CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

26018.14 - Historisch bodemonderzoek Hokkelstraat

Raadsvergadering 15 juni 2026, gemeente BestBij agendapunt: AANVULLENDE STUKKEN ONTVANGEN OP 8-6-2026:2.983 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAPPORT Historisch bodemonderzoek realisatie transportverdeelstation Hokkelstraat te Best

Klant:

Enexis Netbeheer B.V.

Referentie:

BK8988-MI-RP-260403-1257

Status:

Definitief/1.0

Datum:

3 april 2026

Projectgerelateerd

HASKONING NEDERLAND B.V.

Philitelaan 57 5617 AK Eindhoven Netherlands Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 E-mail: info@haskoning.com Website: haskoning.com

Titel document:

Historisch bodemonderzoek realisatie transportverdeelstation Hokkelstraat te Best

Ondertitel: Referentie: Uw kenmerk Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer: Auteur(s):

BK8988-MI-RP-260403-1257 Definitief/1.0 3 april 2026 historisch bodem wateronderzoek BK8988 LGe

Gecontroleerd door:

HPe

Datum:

3 april 2026

Goedgekeurd door:

JV

Datum:

3 april 2026

Classificatie:

Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Haskoning Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van Haskoning Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. Dit document kan zijn opgesteld met behulp van kunstmatige intelligentie (AI); alle door AI gegenereerde inhoud is beoordeeld en gevalideerd door onze experts. 3 april 2026

BK8988-MI-RP-260403-1257

ii

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Inleiding en doel

1

1.1

Aanleiding

1

1.2

Doel

2

2

Vooronderzoek conform NEN 5725

3

2.1

Vooronderzoek landbodem

3

2.1.1

Bronnen

3

3

Voormalig en huidig gebruik

4

3.1

Voormalig gebruik

4

3.2

Huidig gebruik

5

3.3

Toekomstig gebruik

5

4

Bodemopbouw en geohydrologie

6

4.1

Regionale bodemopbouw

6

4.2

Lokale bodemopbouw

7

4.3

Grondwaterhuishouding

7

5

Beschikbare bodemkwaliteitgegevens

8

5.1

Bodembeleid

8

5.2

Beschikbare bodemkwaliteitsgegevens

9

5.3

Voormalige stortplaatsen

9

5.4

Asbest

9

6

Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek

11

7

Conclusie en Aanbevelingen

12

3 april 2026

BK8988-MI-RP-260403-1257

iii

Projectgerelateerd

1

Inleiding en doel

1.1

Aanleiding

De aanleiding voor het uitvoeren van een vooronderzoek wordt gevormd door de voorgenomen realisatie van een transportverdeelstation door Enexis Netbeheer B.V ter plaatse van de Hokkelstraat te Best. Een transportverdeelstation is een belangrijk onderdeel van het elektriciteitsnet. Het vormt de schakel tussen het hoogspanningsnet en het regionale of lokale middenspanningsnet. De locatie van het geplande transportverdeelstation is weergegeven in figuur 1.1. De locatie heeft een oppervlakte van circa 750m².

Figuur 1.1: aanduiding van het transportverdeelstation

Bij de uitvoering van bovenstaande is grondverzet noodzakelijk. Voor het grondverzet is het vanuit verschillende wettelijke kaders (o.a. Omgevingswet 2024 en arbo weteving) nodig om inzicht te krijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de ontvangende en vrijkomende bodem, de aanwezigheid van (potentieel) bodembedreigende activiteiten, de bruikbaarheid van de beschikbare bodemkwaliteitskaart(en) en het inschatten van de arbeidshygiënische risico’s. Om een eerste inzicht te krijgen of de projectlocatie verdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging heeft Haskoning opdracht gekregen van Enexis voor het uitvoeren van een vooronderzoek conform de NEN 5725:2023 nl Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. De resultaten van het vooronderzoek zijn uitgewerkt in deze rapportage.

3 april 2026

BK8988-MI-RP-260403-1257

1

Projectgerelateerd

1.2

Doel

Het doel van het vooronderzoek is het in beeld brengen van eventuele verdachte locaties en bronnen van bodemverontreinigingen (puntbronnen) in de bodem. Aan de hand hiervan wordt bepaald of, en in welke mate, bodemonderzoek verricht moet worden om het voorgenomen grondverzet te kunnen realiseren. Tijdens het vooronderzoek wordt informatie verzameld over het gebruik van de locatie, calamiteiten, eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemgesteldheid en de geohydrologische situatie van het projectgebied. Voor het verkrijgen van deze informatie zijn allerhande informatiebronnen geraadpleegd, zoals literatuur, online geraadpleegde open data, eerder uitgevoerde (bodem)onderzoeken en eventuele milieu- en vergunningendossiers. Het vooronderzoek conform NEN 5725 vormt het uitgangspunt voor eventueel uit te voeren verkennend milieukundig bodemonderzoek conform NEN 5740 (naar de chemische kwaliteit van de grond en het grondwater), nader bodemonderzoek conform de NTA 5755 (naar de mate en omvang van chemische bodemverontreiniging) en/of verkennend of nader onderzoek conform NEN 5707 (naar asbest in de grond).

3 april 2026

BK8988-MI-RP-260403-1257

2

Projectgerelateerd

2

Vooronderzoek conform NEN 5725

2.1

Vooronderzoek landbodem

Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. De onderzoeksvragen zijn afhankelijk van de aanleidingen voor het vooronderzoek. In de NEN 5725 zijn acht aanleidingen voor het uitvoeren van vooronderzoek naar landbodems geformuleerd (A t/m H). Er kan sprake zijn van een combinatie van verschillende aanleidingen voor een vooronderzoek. In dat geval moeten voor elke afzonderlijke aanleiding de onderzoeksvragen worden beantwoord. Voor het vooronderzoek in het kader van de voorgenomen de realisatie van een transportverdeelstation zijn de volgende aanleidingen van toepassing: • Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek, saneren van een milieubelastende activiteit en/of realiseren van een gebouw op een bodemgevoelige locatie (Aanleiding A); • Opstellen hypothese over de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie (Aanleiding C); • Opstellen hypothese voor toetsing gebruik bodemkwaliteitskaarten ten behoeve van de milieuverklaring bodemkwaliteit (Aanleiding F); • Opstellen hypothese voor het uitvoeren van de (milieubelastende) activiteit graven (exclusief tijdelijke uitnemen) en inschatten van arbeidshygiënische risico’s (Aanleiding H).

Het vooronderzoek is gericht op de te verwachten werkzaamheden in de bodem op het projectgebied en directe omgeving.

2.1.1

Bronnen

Ten behoeve van het uit te voeren vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: 1. Algemene informatie over de locatie (voormalig en huidig gebruik): • Historische topografische kaarten (www.topotijdreis.nl); • Lucht- en locatiefoto’s (StreetSmart en PDOK); • Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG); • Gegevens bodemopbouw/ grondwater (TNO, Dinoloket); • Gegevens grondwaterbeschermings- en waterwingebieden (Kaartbank (arcgis.com)); 2. Diffuse bodemkwaliteit: • Nota bodembeheer en bodemkwaliteitskaarten 3. Puntbronnen en verdachte locaties en uitgevoerde bodemonderzoeken/-saneringen:

3 april 2026

BK8988-MI-RP-260403-1257

3

Projectgerelateerd

3

Voormalig en huidig gebruik

Het projectgebied ligt ten noorden en net buiten de dorpskern van de gemeente Best nabij de Hokkelstraat. De ligging van het projectgebied is weergegeven in figuur 3.1.

Figuur 3.1 Ligging projectgebied

Het projectgebied ligt in de kadastrale gemeente Best en omvat het kadastrale perceel bekend onder sectie L, nummer 736. Het projectgebied is 0,75 hectare groot.

3.1

Voormalig gebruik

Via de website: www.topotijdreis.nl is historisch kaartmateriaal geraadpleegd van het projectgebied. De ontwikkeling van het gebied vanaf het jaar 1900 is weergegeven in onderstaande figuren 3.2 t/m 3.5.

Figuur 3.2 Projectgebied in 1900

3 april 2026

Figuur 3.3 Projectgebied in 1950

BK8988-MI-RP-260403-1257

4

Projectgerelateerd

Figuur 3.4 Projectgebied in 1970

Figuur 3.5 Projectgebied in 2000

Op de kaarten van 1900 en 1950 (figuur 3.2 en 3.3) is te zien dat het projectgebied gebruikt werd als akker/weide. Na 1950 vonden er ruilverkavelingen plaats om versnipperde landbouwgronden efficiënter te maken. Dit is ook duidelijk te zien in figuur 3.4 waar twee percelen zijn samengevoegd. Ruilverkaveling ging in deze periode vaak gepaard met het verwijderen van kleinschalige infrastructuur, waaronder landwegen. De landweg ten noordoosten van het projectgebied werd hierbij opgeruimd. Vanaf de jaren ‘80 van vorige eeuw zijn er rondom het perceel meerdere wegen aangelegd om de bereikbaarheid te verbeteren tussen de diverse dorpskernen. Zo is ook in de jaren 90’ de ringweg (in het wit) aangelegd die zorgt voor een directe verbinding tussen de kernen van Best en Sint-Oedenrode (zie figuur 3.5). Voor zover bekend zijn er geen dempingen gebeurd ter hoogte van het projectgebied. Tot slot zijn er geen bedrijfsactiviteiten geweest in dit gebied.

3.2

Huidig gebruik

Tegenwoordig is het gebied rond de Hokkelstraat overwegend woongebied met verspreide bebouwing. Het projectgebied wordt gebruikt als grasland/natuurgebied. Er zijn ter plaatse geen bebouwingen of verhardingen aanwezig.

3.3

Toekomstig gebruik

Ter hoogte van het projectgebied wordt een transportverdeelstation aangelegd om elektriciteit naar verschillende delen van de regio te verdelen. Hierbij zal tevens een verharding worden aangelegd.

3 april 2026

BK8988-MI-RP-260403-1257

5

Projectgerelateerd

4

Bodemopbouw en geohydrologie

4.1

Regionale bodemopbouw

Ter plaatse van het toekomstige verdeelstation ligt het maaiveld op circa 13 m+NAP. In figuur 4.1 is de regionale bodemopbouw weergegeven tot circa 50m-NAP.

Figuur 4.1 Geohydrologisch model gebaseerd op REGIS II v2.2.

Het profiel geeft de door TNO onderscheiden lagen aan. Deze lagen worden beschreven in tabel 4.1. Tabel 4.1 Globale bodemopbouw Globale Diepte (m-mv)

Geohydrologische eenheid

Formatie

Samenstelling

0-26

Eerste watervoerend pakket

Formatie van Boxtel

Deze afzettingen bestaan overwegend uit zeer fijn tot matig grof (105 - 300 µm), zwak tot sterk siltig, kalkloos tot sterk kalkhoudend zand.

38-85

3 april 2026

Tweede watervoerend pakket

Formatie van Sterksel

Deze afzettingen bestaan overwegend uit matig grof tot uiterst grof (210 - 2000 µm), zwak tot sterk grindig, kalkloos tot kalkrijk, matig tot sterk glimmerhoudend zand.

BK8988-MI-RP-260403-1257

6

Projectgerelateerd

4.2

Lokale bodemopbouw

Volgens de Bodemkaart van Nederland (zie figuur 4.2) bestaat de bodem van het projectgebied uit zogeheten ‘Hoge zwarte enkeerdgronden’.

Figuur 4.2: bodemkaart van Nederland

Hoge zwarte enkeerdgronden zijn door mensen opgehoogde, zeer donkere en humusrijke zandbodems die eeuwenlang zijn ontstaan door bemesting met potstalmest. Ze hebben daardoor een dikke zwarte bouwvoor en liggen vaak op oude akkers (essen). Het zijn vruchtbare, cultuurhistorisch waardevolle bodems in hogere zandgebieden

4.3

Grondwaterhuishouding

Stromingsrichting Uit het isohypsenpatroon van het grondwater van de Geologische Dienst Nederland kan worden afgeleid dat het grondwater in het eerste watervoerend pakket globaal in een noordwestelijke richting stroomt. In figuur 4.3 zijn de isohypsen van het grondwater in het eerste watervoerend pakket weergegeven.

Figuur 4.3 Isohypsenkaart LHM-model Geologische Dienst Nederland (bron: www.grondwatertools.nl)

3 april 2026

BK8988-MI-RP-260403-1257

7

Projectgerelateerd

5

Beschikbare bodemkwaliteitgegevens

5.1

Bodembeleid

De gemeente Best beschikt over een bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart welke zijn opgenomen in de ‘’Nota bodembeheer gemeente Best 2022-2033 d.d. 8 november 2022’’. Voor de provincie Noord-Brabant is een bodemkwaliteitskaart PFAS opgesteld. De gemeente Best heeft hieraan deelgenomen (Bodemkwaliteitskaart PFAS voor deelnemende gemeenten in Noord-Brabant, kenmerk 0462683.100, d.d. 28 oktober 2020, Antea Group). De gemeente Best is bevoegd gezag voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem binnen de eigen gemeente. De regels volgen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieronder zijn de regels op basis van het generieke beleid toegelicht: Vooraf aan het toepassen van een partij grond of baggerspecie moet een dubbele toets worden uitgevoerd. De kwaliteit van de toe te passen grond of baggerspecie moet voldoen aan: - De bodemfunctieklasse van de ontvangende bodem - De bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem De toepassingsmogelijkheden voor een partij grond of baggerspecie hangen af van de bodemfunctieklasse en de bodemkwaliteitsklasse van de toepassingslocatie (ontvangende bodem). Hierbij geldt steeds de strengste van de twee als de toepassingseis. Daarnaast is in het generieke kader sprake van stand-still op klasseniveau. Dit houdt in dat er getoetst wordt aan een kwaliteitsklasse en niet aan de concentraties van individuele stoffen.

Een partij grond of baggerspecie mag alleen op een bepaalde locatie worden toegepast als de kwaliteitsklasse van de toe te passen partij voldoet aan de toepassingseis van deze locatie. Vanuit de bodemkwaliteitskaart voldoen de boven- en ondergrond ter plaatse van en nabij de onderzoekslocatie aan de kwaliteitsklasse Landbouw/Natuur. De bodemfunctie binnen de onderzoekslocatie is aangemerkt als wonen. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de gemeente Best gelegen is in de PFAS-bodemkwaliteitszone Zuidoost-Brabant. De gehalten aan PFAS-verbindingen voldoen aan normen voor Landbouw/Natuur uit het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’

3 april 2026

BK8988-MI-RP-260403-1257

8

Projectgerelateerd

5.2

Beschikbare bodemkwaliteitsgegevens

De binnen het projectgebied of in de directe omgeving bekende bodemonderzoeken zijn verzameld door het raadplegen van rapportagemodule bodeminformatie van de Provincie Noord-Brabant (https://noordbrabant.nazca4u.nl/rapportage/). Uit de rapportagemodule bodeminformatie Provincie Noord-Brabant blijkt dat van de onderzoekslocatie geen bodemrapporten bekend zijn. Verder blijkt dat in de directe omgeving van het projectgebied een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd, te weten; -

Verkennend onderzoek NVN 5740: VO Ringweg Noord ong, d.d. 01-01-1980

Het onderzoeksrapport is niet (digitaal) beschikbaar bij de gemeente. Er kan hierdoor geen uitspraak gedaan worden over de bodemkwaliteit.

5.3

Voormalige stortplaatsen

Binnen het projectgebied bevinden zich geen voormalige stortplaatsen. De dichtstbijzijnde stortplaatsen liggen op een afstand van meer dan 1 kilometer van het projectgebied (betreft de stortplaats Venweg Zuid en Noord, NB0700004 en Kievitsbleek NB0700001). Gezien de ruime afstand tot de beide stortplaatsen wordt verwacht dat de aanwezigheid van de stortlichamen geen negatieve invloed hebben op de grondwaterkwaliteit van het projectgebied. In de figuur hieronder is de locatie van de stortplaatsen weergegeven (zie Figuur 5.1).

Figuur 5.1: aanwezigheid stortplaatsen

5.4

Asbest

Uit historische kaarten blijkt dat de landwegen die tot in de jaren ’50 aanwezig waren ten noordoosten van het projectgebied, tijdens de ruilverkavelingen zijn opgeruimd of verdwenen. Ruilverkaveling ging in deze periode vaak gepaard met het verwijderen van kleinschalige infrastructuur, waaronder landwegen. Wegen en paden die vóór 1994 met puin zijn verhard, worden beschouwd als asbestverdacht, omdat in die tijd regelmatig sloopmateriaal werd toegepast voor het verharden van zandwegen en erven. Dat puin kon asbest bevatten.

3 april 2026

BK8988-MI-RP-260403-1257

9

Projectgerelateerd

Het is aannemelijk dat ook de zandpaden, net buiten de projectlocatie, destijds zijn verhard om ze steviger en beter berijdbaar te maken voor landbouwvoertuigen. Deze landwegen waren niet aanwezig binnen onderhavig projectgebied. Gezien de afwezigheid van bebouwingen, verhardingen en/of landwegen binnen het projectgebied wordt de locatie op voorhand beschouwd als onverdacht voor de aanwezigheid van asbest.

3 april 2026

BK8988-MI-RP-260403-1257

10

Projectgerelateerd

6

Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek

-

Zijn er potentiële bronnen van bodembelasting (verdachte deellocaties, zowel vanuit het verleden als het heden)? Zo ja, wat zijn deze potentiële bronnen van bodembelasting, waar liggen ze en wat zijn de mogelijk bodembedreigende stoffen. Voor zover bekend zijn er ter plaatse van het projectgebied geen bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten verricht. Op basis van de beschikbare gegevens wordt de aanwezigheid van een sterke bodemverontreiniging niet verwacht. -

Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Het gemeentelijk bodembeleid is beschreven in hoofdstuk 5. Op basis van de kwaliteitskaart betreft de kwaliteit van de boven- en ondergrond de kwaliteitsklasse landbouw/natuur. - Is de bodem asbestverdacht? Het projectgebied is onbebouwd en onverhard. Aangezien er op de projectlocatie geen bebouwingen aanwezig zijn geweest en er geen (verharde) zandwegen aanwezig waren, wordt de projectlocatie als onverdacht beschouwd voor de aanwezigheid van asbest. -

Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en of bodemvreemde lagen? Voor informatie over de regionale bodemopbouw en de geohydrologie van de locatie wordt verwezen naar hoofdstuk 4. De aanwezigheid van (aanzienlijke hoeveelheden) bodemvreemd materiaal wordt niet verwacht. -

Wordt de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater op de locatie beïnvloed door de omgeving? Zo ja, hoe en waar? Er zijn ter plaatse of nabij de onderzoekslocatie geen bekende mobiele verontreinigingen in de bodem aanwezig. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit wordt derhalve niet verwacht. -

Wordt op de locatie of een deel daarvan een geval van ernstige bodemverontreiniging of een sterke verontreiniging (boven interventiewaarde) vermoed? Hoewel er geen bodeminformatie beschikbaar is van de locatie wordt de aanwezigheid van een ernstige bodemverontreiniging niet verwacht. -

Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Ondanks dat op de locatie zelf geen bodemonderzoek is uitgevoerd en er geen gegevens bekend zijn over de bodemkwaliteit, kan de bodemkwaliteitskaart worden beschouwd als een representatief toetsingskader voor het onderbouwen van de milieuhygiënische kwaliteit van de vrijkomende grond. De locatie betreft namelijk een onverdachte locatie voor de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. De bodemkwaliteitskaart biedt in dit geval een voldoende betrouwbare gebiedsgerichte karakterisering voor toepassing binnen de geldende grondverzetregels. -

Welke hypothese over de bodemkwaliteit en welke strategie is van toepassing bij de uitvoering van het bodemonderzoek? De aanwezigheid van een bodemverontreiniging wordt op basis van de historie, het gebruik en de beschikbare onderzoeksresultaten niet verwacht.

3 april 2026

BK8988-MI-RP-260403-1257

11

Projectgerelateerd

7

Conclusie en Aanbevelingen

Ter plaatse van het toekomstige verdeelstation aan de Hokkelstraat te Best heeft een historisch vooronderzoek plaatsgevonden om eventuele verdachte locaties en bronnen van bodemverontreinigingen in de bodem in beeld te brengen. Aan de hand hiervan wordt bepaald of bodemonderzoek verricht moet worden om het voorgenomen grondverzet te kunnen realiseren. Uit het historisch onderzoek blijkt het volgende: - De locatie is onbebouwd en onverhard en bestaat volledig uit grasland. Gezien er geen landwegen aanwezig zijn (geweest) op het projectgebied wordt de locatie als asbest onverdacht beschouwd. - Ter plaatse van het verdeelstation hebben geen (bedrijfs)activiteiten plaatsgevonden die de bodemkwaliteit bedreigd hebben. - Binnen het projectgebied bevinden zich geen voormalige stortplaatsen. - Binnen het projectgebied zijn geen puntbronnen van PFAS bekend. - Er zijn geen bekende bodemonderzoeken uitgevoerd op de locatie zelf. - Op basis van de gemeentelijke kwaliteitskaarten wordt verwacht dat de kwaliteit van de boven- en ondergrond voldoet aan kwaliteitsklasse Landbouw/natuur. Dit geldt ook voor de parameter PFAS. Uit het vooronderzoek kan het volgende geconcludeerd en aanbevolen worden: Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is het projectgebied niet verdacht voor de aanwezigheid van bodemverontreiniging.

De bodemkwaliteitskaarten van de gemeente kunnen worden gebruikt als bewijsmiddel voor de milieuhygiënische kwaliteit van de vrijkomende grond, mits de grond binnen dezelfde gemeente wordt toegepast en de toepassingslocatie een kwaliteitsklasse heeft die dezelfde is als die van de ontgravingslocatie (landbouw/natuur) (e.e.a. conform de mogelijkheden die het Besluit en de Omgevingswet biedt). Indien grondverzet plaatsvindt buiten de gemeentegrens is een partijkeuring (AP04) nodig om de daadwerkelijke milieuhygiënische kwaliteit van de grond vast te stellen.

3 april 2026

BK8988-MI-RP-260403-1257

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17051279/1