CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

25057.03 - Bijlage Ontwerp BOPA

Raadsavond 8 december 2025, gemeente BestBij agendapunt: 25057 - Bindend advies BOPA: infrastructurele maatregelen Ringweg/Erica (ASML)16.523 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bij het voornemen is sprake van een combinatie van onderling samenhangende handelingen waarvan één of enkele afzonderlijk een negatief effect hebben op het NNB, maar waarvan de gecombineerde uitvoering leidt tot een verbetering van de kwaliteit of kwantiteit van het NNB als geheel. Dit komt in het voornemen tot uiting door ruimtebeslag in bestaand NNB enerzijds, en compensatie door realisatie van de EVZ Ekkersrijt en nieuw NNB anderzijds. Door de gecombineerde uitvoering van onderling samenhangende plannen/handelingen is netto sprake van een verbetering van de kwaliteit en kwantiteit als geheel. •

•

•

•

Voor het aan te tasten NNB is voorliggend toetsingsrapport opgesteld. Daarbij wordt de compensatie-opgave verwerkt in een inrichtingsplan voor de EVZ Ekkersrijt. De resterende opgave wordt vertaald naar inrichting van percelen in de nabijheid van het plangebied, gericht op versterking van de actuele en potentiële waarden van het NNB. Door de gekozen locaties van compensatie en de daarbij passende inrichting blijft het NNB zoveel mogelijk aaneengesloten en draagt uitbreiden van bestaande NNB bij het functioneren van de natuur netwerk. De inrichting van de compensatielocaties streeft naar behoud -en waar mogelijk versterking- van de biotopen van de soorten die momenteel in het gebied functioneel leefgebied hebben. Daarmee ontstaat een herschikking van functies die per saldo leiden tot tenminste gelijkblijvende ecologische functionaliteit. Het plan wordt landschappelijk ingepast in de omgeving. Voor de landschappelijke inpassing wordt separaat een uitgangspuntendocument opgesteld waarin de landschap en landschapsecologie voor de buitenruimte richtinggevend zijn voor de uitwerking van Voorlopig Ontwerp naar Definitief Ontwerp van het stedebouwkundig plan (VOSP naar DOSP). Ten behoeve van de compensatie-opgave wordt het gebied deels open, deels door aanplant van bos ingericht.

Een belangrijk deel van de compensatie-opgave wordt gerealiseerd in de inrichting van de westelijke oever van de Ekkersrijt als EVZ.

34

Indirecte effecten op de NNB : wegenstructuur Het gebruik van de nieuwe weg door gemotoriseerd verkeer leidt tot een toename van geluid en uitstraling van licht in de NNB en het buitengebied. Wat verstoring door geluid betreft kan - aldus Antea Group in haar rapportage van 23 oktober 2025 (bijlage 6) - dit op deze locatie niet als relevante storingsfactor worden gezien. Een verdere (beperkte) verhoging van de geluidsverstoring als gevolg van het gebruik van de nieuwe weginfrastructuur leidt in ecologische zin niet tot een wezenlijk aanvullend negatief effect. De gevolgen van geluidsverstoring door wegverkeer kunnen verder buiten beschouwing worden gelaten. Wat verstoring door licht betreft kan worden vastgesteld dat op en in de nabijheid van de locatie sprake is van druk bereden snelwegen van de A58 en A2/N2, en lokale ontsluitingswegen vanuit bestaand industrieterrein (DGC Acht, Westfields) die in de avond en nacht lichtuitstraling geven vanwege het autoverkeer en wegverlichting. Er is dus geen sprake van een donker gebied. Het gebruik van de nieuwe Dirk Noordhoflaan zal wel leiden tot een lokale toename van lichtverstoring in de nieuw doorsneden delen van het NNB. Dit geldt met name voor kruisingen met het Beatrixkanaal. Vanwege het reeds gedeeltelijk verlichte karakter van het huidige NNB zal het effect van de nieuwe lichtbronnen beperkt zijn.

Het effect kan worden beperkt door de aanplant van struweel in de aangrenzende bosrand. Een dergelijk aanplant is onderdeel van de gemeentelijke plannen voor landschappelijke inpassing van de weg. Relatie met voorliggende ontwikkeling : soortenbescherming Om een indruk te verkrijgen van de (mogelijk) aanwezige beschermde planten- en diersoorten binnen het onderzoeksgebied heeft Antea Group een ecologische beoordeling uitgevoerd, zoals opgenomen in de rapportage “Ecologisch nader onderzoek ASML Infrastructuur, Nader onderzoek naar het voor komen van beschermde soorten, d.d. 20 oktober 2025, hier als bijlage 7 is opgenomen. In onderstaande afbeelding is het voor deze BOPA relevante onderzoekgebied opgenomen :

afbeelding : onderzoeksgebied noord 35

Het onderzoeksgebied is nadrukkelijk groter genomen dan het plangebied om zo zicht te krijgen op soorten die mogelijk niet in het plangebied verblijven, maar wel een essentieel deel van hun leefgebied in het plangebied hebben. Een inschatting van de zone rondom de inrichting is 75 meter, gebaseerd op de verstoringsafstand tot jaarrond beschermde nesten. Dit betekent niet dat het (wel of niet) voorkomen van alle soorten in het onderzoeksgebied vlakdekkend in beeld is gebracht. Bij het bepalen van benodigde vervolgonderzoeken en de effectbepaling van het voornemen wordt ervanuit gegaan dat aanwezige natuurwaarden binnen het plangebied allemaal verloren gaan. Dit is een worst case benadering, waarbij op basis van de uiteindelijk gevonden beschermde soorten de plannen zoveel mogelijk worden aangepast om effecten op beschermde soorten te voorkomen. De uiteindelijke effectbepaling met een inschatting van de vergunningplicht wordt daarna gemaakt. Het onderzoek leidde tot onderstaande vervolgstappen :

36

Geconcludeerd wordt door Antea Group : In Tabel 4.1 is aangegeven dat schadelijke handelingen van artikel 11,37, 11.46 en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) voor een aantal soorten niet kan worden voorkomen. Voor deze schadelijke handelingen is een omgevingsvergunning flora- en fauna- activiteit noodzakelijk. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag wordt een activiteitenplan opgesteld waarin wordt omschreven hoe effecten gemitigeerd en/of gecompenseerd worden. Aangezien het met name redelijk algemeen voorkomende soorten betreft worden er geen belemmeringen gezien in de vergunbaarheid. Derhalve staat het aspect ecologie soortbescherming de uitvoerbaarheid van het planologisch ruimtelijk besluit niet in de weg. Voor de zeldzamere of moeilijker te compenseren vogels met jaarrond beschermde nesten (buizerd en wespendief) en de winterverblijfplaats gewone dwergvleermuis zijn randvoorwaarden voor de uitvoering van het planvoornemen opgenomen om belemmeringen in de vergunbaarheid te voorkomen. Geadviseerd wordt om tijdig te starten met het opstellen van een activiteitenplan. De reguliere vergunningsprocedure heeft een doorlooptijd van 8 weken (exclusief 6 weken ter inzage). Het bevoegd gezag kan echter ook oordelen dat het gaat om wezenlijke milieueffecten. In dat geval is niet de reguliere maar de uitgebreide procedure van toepassing.

Deze heeft een termijn van 6 maanden. Veel mitigerende maatregelen hebben betrekking op specifieke periode waarin werkzaamheden al dan niet uitgevoerd kunnen worden. Ook kan er sprake zijn van een gewenningsperiode ten aanzien van compenserende maatregelen. Dit houdt in dat de compenserende maatregelen een bepaalde tijd aanwezig moeten zijn voordat gestart mag worden met de werkzaamheden. Dit kan grote invloed hebben op de uitvoeringsplanning. Ook daarom is het aan te bevelen om op tijd te starten met het opstellen van het Activiteitenplan. Voor de uitvoering van het planvoornemen dient aanvullend een ecologisch werkprotocol te worden opgesteld. In een ecologisch werkprotocol staat omschreven welke maatregelen getroffen worden om effecten op de beschermde soorten te voorkomen, in lijn met het activiteitenplan. Ook staat erin hoe te handelen als deze effecten toch optreden.

Deze vervolgstappen zullen met inachtneming van geldende regelgeving worden uitgevoerd voordat planinvulling plaatsvindt dan wel onderdeel zijn van verdere invulling van de locatie. Uitgangspunt conform vaste jurisprudentie van de Raad van State is dat het soortenbeschermingsregime (in de Wnb) aan de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg staat : 11.2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 25 april 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1386, onder 5.1), komen de vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling dan wel een ontheffing op grond van het soortenbeschermingsregime in de Wnb nodig is en, zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wnb. Dat doet niet af aan het uitgangspunt dat de raad het plan niet heeft mogen vaststellen indien en voor zover hij op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het soortenbeschermingsregime in de Wnb aan de uitvoering van het plan in de weg staat.

In het kader van de uitvoerbaarheid van ook een omgevingsplan en / of een BOPA moet dus voldoende aannemelijk zijn, dat eventueel benodigde vergunningen voor effecten op leefgebieden verleend kunnen worden. De voorwaarden voor dergelijke vergunningen zijn (relatief) eenvoudig te realiseren. Door Antea Group wordt aangegeven dat een eventueel benodigde omgevingsvergunning kan worden verleend indien er geen andere bevredigende oplossing is (alternatievenafweging), sprake is van een geldig wettelijk belang conform Habitatrichtlijn en er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de 37

betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Op grond van het vorenstaande en het vaststaande belang bij de mogelijkheid om te komen tot een tweede ASML bedrijfscampus - waartoe de in deze BOPA aan de orde zijnde uitbreiding van de wegenstructuur essentieel is - kan worden geconcludeerd dat het aspect soortenbescherming de totstandkoming en uitvoerbaarheid van deze BOPA niet in de weg staat. Conclusie Vanuit het aspect “natuur” is er zowel in het kader van het “TAM-omgevingsplan BIC Noord ASML en wegenstructuur” alsook in het kader van onderhavige BOPA sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.9

Duurzaamheid, klimaat adaptatie, energietransitie

Het aspect “Duurzaamheid, klimaat adaptatie, energietransitie” is besproken in het “TAMomgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” en behoeft in het kader van deze BOPA geen nadere duiding. Conclusie Vanuit “Duurzaamheid, klimaat adaptatie, energietransitie” is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.10

Groen

Het aspect “Groen” is besproken in het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” en behoeft - behoudens onderstaand - in het kader van deze BOPA geen nadere duiding in aanvulling op de beschouwingen terzake “Natuur”. In de rapportage “Natuurtoets gebiedsbescherming in Project ASML BIC Noord” d.d. 23 oktober 2025 van Antea Group (hier bijlage 6), wordt ten aanzien van ten behoeve van de wegenmaatregelen te kappen bomen c.q. bos buiten de NNB het navolgende vermeld : 2.5.2 Houtopstanden buiten NNB Naast de aantasting van NNB-bos is er ook sprake van een areaal ruimtebeslag (bij verbreding van bestaande infrastructuur) in bossen die niet vallen onder het NNB. Dit verlies aan houtopstanden dient afzonderlijk te worden gecompenseerd. De compensatie is voor een substantieel deel voorzien in de overcompensatie van de houtopstanden zoals benoemd bij de compensatie van NNB-bos. De mate waarin de totale compensatie voldoet aan de compensatieverplichting, kan pas worden bepaald na vaststelling van de feitelijke oppervlakte te kappen bos. Deze exacte oppervlakte wordt vastgesteld na gedetailleerde uitwerking van het ontwerp in een uitvoeringsontwerp. Daarbij inbegrepen de inrichting van de gronden voor natuurcompensatie.

38

4.11

Bodem

De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem, door in onderlinge samenhang : • beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • evenwichtig toedeling van functies aan locaties, rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen. Het Rijk stelt instructieregels aan gemeenten voor het toelaten van een bouwactiviteit op een bodemgevoelige locatie. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur, wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. De gemeente stelt de waarde voor de toelaatbare kwaliteit van de bodem vast. Deze waarde mag niet hoger zijn dan het blootstellingsniveau van het maximaal toelaatbaar risico voor de mens zoals opgenomen in bijlage VA van het Bkl. Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Dit kan betekenen dat een onderzoek moet worden verricht naar de bodem- en grondwaterkwaliteit. Relatie met voorliggende ontwikkeling Door de gemeente Eindhoven is gezorgd voor een onderzoek naar de gesteldheid van bodem en grondwater.

Dit is opgenomen in de rapportage van Antea Group “Historisch bodemonderzoek” d.d. 21 oktober 2025, hier opgenomen als bijlage 8. De uitkomst van dit onderzoek is dat op verschillende delen van de locatie sprake is van vervuiling van de bodem waar in het kader van de gronduitgifte c.q. vergunningverlening aandacht aan moet worden besteed, e.e.a. zoals in voormelde rapportage beschreven. Antea geeft aan : Naar aanleiding van de resultaten van het bodemonderzoek kan worden vastgesteld of en waar (sanerende) maatregelen benodigd zijn. Op basis van de beschikbare stukken die in het historisch bodemonderzoek zijn ingezien blijkt dat binnen de ontwikkellocatie mogelijk diverse verontreinigingen met zware metalen, PAK, PCB en/of asbest aanwezig zijn. Aangezien deze verontreinigingen met eenvoudige saneringsmaatregelen te verwijderen zijn dan wel middels het aanbrengen van leeflagen geïsoleerd kunnen worden, hebben deze verontreinigingen geen negatieve invloed op de voorgenomen ontwikkelingen tot bedrijventerrein, natuur dan wel de wegenstructuur. De verontreinigingen vormen daarmee geen belemmering voor de te nemen ruimtelijke besluiten.

De aard en/of omvang van deze verontreiniging is aldus niet dusdanig dat hierdoor de realisatie van de ontwikkeling zou worden belemmerd of onmogelijk zou worden. In het kader van de te verlenen vergunning voor de wegaanleg zal - indien en voorzover aan de orde – met inachtneming van de aanbeveling zoals opgenomen in voormelde rapportage van Ante worden bezien of en zo ja welke moeten worden genomen. Conclusie Vanuit “bodem” is er – in het kader van deze eerste fase van de BOPA - sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

39

4.12

Weging Waterbelang

Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. Artikel 5.37 van het Bkl stelt dat in een omgevingsplan rekening wordt gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Naast de specifieke regels als gesteld in paragraaf 5.1.3 Bkl over onderdelen van het watersysteem in het omgevingsplan, worden voor een duiding van de gevolgen voor het beheer van het watersysteem, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Denk bijvoorbeeld aan (instructie)regels uit de provinciale omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Het is aan het bevoegd gezag om te bepalen hoe andere bestuursorganen bij de besluitvorming worden betrokken bij de weging van het waterbelang. Zodoende is de oorspronkelijke watertoets niet langer voorgeschreven en is de gemeente vrij om hier zelf invulling aan te geven. Relatie met voorliggende ontwikkeling Door Antea Group zijn de waterhuishoudkundige aspecten van de aanpassing van de wegenstructuur in beeld gebracht en bezien op welke wijze in een voldoende compensatie kan worden voorzien.

Dit onderzoek is vervat in de rapportage “Wateropgave Infra BICnoord, Bepaling en invulling van de wateropgave”, d.d. 24 september 2025, die hier is opgenomen als bijlage 9.

afbeelding : Deelgebieden waterberging wijziging wegenstructuur (Antea Group, 2025)

40

Het in opdracht van de gemeente Eindhoven opgemaakte rapport bevat - na de eerdere uitwerking van de extra wegenstructuur – de bepaling van de benodigde bergingsopgave voor water (zowel betreffende de toename van verharding als de compensatie van eerdere aangelegde berging die door de nieuwe wegenstructuur komt te vervallen) inclusief de mogelijke ruimtelijke invulling van de bergingsopgave (rekening houdende met de ligging van de gebieden zodat het water ook kan afwateren op de daarvoor bedoelde voorziening). Deze tweede en derde stap zijn in de rapportage en de bijbehorende ontwerptekeningen met dwarsprofielen uitgewerkt. De wateropgave en de voorgenomen invulling hiervan zijn in dit rapport beschreven per deelgebied. Een beschrijving van de compensatieopgave wordt gevolgd door een oplossing per deelgebied. Als conclusie wordt door Antea Group aangegeven : Uit de analyse blijkt dat de wateropgave voor de uitbreiding van de wegenstructuur kan worden ingepast. Het ontwerp voorziet in een totaal verhard oppervlak van ca. 142.000 m². In dit ontwerp wordt een nieuwe bergingscapaciteit van circa 12.145 m³ gerealiseerd. Daarmee wordt in de toekomstige situatie een berging van gemiddeld 85 mm per m² verhard oppervlak bereikt. Hierbij is enkel gekeken naar de verhouding tussen het verhard oppervlak en de bergingscapaciteit.

Dit geeft een vertekend (positief) beeld, omdat hierbij ook waterlopen en bergingen worden gecompenseerd, die voor een groter gebied een compensatie geven dan alleen de hier aangegeven verharding. Op het moment dat de wateropgave en invulling hiervan per deelgebied wordt bekeken blijkt dat niet voor elk deelgebied de invulling toereikend is. In Tabel 3-1 is een overzicht weergegeven van de deelgebieden, wateropgave en de bergingscapaciteit. (…) Bij 4 delen wordt de bepaalde wateropgave (nog) niet volledig ingevuld. Dit zijn: Deelgebieden W02, KW01 (A+B); Deelgebieden W04 en B03.2; Deelgebieden W09, W10 en KW03; Deelgebieden W16, W17, W18 en KW05.

Deze conclusie leidt – na een nadere beschrijving van de 4 delen en de in te vullen resterende wateropgave - tot onderstaande vervolgstappen : Vervolgstappen VO-waterhuishouding Deze rapportage beschrijft de huidige stand van zaken en moet worden gezien als een tussenstap richting het definitieve VO. Voor de uitwerking van het VO moeten nog acties ondernomen worden om de waterhuishouding concreet vorm te geven en in te passen. Zo moeten: • De resultaten van inmetingen verwerkt worden voor het nauwkeurig bepalen van de wateropgave uit de te komen vervallen bergingsvoorzieningen; • De benodigde technische voorzieningen berekend en uitgewerkt worden om de afwaterende oppervlakten op de bergingsvoorzieningen aan te sluiten; • De wijze van en (technische) voorzieningen die nodig zijn om de bergingen tijdig weer beschikbaar te hebben. Denk hierbij aan de benodigde infiltratiecapaciteit en wijze van vertraagde afvoer;

De hiertoe noodzakelijke maatregelen zullen – als onderdeel van de realisatie van de wegenstructuur als hier bedoeld - onder verantwoordelijkheid van de gemeente Eindhoven worden gerealiseerd, zodat verdere publiekrechtelijke borging niet aan de orde is. In het kader van deze BOPA is rekening gehouden met een concrete ruimtereservering naast het aan te leggen asfalt om in de waterberging te kunnen voorzien. Op 16 oktober 2025 is instemming van het waterschap ontvangen voor onderdeel weginfra. Conclusie Vanuit “weging waterbelang” is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 41

4.13

Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder duurzame verstedelijking is onderdeel van de paragraaf over het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (§ 5.1.5 van het Bkl) en is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Relatie met voorliggende ontwikkeling Het aspect “Ladder duurzame verstedelijking”” is beschreven in het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” en behoeft in het kader van deze BOPA, die uitsluitend ziet op aansluitende openbare wegenstructuur geen aanvullende beschouwing. Conclusie Vanuit “Ladder duurzame verstedelijking” is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.14 Archeologie en cultuurhistorie Voorafgaand aan de uitvoering van plannen moet onderzoek worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden om daarmee vervolgens zoveel mogelijk rekening mee te kunnen houden. De essentie hierbij is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Relatie met voorliggende ontwikkeling Cultuurhistorie De locatie van deze BOPA kent geen specifiek te beschermen waarden op het gebied van cultuurhistorie. Archeologie Op de verwachtingenkaart van de gemeente Best ligt de locatie in een zone met een middelhoge verwachting en een zone met een lage verwachting.

42

afbeelding : uitsnede verwachtingenkaart Archeologie gemeente Best

Bureauonderzoek Archeologie Antea Door Antea Group is voor zowel de invulling van de locatie BIC Noord alsook voor de werkzaamheden aan de wegenstructuur in de gemeenten Best, Oirschot en Eindhoven gekomen tot een onderzoek op het onderdeel Archeologie, zoals neergelegd in de rapportage “Bureauonderzoek voor het plangebied BIC Noordwest, gemeenten Eindhoven, Oirschot en Best”, d.d. 20 oktober 2025). Deze rapportage bevat een zevendelig advies (nader geduid op de bijbehorende advieskaart) waarmee bij de uitvoering van werkzaamheden rekening gehouden moet worden. Deze rapportage is hier opgenomen als bijlage 10. Voorzover van toepassing zal bij de uitvoering van werkzaamheden met dit advies rekening worden gehouden. Vigerend omgevingsplan Deze BOPA wijzigt niet de onderliggende bestemmingen, zoals opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen, zodat bij de uitvoering van de werkzaamheden rekening gehouden dient te worden met in het vigerende omgevingsplan opgenomen voorwaarden. In het bestemmingsplan “parkeernormen en archeologie” is voor een deel van de locatie (afrit noordzijde A58) bepalingen opgenomen waarmee rekening gehouden dient te worden.

43

afbeelding : weergave dubbelbestemming Archeologie (Regels op de kaart, 2025)

De in het kader van de uitbreiding van de wegenstructuur relevante regels luiden als volgt : Artikel 7 Waarde - Archeologie 5 (gebied met een middelhoge archeologische verwachting) 7.1 Bestemmingsomschrijving 7.1.1 De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. (…) 7.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.5.1 Verbod Het is verboden op de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 5' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren: 1. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; 2. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd; 3. het ophogen en egaliseren van gronden; 4. het verlagen van het waterpeil; 5. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; 6. het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; 7.

het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; 8. het afplaggen van heide- of natuurgebieden; 9. het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm bedragen;

44

indien de oppervlakte van het werk of de werkzaamheden groter is dan 2.500 m 2. 7.5.2 Uitzonderingen Het in lid 7.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud en/of beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; 2. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan; 3. worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; 4. binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bouwwerk worden uitgevoerd; 5. voor zover het in artikel 7.5.1 onder 1 genoemde werken en werkzaamheden betreft, worden uitgevoerd ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - esdekken agrarisch' en een verstoringsdiepte hebben van minder dan 0,5 m onder maaiveld. 7.5.3 Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning wordt verleend indien is gebleken dat: 1. de in lid 7.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van de archeologische waarden, en 2.

vooraf door de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overlegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein, dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld, waarbij: a. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld, of; b. er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of; c. de archeologische waarden hierdoor niet onevenredig worden geschaad; 3. voor zover de in lid 7.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwplan) monumenten in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

7.5.4 Advies Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 7.5.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een afwijking geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.

De maatregel die wordt uitgevoerd op de gronden die voorzien zijn van deze dubbelbestemming betreft maatregel 1.3 zijnde de toevoeging van een rijstrook aan de uitvoegstrook en aanpassing van de T kruising. Vooralsnog mag worden aangenomen dat de oppervlakte van het werk of de werkzaamheden niet groter is dan 2.500 m2, zodat het verbod van artikel 7.5.2. van het bestemmingsplan “parkeernormen en archeologie” niet van toepassing is. Mocht dit anders blijkt dan is het betreffende artikel onverminderd van toepassing omdat deze BOPA geen wijziging brengt in het bestaande omgevingsplan ter plaatse.

45

afbeelding: verkeersmaatregel 1.3. binnen dubbelbestemming

Conclusie Vanuit “archeologie en cultuurhistorie” is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.15

Kabels en leidingen

De volgende leidingen zijn planologisch relevant : • hoogspanningsverbindingen van 50 kV en hoger; • buisleidingen voor transport van aardgas met een diameter van meer dan 50 mm en een

druk van meer dan 16 bar; • buisleidingen voor transport van aardolieproducten met een diameter van meer dan 70 mm en een druk van meer dan 16 bar; • buisleidingen voor transport van andere stoffen die risico’s met zich meebrengen voor mens en/of leefomgeving wanneer deze beschadigd raken (voor transport van nafta, waterstof, koolstofdioxide, stikstof, zuurstof, ethyleen en propyleen). Relatie met voorliggende ontwikkeling Op de gronden betreffende deze BOPA liggen geen hoofdtransportleidingen en straalpaden die vanuit relevant zijn voor verwerking in deze onderbouwing. Binnen de locatie bevinden zich geen onder- of bovengrondse hoogspanningsleidingen. Ook in de nabijheid ontbreken dergelijke leidingen. Conclusie Vanuit “kabels en leidingen” is sprake van een evenwichtige toedeling van functies. 46

4.16

Niet gesprongen explosieven

In het kader van de ontwikkeling van BIC Noord en de hierbij aan de orde zijnde wijzigingen aan de wegenstructuur is in opdracht van de gemeente Eindhoven door bureau onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van niet gesprongen explosieven. Dit onderzoek heeft geleid tot de rapportage van Antea Group “Onderzoek ontplofbare oorlogsresten conflictperiode” d.d. 21 oktober 2025, waarin zowel uit te geven bedrijfsgronden alsook de gronden betreffende de aanpassing wegenstructuur zijn beschouwd. Uit dit onderzoek blijft dat de gronden waarop binnen de gemeente Best wijzigingen aan de wegenstructuur aan de orde zijn, geen sprake is van verdachte locaties. De rapportage van dit onderzoek is hier opgenomen als bijlage 11.

4.17

M.E.R.-beoordeling

Artikel 16.43 lid 1 onder a Ow, in samenhang met artikel 11.6 Ob en Bijlage V Ob vormt het juridisch kader is voor de vraag of er sprake is van een MER plicht voor de aanpassingen van het bestaande wegennet. Uit Bijlage V Ob, nr. J1, Kolom 2 volgt dat een MER plicht geldt voor: 1. de aanleg van een autosnelweg of autoweg; 2. de aanleg, wijziging of uitbreiding van een nieuwe weg met vier of meer rijstroken die betrekking heeft op een ononderbroken tracélengte van 10 km of meer; en 3. de aanleg, wijziging of uitbreiding van een nieuwe weg met twee rijstroken of minder tot een weg met vier of meer rijstroken die betrekking heeft op een ononderbroken tracélengte van 10 km of meer. Aangezien er geen sprake is van de bovengenoemde gevallen, geldt er geen MER plicht voor het gehele project. Uit Bijlage V Ob, nr. J1, Kolom 3 (in samenhang met artikel 16.43 lid 1 onder b Ow) volgt evenwel dat voor alle andere aanleggingen, wijzigingen of uitbreidingen van een weg er sprake is van een MER-beoordelingsplicht. Het aspect “MER beoordeling”” is voor wat betreft de ontwikkeling van BIC Noord en de aanpassing wegenstructuur beschreven in het kader van het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur”. De MER beoordeling, neergelegd in het document “Aanvulling MER, BIC Noord, inclusief wegenstructuur” d.d. 23 oktober 2025, is hier opgenomen als bijlage 12.

Als conclusie wordt door Antea aangegeven : De ontwikkeling van BIC Noord en bijbehorende wegenstructuur is een ontwikkeling met (licht) negatieve effecten op verschillende onderwerpen. Om deze reden is in 2015 een mer-procedure doorlopen om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig een plek te geven. Die mer-procedure biedt de juridische grondslag voor alle bestemmingsplan- dan wel omgevingsplanwijzigingen die in het Brainport Park opgesteld zijn. Zo ook voor de ontwikkeling van BIC Noord. Deze aanvulling voorziet in een toets of de effecten die optreden als gevolg van BIC Noord afdoende beschreven zijn in het MER. Voor alle onderdelen van het beoordelingskader kan

47

geconcludeerd worden dat de effecten van BIC Noord vallen binnen de bandbreedte van effecten die in het MER (2015) beschreven zijn.

Bovenstaande conclusie betekent niet dat er geen negatieve effecten optreden. Per thema worden door Antea Group de relevante effecten beschreven en de hierbij van toepassing zijnde mitigerende/compenserende maatregelen. Verwezen wordt naar bijlage 12. Conclusie Gelet op de kenmerken van de ontwikkeling en de kenmerken van de potentiële effecten, zijn er geen belangrijke negatieve milieugevolgen te verwachten. Het opstellen van een milieueffectrapport is niet nodig, zodat ook op het onderdeel “MER beoordeling” sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.18

Gezondheid

Conform artikel 1.3 sub a Ow is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Ow. De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Ow bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid, geur, trillingen, kwaliteit van de buitenlucht en bodem. Daarnaast kan het gemeentelijk beleid ten aanzien van duurzaamheid en/of gezond in het omgevingsplan zijn vastgelegd in de vorm van omgevingswaarden. Relatie met voorliggende ontwikkeling Uit de toetsing op afzonderlijke relevante thema’s in het omgevingsplan BIC Noord - ASML blijkt dat er sprake is van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit is ten aanzien van de in deze BOPA aan de orde zijnde wegenstructuur op grond van de toetsing van de hierbij relevante thema’s niet anders. Conclusie Vanuit “gezondheid” is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

48

5

UITVOERBAARHEID

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Financieel economische haalbaarheid Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd, behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt. Ten eerste zal worden beoordeeld of een ontwikkeling binnen een redelijke termijn uitvoerbaar is, gelet op de aard en omvang van de voorziene ontwikkeling en het gebied waar deze ontwikkeling is voorzien. Ten tweede zal worden beoordeeld of deze ontwikkeling binnen die redelijke termijn financieel haalbaar is, en zo ja, hoe dit inzichtelijk is gemaakt. Relatie met voorliggende ontwikkeling Tussen ASML en de gemeente Eindhoven zijn anterieure afspraken gemaakt in het kader van de totstandkoming van het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” en de opvolgende gronduitgifte, vergunningverlening en realisatie van de ASML campus op BIC. In aanvulling hierop worden contractuele afspraken gemaakt met de gemeenten Best en Oirschot alsmede RWS op basis waarvan de twee “verkeers”BOPA’s tot stand kunnen komen, tot vergunningverlening kan worden gekomen voor wegenstructuur en vervolgens de realisatie hiervan mogelijk is. Conclusie De financieel economische haalbaarheid van de activiteit zal op basis van anterieure afspraken voldoende worden geborgd.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie Artikel 7.4 Or bevat aanvraagvereisten over participatie. Het aanvraagvereiste participatie geldt voor alle omgevingsvergunningen, en dus ook voor de BOPA. Artikel 7.4 Or schrijft voor dat aangegeven moet worden of derden bij de voorbereiding van de aanvraag zijn betrokken en – als dat het geval is – hoe zij zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. Artikel 7.4 Or gaat ervan uit dat participatie niet verplicht is voor omgevingsplanactiviteiten. Voor de BOPA geldt het uitgangspunt dat alleen aangegeven hoeft te worden óf participatie heeft plaatsgevonden. Dit is anders als de raad bepaalt dat voor bepaalde activiteiten participatie verplicht moet plaatsvinden. Gemeentelijk beleid Door de gemeenteraad van de gemeente Best is vastgesteld op 7 juli 2022 het document “Omgevingswet: lijst aangewezen gevallen van activiteiten voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten met verplichte participatie 2022”, met hierin : 49

Artikel 2 Lijst aangewezen gevallen van activiteiten 1. het toevoegen of bouwen van 1 of meer woning(en); 2. het bouwen of uitbreiden van een bijbehorend bouwwerk voor zover dit bestaat uit: a. het vergroten van een woning; b. het vergroten van een ander dan onder lid a genoemd hoofdgebouw; 3. het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in een hogere categorie dan het (tijdelijk) omgevingsplan toestaat; 4. het oprichten, veranderen of uitbreiden van bedrijvigheid in het landelijk gebied; 5. het oprichten van een antenne-installatie vanaf een hoogte van 15 meter; 6. een functiewijziging van meer dan 100 m² gebruiksoppervlakte, voor bedrijventerreinen geldt meer dan 200 m2 gebruiksoppervlakte; 7. het tijdelijk gebruiken van gronden of bouwwerken, met uitzondering van het tijdelijk gebruiken en / of plaatsen van een woonkeet / woonunit / stacaravan of het tijdelijk gebruiken van een bijgebouw voor bewoning bij het (ver)(her)bouwen van een woning voor een termijn van maximaal 2 jaar; 8. het realiseren van grootschalige maatschappelijke voorzieningen en sportinfrastructuur projecten ten behoeve van intensieve recreatie; 9. het aanleggen / bouwen van grootschalige infrastructurele (kunst)werken; 10.

het realiseren van minimaal 1 windmolen vanaf een hoogte van 15 meter, het realiseren van zonneparken of -weides en het opwekken en/of de opslag van andere vormen van energie (zoals buurtbatterij, biomassa-installatie en waterstof), met uitzondering van individuele energieopwekking voor eigen gebruik in of direct aansluitend aan het achtererfgebied mits landschappelijk ingepast.

Zodat kan worden geconcludeerd dat formeel gezien participatie aan de orde is (sub 6.) Relatie met voorliggende ontwikkeling In 2024 heeft ASML met de gemeente Eindhoven afspraken gemaakt over een mogelijke nieuwe campus op BIC Noord. Deze afspraken zijn dit voorjaar verder uitgewerkt in een voorlopig ontwerp : het Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (VOSP). Na verzending van een informatiebrief op 7 mei 2025 aan een door de gemeente Eindhoven aangegeven doelgroep is op 21 en 22 mei 2025 door ASML in 6 tijdsvakken met 119 omwonenden, bedrijven, ondernemers en andere stakeholders gesproken over het VOSP. De gemeente Eindhoven was met medewerkers vanuit verschillende expertises aanwezig om vragen te beantwoorden en het gesprek aan te gaan. In verschillende themahoeken konden bezoekers in eigen tempo en naar eigen informatiebehoefte zich laten informeren en in gesprek gaan over het VOSP. Het VOSP inclusief toelichting is ook op de website asml.com/en/asml-dichtbij/bicnoord geplaatst waarbij de mogelijkheid is gegeven om een online reactieformulier in te vullen of een 1-op-1 gesprek aan te vragen. Aan het einde van de inloopbijeenkomsten is feedback gevraagd over de avond, waartoe 58 bezoekers het beschikbare formulier hebben ingevuld.

Na de participatie in mei is het voorlopige ontwerp (VOSP) in overleg met de gemeenten en met inachtname van de informatie zoals in het participatieproces opgehaald verder uitgewerkt tot een concretere weergave van de aanpassingen aan de wegen, de kaders voor bebouwing en gebruik van de locatie, de wijzigingen aan natuur en landschap en de compensatie hiervoor. Deze verdere uitwerking vormt de basis voor het “TAMomgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” en de BOPA’s voor de wegenstructuur in Best en Oirschot.

50

Van 28 juli t/m 24 augustus 2025 was het mogelijk om te reageren op de verdere uitwerking van de plannen. Dat kon tijdens de inloopbijeenkomsten, via een online reactieformulier, of in 1-op-1 contact. Alle informatie hierover was online te vinden op de website “asml.com/en/asml-dichtbij/bicnoord”. Op 20 en 21 augustus 2025 is - op vergelijkbare wijze als tijdens de VOSP participatie - door ASML in 6 tijdsvakken met 191 omwonenden, bedrijven, ondernemers en andere stakeholders gesproken over de verdere uitwerking van de plannen. De gemeenten Eindhoven, Best en Oirschot waren met medewerkers vanuit verschillende expertises aanwezig om vragen te beantwoorden en vanuit hun rol het gesprek aan te gaan. In verschillende themahoeken konden bezoekers zich laten informeren en in gesprek gaan over de de plannen. Aan het einde van de inloopbijeenkomsten is feedback gevraagd over de avond., waartoe 79 bezoekers het beschikbare formulier hebben ingevuld Van dit participatieproces en alle reacties is een participatieverslag opgesteld met hierin een weergave van de ontvangen opmerkingen en de reactie vanuit ASML op de diverse thema’s. Het participatieverslag is hier als bijlage 13 is opgenomen.

De diverse reacties zijn vervolgens daar waar mogelijk – gezien het ruimtelijk kader van deze documenten - meegenomen de verdere uitwerking en afronding van het “TAMomgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” en de BOPA’s. Uit de gegeven reacties tijdens de twee participatieronden is gebleken dat er vanuit de omgeving met name behoefte bestaat om duidelijkheid te krijgen over de maatregelen ten aanzien van bereikbaarheid en/of de wegenstructuur, behoud dan wel compensatie van groen/natuur en de positie en uitstraling van de diverse gebouwen op de nieuw te bouwen campus. Dit heeft er mede toe geleid dat deze drie belangrijke uitgangspunten voor de toekomstige ontwikkeling heel concreet omlijnd zijn vastgelegd in de diverse documenten. De participatie zoals hiervoor beschreven heeft er met name mede toe geleid, dat de drie belangrijkste uitgangspunten voor deze ontwikkeling heel concreet omlijnd in de diverse documenten zijn vastgelegd. •

In de eerste plaats zijn de noodzakelijke aanpassingen aan de wegenstructuur bindend gekoppeld aan de ingebruikname van ASML gebouwen en dus verplicht uitgevoerd voorafgaand aan de komst van ASML verkeer in het gebied. • Vervolgens zijn de compensatiemaatregelen voor de aantasting van de natuur ter plaatse niet alleen in de regels geborgd, maar is bovendien een concreet bindend kader vastgelegd en in de regels geborgd voor de ASML buitenruimte, waarmee een uniek groen campusterrein zal ontstaan in het verlengde van de ontwikkelingen BIC 1 en BIC 2. • Tenslotte is wat de ASML campus betreft tot stand gekomen een Beeldkwaliteitsplan voor de toekomstige gebouwen, waarmee ASML op basis van “vrijheid in gebondenheid” kan komen tot invulling van beide campusdelen met enerzijds een hoogwaardige gebouwvormgeving en - positionering en anderzijds voldoende ruimte om de gebouwen vorm te geven binnen de technische randvoorwaarden van de ASML bedrijfsvoering. De belangstellenden worden verder op de hoogte gehouden van ontwikkelingen rondom de planvorming op de website “asml.com/en/asml-dichtbij/bicnoord”. Bestuurlijk vooroverleg Vooroverleg is onder de Ow niet langer voorgeschreven, maar er mag vanuit worden gegaan dat overheden hier gebruik van maken voorafgaand aan het verlenen van een BOPA. 51

Relatie met voorliggende ontwikkeling Tussen Eindhoven, Best en Oirschot heeft veelvuldig overleg plaatsgevonden over de ontwikkeling van BIC Noord en de (verkeers)gevolgen hiervan voor de drie gemeenten. In het kader van het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” en de bijbehorende BOPA’s wegenstructuur heeft tot op heden onderstaand vooroverleg met derden plaatsgevonden : 1. Waterschap De Dommel: regulier overleg en sinds deze zomer wekelijks overleg over de waterparagraaf voor de ontwikkeling van de ASML-campus ter plaatse van BIC Noord en voor de wegenstructuur in de drie gemeenten. Op 16 oktober 2025 is de instemming van het waterschap ontvangen voor het gehele onderdeel weginfra. 2. Trefpunt Groen Eindhoven: TGE heeft 23 mei 2025 en aanvullend 22 augustus 2025 een reactie gegeven over het VOSP BIC Noord (incl. wegenstructuur). De reactie van TGE is in de basis positief, maar zij geeft wel een aantal aanbevelingen over de verdere uitwerking, o.a. over de HOV-routing, het campuspad, inpassing poelen en een verbinding tussen de NNB gebieden die aan de Oirschotsedijk (in Eindhoven) liggen. Zij krijgen een schriftelijke reactie hierover en we gaan in gesprek met TGE. 3. Provincie: een afstemmingsoverleg over deze ontwikkeling in april 2025, en 20 augustus 2025 en 25 september 2025.

Tijdens het eerste overleg is meer hoog over een overzicht gegeven van deze ontwikkeling en stand van zaken. Toen is vooral ingezoomd op de natuuraspecten die bij deze ontwikkeling spelen. Daarna zijn het Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (VOSP ASML op BIC Noord, d.d. 29-04-2025) en de ‘natuurtoets gebiedsbescherming’ gestuurd aan de provincie en hebben zij gereageerd met betrekking tot de aspecten cultuurhistorie / erfgoed, water&bodem, energie en natuur. Tijdens het overleg van 20 augustus 2025 zijn vooral de natuurtoets gebiedsbescherming besproken en de aspecten water&bodem, kwaliteitsverbetering landschap en energie. Er is toen een aantal aandachtspunten benoemd door de provincie die worden betrokken in het vervolg van het proces. Tijdens het overleg van 25 september 2025 is gesproken over het op een verantwoorde wijze inpassen van de EVZ in relatie tot de ASMLcampus en de inpassing van het openbaar toegankelijke campuspad. De tijdens dit overleg gemaakte opmerkingen van de provincie hebben geleid tot aanvullingen in de regels van het TAM omgevingsplan. 4. Rijkswaterstaat: Vanaf begin mei was er direct contact met RWS. Onderwerp van gesprek is de realisatie van de nieuwe onderdoorgang A58 en het bouwen in vrijwaringsgebied van de A58. Vanaf week 35 is er wekelijks overleg met de projectmanager van RWS.

I&W is ambtelijk akkoord met keuze voor een BOPA voor de tunnel Erica (onder leiding van gemeente Eindhoven). Zij gaan ook akkoord met beschikbaarstelling van de benodigde capaciteit voor de (technische) voorbereiding en uitwerking van de onderdoorgang. 5. Defensie: Over het mogelijke programma van ASML op BIC Noord in relatie tot de hoogtebelemmeringen vanwege de luchthaven Eindhoven is overleg en afstemming geweest met Defensie. 6. Veiligheidsregio Brabant Zuidoost: Nadat het onderzoek Omgevingsveiligheid voor deze ontwikkeling is opgeleverd, is dit overleg opgestart. Vervolgens is in week 35 een toelichting gegeven op dit onderzoek aan verschillende personen van de veiligheidsregio. De veiligheidsregio heeft d.d. 1 september 2025 een ‘pre-advies’ gegeven met een aantal aandachtspunten. Dit betreft onderzoek naar samenwerkingsverband om Veiligheidsregio goed te positioneren in deze ontwikkeling, concretisering van maatregelen, inzicht restrisico’s, afstemming bereikbaarheid en bluswatervoorziening, kaders voor kwetsbare functies en risicovolle activiteiten binnen plangebied. 7. Tennet: sinds week 34 direct overleg vanwege de 150kV kabel net ten zuiden van de A58 waar de nieuwe onderdoorgang komt te liggen.

Advies en instemming Gemeenteraad moet voor de inwerkingtreding van de Ow een lijst opstellen waarin de gevallen zijn aangegeven waarvoor (bindend) advies/instemming moet worden gevraagd met 52

daarbij aandacht voor de wijze waarop deze advisering kan worden ingepast in het besluitvormingsproces bij BOPA’s. Door de gemeenteraad van de gemeente Best is vastgesteld op 7 juli 2022 het document “Omgevingswet: bindend adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten 2022”. Bindend advies van de gemeenteraad is aan de orde in geval van : Artikel 2 Categorieën van gevallen binnen het stedelijk gebied en bedrijventerreinen met uitzondering van beschermde stads- of dorpsgezichten 1. De realisatie van meer dan 11 woningen / wooneenheden / appartementen / kamers ten dienste van logies, of bij een gebruiksverandering van een bestaand gebouw naar 20 of meer woningen / wooneenheden / appartementen / kamers ten dienste van logies; 2. De realisatie van bouwwerken ten behoeve van een infrastructurele voorziening, een nutsvoorziening, of een openbare voorziening hoger dan 5m, of groter dan 50m²; 3. De realisatie van antenne-installaties hoger dan 40m; 4. De uitbreiding van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding met bijbehorende bouwwerken van meer dan 250m²; 5. Een van het omgevingsplan afwijkend gebruik, waarbij de afwijking leidt tot een (conform de VNG-brochure Bedrijven en Milieuzonering) hogere milieucategorie dan ingevolge het omgevingsplan ter plaatse is toegestaan; 6. Een functiewijziging van meer dan 500 m² gebruiksoppervlakte; 7.

Het realiseren van grootschalige maatschappelijke voorzieningen; 8. Projecten ten behoeve van intensieve recreatie, inclusief de daarbij behorende voorzieningen (zoals paden, ontsluiting en groen); 9. Het aanleggen/bouwen van grootschalige infrastructurele (kunst)werken 10. Het realiseren van één of meer windmolens van ten minste 15 meter hoog.

Relatie met voorliggende ontwikkeling Geconcludeerd kan worden dat het adviesrecht van de Gemeenteraad van toepassing is.

53

6 BELANGENAFWEGING EN CONCLUSIE 6.1

Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?

Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (Etfal, artikel 8.0a, lid 2 Bkl) Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, gelden de beoordelingsregels in artikel 8.0b tot en met 8.0e van het Bkl (zie ook ‘beleidskader Rijk en provincie’, hoofdstuk 4). De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief – de gevraagde activiteit - leidt tot een situatie, waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling (van functies aan locaties). Anders gezegd: is er – na een zorgvuldige belangenafweging - met het toestaan van de activiteit nog steeds of weer sprake van een evenwichtige toedeling? Relatie met voorliggende ontwikkeling Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de voorgaande hoofdstukken).

6.2

Conclusie

Zoals in deze notitie beschreven is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactivteit ten behoeve van de functie Verkeer in afwijking ten opzichte van het vigerende omgevingsplan / het bestemmingsplan : • Bedrijventerreinen Best - 't Zand, Breeven en Heide (04-02-2013) • Parkeernormen en archeologie (06-02-2017) • Paraplubestemmingsplan geluidzone bedrijventerrein Heide/Breeven in Best (06-052024) • Parapluplan wonen en kamerverhuur (10-06-2024) De ontwikkeling is aldus binnen de kaders van het omgevingsplan van rechtswege niet vergunbaar omdat de activiteit voorziet in een verkeersfunctie ter plaatse waar deze functie niet is voorzien en is daarmee in strijd met de bestemming in het tijdelijke omgevingsplan (benutten van de fysieke leefomgeving). Uit de voorgaande paragrafen is gebleken dat gelet op het beleidskader en de effecten op de fysieke leefomgeving er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De conclusie is derhalve dat alles overwegende de ontwikkeling aanvaardbaar is.

54

7 BIJLAGEN Als (digitale) bijlagen bij deze notitie zijn opgenomen Bijlage 1 : Detailweergave nieuwe wegenstructuur bijlage 1a : fasering bijlage 1b : weergave verkeersmaatregelen Bijlage 2 : Bestaande bestemmingen Bijlage 3 : Achtergrondrapportage verkeer Bijlage 4 : Beleid Rijk, Provincie en Waterschap Bijlage 5 : Akoestisch onderzoek Bijlage 6 : Natuurtoets gebiedsbescherming Bijlage 7 : Ecologisch nader onderzoek infrastructuur Bijlage 8 : Historisch bodemonderzoek Bijlage 9: Wateropgave infra Bijlage 10: Bureauonderzoek archeologie Bijlage 11 : Onderzoek ontplofbare oorlogsresten Bijlage 12: Aanvulling MER Bijlage 13 : Participatieverslag

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16284343/1