CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

26006.06 - Bijlage C - Herindelingsscan Best-Oirschot

Raadsavond 24 februari 2026, gemeente BestBij agendapunt: 26006 - Herindelingsadvies Best-Oirschot36.912 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ook is het raadzaam om te onderzoeken of bestaande overeenkomsten, gelet op de geldende opzegtermijnen en mogelijke financiële consequenties, vooruitlopend op een definitieve keuze alvast proforma op kunnen worden gezegd. 4.3 Frictiekosten en tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling Bij het vormen van een nieuwe gemeente krijgt de gemeente te maken met overgangskosten en frictiekosten, deze kunnen zowel incidenteel als structureel van aard zijn. Voor het opvangen van deze kosten krijgen de gemeenten een bedrag uit het gemeentefonds, de zogenoemde tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling.

24

Herindelingsscan Best en Oirschot

Frictiekosten Frictiekosten zijn lasten die zonder herindeling niet gemaakt zouden zijn en die extra en tijdelijk zijn. In tabel 4.3.1 is een overzicht opgenomen van lasten die in meer of mindere mate het gevolg zijn van herindeling: ‘(Nagenoeg) geheel’ behorend tot de frictiekosten: •

• • • • •

•

• • • •

‘In niet onbelangrijke mate’

4

Extra kosten van voorbereiding van de herindeling Organisatieonderzoek Integratie beheerplannen Afstemming beleidsvelden Voorlichting Wachtgelden (alleen als gevolg van deze reorganisatie) Garantiesalarissen (alleen als gevolg van deze reorganisatie) Functiewaardering Extra opleidingen Verhuizing Tijdelijke voorzieningen t.b.v. verhuizing

behorend tot de frictiekosten: • • • • • • •

‘(Nagenoeg) niet’ behorend 5

Automatisering Versneld afsluiten archief Komborden Plattegronden Promotieborden Ontwikkelen huisstijl Werving nieuw personeel

tot de frictiekosten:6 •

• • • • • •

Stijging van personeelslasten vanwege opschaling Kantinekosten Daling van de algemene uitkering Hogere subsidies Hogere onderhoudsniveaus Aanpassen afschrijvingsmethodieken Nieuwe huisvesting

Tabel 4.3.1 lasten herindeling

Bron: Raad voor de financiële verhoudingen

Ook kunnen er frictiekosten zijn gemoeid met een eventuele uittreding uit een gemeenschappelijke regeling. De uittreding moet dan wel een direct gevolg van de herindeling zijn. Frictiekosten behoren volgens de commissie BBV voorafgaand aan de herindeling verantwoord te worden ten laste van de exploitatie van de twee gemeenten. Frictiekosten die na de herindeling worden gemaakt, komen ten laste van de nieuwe gemeente. De frictiekosten mogen niet geactiveerd worden. De frictiekosten die vóór de datum van de herindeling worden gemaakt, kunnen door de op te heffen gemeenten ten laste van de algemene reserve worden gebracht. De nieuwe gemeente moet dan echter wel de algemene reserve weer op het minimaal noodzakelijk geachte niveau brengen. Hiervoor kan men de herindelingsbijdrage aanwenden.

4

Dit zijn lasten als gevolg van de herindeling die het karakter hebben van tijdelijke extra lasten die zonder herindeling niet of nauwelijks zouden zijn voorgekomen. 5 Dit zijn lasten als gevolg van de herindeling die tot het normale patroon van een gemeente horen, maar die nu in tijd naar voren worden gehaald en/of waarbij het plausibel is dat er sprake is van kapitaalvernietiging (van nog niet afgeschreven kapitaalgoederen). 6 Dit zijn lasten als gevolg van de herindeling die behoren tot de nieuwe schaalgrootte van de gemeente dan wel gekenmerkt worden door een grote mate van beleidsvrijheid. Immers, vergelijkbare gemeenten hebben deze lasten ook dan wel de gemeente had ook de vrijheid om de lasten niet te nemen.

Herindelingsscan Best en Oirschot

25

Tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling De tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling uit het gemeentefonds voorziet in een tegemoetkoming voor de frictiekosten. Dit is een vast bedrag dat wordt uitgekeerd onafhankelijk van de daadwerkelijke omvang van de frictiekosten. De tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling wordt uitgekeerd over een periode van vijf jaar. Een bedrag wordt in het jaar voorafgaand aan de herindeling (in dit geval 2027) evenredig aan de betrokken gemeenten uitgekeerd en het restantbedrag in de vier jaar daaropvolgend aan de nieuwe gemeente (40% in het jaar van herindeling en 20% in elk van de volgende jaren). Het bedrag van deze tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling wordt vooral bepaald door het aantal gemeenten dat wordt heringedeeld en het aantal inwoners dat daarbij betrokken is. Het bedrag is afhankelijk van de uitkeringsfactor van het jaar voorafgaand aan de herindeling. In 2027 is het exacte bedrag bekend. Om een indicatie te geven is in tabel 4.3.2 het bedrag opgenomen dat de maatstaf zou zijn op basis van de voorlopige uitkeringsfactor 2025. De berekening van de tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling is opgenomen in bijlage 8.2. Tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling Best en Oirschot

Absoluut bedrag in € 1.000 5.801

Bedrag per inwoner in € 114

Tabel 4.3.2 Tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling

Bron: Ministerie van BZK

Het is aan te bevelen om een raming van de mogelijke frictiekosten op te stellen en een gezamenlijke budgetverantwoordelijke voor de frictiekosten aan te wijzen voor de periode voorafgaand aan de herindeling. 4.4 Financieel belang van de nieuwe gemeente Gemeente Best en gemeente Oirschot komen van rechtswege onder preventief toezicht van de provincie te staan op grond van artikel 21 van de Wet algemene regels herindeling (Wet arhi). Het preventief toezicht gaat in op het moment van vaststellen van het herindelingsontwerp, naar verwachting op 2 december 2025, door de raden. Het doel van dit toezicht is om te voorkomen dat besluiten van op te heffen gemeenten de financiële positie van de nieuwe gemeenten op onevenredige wijze beperken. Gedeputeerde Staten voeren het toezicht uit en treden hierbij op als belangenbehartiger van de nieuwe gemeente. Deze bijzondere vorm van financieel toezicht is gecreëerd, omdat de wetgever van mening is dat bij herindeling het financieel toezicht op basis van de Gemeentewet onvoldoende bescherming biedt aan de nieuwe gemeente. Dit toezicht is van kracht naast het financieel toezicht op basis van de Gemeentewet.

26

Herindelingsscan Best en Oirschot

Preventief toezicht houdt in dat in elk geval de begroting en begrotingswijzigingen goedkeuring behoeven, maar daarnaast kunnen GS nog een aantal andere besluiten met een financiële strekking hiervoor aanwijzen. Dit zijn alleen besluiten die kunnen leiden tot nieuwe uitgaven, verhoging van bestaande uitgaven, verlaging van bestaande inkomsten of vermindering van vermogen. Goedkeuring van de begroting of begrotingswijzigingen kan alleen worden onthouden als een besluit naar het oordeel van GS in strijd is met het financiële belang van de nieuwe gemeente. Onderdeel van het arhi-toezicht is dat de financiële besluiten die ter goedkeuring aan GS moeten worden voorgelegd, vooraf ook aan alle bij de herindeling betrokken gemeenten ter afstemming worden voorgelegd. De (voorgenomen) besluiten die aan goedkeuring zijn onderworpen, worden dus al vóór de besluitvorming in de raad met de fusiepartner afgestemd. Het resultaat van deze afstemming wordt meegenomen in de uiteindelijke besluitvorming. De bevoegdheid voor het afstemmen van raadsbesluiten ligt bij de raden, maar zij kunnen deze bevoegdheid ook geheel of gedeeltelijk mandateren. Het college stemt zijn besluiten af met het college van de fusiepartner. Ook het college kan deze afstemming geheel of gedeeltelijk mandateren.

Als de raad en/of het college gebruik maakt van mandatering dan stellen zij GS daarvan op de hoogte door het inzenden van het mandaatbesluit. Als er geen besluit tot mandatering is genomen, is afstemming tussen de fusiepartners alleen mogelijk op gelijkwaardig niveau: raad met raad, college met college. Het is aan te bevelen om hiervoor een afstemmingsprotocol op te stellen. De twee gemeenten hebben de wijze waarop de (financiële) besluiten onder het preventief toezicht door GS worden getoetst aan het financiële belang van de nieuwe gemeente nog niet afgestemd met de provincie. Dit zal nog dienen te gebeuren voordat het arhi-toezicht definitief ingaat. 4.5

Overige financiële aandachtspunten

Te doorlopen proces vóór herindeling

De herindeling is pas definitief als de herindelingswet door de Tweede en de Eerste Kamer is aangenomen. Voor het concreet invullen van de voorbereidingsfase van het herindelingsproces bevatten de volgende publicaties belangrijke informatie. • Handboek gemeentelijke herindeling VNG 2020 • Beleidskader gemeentelijke herindeling BZK 2018 In deze publicaties zijn diverse financiële aandachtspunten opgenomen die tijdens het herindelingsproces van belang zijn. Het is aan de twee gemeenten om in de aanloopperiode naar de vorming van de nieuwe gemeente invulling te geven aan deze aandachtspunten • Gemeenschappelijk financieel toezichtkader gemeenten 2020 In hoofdstuk 8.3 van het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader 2020 wordt ingegaan op financiële (toezicht)onderwerpen bij herindeling. • Herindeling, financiën en de rol van de provincie

Herindelingsscan Best en Oirschot

27

Deze handreiking is bedoeld om diegenen die betrokken zijn bij een herindeling overzicht en inzicht te bieden in wat op het gebied van financiën aan de orde is. Harmonisatie financieel beleid

Op onderdelen verschilt het financiële beleid van de twee gemeenten. Daarom is het van belang om tot aan de herindeling het financiële beleid te harmoniseren. Dit kan door het vergelijken van de financiële verordeningen en de daaruit voortvloeiende beleidsnota’s. De belangrijkste onderdelen voor harmonisatie zijn: • Beleid inzake weerstandsvermogen, de bepaling van de weerstandscapaciteit en de inventarisatie van de risico’s; • Beleid inzake waardering, activering en afschrijving van activa; • Beleid inzake onderhoud van kapitaalgoederen; • Voortzetting van beleid van de gemeenten en de verwerking van de financiële gevolgen hiervan in de meerjarenraming; • Omvang en inzet van de reserves in de exploitatie; • Beleid inzake de grondexploitatie. De harmonisatie bevordert de vergelijkbaarheid en verbetert ook het zicht op de financiële positie van de nieuwe gemeente. Het vergemakkelijkt het consolideren van de eindbalans van de twee gemeenten tot de beginbalans van de nieuwe gemeente en ook het opstellen van de eerste begroting van de nieuwe gemeente.

Eerste begroting van de nieuwe gemeente

De nieuwe raad, die op 1 januari van het begrotingsjaar 2028 in functie treedt, stelt de eerste begroting van de nieuwe gemeente vast. Om de periode waarin uitgaven worden gedaan zonder dat daaraan een vastgestelde begroting ten grondslag ligt zo kort mogelijk te houden, is het redelijk dat de nieuwe raad de eerste begroting vóór 15 april van het begrotingsjaar vaststelt en inzendt naar GS. • Een tijdige opstelling heeft prioriteit boven een begroting die tot in detail aan alle voorschriften voldoet. • Hoe eerder in het herindelingsproces is begonnen met het harmoniseren van het financieel beleid des te gemakkelijker de eerste begroting kan worden opgesteld. • In verband met de vele onzekerheden die de eerste begroting van een nieuwe gemeente bevat, is de eerste begroting doorgaans beperkt tot bestaand beleid. Nieuw beleid kan terughoudend worden geraamd of in een stelpost worden opgenomen, zodat aanwending later in het jaar kan plaatsvinden. Omdat de eerste begroting van de nieuwe gemeente niet tijdig (voor 15 november van het jaar voorafgaande aan het begrotingsjaar) aan GS kan worden ingezonden (zie artikel 191 Gemeentewet), is voor het eerste begrotingsjaar van een nieuwe gemeente het preventief toezicht op basis van de Gemeentewet van toepassing. GS besluiten als gevolg daarvan dat de begroting inclusief begrotingswijzigingen goedkeuring behoeven.

Dit is geregeld in artikel 203, lid 2 sub a van de Gemeentewet. Bij de beoordeling van de begroting van de nieuwe gemeente zullen GS dezelfde lijn volgen als in andere gevallen waarbij een gemeente op grond van de Gemeentewet onder (financieel)

28

Herindelingsscan Best en Oirschot

preventief toezicht wordt geplaatst. (Hoofdstuk 6.4 van het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader). Financiële verordening

Het financiële beleid van de gemeenten ligt vast in hun financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet. De gemeente Best heeft de verordening vastgesteld op 11 december 2023, gemeente Oirschot op 10 december 2024. De verordeningen zijn dus actueel te noemen. Vanwege de komende herindeling zullen echter in elk geval in 2028 de huidige verordeningen plaats moeten maken voor een verordening die zal worden vastgesteld door de raad van de nieuwe gemeente. Het is dus essentieel dat de gemeenten zo snel mogelijk beginnen met de onderlinge afstemming. De nadruk ligt daarbij op het vinden van de inhoudelijke verschillen tussen de huidige verordeningen en op het maken van afgewogen keuzes voor het financieel beleid voor de nieuwe gemeente.

Aanbevelingen Breng de inhoudelijke verschillen tussen de financiële verordeningen ex artikel 212 in beeld. Stem af welke keuzes gemaakt moeten worden om tot een eensluidende nieuwe verordening te komen. Stel uniforme verordeningen vast voor het financieel beleid, beheer en de inrichting van de organisatie en de controle daarop (ex artikel 212 en 213 van de Gemeentewet). Deze verordeningen hoeft de raad van de nieuwe gemeente dan na herindeling alleen formeel vast te stellen. Harmoniseer in aanloop naar de herindeling waar mogelijk al het financiële beleid. Stel een afstemmingsprotocol op, voor de onderlinge afstemming van financiële besluiten die ter goedkeuring aan GS moeten worden voorgelegd. Maak de opties voor het vormgeven van de ambtelijke organisatie van de nieuwe gemeente en de financiële consequenties daarvan op zo kort mogelijke termijn inzichtelijk. Onderzoek of bestaande overeenkomsten met betrekking tot samenwerking en leveranciers, gelet op de geldende opzegtermijnen en mogelijke financiële consequenties, vooruitlopend op een definitieve keuze alvast proforma kunnen worden opgezegd.

Herindelingsscan Best en Oirschot

29

5 Eigen inkomsten De eigen inkomsten van gemeenten bestaan voornamelijk uit de onroerende zaak belasting (OZB), rioolheffing en afvalstoffenheffing. Bij herindeling moeten keuzes worden gemaakt over de hoogte van deze tarieven. Voor de heffingen zal ook de kostendekkendheid en de wijze van kostentoerekening moeten worden bepaald. Deze tarieven kunnen maximaal kostendekkend zijn. De gemiddeld te betalen woonlasten 2025 per huishouden zijn in tabel 5.1.1 en tabel 5.1.2 opgenomen. De gegevens zijn ontleend aan “Atlas lokale lasten 2025”. Dit is een jaarlijkse publicatie van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo). Dit instituut publiceert sinds 1997 ieder jaar de Atlas van de lokale lasten. De atlas geeft een overzicht van de hoogte en ontwikkeling van belastingen en heffingen van alle gemeenten, provincies en waterschappen. 5.1

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens en eenpersoonshuishoudens met een koopwoning

Woonlasten per huishouden 2025 (meerpersoonshuishouden met koopwoning) Onroerende zaakbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totale woonlasten per meerpersoonshuishouden

Best Oirschot Verschil 418 611 -193 198 252 -54 389 249 140 1.004 1.111 -107

Tabel 5.1.1 woonlasten 2025 meerpersoonshuishoudens; Bron: woonlasten 2025 Coelo

Woonlasten per huishouden 2025 (eenpersoonshuishouden met koopwoning) Onroerende zaakbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totale woonlasten per eenpersoonshuishouden

Best Oirschot Verschil 418 611 -193 198 169 29 389 190 199 1.004 970 35

Tabel 5.1.2 woonlasten 2025 eenpersoonshuishoudens’ Bron: woonlasten 2025 Coelo

De door Coelo berekende woonlasten onroerende zaakbelasting 2025 zijn gebaseerd op de gemiddelde woningwaarde van koopwoningen. Voor Best is dit € 520.300 en voor Oirschot € 566.097. Bij de meerpersoonshuishoudens is sprake van hogere woonlasten in de gemeente Oirschot met betrekking tot onroerende zaakbelasting en rioolheffing. De afvalstoffenheffing is lager dan die van de gemeente Best. Per saldo zijn de gemeentelijke woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in een koopwoning in Oirschot € 107 hoger dan in Best. Bij de eenpersoonshuishoudens zijn de gemeentelijke woonlasten in Oirschot per saldo € 35 lager dan in Best. Belangrijkste reden is dat de gemeente Best bij de tarieven voor afval en rioolheffing geen onderscheid maakt tussen een- en meerpersoonshuishoudens. De gemeente Oirschot doet dat wel.

30

Herindelingsscan Best en Oirschot

Het is aannemelijk dat als de gemeente Best ook met een dergelijke differentiatie zou werken de tarieven meerpersoonshuishoudens hoger zouden zijn en de tarieven eenpersoonshuishoudens lager dan het huidige niveau. En daardoor meer in lijn met Oirschot. In 2025 is het landelijk gemiddelde van gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens in een koopwoning € 1.053 en voor eenpersoonshuishoudens € 964 (bron: atlas lokale heffingen 2025 Coelo). Bij de meerpersoonshuishoudens zit de gemeente Oirschot boven het landelijk gemiddelde. Bij de eenpersoonshuishoudens is dit het geval in beide gemeenten.

Onroerende zaakbelasting In Oirschot is zowel de gemiddelde woningwaarde als het ozb tarief voor woningen hoger dan in Best. Dit verklaart de hogere aanslag voor OZB. De gemeente Best heeft in de begroting rekening gehouden met een jaarlijkse extra tariefsverhoging. Door de raad is besloten om van 2026 t/m 2027 een extra tariefsverhoging van 8% toe te passen boven op de geldende inflatie. Voor 2028 en 2029 geldt een extra tariefsverhoging van 4% boven op de inflatie. De gemeente had daarvoor de volgende redenen: • De op de algemene uitkering toegepaste korting op basis van de door de gemeente te realiseren mogelijke opbrengst vanuit de OZB is hoger dan de OZB opbrengst die de gemeente daadwerkelijk zelf realiseerde. De gemeente Best wil dit meer in balans met elkaar brengen. • Vanwege ambities in de komende jaren, zijn de geplande extra opbrengsten uit de OZB noodzakelijk. Gezien het in de begroting 2023 geprognotiseerde begrotingssaldo 2026 is de extra OZB verhoging noodzakelijk om een financiële armslag te behouden. Door de gemeente Oirschot werd een dergelijke extra verhoging vanuit financieel oogpunt op dat moment niet noodzakelijk geacht. In de kadernota 2026 van de gemeente Best wordt een verdere verhoging van het tarief OZB als mogelijkheid gezien om eventuele structurele tekorten te dekken.

Met de al voorgenomen extra verhogingen van het tarief OZB in de jaren 2026-2029 zal het tarief in 2029 nagenoeg gelijk zijn aan het tarief 2025 van de gemeente Oirschot.

Rioolheffing Bij de rioolheffing rekent Best een vast tarief op basis van een waterverbruik tot en met 500 m3 waterverbruik. De gemeente Oirschot hanteert een staffel waarbij het laagste tarief (€ 168,96) van toepassing is op een waterverbruik tot 100 m3. Bij een waterverbruik tussen 100-250 m3 is het tarief € 251,52 en bij een verbruik van 250-500 m3 is het tarief € 500,52. Een huishouden van 2 personen gebruikt in principe minder dan 100 m3 per jaar, vanaf 3 personen valt een gezin dan normaal gesproken in het hogere tarief. De gemeente Oirschot heeft bij de rioolheffing een kostendekkingspercentage van 96%. De gemeente onttrekt het verschil tussen lasten en baten uit de voorziening riolering. Bij de gemeente Best is sprake van 100% kostendekkendheid.

Herindelingsscan Best en Oirschot

31

De lasten per inwoner van riolering zijn in Best lager dan in Oirschot. Onderstaand zijn de in de begroting 2025 van beide gemeenten geraamde lasten voor riolering opgenomen. De weergegeven bedragen zijn bedragen per inwoner. In de tabel is terug te zien dat de gemeente Best de vervanging van riolering niet activeert en afschrijft maar in één keer dekt ten laste van de voorziening riolering. De gemeente Oirschot schrijft wel af op de kosten van vervanging van riolering. De kapitaallasten worden gedekt uit de rioolheffing. Begroting - Lasten (b) per inwoner naar taakvelden (1) Riolering - 2025 – Gemeenten (bedrag x € 1) Best L1.1 Salarissen en sociale lasten L2.1 Belastingen L3.2 Duurzame goederen L3.5.1 Ingeleend personeel L3.8 Overige goederen en diensten L4.3.3 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen L7.2 Mutatie voorzieningen L7.3 Afschrijvingen L7.4 Toegerekende reële en bespaarde rente Totaal Bron: www.findo.nl

14,9 0 0,9 4,5 17,2 0 31 0,8 0 69,3

Oirschot 8,4 0,1 0 0 51,6 0,3 3,9 27 14,1 105,4

Afvalstoffenheffing Oirschot werkt voor de afvalstoffenheffing met een tarief per lediging (naast een vast bedrag aan vastrecht) en daarnaast ook een tarief voor verzamelcontainers. Best heft de afvalstoffenheffing per perceel. Iedereen met een perceel dat onder de inzamelverplichting voor huishoudelijk afval valt moet betalen. De heffing is niet gekoppeld aan het aantal personen in het huishouden. Bij beide gemeente is voor de afvalstoffenheffing sprake van 100% kostendekking. Het tarief afvalstoffenheffing is bij de gemeente Best bij zowel de meerpersoonshuishoudens als de eenpersoonshuishoudens hoger dan bij de gemeente Oirschot. Dit komt ook terug in de kosten per inwoner van afvalinzameling en verwerking. Deze zijn in de gemeente Best hoger dan in Oirschot. Onderstaand zijn de in de begroting 2025 van beide gemeenten geraamde lasten, per inwoner, voor afvalinzameling en -verwerking weergegeven. Bij de gemeente Best valt het ten opzichte van Oirschot hoge bedrag aan “overige goederen en diensten” op. Dit zijn zowel kosten van inzamelen van afval als verwerking daarvan.

Begroting - Lasten (b) per inwoner naar taakvelden (1) Afval - 2025 – Gemeenten (bedrag x € 1) Best L1.1 Salarissen en sociale lasten L2.1 Belastingen L3.5.1 Ingeleend personeel

32

Oirschot 6,6 5 0,1 0,1 0 9,6

Herindelingsscan Best en Oirschot

L3.8 Overige goederen en diensten L4.3.3 Inkomensoverdrachten - gemeenschappelijke regelingen L4.3.6 Inkomensoverdrachten - overige overheden L7.2 Mutatie voorzieningen L7.3 Afschrijvingen L7.4 Toegerekende reële en bespaarde rente Totaal Bron: www.findo.nl

5.2

144,1 0 0,2 0 1,9 0 152,9

69,7 2,2 0 0,2 3,6 1 91,4

Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens en eenpersoonshuishoudens met een huurwoning

Huurders van woningen betalen geen onroerende zaakbelastingen. Bij woningen is dat een belasting voor alleen de eigenaren. Woonlasten per huishouden 2025 (meerpersoonshuishouden met huurwoning) Onroerende zaakbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totale woonlasten per meerpersoonshuishouden

Best 198 389 587

Oirschot 252 249 501

Verschil -54 140 86

Tabel 5.2.1 woonlasten 2025 meerpersoonshuishoudens met huurwoning’ Bron: woonlasten 2025 Coelo

Woonlasten per huishouden 2025 (eenpersoonshuishouden met huurwoning) Onroerende zaakbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totale woonlasten per eenpersoonshuishouden

Best 198 389 587

Oirschot 169 190 359

Verschil 29 199 228

Tabel 5.2.12 woonlasten 2025 eenpersoonshuishoudens met huurwoning’ Bron: woonlasten 2025 Coelo

Bij de huurwoningen zijn de gemeentelijke woonlasten in de gemeente Oirschot bij zowel de meerpersoons- als eenpersoonshuishoudens lager dan in de gemeente Best. Belangrijkste reden is de hogere afvalstoffenheffing in de gemeente Best. In 2025 zijn de gemiddelde gemeentelijke woonlasten voor meerpersoonshuishoudens in een huurwoning € 480 en voor eenpersoonshuishoudens € 367 (bron: atlas lokale heffingen 2025 Coelo). Bij zowel de meerpersoonshuishoudens als de eenpersoonshuishoudens zitten beide gemeenten boven het landelijk gemiddelde.

Gemeentelijke lasten onroerende zaakbelastingen niet-woningen De gemeente Oirschot heeft ten opzichte van de gemeente Best relatief veel bedrijven in de gemeente (volgens rekenmodel meicirculaire 2024 van BZK Oirschot 3.190 en Best 4.005). Daarnaast is ook het tarief onroerendezaakbelastingen voor niet woningen in Oirschot hoger dan in Best. Dit resulteert in een hogere opbrengst. De opbrengst OZB

Herindelingsscan Best en Oirschot

33

niet-woningen 2025 bedraagt in Oirschot € 218 per inwoner en in Best € 104 per inwoner. 5.3 Harmonisatie van tarieven De raad van de nieuwe gemeente beslist over de tarieven. Hiervoor zijn in de Wet arhi voorschriften opgenomen. • De OZB-tarieven moet de raad binnen drie maanden na herindeling met terugwerkende kracht vaststellen. • De tarieven voor de overige belastingen en retributies, zoals afvalstoffenheffing en rioolheffing, blijven voor de nieuwe gemeente van kracht tot twee jaar na de datum van herindeling, tenzij nieuwe tarieven worden vastgesteld. In tabel 5.3.1 is berekend wat het OZB-tarief woningen, het OZB-tarief niet-woningen alsmede het gemiddelde OZB-tarief zou zijn geweest als de nieuwe gemeente op 1 januari 2025 tot stand zou zijn gekomen en een OZB opbrengst voor de woningen en niet-woningen raamt die gelijk is aan de totale opbrengst van de herindelingsgemeenten.

Gemeenten

Waarde woningen (x € 1 miljoen)

Waarde niet-woningen (x € 1 miljoen)

OZB-tarief woningen eigenaar (% WOZ-waarde)

OZB-tarief niet-woningen Mutatie gebruik en OZBeigendom (% tarief WOZwoningen waarde)

Mutatie OZB-tarief nietwoningen

Best

6.314

1.396

0,0803

13,3%

0,4650

12,6%

Oirschot Nieuwe gemeente

4.003

1.465

0,1079

-15,7%

0,5793

-9,6%

10.317

2.861

0,0910

0,5235

Tabel 5.3.1 OZB tarief nieuwe gemeente op basis van huidige WOZ waarden en OZB tarieven herindelingsgemeenten7

Uit tabel 5.3.1 komt naar voren, dat bij de woningen en de niet-woningen de tarieven in Best stijgen (ten opzichte van de in 2025 geldende tarieven OZB) en in Oirschot dalen. Door de voorgenomen en al in de conceptbegroting 2026-2029 geraamde extra verhoging van de OZB tarieven door de gemeente Best zal het in tabel 5.3.1 opgenomen verschil de komende jaren nagenoeg verdwijnen. Zowel bij de woningen als de niet-woningen. Tabel 5.3.1 is daarom nadrukkelijk een momentopname naar de situatie in 2025.

7

De in tabel 5.3.1 opgenomen WOZ waarden zijn berekend aan de hand van de tarieven 2025 en de door de gemeente geraamde opbrengsten in de begroting 2025. Deze kunnen afwijken van de in bijlage 8.2 opgenomen WOZ waarden die bij de structuurkenmerken van de gemeente zijn weergegeven. De in tabel 8.2 opgenomen WOZ waarden zijn afkomstig van het CBS en worden door het Rijk gebruikt voor de berekening van de algemene uitkering. Deze informatie wordt regelmatig aangepast, maar desondanks kan er door het tijdstip van aanpassen een (gering) verschil in de weergegeven waarden zitten.

34

Herindelingsscan Best en Oirschot

Scenario’s tarieven onroerende zaakbelastingen Scenario Harmonisatie Bij harmonisatie van de tarieven OZB woningen is het uitgangspunt dat de inkomsten voor de gemeenten voor en na herindeling gelijk blijven. In de gemeente met de hoogste tarieven gaan de inwoners minder betalen. In de gemeente met de laagste tarieven gaan de inwoners meer betalen. De nieuwe gemeente kan er echter ook toe besluiten om bij het vaststellen van de OZB tarieven uit te gaan van het tarief van de gemeente met het laagste tarief of van de gemeente met het hoogste tarief. Beide varianten hebben echter wel een financieel effect. Naast het scenario “harmonisatie van tarieven” zijn dit: Scenario Laagste Tarief In dit scenario wordt het tarief genomen van de gemeente die het laagste tarief hanteert. De inwoners in de gemeente met het hoogste tarief gaan minder betalen. De inwoners in de gemeente met het laagste tarief blijven evenveel betalen. Dat betekent dat de gezamenlijke gemeenten minder inkomsten binnenhalen dan voorheen. Dit scenario leidt dus tot een taakstelling of een vergroting van de financiële opgave. Scenario Hoogste Tarief In dit scenario wordt het tarief genomen van de gemeente die het hoogste tarief hanteert. De inwoners in de gemeente met het hoogste tarief betalen evenveel als voorheen. De inwoners in de gemeente met het laagste tarief gaan meer betalen.

Dit scenario leidt dus tot extra budgetruimte. Aandachtpunt scenario’s De tarieven onroerende zaakbelastingen zijn in de gemeente Best voor zowel de woningen als niet-woningen, naar peildatum 2026, lager dan in de gemeente Oirschot. Bij de keuze voor een van de scenario’s is het volgende van belang. De gemeente Best heeft besloten om de OZB opbrengsten de komende vier jaar met in totaal ruim 24% extra (naast de indexering voor inflatie) te verhogen (in 2026: 8%, in 2027: 8%, in 2028 4% en in 2029 4%). Deze hogere opbrengsten zijn ook al als baat geraamd in de conceptbegroting 2026-2029. Indien gekozen wordt voor een scenario met als gevolg dat de door Best geraamde opbrengsten niet worden gerealiseerd dan zal het begrotingssaldo van Best en daardoor vanaf 2028 van de nieuwe gemeente nadeliger worden. Daar zal dan alternatieve dekking voor moeten worden aangewezen.

Herindelingsscan Best en Oirschot

35

In onderstaand overzicht zijn de uitkomsten weergegeven van de OZB-scenario’s woningen. De informatie is gebaseerd op de tarieven 2025 en de opbrengstramingen 2025.

2025 OZB woningen

Harmonisatie Laagste tarief Hoogste tarief Mutatie Budgettair Mutatie Budgettair Mutatie Budgettair woonlasten effect (x € woonlasten effect (x € woonlasten effect (x € 1 miljoen) 1 miljoen) 1 miljoen) 0,0

Best Oirschot

56 -96

-1,1 0 -156

1,7 144 0

Tabel 5.3.1 effect scenario’s vaststellen tarief OZB woningen na herindeling (naar situatie 2025)

Bij het scenario harmonisatie zal de gemiddelde OZB aanslag per koopwoning in Oirschot op basis van dat tarief ongeveer € 96 lager zal zijn dan op basis van het tarief dat Oirschot nu hanteert. In Best zal sprake zijn van een hogere aanslag OZB voor de eigenaren van een koopwoning. Er treedt geen budgettair effect op voor de gemeentebegroting. Bij het scenario laagste blijven de inwoners van Best (gemiddeld gezien) hetzelfde betalen en de OZB aanslag van de inwoners van Oirschot daalt, omdat het lagere tarief van Best wordt gehanteerd. Dit leidt wel tot een taakstelling voor de begroting van de nieuwe gemeente van € 1,1 miljoen. Bij het scenario hoogste tarief wordt de OZB aanslag van de inwoners van Best hoger. De inwoners van Oirschot blijven hetzelfde betalen, omdat het tarief van Oirschot wordt gehanteerd. Dit scenario leidt tot extra budgetruimte voor de nieuwe gemeente van € 1,7 miljoen. Vanwege de extra verhoging van de OZB tarieven in de jaren 2026 t/m 2029 door de gemeente Best is onderstaand ook de vergelijking weergegeven naar de situatie 2027. Daarbij is er van uitgegaan dat Best de tarieven jaarlijks met 8% extra verhoogt en Oirschot geen extra verhoging toepast. De effecten voor de inwoners met betrekking tot een hogere- of lager OZB aanslag zijn gelijk, maar de verschillen worden kleiner. Ook in het scenario harmonisatie.

2027 OZB woningen

Harmonisatie Laagste tarief Hoogste tarief Mutatie Budgettair Mutatie Budgettair Mutatie Budgettair woonlasten effect (x € woonlasten effect (x € woonlasten effect (x € 1 miljoen) 1 miljoen) 1 miljoen) 0,0

Best Oirschot

29 -49

-0,57 0 -81

0,9 74 0

Tabel 5.3.2 effect scenario’s vaststellen tarief OZB woningen na herindeling (naar situatie 2027 inclusief voorgenomen extra verhoging OZB door gemeente Best).

36

Herindelingsscan Best en Oirschot

Ook voor niet-woningen zijn de bovengenoemde scenario’s mogelijk. In onderstaande tabel zijn de effecten voor niet-woningen met een fictieve WOZ waarde van € 1 miljoen weergegeven. Gebaseerd op de situatie 2025.

OZB nietwoningen 2025

Best Oirschot

Harmonisatie Mutatie Mutatie Budgettair eigenaar Gebruiker effect (x € 1 miljoen)

Laagste tarief Mutatie Mutatie Budgettair eigenaar Gebruiker effect (x € 1 miljoen)

Hoogste tarief Mutatie Mutatie Budgettair eigenaar Gebruiker effect (x € 1 miljoen)

0,0

-0,84

0,8

310

275

0

0

599

544

-289

-269

-599

-544

0

0

Tabel 5.3.3 effect scenario’s vaststellen tarief OZB niet-woningen na herindeling (naar situatie 2025)

In bijlage 8.5 zijn de detailberekeningen van bovenstaande scenario’s opgenomen. Voor de harmonisatie van de tarieven afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn geen mogelijke andere scenario’s dan harmonisatie opgenomen in deze herindelingsscan. Beide gemeenten hanteren het uitgangspunt dat de tarieven 100% kostendekkend moeten zijn. Bij harmonisatie van de tarieven van deze heffingen zal ook de hoogte van de kosten van beide gemeenten punt van aandacht zijn. Overige belastingen De gemeenten Best en Oirschot heffen beiden toeristenbelasting. Best heft daarnaast precariobelasting en Oirschot forensenbelasting en reclamebelasting. In beide gemeenten wordt geen hondenbelasting meer geheven. Conclusie De nieuwe gemeente is zelf verantwoordelijk voor het belastingniveau. Voor een weloverwogen besluit dient het beleid van de twee gemeenten te worden onderzocht en vertaald naar de nieuwe gemeente. De raad van de nieuwe gemeente kan op basis hiervan de beleidskeuzes maken en de procedure vaststellen tot harmonisatie van tarieven. Zo kan een hogere aanslag OZB voor inwoners van een koopwoning in Best wellicht (deels) worden gecompenseerd als de lasten voor het inzamelen en verwerken van afval kunnen worden verlaagd. Dat zou kunnen leiden tot een lagere aanslag afvalstoffenheffing.

Aandachtpunt is dat de gemeente Best de OZB opbrengsten de komende vier jaar met in totaal ruim 24% extra (naast de indexering voor inflatie) verhoogt (in 2026: 8%, in 2027: 8%, in 2028 4% en in 2029 4%). Deze hogere opbrengsten zijn als baat geraamd in de conceptbegroting 2026-2029. Indien gekozen wordt voor een scenario met als gevolg dat de door Best geraamde opbrengsten niet worden gerealiseerd dan zal het begrotingssaldo van Best en daardoor vanaf 2028 van de nieuwe gemeente nadeliger worden. Daar zal dan alternatieve dekking voor moeten worden aangewezen. Beide gemeente zullen, naast het vaststellen van de uniforme verordeningen ex artikel 212 en 213 van de Gemeentewet en beleidskeuzes van de nieuwe gemeente, de

Herindelingsscan Best en Oirschot

37

harmonisatie van de belastingverordeningen (waaronder tarieven) voorafgaand aan de herindeling voorbereiden. Daarbij kunnen de onderstaande aanbevelingen worden betrokken.

Aanbevelingen

Bepaal ten aanzien van de lokale heffingen welke wel of niet gehandhaafd blijven. Analyseer welke verschillen er ten grondslag liggen aan het verschil in tarieven van vooral de heffingen (afval en riool) tussen de twee gemeenten. Harmonisatie van de OZB-tarieven tussen nu en de herindelingsdatum is niet noodzakelijk. Als tussenoplossing kan ervoor worden gekozen om de OZB-tarieven geleidelijk naar elkaar toe te laten groeien. Onderzoek welk effect de in de conceptbegroting 2026-2029 opgenomen extra (dus boven het inflatiepercentage) verhogingen van de OZB opbrengsten (en daardoor ook de tarieven) hier al op hebben. Houdt rekening met het feit dat indien de in de conceptbegroting van de gemeente Best geraamde extra opbrengsten OZB niet worden gerealiseerd het begrotingstekort vanaf 2028 toe zal nemen ten opzichte van het in de conceptbegroting 2026-2029 geraamde tekort.

38

Herindelingsscan Best en Oirschot

5.4 De financiële verhoudingswet en belastingcapaciteit De Financiële verhoudingswet regelt hoe het geld uit het gemeentefonds (de algemene uitkering) wordt verdeeld. Hierbij wordt gekeken naar: 1. Hoeveel inkomsten gemeenten zelf kunnen generen (bijvoorbeeld via belastingen). 2. Hoeveel noodzakelijke uitgaven ze hebben. Omdat de WOZ-waarde van huizen en gebouwen per gemeente verschilt, kunnen sommige gemeenten meer belasting (OZB) ophalen dan andere. Om dit eerlijk te verdelen, gebruikt het Rijk een rekenmethode (verdeelmaatstaf OZB) met vaste rekentarieven op basis van de WOZ-waarde. Het bedrag dat het Rijk op de algemene uitkering in mindering wordt gebracht wordt berekend door voor woningen 80% van de WOZ waarde te nemen en voor niet-woningen 70% en deze waarden vervolgens te vermenigvuldigen met het rekentarief. Op basis hiervan wordt in de meicirculaire 2025 voor Best een bedrag van € 231 per inwoner met de algemene uitkering verrekend en voor Oirschot € 286. Het effect van deze maatstaf is dat gemeenten bijdragen aan het voorzieningenniveau op gelijke wijze naar vermogen uit de eigen inkomsten. Gemeenten die de mogelijkheid hebben relatief hoge eigen inkomsten te genereren, door veel woningen met een hoge WOZ-waarde en/of veel niet-woningen (bedrijfsgebouwen), ontvangen daardoor een lagere algemene uitkering (en vice versa).

Als een gemeente hogere percentages hanteert dan de rekentarieven houdt de gemeente per saldo geld over en kan zich hogere lasten permitteren dan waarmee rekening is gehouden bij de berekening van de algemene uitkering. Als een gemeente percentages hanteert die lager zijn dan de rekentarieven, dan geldt het omgekeerde.

Woninge n

Nietwoningen gebruiker s

Niet woninge n eigenaar s

Best tarief 2025 Oirschot tarief 2025

0,0803 0,1079

0,2038 0,2582

0,2612 0,3211

Rekentarief gemeentefonds (meicirculaire 2025)

0,0862

0,2393

0,3145

Ozb tarieven versus rekentarieven gemeentefonds

Tabel 5.4.1

Bij zowel de woningen als de niet-woningen hanteert de gemeente Oirschot een hoger percentage dan het tarief dat wordt gehanteerd als rekentarief bij de berekening van de algemene uitkering. De gemeente Best hanteert bij zowel woningen als niet-woningen een lager tarief. Oirschot raamt in 2025 per saldo € 3,4 miljoen (€ 178 per inwoner) meer OZB baten dan het bedrag aan belastingcapaciteit dat op de gemeentefondsuitkering in mindering wordt gebracht. Bij de gemeente Best is dit € 1,1 miljoen (€ 35 per inwoner). Hoewel de gemiddelde woningwaarde in Oirschot hoger is dan in Best is de hogere OZB opbrengst daar niet volledig door te verklaren. De hoogte van de OZB tarieven in

Herindelingsscan Best en Oirschot

39

de gemeente Oirschot is dan ook vooral het gevolg van bewuste beleidskeuzes op dit gebied van de gemeente zelf. Onbenutte belastingcapaciteit nieuwe gemeente Onbenutte belastingcapaciteit is de extra ruimte die een gemeente heeft om meer belastinginkomsten te genereren dan de huidige inkomsten, binnen de wettelijke kaders. Dit kengetal geeft aan hoeveel de gemeentelijke inkomsten nog kunnen stijgen, bijvoorbeeld bij een slechtweer-scenario. Het is een onderdeel van de structurele weerstandscapaciteit en biedt een financiële buffer om tegenvallers op te vangen zonder dat er direct grote wijzigingen in beleid nodig zijn. Voor het berekenen van de onbenutte belastingcapaciteit wordt aansluiting gezocht bij de berekening van “het redelijk peil” op grond van artikel 12 Financiële-verhoudingswet. Voor het berekenen van de belastingcapaciteit wordt bij het onderdeel OZB het door het Rijk vastgesteld percentage van de WOZ-waarde (redelijk peil OZB) gehanteerd. Voor 2025 bedraagt dat 0,1595 (meicirculaire 2024). Dit is 120% van het gewogen landelijk gemiddelde OZB-percentage van de WOZ-waarde 2024.

woningen niet-

totaal

woningen Waarde onroerende zaken (in € 1.000) OZB opbrengst (in € 1.000) Normtarief 2025 OZB voor toelating artikel 12

10.317.000

2.861.000 13.178.000

9.389

7.527

16.916

0,1595%

0,1595%

0,1595%

16.455

4.563

21.018

(meicirculaire 2024) Totaal artikel 12 OZB capaciteit gemeentefonds (in € 1.000) Opbrengst OZB volgens begroting 2025 (in € 1.000)

9.389

7.527

16.916

Verschil t.o.v. artikel 12 norm (in € 1.000)

7.066

-2.964

4.102

Tabel 5.5.2 Onbenutte belastingcapaciteit ten opzichte van de artikel 12 norm van het redelijk peil

Ten opzichte van de artikel 12-norm8 voor het redelijk peil van de eigen inkomsten blijkt dat de nieuwe gemeente € 4,1 miljoen ruimte heeft. Dit wordt ook wel de onbenutte belastingcapaciteit genoemd. Dit wordt volledig veroorzaakt door de OZB op woningen (€ 7 miljoen). De gemeente Best heeft bij de woningen een onbenutte belastingcapaciteit van € 5 miljoen en de gemeente Oirschot heeft bij de woningen een onbenutte belastingcapaciteit van € 2 miljoen. Bij de niet-woningen hebben beide gemeenten een hogere belastingopbrengst dan “het redelijk peil” op grond van artikel 12 Financiële-verhoudingswet. Best € 1 miljoen en Oirschot € 1,9 miljoen.

8

Artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet (Fvw) regelt een aanvullende uitkering (onder voorwaarden) als de gemeente ernstige financiële problemen heeft. Eén van de voorwaarden is een minimum OZB tarief.

40

Herindelingsscan Best en Oirschot

De berekening in tabel 5.5.2 is gebaseerd op de geraamde belastingopbrengsten 2025. Door geraamde extra stijging van de OZB opbrengsten door Best in de komende jaren zal de onbenutte belastingcapaciteit ook lager zijn. De berekeningen per afzonderlijke gemeente zijn opgenomen in bijlage 8.4.

Herindelingsscan Best en Oirschot

41

6 Financiële positie van de twee gemeenten Het financieel toezicht, uitgevoerd door de provincie, helpt bij het bevorderen van een gezonde financiële positie van gemeenten. Jaarlijks beoordeelt de provincie hierbij de (meerjaren-) begroting, begrotingswijzigingen en de jaarrekening van de gemeenten. In dit hoofdstuk wordt de nadruk gelegd op het beeld van de financiële positie zoals beoordeeld door de provincie door de jaren heen. 6.1 Begroting en meerjarenraming Naar het oordeel van GS voldoen de (meerjaren)begrotingen 2025-2028 van de twee gemeenten aan het wettelijk criterium. Dit houdt in dat het begrotingsjaar 2025 naar het oordeel van GS structureel en reëel in evenwicht is. Voor het begrotingsjaar 2025 vallen Best en Oirschot daarom onder het gebruikelijke repressieve toezicht. Dit houdt in dat de begrotingen direct uitgevoerd kunnen worden, zonder dat hier vooraf goedkeuring is vereist van GS. Ook in voorgaande begrotingsjaren gold voor beide gemeenten de gebruikelijke repressieve toezichtvorm. In tabel 6.1.1 zijn de begrotingssaldi uit de, nog niet door beide gemeenteraden vastgestelde conceptbegrotingen 2026-2029 opgenomen. De cijfers van het jaar 2026 betreft begrotingsjaren, de cijfers van de jaren 2027 tot en met 2029 betreft de meerjarenraming bij de conceptbegroting 2026.

Het geraamde resultaat is het begrotingssaldo inclusief eventuele vastgestelde onttrekkingen/stortingen aan de (algemene) reserves om tot dit saldo te komen. Het saldo incidentele baten en lasten sluit aan bij het in de begrotingen opgenomen overzicht van incidentele baten en lasten. Begrotingssaldi gemeente Best (conceptbegroting 2026-2029) (Bedragen in € 1.000) 2026 2027 2028 2029 Geraamd resultaat (a) 346 V 344 V -3.873 N -4.232 N Saldo incidentele baten en lasten (b) 1.403 V 899 V 1.368 V 1.293 V Structureel saldo 1.768 V 1.243 V -2.506 N -2.940 N (a - b + c) Structureel saldo begroting 2025-2028 -311 N 141 V -73 N -

Begrotingssaldi gemeente Oirschot (conceptbegroting 2026-2029) (Bedragen in € 1.000) 2026 2027 Vastgesteld saldo (a) -341 N 571 V Saldo incidentele baten en lasten (b) 150 V 108 V Structureel saldo 191 N 679 V (a - b + c) Structureel saldo begroting 2025-2028 -2.552 N 42 V

2028 103 V 108 V 211 V 1.009 V

2029 580 V 0 580 V -

Tabel 6.1.1 begrotingssaldi

42

Herindelingsscan Best en Oirschot

Algemene toelichting bij tabel 6.1.1: • Als in een jaarschijf structurele lasten gedekt zijn door structurele baten is er sprake van structureel evenwicht. Incidentele lasten mogen gedekt worden door zowel structurele als door incidentele baten. • De berekening van de algemene uitkering in de conceptbegroting 2026-2029 is bij Best gebaseerd op de meicirculaire 2025 (gebruik in Best is om de septembercirculaire via de bij de begroting horende 1e begrotingswijziging in de begroting te verwerken) en bij de gemeente Oirschot op de meicirculaire 2025. • Beide gemeenten ramen de algemene uitkering op basis van lopende prijzen 9. • De gemeenten ramen in de begroting verschillende bedragen voor de post onvoorzien: Best € 50.000 ofwel ongeveer € 1,60 per inwoner. Oirschot raamt geen apart bedrag voor onvoorzien in de begroting. Via de stelposten loon- en prijscompensatie wordt ook een deel onvoorzien geraamd; in het verleden zijn dit twee posten geweest die zijn samengevoegd. • Best raamt de indexering van lonen en prijzen meteen op de begrotingsbudgetten. Oirschot neemt per programma een stelpost loon- en prijsstijging in de begroting op voor de budgetten waar de loon en prijsindex voor onbekend is. Voor budgetten waar dit wel al voor bekend is (bijvoorbeeld bij verbonden partijen en de CAO) raamt de gemeente de loon- en prijsindex wel direct op de begrotingsbudgetten.

• In de meicirculaire 2025 zijn extra middelen voor jeugdzorg opgenomen, met name voor de jaren 2026 en 2027. De gemeente Best gebruikt deze middelen volledig om de stijgende kosten van jeugdzorg in die jaren op te vangen. Vanaf 2028 voorziet de gemeente Best echter opnieuw tekorten op dit terrein. • De gemeente Oirschot geeft in de bestuursrapportage 2025 aan dat de structurele kosten voor jeugdzorg met circa € 0,5 miljoen toenemen. Van de extra middelen uit de meicirculaire voor 2026 en 2027 (€ 0,95 miljoen), wordt ongeveer de helft benut als algemeen dekkingsmiddel ten gunste van het begrotingssaldo • De gemeente Best houdt in de raadsinformatiebrief over de meicirculaire rekening met de wens van de raad om een impuls te geven aan woningbouw. Hiervoor wordt in 2026 € 0,25 miljoen geraamd en vanaf 2027 € 0,5 miljoen structureel. Ook de gemeente Oirschot verhoogt (in de conceptbegroting 2026-2029) de uitgaven aan personeel voor woningbouw met € 0,25 miljoen structureel. Onderstaand wordt op de specifieke kenmerken per gemeente ingegaan en worden de (financiële) ontwikkelingen vanaf de begroting 2025-2028 en kadernota/koersnota 2026 weergegeven. Hoewel de begroting 2026-2029 nog niet door de gemeenteraden zijn vastgesteld wordt er aan de hand van de beschikbare conceptbegrotingen wel een beeld geschetst van de financiële ontwikkeling van beide gemeenten.

Door moties en amendementen kunnen cijfers in de conceptbegrotingen nog wel wijzigen. Deze conceptbegrotingen zijn ook nog niet door de provincie onderzocht op basis van het normale financiële toezicht.

9

*Bij ramen op basis van constante prijzen wordt loon- en prijsindexatie alleen in het eerste begrotingsjaar geraamd en in de 3 jaar daarna gelijk (constant) gehouden. Bij ramen op basis van lopende prijzen wordt jaarlijks een percentage voor loon-en prijsindexatie geraamd (dus cumulatief).

Herindelingsscan Best en Oirschot

43

Gemeente Best Kadernota 202610 In vergelijking met de begroting van 2025 en de plannen voor de jaren daarna (2026– 2028), is sprake van belangrijke veranderingen in de financiële situatie van de gemeente. De gemeente Best ziet de financiële vooruitzichten voor 2026-2029 verslechteren door vooral enkele grote, kapitaalsintensieve projecten. Deze projecten zijn nu voor het eerst financieel vertaald. Voor de daaruit voortvloeiende structurele (kapitaal)lasten is, gelet op de geraamde tekorten vanaf 2028, nog geen structurele dekking. De gemeente verwacht in de kadernota voor 2026 een tekort van € 2,1 miljoen, terwijl eerder nog werd uitgegaan van een sluitende begroting. Dit wordt vooral veroorzaakt door nieuwe budgetaanvragen van € 2,7 miljoen en daarnaast hogere lasten in het sociaal domein, vooral bij jeugdzorg. Binnen het Sociaal Domein verwacht de gemeente een structureel tekort van € 2,3 miljoen. Tot en met 2027 kan dit tekort deels worden afgedekt, doordat een eerdere korting in de algemene uitkering is teruggedraaid. Het begrotingstekort loopt op tot € 5,7 miljoen in 2029. Naast de geraamde hogere lasten in het sociaal domein is sprake van een toename van de structurele lasten van nieuwe budgetaanvragen. Zoals MFA Wilhelminadorp, schaalsprong (eigen bijdrage en uitbreiden formatie), ontwikkeling stationsgebied en aanpak bestaande huisvesting.

Daarnaast nemen de rentelasten toe door het geprognotiseerde investeringsvolume. In de kadernota zijn geen voorstellen opgenomen om door ombuigingsmaatregelen het structurele begrotingstekort op te lossen. Wel worden mogelijke maatregelen genoemd, zoals een ‘kaasschaafmethode’ waarbij een 1% lagere indexering ca. € 300.000 bespaart in 2026. Maximaal kan dit € 1,2 miljoen opleveren. Ook wordt gedacht aan een extra belastingverhoging (naast de al besloten extra verhoging van de OZB met 8% in 2026 en 2027 en 4% in 2028 en 2029), waarbij een verhoging van 1% ca. € 80.000 per jaar oplevert. Meicirculaire 2025 De uitkomst van de meicirculaire 2025 heeft een positief effect van ongeveer € 1 miljoen ten opzichte van de in de kadernota geraamde begrotingssaldi. Daarnaast ontvangt de gemeente in de jaren 2026 en 2027 € 2,2 miljoen extra in het cluster jeugdzorg. Dit zet de gemeente volledig in binnen het sociaal domein. Vanaf 2028 daalt het bedrag van de extra gelden voor jeugdzorg naar ongeveer € 0,9 miljoen. Conceptbegroting 2026-2029 Ten opzichte van de prognose in de kadernota en Raadsinformatiebrief over de meicirculaire 2025, is de ontwikkeling van het begrotingssaldo minder negatief. De jaren 2026 en 2027 zijn structureel sluitend. Vanaf 2028 is er nog steeds sprake van nadelige saldi.

10 De gemeenten hanteren verschillende benamingen voor de kadernota’s die betrekking hebben op het volgende begrotingjaar. Best werkt met en kadernota en Oirschot met een koersnota Voor de herkenbaarheid is in deze scan de naamgeving van de gemeenten zelf gehanteerd.

44

Herindelingsscan Best en Oirschot

De belangrijkste oorzaken van de verbetering van het begrotingssaldo in 2026 en 2027 is de inzet van de algemene reserve voor het dekken van incidentele lasten. Dit heeft de gemeente nu zichtbaar gemaakt door daadwerkelijk in beide jaren een onttrekking uit de algemene reserve te doen van € 1,5 miljoen respectievelijk € 1,7 miljoen. De rentelasten nemen ten opzichte van de kadernota toe. Op basis van een doorrekening in de begroting 2026 van de OZB-opbrengsten worden extra opbrengsten verwacht ten opzichte van de kadernota 2026. Dit loopt op tot € 1,4 miljoen vanaf 2029. De gemeente Best raamt vanaf 2028, het eerste begrotingsjaar van de nieuwe gemeente, structurele tekorten. Bij de huidige conceptbegroting zijn echter nog geen ombuigingen geformuleerd om alsnog te komen tot een structureel sluitende begroting vanaf 2028. Door de gemeente Best is aangegeven dat de raad bij de kadernota 2027 verwacht keuzes te maken. Omdat de te maken keuzes de financiële positie van de nieuwe gemeente raakt is het van belang dat Best en Oirschot dit proces met elkaar afstemmen. De gemeente Best zet de onroerendezaakbelasting al in om een deel van de geraamde tekorten af te dekken. Voor het realiseren van een structureel sluitende begroting vanaf 2028 zijn aanvullende maatregelen nodig.

Gemeente Oirschot Koersnota 2026 Anders dan andere jaren, is de koersnota 2026 beleidsarm. Belangrijkste ontwikkelingen zijn de benodigde extra middelen om de versnelling van de woningbouw door te zetten en de middelen die nodig zijn voor de voorbereiding van de herindeling met gemeente Best. In de koersnota is geen cijfermatige prognose van de het begrotingssaldo 2026 tot en met 2029 opgenomen. Voor de begroting 2026 voert de gemeente 11 onderzoeken uit om financiële ruimte te creëren, zowel door lasten te verlagen als inkomsten te verhogen. De resultaten bepalen welke maatregelen in de begroting 2026 worden opgenomen. Bestuursrapportage en meicirculaire 2025 De in de raad van 10 juni 2025 behandelde bestuursrapportage is de basis voor financieel perspectief. En daarnaast de raadsinformatiebrief over de meicirculaire 2025. Belangrijkste structurele mutaties zijn het verwerken van de (positieve) effecten van de septembercirculaire 2024 en de decembercirculaire 2024. En daarnaast het aanpassen van de bijdragen aan verbonden partijen en het corrigeren van de LPO indexering vanaf 2027. Beide mutaties leiden tot structureel hogere lasten. De meicirculaire 2025 laat voor Oirschot in alle begrotingsjaren een hogere opbrengst zien ten opzichte van de decembercirculaire 2024. Tegenover de hogere baten raamt de gemeente (deels) lasten (taakmutaties).

Tegenover een deel van de extra gelden voor jeugdzorg in 2026 en 2027 raamt de gemeente extra uitgavenbudget jeugdzorg. Dit is

Herindelingsscan Best en Oirschot

45

mogelijk omdat Oirschot in het verleden geen rekening had gehouden met een lagere raming van de uitgaven op basis van de voorgenomen besparingen in de hervormingsagenda. Conceptbegroting 2026-2029 Het jaar 2026 sluit met een nadelig saldo, de jaren 2027 tot en met 2029 met een positief saldo. Ten opzichte van de prognose in de Raadsinformatiebrief over de meicirculaire 2025, is het geraamde begrotingstekort 2026 lager. De geraamde positieve begrotingssaldi 2028 en 2029 zijn daarentegen minder positief dan in de Raadsinformatiebrief. Naast het actualiseren van de ramingen voor loon- en prijsstijgingen en bijdragen gemeenschappelijke regelingen is ook de raming voor de algemene uitkering geactualiseerd. Voor nieuwe beleidswensen is een structureel budget van € 367.000 geraamd. Dit betreft inwonersparticipatie, leefbaarheid initiatieven en personeelsbudget Wonen. Daarnaast zijn er in 2026 (€ 550.00) en 2027 (€ 371.000) incidentele budgetten opgenomen voor incidentele wensen. Zoals bibliotheek, verhuisbudget gemeentehuis en onderzoek en advieskosten Wonen. Deze incidentele lasten worden betaald uit de reserves. In de conceptbegroting zijn de in de koersnota aangekondigde 11 onderzoeken om financiële ruimte te vinden in de begroting uitgewerkt.

Een deel daarvan is in de conceptbegroting 2026-2029 verwerkt, zoals: • Verhogen opbrengstraming afvalstoffenheffing en rioolheffing naar kostendekkende tarieven (€ 0,6 miljoen, oplopend naar € 0,8 miljoen) • Verhogen opbrengstraming leges naar werkelijk gerealiseerde opbrengst in de afgelopen jaren (€ 0,19 miljoen). • Verhogen opbrengstraming OZB met specifieke opbrengst voor ASML (onderdeel van de totale raming OZB). • Lagere rentelasten (vooral in 2026) door temporiseren van investeringen (€ 0,5 miljoen in 2025). Conclusies en aanbevelingen Uit de conceptbegrotingen 2026-2029 komt naar voren, dat de ontwikkeling van het begrotingssaldo van gemeente Best negatiever is dan dat van gemeente Oirschot. In de conceptbegroting 2026-2029 van de gemeente Best sluiten de jaren 2026 en 2027 met een positief saldo. Vanaf 2028 is sprake van tekorten. In de conceptbegroting 2026-2029 van de gemeente Oirschot sluit het begrotingsjaar 2026 met een nadelig saldo. Vanaf 2027 is sprake van positieve saldi. Naast stijgende kosten binnen het sociaal domein, is er vooral bij Best sprake van structureel hogere lasten door nieuwe budgetaanvragen. Zoals MFA Wilhelminadorp, schaalsprong (eigen bijdrage en uitbreiden formatie), ontwikkeling stationsgebied en aanpak bestaande huisvesting. Daarnaast nemen de rentelasten toe door het geprognotiseerde investeringsvolume.

De gemeente Oirschot raamt in de conceptbegroting 2026-2029 ten opzichte van de gemeente Best een relatief laag bedrag aan nieuwe budgetaanvragen.

46

Herindelingsscan Best en Oirschot

De gemeente Best heeft investeringen geraamd die in de begroting 2025-2029 nog niet voorzien waren van een budget. Dit geeft wel een duidelijk beeld van de ambities van de gemeente maar geeft geen inzicht in hoe de gemeente deze ambities gaat bekostigen binnen en structureel sluitende begroting. Enkele investeringen met financiële impact zoals de uitvoeringskosten van de ontwikkelingen Dorpsplein en Wilhelminadorp zijn nog als p.m. raming opgenomen. Nadere uitwerking inclusief dekkingsvraagstukken zal, gelet op de voorgenomen herindeling per 1 januari 2028, in afstemming met de gemeente Oirschot plaatsvinden. Over de investering MFA Wilhelminadorp is de raad van Best voornemens in december 2025 een besluit te nemen. Aandachtspunt bij dit project is de wijze waarop de structurele lasten vanaf 2028 worden gedekt. De gemeente Oirschot bereidt besluitvorming van investeringen voor, waarvan de kapitaallasten pas na 2029 gaan lopen. Bijvoorbeeld Kanaalpassage A58 (investering € 5 miljoen) en aanleg 2e fase Randweg (investering € 16 miljoen). In tegenstelling tot de gemeente Best heeft Oirschot nog geen doorkijk van de investeringsbedragen tot en met 2031 vervaardigd. Ook hiervoor geldt dat verdere uitwerking inclusief dekkingsvraagstukken in afstemming met de gemeente Best zal plaatsvinden.

Aanbevelingen Zorg ervoor dat de begroting 2027-2030 wordt ingediend met tenminste een structureel en reëel sluitend begrotingsjaar 2027. Door de instelling van het financieel toezicht op grond van de Wet arhi zijn de begrotingen 2027 van Best en Oirschot aan goedkeuring onderworpen. Goedkeuring wordt in principe alleen verleend als het begrotingsjaar structureel en reëel sluitend is ingediend. Een niet structureel en reëel sluitende begroting legt een claim op de nieuwe gemeente door de benodigde maatregelen voor het herstel van het begrotingsevenwicht naar de toekomst te verschuiven.

Maak de financiële gevolgen van het uniformeren van het financiële beleid en het harmoniseren van de verordeningen inzichtelijk en verwerk deze in de eerstvolgende kadernota/koersnota en in de begroting 2027. Maak bij besluitvorming over onder meer investeringen de effecten op de financiële positie inzichtelijk, ook als de effecten zich nog niet voordoen in de eerstkomende meerjarenbegroting. Zorg ervoor dat bij het opstellen van de begroting 2027-2030 dezelfde uitgangspunten en methode worden gebruikt voor het ramen met lopende prijzen. Zo worden de begrotingen beter vergelijkbaar.

Herindelingsscan Best en Oirschot

47

6.2 Jaarrekening De jaarrekening is belangrijk voor de controlerende en de kaderstellende taak van de raad. Het resultaat van de jaarrekening geeft inzicht in de ontwikkeling van de financiële positie van de gemeente. Bij de analyse van het resultaat is het onderscheid in structurele en incidentele oorzaken een belangrijk onderdeel. In tabel 6.2.1 zijn de saldi van de jaarrekeningen 2022 tot en met 2024 opgenomen. Jaarrekeningsaldo (x € 1.000; per 31-12)

2022

2023

2024

Saldo van baten en lasten

-2.432 N

6.760

V

1.182

V

Saldo mutaties reserves

14.713 V

1.887

V

8.857

V

Gerealiseerd resultaat

12.281 V

8.647 V 10.039 V

Best

Oirschot Saldo van baten en lasten Saldo mutaties reserves

2.659 2.048

V V

-886 N 1.600 V

1.801 N 1.774 V

Gerealiseerd resultaat

4.707 V

714 V

27 N

Tabel 6.2.1

Toelichting bij het overzicht: • De jaarrekening 2022 en 2023 zijn bij beide gemeenten door de accountant voorzien van een goedkeurende controleverklaring voor zowel de getrouwheid als de rechtmatigheid. • De jaarrekeningen 2024 zijn door de accountant voorzien van een goedkeurend oordeel voor getrouwheid. Ook heeft de accountant vastgesteld dat de rechtmatigheidsverantwoording zoals opgenomen in de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de financiële rechtmatigheid en is opgesteld in overeenstemming met de kadernota rechtmatigheid en de met de raad gemaakte afspraken. • De gemeente Best maakt in de jaarrekening het structurele saldo zichtbaar en berekent dit op € 0,55 miljoen batig. Het gerealiseerde positieve rekeningsaldo 2024 wordt dan ook vooral door incidentele posten bepaald. • De gemeente Oirschot heeft geen berekening van het structurele saldo opgenomen. Uit het overzicht van incidentele baten en lasten blijkt dat er sprake is van een bedrag van € 18,1 miljoen aan incidentele lasten en € 19,3 miljoen aan incidentele baten. Als dit wordt verrekend met het rekeningsaldo is er sprake van een structureel resultaat van € 1,3 miljoen nadelig. Een nadere analyse naar de structurele doorwerking naar volgende jaren is gelet op deze uitkomst aan te raden. • Bij beide gemeenten is jaarlijks sprake van overheveling van niet bestede budgetten naar het volgende jaar.

In Best betrof dit in de jaarrekening 2024 • € 7,3 (in 2023 € 6,1 miljoen en in 2022 € 7,1 miljoen). In Oirschot betrof dit in de jaarrekening 2024 € 1,5 miljoen (in 2023 € 2,2 miljoen en in 2022 € 0,9 miljoen). • De gemeente Best heeft het bedrag dat in 2024 overgeheveld zou worden, niet toegevoegd aan de algemene reserve. Dit betekent dat dit incidentele voordeel nu

48

Herindelingsscan Best en Oirschot

onderdeel is van het rekeningresultaat van € 10 miljoen. De gemeente Oirschot heeft het bedrag in 2024 wel toegevoegd aan de bestemmingsreserve voor nog uit te voeren werkzaamheden. Hierdoor is dit voordeel van niet gebruikte budgetten in 2024 bij Oirschot niet zichtbaar in het rekeningresultaat Best Het positieve jaarresultaat is vooral veroorzaakt door incidentele posten, vooral lagere uitgaven voor opvang ontheemden en de niet in 2024 besteden gelden renovatie zwembad het ZIB. Bij jeugdzorg is sprake van een nadeel van € 1,2 miljoen ten opzichte van het geraamde uitgavenbudget. Het nadeel op grondexploitaties ad € 1,6 miljoen is al in 2024 ten laste van de risicoreserve grondexploitaties gebracht en heeft daardoor geen invloed op het rekeningsaldo. Voorafgaand aan het opstellen van de jaarstukken vindt de risico-inventarisatie van de grondexploitatie plaats. Daaruit kwam naar voren dat er 2024 een negatieve aanpassing van het benodigde weerstandsvermogen per 31 december 2024 voor de grondexploitaties met € 0,76 miljoen nodig was. De toevoeging aan de risicoreserve heeft ook in 2024 plaatsgevonden ten laste van de algemene vrije reserve. Bij de gemeente Best is in 2024 sprake van relatief grote bedragen aan onttrekkingen uit de reserves.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16594006/1