CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

26019.14 - Bijlage 8 - Aanvullend ecologisch onderzoek

Raadsvergadering 15 juni 2026, gemeente BestBij agendapunt: Rik Dijkhoff3.665 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best

Status van het document:

Definitief Datum:

16-10-2025

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door Datum Versie

Handelsregister 30129769 aanvullend ecologisch onderzoek 51028012-001 Gemeente Best Jetske van den Berg Shannon Tanis Roel Bouten 16-10-2025 D1

2/18

Inhoudsopgave 1 2

Inleiding ......................................................................................................................... 4 Gebiedsbeschrijving ...................................................................................................... 5 2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ................................................. 5

3 4 5

Resultaten voorgaand onderzoek ................................................................................. 6 Onderzoeksmethodiek .................................................................................................. 6 Onderzoeksresultaten ................................................................................................... 9 5.1 Huismus .............................................................................................................. 9 5.2 Gierzwaluw ........................................................................................................ 10 5.3 Vleermuizen ...................................................................................................... 10

6

Toetsing aan wet- en regelgeving ............................................................................... 12 6.1 Huismus en gierzwaluw .................................................................................... 12 6.2 Algemene broedvogels ..................................................................................... 12 6.3 Vleermuizen ...................................................................................................... 12 6.4 Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën ....................................... 13

7

Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................... 14 Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen.............................................................................. 15 Bijlage 2: Verklarende woordenlijst ............................................................................. 16

3/18

1

Inleiding

Sweco heeft van Gemeente Best opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Veldweg 14-16 te Best.

Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie en naar aanleiding van de resultaten van de quickscan natuur die idverde Advies in januari 2025 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 722240376, d.d. 07-01-2025).

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 16-10-2025

Versie D1 4/18

2

Gebiedsbeschrijving

2.1

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 300 m²) ligt aan de Veldweg 14-16 in Best. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 2.1 Ligging van de onderzoekslocatie (rood omlijnd).

De onderzoekslocatie betreft twee woonhuizen (figuur 2.2 en 2.3). De woonhuizen zijn opgetrokken uit baksteen, met een pannendak. Aan de oostzijde van de woningen grenzen tijdelijke woonunits. De initiatiefnemer is voornemens de woningen en woonunits te slopen om hier een appartementencomplex en gymzaal te realiseren.

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 16-10-2025

Versie D1 5/18

Figuur 2.3 Veldweg 16.

Figuur 2.2 Veldweg 14.

3

Resultaten voorgaand onderzoek

Uit de quickscan blijkt dat, om de effecten van de ingreep volledig te kunnen toetsen aan de Omgevingswet er op sommige punten meer informatie is benodigd (rapport 722240376, d.d. 07-01-2025).

Voor de soortgroepen vleermuizen en vogels met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) valt niet uit te sluiten dat de ingreep leidt tot opheffing van verblijfplaatsen en nestlocaties (artikel 11.37 en 11.46 Bal). Daarom dient voor gebouwbewonende vleermuizen en vogels met jaarrond beschermd nest, namelijk huismus en gierzwaluw, aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om vast te stellen wat voor functie het plangebied heeft voor bovenstaande soorten.

4

Onderzoeksmethodiek

Het onderzoek naar de verschillende soortgroepen wordt zoveel mogelijk gecombineerd uitgevoerd.

Huismus Voor het onderzoek naar de huismus zijn tussen 1 april en 15 mei 2025 twee veldbezoeken uitgevoerd. Tijdens de veldbezoeken werd gezocht naar roepende huismussen. Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (’s ochtends) vaak vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Bij het aantreffen van roepende mannetjes mag worden aangenomen dat zich onder het betreffende dak één of meerdere nesten bevinden. Tevens is gedurende de rondes in de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Behalve op de onderzoekslocatie, is ook de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid of geschiktheid van de bebouwing voor huismus. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de huismus (BIJ12, versie februari 2023). De onderzoeksinspanning is weergegeven in tabel 4.1.

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 16-10-2025

Versie D1 6/18

Gierzwaluw Voor het onderzoek naar de gierzwaluw zijn tussen 1 juni en 15 juli gedurende de avondschemering drie veldbezoeken uitgevoerd in een periode van minimaal 10 dagen waarvan er minimaal 1 ronde voor en 1 ronde vanaf 1 juli uitgevoerd is. In de betreffende periode scheren groepen gierzwaluwen langs gevels van panden waarin zich nesten bevinden. De vrouwtjes die zich op het nest bevinden beantwoorden vervolgens het “gieren” van langs vliegende groepen soortgenoten. Bovendien zijn tijdens de avondschemering vaak invliegende vogels waar te nemen. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de gierzwaluw (BIJ12, versie juli 2023). De onderzoeksinspanning is weergegeven in tabel 4.1.

Vleermuizen Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode half april tot oktober in totaal vijf veldbezoeken in de avonduren en/of ochtenduren uitgevoerd. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijfplaats en paarverblijf/baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis en gewone grootoorvleermuis. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken, is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functies noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek, geactualiseerd voor de meervleermuis (versie maart 2025), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus.

Het totaal aantal voorgestelde veldbezoeken is vastgesteld op basis van de grootte van de onderzoekslocatie, uitgaande van drie waarnemers per veldronde in de kraamperiode en één waarnemer per veldronde in de paarperiode. Verwacht wordt dat met vijf bezoeken omtrent deze soortgroep voldoende zekerheid is verkregen over de functie van de onderzoekslocatie. De onderzoeksinspanning is weergegeven in tabel 4.1.

Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soorten) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het analyseprogramma Batexplorer.

Tabel 4.1 Omstandigheden nadere onderzoeken. Datum

Soort

Tijd

Temperatuur

Weersomstandigheden

Opmerkingen

1 april 2025

huismus

09:15 - 10:15

5 oC

droog, half bewolkt, windkracht 2 Bft

15 april 2025

huismus

07:45 - 08:45

12 oC

droog, bewolkt, windkracht 2 Bft

10 juni 2025

vleermuizen en gierzwaluwen

20:23 – 00:24

14 oC

droog, windkracht 2 Bft

zon onder: 21:53

24 juni 2025

gierzwaluwen

20:26 – 22:29

22 oC

droog, windkracht 3 Bft

zon onder: 21:56

1 juli 2025

vleermuizen

02:23 - 05:26

18 oC

droog, windkracht 2 Bft

zon op: 05:23

1 juli 2025

vleermuizen en gierzwaluw

20:27 - 00:28

33 oC

droog, windkracht 2 Bft

zon onder: 21:57

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 16-10-2025

Versie D1 7/18

18 augustus 2025

vleermuizen

23:30 – 01:30

18 oC

droog, windkracht 2 Bft

zon onder: 20:53

12 september 2025

vleermuizen

23:30 – 01:30

11 oC

droog, windkracht 2 Bft

zon onder: 19:58

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 16-10-2025

Versie D1 8/18

5

Onderzoeksresultaten

5.1

Huismus

Gedurende beide onderzoeksrondes zijn geen huismussen aangetroffen op de onderzoekslocatie. In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn wel nestlocaties van huismussen aangetroffen (figuur 5.1). Vanwege de afstand tot de onderzoekslocatie en de aard van de ingreep zullen deze nestlocaties niet worden aangetast.

Figuur 5.1 Nestlocaties van de huismus (rode symbolen) in de omgeving van de onderzoekslocatie (wit omlijnd).

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 16-10-2025

Versie D1 9/18

5.2

Gierzwaluw

Gedurende de veldbezoeken naar de gierzwaluw zijn enkel hoogvliegers waargenomen boven de onderzoekslocatie. Er zijn geen laagvliegende of invliegende gierzwaluwen of andere indicaties van gierzwaluwen op de onderzoekslocatie (poepsporen, roepende dieren vanuit de bebouwing etc.) waargenomen. De nestlocaties van de aanwezige gierzwaluwen bevinden zich naar verwachting in de woonwijk ten oosten van de onderzoekslocatie. Beschermde functies van gierzwaluwen op de onderzoekslocatie kunnen worden uitgesloten.

5.3

Vleermuizen

Verblijfplaatsen zomer-/kraamperiode Tijdens de ochtendronde op 1 juli 2025 is een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis waargenomen onder de overhangende dakpannen bij de noordgevel van Veldweg 14. Tijdens de avondronde werd een uitvliegende vleermuis waargenomen op dezelfde locatie. De locatie van de verblijfplaats is weergegeven in figuur 5.2 en 5.3.

Verblijfplaatsen paarperiode Zowel tijdens de ronde van 18 augustus als tijdens de ronde van 12 september is een baltsende gewone dwergvleermuis waargenomen op de onderzoekslocatie. Deze vleermuis cirkelde rondom Veldweg 16 en toonde hierbij duidelijk binding met de woning. De mannetjes vliegen tijdens de balts zeer frequent kort langs een bepaald deel van het gebouw. Het is daardoor lastig de exacte locatie van de paarverblijven te traceren. Ondanks dat de exacte locatie niet kon worden vastgesteld, kan wel met zekerheid gesteld worden dat deze verblijfplaats zich in de woning aan de Veldweg 16 bevindt (figuur 5.3).

De aangetroffen verblijfplaatsen kunnen in milde winters tevens de functie van een winterverblijfplaats hebben.

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 16-10-2025

Versie D1 10/18

Figuur 5.2 Locatie van de zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis (rood omlijnd).

Figuur 5.3 Locatie van de zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis (blauw symbool) en de route die de baltsende vleermuis aflegde gedurende de onderzoeksrondes (rood omlijnd).

Verblijfplaatsen buiten de onderzoekslocatie Gedurende het onderzoek zijn er geen verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen in de gebouwen in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. De populieren ten zuidwesten van de onderzoekslocatie kunnen mogelijk wel verblijfplaatsen van vleermuizen herbergen. Additionele verlichting richting deze bomenrij dient te worden voorkomen (paragraaf 5.5).

Foerageergebied en vliegroutes Het groen rondom de onderzoekslocatie (grasveld en bomenrijen) is in gebruik als foerageerlocatie door vleermuizen. Additionele verlichting richting deze groenstructuren dient te worden voorkomen (paragraaf 5.5).

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 16-10-2025

Versie D1 11/18

6

Toetsing aan wet- en regelgeving

6.1

Huismus en gierzwaluw

De onderzoekslocatie herbergt geen essentiële functies voor de huismus en gierzwaluw. Er is geen sprake van schadelijke handelingen ten aanzien van deze soorten als gevolg van de voorgenomen ingreep op de onderzoekslocatie.

6.2

Algemene broedvogels

Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat er geen overtredingen plaats zullen vinden indien de groenverwijdering, de sloop en de start van de nieuwbouw buiten het broedseizoen worden uitgevoerd. Artikel 11.37, eerste lid, Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen en/of vogels te storen) is van toepassing. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Indien binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden door een ter zake kundige op het gebied van vogels, en kan enkel gestart worden met de werkzaamheden indien er geen broedgevallen worden aangetroffen.

Met betrekking tot het verwijderen van groen buiten het broedseizoen wordt geadviseerd om ook het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen. Een grote stapel snoeiafval vormt namelijk een ideale broedlocatie voor kleine vogelsoorten als de winterkoning. Indien onverhoopt een dergelijke soort hierin tot broeden komt, mag het snoeiafval niet eerder worden verwijderd dan wanneer de jongen definitief zijn uitgevlogen.

6.3

Vleermuizen

Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Omgevingswet ondergebracht in paragraaf 11.2.3 (Bal). De schadelijke handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen.

De bebouwing op de onderzoekslocatie herbergt een zomerverblijfplaats en een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. In milde winters kunnen deze verblijfplaatsen tevens de functie van een winterverblijfplaats hebben Zonder het nemen van maatregelen, zal de sloop van de bebouwing leiden tot verstoring en het verloren gaan van deze verblijfplaatsen. Door het treffen van maatregelen zal de functionaliteit van de verblijfplaatsen behouden moeten blijven en schade aan individuen moeten worden voorkomen. Deze maatregelen dienen, middels een vergunningsaanvraag, te worden voorgelegd bij de provincie Noord-Brabant.

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 16-10-2025

Versie D1 12/18

Verlichting De groenstructuren rondom de onderzoekslocatie kunnen dienen als vliegroute, verblijfplaatsen en foerageergebied voor vleermuizen. Deze functies ondervinden geen negatieve effecten door de voorgenomen ingreep, mits geen additionele (bouw)verlichting plaatsvindt richting deze elementen, zowel tijdens de werkzaamheden als in de eindfase. Indien een verlichtingstoename niet te voorkomen is, dienen maatregelen genomen te worden om de toename tot een minimum te beperken door gebruik te maken van aangepaste armaturen, waaronder een aangepaste lampenkap, andere kleur licht en een naar beneden gerichte lichtpunt. Deze maatregelen dienen te worden opgenomen in een verlichtingsplan en te worden beoordeeld door een deskundig ecoloog.

6.4

Algemene grondgebonden zoogdieren en amfibieën

Voor de te verwachten soorten geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Als gevolg van (graaf)werkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 11.54 (Bal) in. Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling, waardoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht (artikel 11.27 en 11.28, Bal) wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Zo is het van belang om in één richting te werken waardoor dieren kunnen vluchten. Dieren die gedurende de werkzaamheden worden aangetroffen dienen de gelegenheid te krijgen om veilig weg te komen. Aanwezige amfibieën die worden aangetroffen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden dienen verplaatst te worden naar een verstoringsvrije zone.

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 16-10-2025

Versie D1 13/18

7

Conclusies en aanbevelingen

Sweco heeft van Gemeente Best opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek aan de Veldweg 14-16 te Best. Het aanvullend ecologisch onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. De initiatiefnemer is voornemens de woningen en woonunits te slopen om hier een appartementencomplex en gymzaal te realiseren. Uit het aanvullend ecologisch onderzoek is gebleken dat de bebouwing in gebruik is als zomerverblijfplaats en als paarverblijfplaats door de gewone dwergvleermuis. Als gevolg van de voorgenomen sloop is overtreding van artikel 11.46, lid 1 (Bal) van de Omgevingswet niet te voorkomen. De aangetroffen verblijfplaatsen kunnen in milde winters tevens de functie van een winterverblijfplaats hebben. Maatregelen dienen genomen te worden om negatieve effecten te voorkomen en de functionaliteit van de verblijfplaatsen te garanderen. Deze maatregelen dienen te worden vastgelegd in een activiteitenplan en middels een vergunningsaanvraag ter goedkeuring worden gelegd bij de provincie Noord-Brabant. Verder dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen van algemene broedvogels te worden uitgevoerd, en dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht.

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 16-10-2025

Versie D1 14/18

Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen BIJ12 (2023a). Kennisdocument huismus. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2023/02/Kennisdocument -Huismus-versie-2.1-februari-2023.pdf

BIJ12 (2023b). Kennisdocument gierzwaluw. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/ 2023/07/ Kennisdocument-Gierzwaluw-2.0-juli-2023.pdf

BIJ12 (2024). Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wp content/uploads/2024/04/Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-versie-2.0.pdf

Idverde Advies. (2025). Quickscan Natuur. Dijkstraten, Best. 722240376, 7 januari 2025.

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2025). Vleermuisprotocol 2021 Geactualiseerd voor de meervleermuis. Opgehaald van https://netwerkgroenebureaus.nl/vleermuisprotocol.

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 14-07-2025

Versie D1

Bijlage 2: Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een vergunningsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen.

Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart 1 september.

Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring.

Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied.

Foerageergebied Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt.

Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied).

Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen.

Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.

Habitat

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 14-07-2025

Versie D1

Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten.

Kraamkolonie De kraamkolonie bestaat uit alle vruchtbare vrouwtjes binnen een kolonie vleermuizen een kraamkolonie bestaat uit meerdere kraamgroepen.

Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren.

Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.

Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.

Omgevingsvergunning Het onderdeel soortbescherming onder de Omgevingswet heeft als om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Omgevingswet een aantal schadelijke handelingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een omgevingsvergunning benodigd zijn. Een omgevingsvergunning is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.

Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 14-07-2025

Versie D1

Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen.

Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Omgevingswet. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten.

Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Omgevingswet significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen.

Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Omgevingswet omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk.

Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.

Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen.

Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.

Sweco | Rapport aanvullend ecologisch onderzoek Veldweg 14-16 Best Projectnummer 51028012-001 Datum 14-07-2025

Versie D1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16876251/1