26018.03 - Ruimtelijke onderbouwing BOPA transportverdeelstation Hokkelstraat
Tekst van het document
6.2.2 Soortenbescherming Het is, voor zover aangewezen in het Bal, verboden om een flora-en fauna- activiteit te verrichten zonder omgevingsvergunning (art. 5.1, tweede lid onder g, Ow). Een flora- en fauna-activiteit is gelet op de definitie een activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten. In afdeling 11.2 van het Bal zijn vergunningplichten opgenomen met betrekking tot de vogelrichtlijn (§ 11.2.2), soorten op grond van de habitatrichtlijn (§ 11.2.3) en voor andere soorten (§ 11.2.3). Beoordeling Royal Haskoning heeft op 10 april 2026 een onderzoek uitgevoerd naar de gevolgen van het uitvoeren van de activiteit op de fysieke leefomgeving. De uitkomst van het ecologisch onderzoek is dat als gevolg van de werkzaamheden effecten te verwachten zijn die van negatieve invloed kunnen zijn op de gunstige staat van instandhouding van broedvogels. Voorkeur heeft om buiten het broedseizoen van broedvogels te werken. Ook is het mogelijk om het projectgebied (zone van 50 meter aan weerszijden van het werkterrein) kort voor aanvang van de werkzaamheden door een deskundig ecoloog te laten controleren op actuele broedgevallen.
Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden worden soort-specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot het nest niet meer in gebruik is. Enexis zal zoveel mogelijk buiten het broedseizoen werken. Als Enexis binnen het broedseizoen werkt, dan zal een broedvogelinspectie worden uitgevoerd. Daarnaast vinden de werkzaamheden enkel overdag plaats. Het aspect ‘soortenbescherming’ is dus geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het project.
6.2.3 Bomen Er zijn geen bomen op de percelen waar het transportverdeelstation wordt gesitueerd. Er vindt geen bomenkap plaats. Deze aanvraag ziet alleen op de bouw van het transportverdeelstation. Conclusie Vanuit onderdeel natuur is geen sprake van een belemmering voor dit project.
6.3 Grondposities Het perceel is in de nabije toekomstig eigendom van Enexis. Er lopen vergevorderde onderhandelingen tussen Enexis en de gemeente over de overdracht van dit perceel aan Enexis. Aangezien het terrein binnenkort eigendom wordt van Enexis staat het eigendomsrecht niet aan de uitvoerbaarheid van deze aanvraag in de weg.
7.
PARTICIPATIE
In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan participatie met het oog op de voorgenomen ontwikkeling. Op grond van artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet kan de gemeenteraad gevallen aanwijzen waarin participatie een verplicht aanvraagvereiste is. Dit kan alleen bij een omgevingsvergunning voor een BOPA waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd gezag is. De gemeenteraad heeft op 10 mei 2022 een lijst vastgesteld met aangewezen gevallen van activiteiten voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met verplichte participatie. De bouw van het transportverdeelstation valt onder geen van de gevallen genoemd op de lijst. In de lijst is het aanleggen / bouwen van grootschalige infrastructurele (kunst)werken opgenomen. Gelet op de oppervlakte van het transportverdeelstation is er geen sprake van grootschaligheid. Participatie is dus niet verplicht. Desondanks heeft Enexis en de gemeente een participatieplan opgesteld. De omwonenden ontvangen een informatiebrief om de werkzaamheden aan te kondigen. Er komt een internetprojectpagina en we zijn bereikbaar voor dialoog. In deze brief staat ook een contactpersoon mochten mensen naar aanleiding van de brief vragen hebben.
8.
BELANGENAFWEGING EN CONCLUSIE
Uit het voorgaande, waarin alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten – voor zover betrekking hebbend op de beoogde activiteit – nader zijn onderzocht en afgewogen, volgt dat het initiatief leidt tot een situatie waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Gezien nut en noodzaak van de beoogde activiteit op de beoogde locatie, gelet op het rijks- provinciaal en gemeentelijk beleid ten aanzien van het faciliteren van de energietransitie en gezien het feit dat er geen significante effecten zijn op de fysieke leefomgeving, wordt geconcludeerd dat het initiatief leidt tot een situatie waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
9.
TOELICHTING (BOUW) OMGEVINGSPLANACTIVITEIT
Ten aanzien van de beoordeling van de bouwactiviteit geldt het beoordelingskader zoals opgenomen in art. 22.29 van het omgevingsplan gemeente Best: -
er is geen sprake van strijd met de regels uit het omgevingsplan (sub a)
-
er wordt voldaan aan de redelijke eisen van welstand (sub b)
-
bij een bodemgevoelig gebouw wordt de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet overschreden.
Ter beoordeling blijft over of het voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Zoals in par. 4.5.3 staat, zal de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit het transportverdeelstation toetsen aan de Welstandsnota van de gemeente Best. Aanvullen.
BIJLAGEN Bijlagen bij het aanvraagformulier Voor de aanvraag is gebruik gemaakt van het aanvraagformulier omgevingsvergunning in het Omgevingsloket. Het aanvraagformulier zelf is het document waarop de aanvraag gebaseerd is. Voor zover in dit formulier wordt verwezen naar bijlage 1 dan betreft dit de toelichting op de aanvraag, het onderhavige document. Aan de aanvraag zijn tevens andere bijlagen gevoegd. 1. Toelichting op de aanvraag (onderhavig document) 2. Bouwkundige tekening 3. 4. 5. 6. 7.
Situatietekening Bodemonderzoek Stikstofberekening Ecologisch onderzoek Geluidsinformatie airco’s
Later indienen van gegevens en bescheiden Alle aanwezige gegevens en bescheiden om de vergunningaanvraag te kunnen toetsen zijn als bijlagen bij de aanvraag toegevoegd. Mochten er desondanks nog gegevens en/of bescheiden ontbreken dan verzoekt Enexis aan het bevoegd gezag om een voorschrift in de omgevingsvergunning op te nemen dat betreffende gegevens uiterlijk binnen een termijn van drie weken voor start van de uitvoering van de werkzaamheden worden overgelegd. In de volgende tabel is aangegeven welke bescheiden en gegevens in ieder geval later, doch voor de start van de bouw zullen worden aangeboden aan het bevoegd gezag, conform artikel 16.55 lid twee Omgevingswet jo artikel 8.3c (voorschriften over uitgestelde aanvraagvereisten) van het Bkl. Tabel 1 | In te leveren bescheiden en gegevens in de periode voorafgaand aan start bouw (16.55 Ow jo 8.3c Bkl) Gegevens/bescheiden
Aanlevertermijn uiterlijk
Verkeers- en vervoersplan bouwfase
3 weken voor start bouw