CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

26019.12 - Bijlage 6 - Quickscan natuur (A)

Raadsvergadering 15 juni 2026, gemeente BestBij agendapunt: Rik Dijkhoff5.854 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Natuur Dijkstraten Best ,

COLOFON

Quickscan Natuur

Dijkstraten,

OPDRACHTNEMER

Best

idverde Advies

Willemsplein 2-4 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T 073

205

11 00

E advies@idverde.nl

OPDRACHTGEVER

Gemeente tav.

Best

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

5680 AB

Best

Nederland

PROJECTNUMMER

722240376

STATUS

Concept

VERSIE

0.1

DATUM

07-01-2025

In

deze rapportage is gebruik gemaakt van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Op deze gegevens rusten auteursrechten. Het schriftelijk of digitaal delen of publiceren van (een deel van) de gegevens uit de NDFF is niet toegestaan zonder toestemming van BIJ12, uitgezonderd aan bevoegd gezag in het kader van een vrijstellings- of vergunningsprocedure of voor intern gebruik van de opdrachtgever voor de duur van het betreffende project. Idverde Advies bv is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden, kaartmateriaal inclusief getoonde begrenzingen of andere gegevens verkregen van idverde Advies bv. De opdrachtgever vrijwaart idverde Advies bv

aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Idverde Advies bv is lid van het Netwerk Groene Bureaus, brancheorganisatie voor kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging van ecologische adviesbureaus. Hierdoor zijn wij goed op de hoogte van de nieuwste ontwikkeling op het gebied van ecologie en wetgeving. Door de inzet van conform de wet ter zake kundige ecologen, waarborgen wij daarnaast onze onderzoekskwaliteit. Omdat ecologisch (veld)onderzoek een momentopname is, kan aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Idverde Advies bv is niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. voor

Copyright 2025 idverde. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens

uit dit rapport.

Quickscan

Natuur

Dijkstraten,

Best

CI

idverde Advies

INHOUDSOPGAVE COLOFON 1.

INLEIDING 1. 1 Aanleiding 1. 2 Biotoopomschrijving 1. 3 Leeswijzer

2.

3.

8 8 8

SOORTBESCHERMING 3. 1 3. 2 3. 3 3. 4 3. 5 3. 6 3. 7 3. 8 3. 9

Vaatplanten Grondgebonden zoogdieren Vleermuizen Broedvogels Vissen Amfibieën Reptielen Ongewervelden Exoten

9 9 9 10 11 12 12 13 13 13

GEBIEDSBESCHERMING 4. 1 Natura 2000-gebieden 4. 2 Provinciale gebiedsbescherming 4. 3 Houtopstanden

5.

4 4 5 7

SAMENVATTING 2. 1 Soortbescherming 2. 2 Gebiedsbescherming

4.

2

14 14 14 15

CONCLUSIE EN ADVIES 5. 1 Soortbescherming 5. 1. 1 Zorgplicht 5. 2 Gebiedsbescherming 5. 3 Houtopstanden

16 16 16 16 16

LITERATUURLIJST

17

BIJLAGE 1: WETTELIJK KADER

18

BIJLAGE 2: WERKWIJZE

20

3

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

1. Inleiding 1. 1

Aanleiding

De gemeente Best is voornemens om tijdelijke woonunits en 2 woningen te slopen (Figuur 1. 1) om hier een appartementencomplex en gymzaal te realiseren ( Figuur 1. 2). De woningen betreffen Mallejan 54 en Veldweg 16. De tijdelijke woonunits liggen in de straat Mallejan. Daarnaast zullen 14 parkeerplaatsen gerealiseerd worden en worden hier fietspaden en fietsvoetpaden ingepast. Het appartementencomplex zal bestaan uit 3 woonlagen met in totaal 15 appartementen. De gymzaal zal 7 meter hoog worden waarbij ook een 1-laagse toestelberging en 2 kleedlokalen gerealiseerd zullen worden (Figuur 1. 2). Wanneer de werkzaamheden uitgevoerd gaan worden is ten tijde van het schrijven van deze quickscan rapportage nog niet bekend.

Figuur 1. 1: Plangebied met de tijdelijke woonunits en 2 woningen.

4

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

Figuur 1. 2: De voorgenomen ontwikkeling ter hoogte van het plangebied (bron: Gemeente Best). In het kader van de Omgevingswet moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten , natuurgebieden en houtopstanden. Een ecologische quickscan is nodig om te onderzoeken welke beschermde soorten mogelijk aanwezig zijn in en rondom het plangebied en of de voorgenomen ontwikkelingen mogelijk negatieve effecten hebben op de aanwezige soorten en natuurgebieden. Wanneer negatieve effecten op beschermde soorten of natuurgebieden niet kunnen worden voorkomen dan dient mogelijk een omgevingsvergunning te worden aangevraagd voor een flora- en fauna-activiteit en/of Natura 2000-activiteit voor het optreden van schadelijke handelingen zoals beschreven in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).

1. 2

Biotoopomschrijving

Het plangebied ligt in het noordwesten van Best (Figuur 1. 3). Grenzend aan het plangebied ten oosten bevinden zich voornamelijk nieuwbouw woningen. Ten westen van het plangebied bevindt zich buitengebied. Het plangebied zelf bestaat uit tijdelijke woonunits van 2 verdiepingen hoog samen met 2 woningen van ook 2 verdiepingen hoog. Rondom de woningen is groen aanwezig in de vorm van gazon met bomen , heesters en hagen. Rondom de tijdelijke woonunits is ook groen aanwezig tegen de gevel in de vorm van klimplanten. Er loopt een fiets- en wandelpad door het plangebied van noord naar zuid. Daarnaast grenst het plangebied aan een grasveld (ten zuidwesten) met enkele greppels rondom het grasveld. In het westen , tussen de Ringweg en het plangebied is een bomenrij van populier aanwezig. In Figuur 1. 4 a t/m d geeft een impressie van het plangebied.

5

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

Figuur 1. 3: Globale ligging van het plangebied ten opzichte van de kern. a

b

c

d

Figuur 1. 4 a t/m d: Impressie van het plangebied.

6

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

1. 3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 is de samenvatting beschreven. In hoofdstuk 3 zijn de onderzoeksresultaten van soortenbescherming gepresenteerd en is voor de niet uit te sluiten soorten een effectenbeoordeling uitgevoerd. In hoofdstuk 4 is de gebiedsbescherming gepresenteerd. Tot slot zijn in hoofdstuk 5 de conclusie en het advies beschreven. Het wettelijk kader en de toegepaste werkwijze zijn in respectievelijk bijlagen 1 en 2 beschreven.

7

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

2. Samenvatting 2. 1

Soortbescherming

De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van vaatplanten , vogels met jaarrond beschermd nest categorie 5 , grondgebonden zoogdieren , vissen , amfibieën , reptielen en ongewervelde diersoorten. Nader onderzoek naar deze soortgroepen is niet nodig. Met in achtneming van de hieronder opgenomen maatregelen (zie Tabel 2.1) , kunnen de werkzaamheden in overeenstemming met de Omgevingswet plaatsvinden. Voor de soortgroepen vleermuizen en vogels met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) valt niet uit te sluiten dat de ingreep leidt tot opheffing van verblijfplaatsen en nestlocaties (artikel 11. 37 en 11. 46 Bal). Daarom dient voor gebouw bewonende vleermuizen en vogels met jaarrond beschermd nest namelijk huismus en gierzwaluw aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om vast te stellen wat voor functie het plangebied heeft voor bovenstaande soorten (Tabel 2. 1). Tabel 2. 1: Overzichtstabel met verschillende conclusies en mitigerende maatregelen per soortgroep.

Soort(groep)

Ingreep verstorend

Huismus & Gierzwaluw

Ja , wanneer nestlocaties aanwezig zijn

Vervolgonderzoek noodzakelijk

Vergunning nodig

Ja

Mogelijk

Voorzorgsmaatregelen mitigerende maatregelen

•

Vleermuizen

Ja , wanneer verblijfplaatsen aanwezig zijn

Ja

Mogelijk

•

•

Vrijgestelde en algemene soorten

(grondgebonden zoogdieren amfibieën)

Nee , mits voorzorgsmaatregelen worden toegepast

,

2. 2

Nee

Nee

•

en

Werkzaamheden uitsluitend overdag uitvoeren Gebruik van verlichting in de nieuwe situatie zo min mogelijk laten uitstralen naar de omgeving Rustig in één richting werken en aanwezige dieren de kans geven om te vluchten richting nabijgelegen groen. Aanwezige amfibieën binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden dienen verplaatst te worden naar een verstoringsvrije zone.

Gebiedsbescherming

Door de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied treden geen directe negatieve effecten op met betrekking tot de gebiedsbescherming in het kader van de Omgevingswet. Echter kunnen wel negatieve effecten optreden als gevolg van stikstofdepositie in nabijgelegen Natura-2000 gebieden. Hiervoor dient een Aerius-berekening uitgevoerd te worden. Gezien het plangebied niet gelegen is binnen het Natuur Netwerk Nederland of hieraan grenst , vindt er geen negatief effect plaats op de kwaliteit van het NNN-gebied.

8

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

3. Soortbescherming De basis voor de toetsing wordt gevormd

door gegevens over het (mogelijk) voorkomen van beschermde plant- en diersoorten binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden. Onderstaand zijn per soortgroep de resultaten van het bronnen- en veldonderzoek beschreven. Tevens is een effectenanalyse gemaakt van de te verwachten effecten op de soorten die aanwezig zijn of verwacht worden. Voorafgaand aan het veldbezoek is op 16 december 2024 een bronnenstudie uitgevoerd om een inschatting te kunnen maken van het voorkomen van beschermde soorten en invasieve exoten binnen het plangebied en in de directe omgeving hiervan. Op 17 december 2024 is een veldbezoek uitgevoerd door een ecoloog van idverde Advies ter plaatse van het plangebied. Het was bewolkt en er stond een windkracht van 2 Bft. De temperatuur was circa 9 °C. In bijlage 2 is de werkwijze wat betreft de bronnenstudie en het veldwerk nader uitgewerkt en toegelicht.

3. 1

Vaatplanten

Bronnenstudie In de NDFF zijn geen meldingen bekend van beschermde vaatplanten in de directe omgeving van het plangebied. Wel zijn verschillende rode lijst soorten bekend in de omgeving van het plangebied waarbij de dichtstbijzijnde melding zich bevinden op circa 80 meter afstand van het plangebied in een poel aan de andere kant van de Ringweg (ten westen van het plangebied) , namelijk waterteunisbloem. De andere meldingen van rode lijst soorten bevinden zich op > 300 meter afstand van het plangebied. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde vaatplanten waargenomen. Veel beschermde vaatplanten stellen zeer specifieke eisen aan hun groeiplaats. Tijdens het veldbezoek zijn tevens géén rode lijst soorten waargenomen. Het plangebied is voor het overgrote deel verhard. De groenstructuren die aanwezig zijn binnen het plangebied betreffen intensief beheerde voortuinen van de woningen en intensief beheerde grasvelden. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de groeiplaats van beschermde vaatplanten of vaatplanten van de rode lijst. Effectenanalyse Op basis van de gegevens uit het bronnen- en veldonderzoek is het voorkomen van beschermde of bedreigde vaatplanten uitgesloten. Hierdoor is het optreden van negatieve effecten op deze soorten niet aan de orde en worden zij niet verder behandeld.

3. 2

Grondgebonden zoogdieren

Bronnenstudie In de NDFF zijn géén meldingen van grondgebonden zoogdieren bekend binnen de grenzen van het plangebied. Wel zijn er op circa 350 meter afstand van het plangebied , ten oosten , meldingen bekend van eekhoorn. Deze zijn afkomstig uit een kleine bosschage. Op basis van de biotoopkenmerken vormt het plangebied geen geschikt leefgebied van soorten als bunzing , hermelijn , wezel en steenmarter. Het plangebied heeft een te stedelijk karakter en er zijn te weinig dekkingsmogelijkheden aanwezig waardoor deze soorten hier niet verwacht worden. Er zijn wel in de omgeving van het plangebied meldingen bekend uit de NDFF van algemeen voorkomende zoogdieren die in de provincie Noord-Brabant zijn vrijgesteld van werkzaamheden , namelijk egel , konijn en huisspitsmuis. Veldbezoek Binnen het plangebied zijn géén grondgebonden zoogdieren of sporen hiervan waargenomen. Eekhoorn leeft voornamelijk in bos , maar ook tuinen , parken en houtwallen in de buurt van bos. In de directe omgeving van het plangebied ontbreekt het aan geschikt biotoop voor eekhoorn. Daarnaast worden de bunzing , hermelijn , wezel en steenmarter ook niet verwacht binnen het plangebied. De groenstructuren rondom het plangebied zijn vrij open zonder geschikte schuilmogelijkheden voor deze soorten. Gezien het aanwezige biotoop worden beschermde soorten niet binnen het plangebied verwacht.

Het is wel mogelijk dat algemene soorten , waaronder egel en huisspitsmuis , voor kunnen komen binnen de grenzen van het plangebied.

9

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

Effectenanalyse Tijdens de werkzaamheden zijn géén negatieve effecten te verwachten op beschermde grondgebonden zoogdieren. Wel is het mogelijk dat bij de werkzaamheden verstoring optreedt van algemene soorten (egel en huisspitsmuis) waarvoor binnen de provincie Noord-Brabant een vrijstelling geldt. Het opzettelijk doden van vrijgestelde soorten blijft een schadelijke handeling en zal voorkomen moeten worden.

3. 3

Vleermuizen

Bronnenstudie Binnen een straal van 1 kilometer rondom het plangebied zijn meldingen bekend van gewone dwergvleermuis. Daarnaast is uit de NDFF verspreidingsatlas ook te herleiden dat soorten als ruige dwergvleermuis , laatvlieger en gewone grootoorvleermuis voorkomen in de omgeving van het plangebied. Veldbezoek Verblijfplaatsen Vleermuizen hebben verblijfplaatsen in gebouwen , kunstwerken of bomen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen vleermuizen of sporen hiervan waargenomen , voor zover dit kon worden waargenomen. De 2 woningen bevatten echter wel geschikte invliegopeningen die kunnen dienen als verblijfplaats voor vleermuizen ( Figuur 3. 1). Zo zijn er bij de kopgevels van beide woningen overhangende kantpannen aanwezig waar vleermuizen gebruik van kunnen maken als invliegopening. Bij de schoorstenen als ook aan de kopgevels zijn verschillende open stootvoegen aanwezig die het geschikt maken voor vleermuizen.

Figuur 3. 1: Geschikte invliegopeningen voor vleermuizen bij de 2 woningen (met rood aangegeven). Daarnaast is er in één van de populieren die net buiten het plangebied ligt ook een holte aanwezig op circa 12 meter hoogte. Deze bevindt zich direct onder een zijtak ( Figuur 3. 2). Deze holte kan mogelijk ook geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen.

10

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

Figuur 3. 2: Holte in een van de populieren op circa 12 meter hoogte. Vliegroutes en foerageergebieden Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen als houtsingels , beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfplaatsen en foerageergebieden. Er zijn binnen het plangebied geen lijnvormige landschapselementen aanwezig die fungeren als essentiële vliegroute. Het is wel mogelijk dat de aanwezige tuinen en het grasveld met populieren sporadisch wordt gebruikt als foerageergebied. In de omgeving van het plangebied zijn genoeg alternatieve foerageergebieden aanwezig waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Effectenanalyse Verblijfplaatsen Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan gesteld worden dat er , bij het slopen van de 2 woonhuizen , mogelijk verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen worden opgeheven. Dit is een schadelijke handeling waarvoor een omgevingsvergunning benodigd is. Hierdoor is optreden van negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen mogelijk aan de orde. Vliegroutes en foerageergebieden Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan gesteld worden dat er , bij de voorgenomen plannen , geen essentiële vliegroutes en foerageergebieden voor vleermuizen worden opgeheven of verloren gaan. Wel kunnen de werkzaamheden tijdelijk een verstorend effect hebben op foeragerende of passerende vleermuizen.

Er dienen maatregelen genomen te worden om verstoring zo veel mogelijk te voorkomen.

3. 4

Broedvogels

Bronnenstudie Categorie 1 – 5 Uit de gegevens van de NDFF zijn verschillende meldingen bekend van vogels met een jaarrond beschermd nest categorie 1 – 5 in de omgeving van het plangebied. De meldingen die zich in de directe omgeving van het plangebied bevinden zijn allen van ter plaatse , roepende of overvliegende vogels. Overige broedvogels In de NDFF zijn tal van waarnemingen van overige broedvogels. Het gaat hier om soorten zoals heggenmus , merel , tjtftjaf en vink. Veldbezoek Jaarrond beschermde nesten Tijdens het veldbezoek zijn géén nesten van vogels met jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied of in de omgeving hiervan waargenomen. Soorten als huismus en gierzwaluw vinden geschikte broedlocatie onder dakpannen van woningen. De 2 woningen binnen het plangebied bevatten een zadeldak met dakpannen dat geschikt is voor huismus en gierzwaluw om te broeden. Gezien het aantal meldingen van huismus in de omgeving van het plangebied is het niet uit te sluiten dat huismussen tot broeden komen onder de dakpannen van deze 2 woningen. Ook gierzwaluw is een soort die nestelt onder dakpannen. De 2 woningen bevatten kantpannen 11

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

met geschikte invliegopeningen voor gierzwaluw. De daken zijn daarom ook geschikt als nestlocatie voor gierzwaluw. Verder zijn er tijdens het veldbezoek géén nesten van vogels met categorie 1 t/m 5 jaarrond beschermd nest waargenomen. Overige broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn overige broedvogels waargenomen binnen het plangebied en in de omgeving. Het gaat hierbij om de soorten vink en houtduif welke in de populieren ten westen zijn waargenomen. Verder is een merel in een van de aanwezige tuinen waargenomen. In een van de populieren buiten het plangebied is een verouderd nest waargenomen , vermoedelijk van houtduif. Daarnaast is in de gevelbeplanting bij de tijdelijke woonunits ook een verouderd nest waargenomen , tevens vermoedelijk van houtduif. Effectenanalyse Jaarrond beschermde nesten Op basis van de gegevens uit het bronnen- en veldonderzoek is het voorkomen van vogels met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) niet uitgesloten. Er zijn potentieel geschikte broedlocaties voor gierzwaluw en huismus aanwezig. Het slopen van de 2 woningen kan leiden tot het verwijderen van jaarrond beschermde nesten. Dit is een schadelijke handeling zoals beschreven in artikel 11. 37 van het Bal. Overige broedvogels Het plangebied bevat geschikte broedlocaties voor overige broedvogels. Broedgevallen van alle broedvogels mogen niet verstoord worden.

Wanneer werkzaamheden buiten de algemene broedperiode (loopt globaal van 15 maart t/m augustus) uitgevoerd worden , dan worden er geen schadelijke handelingen verricht.

3. 5

Vissen

Bronnenstudie In de gegevens van de NDFF zijn geen meldingen bekend van beschermde vissen in het plangebied. Vanwege het ontbreken van geschikt open water worden beschermde vissen ook niet verwacht in het plangebied of de omgeving hiervan. Veldbezoek In het plangebied is géén geschikt biotoop aanwezig voor (beschermde) vissen. Het voorkomen hiervan is dan ook uitgesloten. Effectenanalyse Met de geplande ingreep worden géén negatieve effecten op vissen of leefgebied hiervan veroorzaakt.

3. 6

Amfibieën

Bronnenstudie In de NDFF is één melding bekend van poelkikker in de poel aan de andere zijde van de Ringweg (op 60 meter afstand van het plangebied , ten westen hiervan). Verder zijn er verschillende meldingen bekend van algemene soorten waaronder groene kikker (Onb.) , Bruine kikker en bastaardkikker. Merendeel van deze meldingen zijn ook afkomstig uit dezelfde poel als de melding van poelkikker. Veldbezoek Tijdens het veldonderzoek zijn geen waarnemingen van amfibieën gedaan of geschikt habitat hiervoor aangetroffen. Grenzend aan het plangebied zijn wel greppels aanwezig waar ten tijde van het veldbezoek water in stond. Deze greppels staan in verbinding met de poel. Hier vinden verder geen werkzaamheden plaats. Binnen het plangebied of grenzend hieraan is geen geschikt landhabitat voor amfibieën aanwezig. Er bevinden zich in de omgeving weinig structuurrijke plekken die amfibieën nodig hebben met genoeg beschutting. Gezien de ligging van de poel nabij het plangebied is het mogelijk dat er sporadisch binnen de grenzen van het plangebied een migrerend individu te vinden is. Effectenanalyse Met de geplande ingreep worden géén negatieve effecten op amfibieën of leefgebied hiervan veroorzaakt. Het opzettelijk doden van vrijgestelde soorten blijft een schadelijke handeling en zal voorkomen moeten worden.

12

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

3. 7

Reptielen

Bronnenstudie In de omgeving van het plangebied zijn géén reptielen waargenomen in de NDFF. Op basis van de bekende verspreidingsgegevens en de habitatkenmerken van het plangebied zijn ook geen reptielen te verwachten in het plangebied of de directe omgeving hiervan. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn dan ook geen beschermde reptielen of geschikt habitat hiervoor waargenomen. Het voorkomen van beschermde reptielen is uitgesloten. Effectenanalyse Het voorkomen van beschermde reptielen is uitgesloten en de beoogde ingreep leidt dan ook niet tot schadelijke handelingen zoals het verwonden of doden van individuen of het aantasten van verblijfplaatsen.

3. 8

Ongewervelden

Bronnenstudie In de gegevens van de NDFF is één meldingen bekend van beschermde ongewervelden in de omgeving van het plangebied. Het gaat hierbij om de bosbeekjuffer (libellen). De melding bevindt zich op circa 850 meter afstand van het plangebied , ten noordoosten hiervan. Daarnaast is er een melding bekend van een rode lijst soort , namelijk kleine parelmoervlinder (dagvlinder) ten zuiden van het plangebied op circa 150 meter afstand. Veldbezoek Tijdens het veldonderzoek zijn geen beschermde ongewervelden waargenomen. De bosbeekjuffer is voornamelijk te vinden in beschaduwde (stromende) beken met gevarieerd landschap van bosjes , hooilanden , struwelen en ruigte. De kleine parelmoervlinder is te vinden in schrale , droge , warme graslanden met kale grond. Binnen het plangebied ontbreekt het aan bovenstaande biotopen. Geschikt leefgebied voor beschermde ongewervelden als ongewervelden van de rode lijst zijn niet aanwezig binnen het plangebied. Effectenanalyse Met de geplande ingreep worden géén negatieve effecten op beschermde ongewervelden of ongewervelden van de rode lijst soort verwacht.

3. 9

Exoten

Bronnenstudie In de gegevens van de NDFF zijn meldingen bekend van invasieve exoten in en rondom het plangebied. Het gaat hierbij om reuzenbalsemien en muskusrat. Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen geschikte groeiplaatsen of sporen van invasieve exoten waargenomen. Het voorkomen van invasieve exoten binnen het plangebied is uitgesloten. Potentiële natuurrisico’s Bij de geplande ingreep is er geen risico met betrekking tot invasieve exoten.

13

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

4. Gebiedsbescherming 4. 1

Natura 2000-gebieden

Het plangebied ligt op circa 7 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ (Figuur 4. 1). Vanwege het tussenliggend landgebruik kunnen negatieve effecten zoals verstoring door geluid en trilling op voorhand worden uitgesloten. De ingreep kan echter wel zorgen voor extra stikstofdepositie binnen dit wettelijk beschermd Natura 2000-gebied. Een Aeriusberekening zal moeten worden opgesteld om te bepalen of de werkzaamheden een significante negatieve bijdrage leveren aan de stikstofdepositie aan de kwetsbare habitattypen binnen dit Natura 2000-gebied.

Figuur

4. 1:

Ligging

van

het

plangebied

(zwarte

stip)

ten

opzichte

van

het

Natura

2000-gebied

(groen).

(Bron:

https://www. natura2000. nl/gebieden)

4. 2

Provinciale gebiedsbescherming

In het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL) staat beschreven dat gebieden die onderdeel uitmaken van Natuurnetwerk Nederland (NNN) , geen achteruitgang mogen hebben in het oppervlakte en de kwaliteit van het gebied. De voorgenomen ingreep wordt uitgevoerd buiten het Natuurnetwerk Nederland (Figuur 4. 2). Een aparte toetsing voor het onderdeel NNN is derhalve niet aan de orde.

14

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

Figuur 4. 2: Plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van het Natuur Netwerk Nederland (groen gearceerd).

4. 3

Houtopstanden

De Omgevingswet beschermt zelfstandige eenheden van bomen , boomvormers , struiken , hardhout en griend gelegen buiten de bebouwingscontour houtkap (Omgevingswet , Bal art. 11. 111). Met de geplande ingreep worden mogelijk houtopstanden gekapt. De houtopstanden bevinden zich binnen de bebouwde kom houtopstanden. Vervolgstappen in het kader van het onderdeel houtopstanden van de Omgevingswet is dan ook niet aan de orde.

15

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

5. Conclusie en advies In dit hoofdstuk zijn de conclusie en het advies opgenomen. Aangegeven is of

sprake kan zijn van een overtreding van de Omgevingswet voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om overtreding te voorkomen en of gebruik kan worden gemaakt van de specifieke gedragscodes. Indien aanvullend onderzoek en/of voorzorgs- en mitigerende maatregelen of een omgevingsvergunning noodzakelijk zijn dan wordt dit duidelijk aangegeven.

,

,

5. 1

Soortbescherming

De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van vaatplanten , vogels met jaarrond beschermd nest categorie 5 , grondgebonden zoogdieren , vissen , amfibieën , reptielen en ongewervelde diersoorten. Nader onderzoek naar deze soortgroepen is niet nodig. Met in achtneming van de hieronder opgenomen maatregelen (zie Tabel 5.1) , kunnen de werkzaamheden in overeenstemming met de Omgevingswet plaatsvinden. Voor de soortgroepen vleermuizen en vogels met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) valt niet uit te sluiten dat de ingreep leidt tot opheffing van verblijfplaatsen en nestlocaties (artikel 11. 37 en 11. 46 Bal). Daarom dient voor gebouw bewonende vleermuizen en vogels met jaarrond beschermd nest namelijk huismus en gierzwaluw aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden om vast te stellen wat voor functie het plangebied heeft voor bovenstaande soorten (Tabel 5. 1). Tabel 5. 1: Overzichtstabel met verschillende conclusies en mitigerende maatregelen per soortgroep.

Soort(groep)

Ingreep verstorend

Huismus & Gierzwaluw

Ja , wanneer nestlocaties aanwezig zijn

Vervolgonderzoek noodzakelijk

Vergunning nodig

Ja

Mogelijk

Voorzorgsmaatregelen mitigerende maatregelen

•

Vleermuizen

Ja , wanneer verblijfplaatsen aanwezig zijn

Ja

Mogelijk

•

•

Vrijgestelde en algemene soorten

(grondgebonden zoogdieren amfibieën) ,

5. 1. 1

Nee , mits voorzorgsmaatregelen worden toegepast

Nee

Nee

•

en

Werkzaamheden uitsluitend overdag uitvoeren Gebruik van verlichting in de nieuwe situatie zo min mogelijk laten uitstralen naar de omgeving Rustig in één richting werken en aanwezige dieren de kans geven om te vluchten richting nabijgelegen groen. Aanwezige amfibieën binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden dienen verplaatst te worden naar een verstoringsvrije zone.

Zorgplicht

Te allen tijde geldt voor alle soortgroepen de zorgplicht. Het is van belang dat iedereen bij de uitvoering van de werkzaamheden zich hiervan bewust is. Geadviseerd wordt om activiteiten die nadelig zijn voor in het wild levende dieren en planten (ongeacht bescherming) , in redelijkheid zo veel mogelijk na te laten of maatregelen te nemen om onnodige schade aan deze soorten te voorkomen. Bij het aantreffen van diersoorten moeten deze de kans krijgen om de werkzaamheden te ontvluchten.

5. 2

Gebiedsbescherming

Natura 2000 Een Aerius-berekening dient uitgevoerd te worden om te bepalen of de voorgenomen ingreep een (negatieve) significante bijdrage levert aan de stikstofdepositie aan de kwetsbare habitattypen binnen het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.

5. 3

Houtopstanden

Vervolgstappen in het kader van het onderdeel houtopstanden van de Omgevingswet is niet aan de orde.

16

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

Literatuurlijst Natura 2000. (2024) Natura 2000 in Nederland. https://www. natura2000. nl/ NDFF Verspreidingsatlas. (2024). NDFF Verspreidingatlas. https://verspreidingsatlas. nl Laatst geraadpleegd op 18-122024 NDFF. (2024). Nationale Databank Flora en Fauna. https://www. ndff. nl/ Laatst geraadpleegd op 18-12-2024.

17

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

Bijlage 1: Wettelijk kader Soortbescherming Binnen het kader van de Omgevingswet (Ow) is het doel van dit onderzoek te bepalen of de kans bestaat dat besluiten ten aanzien van beschermde plant- en diersoorten worden overtreden door de voorgenomen ontwikkeling. Hierbij wordt getoetst aan paragraaf 11.2.2 , 11. 2. 3 en 11. 2. 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving van de Omgevingswet. Binnen de Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt tussen bepaalde soortgroepen. Dit is als volgt onderverdeeld: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (Bal §11. 2. 2) Vogels met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en vogels met jaarrond beschermde nesten als er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen (categorie 5). Overige broedvogels , alle in Nederland voorkomende (broed)vogels zijn beschermd onder de Vogelrichtlijn , wanneer deze aan het broeden zijn. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (Bal §11. 2. 3) Grondgebonden zoogdieren , vleermuizen , amfibieën , reptielen , vissen , insecten , weekdieren en vaatplanten Beschermingsregime andere soorten (Bal §11. 2. 4) Onder de RVO geldt voor een aantal soorten een algemene vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen voor de provincie Noord-Brabant (zie onderstaande tabel). Vrijgestelde soorten provincie Noord-Brabant.

Soort Grondgebonden zoogdieren Aardmuis Bosmuis Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Huisspitsmuis Konijn Amfibieën Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander

Ondergrondse woelmuis Ree Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wild Zwijn Woelrat

Meerkikker Bastaardkikker

Voorliggende rapportage geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen ten aanzien van beschermde soorten: Zijn in het plangebied en de directe omgeving daarvan beschermde plant- of diersoorten en/of verblijfplaatsen van deze soorten aanwezig of te verwachten? Ondervinden deze soorten schade of hinder van de voorgenomen werkzaamheden? Zo ja , is het mogelijk om optredende negatieve effecten te voorkomen of te mitigeren? En op welke wijze dient dit te geschieden? Is nader onderzoek noodzakelijk om aanwezigheid van soorten of mogelijke effecten daarop uit te sluiten? Is het noodzakelijk om een omgevingsvergunning aan te vragen voor een flora- en fauna-activiteit binnen het onderdeel soortenbescherming van de Omgevingswet of kan worden gewerkt met een goedgekeurde gedragscode? Gebiedsbescherming De Omgevingswet beschermt , naast soorten , ook gebieden. Ook op provinciaal en gemeentelijk niveau worden gebieden en groenstructuren beschermd. Voorliggende rapportage geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen ten aanzien van gebiedsbescherming: Ligt het plangebied in of nabij Natura 2000-gebied? Maakt het plangebied onderdeel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN)? Bevindt het plangebied zich binnen gebieden met een provinciale of gemeentelijke beschermde status? Zo ja , kan het optreden van negatieve effecten bij uitvoering van de werkzaamheden worden uitgesloten?

18

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

Houtopstanden De Omgevingswet beschermt , naast soorten , ook houtopstanden. Ook op provinciaal en gemeentelijk niveau worden groenstructuren beschermd. Voorliggende rapportage geeft antwoord op de volgende onderzoeksvragen ten aanzien van gebiedsbescherming en houtopstanden: Worden er houtopstanden gekapt , die een zelfstandige eenheid van bomen , boomvormers , struiken , hakhout of griend vormen buiten de bebouwingcontour houtkap en valt deze niet onder de uitzonderingen (Ow , Bal art. 11. 111)? Zo ja , dan dient er een kapmelding gedaan te worden en is sprake van een herplantplicht. Valt het plangebied onder (beschermde) gemeentelijke groenstructuren? Zorgplicht Voor de gehele fysieke leefomgeving geldt de algemene zorgplicht (Ow , Bal art. 11. 27). Deze houdt in dat wanneer er werkzaamheden plaatsvinden , iedereen voldoende zorg in acht moet nemen om schade te voorkomen. Als verwacht wordt dat door de werkzaamheden nadelige gevolgen ontstaan voor deze planten , dieren of gebieden , dan moeten de handelingen achterwege worden gelaten. Als dat niet mogelijk is , dan moeten maatregelen worden getroffen om schade te voorkomen , schade te beperken , of ongedaan te maken. Hiernaast geldt nog een specifieke zorgplicht , welke geldt voor flora- en fauna-activiteiten in de Ow.

De specifieke zorgplicht is een aanvullend aandachtspunt bij werkzaamheden die mogelijk een (negatieve) impact hebben op de leefomgeving. In art. 11. 27 Bal , lid 2 wordt genoemd dat na moet worden gegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van: • Soorten uit bijlage I van de Vogelrichtlijn , en geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten ; • Soorten uit bijlage II , IV en V van de Habitatrichtlijn ; • Nationaal beschermde soorten ; • Rode lijst-soorten. Voor deze soorten moet voorafgaand aan de werkzaamheden worden nagegaan of deze soorten aanwezig kunnen zijn , en of zij negatieve effecten kunnen ondervinden door de werkzaamheden. Als er soorten zijn die dergelijke negatieve effecten kunnen ondervinden , dan moeten maatregelen worden genomen om nadelige gevolgen te voorkomen , en moet worden nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben. Mocht dat niet zo zijn , dan moet de werkzaamheid worden gestaakt , of moeten achteraf herstelmaatregelen worden getroffen. Ook voor Natura 2000-gebieden en bijzondere nationale natuurgebieden geldt de specifieke zorgplicht (Bal art. 11. 6). Deze houd in dat bij activiteiten die verslechterende of significant verstorende gevolgen hebben , nadelige gevolgen zoveel mogelijk voorkomen , beperkt of ongedaan gemaakt moeten worden.

19

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

Bijlage 2: Werkwijze Een quickscan betreft een verkenning die bestaat uit een bronnenonderzoek en een veldbezoek. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek is een inschatting

gemaakt van de aanwezige natuurwaarden en is beoordeeld of het plan (negatieve) effecten kan hebben op beschermde soorten (effectenanalyse). Hieronder is per onderdeel de werkwijze toegelicht Bronnenonderzoek Soortenbescherming Voorafgaand aan het veldbezoek is een bronnenstudie uitgevoerd om een inschatting te kunnen maken van het voorkomen van beschermde soorten en exoten binnen het plangebied en in de directe omgeving hiervan. Voor deze bronnenstudie is gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Binnen een straal van circa 1 kilometer rondom het plangebied zijn op 16 december 2024 alle relevante waarnemingen van beschermde flora en fauna van de afgelopen 10 jaar opgevraagd. De uit de NDFF opgevraagde dataset bestaat in totaal uit 210 records. Gezien de kenmerken en de beperkte grootte van het plangebied geeft deze dataset een voldoende representatief beeld van het voorkomen van beschermde soorten binnen het plangebied. Indien nodig zijn op basis van specifieke habitatkenmerken nog aanvullende verspreidingskaarten geraadpleegd , zoals NDFF Verspreidingsatlas en Waarneming. nl. Specifieke zorgplicht Om te voldoen aan de specifieke zorgplicht is tevens een analyse uitgevoerd van de Rode lijst-soorten die in de afgelopen 10 jaar binnen een straal van circa 1 kilometer rondom het plangebied zijn waargenomen.

Hierbij is geselecteerd op Rode lijst-soorten die zijn aangekaart met “bedreigd” en “ernstig bedreigd”. Soorten die zijn aangemerkt als “gevoelig” , “kwetsbaar” , of “verdwenen uit Nederland” zijn buiten beschouwing gelaten. Ook zijn paddenstoelen , mossen en korstmossen buiten beschouwing gelaten , aangezien de specifieke zorgplicht spreekt over planten en dieren , waar paddenstoelen , mossen en korstmossen niet onder vallen. Van de soorten die overbleven is onderzocht of zij negatieve effecten kunnen ondervinden van de geplande werkzaamheden. Gebiedsbescherming Voorafgaand aan het veldbezoek is tevens ook een bronnenstudie uitgevoerd met betrekking tot gebiedsbescherming. Hierbij is gekeken naar de afstanden tot Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland. Wanneer het plangebied in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied ligt , wordt een bronnenonderzoek uitgevoerd naar de beschermde habitattypen en habitatrichtlijnsoorten van het Natura 2000-gebied. Met behulp van de effectenindicator ‘Natura 2000 – ecologische randvoorwaarden en storende factoren’ worden mogelijke schadelijke effecten als gevolg van de activiteit(en) en plannen verkend. Tenslotte is bepaald of het plangebied binnen de begrenzing van de NNN of andere gebieden met een provinciale of gemeentelijke status valt.

Houtopstanden Ten aanzien van het onderdeel houtopstanden wordt beoordeeld of eventuele te kappen bomen of beplanting binnen de bebouwingscontour houtkap is gelegen. Indien dit het geval is , wordt beoordeeld of sprake is van een meldings- en herplantplicht onder de Omgevingswet , onderdeel Besluit activiteiten leefomgeving.

Veldbezoek Het veldbezoek bestaat uit een biotooptoets met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. De bevindingen van het bronnenonderzoek zijn hierbij in het veld getoetst en waar nodig aangevuld. Op het moment dat het veldbezoek is uitgevoerd , zijn niet alle soorten zichtbaar aanwezig. Diersoorten zijn bijvoorbeeld alleen nachtactief of in een bepaalde periode van het jaar aan- of afwezig. Zo houden vleermuizen , amfibieën en kleine zoogdieren als egel een winterslaap op een beschutte plaats of zijn alleen in de nacht actief. Daarom zijn de eisen die soorten/soortgroepen met betrekking tot vaste rust- en verblijfplaatsen , foerageergebieden en migratierouten aan hun leefomgeving stellen , vergeleken met en getoetst aan de situatie in het veld. Voor planten is gelet op de vegetatiestructuur en de abiotische omstandigheden van de groeiplaats. Op deze manier is ook het belang van het plangebied beoordeeld voor flora en fauna die niet zijn waargenomen gedurende de biotooptoets , maar desondanks toch mogelijk kunnen voorkomen ter plaatse van het plangebied.

20

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

Tevens is gelet op de aanwezigheid van invasieve plantenexoten zowel binnen als direct grenzend aan het plangebied. Invasieve exoten als Japanse duizendknoop en reuzenberenklauw hebben zich als gevolg van menselijke activiteiten gevestigd in Nederland. Deze soorten kunnen zich snel verspreiden en concurreren hierbij de oorspronkelijke vegetatie weg. Daarnaast kunnen deze soorten voor overlast zorgen bij mensen. De opdrachtgever heeft in veel gevallen de plicht om verdere verspreiding van exoten te voorkomen.

Effectenanalyse Soortenbescherming Op basis van de uitkomsten van het bronnen- en veldonderzoek is beoordeeld of de voorgenomen werkzaamheden (negatieve) effecten hebben op beschermde natuurwaarden. Indien sprake is van een conflictsituatie tussen de aanwezigheid van beschermde soorten en de geplande ruimtelijke ingreep , is in onderhavige rapportage aangegeven welke voorzorgsmaatregelen genomen moeten worden om negatieve effecten op beschermde soorten te voorkomen. Indien negatieve effecten door het nemen van voorzorgsmaatregelen niet te voorkomen of uit te sluiten zijn , is aangegeven welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om conform de Omgevingswet werkzaamheden uit te voeren. De mogelijkheid om een complete effectanalyse te maken is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de uit te voeren werkzaamheden en uitvoeringsplanning. In hoofdstuk 3 wordt beoordeeld of voor dit project de beschikbare gegevens over de aanwezige soorten voldoende zijn om een goede effectenbeoordeling uit te voeren of dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van soorten nodig is. Gebiedsbescherming Voor het beoordelen van de effecten op eventueel aanwezige Natura 2000- gebieden wordt de effectenindicator ‘Natura 2000 – ecologische randvoorwaarden en storende factoren’ gebruikt.

Dit is een hulpmiddel voor initiatiefnemers , vergunningverleners en planmakers die te maken krijgen met activiteiten in of nabij Natura 2000-gebieden. De effectenindicator is een instrument waarmee mogelijke schadelijke effecten ten gevolge van de activiteit en plannen kunnen worden verkend. De effectenindicator geeft informatie over de gevoeligheid van soorten en habitattypen voor de meest voorkomende storende factoren. De effectenindicator wordt geraadpleegd via de website synbiosys. alterra. nl. Hier kan per Natura 2000-gebied en activiteit gekeken worden wat de mogelijke effecten zijn op het desbetreffende Natura 2000-gebied. Via de effectenindicator wordt gekeken welk effect de voorgenomen werkzaamheden hebben op habitattypen en/of soorten. Beoordeeld wordt of de activiteit mogelijk schadelijk is en of een nadere beoordeling en mogelijk vervolgonderzoek moet plaats vinden. Indien het plangebied is gelegen binnen de NNN of een andere beschermde status heeft , wordt beoordeeld of de ontwikkeling de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden aantast en of vervolgonderzoek nodig is.

21

Quickscan Natuur Dijkstraten , Best

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16876260/1