoor eventuele archeologische resten onder het esdek vergraven of verdwenen zullen zijn. Er zijn echter vier terreindelen waar de bodemopbouw ongestoord is en die daardoor kansrijk zijn voor de aanwezigheid van archeologische resten. Ook is er één terrein waar vrijwel zeker een archeologische vindplaats aanwezig is. Geadviseerd wordt daarom een karterend veldonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te voeren in de vijf hierboven genoemde deelgebieden. Vondsten Begin datering Eind datering 1 fragment keramisch plavuis , ongeglazuurd Vroeg Romeinse Tijd Nieuwe Tijd Vroeg 1 fragment keramisch steengoed Late Middeleeuwen B Nieuwe Tijd Midden 1 fragment keramisch steengoed Nieuwe Tijd Vroeg Nieuwe Tijd Midden 1 fragment keramisch dakpan Nieuwe Tijd Vroeg Nieuwe Tijd Laat 1 fragment keramisch pijp Nieuwe Tijd Laat Nieuwe Tijd Laat 1 fragment ijzer Nieuwe Tijd Laat Nieuwe Tijd Laat 1 fragment ijzeren spijker Nieuwe Tijd Laat Nieuwe Tijd Laat Complexen Begin datering Eind datering 1 complextype niet te bepalen Vroeg Romeinse Tijd Nieuwe Tijd Vroeg 1 complextype niet te bepalen Late Middeleeuwen B Nieuwe Tijd Midden 1 complextype niet te bepalen Nieuwe Tijd Vroeg Nieuwe Tijd Midden 1 complextype niet te bepalen Nieuwe Tijd Vroeg Nieuwe Tijd Laat 3 complextype niet te bepalen Nieuwe

Tijd Laat Nieuwe Tijd Laat Booronderzoek

Zaaknummer:

Uitvoerder:

4612889100

Transect

Datum: 07-06-2018

180 meter ten oosten van het plangebied Best , gemeente Best X:154. 672 / Y:391. 286 Het plangebied behoudt de hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden. Wel is vastgesteld dat , -mv , maar waarschijnlijk 105-125 , , m -mv zullen eventuele archeologische waarden vanaf een diepte van minimaal 080 bevinden. De voorgenomen ingrepen in het plangebied , de sloop van bedrijfsbebouwing en de uitbraak van de , , m -mv , zullen daarom naar verwachting niet zorgen voor een verstoring van funderingen tot een diepte van 070-080 archeologische waarden. Op grond hiervan zijn ten aanzien van de voorgenomen ontwikkelingen in het plangebied geen aanvullende maatregelen noodzakelijk voor wat betreft het behoud van archeologische waarden. Mochten er tijdens de

werkzaamheden onverhoopt toch archeologische waarden worden aangetroffen. Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS Opgraving

Zaaknummer: 2340610100

Uitvoerder: Archeologisch Onderzoek Leiden BV

Datum: 02-09-2011

180 meter ten westen van het plangebied Aarle te Best , gemeente Best X:153. 999 / Y:391. 704

Tijdens de opgraving zijn archeologische resten uit de Late Bronstijd tot de Nieuwe tijd aangetroffen. De resultaten lieten zien dat vanaf de Late Bronstijd tot en met de Romeinse tijd het nederzettingssysteem veranderde van verspreid gelegen boerenerven in een gebied met open bossen met eiken en elzen naar meer geconcentreerde bewoning van enkele nabijgelegen boerderijen in een open , meer grootschalig ingericht bomenarm landschap. Voor de jongere perioden geldt

dat het onderzoek de middeleeuwse bewoning kon volgen in een ononderbroken reeks van opeenvolgende erven van de late 9 e tot de 19 e eeuw. Vondsten Begin datering Eind datering 1. 434 fragmenten middelgroot zoogdier van dierlijk Bronstijd Nieuwe Tijd bot 2 fragmenten houten ladder Late Bronstijd Late Bronstijd 200 fragmenten houten plank Late Bronstijd Late Bronstijd 25 fragmenten vuurstenen gereedschap IJzertijd IJzertijd 45 fragmenten natuurstenen gereedschap IJzertijd IJzertijd 64 fragmenten aardewerken aardewerk , Midden IJzertijd Midden IJzertijd handgevormd 4 fragmenten houten ladder Late IJzertijd Midden IJzertijd 1 fragment houten ploegschaar Late IJzertijd Midden IJzertijd 278 fragmenten houten plank Late IJzertijd Midden IJzertijd 2 fragmenten glazen sieraad Late IJzertijd Late IJzertijd 5 fragmenten menselijk crematieresten Late IJzertijd Vroeg Romeinse Tijd 3 fragmenten crematieresten van dierlijk bot Late IJzertijd Vroeg Romeinse Tijd 6 fragmenten metalen munt Romeinse Tijd Romeinse Tijd 1 fragment houten schaal Romeinse Tijd Romeinse Tijd 73 fragmenten natuurstenen gereedschap Romeinse Tijd Romeinse Tijd 370 fragmenten houten bouwmateriaal Romeinse Tijd Romeinse Tijd 7 fragmenten glazen kom - Isings 3:ribkom Romeinse Tijd Romeinse Tijd 1 fragment houten pen Romeinse Tijd Romeinse Tijd 4.

300 fragmenten aardewerken pot Romeinse Tijd Romeinse Tijd 1 fragment metalen fibula Romeinse Tijd Romeinse Tijd 86 fragmenten metalen bouwmateriaal Romeinse Tijd Romeinse Tijd 124 fragmenten aardewerken aardewerk , gedraaid Romeinse Tijd Romeinse Tijd 1 fragment houten schop Romeinse Tijd Romeinse Tijd 242 fragmenten metalen slak Romeinse Tijd Romeinse Tijd 110 fragmenten houten bouwmateriaal Middeleeuwen Middeleeuwen 64 fragmenten natuurstenen gereedschap Middeleeuwen Middeleeuwen 7 fragmenten houten speelgoed Middeleeuwen Middeleeuwen 10 fragmenten leren schoen Middeleeuwen Nieuwe Tijd 1. 285 fragmenten metalen bouwmateriaal Middeleeuwen Nieuwe Tijd 8.

533 fragmenten aardewerken pot Middeleeuwen Nieuwe Tijd 3 fragmenten houten spaak(wiel) Late Middeleeuwen Late Middeleeuwen 1 fragment houten kelk Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd 180 fragmenten houten bouwmateriaal Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd 14 fragmenten houten spaak(wiel) Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd 1 fragment houten spinklos Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Sporen Begin datering Eind datering 2 gebouwen Late Bronstijd IJzertijd 51 kuilen Late Bronstijd IJzertijd 10 waterputen/waterreservoirs Late Bronstijd IJzertijd 207 spiekers/graanschuren Late Bronstijd IJzertijd 4 huisplattegronden:3-4-beukig Late Bronstijd Vroege IJzertijd 16 standgreppels/standspoor IJzertijd IJzertijd 18 huisplattegronden: 2-beukig Late IJzertijd Midden IJzertijd 29 huisplattegronden: 2-beukig Romeinse Tijd Romeinse Tijd 113 kuilen Romeinse Tijd Romeinse Tijd

5 waterputen/waterreservoirs 30 crematiegraven 4 kuilen 6 waterputen/waterreservoirs 7 huisplattegronden 11 huisplattegronden 12 huisplattegronden Geen complexen aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Veldkartering

Zaaknummer: 2057598100

Romeinse Tijd Romeinse Tijd Middeleeuwen Middeleeuwen Vroege Middeleeuwen Late Middeleeuwen Nieuwe Tijd

Romeinse Tijd Romeinse Tijd Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Vroege Middeleeuwen Late Middeleeuwen Nieuwe Tijd

Uitvoerder: RAAP Archeologisch Adviesbureau

Datum: 22-12-2004

210 meter ten oosten van het plangebied Dijkstraten Zuid te Best , gemeente Best X:154. 807 / Y:391. 424 Geen rapportage beschikbaar.

Vondsten 1 fragment keramisch aardewerk , handgevormd 1 fragment vuurstenen bijlafslag , geslepen 1 fragment keramisch aardewerk , gedraaid 1 fragment keramisch aardewerk , gedraaid 1 fragment keramisch Elmpt 1 fragment keramisch Elmpt 1 fragment keramisch aardewerk , gedraaid Complexen 1 complextype niet te bepalen 1 complextype niet te bepalen 2 complextype niet te bepalen 3 complextype niet te bepalen Booronderzoek

Begin datering Neolithicum Midden Neolithicum Late Middeleeuwen Late Middeleeuwen Late Middeleeuwen A Late Middeleeuwen A Late Middeleeuwen A Begin datering Neolithicum Midden Neolithicum Late Middeleeuwen Late Middeleeuwen A

Zaaknummer:

Uitvoerder:

4760284100

Transect

Eind datering IJzertijd Laat Neolithicum Late Middeleeuwen Late Middeleeuwen Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen B Eind datering IJzertijd Laat Neolithicum Late Middeleeuwen Late Middeleeuwen B Datum: 18-12-2019

240 meter ten oosten van het plangebied Best , gemeente Best X:154. 695 / Y:391. 231 In het plangebied bestaat het voornemen de huidige bebouwing te slopen en er een nieuw gebouw voor terug te plaatsen. De nieuwe bebouwing zal hierbij een iets groter oppervlak krijgen dan de huidige bebouwing. Op basis van het veldonderzoek is gebleken dat vanaf een diepte van 090 , m -mv eventueel archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Hiermee zal tijdens de herontwikkeling van het plangebied rekening gehouden moeten worden. Daarom is een

proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS Opgraving Zaaknummer: 2682878100

Uitvoerder: Archeologisch Onderzoek Leiden BV

Datum: 11-06-2015

250 meter ten noorden van het plangebied Best , gemeente Best X:153. 731 / Y:392. 046 Het proefsleuvenonderzoek in deelgebied Broekstraat heeft uiteindelijk geen behoudenswaardige vindplaats opgeleverd. Er zijn wel archeologische sporen aangetroffen , maar deze blijken zich grotendeels te beperken tot enkele verkavelingssloten en greppels uit de nieuwe of subrecente tijd. Geadviseerd is het plangebied vrij te geven.

Vondsten

Begin datering

Eind datering

1 fragment aardewerken grijsbakkend gedraaid

Late Middeleeuwen

Nieuwe Tijd

aardewerk 3 fragmenten aardewerken bouwmateriaal 60 fragmenten aardewerken baksteen Sporen 7 kuilen 9 paalgaten/paalkuilen 4 greppels/sloten 12 greppels/sloten 1 paalgat/paalkuil 12 kuilen Geen complexen aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Begin datering Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd

Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Eind datering Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd

Bureauonderzoek

Zaaknummer: 4024155100

Uitvoerder: Laagland Archeologie BV

Datum: 30-11-2016

Uitvoerder: IDDS Archeologie B. V.

Datum: 24-09-2019

250 meter ten zuidwesten van het plangebied Best , gemeente Best X:154. 288 / Y:391. 016

Geadviseerd is een proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Proefsleuvenonderzoek

Zaaknummer: 4738633100

300 meter ten zuidwesten van het plangebied Best , gemeente Best X:154. 109 / Y:391. 137 Het onderzoek heeft de aanwezige resten van een boerenerf uit de Nieuwe tijd bloot gelegd. Op de locatie konden drie tot vier verschillende bebouwingsfasen worden herkend. Deze bestonden uit een hoofdgebouw met één of meerdere bijgebouwen. In eerste instantie zal er uitsluitend sprake zijn geweest van een agrarische functie , maar in de loop van de 20 e eeuw , mogelijk al eerder , werden ook andere werkzaamheden uitgevoerd. Recentere fasen hebben de oudere fasen deels verstoord , met name de laatste fase met kelders heeft veel schade aangericht aan eerder bebouwingsresten. Er is echter ook bewijs aangetroffen van het hergebruik van oudere resten zoals muurfunderingen. Daarbij werd niet alleen het

materiaal hergebruikt , maar de complete bestaande muurfundering. Vondsten Begin datering 32 fragmenten keramisch overigen(concepten) Nieuwe Tijd 2 fragmenten houten wiel Nieuwe Tijd 5 fragmenten glas Nieuwe Tijd 1 fragment keramisch pijp Nieuwe Tijd Midden 1 fragment metalen hanger Nieuwe Tijd Laat 1 fragment leren buidel Nieuwe Tijd Laat Geen grondsporen aangetroffen of gemeld in ARCHIS Geen complexen aangetroffen of gemeld in ARCHIS Opgraving Zaaknummer: Uitvoerder: 3301035100 Synthegra BV 320 meter ten westen van het plangebied

Eind datering Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Laat Nieuwe Tijd Laat Nieuwe Tijd Laat

Datum: 22-09-2015

Best , gemeente Best X:154. 047 / Y:391. 246

Tijdens de opgraving zijn sporen aangetroffen uit de Nieuwe tijd. Onder de sporen bevinden zich drie waterputten , westoost georiënteerde greppels , paalkuilen en kuilen. Daarnaast zijn vooral in de noordoosthoek van het plangebied grote puinconcentraties aangetroffen die tijdens het grootschalige dempen van de greppels en één van de waterputten verspreid zijn. Uit de verspreiding van de paalkuilen is geen structuur te herleiden. Aan de kuilen kan geen functie toegekend worden.

Vondsten 1 fragment houten rad 9 fragmenten bouwaardewerken bouwmateriaal 106 fragmenten aardewerken gebruiksvoorwerp 1 fragment aardewerken roodbakkend geglazuurd:kan Sporen 4 kuilen 3 greppels/sloten 3 waterputen/waterreservoirs Complexen 1 (moes)tuin Booronderzoek

Begin datering Middeleeuwen Middeleeuwen Late Middeleeuwen Late Middeleeuwen A

Eind datering Middeleeuwen Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Late Middeleeuwen B

Begin datering Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen B Nieuwe Tijd Vroeg Begin datering Nieuwe Tijd Vroeg

Eind datering Nieuwe Tijd Nieuwe Tijd Vroeg Nieuwe Tijd Vroeg Eind datering Nieuwe Tijd Vroeg

Zaaknummer:

Uitvoerder:

2294993100

BAAC BV

Datum: 30-05-2010

420 meter ten oosten van het plangebied Best , Dijkstraten (deelgebied 3) te Best , gemeente Best X:154. 937 / Y:391. 334 Geen rapportage beschikbaar. Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Booronderzoek

Zaaknummer:

Uitvoerder:

2294977100

BAAC BV

Datum: 30-05-2010

Uitvoerder: Econsultancy BV

Datum: 06-12-2023

Zaaknummer:

Uitvoerder:

4765225100

Transect

Datum: 14-01-2020

430 meter ten oosten van het plangebied Best , Dijkstraten (deelgebied 2) te Best , gemeente Best X:154. 868 / Y:391. 561 Geen rapportage beschikbaar. Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Booronderzoek

Zaaknummer: 5487632100

460 meter ten oosten van het plangebied Best , gemeente Best X:154. 937 / Y:391. 217 Geen resultaten bekend binnen ARCHIS. Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Booronderzoek

460 meter ten oosten van het plangebied Best , gemeente Best X:154. 938 / Y:391. 215 In het plangebied bestaat het voornemen de huidige bebouwing te slopen met het oog het gebied te herontwikkelen. Plannen voor de nieuwbouw zijn er echter nog niet. Op basis van het onderzoek is gebleken dat vanaf een diepte van 50 m -mv eventueel archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Hiermee zal tijdens de herontwikkeling van het plangebied rekening gehouden moeten worden. Daarom is geadviseerd een archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren. Het

vervolgonderzoek kan het beste plaatsvinden in de vorm van een archeologische begeleiding van de sloop- en graafwerkzaamheden (Inventariserend Veldonderzoek , karterende-waarderende fase , door middel van Proefsleuven ; variant Archeologische Begeleiding). Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Booronderzoek

Zaaknummer: 4923629100

Uitvoerder: KSP Archeologie

Datum: 24-11-2020

Uitvoerder: Aeres Milieu

Datum: 10-06-2024

470 meter ten zuidwesten van het plangebied Best , gemeente Best X:153. 868 / Y:391. 034 Geen resultaten bekend binnen ARCHIS. Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Proefsleuvenonderzoek

Zaaknummer: 5613579100

470 meter ten oosten van het plangebied Best , gemeente Best X:154. 953 / Y:391. 297 In het noorden van proefsleuf 1 werden sporen zichtbaar , zoals greppels waterputten/waterkuilen , kuilen en paalkuilen. Deze tekenden zich af in de E-horizont , die hier sterk ontwikkeld is. Waar deze minder sterk ontwikkeld is , houden de sporen op. Er lijkt dus een geomorfologisch verband te zijn. In de tweede proefsleuf werden enkel recente verstoringen opgetekend , Deze proefsleuf is uitgebreid richting het noorden om de vindplaats mogelijk te begrenzen. In de uitbreiding werden enkel recente sporen opgetekend. De sterk ontwikkelde Ehorizont , zoals waargenomen in proefsleuf 1 is hier niet

aanwezig. Geen rapportage beschikbaar. Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS Geen grondsporen aangetroffen of gemeld in ARCHIS Geen complexen aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Booronderzoek

Zaaknummer:

Uitvoerder:

2294985100

BAAC BV

Datum: 30-05-2010

Uitvoerder: Aeres Milieu

Datum: 29-08-2019

470 meter ten noordoosten van het plangebied Best , Dijkstraten (deelgebied 1) te Best , gemeente Best X:154. 791 / Y:391. 723 Geen rapportage beschikbaar. Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Booronderzoek

Zaaknummer: 4732396100

480 meter ten zuidoosten van het plangebied Best , gemeente Best X:154. 704 / Y:390. 853 Geadviseerd is het plangebied vrij te geven. Geen vondsten aangetroffen of gemeld in ARCHIS

Bijlage 3. Losse vondstmeldingen Zaaknummer: Gevonden tijdens: Vinder: Vondst datum: 3215751100 01-01-2003 niet-archeologisch: graafwerk particulier 200 meter ten zuiden van het plangebied Oirschotseweg te Best , gemeente Best X:154. 510 / Y:391. 100 De bewoner van het huis aan de Oirschotseweg heeft verteld dat bij de bouw van zijn nieuwe huis onder de zuidoostenlijk hoek van het huis een waarschijnlijke waterput werd aangetroffen. Het ging om een ronde donkerbruine-zwarte leemige opvulling in het gele-witte zand van de C-horizont. Er werden geen stenen omheen aangetroffen. De Waterput is grotendeels verwijderd om mogelijke verzakkingen van het huis te voorkomen. Voor de bouw van het huis stond er al een boerderij van zijn vader en grootvader. Mogelijk stamde deze boerderij uit de 17e eeuw. Deze boerderij was gebouwd over de locatie van de waterput. - Bij de bouw van de garage werden in het witte zand van de C-horizont twee paralellopende donkere banen gevonden. Mogelijk betreft het hier de resten van greppels. Sporen Begin datering Eind datering 2 greppels/sloten Mesolithicum Nieuwe Tijd Laat 1 waterput/waterreservoir Vroeg Neolithicum A Nieuwe Tijd Laat Complexen Begin datering Eind datering 1 complextype niet te bepalen Mesolithicum Nieuwe Tijd Laat 1 complextype niet te bepalen Vroeg Neolithicum A Nieuwe Tijd Laat

Bijlage 4. Bewoningsgeschiedenis van Nederland Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot circa 8800 v. Chr. ) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd circa 300. 000-130. 000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren mammoeten paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het Laat Paleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten wilde zwijnen en oerossen gejaagd. ,

,

,

,

Mesolithicum (circa 8800-4900 v. Chr. ) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (circa 9000 v. Chr. ) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg waardoor de variatie in flora en fauna (o. a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu. Doordat de temperatuur steeg trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden en maakte plaats voor meer territorium gebonden klein wild vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. ,

,

,

,

,

,

,

Neolithicum (circa 5300-2000 v. Chr. ) Aan het begin van deze periode gingen het jagen vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp. Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze anderzijds om de autochtone mesolithische bevolking die een half agrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend te weten grafkelders hunebedden en grafheuvels. ,

,

,

,

,

,

,

Bronstijd (circa 2000-800 v. Chr. ) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven zij het minder in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit. De grafheuveltraditie die tijdens het Neolithicum haar intrede deed werd in eerste instantie voortgezet maar rond 1200 v. Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden opgeworpen omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het Laat Neolithicum koperen voorwerpen bekend. ,

,

,

,

,

,

,

IJzertijd (circa 800-12 v. Chr. ) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen ; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen (raatakkers). Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen) die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland met daarin luxe geïmporteerde bijgaven zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden. Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. ,

,

,

,

Romeinse tijd (circa 12 v. Chr. - 450 n. Chr. ) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 n. Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn tot diep in Duitsland 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 n. Chr. de Romeinse invloed steeds duidelijker. In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld naast het eigen handgevormde aardewerk Romeins importaardewerk in gebruik dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden vooral in Limburg grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd hetzij nieuw gesticht hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten.

Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking ten noorden van de Limes werd niet zo sterk beïnvloed door de ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond onder meer door invallen van Germaanse stammen een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. ,

,

Middeleeuwen (circa 450-1500 n. Chr. ) Over de Vroege Middeleeuwen vooral over het tijdvak 450-600 n. Chr. is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen. De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Romeinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'. Vanaf de 10 e – 11 e eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste gronden als bos heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde in combinatie met een zwak centraal gezag veelvuldig tot lokaal geweld waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd.

Door het aanleggen van burgen schansen landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie. Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriële revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19 e tot het begin van de 20 e eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd. Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid plaats wat zich tot in het begin van de 20 e eeuw uit in de kunsten. ,

,

Bijlage 5. AMZ-cyclus Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan indien reeds voldoende gegevens bekend zijn een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een besluit genomen door de bevoegde overheid gemeente provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan de bevoegde overheid besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting. Indien dit het geval is dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus ,

,

(zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie aan de hand van bestaande bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. ,

,

,

,

De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid de aard het karakter de omvang de datering de gaafheid de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. ,

,

,

,

,

,

Inventariserend Veldonderzoek ; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende karterende en waarderende fase. De verkennende fase heeft tot doel inzicht te krijgen in de vormeenheden van het landschap voor zover deze van invloed zijn op de locatiekeuze. Op deze manier worden kansarme zones uitgesloten en kansrijke zones geselecteerd voor de volgende fasen. Tijdens de karterende fase wordt het onderzoeksgebied systematisch onderzocht op de aanwezigheid van archeologische vondsten of sporen. De waarderende fase sluit aan op de karterende fase. Het waarnemingsnet kan verdicht worden om de horizontale begrenzing ligging en omvang van archeologische vindplaatsen vast te stellen. ,

,

,

Een veldkartering wordt uitgevoerd wanneer vondsten of sporen aan de oppervlakte worden verwacht en zichtbaar zijn op het moment dat het onderzoek uitgevoerd wordt. Dit type onderzoek bestaat uit het systematisch belopen van het maaiveld van het plangebied. Inventariserend Veldonderzoek ; Proefsleuven Als uit vooronderzoek blijkt dat binnen het plangebied archeologische resten aangetroffen kunnen worden kan de bevoegde overheid beslissen tot een proefsleuvenonderzoek. Proefsleuven zijn lange sleuven van minimaal twee tot vijf meter breed die worden aangelegd in de zones waar in de voorgaande onderzoeksfase aanwijzingen voor vindplaatsen zijn aangetroffen. De KNA schrijft voor dat bij een dergelijk onderzoek minimaal 5% van het te verstoren gebied onderzocht dient te worden. Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen en indien proefsleuvenonderzoek door praktische redenen niet uitvoerbaar is kan besloten worden tot proefsleuven variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren.

Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen die aanleiding geven tot nader onderzoek kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan. ,

,

,

De derde fase: Opgraven Indien de archeologische resten niet in situ bewaard kunnen blijven maar wel van belang zijn voor de wetenschap kan de bevoegde overheid besluiten over te gaan tot een opgraving. Het doel hiervan is volgens de KNA het documenteren van gegevens en het veiligstellen van materiaal van vindplaatsen om daarmee informatie te behouden die van belang is voor kennisvorming over het verleden. ,

,

,

Variant archeologische begeleiding Als het vooronderzoek niet voldoende informatie heeft opgeleverd om de archeologische waarde van de archeologische resten te bepalen kan besloten worden tot een opgraving variant archeologische begeleiding van de sloop- of graafwerkzaamheden. Dit betekent dat archeologen bij het graafwerk aanwezig zijn om het werk te volgen en eventuele resten te documenteren. Wanneer tijdens de werkzaamheden vondsten (van hoge archeologische waarde) naar boven komen die aanleiding geven tot nader onderzoek kan alsnog besloten worden om tot een opgraving over te gaan. ,

,

,

Schema van de Archeologische Monumenten Zorg Vergunningaanvraag/ruimtelijke ontwikkeling ▼ Toetsing aan archeologisch beleid (Gemeente , Provincie , Rijk)

►

Vergunningverlening indien geen onderzoek noodzakelijk wordt geacht.

►

Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek , vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen. ***

►

Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie. Einde onderzoek , vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden). Ook kan besloten worden over te gaan op het begeleiden van de graafwerkzaamheden door archeologen. ***

►

Bij geen of geringe kans op aanwezigheid van archeologie , wel archeologische waarden aanwezig maar geen vervolgonderzoek noodzakelijk op grond van waardering. Einde onderzoek , vrijgeven voor functie (eventueel met bouwkundige voorwaarden).

▼ Bureauonderzoek* (verzamelen gegevens en opstellen verwachtingsmodel) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Inventariserend veldonderzoek* ▼ ▼ Verkennend veldonderzoek ► **** Karterend veldonderzoek Door middel van: Door middel van: - terreininspectie - oppervlaktekartering - booronderzoek** - booronderzoek** - proefsleuven*** ▼ ▼***** Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ Bewezen of hoge kans op de aanwezigheid van archeologie ▼****** Waarderend veldonderzoek door middel van proefsleuven*** (variant begeleiding) ▼ Besluit (door de bevoegde overheid op basis van resultaten) ▼ ▼ Opgraven*** Beschermen Verwijderen van de Bescherming van de archeologische resten archeologie door door archeologen planaanpassing (variant begeleiding)

* Combinatie bureauonderzoek en IVO verkennende of karterende fase mogelijk , indien een PvA aanwezig is. ** Voorafgaand aan het booronderzoek dient een PvA worden opgesteld , toetsing door de bevoegde overheid. *** Voorafgaand aan het onderzoek dient een PvE en PvA te worden opgesteld , toetsing door de bevoegde overheid. **** Na een verkennend booronderzoek kan de bevoegde overheid besluiten dat een aanvullend karterend bureauonderzoek moet worden uitgevoerd. ***** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk , indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid. ****** Een combinatie van bureauonderzoek en IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven of een IVO karterende en waarderende fase door middel van proefsleuven is mogelijk , indien een PvA en een goedgekeurd PvE aanwezig is en met instemming van de bevoegde overheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16876261/1