26019.07 - Bijlage 1 - Verkennend bodemonderzoek (A)
Tekst van het document
ŵv.
Ąf\-Oì'
BL13-07804
SOH
Verkennend bodemonderzoek
Plan Dijkstraten te Best
Nv\tu^ô
Geofox- w Lexmond
'
4
ĩ «lí*#
*
Verkennend bodemonderzoek
Plan
Opdrachtgever Adviseurs
de heer
S.
AK
Best
mevrouw
Obbink
Postbus 435 5240
te
Auteur
Croonen
Klein
Dijkstraten
ROSMALEN
ir. N.
Erisman
-
Riezebos
(geanonimiseerd)
Adviesbureau Geofox-Lexmond
Pegasusweg Postbus 5001 Tel.
Fax 013
Controle
2205
CE 013
bv
2
TILBURG -
-
4582161 4553089
Status
Concept,
versie
Datum
juli 2007 Projectnummer 11
20070424/NRIE
2
{ vrijgave
(geanonimiseerd)
Inhoudsopgave
1
Inleiding
1
2
Vooronderzoek en onderzoeksopzet 2. 1 Algemeen 2. 2 Historisch gebruik 2. 3 Huidig gebruik en algemene gegevens 2. 4 Toekomstig gebruik 2. 5 Resultaten eerder uitgevoerd bodemonderzoek 2. 6 Bodemopbouw en geohydrologie 2. 7 Onderzoeksopzet
2 2 2 3 4 4 5 6
3
Werkzaamheden en resultaten 3. 1 Werkzaamheden 3. 2 Resultaten veldonderzoek 3. 3 Resultaten laboratoriumonderzoek
8 8 10 16
4
Interpretatie resultaten 4. 1 Onverdacht terrein 4. 2 Waterbodem 4. 3 Deellocatie A 4. 4 Deellocatie B 4. 5 Deellocatie C 4. 6 Deellocatie D
21 21 22 22 23 23 24
5
Conclusies
27
en
aanbevelingen
Bijlagen 1 Situatietekeningen 1. 1 Topografische ligging locatie 1. 2 Situatieschets onderzoekslocatie met boringen/peilbuizen onverdacht terrein 1. 3A Situatieschets met boringen/peilbuizen Parallelweg ong. (Deellocatie A) 13B Situatieschets met boringen/peilbuizen Oirschotseweg 24-26 (Deellocatie B) 1. 30 Situatieschets met boringen/peilbuizen Oirschotseweg 66-68 (Deellocatie C) 1. 3D Situatieschets met boringen/peilbuizen Veldweg 18 (Deellocatie D) 1. 4 Verontreinigingsituatie PAK in grond Oirschotseweg 66-68 (Deellocatie C) CM Boorstaten C Analyseresultaten O 3. 1 Onverdacht terrein 3. 2 Deellocatie A 3. 3 Deellocatie B 3. 4 Deellocatie C 3. 5 Deellocatie D 3. 6 Waterbodems ,
4 5 6 7
Toetsingscriteria en toetsingstabellen Toelichting (water)bodemonderzoek Foto's Kopieën historisch onderzoek
Geofox- Wl Lexmond 1
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstraten te Best
Inleiding
In opdracht van Croonen Adviseurs heeft Geofox-Lexmond bv als onafhankelijk adviesbureau1 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de planlocatie " Dijkstraten " te Best. ,
,
Aanleiding voor uitvoering van het milieukundig bodemonderzoek wordt gevormd door de geplande realisatie van een woningbouw-Zcentrumlocatie (Plan " Dijkstraten)" te Best. Het plangebied heeft een oppervlakte van 278 hectare en is thans voor een groot deel onbebouwd (braakliggend). ,
Doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit op de locatie. In het rapport komt het volgende aan de orde: het vooronderzoek en de onderzoeksopzet de veldwerkzaamheden inclusief het zintuiglijk onderzoek het chemisch onderzoek de interpretatie van de verzamelde gegevens en de conclusies en advies. ,
,
,
,
1 De terreineigenaar is geen zuster- of moederbedrijf en komt niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd.
20070424/NRİE
20070424 a1RAP. doc
juli 2007
" ’be he^'
1 van 29
tio,
zin “Zit
Geofox- #6
Lexm on d
Verkennend bodemonderzoek
2
Vooronderzoek
2.1
Algemeen
De
locatie
Om
stellen
te
verwachten,
en
bodemonderzoek
of
er
aanleiding
zo
ja,
om
om op (delen van) de onderzoekslocatie verontreinigingen stoffen het daarbij gaat, is voorafgaand aan het
is
welke
is
uitgevoerd
op
vooronderzoek
verzameld
over
omgeving.
In de
2.2
uitgevoerd.
vooronderzoek
een
Het vooronderzoek van
onderzoeksopzet
en
begrensd door de Oirschotseweg (zuidzijde), Veldweg (westzijde, met Ringweg) en de Parallelweg (oostzijde, met daarachter de spoorbaan).
de
vast
te Best
wordt
daarbuiten
te
Plan Dijkstraten
basis
van
de
oriënterend
NVN
5725
"Bodem
nader onderzoek”,
-
Leidraad
Hiertoe is
bij
bij verkennend, voormalige en huidige en toekomstige gebruik van het terrein volgende paragrafen is de verkregen informatie vastgelegd. en
het
Historisch
Bij
de gemeente
alle
aanwezige
zijn
relevante
kopieën
Op
basis
het
het
uitvoeren
informatie en
de
directe
gebruik
Best
is
historisch
een
informatiebronnen van
de
onderzoek de
van
uitgevoerd (12 en 20 maart 2007). Hierbij zijn directe omgeving geraadpleegd. In bijlage 7
locatie
en
historische gegevens
opgenomen.
uitgevoerde historisch onderzoek zijn binnen het plangebied de volgende geselecteerd: A: Tijdelijke gemeentewerf aan de Parallelweg; B: Afgebrand pand (geanonimiseerd) aan de Oirschotseweg 28] (geanonimiserd) C: Hasco Bouwmaterialen en Doe-het-zelfzaak Karwei (Hasco Karwei Super B.V.) aan (| geanonimise rd) Oirschotseweg 66-68; aan de Veldweg D: Aannemers- en foonwerkbedrij (geanonimiseerd) 18; Ei (geanonimiseerd) Taxicentrale Best aan de Parallelweg 2; F: Houthandel (geanonimiseerd) geanonimise rd) (Oirschotseweg 56-58) met aan de voorzijde Motorhandel (|geanonimise rd) (geanonimiseerd) (Oirschotsewes 54). BN verdachte
van
deellocaties
Op basis van de geraadpleegde informatie (zie ook bijlage 6) wordt BN (geanonimiseerd) word: activiteiten in de directe van de onderzoekslocatie geen nadelig (voormalige) omgeving hebben uitgeoefend op de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse.
det invloed
Bronnen: "
Bodemdossiers
„
Milieu-
"
Historisch
"
Digitale
en
gemeente Best hinderwetdossiers gemeente bodembestand
informatie
NAZCA
provincie
Best
Noord-Brabant
gemeente
(digitaal)
Best (Wm-locaties,
Hbb-locaties,
tanklocaties,
bodemonderzoekslocaties) Recente
n
en
gemeente Best Best,
informatie
Kadastrale
(eigendoms)gegevens,
20070424/NRIE
juli 2007
luchtfoto's
Mondelinge
gemeente
(geanonimiseerd)
Kadaster.
tee,
SAS behe
20070424
a1lRAP.doc
2
van
29
staa,
Geofox- “#$ Lexmond 23
Huidig
De
locatie wordt
Onderstaande 6 is
Verkennend bodemonderzoek
gebruik begrensd
en
algemene
door de
Plan Dijkstraten
gegevens
Oirschotseweg, Veldweg
en
de
Parallelweg.
geeft een globale indruk van de huidige situatie van het plangebied. uitgebreidere fotoreportage van het onderzoeksgebied opgenomen.
een
te Best
foto
In
bijlage
De
algemene gegevens van de locatie zijn opgenomen in tabel 2.1. In bijlage 1 zijn de topografische ligging van de onderzochte locatie en een situatieschets opgenomen.
Tabel
2.1:
Algemene
Algemene gegevens Eigenaar
onderzoekslocatie
gegevens
onderzoekslocatie Diverse
(gemeente Best, Van Bergen Aannemersbedrijf, Key-West Best Investments, Van Laaren Projectontwikkeling, Kapelbeemd | BV. Diverse woonpercelen aan de Parallelweg en Veldweg zijn thans nog in private
eigendom,
Best))
,
Huidige functie/gebruik Bebouwing:
nnn
) bedrijfspercelen (geanonimise rd(geanonimiseerd)
evenals enkele
(geanonimiseerd) Taxicentrale Grotendeels
braakliggend woningen en bedrijfspercelen met (opslag)loodsen Grotendeels onverhard (grasland/akkerland) Diverse
Verharding:
278.000 m? Oppervlakte terrein: 278.000 m? Oppervlakte onderzoekslocatie: } gebaseerd op het Rijksdriehoekstelsel
asbest
Tijdens
het
gemeente
locatiebezoek Best is
uitzondering enkele geen
van
loodsen
is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Ook is volgens de in het verleden geen asbestverdacht materiaal op de locatie gebruikt (met de aanwezigheid van enkele asbesthoudende golfplaten als dakbedekking van
ter
plaatse
asbesthoudend
van
Houthandel
materiaal in de
((BN ggeeaannoonniimmiissee rrdd))(geanonimiseerd) Derhalve
bodem
aanwezig
wordt
ervan
uitgegaan
dat
er
is.
Bronnen: u
opdrachtgever;
u
gemeente
m
locatiebezoeken
Best; en
terreininspectie (15
tse,
20070424/NRIE
juli 2007
maart,
46
Dbene
maart,
20
20070424
A e
16
3
maart
en
a1RAP.doc
27
april 2007).
3
van
29
Lexmond
2.4
Verkennend bodemonderzoek
Toekomstig
Plan
Dijkstraten
te Best
gebruik
Het terrein
zal in de nabije toekomst ontwikkeld worden tot woningbouwlocatie met ca. 800woningen (waarvan ca. 600 grondgebonden woningen). Het plan kent een duidelijk centrumgebied met een stedelijk karakter en naar buiten toe (westzijde) woonbebouwing en natuurontwikkeling (water) met een meer landelijk karakter. Hiertoe dienen nog enkele percelen door/namens de gemeente Best te worden aangekocht. 900
25
Op
Resultaten
en
in de
directe
eerder
omgeving
uitgevoerd de
van
bekend, tien bodemonderzoeken
bodemonderzoek
onderzoekslocatie
zijn,
voor
zover
bij Geofox-Lexmond
uitgevoerd:
Dossier 2.072: Grondonderzoek
t.b.v.
nulsituatie-onderzoek
Broekstraat
BV, ref. 01/17(1007947), Onderzoeksstrategie: onverdacht, 1,25 ha. Resultaten: Bovengrond: PAK > S-waarde; Ockhuizen
Grondmechanica
Grondwater: Dossier
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) MN |}
van
1995.
S-waarde.
>
2.228:
Milieukundig
bodemonderzoek
Resultaten:
Grond:
Dossier
zink
6, in opdracht mei
PAK,
Ringweg Best, Grontmij, metalen
zware
(Ni, Zn,
ref. 31.8747.2, april > S-waarden.
1999.
Cd)
2.54:
Verkennend
bodemonderzoek tbv locatie Oirschotseweg/Ringweg, in opdracht van Berlaere Vastgoedontwikkeling BV, Inpijn-Blokpoel, ref. MB-0774, september 1994. Onderzoeksstrategie: onverdacht. Resultaten: Bovengrond: enkele zware metalen, PAK, minerale olie > S-waarden; Grondwater: metalen (Zn, Cd), aromaten (xylenen, tolueen) > S-waarden; Nikkel > I-waarde, bij herbemonstering (okt. '94) > S-waarde. Dossier 2.46: Verkennend
bodemonderzoek Oirschotseweg (kadastraal nr. 5043), i.o.v. Makelaardij Swagemakers, TAUW Milieu bv, ref. R3343626.NO1/JGO, maart 1994. Onderzoeksstrategie: onverdacht 1.505 m? i.v.m. voorgenomen nieuwbouw. Resultaten:
Grond:
Dossier
parameters < S-waarden; B-waarde, aromaten (B, X, T)
alle onderzochte
Grondwater:
lood
>
>
A-waarden;
2.100:
Verkennend
bodemonderzoek locatie Oirschotseweg 66-68, Blokpoel, december 1995. Onderzoeksstrategie: onverdacht, ivm bouw bedrijfsloods. Bovengrond: zink, PAK > S-waarden; Resultaten: Grondwater: zink > S-waarde.
i.o.v.
HASCO
Best
BV, Inpijn
i.0.v.
HASCO
Best BV,
Dossier 2.117: Verkennend
bodemonderzoek
locatie
Oirschotseweg 66-68,
Inpijn
Blokpoel, ref. MB-1353, mei 1996. Onderzoeksstrategie: onverdacht.
Resultaten: 20070424/NRIE
juli 2007
Grond:
minerale
olie
>
S-waarde,
tso,
F) %: EN Nbehet* %,
EOX
>
detectielimiet;
20070424
a1RAP.doc
4
van
29
0
Zit
Geofox- #5 en” Lexm on d
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstraten te Best
Grondwater: Dossier
chroom,
tolueen
S-waarden, EOX
>
=
4,4 ug/l.
3.20:
Indicatief
terrein Oirschotseweg 54 (verkooppunt motorbrandstoffen Milieudienst, ref. 8.1.03.9022, okt. 1989. Grond: minerale olie, aromaten < A-waarden; Grondwater: minerale olie (IR) < B-waarde,
onderzoek
werkplaats), Resultaten:
met
6.2.306:
Dossier
Verkennend
bodemonderzoek
HER/CD2001/1051213334,
Onderzoeksstrategie: Resultaten:
Parallelweg Best, juni 2001.
nulsituatie-onderzoek
Grond:
Dossier
KSB,
Tukkers
(TMO),
ref.
(NENB740-onverdacht). parameters < S-waarden;
alle onderzochte
Grondwater:
i.o.v.
nikkel, ‘per’
S-waarden.
>
2.340:
Eindonderzoek
Parallelweg Best,
i.o.v.
KSB,
Tukkers
(TMO),
ref.
HFD/CD2002/223/2136040,
juni 2002.
Onderzoeksstrategie:
Resultaten:
eindsituatie-onderzoek
Grond:
alle onderzochte
Grondwater:
nikkel
(NEN5740-onverdacht). < S-waarden;
parameters
S-waarde,
>
Dossier 2,191:
Parallelweg 2 te Best, i.o.v. Architecten/Ingenieursburo Inpijn-Blokpoel, ref. MB-1959, oktober 1997. Onderzoeksstrategie: NEN5740-onverdacht, n.a.v. sloop en nieuwbouw Taxicentrale i.v.m. spoorwegverdubbeling. Bovengrond en grondwater: alle onderzochte parameters < S-waarden; Resultaten: Ondergrond: nikkel > S-waarde, Verkennend
bodemonderzoek
Westerlaken
BV,
spoorwegverdubbeling/ondergronds traject): uitgevoerd ter plaatse van de spoorbaan. Het gehele traject is onderzocht en waar nodig gesaneerd. Informatie afkomstig van (geanonimiseerd) (gemeente Best). Desbetreffende rapporten/dossiers zijn niet aanwezig/ingezien. Diverse dossiers
spoorbaan (in
Vanaf
diverse
1997
ca.
2.6
Bodemopbouw de
van
de
met
en
geohydrologie
digitale databestand REGIS van het TNO-netwerk kan verkregen samenstelling van de diepere bodemlagen. In tabel 2.2 is schematisch de globale geologische bodemopbouw weergegeven, De verschillende afzettingen zijn met toenemende diepte (van jong naar oud) weergegeven in de onderstaande tabel. Aan
hand
verband
bodemonderzoeken
gegevens
uit het
informatie
worden
Tabel 2.2:
Regionale bodemopbouw”
over
de
diepte (m-mv})
formatienaam
Samenstelling
0-25
Boxtel
zeer
25 > _
100
-
Sterksel
geohydrologische
fijn tot matig fijn zand
kleilagen matig grof
Klei Stramproy Diepte en samenstelling vastgesteld op basis
met
leem-
(doorlatende) deklaag
en
1° watervoerend scheidende laag
zand
100
van
TNO-REGIS
en
eenheid
“Grondwaterkaart
van
pakket
Nederland, centrale
slenk”
20070424/NRIE
juli 2007
20070424
sr
REA
FE,
behe
à
a1RAP.doc
5
van
29
Geofox- #i Lexmond
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstraten te Best
Op de Bodemkaart van Nederland (1:50. 000) worden in de omgeving buiten de bebouwde kom gekarteerde eenheden omschreven als " Hoge zwarte enkeerdgronden." Deze gronden bestaan hoofdzakelijk uit lemig fijn zand waarbij op relatief geringe diepte een klei- of leemlaag wordt aangetroffen. ,
Middels de Grondwaterkaart van Nederland (Centrale slenk 1983) is de regionale grondwaterstroming bepaald deze is in het eerste watervoerend pakket noordelijk gericht en heeft een gradiënt van circa 05 m/km. ,
,
,
De grondwaterstroming in de deklaag vindt overwegend in verticale richting plaats. Op geringe afstand van " ontwateringmiddelen " (sloten drains zandcunetten e. d. ) zal de stromingsrichting echter radiaal zijn. Gegeven de lage doorlatendheid van het bodemmateriaal van de deklaag is de stromingssnelheid van het grondwater gering. ,
,
,
Bij de provincie Noord-Brabant zijn voor het jaar 2003 van de directe omgeving ontwikkelingslocatie geen relevante grondwateronttrekkingen geregistreerd.
van
de
De locatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied (bron: Milieuverordening 2B tranche provincie Noord-Brabant 1995).
,
,
Lokaal Voor de lokale bodemopbouw wordt
2. 7
verwezen naar
paragraaf 3. 2.
Onderzoeksopzet
Er is geen reden om aan te nemen dat de (agrarische) activiteiten op het overgrote deel van de locatie hebben geleid tot bodemverontreiniging en daarmee tot aantasting van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie. Derhalve is voor het onverharde braakliggende deel van de onderzoekslocatie uit de NEN 5740 " Bodem - Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek " gekozen voor de onderzoeksstrategie voor een milieuhygiënische onverdachte locatie (ONV). Voor een overzicht van de werkzaamheden en analyses wordt verwezen naar paragraaf 3. 1. ,
,
,
Op basis van de verzamelde (historische en actuele) informatie over het terrein en de directe omgeving daarvan is per verdachte deellocatie (zie paragraaf 2. 2) een aparte onderzoekshypothese gekozen. De onderzoeksopzet is opgenomen in tabel 2. 3. Voor een overzicht van de veldwerkzaamheden en analyses wordt verwezen naar paragraaf 3. 1. ,
Opgemerkt wordt dat er voor aantal percelen (vooralsnog) geen toestemming is verkregen veldwerkzaamheden te verrichten. Deze percelen zijn rood gearceerd weergeven op de situatieschets in bijlage 1. 2.
20070424/NRIĒ
20070424
juli 2007
'’'ie hee'
a1 RAP. doe
om
6 van 29
ttl, &
bl
Verkennend bodemonderzoek
Tabel
2.3:
Plan
Dijkstraten
te Best
Onderzoeksopzet
Omschrijving deellocaties Braak/onverhard
Strategie NEN
Aandachts-
5740
stoffen
ONV
-
A
gemeentewerf
VED-HE
B
Kluijtmans
VED-HE
Grond
(water) g/gw
222.000 7.500
g/gw
3.500
g/gw
8.000
__g/gw
12.000
g/gw
5.000
__g/ow
20.000
-
Metalen, PAK,
Oppervlak(m2)
te
Olie
Metalen, PAK,
Olie, Olie/VAK
VAK
C
Karwei/HASCO
D
Gebr.
E
Taxicentrale
(geanonimiseerd) Best*
+
ONVVEP NUL
+
(tank)
VED-HE
Metalen, PAK, Olie, VAK Olie/VAK,
VED-HE. Nog definitief vast te
metalen
stellen
(geanonimise rd) (geanonimiseerd) an
F
VED-HE, nog definitief vast
Metalen, PAK, olie/VAK, VOCI
te
stellen
g
:
gw
:
PAK VAK
:
Polyeyclische Aromatische Koolwaterstoffen Vluchtige Aromatische Koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen) : Vluchtige organochtoorverbindingen :
VOCI *
De
grond grondwater
locaties
toestemming
E en F zijn in onderhavig onderzoek niet meegenomen aangezien is van de huidige eigenaren om deze percelen te onderzoeken
er
(vooralsnog) geen
Waterbodem (slootbodems) Bij het opstellen van het onderzoeksprogramma is uitgegaan van de wijziging Regeling vaststelling klasse-indeling onderhoudsspecie (Staatscourant 248, 11 december 1999, DBO/199243878).
nr.
Op basis van de algemene gegevens worden de watergangen als onverdacht aangemerkt, aangezien de sloten in overwegend akkerland zijn gelegen. Uitgegaan is van een bemonsteringsintensiteit van circa 1 boring per 50 m slootlengte en een bemonsteringscompartiment van maximaal 500 m slootlengte. Hierbij zijn uitsluitend de watervoerende sloten bemonsterd. tijde van de veldwerkzaamheden in maart 2007
—
ten
—
Per
compartiment zijn maximaal 10 steken van de waterbodem (sliblaag) genomen. De zijn over de watergangen verspreid (circa 1 steek per 5O m lengte), om de representativiteit zo goed mogelijk te waarborgen. In totaal zijn 4 compartimenten geselecteerd. Per compartiment is (in het laboratorium) een mengmonster van de slootbodems samengesteld en geanalyseerd op breed pakket aan stoffen. steekmonsters
20070424/NRIE zij
juli 2007
kmo,
Sa
stsw,
oet 04 KN arg benee“
20070424
=
a1lRAP.doc
7 van
29
Geofox-REN#£
nd
Lexm
on
Verkennend
3
Werkzaamheden
3.1
Werkzaamheden
De veldwerkzaamheden
te Best
resultaten
en
uitgevoerd conform de vigerende versie van de bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en VKB-protocollen 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters). Een algemene toelichting op de werkwijze bij het verrichten van boringen, het plaatsen van peilbuizen en het bemonsteren van de grond en het grondwater is weergegeven in bijlage 5. De analyses zijn uitgevoerd door een onafhankelijk, door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium. BRL
SIKB
In tabel
2000
3.1
is
zijn
bodemonderzoek Plan Dijkstraten
onder certificaat
“Veldwerk
overzicht opgenomen
een
de
van
veldwerkzaamheden
uitgevoerde
en
de verrichte
analyses.
Tabel
3.1:
Overzicht
(Deel)locatie
uitgevoerde
werkzaamheden
Veldwerk
Analyses
ondiepe
boringen!
diepe boringen!
pb?
Braak/onverhard
68
13+27
24 Ixherbem.
Waterbodem
35
A
17
gemeentewerf
(geanonimiseerd)| NO
-
C Karwei/HASCO
13
verharding
grond
-
24
-
-
4
x
4
2
-
4
x
14 4
1 2
Asfalt” Asfalt'/stelcon
E Taxicentrale F Vd
18
Best
5
Nog
Deels beton/stelcon
6
NENg? NENg® NENg®
-
_
1x 2x
NENw* NENw" NENw*'
NENw“'
2
x
olie/VAK
x x
PAK
x
NENg®
5
x
xolie/VAK
1
xolie/VAK
1
x
12 1
23 x NENw* 1 x zw.metalen
WB°
5x 5 x 1 13
(geanonimiseerd) Dj |
NENg?
x
-
grondwater
N-totaal
niet
uitgevoerd Nog niet uitgevoerd
(geanonimiseerd) |
gelet ondiepe boringen
tabel 3.1:
grondwaterstand geven,
#
wordt
van
in
principe
met
een
deze
tot
0,5
maximum
diepte
m-mv van
afgeweken;
boringen afgewerkt met peilbuizen; __Hooghoudtproef: veldproef waarbij de per deellocatie
(danwel 0,5 m minus waterbodem), diepe boringen tot de 2,0 m-mv. Indien zintuiglijke waarnemingen hiertoe aanleiding
doorlatendheid
zijn 2 asfaltkernen behandeld
met
een
(k-waarde)
van
PAK-marker
om
de onverzadigde zone wordt bepaald; indicatief de teerhoudendheid te
bepalen; NENg: bepaling van percentages (cadmium, chroom, koper, kwik,
$;
droge stof, organische stof en lutum, en analyse op arseen, zware metalen lood, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), minerale olie en extraheerbare organohalogeenverbindingen (EOX); NENw: analyse op arseen, zware metalen (cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel en zink), minerale olie, vluchtige aromatische koolwaterstoffen (VAK) en vluchtige organochloorverbindingen (VOCI). _WB-standaard: bepaling van percentages droge stof, organische stof, lutum en deeltjes < 16 um, en analyse op arseen, zware metalen (cadmium, chroom, koper, kwik, lood, nikkel en zink), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), minerale olie en extraheerbare organohalogeenverbindingen (EOX); Aangezien de verdachte parameters zijn opgenomen in de standaard NEN-analysepakketten, worden de diverse
bodemlagen
onderzocht
op
een
breed
pakket
20070424/NRIE
juli 2007
st, 6
F3 2
aan
EN
Dbehee!
stoffen.
20070424
a1RAP.doc
8
van
29
Geofox-*# i Lexmond
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstraten te Best
Het verrichten van de boringen het plaatsen van de peilbuizen en de bemonstering van de grond heeft plaatsgevonden in de periode vanaf 16 maart t/m 12 juni 2007. Het grondwater is bemonsterd op 20 23 27 mei 1 2 en 19 juni 2007. ,
,
,
,
De vrijgekomen grond uit de boringen is in het veld geclassificeerd (vaststellen bodemopbouw) beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en voor chemisch onderzoek bemonsterd. Een grondmonster heeft betrekking op een maximaal bodemtraject van 05 meter. Indien bij een boring meerdere grondmonsters zijn genomen is met een toenemende diepte de codering A B C enz. aan het monsternummer toegevoegd. ,
,
,
,
,
,
Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de diepte van de grondwaterspiegel bepaald en zijn de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (Ec) van het grondwater vastgesteld. De situering van de boorpunten en peilbuizen is weergegeven in bijlage 1. 2 (overzichtstekening) en 1. 3A t/m 1. 3D (verdachte deellocaties). Waterbodem De bemonstering van de slootbodems is uitgevoerd op 21 maart 2007. Evenredig verdeeld elk compartiment zijn steekmonsters genomen van de gehele aanwezige sliblaag om de representativiteit zo goed mogelijk te waarborgen.
over
,
De steken zijn geplaatst tot in de vaste waterbodem (maximale steekdiepte 05 m). Van alle steken is een boorbeschrijving volgens NEN 5104 gemaakt waarin textuur kleur geur en eventuele bijzonderheden zijn beschreven. ,
,
,
Bij de bemonstering is gebruik gemaakt vanaf de oevers.
van een
De situering
de slootbodems is weergegeven in bijlage 1. 2.
van
de monsterpunten
van
zuigerboor. De bemonstering is uitgevoerd
In het laboratorium zijn de te analyseren monsters samengesteld (conform de Regeling maximaal 10 monsters per compartiment). De slib-/ waterbodemmengmonsters zijn geanalyseerd op een standaard-analysepakket met de volgende parameters: zware metalen (chroom kwik nikkel zink cadmium koper en lood) en arseen ; * 1 PAK's (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen som 10 VROM) ; * minerale olie ; EOX (Extraheerbare Organische gehalogeneerde verbindingen) ; » 1 droge stofgehalte ; organische stofgehalte ; » " gehaltes aan minerale delen (lutum < 2 //m en slib < 16 pm). ,
,
,
,
,
,
,
,
De parameters OCB (Organochloorbestrijdingsmiddelen) en PCB (Polychloorbifenylen) zijn niet in het pakket opgenomen ; wel is als indicatie voor de aanwezigheid van chloorhoudende verbindingen de parameter EOX geanalyseerd.
20070424/NR/E juli 2007
ŵ SVg 'bbst he«'
20070424 a1RAP. doc
9 van 29
Geofox- #i Lexmond 3. 2
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstraîen te Best
Resultaten
veldonderzoek
In de boorstaten (bijlage 2) wordt de bodemopbouw Een globale beschrijving is opgenomen in tabel 3. 2.
van
het onderzochte terrein
weergegeven.
Tabel 3. 2: Lokale bodemopbouw Diepte (m-mv) 00, - 05, à 10, 05, à 10, - 10, à 15, 10, à 15,
-
25, à 30,
Bodemsamenstelling
Opmerkingen
zwak tot matig humeus , zwak tot matig siltig , matig fijn zand zwak tot sterk siltig , matig tot zeer fijn zand zwak zandige leem
Plaatselijk ijzerhoudend
Bij het zintuiglijk onderzoek zijn plaatselijk bodemvreemde materialen aangetroffen voornamelijk in de vorm van puin en baksteen in de bovengrond. Er zijn voor zover zintuiglijk waarneembaar geen asbestverdachte materialen op of in de bodem aangetroffen. Voor de waargenomen afwijkingen wordt verwezen naar tabel 3. 3 en bijlage 2.
20070424/NRIE juli 2007
20070424 al RAP. doe
^óehee-'
10 van 29
Geofox- #1 Lexmond
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstra ten te Best
Tabel 3. 3: Zintuiglijk waargenomen afwijkingen Boring
Traject
nr.
einddiepte (cm-mv) Onverdacht terrein 1 370
van
Tot (cm-mv)
3
0 50 0
50 70 50
50
80
0 50 0 20 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 50 0
50 80 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 150 50 50 50 100 50
matig puinhoudend , zwak baksteenhoudend zwak puinhoudend , zwak baksteenhoudend matig baksteenhoudend , matig puinhoudend , brokken beton brokken baksteen , zwak puinhoudend , gestaakt sterk puinhoudend sterk puinhoudend , gestaakt brokken baksteen sporen baksteen sporen baksteen zwak baksteenhoudend sporen baksteen resten baksteen brokken baksteen resten baksteen resten baksteen sterk baksteenhoudend resten baksteen zwak baksteenhoudend resten puin , brokken baksteen sporen puin sporen puin matig puinhoudend , matig baksteenhoudend resten baksteen baksteenhoudend , matig puinhoudend
0 0 30 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
70 30 100 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50
zwak baksteenhoudend sterk baksteenhoudend , zwak puinhoudend resten baksteen sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin zwak puinhoudend sporen puin sporen puin sporen puin sporen puin resten baksteen sporen puin sporen puin
10 30 50 30 30 50 0 30 60
50 50 100 100 120 100 130 60 80
matig baksteenhoudend , matig glashoudend zwak baksteenhoudend resten baksteen zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend sporen kolen zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend , brokken puin sterk baksteenhoudend , matig puinhoudend , gestaakt
80
6
80
11 15 43 60 68 79 81 82 83 89 90 100 105 107 108 109
50 50 50 50 50 250 50 50 50 250 50 50 200 50 50 200
110
250
Deellocatie A A5 200 A6 200 A7 A8 A9 A10 A13 A14 A15 A16 A17 A18 A20 A23
50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50 50
Deellocatie B B3 200 B4 250 B5 B6 B8 B9 B15
220 220 270 200 80
20070424/NRIE juli 2007
Afwijkingen
20070424 a 1 RAP. doe
11 van 29
Geofox-*# i Lexmond
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstraten te Best
Vervolg tabel 3. 3 Boring nr.
einddiepte (cm-mv)
T raject
Afwijkingen
van
tot (cm-mv)
Deellocatie C
C1
C2
300 80
11 0
30 80
C3 C4
70 60
14 11
20 60
C5
90
11
90
C6
100
C7
300
C8 C9 C12 C13 C14 C17
100 200 70 80 200 220
19 30 40 18 30 60 21 16 15 11 50 20 40
30 40 50 30 60 80 50 30 40 30 100 40 90
Deellocatie D D1 300 D2 350 400 D5 D8 80
30 0 25 0
80 60 50 30
D10
200
0
30
D11
300
0 50
50 100
D18 D23
100 200
0 20
50 50
D26 D27 D28 D29
400 50 50 50
0 0 0 0
20 50 50 50
De resultaten van de metingen
aan
zwak baksteenhoudend , brokken puin matig baksteenhoudend , sterk puinhoudend , gestaakt zwak puinhoudend matig grindhoudend , sterk puinhoudend , sterk betonhoudend , gestaakt sterk baksteenhoudend , sterk puinhoudend , sterk grindhoudend , gestaakt matig baksteenhoudend matig baksteenhoudend , matig puinhoudend volledig baksteen matig baksteenhoudend , matig puinhoudend resten baksteen resten baksteen matig baksteenhoudend , matig puinhoudend zwak puinhoudend matig baksteenhoudend , matig puinhoudend sterk grindhoudend zwak baksteenhoudend sporen puin , opgebracht sporen kolen sporen baksteen
zwak baksteenhoudend sterk baksteenhoudend , sterk puinhoudend sterk puinhoudend , sterk baksteenhoudend , opgebracht sterk puinhoudend , sterk baksteenhoudend , opgebracht sterke ammoniakachtige geur zwakke olie-water reactie , zwakke ammoniakachtige geur matig plastichoudend matig puinhoudend , matig baksteenhoudend , opgebracht sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen
het grondwater zijn opgenomen in tabel 3. 4.
20070424/NRIE
20070424jì 1 RAP. doe
juli 2007
«óehee'
12 van 29
Geofox- #f Lexmond
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstraten te Best
Tabel 3. 4: Meetgegevens grondwater Peilbuis nr.
1 7 9 18 20 22 24 34 36 38 40 42 52 54 57 58 74 77 79 89 92 99 104 110 A1 A2 B8 C1 C7 D1 D2 D5 D11 D20 D26 Gws pH Ec
Gws (cm-mv) 155 69
pH , 689 698 ,
Ec (//S/cm) 1220 343
88 87 128 106 120 88 160 93 123 142 105 96 115 160 195 125 148 158
, 654 646 , 606 , 766 , 689 , 683 , 714 , , 724 703 , 576 , 682 , 664 , 646 , 592 , , 657 715 , 688 , 661 ,
598 490 605 1180 1300 441 722 951 762 233 1450 1360 329 277 1390 81 112 744
-
-
-
120 155 147 149 136 178 182 175 195 217
724 , 752 , 628 , 558 , 646 , 648 , 719 , 661 , 775 , 867 ,
153 86 822 878 215 419 491 775 720 576
230 652 , 189 646 , 627 , 226 231 662 , = grondwaterstand = zuurgraad = elektrische geleidbaarheid
Opmerkingen De gemeten Ec-waarde is relatief hoog. De gemeten waarden zijn niet ongebruikelijk voor de regio waarin de locatie is gelegen.
De gemeten Ec-waarde is relatief hoog. De gemeten Ec-waarde is relatief hoog.
De gemeten Ec-waarde is relatief hoog. De gemeten Ec-waarde is relatief hoog. De gemeten Ec-waarde is relatief hoog.
Niet bemonsterd , peilbuis omgeploegd
De gemeten pH-waarde is hoog. Een directe verklaring hiervoor is niet voorhanden.
210 1240 702 122
De gemeten Ec-waarde is relatief hoog.
Op basis van de veldwaarnemingen zijn in het laboratorium een aantal grondmonsters en alle grondwatermonsters geselecteerd voor analyse. Een overzicht van de uitgevoerde analyses is voor de grond- en grondwatermonsters weergegeven in de tabellen 3. 5 en 3. 6.
20070424/NRIE juli 2007
20070424~a 1 RAP. doe
Aí
13 van 29
Geofox- #1 Lexmond
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstraten te Best
Tabel 3. 5: Monsterselectie
en
analyses grondmonsters
(Meng)monster
Samenstelling
T raject (in m-mv)
Analyse
Onverdacht terrein MM1A (puin/bakst. ) MM1B MM2 MM3 MM4 MM5 MM6 MM7A (baksteen) MM7B MM8 MM9 MM10 MM11A (baksteen) MM11B MM 12 MM13 MM14 MM15 MM16 MM17 MM18 MM19 MM20 MM21
1A , 3A , 6A , 6B 2A , 5A , 7A8A9A , , 10A , 12A , 18A , 19A , 20A , 26A , 27A34A , , 35A 13A , 14A , 16A , 17A , 21A , 22A , 23A28A29A , , , 30A 24A , 25A , 31 A , 32A , 33A , 39A , 40A , 41 A , 42A 36A , 37A , 38A , 45A , 46A , 47A , 48A , 53A , 54A , 55A 44A , 51 A , 52A , 63A , 64A , 65A , 66A , 67A , 74A , 75A 60A , 68A , 79A , 81A , 100A , 107A , 108A 49A , 50A , 56A , 59A , 61A , 62A , 106A 69A , 70A , 71 A , 76A , 77A , 78A , 101A 94A95A , , 96A , 97A , 98A , 99A 86A87A , , 88A , 91A , 92A , 93A 89A90A105A109A110A , , , , 73A84A , , 85A , 102A , 103A , 104A 1 E , 1 F , 7D , 7E , 9D , 9E 7C , 18C , 18D , 19D , 22C 19E , 20D , 20E , 34D , 34E , 36D , 36E , 37C , 37E 22D23C , , 23D , 24C , 24D , 38C , 38D , 40C , 40D 41 C , 41D , 42C , 42D , 54C , 57E , 57F , 58D , 58E 51C , 51D , 52C , 52D , 74C , 74D , 75E 55D , 55E , 57D , 74C , 74E , 77C , 77D , 78C , 78D , 79C 78C79D91C , , , 92C , 92D , 990 , 99D 89D , 104D , 104E , 105D , 109D 89C98C105C109C110C110D , , , , ,
00-05708 , , , 00-03705 , , , 00-05 , , 00-05 , , 00-05 , , , , 00-05 00-05 , , 00-05 , , 00-05 , , 00-05 , , 00-05 , , 00-05 , , 00-05 , , 00-05 , , 10/17-20723 , , , , 10-20 , , 08710-20 , , , 10-20 , , 10-20722 , , , 07/10-20723 , , , , 09-18720 , , , 07/10-20 , , , , , 12-22 10-15718 , , ,
NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg
WB1-1 , WB2-1 , WB3-1 , WB4-1 , WB5-1 , WB6-1 WB7-1 , WB8-1 WB10-1 , WB12-1 , WB14-1 , WB1 5-1 WB1 6-1 , WB1 7-1 , WB1 8-1 , WB1 9-1 , WB20-1 , WB21-1 , WB22-1 , WB23-1 , WB24-1
01/03-06708 , , , , 06-08710 , , , 01-06 , , 01/02-04707 , , , ,
Standaard Standaard Standaard Standaard
Deellocatie A A-MM1 A-MM2 A-MM3 A-MM4
A1A , A2A , A3A , A11A , A12A , A19A A4A , A5A , A15A , A16A , A20A , A23A A7A , A8A , A9A , A10A A6A , A6B , A13A , A14A , A17A , A18A
00-05 , , 00-05 , , 00-05 , , 00-05708 , , ,
NENg NENg NENg NENg
Deellocatie B B-MM1 B-MM2 B-MM3 B-MM4 B-MM5
B1B , B1C , B2B , B2C , B3C B9A , B13A B7A , B8A B3B , B4B , B4C , B5B , B5C , B6B , B6C , B8B B5E , B6D , B7D , B8D , B9E , B10D , B11 E , B1 2E , B1 3D
02/05-10712 , , , , 00-05 , , 01-05 , , 03/05-08710 , , , , 11-20 , ,
NENg NENg NENg NENg NENg
Deellocatie C C2A , C2B , C4A , C5A , C6A C-MM1 C3B , C9B , C10A , C11A , C14A , C15A , C16B , C18B C-MM2 C-MM3 C7B , C7C , C8A , C12A , C13A , C17A , C17B C-MM4 C1C , C7D , C7E , C9C , C9D C14D , C17D , C17E C-MM5 C-M6 C1D Aanvullend onderzoek: Uitsplitsing MM1 en MM3
00/01-03708 , , , , 01-06708 , , , 01/02-05709 , , , , , , 08-18 15-22 , , 14-19 , , 00-09 , ,
NENg NENg NENg NENg NENg
Waterbodem MMwbl MMwb2 MMwb3 MMwb4
20070424/NRIē juli 2007
20070424
\8r
a1RAP. doc
m. o. + VAK
PAK
14 van 29
Geofox- #1 Lexmond
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstraten te Best
Vervolg tabel 3. 5 (Meng)monster Deellocatie D D-M1 D-MM2 D-MM3 D-MM4 D-MM5 D-MM6 D-MM7 D-MM8 D-M9 D-MM10 D-M11 D-MM12 D-M13
Samenstelling
Traject (m-mv)
Analyse
D1A D1C , D2A D1F , D2F , D3E , D4F D6A , D7B , D9A D5B , D8A , D10A D15B , D16A , D18A D12A , D13A , D14A , D17A D20E , D22F , D23F D21A D24B , D25A D11A D27A , D28A , D29A D26F
00-02 , , 00/03-05708 , , , , 17-24 , , 00-05 , , 00-03705 , , , 00/04-05706 , , , , 00/01-05706 , , , , 15-20 , , , , 00-04 00701-05 , , , 00-05 , , 00-05 , , 17-22 , ,
m. o. -I-VAK
Tabel 3. 6: Monsterselectie
en
NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg NENg
analyses grondwatermonsters
Filtertraject (m-mv) Analyse Monster Peilbuis , , NENw 1-1-1 1 28-38 19-29 , , NENw 7-1-1 7 9-1-1 9 20-30 , , NENw 18-1-1 18 15-25 , , NENw 15-25 , , NENw 20-1-1 20 22-1-1 22 20-30 , , NENw 24-1-1 24 20-30 , , NENw 34-1-1 34 10-20 , , NENw , , NENw 36-1-1 36 21-31 38-1-1 38 20-30 , , NENw 40-1-1 40 20-30 , , NENw NENw 42-1-1 42 20-30 , , 52-1-1 52 15-25 , , NENw 54-1-1 54 15-25 , , NENw NENw 57-1-1 57 15-25 , , 15-25 , , Metalen (8) 57-1-2 57 (herbemonstering) 58-1-1 58 15-25 , , NENw 74-1-1 74 15-25 , , NENw , , NENw 77-1-1 77 15-25 79-1-1 79 15-25 , , NENw 89-1-1 89 15-25 , , NENw 99-1-1 99 15-25 , , NENw NENw 104-1-1 104 15-25 , , 110-1-1 110 15-25 , , NENw A1-1-1 A1 15-25 , , NENw NENw A2-1-1 A2 15-25 , , 07-27 , , NENw B8 B8 C1 C1 10-30 , , NENw C7 20-30 , , NENw C7 D1 05-30 , , NENw pb D1 pb D2 D2 10-35 , , m. o. 4- VAK , , NENw D5 D5 30-40 10-30 , , NENw Ą- N-totaal Dl 1 Dl 1 D20 D20 24-34 , , NENw D26 D26 30-40 , , NENw Toelichting tabellen 3. 5 en 3.
6: NENg droge stof , organische stof , lutum , arseen , zware metalen (cadmium , chroom , koper , kwik , lood , nikkel en zink) , polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) , minerale olie en extraheerbare organohalogeenverbindingen (EOX) ; NENw arseen , zware metalen (cadmium , chroom , koper , kwik , lood en zink) , minerale olie (m.o.) , vluchtige aromatische koolwaterstoffen (VAK) en vluchtige organochloorverbindingen
20070424/NRIE juli 2007
20070424_a1RAP. doc
15 van 29
Geofox- #1 Lexmond 3. 3
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstraten te Best
Resultaten
laboratoriumonderzoek
De chemische analyses zijn uitgevoerd door het milieulaboratorium van ALcontrol te Hoogvliet. De analyseresultaten zijn getoetst aan het referentiekader van de Circulaire Streefwaarden en Interventiewaarden bodemsanering (VROM februari 2000) die een onderdeel vormt van de Wet bodembescherming (Wbb). In de Circulaire worden drie toetsingsniveaus onderscheiden: de streefwaarde (S) de tussenwaarde (T) en de interventiewaarde (I). ,
,
De analyseresultaten zijn tevens getoetst aan het gemeentelijk beleid (achtergrondwaarden-/ zoneringsbeleid). Dit beleid - wat thans nog niet officieel is vastgesteld - zal volgend jaar worden vastgelegd in een bodemkwaliteitskaart met bodembeheerplan. Het toetsingskader is nader toegelicht in bijlage 4. Voor het buitengebied waarin de onderzoekslocatie is gelegen zijn door de gemeente Best verhoogde achtergrondwaarden voor verontreinigende stoffen vastgesteld (officieel pas in 2008). Een overzicht van deze achtergrondwaarden is opgenomen in tabel 3. 7. ,
Tabel 3. 7: Lokale achtergrondwaarden buitengebied (95-percentielwaarden) Parameters Arseen Cadmium Chroom Koper Kwik Lood Nikkel Zink EOX PAK minerale olie
Bovengrond (in mg/kg d. s. ) 105, 028 , 105, 20 01, 33 84, 877, 041 , 39, 975,
Ondergrond (in mg/kg d. s. ) 105, 050 , 27 A 101, 01, 13 77 557, 03, 028 , 50
De vet en cursief weergegeven waarden geven de verhoogde achtergrondwaarden aan (deze waarden zijn hoger dan de streefwaarden behorende bij het gemiddelde bodemtype van het betreffende buitengebied). De overige achtergrondwaarden zijn niet verhoogd ten opzichte van de streefwaarden. Voor wat betreft het grondwater zijn door de gemeente Best geen verhoogde achtergrondwaarden vastgesteld. Wel is bekend dat in de omgeving van Best veelvuldig (licht) verhoogde gehalten aan ondermeer diverse zware metalen (met name cadmium chroom nikkel en zink) in het grondwater voorkomen zonder een eenduidige direct aanwijsbare oorzaak. ,
,
Waterbodem Met de analyseresultaten van de waterbodem is tevens een klassebepaling uitgevoerd conform de methode vermeld in de bijlage van de (Wijziging) Regeling vaststelling klasse-indeling onderhoudsspecie (VROM ; Staatscourant 1999 nr. 248 ; 11 december 1999). Hiertoe zijn de gemeten gehaltes van elk mengmonster omgerekend naar de gehalten in een standaardbodem (gestandaardiseerd gehalte). De gestandaardiseerde gehaltes zijn getoetst aan de productkwaliteitsnormen uit de gewijzigde versie (Stcrt. 16 juni 2000 nr. 114) van bijlage A in de Vierde Nota waterhuishouding (NW4 december 1998). De toetsing is uitgevoerd met behulp van het computerprogramma Towabo (versie 2.0 ; RIZA). Het toetsingskader is nader toegelicht in bijlage 5. ,
,
,
In de tabellen 3. 8 tot en met 3. 12 is een samenvatting van de analyseresultaten van respectievelijk de grond waterbodem- en grondwatermonsters opgenomen. In het geval geen ,
20070424/NRIĒ
20070424 a1RAP. doc
juli 2007 " ’be hee'
16 van 29
Geofox- IP! Lexmond
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstra ten te Best
toetsingswaarden worden overschreden zijn de stoffen niet in de tabel opgenomen. Kopieën de analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 3. Een volledig overzicht van alle toetsingsresultaten (inclusief waterbodem) is opgenomen in bijlage 4.
van
Tabel 3. 8: Toetsingsresultaten grond onverdacht terrein (gehalten in mg/kg ds) (Meng)monster (traject in m-mv) MM 1A (00-05) , , MM 1 B (00-05) , , MM 2 (00-05) , , MM 3 (00-05) , , MM 4 (00-05) , , MM 5 (00-05) , , MM 6 (00-05) , , MM 7A (00-05) , , MM 7B (00-05) , , MM 9 (00-05) , , MM 10 (00-05) , , MM 1 1A (00-05) , , MM 11B (00-05) , , MM 12 (10-23) , , MM 13 (10-20) , , MM MM MM MM MM MM MM MM
14 (10-20) , , 15 (10-20) , , 16 (10-20) , , 17 (10-20) , , 18 (10-20) , , 19 (10-20) , , 20 (12-22) , , 21 (10-18) , ,
Stof Metalen < < < < < < <
PAK 64, ‘
EOX
Minerale olie < < < < < < <
40 (*)
Ni: 13 (*) Cu: 17 (*) Ni: 32 * Zn: 79 *
< <
< < < < < < < < < < < < < < <
< <
< <
< <
< <
< < < < <
< < < < <
< < < < <
< < < < < <
Zn: 59 (*)
13, (*)
< < <
< < <
Zn: 88 * <
Ni: 21 * Ni: 26* <
Cd: 12, * < <
24, (*) 18, (*)
< < < < < < <
Toelichting bij tabel 3. 8: het gehalte is kleiner dan de detectiegrens of streefwaarde ; het gehalte is groter dan de streefwaarde maar kleiner dan de lokale achtergrondwaarde het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (en tevens groter dan de achtergrondwaarde) ; het gehalte is groter dan of gelijk aan de tussenwaarde ; het gehalte is groter dan of gelijk aan de interventiewaarde ; niet geanalyseerd.
20070424/NRIE
20070424
juli 2007
^iehce'
a1RAP. doc
17 van 29
Geofox- #1 Lexmond
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstra ten te Best
Tabel 3. 9: Toetsingsresultaten grondwater onverdacht terrein (gehalten in (ig/l) Peilbuis 1 7 9 18 20 22 24 34 36 38 40 42
Filterstelling (m-mv) 28-38 , , 19-29 , , 20-30 , , 15-25 , , 15-25 , , 20-30 , , 20-30 , , 10-20 , , 21-31 , , 20-30 , , 20-30 , , 20-30 , ,
52 54 57
15-25 , , 15-25 , , 15-25 , ,
57 herbem. 2 58 74 77 79 89 99 104 110
15-25 , , 15-25 , , 15-25 , , 15-25 , , 15-25 , , 15-25 , , 15-25 , , 15-25 , , 15-25 , ,
Stof Metalen < < < <
Ni: 19 * < < < < < <
Cu: 19 * Ni: 18 * < <
As: 34 * Cd: 091 , * Cr: 27 * Cu: 47 ** Pb: 59 ** Ni: 46 ** Zn: 140 * Cd: 044 , * Ni: 21 * < < <
VAK
VOCI/CI-benzenenMinerale olie
< < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < < <
< < < < < < < < < < <
< < <
< < <
< < <
-
< < < <
< < < <
< < < <
< < <
< < <
< < <
As: 31 * < < <
Toelichting bij tabel 3. 9: het gehalte is kleiner dan de detectiegrens of streefwaarde ; het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde ; het gehalte is groter dan of gelijk aan de tussenwaarde ; het gehalte is groter dan of gelijk aan de interventiewaarde ; niet geanalyseerd.
2
Naar aanleiding van de matig verhoogde gehalten aan koper , lood en nikkel is , in overleg met de opdrachtgever , een herbemonstering van het grondwater uit peilbuis 57 uitgevoerd. Het grondwater is geanalyseerd op het zware metalen-pakket.
200 70424/NRİE juli 2007
20070424 a1RAP. doc
18 van 29
Geofox- WĨ Lexmond
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstraten te Best
Tabel 3. 10: Toetsingsresultaten grond verdachte deellocaties (gehalten in mg/kg ds) (Meng)monster (traject in m-mv) Deellocatie ň A-MM1 (00-05) , , A-MM2 (00-05) , , A-MM3 (00-05) , , A-MM4 (00-05/081 , , , Deellocatie B B-MM1 102-10/12) , , , , , B-MM2 (00-05) B-MM3 (01-05) , , B-MM4 103-08/10) , , , , , B-MM5 (11-20) Deellocatie C C-MM1 100-05/09) , , , C-MM2 (01-05/10) , , , C-MM3 (01-05) , , C-MM4 108-15/18) , , , C-MM5 (12-22) , , C-M6 (14-19) , ,
Stof Metalen
PAK
EOX
Minerale olie
VAK
< < < <
< < < <
< < < <
< < < <
-
<
<
-
<
< < < < <
Cu: 28 * Zn: 110 ‘
120 * * *
<
<
Zn: 78 O
18, O 66 ‘**
< <
< <
< < < <
<
Zn: 72 (*)
98, *
< < <
<
92*** 290 *** 20, O 17* 20(*) , 240 * * * *** 21 ** 27 **
< < < < < < < < < <
-
240 *
-
<
-
140 *
-
< < <
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
<
-
-
-
11 *
-
-
-
"
"
310 * 60 (*)
<
<
-
150 ,
Ni: 24 *
-
< < <
Uitsplitsing MM 1 en MM33
<
<
-
45 (*)
-
C2-A (00-05) , , C2-B (05-08) , , C4-A (011-06) , , C5-A (011-06) , , C5-B (06-09) , , C6-A (019-03) , , C7-A (018-03) , , C7-B (03-06) , , C8-A (021-05) , , C12-A (015-04) , , C13-A (011-03) , , C-17A (02-04) , , C-17 B (04-09) , , Deellocatie D D-M1 (00-02) , , D-MM2 (00-05/081 , , , D-MM3 (17-24) , , D-MM4 (00-05) , , D-MM5 (00-03/051 , , , D-MM6 (00/04-061 , , , D-MM7 (00/01-061 , , , D-MM8 (15-20) , , D-M9 (00-04) , , , , , D-MM10 (00/01-051 D-M11 (00-05) , , D-MM12 (00-05) , , D-M13 (17-22) , ,
13, O
-
< < <
< < <
42, *
031 , (*)
< < < < < < < <
< < < < < < < <
50 (*) 85 O 70 O < < < <
-
60 (*) < <
-
3 Naar aanleiding van de resultaten van het chemisch onderzoek is , in overleg met de opdrachtgever , aanvullend chemisch onderzoek uitgevoerd met betrekking tot de sterk verhoogde PAK-gehalten in mengmonsters C-MM1 en C-MM3 van de bovengrond. Om vast te kunnen stellen of sprake is van een puntbron of dat de verontreiniging homogeen over de locatie is verdeeld , zijn de deelmonsters van C-MM1 en C-MM3 afzonderlijk geanalyseerd op de genoemde parameter.
20070424/NRIE juli 2007
iŞs
20070424
a1RAP. doc
19 van 29
Geofox-#i Lexmond
Verkennend bodemonderzoek Plan Dijkstraten te Best
Toelichting bij tabel 3. 10: < = het gehalte is kleiner dan de detectiegrens of streefwaarde ; (*) = het gehalte is groter dan de streefwaarde maar kleiner dan de lokalea chtergrondwaarde * = het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (en tevens groter dan de achtergrondwaarde) ; = het gehalte is groter dan of gelijk aan de tussenwaarde ; ** *** s het gehalte is groter dan of gelijk aan de interventiewaarde ;
Tabel 3. 11: Toetsingsresultaten grondwater verdachte deellocaties (gehalten in Įtg/I) Peilbuis
Stof Metalen
Filterstelling (m-mv)
VAK
VOCI/CI-benzenen
Minerale olieN-totaal (mg/l)
< <
< <
< <
Cd: 042 , * Ni: 24 *
<
<
<
Cd: 042 , * As: 14 *
< <
< <
< <
Cd: 053 , * Ni: 29*
<
<
<
<
< <
<
<
<
< <
< <
< <
Deellocatie A A1 15-25 , , A2 15-25 , , Deellocatie B B8 07-27 , , Deellocatie C C1 10-30 , , C7 20-30 , , Deellocatie D D1 05-30 , , D2 D5
, , 10-35 30-40 , ,
D11
, , 10-30
D20 D26
24-34 , , 30-40 , ,
Ni: 35 * <
-
As: 12 * Cd: 044 , * Cr: 12, * Ni: 43 * Cd: 21, * Cr: 13, * Cu: 42 * Ni: 43 * Ni: 23 * Ni: 24 *
< <
-
-
-
-
-
-
N-Kj: 1350 NO2:30 NOs: 8500# Tot-N: 3270 -
Toelichting bij tabel 3. 11 < = het gehalte is kleiner dan de detectiegrens of streefwaarde ; * = het gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde ; = het gehalte is groter dan of gelijk aan de tussenwaarde ; ** *** = het gehalte is groter dan of gelijk aan de interventiewaarde ; # = het gehalte is groter dan de kwaliteitsdoelstelling zoals vastgelegd in de Europese grondwaterrichtlijn en in het derde actieprogramma nitraatrichtlijn (beiden 50 mg/l) = niet geanalyseerd.
Tabel 3. 12: Toetsingsresultaten waterbodem sloten Monsteromschrijving MMwbl MMwb2
Monstersamenstelling (boring nummers) WB1 , WB2 , WB3WB4 , , WB5 , WB6 WB7 , WB8
Bemonsteringstraject (m- wateroppervlak) 01/O3-06/08 , , , ,
Hoofdbestanddeel (dikte in cm) Zand (50 cm)
06-08/10 , , ,
Slib (30-40 cm)
MMwb3
KlasseBepalende parameters 1 Minerale olie PAK 2 Min. olie EOX 0 n. v. t.
Gehalten (mg/kg)* 90 * 30, * 150 * 026 ,
< WB10 , WB12 , WB14 , 01-06 , , Leem (50 cm) WB15 MMwb4 WB16 , WB17 , WB18 , 01/02-04/07 , , , , Zand (20-50 cm) 1 Min. olie 140 * WB19 , WB20 , WB21 , EOX 022 , WB22 , WB23 , WB24 ’ de gehalten zijn tevens ter indicatie getoetst aan het referentiekader uit de Circulaire Streefwaarden en interventiewaarden (* = overschrijding streefwaarde)
20070424/NRIE
20070424j31RAP. doc
juli 2007 tie he®'
20 van 29
to,
Geofox-
#5
Lexmo n d
Verkennend
4
Interpretatie
4.1
Onverdacht
bodemonderzoek
Plan
Dijkstraten
te Best
resultaten
terrein
Grond In de
noordoostelijke punt van het onderzoeksgebied (zijde Parallelstraat) is de matig tot sterk puin-/baksteenhoudende bovengrond (MM1A) licht verontreinigd met PAK. Het gemeten PAKgehalte overschrijdt hier de desbetreffende streefwaarde en tevens de lokale (verhoogde) achtergrondwaarde. Het aangetoonde PAK-gehalte kan gerelateerd worden aan de waargenomen zintuiglijke (puin-/baksteen)bijmengingen in de bovengrond. In de
zuidwestelijke
baksteenhoudend.
zink, PAK
hoek
betreffende
is
de
bovengrond
mengmonster (MM7A)
plaatselijk matig gehalten
zijn licht verhoogde
aan
aangetoond. De gehalten overschrijden echter de lokale achtergrondwaarden niet: de verhoogde gehalten passen binnen het beeld van het buitengebied waarvoor de gemeente verhoogde achtergrondwaarden heeft vastgesteld. In de
en
minerale
de onderzoekslocatie
van
In het olie
zuidoostelijke punt
het
van
onverdachte
bovengrond
terrein bevat de
plaatselijk matig
tot
sterke bijmengingen van baksteen en/of puin. In het onderzochte mengmonster (MM11A) overschrijdt het zinkgehalte de desbetreffende streefwaarde. De lokale achtergrondwaarde wordt hierbij tevens overschreden. Het aangetoonde zinkgehalte kan gerelateerd worden aan de waargenomen zintuiglijke (puin-/baksteen)bijmengingen in de bovengrond. soms
In het deel
mengmonster van de ondergrond (MM13) ter plaatse van het noordelijke streefwaarde-overschrijdingen aangetoond. Aangezien de gehalten aan nikkel achtergrondwaarden overschrijden is hier formeel sprake van een lichte de ondergrond.
samengestelde
zijn
tevens
de
verontreiniging
in
In het
gedeelte
en
zink
maximaal
centrale
uitsluitend
voor
nikkel
de
onderzoekslocatie
maximaal
overschrijdingen
van
zijn in van
de
ondergrond (MM16 en MM17) en achtergrondwaarden
de streef-
aangetoond. samengestelde mengmonster van de ondergrond (MM19) ter plaatse van het zuidwestelijke deel van de locatie overschrijdt het cadmiumgehalte de desbetreffende streefwaarde. De achtergrondwaarde wordt hierbij eveneens overschreden. Een oorzaak voor deze lichte verontreiniging in de ondergrond is niet bekend. In het
Nergens
wordt
zodat geen
in de
boven-
aanleiding
of
bestaat
ondergrond voor
het
de
desbetreffende
uitvoeren
van
een
T(ussen-)waarden
nader
overschreden,
onderzoek.
Grondwater
Verspreid aan
over
enkele
het
metalen
onderzoeksterrein
zijn in het grondwater plaatselijk licht verhoogde gehalten koper of arseen) aangetoond. Uitsluitend ter plaatse van peilbuis 57
(nikkel,
(centraal in het gebied, juist instantie
ten
noorden
matig verhoogde gehalten
het
van
perceel
cadmium,
chroom
en
koper,
zink
en
nikkel
Gebr. en
(geanonimiseerd) zijn in eerste |
licht
Na
20070424/NRIE
juli 2007
lood
van
verhoogde gehalten aan het grondwater enkele aangetroffen. herbemonstering weken later, bleek het grondwater slechts nog een licht verhoogd cadmiumgehaite te bevatten. Een verklaring voor de gemeten verschillen is niet direct voorhanden. Mogelijk heeft er op een of andere wijze contaminatie plaatsgevonden of was ten tijde van de eerste bemonstering het arseen,
aan
À E
20070424
twa
%:
van
5
a1RAP.doc
21
van
29
Zit
Geofox- “£ Lexmond
Verkennend
bodemonderzoek Plan
Dijkstraten
te Best
natuurlijk bodemevenwicht nog onvoldoende hersteld na plaatsing van de peilbuis (ondanks de geruime tijd tussen plaatsing en datum van de bemonstering). Een (natuurlijke) fluctuatie van de zware metalenconcentraties is tevens een mogelijke oorzaak. Bekend is dat in de regio vaker (weliswaar overwegend licht) verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater worden aangetroffen zonder een direct aanwijsbare oorzaak (bron: (geanonimise rd) | (geanonimiseerd) | (geanonimiseerd) geanonimise rd)
Bk
Best).
gemeente De
overige gemeten parameters zijn aangetoond.
nergens
in het
grondwater
in
verhoogde gehalten
Slofsom
Bij
het
boven voeren.
chemisch de
onderzoek
streefwaarden.
De
hypothese
zijn plaatselijk
Op
van
basis
het
lichte
hiervan
verontreinigingen aangetoond,
bestaat geen reden om onderzoek (onverdacht
verkennend
in
nader onderzoek
terrein}
gehalten uit te
dient echter formeel
verworpen. De verzamelde gegevens worden echter voldoende geacht om een betrouwbare uitspraak te kunnen doen over de chemische kwaliteit van de bodem. De te
worden
verandering
4.2 De
hypothese
van
heeft geen
aanvullende
onderzoeksinspanning
tot
gevolg.
Waterbodem bodem
van
de
(in
maart
2007)
slibhoudend
watervoerende
WB7
WBS8
sloten is
in het
uitsluitend op een klein gedeelte noordelijk deel van de sloot naast de
duidelijk (boringen Veldweg). De slibdikte bedraagt hier 30 à 40 cm. Het slib kan op basis van het PAK-gehalte worden gecategoriseerd als klasse 2, Dit betekent dat dit slib opgebaggerd en over een breedte van maximaal 20 meter over de aan het oppervlaktewater grenzende percelen zou mogen worden verspreid. De overige slootbodems bestaan overwegend uit zand (op leem) of leem. Alle mengmonsters van de waterbodems (WB1 t/m 4) zijn tevens getoetst aan het referentiekader uit de Wbb om inzicht te krijgen in de algemene kwaliteit van de slootbodems. Met uitzondering van MMwb-3 (midden en zuidelijk deel van de slootbodem parallel aan de Veldweg) waarin geen verhoogde gehalten zijn aangetoond, bevatten de overige mengmonsters allemaal een licht verhoogd gehalte aan minerale olie. Het betreft in alle gevallen olie met een relatief hoge koolstoffractie (C22-C40). In MMwb-2 is tevens PAK in een licht verhoogd gehalte aangetroffen. Het is niet bekend of de lichte verontreinigingen van de slootbodems veroorzaakt en
zijn door het (zwak stromende) water in de sloten. Bekend is wel dat (zware) olie en PAK (beiden organische verbindingen) zich in het algemeen goed (vast)hechten aan bodemdeeltjes. De
gemeten gehalten
4.3 Als
geven
Deellocatie
gevolg
van
het
geen
verder
tot
bodemonderzoek.
A
gebruik
puin
en
hier
(heterogeen)
verdacht
ook
minerale
Deze
van
dit terrein als
(bouw)materialen tot 2002 olie.
aanleiding
ten
stoffen
en
aanzien
tijdelijke gemeentewerf (op- en overslag van zand, voornamelijk opslag tot medio 2006) is de (boven)grond met
van
name
zware
metalen,
PAK
en
in mindere
mate
zijn bovengrond (met sporen puin) aangetroffen (gehalten < S-waarden). Het grondwater bevat plaatselijk uitsluitend een licht verhoogd nikkelgehalte. Aangezien in de grond geen verhoogde nikkelgehalten zijn aangetoond, bestaat er zeer waarschijnlijk geen relatie tussen enerzijds het gebruik van dit terrein als gemeentewerf en anderzijds de lichte nikkelverontreiniging in het grondwater. echter
niet in de
20070424/NRIE
20070424
leva,
EA
juli 2007 E
E
Pbehet“
a1RAP.doc
22
van
29
Geofox- “#5 Lexm on d De
Verkennend bodemonderzoek
onderzoeksresultaten
(2001
2002)
en
inachtneming
met
4.4 Het
en
van
overeen
geen
aanleiding
bovenstaande,
van
Deellocatie terrein
komen
geven
Plan Dijkstraten
te Best
eerder
op de locatie uitgevoerd bodemonderzoek nader onderzoek, De onderzoekshypothese kan,
met tot
worden
verworpen.
B
(geanonimiseerd) is grotendeels verhard met asfalt (hierop heeft een pand gestaan dat MW
enkele
jaren geleden volledig
thans
nog
afgebrand). Ter plaatse van boring B7 en peilbuis B8 staat uitgebrande vrachtwagen. Hier zijn in de opgeboorde grond geen zintuiglijke afwijkingen (behoudens sporen baksteen) waargenomen. In de grond zijn geen verhoogde gehalten aan zware metalen, olie of PAK aangetoond. Het grondwater bevat uitsluitend een licht verhoogd gehalte aan nikkel en cadmium. De grond onder het asfalt is overwegend zwak baksteenhoudend tot op grotere diepte (1 tot 1,3 m-mv) en plaatselijk matig tot sterk baksteenhoudend (B15). Analytisch bevat de grond hier maximaal een licht verhoogd gehalte aan PAK, Het gehalte ligt echter beneden de lokale achtergrondwaarde. De onverharde strook (spies) ten westen van het afgebrande pand bevat in de bovengrond echter wel een PAK-gehalte dat de achtergrondwaarde overschrijdt. Het is aannemelijk dat de voormalige brand de oorzaak is van deze lichte PAK-verontreiniging. Opgemerkt wordt dat twee asfaltkernen tevens indicatief getoetst zijn op teerhoudendheid. De PAK-marker gaf geen verkleuring, waardoor ingeschat wordt dat het asfalt ter plaatse niet teerhoudend is. Ter
het karkas
plaatse
onderzochte
van
is
een
parkeerterrein aan de voorzijde van het afgebrande pand zijn parameters in verhoogde gehalten aangetoond.
van
het
Direct stroomafwaarts
van
In het
de
locatie
is ter
is op
het
van
de
onverdacht
terreingedeelte een peilbuis geplaatst verhoogde arseenconcentratie gemeten. De
(pb 89). grondwater plaatse overige parameters zijn niet verhoogd ten opzichte een
geen
licht
van
de
desbetreffende
streefwaarden.
Op basis van het licht verhoogde PAK-gehalte in de bovengrond, kan de gestelde onderzoekshypothese “heterogeen verdacht ten aanzien van zware metalen, PAK, minerale olie en vluchtige aromaten” formeel worden aangenomen. De resultaten geven geen aanleiding tot nader
onderzoek.
4.5
Deellocatie
Juist ten noorden
C
huidige magazijn (nr. 3) van Hasco bevond zich in het verleden (in nonimis erd) geval jaren 90) een bovengrondse dieseltank. De globale ligging is door (gea(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) aangegeven, zie ook tekening 1.3C. Ter plaatse is een peilbuis (pb 1) geplaatst. Zintuiglijk en analytisch zijn geen olieproducten in grond en grondwater aangetroffen. Onder het asfalt van de parkeerplaats van Karwei is een uiteenlopende hoeveelheid bijmenging van puin en baksteen aangetroffen: deze varieert van sporen tot sterk puin-/baksteenhoudend. Plaatselijk is zelfs ook een volledig puinlaag aangetoond (hier spreekt men echter niet meer van grond. Deze laag is derhalve niet geanalyseerd). Dit betreft vermoedelijk stabilisatiemateriaal direct onder het asfalt (boring C16 en C18 op het zuidelijk deel van de P-plaats/toerit Karwei). De diepte van de bijmengingen varieert ook sterk. Veelal wordt de bijmenging direct vanaf onderzijde van het asfalt aangetroffen tot een diepte van 0,3 m-mv (boring C1) tot maximaal 0,9 m-mv (boring C5). Enkele boringen zijn hierbij gestaakt op een ondoordringbare (puin?)laag (boringen C2, C4 en C5). ieder
van
het
tot eind
20070424/NRIE
juli 2007
20070424
teg
A
E
Dbehet“
A
a1RAP.doc
23
van
29
MEUAo,, %,
Geofox-
*#: on d Lexm
In
Verkennend
het
algemeen kan gesteld worden dat oostelijke en noordelijke perceelgrens.
de
sterkste
bodemonderzoek
bijmengingen
worden
Plan Dijkstraten
te Best
aangetroffen langs
de
bovengrond op het noordelijk deel van het terrein is sterk verontreinigd met PAK (boringen en C8, gehalten boven de interventiewaarde), evenals de grond ter plaatste van C2 (oostzijde terrein). De verontreinigingssituatie is tevens op tekening aangegeven in bijlage 1,4. De verontreiniging wordt aangetroffen vanaf de onderzijde van het asfalt. Aan de noordzijde beperkt de sterke verontreiniging zich vermoedelijk tot maximaal 0,3 m-mv. Ter plaatse van C2 (oostzijde P-plaats) is de diepte van de verontreiniging nog niet in kaart gebracht, maar deze bevindt zich in ieder geval tot 0,8 m-mv (op deze diepte is de boring gestaakt op een ondoordringbare laag). Alle geanalyseerde grondmonsters bevatten matige bijmenigingen aan baksteen en puin. De monsters met sterke baksteen en puinbijmengingen bevatten echter maximaal licht verhoogde PAK-gehalten (overschrijding streefwaarde). Toch lijkt een verband te bestaan tussen het voorkomen van puin-/baksteen in de grond en de aangetroffen PAKgehalten. De zintuiglijke schone grondmonsters bevatten namelijk geen (of maximaal licht) verhoogde PAK-gehalten. Voorts zijn de asfaltkernen van boring C1 en C16 indicatief getest op teerhoudendheid met behulp van een PAK-marker.
Beide kernen vertoonde echter geen verkleuringsreactie, waardoor het niet aannemelijk wordt geacht dat het asfalt teerhoudend is (> 75 mg/kg ds) en daarmee de PAK-verontreiniging in de onderliggende grond veroorzaakt zou De
C7
kunnen
hebben.
Concluderend
kan
gesteld
worden
dat
de
(puin-/baksteenhoudende) bovengrond
ter
plaatse
van
(ca. 70 m x 10 m) licht tot sterk verontreinigd is met PAK tot een gehele oostelijke diepte van gemiddeld ca. 0,8 m-mv. Ter plaatse van C2 is de diepte van de sterke PAKverontreiniging niet bekend (minimaal 80 cm). Aanvullend is de bovengrond (ca. 0,3 m-mv) ter plaatse van het gehele opslagterreintje op het noordelijk terreindeel buitenterrein (ca. 150 m?) vermoedelijk in zijn geheel sterk verontreinigd met PAK. Het overige terreindeel is overwegend de
strook
verontreinigd
licht
met
PAK.
verontreinigde grond (meer dan 25 m? in gehalten gehalten waarde) geval sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. De volledige verontreiniging is met name in verticale richting nog niet volledig bekend. Op
basis
van
het volume
is
in ieder
er
sterk
>
I-
Vermoedelijk samenhangend met de sterk verhoogde PAK-gehalten, is het gehalte aan minerale olie licht verhoogd aangetroffen ten opzichte van de streefwaarde. Het betreft hier namelijk voornamelijk de zwaarste koolstoffractie (C30-C40). Plaatselijk bevat de bovengrond tenslotte tevens een licht verhoogd gehalte aan koper en zink. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan enkele metalen (arseen en cadmium) gemeten. Het is echter niet bekend of het grondwater verontreinigd is met PAK (niet geanalyseerd). Op basis van de resultaten van het onderzoek dient de in de onderzoeksopzet (tabel 2.3} gestelde hypothese “onverdacht, met uitzondering van de voormalige dieseltank” te worden verworpen.
4.6
Op
Deellocatie het terrein
van
D
(geanonimiseerd) MN (geanonimiseerd) zijn diverse sublocaties onderscheiden BM
(zie ook tekening
1.3D): =
_ Was-/tankplaats
Werkplaats
=
met
bovengrondse
dieseltank
(10.000
L)
en
OBAS
(met vloeistofdichte vloer)
_Machineloods
=
*
machines
_ Opslag o.a. kunstmest __ Werktuigenberging
met
gewasbestrijdingsmiddelenkast
20070424/NRIE
juli 2007
È 5
20070424
ette,
%:
16
n
a1RAP.doc
24
van
29
Verkennend
Plan Dijkstraten
te Best
_ Opslag grind, zand en puin _ Voormalige sintelpad parallel aan de noordelijke perceelgrens
*
«
Een
bodemonderzoek
deel
(nog) niet onderzocht. Dit betreffen de woonpercelen van de (reed gearceerd op tekening). In de tuin (huidig terras) van nummer (geanonimiseerd) ON
(geanonimiseerd) B: bevond
het terrein
van
zich
een
is
ondergrondse
HBO-tank
van
(geanonimiseerd) gereinigd en verwijderd. Volgens het BN echter
op
2
plaatsen zintuiglijk
licht
16
|
is op 14 mei 1999 door (geanonimise rd) KIWA-certificaat BRL K902/03 bleek de grond
5.000
verontreinigd
te
L. Deze
zijn (op 2-2,4 m-mv).
onderhavig onderzoek zijn in de bovengrond overwegend zwak tot sterk baksteen- en/of puinbijmengingen waargenomen. Nabij de was-/tankplaats ter plaatse van de diesel afleverpomp is op de klinkerverharding een dieselvlek waarneembaar. De bovengrond ter plaatse (D1) is als gevolg hiervan licht verontreinigd met minerale olie. Het grondwater ter plaatse is niet verontreinigd met minerale olie of vluchtige aromaten. Wel zijn nikkel en cadmium in een licht verhoogd gehalte aangetoond. Nabij de voormalige tanklocatie bevat de bovengrond tevens een licht verhoogd gehalte aan minerale olie; de achtergrondwaarde wordt hierbij echter niet overschreden. Rondom de wasplaats is alleen nikkel in een licht verhoogde gehalte in de ondergrond aangetoond. Het grondwater ter plaatse (pb D2) is niet verontreinigd met de minerale olie of vluchtige aromaten. Opgemerkt wordt dat de (lichte) minerale olieverontreiniging in de bovengrond nabij de het dieselafleverpunt recentelijk is veroorzaakt (informatie (geanonimiseerd) BN en daarmee een nieuw geval van bodemverontreiniging betreft. Hiervoor is artikel 13 van de Wet bodembescherming van toepassing (zorgplicht). In
puinhoudende bovengrondmengmonster op het achtergelegen opslagterrein (MM5, boringen D5, D8 en D10) is licht verontreinigd met PAK. Tevens zijn het EOX-gehalte en minerale oliegehalte licht verhoogd, maar overschrijden de achtergrondwaarden (zoals vastgesteld door de gemeente Best) echter niet. Het sterk
In de
bovengrond (MM6,
D16 en D18) van het centrale gedeelte van het perceel (hal B) en het achterste opslagterrein overschrijdt het gehalte aan minerale olie de desbetreffende streefwaarde, maar niet de lokale achtergrondwaarde.
(tussen nieuwe
*
boringen D15,
machineloods
“leder, die op of in de bodem handelingen
verricht (…) en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat handelingen de bodem kan worden verontreinigd of aangetast, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde die verontreiniging of aantasting te voorkomen, danwel indien die verontreiniging of aantasting zich voordoet, de bodem te saneren of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Indien de verontreiniging of aantasting het gevolg is van een ongewoon voorval, worden de maatregelen onverwijld genomen.” door die
20070424/NRIE
juli
2007
eitsma,
El kN Ag
À
ss
%
“nbeheet
20070424
a1RAP.doc
25
van
29
Sto, Saive
Geofox- # Lexmond
Verkennend
bodemonderzoek
Plan
Dijkstraten
Best
te
achterzijde van de werktuigenloods (N} bevindt zich een bovengrondse tank van 24.000 heeft volgens (geanonimiseerd) melasse (gebruikt als meststof) gezeten. (geanonimiseerd) Ter plaatse is in de bovengrond (boring D11) een sterke ammoniakachtige geur waargenomen. In het grondwater zijn hierdoor dan ook geruime hoeveelheden stikstofverbindingen gevonden. Het Derde actieprogramma nitraatrichtlijn stelt dat het nitraatgehalte (NO3) in het ondiepe grondwater op 1 januari 2009 in heel Nederland moet voldoen aan de norm van 50 mg/l. Ook in de Europese Grondwaterrichtlijn is voor nitraat een kwaliteitsdoelstelling van 50 mg/l vastgesteld (bindend vanaf 2015). Evident is dat beide normen ruimschoots worden overschreden. Er is sprake van een verontreiniging door een bodemvreemde stof doordat de gemeten nitraatconcentratie vele malen hoger is dan de natuurlijke achtergrondwaarde en de geaccepteerde toetsende norm van 50 ma/l. De verontreiniging is vermoedelijk ontstaan na 1987, waardoor dan tevens sprake is van Aan