26007.04 - Notitie Kiesraad - Informatie over hertellen op initiatief van de gemeenteraad
Tekst van het document
Datum 12 maart 2026
Onderwerp
Informatie over hertellen op initiatief van de gemeenteraad
Geloofsbrievenonderzoek door gemeenteraad Na vaststelling van de uitslag door het centraal stembureau controleert de gemeenteraad of de benoemde kandidaten voldoen aan de vereisten voor het lidmaatschap van de gemeenteraad (het onderzoek van de geloofsbrieven). Daarbij kan de vraag naar hertelling of herstemming aan de orde komen. In veruit de meeste gemeenten zal een hertelling niet nodig zijn; na de vaststelling van de uitslag door het centraal stembureau is de uitslag duidelijk. Een herstemming is helemaal zeer uitzonderlijk. In deze notitie staat informatie die gemeenteraden kan helpen bij het bepalen of hertelling relevant kan zijn. Deze informatie komt in de plaats van de circulaire van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) ‘Gemeenteraadsverkiezingen: hertellingen’ d.d. 28 februari 2014. Deze circulaire is verouderd als gevolg van de nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen in 2023. 1 Hertelling door het centraal stembureau vóór de vaststelling van de uitslag Vóórdat de gemeenteraad zich erover buigt, zijn er allerlei controles en zo nodig hertellingen geweest door het gemeentelijk stembureau (GSB) en het centraal stembureau (CSB) op basis van de in 2023 ingevoerde nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen. Daardoor zullen hertellingen nadat het centraal stembureau de uitslag heeft vastgesteld minder snel nodig zijn.
Het CSB doet voorafgaand aan zijn zitting de volgende controles: • Controle van opmerkelijke uitslagen aan de hand van een controleprotocol van de Kiesraad 2 en met behulp van data-analyse. • Controle van bezwaren en bijzonderheden aan de hand van de processen-verbaal van stembureaus en GSB. • Meldingen van kiezers. Iedereen (dus ook raadsleden) kan bij het CSB schriftelijk melding maken van fouten in een proces-verbaal van een stembureau of het gemeentelijk stembureau. Dit kan tot 48 uur vóór de zitting van het CSB. • Controles naar aanleiding van andere signalen. Op basis van deze controles kan het CSB een terugverwijzing doen aan het GSB. Het GSB doet dan onderzoek en voert zo nodig een hertelling uit. Het CSB kan ook nog tijdens de zitting tot vaststelling van de uitslag beslissen tot een hertelling. In dit geval moet sprake zijn van een ‘ernstig vermoeden’ van fouten van het GSB, en wel van ‘zodanige fouten dat die van invloed kunnen zijn op de zetelverdeling’. 3 Een of meer personen kunnen hiervoor 1 Bovendien is de verantwoordelijkheid voor dergelijke informatie overgedragen aan de Kiesraad sinds de invoering van de Wet kwaliteitsbevordering uitvoering verkiezingsproces per 1 januari 2026. 2 Controleprotocol centraal stembureau Gemeenteraadsverkiezingen 2026. 3 Artikel P 21 van de Kieswet.
Pagina 1 van 5
12 maart 2026
een onderbouwd verzoek indienen. Dat kunnen ook raadsleden zijn, maar in deze fase kan uitsluitend het CSB hiertoe besluiten. Voor de afweging daarover kan het CSB gebruikmaken van dezelfde aandachtspunten als de gemeenteraad (zie bijlage 2). Planning onderzoek geloofsbrieven en eventuele hertelling Als het centraal stembureau de uitslag heeft vastgesteld, is de gemeenteraad aan zet. Normaliter besluit de gemeenteraad op de laatste avond van zijn zittingsperiode over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden (in 2026: dinsdag 31 maart). Als er twijfels zijn over de uitslag, blijkt dat meestal snel na de vaststelling van de uitslag. Het is in dat verband handig dat de commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven zo snel mogelijk na de zitting van het centraal stembureau bijeenkomt en de raad – zo nodig - adviseert over een eventuele hertelling of herstemming. De raad moet hierover een besluit nemen in een (extra) raadsvergadering. Als de raad een hertelling wil, moet deze in beginsel vóór dinsdag 31 maart plaatsvinden. Op woensdag 1 april komt immers de gemeenteraad in nieuwe samenstelling bijeen.
Rapportage van bevindingen van de Kiesraad Sinds 1 januari 2026 heeft de Kiesraad de taak om de gemeenteraad te informeren als de Kiesraad onregelmatigheden heeft geconstateerd bij de feitelijke gang van zaken op een stembureau die een risico vormen voor het verloop van de verkiezing of de betrouwbaarheid van de uitslag. In deze gevallen stuurt de Kiesraad uiterlijk vrijdagmiddag 27 maart een ‘rapportage van bevindingen’ aan de gemeenteraad. De inhoud van deze rapportage kan de gemeenteraad meewegen in een beslissing over hertelling of herstemming. Herstemming Met het goedkeuren van de geloofsbrieven erkent de raad (impliciet) de geldigheid van de stemming. Dit vergt geen expliciet afzonderlijk besluit. De Kiesraad kan op basis van geconstateerde onregelmatigheden adviseren tot een herstemming, als de geldigheid van de stemming in het geding is. Dit is geen bindend advies. Er kunnen zich zaken hebben voorgedaan waar de Kiesraad niet mee bekend is. Voor een herstemming moeten zeer zwaarwegende redenen zijn gezien de impact daarvan. Als de raad de stemming geheel of gedeeltelijk ongeldig verklaart, moet een gehele of gedeeltelijke nieuwe stemming worden georganiseerd. Als dit aan de orde is, adviseren wij u dringend contact op te nemen met de Kiesraad.
Zie verder bijlage 1 voor een toelichting op het proces en de planning en bijlage 2 voor de afwegingen en rekenvoorbeelden.
Pagina 2 van 5
12 maart 2026
Bijlage 1: Proces en planning van een hertelling op initiatief van de gemeenteraad • •
• •
•
•
• •
Het centraal stembureau stelt de uitslag vast: donderdagochtend 26 maart. 4 De commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven adviseert de gemeenteraad over toelating van de gekozen raadsleden. Het verdient aanbeveling dat deze commissie zo spoedig mogelijk bijeenkomt. Als de commissie de raad adviseert tot een hertelling, dan moet de raad hierover besluiten in een extra raadsvergadering, bijvoorbeeld op vrijdag 27 maart. Als de raad besluit tot een hertelling, moet het gemeentelijk stembureau deze hertelling uitvoeren. Dit kan het best uiterlijk maandag 30 maart (liever niet maar desnoods pas dinsdag 31 maart). Raadsleden hertellen niet zelf. Omdat de hertelling onder hun verantwoordelijkheid plaatsvindt, is het echter wel wenselijk dat raadsleden aanwezig zijn bij de hertelling. De raad moet daarbij ook besluiten in welke omvang moet worden herteld: alle stembureaus of een nader bepaald deel ervan. Een volledige hertelling is zeer ingrijpend en is sinds de invoering van de nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen niet zonder meer nodig, Sommige stembureaus zijn bovendien mogelijk al opnieuw geteld. Het verdient aanbeveling om hierover overleg te plegen met het CSB. Het centraal stembureau stelt vervolgens voor zover nodig de uitslag opnieuw vast. Dit kan eveneens op maandag 30 maart (uiterlijk dinsdag 31 maart).
Dit moet ook als er maar één of enkele stemmen zijn verschoven zonder dat dit gevolgen heeft gehad voor de zetelverdeling. Het centraal stembureau benoemt zo nodig een of meer andere raadsleden. De commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven onderzoekt zo spoedig mogelijk de geloofsbrieven en adviseert de raad over toelating van de nieuw gekozen raadsleden. De gemeenteraad besluit over de toelating van de raadsleden (uiterlijk dinsdagavond 31 maart).
Toelating en aftreden raadsleden Raadsleden treden van rechtswege af met ingang van de tweede woensdag na de stemming (in 2026 dus op woensdag 1 april). De Kieswet gaat ervan uit dat een eventuele hertelling en gewijzigde vaststelling van de uitslag plaatsvindt vóór dit moment van aftreden. 5 Echter, als op dat moment onverhoopt nog niet de geloofsbrieven van meer dan de helft van de nieuwgekozen leden zijn goedgekeurd, houden de oude leden van de gemeenteraad zitting tot dit wel het geval is. In geval van een volledige hertelling door de raad besluit de raad vaak nog geen enkel lid toe te laten. 6
4
Eerder dan donderdagochtend 26 maart is niet mogelijk, op grond van artikel P 20 van de Kieswet; later is niet aan te bevelen. 5 Artikel V 9 van de Kieswet bepaalt namelijk dat het CSB de uitslag na een hertelling voor zover nodig opnieuw vaststelt uiterlijk de 14e dag na de stemming; dat is de dag met ingang waarvan de zittende raadsleden regulier aftreden. 6 Dit laat onverlet dat de raad kan besluiten tot toelating van de leden waarop de eventuele onjuistheden bij de vaststelling van de uitslag geen invloed kunnen hebben, bijvoorbeeld als een gedeeltelijke hertelling plaatsvindt (artikel V 5 van de Kieswet). Indien eventueel een lid al is toegelaten waarvan na de hertelling (of herstemming) komt vast te staan dat dit ten onrechte is gebeurd, blijft deze gewoon lid: degene die in die plaats als gekozen wordt aangemerkt valt dan af (artikel V 6, derde lid, van de Kieswet). Pagina 3 van 5
12 maart 2026
Bijlage 2: Criteria voor hertelling en rekenvoorbeelden Criteria en overwegingen De Kieswet geeft geen expliciete criteria voor een hertelling op initiatief van de gemeenteraad. Wel bepaalt artikel V 4, eerste lid, van de Kieswet dat de raad de geschillen beslist die met betrekking tot de geloofsbrieven of de verkiezing zelf rijzen. In het kader van hertelling moet dus sprake zijn van geschillen over de telling. Wat onder geschillen moet worden verstaan, is ter beoordeling van de gemeenteraad. Hierbij geven we de volgende overwegingen mee: Beoordeel of een hertelling redelijkerwijs een effect op de zetelverdeling of zeteltoedeling kan hebben. Zie de rekenvoorbeelden hieronder. De raad hoeft niet de controles van het centraal stembureau (CSB) over te doen; de raad mag en kan uitgaan van de correctheid van de processen-verbaal. De raad kan wel signalen die voor het CSB geen reden waren voor hertelling anders wegen; de raad kan ook signalen hebben ontvangen die het CSB niet bekend waren. Verdieping bij de overwegingen om te bepalen of hertelling aan de orde is of niet 1. Aanwijzingen dat voorafgaand aan of tijdens de stemming sprake was van onregelmatigheden rondom de deelname van kiezers zijn geen reden voor een hertelling.
Dergelijke bezwaren, bijvoorbeeld over ten onrechte geaccepteerde stempassen of volmachten, zijn achteraf niet te corrigeren en kunnen dus niet tot een ander resultaat leiden. Eventueel kunnen dergelijke bezwaren wel leiden tot een discussie over de geldigheid van de stemming en eventuele herstemming. Dan moet er sprake zijn van ernstige fouten. Zie de paragraaf over herstemming. 2. Verschillen tussen voorlopige tellingen en de door het CSB vastgestelde uitslag zijn als zodanig en op zichzelf geen reden voor hertelling. De voorlopige tellingen zijn voor een groot deel gebaseerd op een eerste snelle telling op lijstniveau. Soms maken gemeenten voorlopige tellingen bekend, terwijl nog niet alle stembureaus zijn geteld. 3. Sinds de invoering van de nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslagen (NPVV) per 1 januari 2023 vinden in het proces tot vaststelling van de uitslag extra controles en zo nodig hertellingen plaats. Daarmee wordt niet elke telfout voorkomen, maar kunnen (vermoedens van) fouten wel in een zo vroeg mogelijk stadium worden gecontroleerd en gecorrigeerd. 4. Als algemeen uitgangspunt kan worden gesteld dat correcties bij een hertelling verspreid zullen zijn over alle partijen respectievelijk kandidaten.
Tenzij er sprake is van concrete en serieuze aanwijzingen van fraude bij het tellen ten gunste van één partij, is het onwaarschijnlijk dat de resultaten exclusief effect hebben op één lijst respectievelijk kandidaat. Daarom hoeft het enkele feit van een klein telverschil tussen twee of meer partijen of kandidaten op zichzelf geen reden te zijn voor hertelling. 5. De meeste telfouten doen zich voor binnen dezelfde lijst. Dan zijn de stemmen van kandidaten verkeerd genoteerd: een kandidaatswissel. De Kiesraad stelt bij deze verkiezingen informatie beschikbaar aan het CSB over mogelijke kandidaatswissels. Dit gebeurt op basis van dataanalyse. Het CSB en de gemeenteraad kunnen uiteraard op basis van hun eigen kennis van de gemeente ook letten op opvallende uitslagen bij kandidaten in bepaalde stembureaus.
Pagina 4 van 5
12 maart 2026
Rekenvoorbeelden 1.
Er zijn 3 restzetels te verdelen. De eerste restzetel gaat naar partij X, die 2 stemmen meer heeft dan partij Y, die de tweede restzetel krijgt. De derde restzetel gaat naar partij Z, die 100 stemmen minder heeft. Stel, er zijn aanwijzingen dat partij Y meer stemmen heeft gehaald dan partij X (bijvoorbeeld 10); dan zou partij Y de eerste restzetel krijgen, en partij X de tweede. Voor de zetelverdeling is dat echter irrelevant, omdat beide partijen hoe dan ook een restzetel krijgen.
2.
Er zijn 3 restzetels te verdelen. Partijen X en Y krijgen er elk 1. Het verschil tussen partij Z en partij P voor de toewijzing van de laatste restzetel is 2 stemmen (P heeft 2 stemmen minder dan Z). Er zijn aanwijzingen bij de gemeenteraad binnengekomen dat in één stembureau de stemmen van partij P per ongeluk bij partij Z zijn meegeteld. Als er bijvoorbeeld in totaal in de hele gemeente een verschil van 150 is tussen het aantal toegelaten kiezers en het aantal getelde stembiljetten en partij P binnen de gemeente overal 10% van de stemmen binnengehaald en partij Z slechts 2%, zou partij P dus circa 15 stemmen extra kunnen krijgen en partij Z 3 stemmen indien bij hertelling zou blijken dat alle "verloren" stemmen alsnog boven water komen én deze evenredig verdeeld zijn. In dat geval is een hertelling mogelijk aangewezen, omdat de laatste restzetel in dat geval niet naar partij Z maar naar partij P zou gaan.
3.
Stel, er is een verschil bij een stembureau tussen het aantal toegelaten kiezers en het aantal uitgebrachte stemmen van 12. De laatste restzetel gaat met een verschil van 2 stemmen naar partij X, ten opzichte van partij Y. Partij Y heeft gemiddeld 25% van de stemmen gehaald en partij X 5%: bij evenredige verdeling van de stemmen over de partij en indien bij hertelling zou blijken dat alle ‘verloren’ stemmen alsnog boven water komen zou partij Y mogelijk 3 stemmen extra hebben gehaald en partij X hooguit 1. Hier kan dus sprake zijn van een ernstig vermoeden dat er zodanige fouten zijn gemaakt dat deze van invloed kunnen zijn op de zetelverdeling, en is een hertelling gerechtvaardigd. Let op: mogelijk is er al een keer herteld. Het GSB moet in elk geval hertellen bij een verschil van 15 stemmen of 2% of meer.
4.
Let op bij het berekenen van het aantal stemmen dat een partij extra nodig heeft om de laatste restzetel te bemachtigen, indien de restzetelverdeling gebeurt op basis van de grootste gemiddelden (bij gemeenteraden met 19 of meer raadszetels). De verdeling van de restzetels in het proces-verbaal laat in die gevallen het gemiddelde aantal stemmen zien dat de lijst per zetel zou behalen als het de restzetel toegewezen zou krijgen. Een directe vergelijking van de uitkomsten van die berekening levert dan niet het absolute aantal benodigde stemmen op. Een rekenvoorbeeld waarbij één restzetel verdeeld wordt: Partij A heeft 3 volle zetels en het gemiddelde voor de laatste restzetel was 1002; Partij B heeft 10 volle zetels en het gemiddelde voor de laatste restzetel was 1000. Partij A had het grootste gemiddelde en krijgt de restzetel (en dus in totaal 4 zetels). Nu zou partij B niet minstens twee extra stemmen gehaald moeten hebben om die restzetel te krijgen in plaats van A, maar minstens 2 x (10 + 1) = 22 extra stemmen. Immers, het gemiddelde dat de partij per zetel zou behalen indien het die restzetel zou krijgen (en in dit geval dus 11 zetels zou krijgen) moet groter zijn dan 1002. Het gemiddelde (en niet het absolute aantal) moet dus stijgen met minstens 2.
In geval van twijfel over concrete afwegingen kan de Kiesraad adviseren over berekeningen en de weging van bepaalde situaties. Neem hierover contact op met het Informatiepunt Verkiezingen. Het is aan de gemeenteraad zelf om een besluit te nemen over hertellen.
Pagina 5 van 5