CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

25055.04a - Beantwoording technische vragen CDA over Groen- en Biodiversiteitsplan

Raadsvergadering 6 januari 2026, gemeente BestBij agendapunt: 25055 - Vaststellen Groen- en biodiversiteitsplan 2026987 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen Vragen: U kunt uw vraag mailen naar raadsgriffie@gembest.nl * Naam + politieke partij Raadsvoorstel/onderwerp Vragen en antwoorden:

Femke de Vries CDA Best 25055 - Groen- en biodiversiteitsplan

Dorpsplein 2 Postbus 50 5680 AB Best T: 0499 360 375 raadsgriffie@gembest.nl www.gemeentebest.nl

Vraag 1:

In de samenvatting (pag. 5) schrijft u als doel: “iedere inwoner moet binnen korte afstand toegang hebben tot kwalitatief groen”. 1. Wat verstaat u onder ‘korte afstand’? 2. Wat verstaat u onder ‘kwalitatief groen’?

Antwoord 1:

1. Landelijk worden verschillende afstandsnormen gehanteerd (500 m, 300 m etc.). Met korte afstand bedoelen wij enkele honderden meters (loopafstand). 2. Definitie kwalitatief groen staat in begrippenlijst van bijlage 1 vermeld. In de samenvatting (pag. 5) stelt u als doel voor biodiversiteit: “meer bloemrijke graslanden’. Hierover lees ik verder in het stuk niets meer terug. Hoe wilt u dit doel gaan verwezenlijken? Dat staat o.a. in de samenvatting (pag. 5) onder het kopje Maatregelen, namelijk door: Differentiatie in maaibeheer: minder vaak maaien van bermen en grasvelden, waardoor bloemen en insecten meer ruimte krijgen. Ook in paragraaf 5.4 – Ecologisch beheer komt dat terug (o.a in tabel 5). Op pag. 21 deelt u uw onderzoek over mogelijk nieuw beleid/beheer m.b.t. watergangen, met name in het buitengebied. 1. Wat zijn de gevolgen van de maatregelen die onderzocht worden bij hevige regenval? 2. Wat is het standpunt van het waterschap en andere partijen die belangen hebben m.b.t. beleid/beheer van watergangen op de mogelijkheden die u onderzoekt? Maatregelen worden altijd besproken met het Waterschap en andere partijen, zoals aangelanden. De gevolgen worden gemonitord, waarbij stakeholders worden meegenomen. 4.1.3 Groennorm 1. Wie stelt de groennorm vast? 2. wat is het uitgangspunt waarop de keuze van de groennorm gebaseerd wordt? 1. Het college van B&W 2.

Dat hangt af van welke groennorm wordt gehanteerd. 4.3.1 Compensatieladder Wanneer er openbaar groen verloren gaat bij een herinrichting of ruimtelijke ontwikkeling moet dit gecompenseerd worden door de ontwikkelaar. De compensatieladder wordt hiervoor gehanteerd. 1. Wie bepaalt of compensatie niet mogelijk is in de benoemde regionen? 2. Welke thema’s/argumenten worden in deze argumentatie beoordeeld? 1. Dat hangt af van hoe groot de compensatieopgave is en eventueel eerdere besluitvormingen die bij sommige ontwikkelingen van toepassing zijn. 2. Zie vorig antwoord. U gaat de Santamour regel toepassen. Waarom zit er verschil in de waarden die gebruikt worden bij bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen? Bij nieuwe ontwikkelingen willen we meer diversiteit en houden daarom de strengere 510-20 regel aan op wijkniveau. Bij nieuwe ontwikkelingen is ook meer mogelijkheid om dat te kunnen doen, omdat je dan van een ‘nulpunt’ start. In het document wordt regelmatig de actuele stand van de biodiversiteit benoemd (vanaf 2022). En dat op basis hiervan evaluaties en aanpassingen in beheer gebaseerd kunnen worden.

Vraag 2:

Antwoord 2:

Vraag 3:

Antwoord 3:

Vraag 4:

Antwoord 4: Vraag 5:

Antwoord 5:

Vraag 6: Antwoord 6:

Vraag 7:

1

Beantwoording technische vragen

Antwoord 7:

Vraag 8:

Antwoord 8: Vraag 9:

Antwoord 9:

1. Kunt u deze documenten met ons delen zodat we een beeld hiervan hebben? 2. Wat is de status/functie van de ambassadeur- en doelsoorten? 3. Zijn de gekozen ambassadeur- en paraplusoorten gebaseerd op de meest voorkomende soorten? 4. Zo niet, waarop is de keuze van ambassadeur- en paraplusoorten dan gebaseerd? 1. Dat doen we al via de Biodiversiteits- en Duurzaamheidsbrieven die we sinds de recente jaren met uw raad delen. 2. Het zijn volgens het landelijke systematiek Basiskwaliteit Natuur (BKN) (vrij) algemene soorten in het landschapstype waar ze voorkomen. 3. De gekozen ambassadeur- en paraplusoorten gebaseerd op, het betreffen meestal (vrij) algemeen voorkomende soorten per landschapstype. Op pag. 37 staat "...door het af te stemmen op de aanwezige doelsoorten binnen de ...’. Wat wordt er bedoeld met ‘de aanwezige doelsoorten'? De doelsoorten zoals opgenomen in tabel 4 (pag. 35). Financiën 1. Klopt het dat ik in het financiële overzicht het maaien van de bermen niet terugvindt? 2. Wanneer dit het geval is, kunt u aangeven waarom dit niet is meegenomen? 3. Kunnen we naar aanleiding van voorliggend beleidsplan aanpassingen gaan verwachten in het huidige maaibeleid? 4. Zullen er naar aanleiding van voorliggend beleidsplan nieuwe afspraken met uitvoerende diensten gemaakt moeten gaan worden? (denk aan bijvoorbeeld nieuwe werk- of inkoopafspraken) 1.

Bermen vallen hier onder de noemers “Gras 1 en 2x maaien”. 3. Ja. 4. Niet in de zin dat hiervoor aparte/nieuwe aanbestedingen nodig zijn. Wijzigingen/mutaties kunnen in lopende contracten worden verwerkt. Als contracten in komende jaren aflopen en opnieuw worden aanbesteed, dan is dat ook een moment om wijzigingen door te voeren.

Meer vragen over hetzelfde onderwerp? Voeg dan rijen toe met de tab-toets. *Als u de vragen donderdag na de beeldvormende sessie vóór 12.00 uur mailt, beantwoordt het college uw vragen uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie.

Artikel uit 1e Wijziging Reglement van Orde gemeenteraad 2023: Artikel 3.35 – Technische vragen Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of geagendeerd raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden en de uitleg daarvan of over de feitelijke gevolgen van een besluit. 2. Technische vragen worden ingediend bij de griffie. 3. Technische vragen over geagendeerde raadsvoorstellen die zijn ingediend bij de griffie uiterlijk donderdag vóór 12.00 uur na de beeldvormende sessie, worden door het college uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie vóór 12.00 uur beantwoord. De antwoorden van het college worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst bij het agendapunt van de desbetreffende sessie. 4. Bij technische vragen over een onderwerp spant het college zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 7 dagen na ontvangst van de vraag, te beantwoorden. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst. 1.

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16320887/1