CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

25057.03 - Bijlage Ontwerp BOPA

Raadsvergadering 9 februari 2026, gemeente BestBij agendapunt: 25057 - Bindend advies BOPA: infrastructurele maatregelen Ringweg/Erica (ASML)16.523 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

47 alinea's met “bopa”: 1 4 16 17 19 23 24 26 27 28 29 35 53 54 60 62 78 81 83 93 96 99 121 126 130 138 159 166 167 170 173 179 190 193 194 197 206 213 226 232 …

Onderbouwing BOPA Fase 1 planologisch basisbesluit Wegenstructuur BIC Noord Gemeente Best

versie 31-10-2025

1

Inhoud 1 inleiding 1.1. Aanleiding en doel 3 1.2 Locatie 4 1.3 De reikwijdte van het omgevingsplan en de BOPA 5 1.4 Gefaseerde BOPA 6 1.5 Leeswijzer 7 2 BIC Noord, verkeersmaatregelen, strijdigheid en activiteit 2.1 BIC Noord 8 2.2 De verkeersmaatregelen ten behoeve van BIC Noord - ASML 13 2.3 De activiteit : de verkeerskundige maatregelen in de gemeente Best 2.4 Strijdigheden activiteit in relatie tot omgevingsplan 19 3 Beleid en regelgeving 3.1 Rijksbeleid en Rijksregels 21 3.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 21 3.3 Gemeentelijk beleid 21 4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1 Omgevingsveiligheid 23 4.2 Milieubelastende activiteiten, omgevingskwaliteit, beperkingengebied 4.3 Verkeer 24 4.4 Geluid 26 4.5 Trillingen 28 4.6 Luchtkwaliteit 28 4.7 Geur 29 4.8 Natuur 30 4.9 Duurzaamheid, klimaat adaptatie, energietransitie 38 4.10 Groen 38 4.11 Bodem 39 4.12 Weging Waterbelang 40 4.13 Ladder voor duurzame verstedelijking 42 4.14 Archeologie en cultuurhistorie 42 4.15 Kabels en leidingen 46 4.16 Niet gesprongen explosieven 47 4.17 M.E.R.-beoordeling 47 4.18 Gezondheid 48 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Economische uitvoerbaarheid 49 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 49 6 Belangenafweging en conclusie 6.1 Is sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties? 6.2 Conclusie 54 7 Bijlagen

2

3

8

16 21

23 23

49

54 54 55

1

INLEIDING

1.1. Aanleiding en doel De gemeente Best is voornemens medewerking te verlenen aan aanpassingen aan de wegenstructuur binnen haar gemeentegrenzen, noodzakelijk voor de ontwikkeling van het gebied BIC Noord in de gemeente Eindhoven als ASML-campus.

afbeelding : weergave ligging BIC Noord en wegenstructuur (Streetsmart Cyclomedia, 2025)

De activiteit “aanpassingen aan de regionale wegenstructuur” is strijdig met het ter plaatse vigerende omgevingsplan van rechtswege c.q. diverse voormalige bestemmingsplannen. Het betreft een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1 lid 1 onder a Omgevingswet (hierna “Ow”). De activiteit zal mogelijk kunnen worden vergund via een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: “BOPA”). Deze notitie is hiertoe opgesteld en voorziet in een juridische en planologische onderbouwing om deze herontwikkeling mogelijk te maken. In deze motivering wordt onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (hierna: “etfal”). Belangrijk uitgangspunt bij deze BOPA is dat de hierin opgenomen verkeersmaatregelen een onderdeel zijn van een totaalpakket aan maatregelen, dat in het kader van de ontwikkeling 3

van het gebied BIC Noord tot ASML-campus moet worden genomen om de invulling van dat gebied (verkeerskundig) mogelijk te maken. Zonder deze verkeersmaatregelen is geen sprake van een voldoende robuuste verkeerstructuur in het gebied en kan vaststelling van het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” door de gemeente Eindhoven niet plaatsvinden. In het TAM-omgevingsplan wordt realisatie van de verkeersmaatregelen geborgd in de vorm van een voorwaardelijke verplichting gekoppeld aan ingebruikname van bedrijfsruimten. De verkeersmaatregelen bestrijken het grondgebied van drie gemeenten (Best, Eindhoven en Oirschot) en hebben tevens (tijdelijk) invloed op het gebruik van de Rijksweg A58. Voorzover aan de orde binnen de gemeente Eindhoven zijn de verkeersmaatregelen onderdeel van het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur”. De verkeersmaatregelen op het grondgebied van de gemeenten Best en Oirschot worden mogelijk gemaakt via een BOPA.

Gezien de samenhang tussen bebouwings- en gebruiksmogelijkheden van de gronden in het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” en de hiermee samenhangende verkeers-maatregelen in en buiten Eindhoven is gekozen voor de toepassing van de in de Ow opgenomen coördinatieregeling, waardoor alle besluitvorming van de diverse overheden op een gecoördineerde wijze gelijktijdig zal plaatsvinden (en hiertegen een samenhangende rechtsbescherming ontstaat), waardoor sprake is van ETFAL op dit onderdeel.

1.2 Locatie Deze BOPA ziet op de verkeersmaatregelen die moeten worden gerealiseerd binnen de “plangrens Best”, zoals op onderstaande afbeelding in blauw weergegeven.

afbeelding : Gemeentegrenzen en verkeersmaatregelen BIC Noord (Streetsmart Cyclomedia, 2025)

4

De nieuwe wegenstructuur is opgenomen in bijlage 1 in de vorm van een totaaloverzicht en in bijlage 1a zijnde een weergave per onderdeel op het grondgebied Best. De strijdigheid met het ter plaatse vigerende omgevingsplan van rechtswege c.q. diverse voormalige bestemmingsplannen is weergegeven in bijlage 2.

afbeelding : weergave locatie BOPA binnen gemeente Best

1.3 De reikwijdte van het omgevingsplan en de BOPA Het omgevingsplan (en een BOPA) heeft een bredere reikwijdte dan een bestemmingsplan. De Ow gaat over de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen (kunnen) hebben voor de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving omvat in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. Tevens behoren onderwerpen als duurzaamheid en klimaatadaptatie, gezondheid, veiligheid, natuurlijke hulpbronnen, milieu, drinkwatervoorziening, stedenbouwkundige kwaliteit en welstand tot de fysieke leefomgeving.

5

Als gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden aangemerkt gevolgen die kunnen voortvloeien uit : a. het wijzigen van onderdelen van de fysieke leefomgeving of het gebruik daarvan, b. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, c. activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt, d. het nalaten van activiteiten. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is. Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit gelden de beoordelingsregels van afdeling 8.1 van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (hierna : Bkl). Dat betekent dat de vergunning alleen wordt verleend: a. met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 8.0a, lid 2 Bkl); b. als daarbij voldaan wordt aan de beoordelingsregels uit artikel 8.0b tot en met 8.0e Bkl, zijnde de regels en instructies die gelden voor het opstellen van een omgevingsplan. Een BOPA is een beschikking en geen besluit van algemene strekking. Een aanvraag om een BOPA moet aldus een zodanig concrete omschrijving bevatten van het initiatief, dat op basis daarvan een afweging van relevante aspecten op de fysieke leefomgeving te maken is.

In een besluit om een BOPA te verlenen moet het bevoegd gezag goed motiveren waarom de te vergunnen activiteit met het oog op een evenwichtige toedeling aanvaardbaar wordt geacht, ondanks strijdigheid met het omgevingsplan. Aan de motivering worden zwaardere eisen gesteld naarmate de inbreuk op een omgevingsplan groter is. Daarbij dient het bevoegd gezag alle relevante belangen inzichtelijk te maken en te wegen.

1.4 Gefaseerde BOPA Het is niet nodig om een verzoek om een BOPA tegelijk met een aanvraag om een omgevingsvergunning voor bouwen in te dienen. Net als onder de Wabo kan een aanvrager ook onder de Ow een losse aanvraag doen voor een (buitenplanse) omgevingsplanactiviteitvergunning. Voor de overgangsfase voor het omgevingsplan bevat artikel 12.27a Bkl een beoordelingsregel voor gefaseerde BOPA-vergunningverlening. Dit artikel bepaalt dat bij het toepassen van artikel 8.0a, lid 2 Bkl, in ieder geval sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties voor zover de activiteit niet in strijd is met een eerder verleende omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Dit maakt het tijdens de overgangsfase mogelijk om eerst een "planologisch" basisbesluit te nemen in de vorm van een omgevingsvergunning voor een BOPA. Daartegen staat beroep bij de bestuursrechter open. Daarin kan het bevoegd gezag dan bijvoorbeeld toestemming geven voor de plaatsing van het bouwblok, de bouwhoogte en het bouwvolume. Op een later moment kan het bevoegd gezag dan een BOPA-omgevingsvergunning verlenen voor het feitelijk verrichten van de (nader uitgewerkte) bouwactiviteit. Tegen die BOPAomgevingsvergunning staat ook beroep bij de bestuursrechter open.

Artikel 12.27a Bkl regelt dan dat als de eerste BOPA-vergunning bepaalde zaken al uitdrukkelijk toestaat, dat daarvoor niet opnieuw afgewogen hoeft te worden of ze voldoen 6

aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij de tweede vergunning beoordeelt het bevoegd gezag alleen de onderdelen van het bouwplan waarin de eerdere vergunning niet voorziet. Dus bijvoorbeeld de beoordeling van de stedenbouwkundigarchitectonische detaillering en de toets aan redelijke eisen van welstand. Artikel 12.27a Bkl vervalt op het moment waarop gemeenten moeten beschikken over een omgevingsplan dat voldoet aan alle eisen uit de Ow. Deze fasering is thans van toepassing omdat primair de wens bestaat om te komen tot een kader voor het ruimtelijk deel, waarna de vergunning of vergunningen aan de orde zijn om te komen tot realisatie van de wegwerkzaamheden en de aanleg van de tunnel.

1.5 Leeswijzer Hoofdstuk 2 omvat een beschrijving van de bestaande situatie, de voorgestane activiteit en de mate van strijdigheid met het omgevingsplan. In hoofdstuk 3 wordt het toepasselijke beleidskader besproken. Hoofdstuk 4 bevat een beschrijving van de diverse aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 5 komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief aan de orde. Hoofdstuk 6 bevat de belangenafweging en conclusie van deze notitie. Hoofdstuk 7 bevat de weergave van de bijlagen bij deze notitie.

7

2 BIC NOORD, VERKEERSMAATREGELEN, STRIJDIGHEID EN ACTIVITEIT 2.1 BIC Noord 2.1.1 Historisch perspectief : BIC Noord In het bestemmingsplan “Buitengebied Eindhoven 2023” (vastgesteld 25-03-2025) wordt ten aanzien van het gedeelte van het Eindhovense buitengebied waarvan de locatie BIC Noord een onderdeel uitmaakt het navolgende opgemerkt : Door alle infrastructuur heeft dit gebied een geïsoleerde ligging. Het karakter van het gebied wordt dan ook grotendeels bepaald door de A2 die het gebied doorkruist, het Beatrixkanaal en het landgoed Wielewaal. In het noordelijk gedeelte van dit deelgebied (de Nieuw Achtse heide) bevinden zich nog agrarische gronden. Deze hebben een open en relatief grootschalig karakter. Er zijn twee agrarische bedrijven aanwezig binnen dit plangebied. Het betreft een glastuinbouwbedrijf en een fruitteeltbedrijf. Nabij het knooppunt Batadorp bevinden zich enkele kleinschalige bossen met enige natuurwaarden. De genormaliseerde beek Ekkersrijt doorkruist dit deelgebied ten zuiden van het knooppunt Batadorp en vormt iets zuidelijker deels de westgrens van het deelgebied. Het zuidelijk gedeelte heeft een bosrijker karakter.

Naast het landgoed en de golfbaan Welschap, waarvan delen tevens in gebruik zijn als waterwingebied, omvat dit gedeelte ook recreatieve en openbare functies, zoals sportpark de Herdgang, twee openbare parken en een internationale school in het voormalig defensie-complex de Contant Rebecque kazerne. Het gebied vormt een belangrijke schakel in de ecologische verbinding tussen het buitengebied en het stadsgebied. Via doorgaande recreatieve voorzieningen wordt de stad verbonden met het Groene Woud.

De locatie is reeds jaren voorzien als ontwikkelingsgebied voor de BIC Campus, bestaande uit diverse deelgebieden welke gefaseerd tot ontwikkeling kunnen worden gebracht. Het is in dit gebied waar in het noordelijke deel de ASML campus is voorzien in aansluiting op de ontwikkeling van de BIC campus in het zuidelijke deel, zoals hierna wordt uiteengezet. 2.1.2 Historisch perspectief : Wegenstructuur BIC Noord In het bestemmingsplan “Weginfrastructuur omgeving Eindhoven Noordwest, Oirschot en Best” wordt ten aanzien van de wegenstructuur rondom BIC, waarop deze BOPA betrekking heeft het navolgende opgemerkt : 1.2.1 Aanleiding en genomen besluiten De gemeenten Best, Eindhoven en Oirschot hebben het voornemen de bestaande infrastructuur in het noordwestelijk deel van Eindhoven en de aangrenzende delen van Best en Oirschot aan te passen en nieuwe weginfrastructuur aan te leggen (figuur 1.1). De aanpassing van de weginfrastructuur is noodzakelijk vanwege de bestaande problemen met de bereikbaarheid van economisch belangrijke functies (luchthaven Eindhoven en luchthavengebied, bedrijventerreinen Westfields en Goederendistributiecentrum Acht (GDC Acht), andere werk- en woongebieden) in het gebied. De bereikbaarheidsknelpunten nemen de komende jaren toe als gevolg van de autonome groei en als gevolg van de verdere ontwikkeling van Eindhoven Airport en het luchthavengebied.

De aanpak van de infrastructuur is tevens gerelateerd aan de Gebiedsontwikkeling Brainport Park, die onder andere voorziet in de ontwikkeling van Brainport Industries Campus (BIC) en in maatregelen om het Groene Raamwerk te versterken. De Gebiedsontwikkeling Brainport Park (eerder bekend onder de naam Landelijk Strijp) komt onder andere voort uit de Structuurvisie Eindhoven. Een belangrijk onderdeel van de gebiedsontwikkeling is het gefaseerd ontwikkelen van

8

de Brainport Industries Campus, die ruimte moet gaan bieden aan hoogwaardige bedrijvigheid in de high-tech maakindustrie. (…) 1.2.2 Nut, noodzaak en doelen Nut en noodzaak: 3 redenen De noodzaak tot het aanpassen van de infrastructuur heeft meerdere redenen : 1. In de bestaande situatie is er onvoldoende doorstroming van het verkeer op de belangrijke onderdelen van het wegennet in het noordwesten van Eindhoven. 2. Het mogelijk maken van het groene raamwerk (in het bijzonder de groene corridor Eindhovensedijk – Oirschotsedijk). 3. Garanderen van de bereikbaarheid van de luchthaven, de bestaande bedrijventerreinen en BIC. (…) Doelen De voorgenomen ontwikkeling kent vanuit de bestaande situatie ten aanzien van de bereikbaarheid en gezien de autonome ontwikkeling daarin de volgende doelen: • borgen goede bereikbaarheid van Luchthaven Eindhoven (inclusief bedrijventerreinen bij de luchthaven); • borgen goede bereikbaarheid van bedrijventerreinen GDC Acht en Westfields; • mogelijk maken Groen Raamwerk (o.a. door afsluiten van Oirschotsedijk voor doorgaand autoverkeer); • mogelijk maken goede HOV verbinding (o.a. door gebruik Landsard uitsluitend voor HOV). Voor de beoogde toekomstige ontwikkeling van de Brainport Industries Campus is aanvullend als doel gesteld: • mogelijk maken goede ontsluiting van de twee delen van de (toekomstige) BIC.

Een belangrijk middel om de bestaande en toekomstige knelpunten op te lossen is het ontlasten van dit gebied (en met name de Anthony Fokkerweg en de aansluiting op de N2/A2) door meer verkeer naar de aansluiting A58 Best te sturen en de aansluiting op de N2 te ontlasten. Dit geldt zowel voor 'autonoom' verkeer (van de bestaande stedelijke gebieden rekening houdend met een intensivering van het gebruik en dus een groei van de hoeveelheid verkeer ten opzichte van de bestaande situatie) als voor verkeer dat door BIC wordt gegenereerd. Omdat de nieuwe infrastructuur ook structurerend werkt op de gebiedsontwikkeling en onderdeel wordt van de kaders waarbinnen de verdere ontwikkeling plaatsvindt, zijn de gebiedsontwikkeling en de ontwikkeling van de infrastructuur in één m.e.r. onderzocht. De doelen van zowel de bereikbaarheid als gebiedsontwikkeling zijn relevant bij de afweging van de tracévarianten.

De nu aan de orde zijnde optimalisering van de lokale wegenstructuur dient dezelfde doelen als in deze toelichting beschreven, rekening houdende met het gebruik door ASML van het gebied BIC Noord.

9

2.1.3 Stedenbouwkundige structuur: de omgeving, BIC 1 en BIC 2 Eindhoven Noord West Eindhoven Noord West (voorheen : Brainport Park) is een groot groen en landelijk gebied in de periferie van het stedelijk gebied in het noordwesten van Eindhoven. Het gebied van circa 1.400 hectare groot is nu reeds een plek om te wonen, te werken en te recreëren in een groene omgeving. De Brainport Industries Campus (BIC) is onderdeel van Brainport Park.

afbeelding : Eindhoven Noord West Het gebied voor de ontwikkeling van BIC is ongeveer 200 hectare groot en wordt in grote lijnen begrensd door het Beatrixkanaal, de A2/E25 en de Anthony Fokkerweg. Het plan is om het gebied zodanig te ontwikkelen dat er een verhouding ontstaat tussen 60% landschap en 40% uitgeefbare clusters. Dwars door het gebied loopt de Groene Corridor (Oirschotsedijk) die het nationaal landschap Het Groene Woud verbindt met de gebieden Strijp R, - T en - S en de binnenstad van Eindhoven. Vanuit die verbinding is het gebied tevens verbonden met de omliggende gemeenten, waaronder Oirschot, Veldhoven en Best. De Oirschotsedijk verdeelt BIC in een zuidelijk en noordelijk deel. Ten zuiden van de Oirschotsedijk is ruimte voor 25 hectare voor clusterontwikkeling, die wordt ingevuld met BIC 1 en BIC 2. Ten noorden van de Oirschotsedijk ligt een gebied van 32 hectare dat aan uitgeefbare clusters bestaat waar (grotendeels) ASML zich zou kunnen vestigen. BIC 1 en BIC 2 Brainport Industries Campus (BIC) is bestemd voor kennisintensieve bedrijven in de toelever- en maakindustrie. Het gebied ligt strategisch aan de genoemde uitvalswegen A2/E25, A50 en A58.

Bovendien is het geprojecteerd tussen de Luchthaven Eindhoven en bedrijventerrein Eindhoven Airport aan de westzijde van de locatie en agrarische gebied met bos en een crematorium met daarachter het logistieke bedrijventerrein

10

Goederendistributiecentrum Acht aan de oostzijde van de locatie. Ten westen van de locatie loopt het Beatrixkanaal dat recentelijk is opgewaardeerd naar vaarklasse 3. Inmiddels is het 1e cluster van BIC fase 1 tot stand gebracht. De oppervlakte van dit cluster bedraagt ca. 8 hectare (inclusief parkeergarage). In de ruimtelijke procedure BIC fase 1 cluster 1 is uitgegaan van circa 100.000 m2 bvo. Het bebouwingspercentage van dit cluster komt hierbij op 85%. De bebouwingshoogte van dit cluster is maximaal 20 meter. BIC fase 1 cluster 2 kent een oppervlakte van circa 17 ha ontwikkelruimte waarvan 88% uitgeefbaar is en een ontwikkelvolume van maximaal 225.000 m2. Het gebied wordt globaal omsloten door het Beatrixkanaal, de Landsard, de A2/E25, A50, A58 en de Anthony Fokkerweg. Een klein deel van dit plangebied ligt in het noordelijk deel van BIC ten zuiden van de beek de Ekkersrijt en ten oosten van het Beatrixkanaal.

afbeelding : BIC Cluster 1 (zuidelijk) en BIC Cluster 2 (noordelijk) masterplankaart BIC

11

2.1.4 Stedenbouwkundige structuur: ASML op BIC Noord Om te kunnen komen tot twee aaneengesloten gebieden ten oosten en ten westen van de Ekkersrijt is besloten tot verplaatsing van de bestaande Dirk Noordhoflaan naar het zuiden van de locatie. Hiermee is een intern te verbinden ASML campus mogelijk, noodzakelijk voor de realisatie van ASML machines in een uiterst reine bedrijfsomgeving. Beide gebieden zullen worden voorzien van een specifiek op ASML toegesneden bestemming “bedrijf”, een maximale hoeveelheid bebouwing in m2 BVO, een maximaal aantal parkeerplaatsen (gebaseerd op de in het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” met inachtneming van de gewenste modal split opgenomen parkeernormen) en zijn aldus binnen deze kaders bruikbaar voor de vestiging van de specifieke ASML bedrijvigheid op de locatie. Op onderstaande afbeelding zijn in paars beide “uitgeefbare gronden” weergegeven, die voor maximaal 80% mogen worden bebouwd en verhard binnen de grens van het bouwvlak.

afbeelding : uitsnede verbeelding TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur

12

2.2 De verkeersmaatregelen ten behoeve van BIC Noord - ASML 2.2.1. De verkeersmaatregelen algemeen Indien een activiteit zorgt voor verkeer moet worden aangetoond wat het effect is van de activiteit op bereikbaarheid en verkeersafwikkeling en moet in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s en fietsen. De activiteit dient getoetst te worden aan de visie op verkeer en vervoer zoals vervat in de gemeentelijke omgevingsvisie alsmede aan de gemeentelijke parkeernormen. De aanleg van de thans aan de orde zijnde aanvullende wegenstructuur zorgt niet voor extra verkeer. Dit verkeer wordt gegenereerd door de ontwikkeling van BIC Noord. In het “TAMomgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” wordt een maximaal aantal parkeerplaatsen opgenomen voor de ontwikkeling van ASML op BIC Noord. Op basis van dit aantal parkeerplaatsen is door Antea Group de toename van het aantal verkeersbewegingen bepaald en is aangetoond, dat de bestaande wegenstructuur niet voldoet voor deze toename c.q. de voor de ASML campus. Door Antea Group zijn de locaties beschreven waar maatregelen getroffen dienen te worden ten opzichte van de huidige infrastructuur in geval van de komst van zowel ASML alsook BIC-Mix en aldus een toevoeging van 20.000 arbeidsplaatsen in het gebied BIC Noord, in welk geval alle in de rapportage beschreven maatregelen nodig zijn.

Voor de onderbouwing van de verkeerseffecten van BIC Noord kan worden verwezen naar het document van Antea Group : “Achtergrondrapportage verkeer Gebiedsontwikkeling ASML, wegenstructuur BIC Noord” d.d. 9 oktober 2025 (hier bijlage 3). Aan de orde zijn : 1. BOPA aanpassing wegenstructuur Best • aanpassing A58 de afrit 7 Best noordzijde (kruispunt Ringweg – A58) • aanpassing Ringweg (kruispunt Ringweg – Erica) 2. BOPA aanpassing wegenstructuur Oirschot • verbreding tunnel Erica onder de A58 • aanpassing Erica op grondgebied Oirschot • aanpassing A58 de afrit 7 Best zuidzijde • aanpassing kruispunt Erica / Spottersweg • verbreding van de Spottersweg naar 2x2, grondgebied Oirschot • aanleg deel van de verlegde Dirk Noordhoflaan, grondgebied Oirschot 3. Opname in TAM omgevingsplan de aanpassing wegenstructuur in Eindhoven • verbreding van de Spottersweg naar 2x2, grondgebied Eindhoven • de verplaatsing van de Dirk Noordhoflaan • aanpassingen aan kruispunten Spottersweg / A. Fokkerweg en Luchthavenweg. Bij de dimensionering van deze verkeersmaatregelen is tevens rekening gehouden met een mogelijk toekomstige westelijke HOV verbinding vanuit Eindhoven richting Best (en vice versa), waartoe het wegontwerp de mogelijkheid biedt na een keuze tussen de zogenaamde oostelijke – en westelijke variant, deze laatste variant feitelijk mogelijk te maken.

Doordat sprake is van een gefaseerde BOPA wordt deze keuze enkel mogelijk gemaakt, de uitvoering hiervan is onderwerp van een opvolgende fase.

13

afbeelding : overzicht verkeersmaatregelen BIC Noord (Antea Group, 2025)

14

2.2.2. De borging van de uitvoering Om te borgen dat de nieuwe verkeersstructuur ook daadwerkelijk en voldoende tijdig wordt gerealiseerd wordt in de regels van het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin zal worden bepaald, dat afhankelijk van de toename van (de ingebruikname van) het bouwvolume in het gebied sprake moet zijn van het gefaseerd realiseren van de diverse verkeersmaatregelen : Artikel 7.2 Specifieke regels over gebruik 1. Het is verboden het aantal m² ‘BVO gebouwen zoals weergegeven in onderstaande tabel voor bedrijf in gebruik te nemen of te laten nemen voorafgaand aan de realisatie van de verkeersmaatregelen bestaande uit de aanpassingen van het omliggende wegennet , zoals weergegeven in onderstaande tabel en nader omschreven in bijlage 2.

5. In afwijking van het in lid 4 bepaalde is het toegestaan een maximale hoeveelheid van 125.000 m² ‘BVO gebouwen in gebruik te nemen indien: a. de in bovenstaande tabel weergegeven en in bijlage 2 nader omschreven aanpassingen van het omliggende wegennet als bedoeld onder 1.1 tot en met 1.3 zijn opgeleverd gereed voor gebruik, en b. de in bovenstaande tabel weergegeven en in bijlage 2 nader omschreven aanpassingen van het omliggende wegennet als bedoeld onder 1.4 en 1.5 in uitvoering zijn genomen, en c. tot moment van oplevering en ingebruikname van de onder b. bedoelde maatregelen sprake is van afwikkeling van verkeer als weergegeven in bijlage 2.

Reeds bij de eerste ingebruikname van bedrijfsgebouwen zijn aldus de verkeersmaatregelen in Best aan de orde. Ter verduidelijking kan worden vermeld dat de “in bijlage 2 nader omschreven aanpassingen van het omliggende wegennet” dezelfde zijn als hetgeen in het kader van deze BOPA wordt besproken. Na uitvoering van de maatregelen 1.1- 1.3. ontstaat de mogelijkheid om maximaal 125.000 m2 aan bedrijfsruimten in BIC Noord mogelijk te maken mits vervolgens direct aansluitend de werkzaamheden 1.4. en 1.5. worden uitgevoerd. De verkeersgeneratie overeenkomend met 125.000 m2 BVO bedrijfsruimten is minder dan de verkeersgeneratie, die bij de maximale planinvulling over het weggedeelte van de maatregelen 1.1 – 1.3. zal worden afgewikkeld, zodat in deze tijdelijke situatie geen sprake zal zijn van strijdigheid met het begrip ETFAL.

15

2.3 De activiteit : de verkeerskundige maatregelen in de gemeente Best In deze BOPA voor de verkeersmaatregelen op het grondgebied van de gemeente Best komen zijn dus aan de orde : 1. aanpassing wegenstructuur Best • aanpassing A58 de afrit 7 Best noordzijde (kruispunt Ringwet – A58) • aanpassing Ringweg (kruispunt Ringweg – Erica)

afbeelding: overzicht verkeersmaatregelen in Best (Antea Group, 2025)

Deze verkeerskundige maatregelen betreffen maatregel 1.3. (uitbreiding kruispunten Ringweg) en maatregel 2.4. (diverse kleine uitbreidingen opstelstroken kruispunten) : maatregel 1.3 : o Kruispunt Ringweg – A58: extra opstelstrook linksaf van oost naar zuid o Kruispunt Ringweg – Erica: extra opstelstrook rechtsaf van west naar zuid én extra opstelstrook linksaf van zuid naar west maatregel 2.4 (= aanvullend op maatregel 1.3) : o Kruispunt Ringweg – A58: extra opstelstrook rechtsaf van oost zuid naar oost o Kruispunt Ringweg – Erica: aanpassen rechtsafstroken van oost naar zuid naar vrijliggende positie Dit is dus wat vanuit juridisch perspectief nodig is in de 2 fasen. In de praktijk kan gekozen kan worden om maatregelen uit fase 2 gecombineerd met fase 1 aan te leggen om te voorkomen dat de schop 2x de grond in gaat op dezelfde locatie.

16

Bestaand

afbeelding : locatie deelgebied Best verkeersmaatregel 1.3 / 2.4 (Streetsmart Cyclomedia, 2025)

afbeelding : weergave kruispunt afslag A58 / Ringweg (Streetsmart Cyclomedia, 2024)

afbeelding : weergave kruispunt Erica / Ringweg (Streetsmart Cyclomedia, 2024)

17

Weergave maatregel

afbeelding : indicatieve weergave verkeersmaatregel kruispunt afrit A58 - Ringweg

Verleggen rechtsafstrook Extra separate rechtsafstrook Toevoeging linksaf-strook

afbeelding : indicatieve weergave verkeersmaatregel Ringweg / Erica

18

2.4 Strijdigheden activiteit in relatie tot omgevingsplan De buitenplanse omgevingsplanactiviteit betreft dus het realiseren van aanvullende wegenstructuur in de gemeente Best ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling in de gemeente Eindhoven, zoals hiervoor beschreven in paragraaf 2.3. Op 1 januari 2024 is het Omgevingsplan gemeente Best in werking getreden. In het tijdelijke deel zijn voor wat betreft de locatie de bestemmingsplannen van toepassing : • Bedrijventerreinen Best - 't Zand, Breeven en Heide (04-02-2013) • Parkeernormen en archeologie (06-02-2017) • Paraplubestemmingsplan geluidzone bedrijventerrein Heide/Breeven in Best (06-05-2024) • Parapluplan wonen en kamerverhuur (10-06-2024) • TAM-voorbereidingsbesluit bedrijfsverzamelgebouwen, bedrijfsunits, opslag- en/of garageboxen op bedrijventerreinen van 12-08-2025 Bestemming bestaand

afbeelding : weergave bestemmingsplan Bedrijventerreinen Best – ’t Zand, Breeven en Heide (Regels op de kaart, 2025)

De activiteit is binnen de kaders van het omgevingsplan van rechtswege van de gemeente Best c.q. de voornoemde bestemmingsplannen niet vergunbaar, omdat de activiteit voorziet in verkeersbestemming ter plaatse waar deze functie niet is voorzien en is daarmee in strijd met de vigerende bestemmingen ter plaatse in het tijdelijke omgevingsplan (benutten van de fysieke leefomgeving). Om tot vergunningverlening te kunnen komen voor de activiteit op de locatie is dus de vraag aan de orde of deze vergunbaar is middels een BOPA.

19

Afwijking bestemmingen

afbeelding : weergave bestemmingsplan bestemmingen en verkeersmaatregelen in afwijking met bestemmingen De beoogde BOPA fase 1 planologisch basisbesluit (cfr artikel 12.27a Bkl) ziet aldus op het toestaan van andere gebruiksmogelijkheden ten behoeve van de functie verkeer, die niet in het omgevingsplan van rechtswege is voorzien, waarmee een kader ontstaat op basis waarvan benodigde aanvullende vergunningen kunnen worden verstrekt voor de realisatie van de wegwerkzaamheden. Activiteiten die tot de functie verkeer worden gerekend zijn: a. wegen en straten, busstroken en busbanen, alsmede opstelstroken, in- en uitvoegstroken en op- en afritten; b. voet- en fietspaden; c. parkeervoorzieningen; d. groen e. geluidwerende voorzieningen; f. faunavoorzieningen; g. kunstwerken, zoals bruggen, tunnels of duikers; met daarbij behorende: h. bushaltes; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; j. nutsvoorzieningen en voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie; k. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

20

3 BELEID EN REGELGEVING In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor de activiteit toegelicht en wordt de activiteit hieraan getoetst. Hierbij kan gezien de samenhang tussen de verkeersmaatregelen als bedoeld in deze BOPA en de ontwikkeling van BIC Noord als ASML campus grotendeels aansluiting worden gevonden bij de beschrijving van het beleidskader van Rijk en Provincie zoals opgenomen in het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur”. De inhoud hiervan is (voorzover voor deze BOPA relevant) hier opgenomen als bijlage 4. Gemeentelijk beleid van de gemeente Best is in dit hoofdstuk wel specifiek beschreven

3.1 Rijksbeleid en Rijksregels Verwezen wordt naar bijlage 4.

3.2 Provinciaal beleid en provinciale regels Verwezen wordt naar bijlage 4.

3.3 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie gemeente Best Op 31 januari 2022 heeft de gemeenteraad de 'Omgevingsvisie Best' vastgesteld. In mei 2023 is deze herzien. In de omgevingsvisie zijn drie integrale kernopgaven geformuleerd: 1. ruimte voor comfortabel wonen; 2. versterken van de groene leefomgeving; 3. accommoderen van een vitale en schone economie. In de omgevingsvisie worden 10 ruimtelijke keuzes onderscheiden: 1. gezonde, duurzame en vitale wijken; 2. een multifunctioneel en bruisend dorpshart; 3. hoogwaardige groenstedelijke dorpsuitbreiding; 4. een gezonde groenstructuur; 5. buitengebied in balans; 6. toekomst bestendige werklocaties; 7. multimodaal bereikbaar; 8. ruimte voor duurzame energie; 9. ruimte voor cultuur een activiteiten; 10. beschermen cultuurhistorische waarde. Relatie met het voorliggende ontwikkeling De wijzigingen aan de wegenstructuur c.q. de medewerking aan de ontwikkeling van BIC Noord draagt bij aan het accommoderen van een vitale en schone economie. Geluidbeleid gemeente Best Met ingang van 13 december 2023 heeft de gemeente Best haar beleid ‘Beleidsregel geluid onder de Omgevingswet Best’ ingevoerd. Dit document is op grond van artikel 4.84 van de Algemene wet bestuursrecht zelfbindend, en beschrijft in essentie de wettelijke 21

beoordelingssystematiek van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Doel van de beleidsregel is het scheppen van een kader met balans tussen een doelmatig gebruik van de ruimte in de omgeving van (spoor)wegen en (het streven naar) een gezonde omgevingskwaliteit. Met betrekking tot de inpasbaarheid van nieuwe plannen binnen de gemeente Best is het afwegingskader opgenomen in de beleidsregel. Ook zijn in de beleidsregel de kaders vastgelegd waarbinnen meer geluid op een geluidgevoelig gebouw kan worden toegestaan en waar ruimte is voor een afwijking van de standaardwaarde onder bestuurlijke afweging. Met een aanvaardbaar woon/leefklimaat wordt bedoeld dat aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving wordt voldaan met betrekking tot geluidsniveaus binnen verblijfsruimten. De standaardwaarden staan voor voldoende kwaliteit van de leefomgeving. Indien niet meer wordt voldaan aan de standaardwaarde, maar de geluidsbelasting voldoet aan de grenswaarde, kan onder voorwaarden een hogere geluidbelasting worden toegelaten.

22

4

ASPECTEN FYSIEKE LEEFOMGEVING EN MILIEU In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met de in kader van de aanpassing van de lokale wegenstructuur relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (etfal).

4.1

Omgevingsveiligheid

Omgevingsveiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Ook wordt onderscheid gemaakt in het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor omgevingsveiligheid zijn regels opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen, van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft : • Activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven (milieubelastende activiteiten uit het Bal) • Het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor) • Buisleidingen met gevaarlijke stoffen aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal • Windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Bal. Relatie met voorliggende ontwikkeling Voormelde aspecten zijn voor wat betreft de ontwikkeling van BIC Noord aan de orde in het kader van het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” en behoeven in het kader van deze BOPA, die uitsluitend ziet op de aansluitende openbare wegenstructuur geen aanvullende beschouwing. Conclusie Vanuit “omgevingsveiligheid” is sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.2

Milieubelastende activiteiten, omgevingskwaliteit, beperkingengebied

Bij de beoordeling van deze BOPA is aan de orde of : • een “milieubelastende activiteit” (mba) mogelijk wordt gemaakt en hoe deze zich verhoudt tot (gevoelige bestemmingen) in de omgeving van de locatie, of • sprake is van een gevoelige bestemming en hoe deze zich verhoudt tot (mba’s in) de omgeving van de locatie, of • sprake is van een beperkingengebiedactiviteit. Relatie met voorliggende ontwikkeling Voormelde aspecten zijn voor wat betreft de ontwikkeling van BIC Noord aan de orde in het kader van het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” en behoeven in het kader van deze BOPA, die uitsluitend ziet op aansluitende openbare wegenstructuur geen aanvullende beschouwing.

23

Dit laatste geldt niet voor het aspect beperkingengebiedactiviteit. Op en rondom rijkswegen zijn beperkingengebieden aangewezen. Voor activiteiten in deze beperkingengebieden voor wegen in beheer bij het Rijk moet een vergunning of ontheffing worden aangevraagd of een melding worden gedaan. Een beperkingengebied voorkomt dat er op of vlak naast wegen activiteiten plaatsvinden die nadelige gevolgen hebben voor de conditie of de werking van de weg. De minister van Infrastructuur en Waterstaat is het bevoegd gezag voor rijkswegen. De beperkingengebieden voor rijkswegen staan in de ministeriële regeling bij de Omgevingswet. Daarin is ook de begrenzing van de gebieden aangegeven. Wanneer de Omgevingsregeling geen beperkingengebied bij een rijksweg aanwijst, geldt artikel 3.3 van het Omgevingsbesluit. Dit artikel zegt dat het beperkingengebied bij een rijksweg een aantal meter groter is dan de weg zelf. Hoeveel meter hangt af van het soort weg. De vergunningplichtige beperkingengebiedactiviteiten bij rijkswegen zijn in artikel 8.16 van het Bal expliciet aangewezen. De grondslag voor deze vergunningplicht staat in artikel 5.1 lid 2 onder f van de Omgevingswet.

De vergunningplichten gelden voor het verrichten van werkzaamheden en het bouwen, aanleggen, plaatsen of in stand houden van: • weginfrastructuur • informatieborden, met uitzondering van verkeerstekens en onderborden als bedoeld in artikel 14 van de Wegenverkeerswet 1994 • een technische installatie voor een nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het wegverkeer of het reguleren van het wegverkeer • overige bouwwerken, andere werken die geen bouwwerken zijn of andere objecten De realisatie van de nieuwe onderdoorgang van de Erica onder de A58 is een activiteit in een beperkingengebied als hier bedoeld. In voorafgaand overleg met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is nut en noodzaak van deze maatregel alsmede het hiermee direct samenhangende belang van de ontwikkeling van ASML op BIC Noord besproken en afgesproken dat de verdere planontwikkeling (in de opvolgende fase van deze BOPA) en planuitvoering in voldoende onderling overleg zal plaatsvinden. Conclusie Vanuit “milieubelastende activiteit” is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.3

Verkeer

Zoals in hoofdstuk 2 reeds aangegeven zijn door Antea Group de locaties beschreven waar maatregelen getroffen dienen te worden ten opzichte van de huidige infrastructuur in geval van de komst van zowel ASML alsook BIC-Mix en aldus een toevoeging van 20.000 arbeidsplaatsen in het gebied BIC Noord, in welk geval alle in de rapportage beschreven maatregelen nodig zijn. Voor de onderbouwing van de verkeerseffecten van BIC Noord kan worden verwezen naar het document van Antea Group : “Achtergrondrapportage verkeer Gebiedsontwikkeling ASML, wegenstructuur BIC Noord” d.d. 9 oktober 2025 (hier bijlage 3) : In deze rapportage is als conclusie opgenomen : In het kader van de voorgnomen gebiedsontwikkeling in BIC Noord zijn met het BBMA verkeersmodel en een dynamisch verkeersmodel in PTV Vissim diverse analyses gedaan om de

24

verkeersdoorstroming en benodigde infrastructurele maatregelen inzichtelijk te maken en verschillende vragen gedurende het proces van totstandkoming van het plan te beantwoorden. 2030 Uit de berekeningen blijkt dat in 2030 een uitgebreid maatregelenpakket nodig is om in de ochtenden avondspitsperiode tot een voldoende niveau van verkeersdoorstroming voor gemotoriseerd verkeer te komen. Delen van het huidige netwerk voldoen in de autonome situatie niet. De (geoptimaliseerde) ontwerpen die uit de verkeersberekeningen blijken, zijn in Bijlage 3 opgenomen. Bij verdere uitwerking hiervan richting de realisatiefase is hierbij nog optimalisatie mogelijk. Het verschuiven van de Dirk Noordhoflaan naar een nieuw tracé als gevolg van het voornemen, heeft daarbij geen negatief effect op de ontsluitingsfunctie daarvan voor bedrijventerrein GDC (ten oosten van A2/N2) door het niet toestaan van het gebruik van deze route door verkeer van/naar BIC Noord (vanuit/naar P-oost). Uit een robuustheidsanalyse (2030) met nog hogere verkeersgeneratie dan in de beoogde plansituatie BIC Noord blijkt dat, na het treffen van de in Bijlage 3 beschreven maatregelen, de (aansluitingen van) het hoofdwegennet A58 en A2/N2 maatgevend zijn voor de verkeersafwikkeling in het gebied.

Bij een hogere verkeersbelasting lopen deze aansluitingen vast, waardoor een hogere verkeersgeneratie als uitgangspunt voor BIC Noord (of als gevolg van een andere ontwikkeling in de directe omgeving daarvan) niet wenselijk is. Overigens lopen de rijkswegen in de autonome situatie in 2030 al vast zonder structurele maatregelen. In Figuur 9-1 zijn de bevindingen van de drie onderzochte scenario’s voor 2030 schematisch weergegeven.

2040 Op veel locaties op de Spottersweg en Erica vindt in de plansituatie 2040 een vergelijkbare verkeersbelasting als in 2030 plaats. Er is vrijwel geen doorgaand verkeer op de Spottersweg aanwezig: uit selected link analyses blijkt dat dit hoogstens enkele honderden mvt/etmaal bedraagt. Dit alles leidt niet tot eventuele terugschaling van maatregelen zoals voorzien voor 2030. Op de A. Fokkerweg ten westen van de N2 is een toename te zien. De (op dit moment bekende) toekomstige plannen voor de capaciteit van de toe- en afritten van de A58 (aansluiting Best) en N2 (aansluiting A. Fokkerweg) zijn onvoldoende om de toekomstige verkeersvraag te verwerken. Dit maakt eventuele verdere uitbreiding van het OWN niet doeltreffend, aangezien er geen goede uitwisseling kan plaatsvinden met de hoofdwegen. Ondanks verdere uitbreidingen van OWN zou het OWN alsnog vast staan in de spitsperioden door terugslag vanaf de toeritten.

25

Plausibiliteit gebruikte verkeersmodellen De verkeersprognoses die zijn gebruikt voor onderzoeken naar de fasering van maatregelen én de in de eindsituatie benodigde maatregelen (BBMA v2022 mét correcties zoals in verkeersonderzoek BIC II al doorgevoerd) zijn plausibel en geven een realistischer beeld van toekomstprognoses dan BBMA v2024 in het studiegebied. In BBMA v2024 zit namelijk een aanzienlijke overschatting van verkeer van/naar de luchthaven. Voor het onderzoek naar de verkeerssituatie in 2040 (BBMA v2024), is de standaard prognose van de verkeersgeneratie van de luchthaven gereduceerd met 25%. Op basis van de tellingen was een (nog) grotere reductie passend geweest. Een verder gereduceerde verkeersgeneratie had geleid tot een gunstiger beeld van noodzakelijke maatregelen in het jaar 2040, namelijk minder of zelfs geen aanvullingen op het VO. Fasering maatregelen wegenstructuur Uit de berekening van de autonome situatie blijkt dat een aantal maatregelen in de autonome situatie 2030 al getroffen moeten worden. Deze zijn in de eerste fase van de ASML ontwikkeling dus al nodig om ook het aanvullende verkeer van en naar het plan te faciliteren.

De eerste fase kan in twee subfasen worden onderverdeeld door eerst de noordelijke maatregelen te realiseren (met tijdelijk verlichte rijrichting van/naar het noorden bij kruispunt Dirk Noordhoflaan-Spottersweg) en aansluitend de zuidelijke (waarna de tijdelijke maatregel opgeheven kan worden). Vanaf circa 7.500 mvt/etmaal is het aan te raden de nieuwe Dirk Noordhoflaan met 2x2 profiel aan te leggen, omdat de huidige Dirk Noordhoflaan dan zijn capaciteit benadert. Op dat moment zijn ook de overige maatregelen in het netwerk nodig om de tweede fase van de ASML campus mogelijk te maken. Het wijzigen van de verdeling van de capaciteit van de parkeergarages van de ASML campus (oost en west) heeft, tot een maximum van 3.000 parkeerplaatsen aan oostzijde, geen impact op de fasering.

Conclusie Vanuit “verkeer” is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.4

Geluid

Geluid - (spoor)wegverkeer Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. De regels in het Bkl over geluid gaan onder andere over het beheersen van geluid door wegen en spoorwegen en de bescherming van geluidgevoelige gebouwen en andere gebouwen en plekken. Via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit worden geluidsregels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van (spoor)wegen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. Tabel 5.4 Standaardwaarde geluid voor een geluidbron op een geluidgevoelig gebouw voor (spoor)wegen Geluidbronsoorten Standaardwaarde Gemeentewegen 53 Lden Hoofdspoorwegen en lokale spoorwegen 55 Lden 26

Afdeling 3.5 (artikel 3.18 lid 1) van het Bkl voorziet in het toetsingskader/instructieregels omtrent de beheersing van het geluid afkomstig van wegen, spoorwegen en industrieterreinen. De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 van het Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat bijvoorbeeld een woon-, onderwijs- of zorgfunctie heeft. Onderzoek Antea Group Voor de te nemen verkeersmaatregelen in Eindhoven, Best en Oirschot is door Antea Group wel onderzoek gedaan naar de geluidsaspecten hiervan. De uitkomsten hiervan zijn hier opgenomen in de rapportage “Akoestisch onderzoek BIC-Noord, inclusief wegenstructuur”, d.d. 31 oktober 2025, hier opgenomen als bijlage 5. Na een beschrijving van relevante wetgeving en beleid worden door Antea de verkeersmaatregelen en de te beschouwen adressen beschreven. Uit de berekeningen blijkt dat als gevolg van een combinatie van de te wijzigen wegen, de aanleg van nieuwe wegen, en de verkeersgroei die hiermee te verwachten valt, evenals de verwachte autonome verkeersgroei, bij verschillende geluidgevoelige gebouwen in het studiegebied een overschrijding van de geluidnorm optreedt. Antea geeft een weergave van de betroffen adressen, welk geluid is geprognosticeerd, en welke geluidreductie benodigd is om alsnog aan de geluidnorm te kunnen voldoen.

Er is hierbij geen overschrijding van de grenswaarde en beschrijft in hoofdstuk 5 van de rapportage welke geluidmaatregelen mogelijk en nodig zijn. Ook wordt ingegaan op het gecumuleerd geluid (van andere relevante geluidsbronnen in de omgeving).

afbeelding : toetspunten waar een overschrijding van de geluidnorm optreedt als gevolg van de geluidbronsoort gemeentewegen.

27

Uit het voornoemde akoestisch onderzoek blijkt dat bij 99 geluidgevoelige gebouwen in de gemeente Best de geluidnorm zal worden overschreden. De benodigde geluidreductie om te kunnen voldoen aan de geluidnorm varieert van 0,07 t/m 1,13 dB. Voor deze gebouwen moet worden overwogen of, en zo ja welke, geluidbeperkende (bron en overdracht) maatregelen wenselijk en doelmatig zijn. Voor de woningen die hierna nog een geluidbelasting ondervinden die hoger is dan de standaardwaarde zal de gemeente Best een besluit moeten nemen om af te wijken van de standaardwaarde. Daarnaast zal door gemeente Best nader worden onderzocht of en zo ja, welke geluidwerende maatregelen moeten worden getroffen om te voldoen aan de binnenwaarde in geluidgevoelige gebouwen. Hiermee wordt een gezonde leefomgeving zo goed mogelijk gewaarborgd. Conclusie Vanuit “geluid” is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.5

Trillingen

De beoordeling van het aspect trillingen vindt zijn grondslag in artikel 4.2 van de Ow. De overheid moet bij een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in ieder geval rekening houden met het belang van het beschermen van de fysieke leefomgeving. In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl zijn ten behoeve van de bescherming van de gezondheid en het milieu instructieregels opgenomen ter voorkomen en beperking van trillingshinder. De instructieregels voor trillingen uit het Bkl zijn echter niet van toepassing op doorgaand verkeer, spoorwegen en vaarwegen. In de bruidsschat – die onderdeel is van het tijdelijke omgevingsplan - zijn regels opgenomen voor milieubelastende activiteiten met een trillingsemissie. De regels bieden trillingsgevoelige gebouwen bescherming tegen trillingen in het frequentiebereik van 1 tot 80 Hz, veroorzaakt door een activiteit op een locatie. Relatie met voorliggende ontwikkeling Voormelde aspecten zijn voor wat betreft de ontwikkeling van BIC Noord aan de orde in het kader van het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” en behoeven in het kader van deze BOPA, die uitsluitend ziet op aansluitende openbare wegenstructuur geen aanvullende beschouwing. Conclusie Vanuit “trillingen” is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.6

Luchtkwaliteit

De overheid toetst minder (ruimtelijke) projecten aan de regels voor luchtkwaliteit. Ook de monitoring van de luchtkwaliteit is in een kleiner gebied nodig. Vooral in en nabij de aandachtsgebieden moeten overheden toetsen aan de rijksomgevingswaarden. De ambities van de decentrale overheden staan centraler. De nadruk ligt op verbetering van de luchtkwaliteit via lokale maatregelen. Daarvoor kunnen gemeenten en provincies lokale 28

(strengere of aanvullende) omgevingswaarden opstellen in hun omgevingsplan of omgevingsverordening. Decentrale overheden moeten lokale omgevingswaarden zelf monitoren en een programma opstellen bij dreigende overschrijding. Als de gemeente activiteiten toelaat, die leiden tot gebruik van wegen, vaarwegen of spoorwegen (verkeersaantrekkende werking) of waarvoor luchtregels staan in het Bal moet (conform artikel 5.51 van het Bkl) in en nabij de aandachtsgebieden worden voldaan aan de omgevingswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties.

Er zijn twee mogelijkheden om een project binnen de NIBM-grens te laten vallen : • motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen, e.e.a. onder een bepaalde omvang. • op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt, via de NIBM-tool of zonodig met detailberekeningen. Relatie met voorliggende ontwikkeling Het aspect luchtkwaliteit is voor wat betreft de ontwikkeling van BIC Noord aan de orde in het kader van het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” en behoeft in het kader van deze BOPA, die uitsluitend ziet op aansluitende openbare wegenstructuur geen aanvullende beschouwing. Conclusie Vanuit het aspect “luchtkwaliteit” is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.7

Geur

Er zijn diverse sectoren waarbij geurhinder een rol kan spelen, zoals onder meer bij veehouderijen en andere landbouwactiviteiten, de mengvoederindustrie, horeca, rioolwaterzuiveringsinstallaties, slachterijen en (andere) milieubelastende activiteiten. De gemeente moet bij de vaststelling van (een wijziging van) het omgevingsplan rekening houden met geur door activiteiten op geurgevoelige gebouwen. Rekening houden met geur werkt twee kanten op:  bij het mogelijk maken van activiteiten met gebruiksruimte in de buurt van geurgevoelige gebouwen;  bij het toelaten van geurgevoelige gebouwen in de buurt van bestaande activiteiten met gebruiksruimte (geurveroorzakende bedrijven); 29

Relatie met voorliggende ontwikkeling Op de locatie noch in de nabijheid hiervan is sprake van relevante geuraspecten c.q. geur veroorzakende bedrijvigheid waarmee in het kader van deze BOPA rekening mee moet worden gehouden. Conclusie Vanuit “geur” is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies.

4.8

Natuur

Gebiedsbescherming Natura 2000 gebieden en Natuurnetwerk Brabant De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van LNV wijst de Natura 2000-gebieden aan. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken, moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Op nationaal niveau zijn verder gebieden aangewezen om te worden beschermd in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS. In de provincie Noord-Brabant te boek als Natuurnetwerk Brabant (NNB). De bescherming van het NNB is geregeld in de Omgevingsverordening (Ovr.) in artkel 5.30 t/m 5.40. Stikstof / Aerius De verplichting uit artikel 2.7 lid 2 jo. artikel 2.8 van de Wnb om een passende beoordeling te maken voor een project dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied is onder de Omgevingswet voortgezet via artikel 8.74b lid 1 van het Bkl.

Op grond van dit artikel wordt een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit alleen verleend als uit een passende beoordeling (als bedoeld in artikel 16.53c lid 1 van de Ow) de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het betrokken Natura 2000-gebied niet zal aantasten. Hierbij geldt dat de effecten van een (nieuw of gewijzigd) project moeten worden beoordeeld ten opzichte van de effecten die plaatsvinden in de referentiesituatie. Soortenbescherming Onder de Ow zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Ow zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren.

30

Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of er soorten aanwezig zijn en welke soorten dat zijn. In hoofdstuk 11 van het Bal wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is. Relatie met voorliggende ontwikkeling : gebiedsbescherming natura 2000 : Stikstofdepositie Om de effecten van de ontwikkeling van BIC Noord op de omliggende Natura 2000-gebieden te bepalen heeft Antea Group- in het kader van het “TAM-omgevingsplan BIC Noord - ASML en wegenstructuur” - een stikstofdepositie-onderzoek uitgevoerd. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat sprake is van stikstofdepositie op een aantal Natura 2000 gebieden in een straal van 25 km rondom de locatie. Vervolgens is de mate van aantasting van deze betroffen gebieden vastgesteld. Gezien het belang van de uitbreiding van ASML is vervolgens toepassing gegeven aan artikel 10.24 Bkl (passende beoordeling plannen Natura 2000) : 1 Een plan als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn wordt alleen vastgesteld, als uit de passende beoordeling, bedoeld in artikel 16.53c, eerste lid, van de wet, de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet zal aantasten.

2 In afwijking van het eerste lid kan, als uit de passende beoordeling de vereiste zekerheid niet is verkregen, het plan toch worden vastgesteld, als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. er zijn geen alternatieve oplossingen; b. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en c. het plan bevat de nodige compenserende maatregelen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft. 3 In afwijking van het tweede lid, aanhef en onder b, geldt, als het plan significante gevolgen kan hebben voor een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort in een Natura 2000gebied, de voorwaarde dat het plan nodig is vanwege: a. argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, met de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; of b. andere dwingende redenen van groot openbaar belang, als de procedure van artikel 10.6d van het Omgevingsbesluit is toegepast.

en is gekomen tot een zogenaamde ADC toets (ex artikel 10.24 lid 2 Bkl), waarover met het bevoegd gezag uitvoerig vooroverleg heeft plaatsgevonden (o.a. omtrent de (berekening van de) mate van aantasting en de wijze van compensatie). Op basis hiervan zal voor het project BIC Noord (zowel betreffende ASML alsook BIC-Mix en de hierbij behorende aanpassingen aan de wegenstructuur) tot een omgevingsvergunning Natura 2000 activiteit kunnen worden gekomen als onderdeel van de coördinatieprocdure waarvan ook deze BOPA onderdeel uitmaakt. Aldus mag in het kader van deze BOPA worden uitgegaan van de haalbaarheid van deze vergunningverlening c.q. van het feit dat specifieke wetgeving voldoende waarborgen bevat dat aan de betreffende wetgeving zal worden voldaan. Hiermee is het aspect “stikstofdepositie” geen belemmering voor de voorgestane ontwikkeling.

31

Relatie met voorliggende ontwikkeling : gebiedsbescherming Gebiedsbescherming : De directe effecten op de NNB De beoogde ontwikkeling van ASML in BIC Noord leidt als gevolg van de daarvoor benodigde aanpassingen van de infrastructuur tot een aantasting van het NNB. Dit ruimtebeslag betreft met name effecten in de NNB-zone nabij de aansluiting A58, de Dirk Noordhoflaan, de Spottersweg en de Anthony Fokkerweg. Daarnaast betekent de aanleg van het campuspad dat binnen de EVZ een strook van 5 meter afgaat van de recent aangelegde EVZ op de oostoever van de Ekkersrijt. De oppervlakten zijn weergegeven in onderstaande afbeelding en tabel :

afbeelding : ruimtebeslag wegennet NNB (Antea Group, 2025)

tabel : ruimtebeslag wegennet NNB

32

Het ruimtebeslag en de locatie van de beheertypen is nader beschreven in de rapportage “Natuurtoets gebiedsbescherming in Project ASML BIC Noord” d.d. 23 oktober 2025 van Antea Group, waarin ook de compensatieopgave is uitgewerkt. Deze rapportage is als bijlage 6 bijgevoegd. Voor de compensatie geldt een oppervlaktetoeslag die afhankelijk is van de ontwikkeltijd van de verloren gegane vegetatie. Voor de bos-typen wordt een ontwikkeltijd van 25 – 100 jaar aangehouden (toeslag 2/3), voor de overige typen een ontwikkeltijd van 5-25 jaar (toeslag 1/3). De compensatieopgave is per beheertype berekend volgens onderstaande tabel. De locatie van de beheertypen is weergegeven op een kaart die als bijlage 1 is opgenomen in voormelde rapportage van Antea Group.

tabel : compensatieopgave

De totale compensatie-opgave bedraagt 4,72 hectare, waarbij de keuze bestaat tussen fysieke compensatie (‘nieuwe natuur’) of financiële compensatie. Fysieke compensatie is het meest wenselijk omdat dan de compensatie dichtbij de aantasting kan worden bereikt, maar moet uiteraard wel redelijkerwijs mogelijk zijn.

afbeelding : zoekgebied NNB compensatie

33

Fysieke compensatie dient plaats te vinden onder de voorwaarden uit de Ovr Noord-Brabant. Zomogelijk op locaties die aansluiten bij de bestaande NNB en deze versterken. Ook kan de compensatie worden ingevuld door realisatie van een Ecologische Verbindingszone (EVZ). Binnen het onderhavige plangebied vormt de EVZ Ekkersrijt een potentieel zeer geschikte locatie voor realisatie van de compensatie-opgave, of tenminste een deel daarvan. Daarnaast kan het driehoekig perceel ten noorden van het plangebied langs de Oude Bestse Ploegstraat als zoekgebied voor de compensatie worden beschouwd. De oppervlakte van bovengenoemde twee compensatielocaties bedraagt 4,99 hectare. Dit is ruim voldoende voor de compensatie-opgave van 4,72 hectare. De wijze van invulling hiervan wordt nader beschreven in voormelde rapportage van Antea Group. De planologische procedure voor aanpassing van de NNB-begrenzing betreft in de onderhavige situatie een herbegrenzing op basis van saldobenadering (artikel 5.35 Ovr).

De Ovr omschrijft toepassing van artikel 5.35 als volgt: ‘Bij de saldobenadering is er sprake van een combinatie van onderling samenhangende plannen, projecten of handelingen waarvan één of enkele van die plannen, projecten of handelingen afzonderlijk een negatief effect hebben op het Natuur Netwerk Brabant, maar waarvan de gecombineerde uitvoering leidt tot een verbetering van de kwaliteit of kwantiteit van het Natuur Netwerk Brabant als geheel (Lid 1). ... Eén van de voorwaarden om de saldobenadering te kunnen toepassen, is dat de activiteiten onderdeel uitmaken van een gebiedsvisie. Dit kan een provinciale of gemeentelijke gebiedsvisie zijn. Hiermee wordt geborgd dat een combinatie van activiteiten onderlinge samenhang vertoont. Daardoor is ook verzekerd dat toepassing van de saldobenadering de kwaliteit van het NNB daadwerkelijk verbetert (Toelichting art. 5.35).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16531420/1