25066.07a - Beantwoording technische vragen A. van den Akker (Best Open) over Nota van uitgangspunten
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Vragen: U kunt uw vraag mailen naar raadsgriffie@gembest.nl * Naam + politieke partij Raadsvoorstel/onderwerp Vragen en antwoorden:
Anton van den Akker Best Open 25066 Nota van uitgangspunten Steegsche Velden West
Dorpsplein 2 Postbus 50 5680 AB Best T: 0499 360 375 raadsgriffie@gembest.nl www.gemeentebest.nl
Vraag 1:
Waarom wordt er nu gestreefd naar 1000 woningen gezien in eerdere stadia het aantal altijd lag op maximaal 750 woningen? Zowel in het participatie traject als in andere media over het betreffende project, werd er enkel de 750 woningen benoemd.
Antwoord 1:
Vanwege de verschillende signalen over het aantal te realiseren woningen in het participatietraject en het niet toekennen van de WOKT-subsidie hebben we een aanpassing gemaakt in het benoemen van aantal te realiseren woningen in het gebied. In de nu voorliggende Nota van Uitgangspunten is een minimumaantal te realiseren woningen van 500 opgenomen. We streven uiteindelijk naar een wijk die in balans is. Daarbij is niet alleen het aantal woningen belangrijk maar spelen ook ontsluiting, parkeermogelijkheden, groen, water, gezondheid en veiligheid een rol die de nodige aandacht verdienen.
Vraag 2:
Wat is het minimale aantal woningen dat nodig is in de verhouding twee derde sociale koop en twee derde sociale huur, zodat er voldaan wordt aan het totale aantal sociale woningen binnen de woningdeal? Rekening houdende met al bekende projecten als de Boomgaard, stationsgebied en andere inbreidingen binnen de gemeente Best?
Antwoord 2:
In de Woondeal ZOB 2023 is tussen Rijk, provincie en regio(gemeenten) overeengekomen dat in de nieuwbouw 2/3 betaalbaar gerealiseerd wordt en daarvan minimaal 30% sociale huur. Of je dat per project doet over overall over de woningbouwopgave is aan de gemeente. Hoe kleiner een plan hoe lastiger is om deze differentiatie te realiseren. Onze lokale woningcorporaties willen niet meer deelnemen in plannen met minder dan 10 sociale huurwoningen. Bij grotere plannen, zoals Stationsgebied, Boomgaard en Steegsche Velden West is deze differentiatie en het aandeel sociale huurwoningen wel haalbaar. Zowel in het plan Stationsgebied als bij Boomgaard wordt 30% van de woningen sociale huur gerealiseerd. Omdat we bij een aantal projecten in de nieuwbouw onder de 30% sociale huurwoningen blijven is voor Steegsche Velden West uitgegaan dat het aandeel sociale huurwoningen minimaal 35% moet zijn. Uitgaande van tenminste 500 woningen en 35% sociale huur kunnen we over de looptijd van de Woondeal overall in de richting van 30% sociale huur in de nieuwbouw komen.
Vraag 3:
In de presentatie van 24 november wordt benoemd “sluit aan bij dorp van formaat, circa 30Won/Ha”. In de beantwoording op voorafgaande vragen van deze presentatie zoals schriftelijk gesteld door D66 benoemt men het volgende: Met een woningaantal van 750-1000 woningen in dit gebied wordt hier een dichtheid van 20-27 woningen per hectare gerealiseerd. Dit ligt tussen een dorps/landelijk (20 won/ha) of groenstedelijk (30 won/ha). Waarom wijkt men af in de beantwoording ter vergelijking met de presentatie van 24 november?
Antwoord 3:
Zoals in de eerdere beantwoording aan D66 is aangegeven streven we ernaar dat Steegsche Velden West een buurt wordt die aansluit bij het karakter van Best: een dorp van formaat. Dit ligt tussen een dorps/landelijk (20 won/ha) of groenstedelijk (30 won/ha) woonmilieu in (hoog stedelijke woonmilieus hebben meer dan 80 won/ha, stedelijke woonmilieus ongeveer 50 won/ha). Hiermee creëren we een groen en ‘stadsdorps’ woonmilieu, met een variatie van lagere en hogere gebouwen en een rustige, groene sfeer. In antwoord 1 is aangegeven dat we een aanpassing aangebracht hebben in het aantal te realiseren woningen in het gebied.
Vraag 4:
Er is aangegeven dat men inzet op hoogte accenten tot maximaal 8 verdiepingen centraal in het plan. Als het aantal woningen op 750 komt te liggen, zijn dit soort hoogtes dan nog noodzakelijk voor een vergelijkbaar geheel?
Antwoord 4:
Er zijn vier hoofduitgangspunten benoemt in de voorliggende Nota van Uitgangspunten (NvU) Steegsche Velden West. Door een goede balans tussen deze hoofduitgangspunten te realiseren in het plan tussen bijvoorbeeld groen en wonen kan het zijn dat er hoogte accenten mogelijk worden gemaakt tot maximaal 8 verdiepingen. Dat betekent namelijk dat er elders ruimte ontstaat voor de realisatie van o.a. groen. Bovendien kan het zo zijn dat het hoogteaccent, indien juist geplaats een afschermende werking heeft voor het geluid in het gebied dat afkomstig is van het spoor of de Ringweg. Dat komt dan ten goede van de gezondheid.
Vraag 5:
De ringweg heeft momenteel reeds al klachten gehad vanuit de woonwijk Salderes. Dit is destijds onderzocht. Ook werd er op de website Doe Mee van gemeente Best in de enquête aangegeven dat men nadacht over het verdiepen van de ringweg. Dit zou geluidshindering aan beide zijden kunnen voorkomen/verminderen. Kan dit wel consequenties hebben voor de ontwikkelaars mocht dit door gemeente Best niet te financieren zijn?
Antwoord 5:
Wij zijn wettelijk verplicht om kosten te verhalen op de initiatiefnemers. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het verhalen van de kosten die wij hebben om de plannen te beoordelen die 1
Beantwoording technische vragen door initiatiefnemers toegezonden worden. Verder vragen wij een bijdrage aan de initiatiefnemers voor de benodigde investeringen in de openbare ruimte die samenhangen met de groei van de gemeente Best. Echter kunnen wij niet verlangen dat de initiatiefnemers de volledige kosten voor haar rekening neemt voor de aanpassing van bijvoorbeeld de Ringweg ter plaatse omdat die maatregelen niet alleen door de nieuwe ontwikkeling van Steegsche Velden West ontstaan zijn. Daarom werken we de haalbaarheid van infrastructuur- en mobiliteitsmaatregelen verder uit in de regionale samenwerking onder Brainport en Beethoven en zetten we in op financiële steun van Provincie en Rijk.
Vraag 6:
Is de ontwikkelaar verplicht om een MFA binnen het plan te realiseren?
Antwoord 6:
In Steegsche Velden West moet volgens de NvU een multifunctioneel gebouw komen met een basisschool, kinderdagverblijf en sportzaal (groot en hoog genoeg om sportverenigingen te ontvangen, een plek voor verschillende vormen van sport en beweging, dichtbij huis). In dit multifunctionele gebouw moet ook ruimte zijn voor een buurthuis en zorgfuncties zoals een huisarts en eventueel andere zorgaanbieders (zoals fysiotherapeut of tandarts). Zo is er zorg dichtbij en toegankelijk.
Vraag 7:
Op de kaart van Steegsche velden west en noord (zie onder andere het huidig beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan) is zichtbaar dat de Steegsche velden Oost voorzien was tussen de Hokkelstraat en de Liempdseweg. Op de kaart van Steegsche velden West, is het stuk grond dat binnen dit beeld kwaliteitsplan lag van Oost nu betrokken bij West. Vervalt het beeldkwaliteitsplan en bestemmingsplan dat er al ligt voor dit deel tussen de Hokkelstraat en de tuinen van de Bomenbeemd? Zie tevens de bijlage voor een toelichting.
Antwoord 7:
Er moet een goede aansluiting komen met de opzet en bebouwing van Steegsche Velden Oost/Noord. Het is daarom nodig om een verkavelingsopzet en beeldkwaliteitsplan op te stellen om de (ruimtelijke) kwaliteit te waarborgen. Dit moet aansluiten op de principes uit het Beeldkwaliteitsplan Steegsche Velden Oost. Met variatie, verspringende rooilijnen en kappen, niet te lange rijen en goede hoekaccenten. Dit soort principes kunnen ook bij hogere gebouwen worden gehanteerd. Ook in de inrichting van de openbare ruimte wordt aansluiting op Steegsche Velden Oost gezocht. Het bestaande beeldkwaliteit plan en tijdelijke omgevingsplan (voormalig bestemmingsplan) komt voor dit specifieke gebied te vervallen en wordt vervangen.
Vraag 8:
In het huidige beeld kwaliteitsplan van de Steegsche Velden wordt vereist dat de woningen een schuin (Zadel) dak hebben. Komt er een nieuw beeldkwaliteitsplan voor dit geheel of zijn zaken zoals de schuine kap ook te benomen in het nota van uitgangspunten?
Antwoord 8:
Zie antwoord 7.
Vraag 9:
Wordt er in de nota aandacht besteed aan een mogelijke zonlichtstudie als er hoogbouw plaats gaat vinden? Dit i.v.m. slagschaduw op naastgelegen bebouwing? Of behoort dit toe tot een later stadium?
Antwoord 9:
Na het vaststellen van deze Nota van Uitgangspunten kan een initiatiefnemer aan de slag met het uitwerken van het plan voor Steegsche Velden West. Er zal eerst een gebiedsvisie/stedenbouwkundig plan worden opgesteld. Hierin wordt het programma en de ruimtelijke opzet van Steegsche Velden West uitgewerkt zoals het woningbouwprogramma, voorzieningen, verkaveling, verkeers-, water- en groenstructuren en parkeeroplossing. In deze fase wordt ook een beeldkwaliteitplan opgesteld voor de bebouwing en openbare ruimte. Als er aanleiding toe is zal in deze fase eventueel een zonlichtstudie plaatsvinden.
Vraag 10:
U geeft aan zoveel mogelijk oorspronkelijke begroeiing te willen handhaven/herstellen, is dit ook bedoeld met het deel dat nu gekenmerkt wordt onder punt 1 als belangrijk landschapselement? Er zit veel flora en fauna in dit geheel (conform bewoners ook Dassen) en indien doorgetrokken richting de Hokkelstraat geeft dit hier meer ruimte voor de ontwikkeling van het flora en fauna aldaar.
Antwoord 10:
Het gebied bevat twee aangewezen ‘landschapselementen’ (zie kaart op pagina 19 van de Nota): de bomenrij (houtwal), die vanaf de Krimpweg (al eeuwenlang) haaks het plangebied in loopt, en het driehoekige bosje aan de Spoorweglaan. Die moeten behouden blijven.
Vraag 11:
Er schijnt een voorpootrecht op de krimpweg te liggen. Dit betekent o.a. dat de eigenaar van dit recht de bomen mag rooien indien gewenst. Tot wie behoort dit voorpootrecht als dit correct is, en wat betekend dit voor de bomen langs de Krimpweg?
Antwoord 11:
et voorpootrecht houdt in dat grondbezitters het recht hebben om in eigen bezit bomen te planten en te rooien op een stuk grond vóór het eigen perceel. Doorgaans betreft dit de berm van een weg die langs het perceel loopt.Wat dit verder betekent voor de bomenrij aan de Krimpweg is nu niet bekend. In de NvU staat wel aangegeven dat de bomenlaan aan o.a. de Krimpweg een belangrijke groene structuur in het gebied is. Deze groenstructuur moet de initiatiefnemer zoveel mogelijk behouden bij de ontwikkeling van Steegsche Velden West.
Vraag 12:
De huidige maatstaf voor nieuwbouwwijken is 8m2 openbaar groen per gerealiseerde woning. Speeltuinen zijn hier ook een onderdeel van (3%). Het advies dat men geeft in de nota ruimte is een richtgetal van 75m2 per woning. Dit is uiteraard een richtgetal en velen malen hoger. Waarop is de 8m2 per woning gebaseerd, welke in verhouding slechts circa 10% van het advies in de nota ruimte is?
Antwoord 12:
De afspraak vanuit het Verstedelijkingsakkoord voor 8m² nieuw toe te voegen groen per nieuwe woning is primair bedoeld voor de inbreiding in bebouwde kom waarbij in de bestaande wijken 2
Beantwoording technische vragen (als het goed is) ook groen aanwezig is. Hier gaat het om een uitbreidingslocatie en heeft de minimaal te realiseren 8m² geen betekenis. Er dient bij de ontwikkeling om het gebied gezond en leefbaar te krijgen namelijk rekening gehouden te worden met ook de realisatie van bijvoorbeeld een park en zodoende zal er een hoger percentage groen per woning gerealiseerd worden.
Vraag 13:
In de 3-30-300 regel hebben we het over 3 bomen zichtbaar per woning, 30% van de wijk bedekt met schaduw door boomkruinen en 300mtr maximaal van een groengebied. Bedoeld u met deze regel dat men aan alle 3 de regels moet voldoen?
Antwoord 13:
Uitgangspunt is dat Steegsche Velden West een groene buurt, met groen in de straten en tussen de gebouwen wordt. Bij de inrichting is de ambitie om het 3-30-300-principe te hanteren: vanuit ieder huis zicht op drie bomen (3), in de buurt een bladerdek van minimaal dertig procent (30) en op hooguit driehonderd meter van elke woning een park met bomen (300).
Vraag 14:
Kunt u aangeven of 30% van de nieuwe wijk met schaduw door boomkruinen realiseerbaar is, als twee derde voornamelijk ingezet wordt op appartementen?
Antwoord 14:
Nee, dat kunnen wij (nog) niet aangeven. Zoals in antwoord 7 te lezen valt kan na het vaststellen van deze Nota van Uitgangspunten gewerkt worden aan de verdere uitwerking van de plannen en zal duidelijk worden hoe een haalbaar plan er uit kan zien.
Meer vragen over hetzelfde onderwerp? Voeg dan rijen toe met de tab-toets.
*Als u de vragen donderdag na de beeldvormende sessie vóór 12.00 uur mailt, beantwoordt het college uw vragen uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie.
Artikel uit 1e Wijziging Reglement van Orde gemeenteraad 2023: Artikel 3.35 – Technische vragen Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of geagendeerd raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden en de uitleg daarvan of over de feitelijke gevolgen van een besluit. 2. Technische vragen worden ingediend bij de griffie. 3. Technische vragen over geagendeerde raadsvoorstellen die zijn ingediend bij de griffie uiterlijk donderdag vóór 12.00 uur na de beeldvormende sessie, worden door het college uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie vóór 12.00 uur beantwoord. De antwoorden van het college worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst bij het agendapunt van de desbetreffende sessie. 4. Bij technische vragen over een onderwerp spant het college zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 7 dagen na ontvangst van de vraag, te beantwoorden. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst. 1.
3