26019.13 - Bijlage 7 - Rapport onderzoek stikstofdepositie
Tekst van het document
Rapport onderzoek stikstofdepositie Mallejan, Best
Status van het document: Definitief Datum: 29-04-2025
Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Gecontroleerd door Vrijgegeven door Datum Versie Documentreferentie
Handelsregister 30129769 Onderzoek stikstofdepositie 51028012 Partnersro B.V. K. Snippe MSc De heer M.C.H. Verhoeven, BSc R.A.F. Smeets BASc BEd 29-04-2025 D1 Rapport onderzoek stikstofdepositie (51028012 D1) Mallejan, Best
2/14
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ........................................................................................................................ 3 Samenvatting ........................................................................................................................... 4 1 Inleiding ......................................................................................................................... 5 2 Toetsingskader .............................................................................................................. 6 3 Uitgangspunten ............................................................................................................. 7 3.1 Aanlegfase .......................................................................................................... 7 3.2 Gebruiksfase ....................................................................................................... 9 4
Berekeningsresultaten en toetsing .............................................................................. 12
Bijlage 1. Projecteffect aanlegfase Bijlage 2. Projecteffect gebruiksfase
3/14
Samenvatting Aan de Mallejan te Best is men voornemens een gymzaal van circa 585 m2 te realiseren. De bestaande bebouwing wordt gesloopt ten behoeve van de ontwikkeling. Het is verboden om zonder vergunning van het college van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van, maar significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het project is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen ligt op circa 7,5 kilometer afstand het meest nabij de voorgenomen ontwikkeling. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet (artikel 5.1, lid 1 sub e). De beoogde ontwikkeling mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Met het voorgeschreven programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) op het oppervlak van de Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt.
Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van de ontwikkeling kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen nabijgelegen beschermde natuurgebieden. De projecteffecten van beide fases worden in onderhavig onderzoek inzichtelijk gemaakt. Voor de berekening van de aanlegfase wordt de maatgevende aaneengesloten periode van 12 maanden gehanteerd. Voor de berekening van de gebruiksfase wordt het toekomstig gebruik gedurende een periode van 12 maanden aansluitend op de aanlegfase gehanteerd. De relevante emissies van stikstofoxiden en ammoniak tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen en het vervoer van personeel, koude starts van vertrekkende voertuigen, het stationair draaien van vrachtwagens op het terrein en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en constructie. De werkzaamheden zullen in 2027 worden uitgevoerd en duren 1 jaar. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar de gerealiseerde ontwikkeling en koude starts van vertrekkende voertuigen.
De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator versie 2024.2. Het projecteffect op de Nederlandse Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunningsaanvraag bij het college van Gedeputeerde Staten noodzakelijk is voor het aspect stikstofdepositie.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Mallejan, Best Projectnummer 51028012 Datum 29-04-2025
Versie D1
Documentreferentie Rapport onderzoek stikstofdepositie (51028012 D1) Mallejan, Best 4/14
1
Inleiding
Aan de Mallejan te Best is men voornemens een gymzaal van circa 585 m2 te realiseren. De bestaande bebouwing wordt gesloopt ten behoeve van de ontwikkeling. Het is verboden om zonder vergunning van het college van Gedeputeerde Staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van, maar significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een onderzoek noodzakelijk naar de stikstofdepositie op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In figuur 1.1 is de situering van de ontwikkeling en de nabijgelegen Natura 2000-gebieden weergegeven.
Figuur 1.1
Situering ontwikkeling en omliggende Natura 2000-gebieden
Het project is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen ligt op circa 7,5 kilometer afstand het meest nabij de voorgenomen ontwikkeling.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Mallejan, Best Projectnummer 51028012 Datum 29-04-2025
Versie D1
Documentreferentie Rapport onderzoek stikstofdepositie (51028012 D1) Mallejan, Best 5/14
2
Toetsingskader
De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Omgevingswet (artikel 5.1, lid 1 sub e). De beoogde ontwikkeling mag in beginsel geen negatieve effecten veroorzaken op Natura 2000-gebieden. Met het voorgeschreven programma AERIUS Calculator wordt de depositie van stikstofverbindingen in de vorm van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3) op het oppervlak van de Natura 2000-gebieden inzichtelijk gemaakt. Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Mallejan, Best Projectnummer 51028012 Datum 29-04-2025
Versie D1
Documentreferentie Rapport onderzoek stikstofdepositie (51028012 D1) Mallejan, Best 6/14
3
Uitgangspunten
Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van de ontwikkeling kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen nabijgelegen beschermde natuurgebieden. De projecteffecten van beide fases worden in onderhavig onderzoek inzichtelijk gemaakt. Voor de berekening van de aanlegfase wordt de maatgevende aaneengesloten periode van 12 maanden gehanteerd. Voor de berekening van de gebruiksfase wordt het toekomstig gebruik gedurende een periode van 12 maanden aansluitend op de aanlegfase gehanteerd.
3.1
Aanlegfase
De relevante emissies van stikstofoxiden en ammoniak tijdens de aanlegfase vinden plaats door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen en het vervoer van personeel, koude starts van vertrekkende voertuigen, het stationair draaien van vrachtwagens op het terrein en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de sloop en constructie. De werkzaamheden zullen in 2027 worden uitgevoerd en duren 1 jaar.
3.1.1
Mobiele werktuigen
De benodigde gegevens voor de aanlegfase zijn, in overleg met de opdrachtgever, gebaseerd op invoergegevens van vergelijkbare ontwikkelingen. De emissiefactoren van de werktuigen zijn gebaseerd op de kengetallen zoals opgenomen in AERIUS Calculator. Het dieselverbruik is gebaseerd op onderzoek van TNO in opdracht van het RIVM1. Voor de aanlegfase is de inzet van de in tabel 3.1 opgenomen mobiele werktuigen voorzien. Voor overig (klein) materieel wordt uitsluitend gebruik gemaakt van elektrisch aangedreven werktuigen. Het aantal draaiuren betreft alle tijd dat de motor van het werktuig aan staat, dus ook de tijd dat het werktuig stationair staat te draaien. Tabel 3.1
Inzet mobiele werktuigen
werkzaamheden
werktuig
sloop/bouwrijp bouw
afbouw
3.1.2
brandstof
stageklasse
bouwjaar
graafmachine
vermogen [kW] 150
diesel
IIIA
vanaf 2006
draaiuren verbruik [uren/jaar] [liter] 25 379
mobiele kraan
100
diesel
IIIA
vanaf 2006
25
275
betonstorter
200
diesel
IIIA
vanaf 2006
10
214
hijskraan
100
diesel
IIIA
vanaf 2006
35
385
heistelling
340
diesel
IIIA
vanaf 2006
20
720
hoogwerker
20
diesel
IIIA
vanaf 2006
15
40
trilplaat
20
diesel
IIIA
vanaf 2006
10
27
Verkeersbewegingen
Naast de inzet van werktuigen vinden er ook verkeersbewegingen plaats voor het vervoer van materialen en personen van en naar het bouwterrein. Op basis van vergelijkbare ontwikkelingen wordt verwacht dat er voor de gehele aanlegfase 585 lichte, 176 middelzware en 117 zware verkeersbewegingen zullen plaatsvinden. Voor het manoeuvreren en langzaam rijden op het terrein is rekening gehouden met een filepercentage van 100%.
1
TNO, AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NO x en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen, rapport 2021 R12305, publicatiedatum 27 maart 2023.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Mallejan, Best Projectnummer 51028012 Datum 29-04-2025
Versie D1
Documentreferentie Rapport onderzoek stikstofdepositie (51028012 D1) Mallejan, Best 7/14
De ontsluiting van het verkeer kan in verschillende richtingen plaatsvinden. In het onderhavig onderzoek is als worstcasescenario een volledige ontsluiting in noordwestelijke richting naar de Ringweg gehanteerd. Een criterium voor wanneer verkeer in het heersende verkeersbeeld is opgenomen wordt gegeven in de instructie2, namelijk: ‘op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer.’ De Raad van State heeft in uitspraak 202202119/1/R4 bepaald dat een toename kleiner dan 5% niet meer te onderscheiden is van het reeds aanwezige verkeer. Daarbij is van belang dat het verkeer van en naar de ontwikkeling volledig is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. De verkeersintensiteit op de Ringweg ligt met circa 8.700 motorvoertuigen per etmaal3 vele malen hoger dan de maximale verkeersgeneratie van de aanlegfase (weekdaggemiddeld). Het verkeer zal derhalve ter hoogte van de Ringweg volledig zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
Na de rotonde trekken alle motorvoertuigen op, waardoor het verschil van het verkeersgedrag van de aanlegfase niet verder te onderscheiden valt van het verkeersgedrag op de Ringweg. Het verkeer zal in de praktijk bij uitsplitsing in verschillende rijrichtingen reeds eerder in het heersende verkeersbeeld zijn opgenomen dan in het onderhavig onderzoek gehanteerd.
3.1.3
Koude start
Wanneer motorvoertuigen worden gestart na een stilstand van twee uur of langer, spreken we van een koude start. Tijdens deze koude start functioneert de katalysator niet optimaal. Dit heeft tot gevolg dat er bij een koude start relatief meer emissies van stikstofoxiden en ammoniak zijn. Voor de uitgangspunten is uitgegaan van de informatie opgenomen in de Handreiking Koude Start 4 en de instructie gegevensinvoer van AERIUS. Bij het verlaten van het plangebied kan er dus sprake zijn van een koude start voor het bouwverkeer. Voor lichte voertuigen gaan we in de berekening ervan uit dat 100% van de voertuigen, voor onderhavig project 293 voertuigen, een koude start maakt. Hiermee wordt een worstcasescenario inzichtelijk gemaakt, aangezien er ook veel lichte voertuigen zullen zijn die minder dan 2 uur de motor uitgeschakeld hebben. Voor het middelzware en zware vrachtverkeer wordt ervan uitgegaan dat 25% een koude start zal maken. De meeste vrachtwagens zullen het project namelijk uitsluitend aandoen om te laden en lossen. In deze gevallen blijft de motor stationair draaien. Voor het vrachtverkeer dat meer dan 2 uur op locatie met de motor uit blijft staan, wordt een koude start meegenomen in het onderzoek.
Door uit te gaan van 25% van het totale verkeer, voor onderhavig project 22 middelzware en 15 zware voertuigen, wordt naar verwachting een worstcasescenario inzichtelijk gemaakt.
3.1.4
Stationair draaien vrachtverkeer
Tijdens het laden en lossen van materialen bestaat de kans dat er vrachtwagens binnen het bouwterrein stationair draaien. De bijbehorende emissies zijn gesimuleerd op basis van de rekeninstructie stationaire emissies wegverkeer. Hierbij is uitgegaan van de emissiefactoren voor “verkeer stad stagnerend” welke voor middelzwaar en zwaar vrachtverkeer respectievelijk 60,91 en 89,58 gram stikstofoxiden en 0,73 en 0,90 gram ammoniak per uur bedragen voor peiljaar 2027. In onderhavig onderzoek wordt er vervolgens van uitgegaan dat elke vrachtwagen per locatiebezoek 15 minuten stationair draait. In de praktijk zal de totale stationaire tijd minder zijn, aangezien de vrachtwagens hun motoren doorgaans zullen uitschakelen. Tevens
2
Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator. RIVM, Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit, monitoringsronde 2024, monitoringsjaar 2025. 4 Expertiseteam Stikstof en Natura 2000, Handreiking Koude Start. 3
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Mallejan, Best Projectnummer 51028012 Datum 29-04-2025
Versie D1
Documentreferentie Rapport onderzoek stikstofdepositie (51028012 D1) Mallejan, Best 8/14
zijn de meeste vrachtwagens (vanaf Euro5 uit 2009) uitgerust met een start/stop systeem, waardoor enkel nog vrachtwagens voorzien van koelinstallaties nog stationair zullen draaien. Op basis van het totaal aantal vrachtwagens dat de locatie zal aandoen (88 middelzware en 58,5 zware vrachtwagens), de gemiddelde tijd dat de vrachtwagens stationair zullen draaien (15 minuten) en bovenstaande emissiefactoren bedraagt de totale emissie als gevolg van het stationair draaien van het vrachtverkeer binnen het bouwterrein 2,65 kg stikstofoxiden en 0,03 kg ammoniak.
3.1.5
Emissiebronnen
In figuur 3.1 zijn de emissiebronnen van de aanlegfase weergegeven. Bron 1 betreft de emissies als gevolg van de mobiele werktuigen, bron 2 de emissies als gevolg van het stationair draaien van het (bouw)verkeer en bron 3 de emissies als gevolg van de koude start. De paarse lijnbron betreft de emissies als gevolg van de verkeersbewegingen.
Figuur 3.1
3.2
Emissiebronnen aanlegfase
Gebruiksfase
De relevante emissies van stikstofoxiden en ammoniak tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar de gerealiseerde ontwikkeling en koude starts van vertrekkende voertuigen. De benodigde gegevens voor de gebruiksfase zijn in overleg met de opdrachtgever bepaald en aangevuld op basis van de in AERIUS Calculator opgenomen kentallen. Voor de berekening van de gebruiksfase is uitgegaan van het rekenjaar opvolgend aan de aanlegfase (2028).
3.2.1
Verkeersbewegingen
De verkeersgeneratie is berekend aan de hand van de CROW-publicatie 744. Het plan te Best is gelegen binnen de gemeente Best. Best is met een omgevingsadressendichtheid van 1.472 per km² volgens de Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Mallejan, Best Projectnummer 51028012 Datum 29-04-2025
Versie D1
Documentreferentie Rapport onderzoek stikstofdepositie (51028012 D1) Mallejan, Best 9/14
demografische kencijfers van het CBS5 aan te merken als een matig stedelijke gemeente. De locatie van het project is gelegen in de stedelijke zone rest bebouwde kom. In tabel 3.2 is de volledige berekening van de verkeersgeneratie van de ontwikkeling opgenomen. Tabel 3.2
Verkeersgeneratie ontwikkeling
functie
beoogde ontwikkeling 585 m2
sporthal
verkeersgeneratie min max 53,24 63,18
De gemiddelde verkeersgeneratie wordt representatief geacht voor het beoogde plan. Er zijn geen planspecifieke kenmerken om af te wijken naar een minimale of maximale verkeersgeneratie. Uitgaande van de bandbreedte genereert de totale ontwikkeling gemiddeld 58,21 verkeersbewegingen per weekdag. In onderhavig onderzoek is rekening gehouden met 2% middelzwaar vrachtverkeer (1,16 bewegingen) ten behoeve van afvalophaal- en bezorgdiensten. Het overige deel verkeer (98%, 57,04 bewegingen) zijn verkeersbewegingen met lichte motorvoertuigen. In de praktijk zal de verkeersgeneratie lager liggen. De gymzaal zal enkel in gebruik worden genomen door de kinderen van de basisscholen uit de nabijgelegen wijken. De kinderen zullen vanwege de korte afstand naar de scholen te voet van de basisscholen naar de gymzaal komen. De gymzaal zal daarnaast niet worden gebruikt tijdens de avonduren. Door uit te gaan van deze verkeersgeneratie, wordt er naar verwachting een worstcasescenario inzichtelijk gemaakt. Voor de onderbouwing van de ontsluiting van bestemmingsverkeer wordt verwezen naar paragraaf 3.1.
3.2.2
Koude start
Voor de gymzaal wordt er aangenomen dat 100% van de lichte voertuigen een koude start maakt. Dit resulteert in 28,52 koude starts voor het lichte verkeer. Hiermee wordt een worstcasescenario inzichtelijk gemaakt. De meeste voertuigen zullen minder dan 2 uur aanwezig zijn bij de gymzaal. Voor het middelzware verkeer bestaan de activiteiten uit laden en lossen, wat inhoudt dat deze voertuigen af- en aanrijden met een warme motor.
3.2.3
Emissiebronnen
In figuur 3.2 zijn de emissiebronnen tijdens het toekomstig gebruik weergegeven. Bron 1 betreft de emissies als gevolg van de koude start. De paarse lijnbron betreft de emissies als gevolg van de verkeersbewegingen.
5
Laatst gewijzigd op 19 september 2024.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Mallejan, Best Projectnummer 51028012 Datum 29-04-2025
Versie D1
Documentreferentie Rapport onderzoek stikstofdepositie (51028012 D1) Mallejan, Best 10/14
Figuur 3.2
Emissiebronnen gebruiksfase
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Mallejan, Best Projectnummer 51028012 Datum 29-04-2025
Versie D1
Documentreferentie Rapport onderzoek stikstofdepositie (51028012 D1) Mallejan, Best 11/14
4
Berekeningsresultaten en toetsing
De berekening van het projecteffect van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is verricht met behulp van het programma AERIUS Calculator versie 2024.2. In bijlage 1 en 2 zijn de AERIUS-berekeningen van respectievelijk de aanlegfase en de gebruiksfase opgenomen. Het projecteffect op de Nederlandse Natura 2000-gebieden als gevolg van zowel de aanleg- als de gebruiksfase is kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar. Bij een dergelijk projecteffect zal de beoogde ontwikkeling niet voor een significante toename in stikstofdepositie zorgen en kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Op basis van het onderzoek blijkt dat er geen vergunningsaanvraag bij het college van Gedeputeerde Staten noodzakelijk is voor het aspect stikstofdepositie.
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Mallejan, Best Projectnummer 51028012 Datum 29-04-2025
Versie D1
Documentreferentie Rapport onderzoek stikstofdepositie (51028012 D1) Mallejan, Best 12/14
Bijlage 1
Projecteffect aanlegfase
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Mallejan, Best Projectnummer 51028012 Datum 29-04-2025
Versie D1
Documentreferentie Rapport onderzoek stikstofdepositie (51028012 D1) Mallejan, Best
Bijlage 2
Projecteffect gebruiksfase
Sweco | Rapport onderzoek stikstofdepositie Mallejan, Best Projectnummer 51028012 Datum 29-04-2025
Versie D1
Documentreferentie Rapport onderzoek stikstofdepositie (51028012 D1) Mallejan, Best