CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

26011.17 - Bijlage 6 bij Motivering - Quickscan flora en fauna (A)

Raadsvergadering 15 juni 2026, gemeente BestBij agendapunt: Rik Dijkhoff10.350 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

QUICKSCAN SOORTENBESCHERMING AARLESEWEG 24 TE BEST

Colofon Quickscan soortenbescherming Projectnummer: E. 00006815 Versie: 1 Datum: 20 augustus 2025 Opdrachtnemer Agrifirm NWE BV Bedrijfsontwikkeling Exlan Waalkade 33 5347 KR Oss Locatie Aarleseweg 24 Best Contactpersoon AvZ T: 088 – 488 2929 F: 088 – 488 2102 Email: exlanadvies @agrifirm.com Uitvoerders AvZ MB Collegiale check KvL

ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK , FOTOKOPIE , MICROFILM , GELUIDSBAND , ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK , EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN , ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.

2 Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Inhoudsopgave Quickscan soortenbescherming INLEIDING

4

HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER

6

HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN

10

HOOFDSTUK 3 CONCLUSIE

26

LITERATUUR

27

WAARNEMINGEN EFFECTEN INDICATOR SOORTEN PLAN PROJECTLOCATIE RAPPORT BESCHERMDE SOORTENINDICATOR (BESI)

28 30 33 34

3 Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

6

10

26

Inleiding Planbeschrijving Aanleiding Het plangebied is gelegen aan de Aarleseweg 24 te Best. De plannen omvatten het omzetten van een bedrijfsbestemming naar een burgerbestemming. Hiervoor worden de bijgebouwen en een deel van de erfverharding verwijderd. Er zal een kleine schuur teruggebouwd worden. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een toets aan de soortenbescherming noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen ingrepen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de op grond van de Omgevingswet beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten is er een Omgevingswetvergunning voor de activiteit flora en fauna benodigd. ,

,

,

De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Tevens worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. Plangebied Het plangebied ligt in de plaats Best in de gemeente Best. Het plangebied bevindt zich buiten de verkeerskundige en stedenbouwkundige bebouwde kom van Best.

Afbeelding 1: luchtfoto plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart , geraadpleegd op 15/08/2025)

4 Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Afbeelding 2: luchtfoto detail plangebied (bron: streetsmart.cyclomedia.com/streetsmart , geraadpleegd op 15/08/2025)

Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van bronnenonderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voor kunnen komen waaraan extra aandacht geschonken dient te worden tijdens het terreinbezoek. Na het bronnenonderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en welke soorten er voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven. Op basis van de doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Omgevingswet. ,

Op vrijdag 8 augustus 2025 is de locatie tussen 10:00 en 11:00 uur ter plaatse geïnventariseerd om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was het 20 graden Celsius en bewolkt. ,

Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de in de regio voorkomende beschermde soorten. ,

,

Doelstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de sloop- en bouwwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied dienen de volgende vragen te worden beantwoord: ,

1. 2. 3.

Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en komt daarmee de staat van instandhouding in gevaar? Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten en welke vervolgstappen zijn nodig? ,

5 Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Hoofdstuk 1

1

Toetsingskader Omgevingswet De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Per 1 januari 2017 zijn de Flora- en Faunawet de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen door de Wet natuurbescherming. En per 1 januari 2024 zijn deze allen opgenomen in de Omgevingswet. De uitvoering van deze nieuwe wet is grotendeels in handen Gedeputeerde Staten van de provincies. ,

1. 1

Gebiedsbescherming De Omgevingswet noemt bekende maar ook enkele nieuwe soorten natuurgebieden die bescherming behoeven: de Natura 2000-gebieden het Natuurnetwerk Nederland (NNN) bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen bijzondere nationale natuurgebieden en de nationale parken. Bij ontwikkelingen met name in het buitengebied moet rekening worden gehouden met het al dan niet van toepassing zijn van de beschermingsregimes van deze natuurgebieden. Ieder gebied kent een eigen beschermingsregime dat afzonderlijk gewogen dient te worden in relatie tot plannen projecten en andere handelingen met mogelijk nadelige effecten voor de beschermde natuurwaarden. ,

,

,

,

Natura 2000-gebieden De bekendste natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden zij kennen tevens het meest strikte beschermingsregime. De basis voor Natura 2000 zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. In Nederland zijn 164 gebieden als Natura 2000-gebied aangewezen. Daarnaast kent Nederland ook ‘bijzonder nationaal natuurgebied’. Voor ieder gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen bepaald die betrekking kunnen hebben op de bescherming van specifieke flora en fauna alsook leefgebieden van soorten. Alle projecten en handelingen binnen of buiten de gebiedsgrenzen mogen geen verstorend of verslechterend effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier voor zover van toepassing separaat aan getoetst. In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. ,

,

,

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. De provincies zijn belast met de taak een dergelijk netwerk tot stand te laten te komen en in stand te laten. De uitvoering hiervan is hoofdzakelijk gestuurd vanuit de ruimtelijke ordening (provinciale verordeningen). Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “ja-mits”- benadering. Overige gebieden Naast de bovengenoemde gebieden kunnen gebieden aangewezen worden als ‘bijzondere provinciale natuurgebieden’ ‘bijzondere provinciale landschappen’ of ‘nationaal park’. De bescherming van deze gebieden vindt net als bij het NNN plaats via het ruimtelijk spoor. Daarnaast kan een gebied aangewezen worden als ‘bijzonder nationaal gebied’ een soort voorloper van de aanwijzing als Natura 2000-gebied. De bescherming van deze gebieden stemt dan ook overeen met de bescherming van Natura 2000-gebieden. ,

,

6 Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

1. 2

Soortenbescherming De Omgevingswet verbiedt het om zonder omgevingsvergunning voor de activiteit flora en fauna activiteiten te verrichten. In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wordt het beschermingsregime geregeld van alle van nature in Nederland in het wild voorkomende dieren en planten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten beschermingsregimes: 1) Beschermingsregime soorten vogelrichtlijn (paragraaf 11. 2. 2) 2) Beschermingsregime soorten habitatrichtlijn (paragraaf 11. 2. 3) 3) Beschermingsregime ander soorten (paragraaf 11. 2. 4) Daarnaast zijn er vrijgestelde soorten en jaarrond beschermde vogelnesten. ,

Vogelrichtlijn Onder de soorten van de Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Het is verboden om: Opzettelijk vogels te doden of te vangen ; Opzettelijk vogelnesten -rustplaatsen en – eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen ; Eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben ; Opzettelijk vogels te storen tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. ,

,

Habitatrichtlijn Onder de soorten van de Habitatrichtlijn vallen soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn Bijlage I (planten) en II (diersoorten) van het Verdrag van Bern en Bijlage I van het Verdrag van Bonn. In de Bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Wat betreft deze soorten is het verboden om: Opzettelijk dieren te doden of te vangen ; Opzettelijk dieren te verstoren ; Opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen ; Voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen ; Opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen af te snijden te ontwortelen of te vernielen. Ook is het verboden deze soorten te verkopen te vervoeren voor verkoop te verhandelen te ruilen of te koop of te ruil aan te bieden tenzij het gaat om gefokte of gekweekte dieren of planten. ,

,

,

,

,

,

,

,

Andere soorten Onder het beschermingsregime andere soorten vallen soorten waarvan er geen Europese verplichting tot bescherming is. Dit zijn soorten die vanuit nationaal belang extra bescherming behoeven. Het beschermingsniveau van deze soorten kan per provincie verschillen. Het is verboden om: 1) Opzettelijk dieren te doden of te vangen ; 2) Vaste voortplantingsplaatsen rustplaatsen of eieren van dieren te beschadigen of te vernielen ; 3) Opzettelijk (vaat)planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken te verzamelen af te snijden te ontwortelen of te vernielen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. ,

,

,

7 Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Vrijgestelde soorten De verboden zijn niet van toepassing op de bosmuis de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden. Ook vallen de zwarte rat bruine rat huismuis de mol en sommige exoten niet onder beschermingsregime van de Omgevingswet en mogen opzettelijk gedood en gevangen worden. Indien deze soorten aanwezig zijn is een alternatievenafweging noodzakelijk en dient onnodig lijden ten alle tijden voorkomen worden. Daarnaast geldt zoals hierboven reeds aangegeven dat provincies de bevoegdheid hebben vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten. ,

,

,

,

,

,

,

Jaarrond beschermde vogelnesten De opgestelde lijst met jaarrond beschermde nesten voor vogels is een beleidsdocument dat voortvloeit uit artikel 11. 42 van het Bal en is opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. De nesten zijn ingedeeld in categorieën (1 t/m 5) waarvan de categorie 1 t/m 4 jaarrond beschermd zijn. Nesten in categorie 5 zijn enkel beschermd bij afwezigheid van voldoende alternatieven. 1) Nesten die behalve gedurende het broedseizoen als nest buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats 2) Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3) Nesten van vogels zijnde geen koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4) Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

5) Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om als de broedplaats verloren is gegaan zich elders te vestigen. ,

,

,

,

,

,

,

Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht is geregeld in artikel 11. 27 van het Bal. Hieronder vallen de volgende soorten: Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van de soorten die genoemd zijn in bijlage I van de Vogelrichtlijn en Alle geregeld in Nederland voorkomende trekvogels als bedoeld in artikel 4 tweede lid van de vogelrichtlijn ; Alle van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van de soorten die zijn opgenomen in de bijlagen II IV en V van de habitatrichtlijn ; Alle dieren of planten van soorten die genoemd zijn in bijlage IX of in de rode lijsten ,

,

,

De rode lijst is een lijst met van nature in Nederland voorkomende dieren en planten die met uitroeiing bedreigd worden of die speciaal gevaar lopen. Deze lijst wordt periodiek vastgesteld door de Minister van Natuur en Stikstof. De meest recente lijst dateert van 2 oktober 2024. Wanneer een soort zeldzaam is of een negatieve trend laat zien kan deze op de rode lijst gezet worden. De rode lijst heeft geen juridische status. Wel geldt voor de soorten op deze lijst dus de specifieke zorgplicht. ,

,

De specifieke zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor de genoemde dieren en planten zo veel mogelijk moet worden voorkomen beperkt of ongedaan gemaakt. Voor deze soorten moet voorafgaand aan het verrichten van activiteiten worden vastgesteld of deze soorten op de locatie aanwezig zijn en of de voorgenomen activiteiten nadelig zijn voor deze soorten. Er moeten preventieve maatregelen worden getroffen om eventuele nadelige gevolgen te voorkomen. ,

,

,

8 Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

1. 3

Houtopstanden Afdeling 11. 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) gaat over het vellen van houtopstanden en het herplanten van grond na het vellen van houtopstanden. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen boomvormers struiken hakhout of griend. Buiten de bescherming vallen: Houtopstanden binnen de ‘bebouwingscontour houtkap’. Dit bebouwingscontour dient door de gemeenteraad vastgesteld te zijn in het omgevingsplan ; houtopstanden op erven of in tuinen ; bomen en struiken die specifiek voor het oogsten van fruit noten of vruchten zijn geteeld ; houtopstanden die windschermen om boomgaarden vormen naaldbomen die duidelijk bedoeld zijn als kerstbomen én niet ouder zijn dan 20 jaar ; kweekgoed ; populieren of wilgen van: o wegbeplantingen o beplantingen langs waterwegen of o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden het dunnen van een houtopstand om de groei van de overblijvende houtopstand te bevorderen. Bijvoorbeeld als onderdeel van het reguliere onderhoud van de houtopstand ; beplantingen die bestaan uit populieren wilgen essen of elzen en duidelijk bedoeld zijn voor de productie van houtige biomassa onder de volgende voorwaarden: o Het oogsten vindt minstens 1 keer per 10 jaar plaats. o De beplantingen bestaan uit minstens 10. 000 stoven per ha per beplantingseenheid.

o Een beplantingseenheid moet bestaan uit aaneengesloten beplanting zonder doorsnijding door meer dan 2 m brede onbeplante stroken. o De beplantingen zijn aangelegd na 1 januari 2013. houtopstanden met een oppervlakte van minder dan 10 are. Het gaat hier om de oppervlakte van de totale houtopstand dus niet alleen van het te vellen deel ; houtopstanden die bestaan uit een rijbeplanting van maximaal 20 bomen (gerekend over het totaal aantal rijen). Het gaat hier om het aantal bomen in rijbeplanting van de totale houtopstand dus niet alleen het aantal te vellen bomen. ,

,

,

,

,

,

,

Naast de Omgevingswet kan ook een gemeente beperkingen opleggen ten aanzien van het kappen van bomen. Er is dan een omgevingsvergunning nodig voor het kappen van bomen op grond van de Algemeen Plaatselijke Verordening (APV). Tenslotte kan ook in een provinciale verordening een kapverbod opgelegd worden. Indien hier sprake van is moet er bij de provincie een ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Voor de voorgenomen ontwikkeling is hier voor zover van toepassing separaat aan getoetst. In deze rapportage wordt hier verder niet op ingegaan. ,

,

9 Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

,

Hoofdstuk 2

2 2. 1

Onderzoeksresultaten

Bronnenonderzoek Gegevens van websites als www. waarneming. nl en de verspreidingsatlas van NDFF zijn geraadpleegd voor achtergrondinformatie. Een groot aantal amateurs en professionals publiceert op deze bekende websites zijn natuurwaarnemingen die worden gecontroleerd door een validatiecommissie. Zodoende zijn de waarnemingen uit deze bronnen redelijk betrouwbaar maar moeilijk te verifiëren. De waarnemingen geven eventueel wel een indicatie van soorten waar tijdens het veldonderzoek extra aandacht aan besteed dient te worden. ,

,

Natuurnetwerk Nederland Het natuurbeheerplan is een beleidskader om het Europese rijks- en provinciale natuur- en landschapsbeleid te realiseren. Het gaat hier om bestaande natuurgebieden gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt landbouwgebieden worden ingericht en beheerd volgens agrarisch natuurbeheer en de Natura 2000-gebieden. ,

,

,

Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en buiten andere natuurgebieden zoals Natura 2000. Het meest dichtbijgelegen Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied “Kampina & Oisterwijkse Vennen”. Het habitat- en vogelrichtlijnengebied is gelegen op een afstand van circa 65 kilometer ten noordwesten van de projectlocatie. Gezien de afstand zijn negatieve effecten als gevolg van dit project niet te verwachten. Een AERIUS-berekening zal aantonen of er sprake is van een toename van NOx-depositie bij de realisatie van het project. Daar gaat deze quickscan niet verder op in. ,

Afbeelding

3:

ligging

Natuurnetwerk

Nederland

(bron: atlasleefomgeving.nl/kaarten , geraadpleegd op 15/08/2025)

10

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

en

Natura

2000

Het meest dichtbijgelegen natuurnetwerkgebied is gelegen op een afstand van circa 16 kilometer ten noordoosten van de projectlocatie. Het betreft een klein bosgebied van voornamelijk populieren en zomereiken. gezien de afstand zijn negatieve effecten zoals trillingshinder geluidhinder of lichthinder niet aannemelijk. ,

,

Het Natuur Netwerk Brabant hangt samen met het Natuur Netwerk in de andere delen van Nederland en met het Europese net van natuurgebieden bekend onder de naam Natura 2000. Het NNB bestaat uit: bestaande natuur- en bosgebieden ; gerealiseerde nieuwe natuur. Dit zijn gronden die met subsidie uit het Natuurbeheerplan zijn gerealiseerd als nieuwe natuur en waar de landbouwfunctie of een andere niet-natuurbestemming is verdwenen ; nog niet gerealiseerde nieuwe natuur. Dit zijn meestal agrarische gronden die in het Natuurbeheerplan zijn aangewezen als nieuwe natuur maar waar de gewenste natuurfunctie nog niet is gerealiseerd. De oude functie of bestemming is nog aanwezig ; ecologische verbindingszones. ,

,

Het provinciale beleid is erop gericht om het netwerk in 2027 gereed te hebben. Dit wordt in het algemeen bereikt door: het concreet aanwijzen van de gebieden die tot het NNB behoren en het vastleggen van de natuurdoelen (bepalen) ; voor zover nodig functiewijziging van landbouwgrond en ander niet-natuurgebruik naar natuurgebied door aankoop of particulier natuurbeheer (deelname) ; inrichten van deze gebieden zodat de natuurkwaliteit (omschreven in natuurdoelen) ontwikkeld kan worden (inrichting) ; realiseren van de natuurkwaliteit door een duurzaam beheer en eventueel aanvullend omgevingsbeleid (uitvoering). Brabant kiest er voor om samen met de zogenaamde 'Manifestpartners' het hele NNB in Brabant realiseren. De provincie nodigt particuliere eigenaren en ondernemers uit om delen van het NNB te ontwikkelen. Natuur en landschap wordt meer vanuit de regio en dichter bij de samenleving gerealiseerd. De provincie biedt daarbij de ruimte om economische ontwikkeling te koppelen aan investeringen in natuur. Op basis van het rijksbeleid geldt de verplichting om de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB in stand te houden en te beschermen (paragraaf 7. 3. 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving). Niet alleen het behouden herstellen en beschermen van bestaande waarden in het natuurnetwerk is belangrijk: er moet ook ruimte zijn voor ontwikkelingen.

Juist daarmee ontstaan ook kansen voor de realisering en versterking van het natuurnetwerk. Hiervoor zijn de door Rijk en provincies opgestelde " Spelregels EHS beleidskader voor compensatiebeginsel EHS-saldobenadering en herbegrenzen EHS " (20 augustus 2007) van belang. Deze spelregels zijn in de verordening nader uitgewerkt. ,

,

Binnen het Natuurnetwerk Nederland geldt een “ja mits”- benadering. Het project is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Nederland en dus kan geconcludeerd worden dat het project geen gevolgen heeft voor het Natuurnetwerk. ,

2. 2

Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. Tijdens het veldbezoek is het gebied beoordeeld op de aanwezigheid van beschermde soorten en de habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Er is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen en vogelnesten. De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur. ,

11

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Afbeelding 4: Te slopen garage achter het woonhuis

Afbeelding

12

aanzicht te slopen garage

Quickscan Soortenbescherming

—

Aarleseweg 24

Best

Afbeelding 6: Te verwijderen erfverharding en te slopen loods

Afbeelding 7: Beplanting rechts blijft behouden , links te slopen loods

13

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Afbeelding 8: Vooraanzicht te slopen loods

Afbeelding 9: Dakaansluiting naadloos

14

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Afbeelding 10: Te verwijderen erfverharding

15

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Afbeelding 11: Te slopen overkapping

Afbeelding 12: Beplanting links blijft behouden , erfverharding verdwijnt

16

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Afbeelding 13: Openingen dicht gepurd

Afbeelding 14: Vooraanzicht te slopen loods

17

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Afbeelding 15: Aanbouw en schuur blijven behouden , garageboxen rechts worden gesloopt

Afbeelding 16: Binnenzijde te slopen loods

18

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Afbeelding 17: Plafond binnenzijde te slopen loods

Afbeelding 18: Te behouden woonhuis

19

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Afbeelding 19: Straatbeeld

Flora algemeen Bij de planlocatie zijn geen bijzondere beplantingen aangetroffen. Er is tevens gelet op de aanwezigheid van (beschermde) muurvegetatie. Langs de randen van het erf groeien algemeen voorkomende soorten en opslag van enkele bomen. Het erf is verhard mat bestrating. Tussen de naden groeien grassen en algemene kruiden. De erfbeplanting wordt niet aangetast met de beoogde werkzaamheden deze blijft behouden. ,

Grondgebonden zoogdieren Specifiek wordt bekeken of binnen de betreffende inrichting verwacht kan worden of er streng beschermde zoogdieren ; steenmarter bunzing hermelijn wezel eekhoorn bever en das kunnen worden aangetroffen. ,

,

,

,

,

Steenmarter De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor de steenmarter. Steenmarters gebruiken hooizolders loze ruimtes onder het dak schuurtjes en dergelijke als verblijfplaats. Een steenmarter heeft binnen zijn territorium verscheidene verblijfplaatsen. Daarnaast laten steenmarters enorm veel sporen achter. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen zoals uitwerpselen of prooiresten aangetroffen die duiden op het gebruik van de onderzoekslocatie als vaste rust- of verblijfplaats door deze soort. ,

,

,

,

Kleine marterachtigen De onderzoekslocatie biedt geen geschikte verblijflocaties voor de hermelijn wezel en bunzing. De soorten maken gebruik van oude holen van onder andere mollen en muizen maar ook houtwallen steenhopen en ruimtes onder boomwortels. Er vinden geen werkzaamheden plaats aan groene elementen zoals bomenrijen of houtwallen. Het beschadigen van een verblijfplaats van kleine marterachtigen is daardoor uitgesloten. Daarnaast hebben deze soorten binnen hun territorium verscheidene verblijfplaatsen. Tijdens het veldbezoek zijn er geen marters of sporen van marters aangetroffen op de ,

,

,

20

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

onderzoekslocatie. Echter dit betekent niet dat het gebied niet potentieel in gebruik is door de hermelijn wezel en/of bunzing als migratieroute. Gezien de onderzoekslocatie kleiner is dan één hectare kan gesteld worden dat deze geen essentieel onderdeel uitmaakt van het leefgebied van een van genoemde soorten (Bouwens 2017). Indien bij sloop/herinrichting van het gebied groenstructuren rond het perceel behouden blijven is er geen sprake van een negatief effect op genoemde soorten. ,

,

,

Eekhoorn De onderzoekslocatie is vanwege de afwezigheid van voldoende bomen niet geschikt als habitat voor de eekhoorn. Er staan te weinig bomen rondom de projectlocatie. Eekhoorns leven doorgaans in oude dichte bossen met een grote verscheidenheid aan soorten waarin zij hun voedsel kunnen vinden. De oude bomen bieden holtes voor het bouwen van een nest. Tevens worden er met de werkzaamheden geen bomen verwijderd. Een negatief effect als gevolg van de werkzaamheden is uitgesloten. ,

Bever Er zijn waarnemingen bekend van bevers in het broekbos van De Mortelen. Dit is op grote afstand van de projectlocatie. Voor de bever is op de onderzoekslocatie geen geschikt habitat aanwezig. De bever leeft in het water of de waterkant. Rondom de projectlocatie is geen water aanwezig. Verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen van de bever kunnen worden uitgesloten. Das Dassen komen wel voor in het gebied rondom de projectlocatie. Zij maken hun burchten in de grens tussen bos(jes) en weilanden. Bij voorkeur in een talud verstopt in de dekking. Rondom de projectlocatie is geen houtwal of bosrand aanwezig welke dekking biedt aan een dassenburcht. Het verstoren van een vaste rust- en verblijfplaats is daarmee uit te sluiten. ,

Tijdens het veldbezoek zijn op de onderzoekslocatie en de directe omgeving geen loop- of eetsporen latrines en/of wissels aangetroffen die duiden op de aanwezigheid en/of het gebruik van de onderzoekslocatie door de das. Deze zijn niet waargenomen door de grote hoeveelheid bestrating. Daarmee is uit te sluiten dat de projectlocatie onderdeel uitmaakt van een essentieel foerageergebied van de das. Verstoring ten aanzien van de das als gevolg van de voorgenomen ingreep is niet aan de orde. ,

Het voorkomen van overige grondgebonden zoogdieren waarvoor tijdens het veldbezoek niet vastgesteld.

geen

vrijstelling geldt is ,

Vleermuizen Het plangebied is zeer nauwkeurig beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is gelet op de geschiktheid van de aanwezige bebouwing als verblijfplaats voor deze dieren: aanwezigheid van spouwgaten en andere openingen in muren en daken vetstrepen uitwerpselen en prooiresten bij gevelopeningen. ,

,

Verblijfsruimte voor vleermuizen hebben specifieke voorwaarden zoals een stabiele temperatuur en het tochtvrij zijn. Bij vleermuizen worden vier verblijfplaatsen onderscheiden ; winterverblijven zomerverblijven kraamverblijven en paarverblijven. Aan de winterverblijven worden de hoogste eisen gesteld daarna de kraamverblijven dan de zomerverblijven en tenslotte de paarverblijven waarbij de vleermuizen een zeer korte tijd op een bepaalde locatie kunnen verblijven. ,

,

,

,

,

De loods de overkapping en de garageboxen bestaan uit ongeïsoleerde damwand gevels en dak. Dit materiaal is gedurende de dag aan enorme temperatuursschommelingen onderhevig. Hierdoor is het materiaal niet geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Daarnaast zijn openingen in de damwand beplating van de loods met pur dicht gemaakt. Aan de onderzijde van het dak van de loods is een plafond gemaakt. Doordat de dakgootaansluiting naadloos is verwerkt aan de gevel is het voor een vleermuis ontoegankelijk om eronder de vliegen. Naast de onderzoekslocatie bevindt zich het woonhuis. Eventuele verblijfsplaatsen hierin ondervinden door de afstand tot de slooplocatie en de aard van de ingreep geen hinder. ,

,

21

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Foerageerhabitat De onderzoekslocatie zal gelet op de aanwezige habitat gebruikt kunnen worden door in de omgeving verblijvende vleermuizen om te foerageren. De plannen zullen echter geen aantasting van belangrijk foerageerhabitat vormen. Door de voorgenomen ingreep zal het aanbod van foerageermogelijkheden niet in het geding komen. In de directe omgeving is meer geschikt foerageerhabitat voor vleermuizen aanwezig in de vorm van bomenrijen en bosranden. ,

,

Vliegroutes Vleermuizen maken veelal gebruik van lijnvormige (donkere) landschapselementen zoals houtsingels beken en lanen om zich te verplaatsen tussen verblijfsplaatsen en op foerageergebieden. Doordat dergelijke lijnvormige elementen ontbreken de onderzoekslocatie worden er geen potentiële vliegroutes verstoord. ,

,

Vogels Tijdens het bezoek is met name gelet op de aanwezigheid vogels.

nesten en rustplaatsen voor

van

Er zijn broedvogels waarvan de nesten ook beschermd zijn op het moment dat ze niet voor de voortplanting in gebruik zijn. Binnen het agrarische (buiten)gebied kunnen dit zijn: boomvalk buizerd havik sperwer wespendief huismus steenuil kerkuil boerenzwaluw huiszwaluw bosuil ransuil en torenvalk.

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

Boomvalk De boomvalk is een soort die geen eigen nest maakt maar broedt in gebruikte kraaien- en/of eksternesten in verschillende typen bos(randen) of in solitaire bomen populierensingels of op erven. De soort komt vooral voor in open en halfopen landschappen zoals boerenland en dorpen alsook in buitenwijken van steden. De bomen op- en nabij de projectlocatie zijn gecontroleerd op dergelijke nesten deze zijn niet aangetroffen. Evenmin worden er met de beoogde werkzaamheden bomen verwijderd. Negatieve effecten op de boomvalk als gevolg van de werkzaamheden zijn derhalve niet aan de orde. ,

,

,

,

,

Buizerd en havik De buizerd en havik broeden op grote nesten van ongeveer een meter in doorsnede en 60 centimeter diep. Dergelijke nesten zijn tijdens het veldbezoek niet waargenomen. Een broedgeval van de buizerd en havik is daarom uit te sluiten. Eveneens worden er met de beoogde werkzaamheden geen bomen gekapt zodat het wegnemen van een jaarrond beschermd nest kan worden uitgesloten. ,

Wespendief en sperwer De wespendief is doorgaans gebonden aan grotere bosgebieden van zowel loof- als naaldbomen. Bij voorkeur is er afwisseling binnen het bosgebied aanwezig in de vorm van open plekken. De sperwer broedt bij voorkeur meer verborgen in naaldbomen. Beide situaties zijn op de onderzoekslocatie niet aanwezig. Gezien de ligging van de onderzoekslocatie binnen agrarisch gebied en de afwezigheid van voldoende dekking is een nestplaats van de sperwer of wespendief niet te verwachten. Eveneens zijn er tijdens het veldbezoek geen nesten aangetroffen. Een broedgeval van zowel de wespendief als de sperwer zijn uitgesloten. Steenuil en kerkuil De kerkuil en steenuil hebben een voorkeur voor cultuurlandschappen met allerlei landschapselementen die voor afwisseling zorgen. Beide soorten broeden in gebouwen en gebruiken ook graag speciale nestkasten. Daarnaast worden door de steenuil ook wel boomholten gebruikt mits er zich grote holten in bevinden. De gebouwen zijn in zijn geheel gecontroleerd op de aanwezigheid van steen- en kerkuilen en is vooral gelet op de aanwezigheid van sporen ; braakballen veren en uitwerpselen. Er zijn geen (sporen van) steen- en kerkuilen waargenomen. Er is geen sprake van een afname van belangrijk foerageergebied. Er blijft er voldoende foerageergebied aanwezig in de omgeving. ,

,

22

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Huismus Ook voor de huismus die veel te vinden is in agrarisch gebied en vooral gebonden aan gebouwen is is het nest jaarrond beschermd. Het habitat van een huismus moet bestaan uit een combinatie van: plekken voor nestgelegenheid jaarrond beschikbaar zijn van voedsel (voor volwassen en jongen) dekking (stekelige struiken groenblijvende struiken en klimplanten coniferen klimop) plekken voor stofbaden drinkwater Ontbreekt een van de onderdelen of liggen deze te ver van elkaar dan is de habitat niet geschikt. De bebouwing is bouwkundig ongeschikt voor huismussen. De stalen daken worden erg warm waardoor een eventueel nest dat eronder zit ook te warm wordt. Dit is slecht voor de vogels en de eieren/jongen. Daarnaast wordt er op de locatie geen vee gehouden waardoor het jaarrond ontbreekt aan beschikbaar voedsel en drinkwater. Er zijn geen nesten van huismussen waargenomen in de te slopen bebouwing. In het woonhuis zijn wel huismussen aanwezig. Deze blijft in tact waardoor het beschadigen van een jaarrond beschermd nest uitgesloten is. Ook het leefgebied van de huismus is beschermd. De kolonie huismussen dat onder het dak van het woonhuis leeft vindt dekking in de beplanting van de tuin. Deze blijft in tact. Het erf rond de te slopen bebouwing is zo verhard dat daar niets te halen valt voor de huismus. Er wordt geen leefgebied van de huismus beschadigd. ,

,

,

,

,

,

,

Boerenzwaluw en huiszwaluw Zowel de boerenzwaluw als de huiszwaluw zijn te vinden rond boerenerven. Beide soorten maken een moddernest. Echter bouwt de boerenzwaluw zijn nest bij voorkeur in een schuur terwijl een huiszwaluw zijn nest aan de buitenkant van een gebouw maakt en helemaal dicht metselt. Ook zijn beide soorten heel sociaal. Huiszwaluwen broeden vaak in kolonies van grote aantallen nesten. Boerenzwaluwen zoeken hun soortgenoten ook op maar wonen met enkele paren bij elkaar. De te slopen loods en garageboxen zijn zeer gesloten van karakter. Hierdoor zijn deze gebouwen niet geschikt voor de boerenzwaluw omdat de dieren niet gemakkelijk in en uit kunnen vliegen. Boerenzwaluwen worden doorgaans alleen aangetroffen op locaties waar vee aanwezig is. De dieren trekken insecten aan waardoor er voedsel en warmte aanwezig is in de nabijheid van het nest. Daar is hier geen sprake van. Er zijn geen zwaluwnesten waargenomen in de te slopen bebouwing. De huiszwaluw bouwt zijn nest vaak onder witte overstekken. De te slopen loods en garageboxen zijn niet voorzien van overstekken waardoor er geen geschikte nestgelegenheid is. Bovendien vallen de nesten van huiszwaluwen duidelijk op maar tijdens het veldonderzoek zijn geen nesten aangetroffen. ,

,

,

,

Bosuil en ransuil De bosuil is de meest voorkomende uilensoort in Europa. Maar omdat hij vooral ’s nachts leeft wordt hij niet altijd opgemerkt. Ze leven in veel verschillende biotopen: loof- en naaldbossen stadsparken en groene woonwijken. Dat komt omdat ze flexibel in prooikeuze zijn. De bosuil broedt overwegend in boomholtes van (oude) bomen. Er moet het hele jaar voldoende voedsel beschikbaar en bereikbaar zijn. Daarnaast zijn voldoende roest- en broedplaatsen belangrijk. Ook de ransuil komt in veel verschillende leefgebieden voor en broedt in bomen. Echter gebruikt een ransuil vaak geen holtes maar oude kraaien- of eksternesten. Omdat een ransuil in open velden/plekken en langs wegbermen jaagt komen ze niet veel voor in dicht beboste gebieden. Er worden met de voorgenomen werkzaamheden geen bomen gekapt. Het beschadigen van nesten is dus uitgesloten. Aangezien het nieuwe bebouwde oppervlak kleiner is dan in de huidige situatie zal het jaaggebied in areaal toenemen. Een negatief effect van het plan op de bosuil en ransuil is dus uit te sluiten.

, ,

,

,

,

23

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Torenvalk Een torenvalk bouwt zelf geen nest. Ze gebruiken oude kraaiennesten of speciale torenvalkkasten. Een torenvalk jaagt in open of halfopen landschappen. In een landschap met veel (kort) grasland heide hoogvenen duinen en akkers is voor hen het voedsel goed te vinden. Al biddend in de lucht jaagt hij op prooien op de grond. Op het menu staan vooral woelmuizen maar ook zangvogels en kuikens van weidevogels. Er worden met de voorgenomen werkzaamheden geen bomen gekapt. Het beschadigen van nesten is dus uitgesloten. Aangezien het nieuwe bebouwde oppervlak kleiner is dan in de huidige situatie zal het jaaggebied in areaal toenemen. Een negatief effect van het plan op de torenvalk is dus uit te sluiten. ,

,

,

,

Overige broedvogels De beplanting op de onderzoekslocatie kan nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals de merel en winterkoning. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Er zijn geen nesten van overige broedvogels aangetroffen in de te slopen bebouwing. Er zijn vogels gezien en gehoord namelijk: ,

Tabel 1: overzicht waargenomen vogels Soort Huismussen (woning) Gaaien Huiszwaluw (trek groep) Grote bonte specht Witte Kwikstaart

Reptielen , amfibieën en vissen Er zijn tijdens het terreinbezoek geen reptielen amfibieën en/of vissen waargenomen. ,

Voor de in Nederland voorkomende reptielsoorten zoals de hazelworm de levendbarende hagedis en ringslang biedt de onderzoekslocatie geen geschikt habitat. Deze soorten worden vrijwel alleen aangetroffen in specifieke natuurgebieden. In de omgeving van de projectlocatie zijn waarnemingen bekend van hazelworm levendbarende hagedis en ringslang bekend. De ringslang plant zich voort in broeihopen of mesthopen. Deze zijn op de locatie niet aanwezig. Het beschadigen van een voortplantingshabitat is daarmee uitgesloten. De projectlocatie is open en verhard. Hierdoor is het geen geschikt habitat voor reptielen. De rand van de projectlocatie biedt onvoldoende dekking aan een reptiel. Daarbij staat deze niet in verbinding met een element dat naar een geschikt habitat leidt. ,

,

Dit geldt ook voor de specifieke beschermende amfibieënsoorten die veel eisen stellen aan zijn habitat ; alpenwatersalamander heikikker vinpootsalamander poelkikker en rugstreeppad. Deze zijn allen uit te sluiten omdat de betreffende locatie geen goed habitat biedt voor deze soorten door het ontbreken van voldoende oppervlaktewater. ,

,

,

De onderzoekslocatie vormt wel een geschikt habitat voor algemene amfibieënsoorten als de bruine kikker en de gewone pad. Op de onderzoekslocatie kunnen deze soorten beschutting vinden tussen de begroeiing en onder takken- of stenenhopen. Voor algemene amfibieënsoorten geldt in het kader van de Omgevingswet een vrijstelling zodat een ontheffing bij verstoring niet noodzakelijk is. Het is echter wel zaak om aandacht te schenken aan de zorgplicht. ,

Vissen Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater op de onderzoekslocatie kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

24

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Overige Van de overige soortgroepen zoals dagvlinders insecten en libellen kan worden aangenomen dat deze soorten gedurende het jaar in het plangebied aanwezig kunnen zijn of dit gebied in de migratieroute hebben liggen. Afhankelijk van het seizoen zijn mogelijk algemene soorten te vinden op/of binnen de planlocatie. Specifieke beschermende soorten zijn voornamelijk afhankelijk van specifieke terreinkenmerken met specifieke biotopen. Binnen het plangebied is een dergelijk biotoop niet aanwezig. ,

,

,

Specifieke zorgplicht Er worden geen negatieve effecten verwacht voor de soorten die vallen onder de specifieke zorgplicht (voor zover niet in voorgaande paragrafen benoemd). Het voorkomen van deze soorten is op of in de directe omgeving van de projectlocatie niet vastgesteld en/of er is geen geschikt habitat op de onderzoekslocatie Het kan incidenteel gebeuren deze soorten ondanks de uitgevoerde quickscan toch voorkomen op de projectlocatie en tijdens de activiteiten hinder ondervinden van de werkzaamheden. In dat geval kunnen negatieve gevolgen voorkomen worden door te voldoen aan de algemene zorgplicht of het inschakelen van een ecologisch deskundige. ,

2. 3

Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Flora algemeen Er is geen bijzondere flora aangetroffen binnen het plangebied uitgesloten.

,

negatieve effecten zijn

Grondgebonden zoogdieren Verstoring van algemene zoogdieren vindt mogelijk plaats. De onderzoekslocatie vormt geschikt habitat voor een aantal soorten grondgebonden zoogdieren. Het gaat daarbij om algemene soorten als de egel konijn en diverse muissoorten. De verblijfsplaatsen van deze soorten worden door de voorgenomen ingreep echter niet aangetast. Verblijfplaatsen van beschermde zoogdiersoorten zijn ter plaatse niet aangetroffen. ,

Vleermuizen Het beschadigen van een verblijfplaats foerageerhabitat of vliegroute van vleermuizen is uitgesloten. Nader onderzoek in het kader van de soortenbescherming is niet noodzakelijk. ,

Vogels Door de voorgenomen aangetast.

ingreep worden

geen

vogels

Reptielen , amfibieën en vissen Er zijn geen reptielen amfibieën en/of instandhoudingsdoelstellingen komen niet in het gedrang. ,

en

jaarrond beschermde nesten

vissen

Overige Omdat er geen geschikt biotoop is waargenomen voor overige beschermde soorten negatieve effecten uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

25

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

De

waargenomen.

,

zijn

Hoofdstuk 3

3

Conclusie en

aanbevelingen

Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden literatuuronderzoek en een verkennend veldbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren is gekomen vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden. ,

3. 1

Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Omgevingswet wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: ,

1. 2. 3.

Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten en de staat van instandhouding? Hoe dient omgegaan te worden met eventuele negatieve effecten van het plan op wettelijk beschermde planten- en diersoorten en welke vervolgstappen zijn nodig? ,

Het voornemen zoals opgenomen in de inleiding en de daarbij behorende werkzaamheden zal naar verwachting geen negatief effect hebben op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Binnen het plangebied zijn geen (verblijfplaatsen van) strikt beschermde soorten aangetroffen die door de werkzaamheden worden beïnvloed.

,

Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen onevenredige directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteiten op de voortplanting en instandhouding van beschermde dieren/of plantsoorten. Lokaal zullen mogelijk algemene soorten uit het plangebied trekken op zoek naar een vervangende biotoop. Voor aanvang van de werkzaamheden dient derhalve geen aanvullend onderzoek plaats te vinden. Een Omgevingswetvergunning voor de activiteit flora en fauna is niet nodig. De werkzaamheden kunnen leiden tot een beschadiging of vernietiging van mogelijke verblijfplaatsen en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten. Een algehele vrijstelling op basis van de Omgevingsverordening voor ruimtelijke ontwikkelingen is hierop van toepassing. De zorgplicht blijft onverminderd van toepassing. Wat kort gezegd inhoudt dat al het mogelijke gedaan moet worden om het doden van dieren te voorkomen en eventueel aanwezige individuen te laten vluchten als zij verstoord worden.

26

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Literatuur

Broekhuizen S. Hoekstra B. Laar van V. Smeenk C. & Thissen J.B.M. 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV Utrecht. Europese Gemeenschappen Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel 1979. Europese Gemeenschappen Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel 1992. Provinciale Omgevingsverordening Hollander H. & Geest van der P. 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming Utrecht. Ministerie van Landbouw Natuurbeheer en Visserij Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen Nederlandse Fauna deel 4 Nationaal historisch museum KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ) Vleermuizen en planologie Zoogdiervereniging (2010) Omgevingswet ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

, ,

,

,

,

,

,

,

www. waarneming. nl www. synbiosys. alterra. nl www. atlasleefomgeving. nl www. ravon. nl www. sovon. nl www. google. nl www. floron. nl www. ruimtelijkeplannen. nl www. natura2000. nl www. ecologica. eu

27

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

1

Bijlage Waarnemingen

28

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

29

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

2

Bijlage Effecten indicator soorten

30

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

31

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

32

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

3

Bijlage Plan projectlocatie

33

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

4

Bijlage Rapport

Beschermde

SoortenIndicator

(BeSI)

34

Quickscan Soortenbescherming – Aarleseweg 24 Best

Aanvraagdatum :

15-08-2025

Rapportnummer :

275320

Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Op 15-08-2025 heeft u de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) geraadpleegd. Dit rapport geeft u inzicht in mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde plant- en diersoorten op

de door u aangegeven locatie.

Werkzaamheid De werkzaamheid die u heeft aangegeven uit te willen voeren is:

Woning bedrijfspand of ander nieuw gebouw bouwen ,

Locatie De locatie waar u deze werkzaamheid uit wil voeren , heeft u als volgt aangegeven:

Locatie: 15338000 ,

/

39165030 ,

Oppervlakte:

508

m2

De beschermde plant- en diersoorten die mogelijk nadelige effecten ondervinden

van de uit te werkzaamheid op de door u aangegeven locatie worden hieronder beschreven inclusief een advies over hoe u met de soort rekening kunt houden. Bij iedere soort wordt vermeld of het een 1) vogel 2) een zoogdier 3) een andere diersoort dan vogel of zoogdier of 4) een plant is. Het BeSI-rapport heeft een signalerende functie. Informatie over de mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid krijgt u door deVergunningcheck te doen. Dit rapport kunt u daarbij gebruiken om de vragen over natuur te beantwoorden. voeren

,

,

,

In de bijlage van het rapport worden de genoemde soorten uitgesplitst naar beschermingsregels.

1

Aanvraagdatum :

15-08-2025

Rapportnummer :

275320

Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Antwoorden op vragen uit de Vergunningcheck Welke beschermde dieren en/of planten kunnen aanwezig zijn op de locatie van uw werkzaamheid? Vogels

Ja

Zoogdieren

Ja

Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren

Ja

Planten

Nee

Zie de volgende pagina's voor meer informatie over de leefgebieden van deze wettelijk beschermde dieren en planten en een advies over hoe u met deze soorten rekening kunt houden. Vogels Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest het hele jaar beschermd is?

Ja

Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest alleen tijdens het broedseizoen beschermd is?

Nee

Lees altijd de adviezen van de mogelijk aanwezige vogelsoorten. Sommige provincies hebben voor bepaalde soorten uitzonderingen.

Zoogdieren Kies alle zoogdieren die aanwezig kunnen zijn op de locatie van uw werkzaamheid. Vleermuizen

Ja

Eekhoorns

Nee

Steenmarters

Nee

Andere marterachtige dan steenmarters

Ja

Andere zoogdieren

Ja

2

Aanvraagdatum :

15-08-2025

Rapportnummer :

275320

Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Soorten en adviezen

Vogels Huismus Beschrijving leefgebied: De huismus komt meestal voor in de buurt van mensen en leeft dan vooral in struiken het liefst met stekels die het hele jaar groen blijven loofbomen en klimplanten. De huismus broedt in gebouwen bijvoorbeeld onder dakpannen en soms in klimop. Advies voor deze soort: ,

,

,

,

Werk buiten het broedseizoen ; de periode waarin het nest wordt gebouwd of waarin eieren en/of jongen aanwezig zijn. Voor de huismus is dat van maart tot half augustus (soms tot eind september). De huismus is zeer honkvast en is het hele jaar rondom het nest aanwezig. Daarom zijn de nesten jaarrond beschermd. Haal nesten nooit weg. Houd daarnaast bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de huismus. Bijvoorbeeld door struiken of klimplanten rondom de nesten te laten staan. Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12.

Zoogdieren Boombewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Boombewonende vleermuizen leven in bossen bosranden lanen en parken. Ze verblijven daar in boomholtes in scheuren in bomen en ruimten achter bast. Voorbeelden zijn de rosse vleermuis en de watervleermuis. Advies voor deze soort: ,

,

,

De holtes en spleten waar boombewonende vleermuizen in leven zijn beschermd. Laat daarom in het leefgebied van boombewonende vleermuizen bomen staan. Hetzelfde geldt voor bossen bosranden lanen en parken omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voorkom daarnaast het verlichten van de bomen en het leefgebied. Raadpleeg voor meer informatie over de rosse vleermuis en de watervleermuis de kennisdocumenten op de website van BIJ12. ,

,

Bunzing Beschrijving leefgebied: De bunzing leeft vooral in natte gebieden en boomgroepen. Ze houden minder van dichte bebossing en naaldbomen. Ook in dorpen en buitenwijken van steden komt de bunzing voor. Bunzingen zijn vooral ’s nachts actief. Advies voor deze soort: Vermijd werkzaamheden in de kwetsbare periode. Voor de bunzing is dit de voortplantingsperiode die loopt van begin maart tot eind september. Zorg voor voldoende voedsel en plekken om zich te kunnen verstoppen bijvoorbeeld door muizen niet te bestrijden en hopen snoeimateriaal achter te laten. Voer werkzaamheden stap voor stap uit zodat altijd in een deel van het leefgebied rust is. In Limburg en Zuid-Holland geldt voor de bunzing een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12. ,

3

Aanvraagdatum :

15-08-2025

Rapportnummer :

275320

Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Gebouwbewonende vleermuizen Beschrijving leefgebied: Gebouwbewonende vleermuizen leven in alle typen landschappen. Deze vleermuizen verblijven in gebouwen onder andere achter betimmering en daklijsten in spouwmuren of onder dakpannen. Advies voor deze soort: ,

,

,

Spleten en openingen in gebouwen waarin vleermuizen leven zijn beschermd. Voorkom het verlichten van gevels waarin vliegopeningen zitten en het dichtmaken van invliegopeningen en holle ruimtes in muren en daken. Behoud bomenrijen bosjes en water omdat ze dienen als vliegroute en jachtterrein. Voor meer info over de gewone dwergvleermuis en de gewone grootoorvleermuis: zie de kennisdocumenten op de website van BIJ12. Let op! Dit sluit het voorkomen van andere vleermuissoorten niet uit. Check daarnaast ook altijd natuurvriendelijkisoleren. nl. ,

,

Haas Beschrijving leefgebied: De haas leeft vooral in gebieden waar de gras- en landbouw een beperkte omvang heeft en in open veld zoals akkers en weilanden. Daarnaast komt de haas ook voor in open bos heide en kwelders. Advies voor deze soort: ,

In alle provincies geldt voor de haas het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling behalve in Zeeland. Utrecht en Groningen. Niettemin geldt de zorgplicht. Houd daarom bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van de haas bijvoorbeeld door het aanleggen van hagen en houtwallen en door te zorgen voor kruidenrijk grasland waardoor de haas afwisselend kan eten. ,

,

Konijn Beschrijving leefgebied: Het konijn leeft in halfopen (droge) landschappen zoals tuinen perken parken graslanden en bosranden. Konijnen leven in holen en hebben daarom een voorkeur voor zandige bodems omdat ze daarin makkelijk kunnen graven. Advies voor deze soort: ,

,

,

In alle provincies geldt voor het konijn het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling behalve in Zeeland en Utrecht. Niettemin geldt de zorgplicht. Houd daarom bij werkzaamheden rekening met het behoud van het leefgebied van het konijn bijvoorbeeld door verspreid stukken gras redelijk kort te maaien en te zorgen voor open plekken met zand. ,

,

4

Aanvraagdatum :

15-08-2025

Rapportnummer :

275320

Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren Bruine kikker Beschrijving leefgebied: De bruine kikker is een amfibie en leeft o. a. in sloten poelen vennen en tuin- en stadsvijvers. De soort leeft zowel in het water maar vaker nog op het land. De bruine kikker heeft een voorkeur voor water waar weinig of geen vis zit. Advies voor deze soort: ,

,

In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht ; zorg daarom voor kleine oppervlaktewateren met weinig of geen vis zodat de larven van de bruine kikker niet worden opgegeten. Een deel van de dieren verblijft ook na de voortplanting in of bij het water. Laat daarom ook in het kader van de zorgplicht bij baggeren verwijderde modder en planten 24 uur op de oevers liggen zodat de bruine kikkers eruit kunnen kruipen. ,

,

Gewone pad Beschrijving leefgebied: De gewone pad is een amfibie en plant zich voort in poelen vijvers vennen sloten en weteringen en zwak stromende beken. De gewone pad leeft buiten de voortplantingstijd (maart) vooral op het land. Advies voor deze soort: ,

,

,

In alle provincies geldt het hele jaar een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. Niettemin geldt de zorgplicht ; zorg daarom voor poelen vijvers en sloten waarin de gewone pad zich kan voortplanten. Voorkom sterfte op wegen door in de paartijd als de padden trekken schermen te plaatsen en/of wegen tijdelijk af te sluiten. ,

,

,

Kamsalamander Beschrijving leefgebied: De kamsalamander is een amfibie en leeft in en rond poelen met een goede waterkwaliteit. Vaak zijn er veel oever - en waterplanten aanwezig. Overdag zie je de kamsalamander zelden dan schuilen ze tussen de planten op de oever of in het water. Advies voor deze soort: ,

Vermijd werkzaamheden in het water in de voortplantingsperiode en werkzaamheden op het land buiten deze periode. Voor de kamsalamander betekent dit dat werkzaamheden in het water waarschijnlijk het beste kunnen worden uitgevoerd in de periode tussen oktober en januari en werkzaamheden op het land het beste tussen april en juli. Raadpleeg voor meer informatie het kennisdocument over deze soort op de website van BIJ12.

5

Aanvraagdatum :

15-08-2025

Rapportnummer :

275320

Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Hoe BeSI is gerealiseerd wordt beschreven in de onderstaande twee documenten: 1. Kwaliteitsborging Beschermde SoortenIndicator 2. Toelichting kansenkaarten beschermde soorten

Bekijk deze documenten Disclaimer: In de Omgevingswet is vastgelegd dat iedere Nederlander zorgdraagt voor levende dieren en planten en hun directe omgeving. Dit noemen we de zorgplicht voor natuur. De Beschermde SoortenIndicator (BeSI) helpt u om aan deze zorgplicht te voldoen. In principe houdt BeSI rekening met alle Vogelrichtlijn- Habitatrichtlijn- en andere wettelijk beschermde soorten. Ook wordt rekening gehouden met Rode-lijst soorten met een status ‘Bedreigd’ of ‘Ernstig bedreigd’. De voorwaarde die hierbij altijd geldt is dat het mogelijk moet zijn om te berekenen hoe groot de kans is dat een soort voorkomt (kansenkaart). ,

,

BeSI houdt alleen rekening met beschermde

bedreigde planten en dieren. Mogelijk gelden er ook andere natuurbeschermingsregels. Indien u daar meer informatie over wiltKlik dan hier en

,

Het BeSI-rapport heeft alleen een signalerende functie van de mogelijk nadelige effecten van

uw

werkzaamheid op beschermde en bedreigde planten en dieren op de door u aangegeven locatie. Het BeSI-rapport is dus geen bindend advies. Het BeSI-rapport geeft geen informatie over een mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid. Het geeft ook geen enkel oordeel over de inhoud of status van een vergunningsplichtig voorgenomen

werkzaamheid. Raadpleeg hiervoor de vergunningcheck uit het Omgevingsloket. Het BeSI-rapport wordt gemaakt op basis van de huidige beschikbare informatie over beschermde en bedreigde planten en dieren. Als u later dan drie maanden na het maken van het BeSI-rapport start met uw werkzaamheid dan wordt geadviseerd een nieuw actueel rapport te maken. ,

Bewaar het door u gemaakte BeSI-rapport goed. Het kan zijn dat ernaar wordt gevraagd bijvoorbeeld door de gemeente waar u de werkzaamheid uitvoert. ,

6

Aanvraagdatum :

15-08-2025

Rapportnummer :

275320

Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Soorten uitgesplitst naar beschermingsregels Vogelrichtlijn Huismus -

Passer domesticus

-

Kansenkaart in gebruik sinds:

29-11-2022

Habitatrichtlijn Boombewonende vleermuizen Boombewonende vleermuizen - Kansenkaart in gebruik sinds: -

24-03-2023

Gebouwbewonende vleermuizen - Gebouwbewonende vleermuizen Kansenkaart in gebruik sinds: Kamsalamander -

-

24-03-2023

Triturus cristatus

01-12-2022 Kansenkaart in gebruik sinds: Overige wettelijk beschermde of rode lijst soorten -

Bruine kikker - Rana temporaria -

Kansenkaart in gebruik sinds:

28-11-2022

Bunzing - Mustela putorius -

Kansenkaart in gebruik sinds:

29-11-2022

Gewone pad

Bufo bufo - Kansenkaart in gebruik sinds: -

28-11-2022

Haas -

Lepus europaeus

-

Kansenkaart in gebruik sinds:

28-11-2022

Konijn -

Oryctolagus cuniculus

-

Kansenkaart in gebruik sinds:

28-11-2022

7

Aanvraagdatum :

15-08-2025

Rapportnummer :

275319

Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI) Op 15-08-2025 heeft u de Beschermde SoortenIndicator (BeSI) geraadpleegd. Dit rapport geeft u inzicht in mogelijk nadelige effecten van uw werkzaamheid op beschermde plant- en diersoorten op

de door u aangegeven locatie.

Werkzaamheid De werkzaamheid die u heeft aangegeven uit te willen voeren is:

Bouwwerk of deel van een bouwwerk slopen of asbest verwijderen ,

Locatie De locatie waar u deze werkzaamheid uit wil voeren , heeft u als volgt aangegeven:

Locatie: 15338000 ,

/

39165030 ,

Oppervlakte:

508

m2

De beschermde plant- en diersoorten die mogelijk nadelige effecten ondervinden

van de uit te werkzaamheid op de door u aangegeven locatie worden hieronder beschreven inclusief een advies over hoe u met de soort rekening kunt houden. Bij iedere soort wordt vermeld of het een 1) vogel 2) een zoogdier 3) een andere diersoort dan vogel of zoogdier of 4) een plant is. Het BeSI-rapport heeft een signalerende functie. Informatie over de mogelijke vergunningsplicht van uw werkzaamheid krijgt u door deVergunningcheck te doen. Dit rapport kunt u daarbij gebruiken om de vragen over natuur te beantwoorden. voeren

,

,

,

In de bijlage van het rapport worden de genoemde soorten uitgesplitst naar beschermingsregels.

1

Aanvraagdatum :

15-08-2025

Rapportnummer :

275319

Rapport Beschermde SoortenIndicator (BeSI)

Antwoorden op vragen uit de Vergunningcheck Welke beschermde dieren en/of planten kunnen aanwezig zijn op de locatie van uw werkzaamheid? Vogels

Ja

Zoogdieren

Ja

Andere diersoorten dan vogels of zoogdieren

Ja

Planten

Nee

Zie de volgende pagina's voor meer informatie over de leefgebieden van deze wettelijk beschermde dieren en planten en een advies over hoe u met deze soorten rekening kunt houden. Vogels Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest het hele jaar beschermd is?

Ja

Kunnen er op de locatie van uw werkzaamheid vogels aanwezig zijn waarvan het nest alleen tijdens het broedseizoen beschermd is?

Ja

Lees altijd de adviezen van de mogelijk aanwezige vogelsoorten. Sommige provincies hebben voor bepaalde soorten uitzonderingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16876310/1