CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

25054.05 - Bijlage B - Herindelingsscan Best-Oirschot

Raadsvergadering 2 december 2025, gemeente BestBij agendapunt: 25054 - Herindelingsontwerp 'Best en Oirschot, samen één'36.912 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Herindelingsscan Best en Oirschot Bestuurlijke Organisatie en Toezicht Auteur

Provincie Noord-Brabant

Datum

September 2025

Inhoud

1

Bestuurlijke samenvatting

4

2

Inleiding

13

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Doel van de herindelingsscan Onderzoeksvragen Uitgangspunten Leeswijzer Legenda

13 13 13 14 14

3

Kenmerken

15

3.1 3.2

Structuurkenmerken voor en na herindeling Demografische trends en ontwikkelingen van de woningvoorraad in Brabant

15 15

4

Financiële effecten bij herindeling

23

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Algemene uitkering Personele lasten en personeelsomvang Frictiekosten en tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling Financieel belang van de nieuwe gemeente Overige financiële aandachtspunten

23 24 24 26 27

5

Eigen inkomsten

30

5.1 Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens en eenpersoonshuishoudens met een koopwoning 5.2 Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishoudens en eenpersoonshuishoudens met een huurwoning 5.3 Harmonisatie van tarieven 5.4 De financiële verhoudingswet en belastingcapaciteit

30 33 34 39

6

Financiële positie van de twee gemeenten

42

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 6.12

Begroting en meerjarenraming Jaarrekening Sociaal Domein Investeringen Weerstandsvermogen en financiële kengetallen Reserves Vaste schuld Voorzieningen Vaste activa Onderhoud kapitaalgoederen Grondbeleid Verbonden partijen

42 48 50 52 55 62 64 64 65 66 73 78

7

Conclusies en aanbevelingen

81

7.1 7.2

Algemene conclusie Aanbevelingen

88 89

2

Herindelingsscan Best en Oirschot

8

Bijlagen

93

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5 8.6

Specificatie mutatie algemene uitkering door herindeling Berekening tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling Structuurkenmerken van de bestaande gemeenten en de nieuwe gemeente Onbenutte belastingcapaciteit ten opzichte van artikel 12 norm Scenario’s harmonisatie Onroerende zaakbelastingen Kengetallen

93 94 95 96 98 102

Herindelingsscan Best en Oirschot

3

1 Bestuurlijke samenvatting Aanleiding Op 1 juli 2025 hebben de gemeenten Best en Oirschot het principebesluit genomen om te komen tot een reguliere samenvoeging van beide gemeenten. Daarmee is het gezamenlijk proces naar de herindeling per 1 januari 2028 van de gemeenten gestart. De planning is dat op 2 december 2025 de raden van beide gemeenten het “Herindelingsontwerp Oirschot en Best” vaststellen. Dit herindelingsontwerp zal een financiële paragraaf bevatten waarin de uitkomsten van een herindelingsscan worden opgenomen. Om deze reden hebben de gemeenten Best en Oirschot een verzoek ingediend bij Gedeputeerde Staten (GS) voor het opstellen van een herindelingsscan. Doel van de herindelingsscan Het algemene doel van de herindelingsscan is een beeld te geven van de financiële positie van de nieuwe gemeente en inzicht te geven in de belangrijkste financiële effecten van de herindeling. Daarnaast wordt een beeld gegeven van de financiële positie van de twee afzonderlijke gemeenten. De herindelingsscan levert geen oplossingen voor eventuele knelpunten, maar maakt deze knelpunten wel inzichtelijk. De gemeenten kunnen hier vervolgens gericht mee aan de slag om tot een oplossing te komen. Hierbij wordt nadrukkelijk opgemerkt dat de scan een momentopname is, en dat het enkel een financieel perspectief betreft op basis van het huidige beleid.

De op basis van de nieuwe toekomstvisie te maken beleidskeuzes en te realiseren ambities zijn van invloed op de financiën van de nieuwe gemeente. Preventief toezicht op grond van de Wet arhi Beide gemeenten komen onder preventief toezicht van de provincie te staan op grond van artikel 21 van de Wet algemene regels herindeling (afgekort: de Wet arhi) op het moment van vaststellen van het herindelingsontwerp door de raden. Het doel van dit toezicht is om te voorkomen dat besluiten van op te heffen gemeenten de financiële positie van de nieuwe gemeente op onevenredige wijze beperken. Gedeputeerde Staten (GS) voeren het toezicht uit en treden hierbij op als belangenbehartiger van de nieuwe gemeente. Deze bijzondere vorm van financieel toezicht is gecreëerd, omdat de wetgever van mening is dat het financieel toezicht op basis van de Gemeentewet onvoldoende bescherming biedt aan de nieuwe gemeente bij herindeling. Goedkeuring kan alleen onthouden worden als een besluit naar het oordeel van GS in strijd is met het financiële belang van de nieuwe gemeente. Onderdeel van het arhi-toezicht is dat de financiële besluiten die ter goedkeuring aan GS moeten worden voorgelegd, ook aan de fusiepartner ter afstemming worden voorgelegd. De (voorgenomen) besluiten die aan goedkeuring zijn onderworpen, worden dus vóór besluitvorming naar de fusiepartner gezonden.

Het resultaat van deze afstemming wordt meegenomen in de uiteindelijke besluitvorming.

4

Herindelingsscan Best en Oirschot

Belangrijkste bevindingen Belangrijkste financiële effecten van herindeling

Effect op de algemene uitkering Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken (BZK) heeft ten behoeve van deze herindelingsscan de algemene uitkering van de nieuwe gemeente berekend met peildatum 2025. De algemene uitkering van de nieuwe gemeente zal circa 0,81% (€ 718.000) lager zijn dan de optelling van de algemene uitkeringen van de twee gemeenten. Deze daling komt, naast een aantal kleine voordelen, vooral door het wegvallen van een vast bedrag van de algemene uitkering. Het vaste bedrag wordt aan iedere gemeente uitgekeerd, onafhankelijk van de grootte van de gemeente. De nieuwe gemeente ontvangt één vast bedrag. Deze daling kan opgevangen worden door een verlaging van o.a. de bestuurskosten (raad, college, griffie, gemeentesecretarissen, etc.), omdat deze na herindeling maar voor één gemeente gemaakt hoeven te worden. Ten opzichte van de optelsom van de algemene uitkering van beide gemeenten is er vooral bij de maatstaven regionale centrumfunctie en huishoudens met laag inkomen met drempel een voordelig effect door de herindeling.

Tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling De tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling uit het gemeentefonds voorziet in een tegemoetkoming voor de frictiekosten. De verdeelmaatstaf is een vast bedrag dat wordt uitgekeerd onafhankelijk van de daadwerkelijke omvang van de frictiekosten. De tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling wordt uitgekeerd over een periode van vijf jaar. Eén deel in het jaar voorafgaand aan de herindeling. Dit deel wordt evenredig aan de betrokken gemeenten uitgekeerd. Het restantbedrag wordt in de vier jaar daaropvolgend aan de nieuwe gemeente uitgekeerd. Het bedrag van deze tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling wordt vooral bepaald door het aantal gemeenten dat wordt heringedeeld en het aantal inwoners dat daarbij betrokken is. Het bedrag is afhankelijk van de uitkeringsfactor van de algemene uitkering van het jaar voorafgaand aan de herindeling. In 2027 is het exacte bedrag bekend. Om een indicatie te geven is door BZK een berekening gemaakt op basis van de uitkeringsfactor van 2025. Het totaal uit te keren bedrag zou dan € 5,8 miljoen zijn.

Woonlasten De raad van de nieuwe gemeente beslist over de OZB-tarieven. Hiervoor zijn in de Wet arhi voorschriften opgenomen. De tarieven voor de overige belastingen en retributies, zoals afvalstoffenheffing en de rioolheffing, blijven voor de nieuwe gemeente van kracht tot twee jaar na de datum van herindeling, tenzij nieuwe tarieven worden vastgesteld. De OZB-tarieven moet de raad binnen drie maanden na herindeling met terugwerkende kracht vaststellen. Voor de OZB woningen is het harmonisatie-effect van de herindeling in beeld gebracht. Hierbij is op basis van de gegevens 2025 een gelijkblijvende opbrengst ten opzichte van de huidige opbrengstramingen van beide gemeenten als uitgangspunt genomen.

Herindelingsscan Best en Oirschot

5

Voor beide gemeenten is de OZB aanslag 2025 berekend aan de hand van de tarieven en gemiddelde WOZ waarde in de betreffende gemeente. Daaruit komt naar voren, dat bij de woningen en de niet-woningen de tarieven in Best stijgen (ten opzichte van de in 2025 geldende tarieven OZB) en in Oirschot dalen. Naast het harmoniseren van de tarieven met als uitgangspunt een gelijkblijvende opbrengstraming zijn ook scenario’s in beeld gebracht bij het hanteren van het laagste tarief van beide gemeenten en van het hoogste tarief. Zowel bij de OZB woningen als de OZB niet woningen. Het scenario “laagste tarief” leidt wel tot een taakstelling of vergroting van de financiële opgave. Het scenario “hoogste tarief” leidt tot extra budgetruimte of een verlaging van de financiële opgave. Aandachtpunt is dat de gemeente Best voornemens is om de OZB opbrengsten de komende vier jaar met in totaal ruim 24% extra (naast de indexering voor inflatie) te verhogen (in 2026: 8%, in 2027: 8%, in 2028 4% en in 2029 4%). Deze hogere opbrengsten zijn ook al als baat geraamd in de conceptbegroting 2026-2029. Indien gekozen wordt voor een scenario met als gevolg dat de door Best geraamde opbrengsten niet worden gerealiseerd dan zal het begrotingssaldo van Best en daardoor vanaf 2028 van de nieuwe gemeente nadeliger worden. Daar zal dan alternatieve dekking voor moeten worden aangewezen.

Op dit moment (2025) hanteert Oirschot hogere tarieven dan de gemeente Best. Door de voorgenomen en al in de conceptbegroting 2026-2029 geraamde extra verhoging van de OZB tarieven door de gemeente Best zal het verschil in OZB-tarieven tussen Oirschot en Best de komende jaren nagenoeg verdwijnen. Zowel bij de woningen als de niet-woningen. De berekeningen moeten dan ook vooral als een momentopname naar de situatie in 2025 worden gezien. Voor de OZB woningen is ook een prognose gemaakt naar de situatie 2027. De nieuwe gemeente is zelf verantwoordelijk voor het belastingniveau. Voor een weloverwogen besluit over de hoogte van de benodigde opbrengst dient het beleid van de twee gemeenten te worden onderzocht en vertaald naar de nieuwe gemeente om een beeld te krijgen van de totale lasten. De raad van de nieuwe gemeente kan op basis hiervan de beleidskeuzes maken en de nieuwe tarieven vaststellen.

Beeld van de Financiële positie van de twee afzonderlijke gemeenten

Begroting en meerjarenramingen De begrotingen 2025 van de gemeente Best en de gemeente Oirschot voldoen aan het wettelijk criterium. Dit houdt in dat het begrotingsjaar 2025 naar het oordeel van GS structureel en reëel in evenwicht is. In deze scan zijn ook de conceptbegrotingen 20262029 verwerkt, hoewel deze nog niet zijn vastgesteld door de raden en nog niet zijn beoordeeld door ons. In de conceptbegroting 2026-2029 van de gemeente Best sluiten de jaren 2026 en 2027 met een positief saldo. Vanaf 2028 is sprake van tekorten. In de conceptbegroting 2026-2029 van de gemeente Oirschot sluit het begrotingsjaar 2026 met een nadelig saldo. Vanaf 2027 is sprake van positieve saldi.

6

Herindelingsscan Best en Oirschot

Deze cijfers zijn overigens nog niet beoordeeld door de toezichthouder en is puur uitgegaan van de cijfers die de gemeenten hebben gepresenteerd. Naast stijgende kosten binnen het sociaal domein, is er vooral bij Best sprake van structureel hogere lasten door nieuwe budgetaanvragen voor investeringen en exploitatiebudgetten. De gemeente Best heeft in de conceptbegroting 2026-2029 onder meer investeringen geraamd die in de begroting 2025-2028 nog niet voorzien waren van een budget. Dit geeft wel een duidelijk beeld van de ambities van de gemeente maar geeft nog geen volledig inzicht in hoe de gemeente deze ambities gaat bekostigen binnen en structureel sluitende begroting Vanaf 2028 is sprake van een structureel tekort van € 2,5 miljoen, wat neerkomt op 2,1 % van de totale lasten. Ondanks dat de gemeente Best in de conceptbegroting 2026-2029, net als in de begroting 2025-2028, het voornemen om de OZB opbrengsten de komende vier jaar met in totaal ruim 24% extra (naast de indexering voor inflatie) te verhogen al financieel heeft verwerkt. De gemeente Oirschot heeft geen extra verhoging van de OZB opbrengst (naast de indexering voor inflatie) geraamd in de conceptbegroting 2026-2029

Jaarrekening 2024 De gemeente Best heeft het jaar 2024 afgesloten met een positief saldo van € 10 miljoen. De gemeente Oirschot sloot het boekjaar af met een nadelig saldo van € 27.000. De jaarrekeningresultaten zijn echter niet zonder meer onderling te vergelijken. De cijfers worden beïnvloed door incidentele factoren en de wijze waarop beide gemeenten incidentele zaken als budgetoverhevelingen en mutaties grondexploitatie in de jaarcijfers verwerken. Zo is bij de gemeente Oirschot het voordelige effect (€ 1,5 miljoen) van de niet bestede budgetten 2024 die worden overgeheveld naar 2025 niet zichtbaar in het rekeningsaldo. Een bedrag met dezelfde omvang is in 2024 toegevoegd aan de bestemmingsreserve nog uit te voeren werkzaamheden. Bij de gemeente Best is het voordeel van niet bestede budgetten die in aanmerking komen voor overheveling (€ 7,3 miljoen) wel onderdeel van het jaarresultaat 2024. De gemeenten dienen zelf de analyses van de rekeningresultaten te maken om de structurele effecten scherp in beeld te krijgen.

Sociaal domein De gemeenten Best en Oirschot besteden beide een groot deel van hun begroting aan het sociaal domein en ervaren een toenemende vraag naar jeugdhulp en Wmo. Zij werken intensief samen in regionaal verband. De verschillen liggen met name in de inrichting van de organisatie en de financiële positie. Oirschot heeft de jeugdhulpadministratie belegd bij de Kempengemeenten, terwijl Best dit zelf uitvoert. Ook de gevolgen van de Hervormingsagenda Jeugd verschillen: voor Best zijn de extra middelen budgettair neutraal, terwijl Oirschot hierdoor een voordeel in de begroting krijgt. Best ziet de kosten voor jeugdzorg en Wmo in de

Herindelingsscan Best en Oirschot

7

conceptbegroting 2026-2029 (en ook al in de kadernota 2026) sterk oplopen en heeft de budgetten daarvoor structureel met € 2,3 miljoen verhoogd. Oirschot verwacht in geringer mate tekorten op jeugdzorg. In beide gemeenten zal sprake zijn van stijgende Wmo-uitgaven door dubbele vergrijzing.

Investeringen Er is een verschil waar te nemen in het voorgenomen investeringsvolume van beide gemeenten vanaf 2026. Best heeft in de conceptbegroting 2026-2029 het investeringsplan geactualiseerd. Ten opzichte van de begroting 2025-2028 is het investeringsvolume in de jaren 2026-2029 met € 34 miljoen toegenomen tot € 114 miljoen. Dit leidt tot extra structurele kapitaallasten, die grotendeels nog niet zijn voorzien van structurele dekking. Dit geldt vooral voor investeringen waarvan de realisatie de komende periode wordt gestart maar de kapitaallasten vanaf 2030 of 2031, dus na het tijdvak van de begroting 2026-2029, gaan lopen. Ook kapitaallasten die vanaf 2028 gaan lopen zijn niet (volledig) gedekt, gelet op de geraamde structurele begrotingstekorten vanaf 2028. Met de restant investeringsbudgetten 2024 en de geraamde investeringsbudgetten 2025 erbij komt het totaal aan investeringsbudgetten op € 130 miljoen. Voor Oirschot is dit € 76 miljoen. Bij de behandeling van de kadernota 2026 is overigens besloten dat diverse investeringen die in het overzicht “nieuwe budgetaanvragen 2026-2029” zijn opgenomen, pas tot uitvoering kunnen komen als de raad daar een specifiek besluit over heeft genomen. Met ingang van 2 december 2025 kan dit alleen na afstemming met Oirschot en na goedkeuring van de provincie.

Over de investering MFA Wilhelminadorp (geraamd investeringsbedrag € 18 miljoen) is de raad van Best voornemens in december 2025 een besluit te nemen. Aandachtspunt bij dit project is de wijze waarop de structurele lasten vanaf 2028 worden gedekt. De afschrijvingslasten zijn ongeveer € 780.000. De rentelasten bij een rente van 3,5% ongeveer € 630.000. De gemeente Oirschot heeft het investeringsplan in de conceptbegroting 2026-2029 geactualiseerd. Oirschot raamt in de conceptbegroting 2026-2029 ten opzichte van de gemeente Best een relatief laag bedrag aan nieuwe budgetaanvragen. Daar staat tegenover dat er in 2024 en 2025, ten opzichte van de investeringsaanvragen vanaf 2026, relatief hoge investeringsbedragen zijn geraamd. Omgerekend naar een bedrag per inwoners ligt het totaalinvesteringsvolume van beide gemeenten in de periode 2025-2029 (inclusief de restantinvesteringsbudgetten 2024 en 2025) niet ver uit elkaar. Te weten rond de € 4.000 per inwoner. De gemeente Oirschot bereidt besluitvorming van investeringen voor, waarvan de kapitaallasten pas na 2029 gaan lopen. Bijvoorbeeld Kanaalpassage A58 € 5 miljoen) en aanleg 2e fase Randweg (€ 16 miljoen). Ook deze investeringsbudgetten zijn nog niet geraamd. Voor beide gemeenten geldt, dat er beoogde investeringen zijn waar nog geen bedrag aan is gekoppeld en de lasten om die reden ook niet in de begroting zijn opgenomen.

8

Herindelingsscan Best en Oirschot

Als deze plannen doorgang vinden zal er ook structurele dekking voor de daaruit voortvloeiende structurele (kapitaal)lasten moeten worden aangewezen. Best en Oirschot zetten beiden bestemmingsreserves in als financiële dekking van een deel van de afschrijvingslasten. Best (onttrekking in jaarrekening 2024 € 1.383.000) doet dat in hogere mate dan Oirschot (jaarrekening 2024 € 131.000). In de conceptbegroting 20262029 is dit € 1.650.000 respectievelijk € 222.000.

Weerstandsvermogen en financiële kengetallen De uitgangspositie voor de nieuwe gemeente met betrekking tot de weerstandscapaciteit, weerstandsratio en de financiële kengetallen (vooral schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie) is ten opzichte van het gemiddelde van gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners gunstig. De weerstandscapaciteit per inwoner is in de nieuwe gemeente hoger dan het gemiddelde per inwoner in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners in 2023. De risico’s zijn systematisch in beeld gebracht en gekwantificeerd. Voor de inventarisatie van risico’s zijn geen richtlijnen. De gemeenten hebben hiervoor een eigen methodiek. De weerstandscapaciteit wordt in beide gemeenten afgezet tegen de risico’s. Er zijn geen vergelijkende gegevens beschikbaar over bedragen aan risico’s per inwonerklasse. Het weerstandsvermogen is uitgedrukt in een ratio. Om alle onderkende risico’s af te kunnen dekken is een weerstandsratio nodig van 1. Op 31 december 2024 bevindt zich de weerstandsratio van beide gemeenten boven de 1 (Best 3,2 en Oirschot 1,2}. Op basis van de cijfers van beide gemeenten bevindt de weerstandsratio van de nieuwe gemeente zich op 31 december 2024 ruim boven de 1, te weten 2,6. Dit is naar objectieve maatstaven te kwalificeren als “uitstekend”. Bij beide gemeenten is de risicobepaling niet volledig vergelijkbaar.

De door de nieuwe gemeente te berekenen risico’s zijn uiteraard de basis voor de weerstandsratio. De hier weergegeven weerstandsratio van 2,6 moet daarom als een indicatie worden gezien. De kengetallen schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie zijn bij de nieuwe gemeente, naar de stand van 31-12-20231, aanzienlijk gunstiger dan het gemiddelde van de gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners. Wel zal de schuldquote stijgen als gevolg van de toename van de schuld bij beide gemeenten door de voorgenomen investeringen.

Reserves De reservepositie van de nieuwe gemeente is gemeten naar een bedrag per inwoner sterker dan het gemiddelde per inwoner van gemeenten in de inwonerklasse 45.00060.000 inwoners. • Het gemiddelde bedrag per inwoner aan algemene reserves van de nieuwe gemeente bedroeg op 31 december 2013 € 713 per inwoner). Het gemiddelde

1

Op het moment dat deze herindelingsscan werd vervaardigd waren er nog geen vergelijkende cijfers naar de werkelijkheid per 31 december 2024 beschikbaar.

Herindelingsscan Best en Oirschot

9

• • •

bedrag per inwoner in gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners bedroeg op 31 december 2023 € 573. Bij de bestemmingsreserves is dat €1.519 (inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners€ 857 per inwoner). Totaal is dat € 2.252 per inwoner (inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners € 1.430 per inwoner). Wel ligt een groot deel van de bestemmingsreserve van de nieuwe gemeente (op 31 december 2023 € 776 per inwoner) vast door het relatief hoge bedrag aan bestemmingsreserves ter dekking van kapitaallasten.

Vaste schuld De schuld van de nieuwe gemeente is bijna 50% lager dan de gemiddelde schuld van gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners (naar de stand van 31-122023). Door de voorgenomen investeringen zal de schuld van Best en Oirschot en dus de nieuwe gemeente toenemen.

Voorzieningen Belangrijkste verschil tussen beide gemeenten is de inzet van voorzieningen voor groot onderhoud. Best heeft alleen een voorziening voor groot onderhoud van gebouwen. Oirschot heeft deze ook en daarnaast voorzieningen voor groot onderhoud wegen, sportvelden en speeltoestellen. Als er geen onderhoudsvoorzieningen zijn, zijn de onderhoudslasten in de exploitatie opgenomen. Deze kunnen jaarlijks fluctueren.

Vaste activa De boekwaarde van de vaste activa van de nieuwe gemeente ligt iets onder het gemiddelde van gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners (stand 31-122023). Aannemelijk is dat dit bedrag in 2024 is toegenomen door het realiseren van investeringen in dat jaar. De gemeente Best activeert investeringen in riolering niet maar dekt de investeringslasten in één keer ten laste van de daartoe bestemde voorziening. De gemeente Oirschot activeert investeringen in riolering wel.

Onderhoud kapitaalgoederen De onderlinge vergelijkbaarheid is beperkt omdat er verschillende beleidskeuzes zijn gemaakt en doordat de financiële verwerking verschilt. Bijvoorbeeld door wel of niet gebruik te maken van onderhoudsvoorzieningen (en – reserves) met als gevolg dat egalisatie van jaarlijks fluctuerende onderhoudslasten niet eenduidig plaatsvindt. Bij de gemeente Best zijn alle beheerplannen, met uitzondering van riolering, niet actueel en zullen dan ook binnen afzienbare tijd moeten worden geactualiseerd. In 2024 is het Water en Riolering Programma (WRP) en het Systeem Stedelijk water (SSW) geactualiseerd. Op 11 december 2023 heeft de gemeenteraad van Best de nieuwe nota reserves en voorzieningen vastgesteld. Daarin is besloten tot het opheffen van de reserves voor wegbeheer, speelelementen, vervanging groen en buitensportaccommodaties. Vanaf

10

Herindelingsscan Best en Oirschot

2024 dekt de gemeente de kapitaallasten van investeringen in wegen daardoor niet meer ten laste van reserves. De gemeente Oirschot beschikt over actuele beheerplannen, met uitzondering van het beheerplan gebouwen. Op 24 oktober 2023 heeft de raad van Oirschot het “Integraal Maatschappelijk beheerkader” (IMBK 2.0) vastgesteld. Er is gekozen voor beeldkwaliteit A in het historische centrum van Oirschot en de centra van de dorpen. B kwaliteit op hoofdwegen en C kwaliteit in de wijken, op bedrijventerreinen en in het buitengebied. Om te komen tot concrete uitwerking van het IMBK in projecten is in 2024 het Integraal Maatschappelijk Meerjaren Programma (IMMP) geactualiseerd. In het IMMP zijn projecten opgenomen voor de meerjarenbegroting 2025-2028. Deze wordt jaarlijks geactualiseerd. De gemeente is voornemens om het onderhoudsplan gebouwen in 2025 te actualiseren. De gemeente Oirschot werkt voor diverse kapitaalgoederen met onderhoudsvoorzieningen. Uit deze voorzieningen wordt het groot onderhoud bekostigd.

Grondbeleid De door de raad vastgestelde “nota grondbeleid” is in Oirschot actueler dan die van Best. Beide gemeenten actualiseren de exploitatieberekeningen voor de grondexploitaties ten minste eenmaal per jaar. Bij de grondexploitaties is de komende jaren sprake van een relatief groot volume aan nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten. Bij Best worden de meeste inkomsten gerealiseerd tot en met 2028, bij Oirschot vanaf 2028. Alleen de gemeente Oirschot heeft een grondexploitatie voor bedrijventerreinen, echter met een geringe boekwaarde. Best berekent een risicobedrag voor de grondexploitaties, Oirschot doet dat niet. Beide gemeenten hebben voorziene verliezen in de grondexploitaties afgedekt door middel van een verliesvoorziening. Op 31 december 2024 is de stand van de verliesvoorziening van de gemeente Best € 26,2 miljoen en die van de gemeente Oirschot € 0,1 miljoen.

Verbonden partijen Beide gemeenten nemen in hoofdzaak aan dezelfde gemeenschappelijke regelingen deel. Dat betekent dat een groot deel van alle risico’s van de verbonden partijen ook nu al gedeeld worden. Door de herindeling kan het noodzakelijk zijn om uit één of meerdere verbonden partijen te treden, bijvoorbeeld Samenwerking Kempengemeenten. De kans is groot dat dit gepaard zal gaan met uittredingskosten. Het is in ieder geval van belang om met het oog op eventuele opzegtermijnen tijdig (desnoods proforma) over te gaan tot opzegging. Aanbevelingen Per hoofdstuk zijn, waar nodig, aanbevelingen opgenomen. In hoofdstuk 7 kunt u een totaaloverzicht van de aanbevelingen vinden. Het is belangrijk dat u bij het oppakken van deze aanbevelingen een tijdpad vaststelt en de voortgang monitort.

Herindelingsscan Best en Oirschot

11

Algemene conclusie Uit de financiële analyse en risicoduiding (bouwsteen 3) bij het principebesluit tot herindeling van 1 juli 2025 bleek dat op basis van de begrotingen 20252028 kon worden geconcludeerd dat er sprake is van een gezonde uitgangssituatie voor de nieuwe gemeente, die zal ontstaan uit de samenvoeging van de huidige gemeenten Best en Oirschot. Daarbij is aangegeven dat er nog wel uitdagingen zijn om ook de begrotingsjaren vanaf 2026 structureel sluitend te krijgen en/of te houden. In deze herindelingsscan zijn de conceptbegrotingen 2026-2029 van beide gemeenten toegevoegd. Deze zijn op het moment van schrijven niet vastgesteld door de raden en ook nog niet door ons onderzocht op basis van het normale financiële toezicht. Op basis van de conceptbegrotingen 2026-2029 is op dit moment het beeld dat de nieuwe gemeente in 2028 zal starten met een niet sluitende begroting. Net als de andere gemeenten hebben Best en Oirschot te maken met de verlaging van de algemene uitkering uit het gemeentefonds en kostenontwikkelingen binnen het sociaal domein. Daarnaast is er sprake van nieuw beleid en gemeentelijke ambities waarvan de financiële effecten nog niet bekend zijn of onderdeel zijn van een (nog) niet meerjarig sluitende begroting. Voor een gezonde startpositie van de nieuwe gemeente is het noodzakelijk te komen tot een structureel sluitende begroting 2028 en verder.

Door gemeente Best is aangegeven dat de raad bij de kadernota 2027 verwacht keuzes te maken. Bij de kadernota 2026 is al besloten dat een aantal nieuwe investeringen apart via een raadsvoorstel ter besluitvorming zullen worden aangeboden. Aandachtspunt bij de besluitvorming over deze investeringen is op welke wijze de structurele lasten vanaf 2028 van structurele dekking worden voorzien. Voor beide gemeenten geldt dat vanaf 2 december 2025 besluiten door ons goedgekeurd moeten worden. Naast de begrotingssaldi is gekeken naar de financiële positie (schuld, reservepositie, grondexploitaties). De gezamenlijke schuld is naar objectieve maatstaven niet hoog en het gezamenlijke weerstandsvermogen is voldoende, de gemeenten beschikken gezamenlijk over ruim voldoende weerstandscapaciteit om de nu bekende risico’s te kunnen opvangen. Bij de grondexploitaties doen zich nog onzekerheden voor door de nog te realiseren opbrengsten en nog te maken kosten.

12

Herindelingsscan Best en Oirschot

2 Inleiding Op 1 juli 2025 hebben de gemeenten Best en Oirschot het principebesluit genomen om te komen tot een reguliere samenvoeging van beide gemeenten. Daarmee is het gezamenlijk proces naar de herindeling per 1 januari 2028 van de gemeenten gestart. De planning is dat de raden van beide gemeenten het “Herindelingsontwerp Oirschot en Best” op 2 december 2025 vaststellen. Dit herindelingsontwerp zal een financiële paragraaf bevatten waarin de uitkomsten van een herindelingsscan worden opgenomen. Om deze reden hebben de gemeenten Best en Oirschot een verzoek ingediend bij Gedeputeerde Staten (GS) voor het opstellen van een herindelingsscan. 2.1 Doel van de herindelingsscan Het algemeen doel van de herindelingsscan is een beeld te geven van de financiële positie van de nieuwe gemeente en inzicht te geven in de belangrijkste financiële effecten van de herindeling. Daarnaast wordt een beeld gegeven van de financiële positie van de twee afzonderlijke gemeenten. De herindelingsscan levert geen oplossingen voor eventuele knelpunten, maar maakt deze knelpunten wel inzichtelijk. De gemeenten kunnen hier vervolgens gericht mee aan de slag om tot een oplossing te komen. 2.2 Onderzoeksvragen De herindelingsscan is verricht uitgaande van de volgende twee onderzoeksvragen. 1.

Wat is het effect van de herindeling op de algemene uitkering, welke opbrengst kan verwacht worden van de tijdelijke maatstaf herindeling, welke frictiekosten kunnen zich voordoen, welke effecten heeft de herindeling mogelijk op de woonlasten, wat zijn overige financiële aandachtspunten? 2. Wat kan aan de hand van de jaarrekeningen, de begrotingen en meerjarenraming van Best en Oirschot over de financiële positie van de nieuwe gemeente worden gezegd? 2.3 Uitgangspunten De herindelingsscan is tot stand gekomen met input van beide gemeenten. De provincie Noord-Brabant heeft het bureau Welconsult Gemeentefinanciën ingeschakeld om, op basis van de gegevens van de gemeenten, de herindelingsscan op te stellen. Het onderzoek is uitgevoerd in de periode juli 2025 tot en met september 2025. De kadernota 2026 (Best) en de koersnota 2026 (Oirschot) en de jaarrekening 2024 vormen de basis voor deze herindelingsscan. Daarnaast ook de begroting 2025, inclusief de meerjarenraming 2026-2028. Vanwege het doel om een zo actueel beeld van de meerjarige financiële positie van beide gemeenten en de nieuwe gemeente te schetsen is ook informatie uit de conceptbegroting 2026-2029 van Best en Oirschot als input voor deze scan gebruikt. Vooral in de onderdelen Begroting en meerjarenraming (hoofdstuk 6.1), Sociaal domen (6.3), Investeringen (6.4) en Weerstandsvermogen en financiële kengetallen (6.5).

En in hoofdstuk 5.3, harmonisatie van tarieven. De concepten die zijn gebruikt zijn door het college van B&W van de betreffende gemeente vastgesteld, maar nog niet door de gemeenteraad. Gelet op het moment dat deze scan gereed moest zijn was het niet mogelijk te wachten op de besluitvorming van de raad over de begroting.

Herindelingsscan Best en Oirschot

13

Voor zover het nodig was om een beter beeld van de totale financiële positie te krijgen zijn ook beschikbare tussenrapportages, grondexploitatienota’s en andere relevante documenten geraadpleegd. 2.4 Leeswijzer In hoofdstuk 1 is de bestuurlijke samenvatting opgenomen. In dit hoofdstuk (hoofdstuk 2) zijn het doel, de onderzoeksvragen en de uitgangspunten toegelicht. In hoofdstuk 3 worden de kenmerken van de huidige twee gemeenten en de nieuwe gemeente toegelicht. Hoofdstuk 4 is toekomstgericht. Hier wordt ingegaan op de directe (financiële) gevolgen van de gemeentelijke herindeling: de algemene uitkering uit het gemeentefonds; de frictiekosten en de tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling; het toezicht op grond van de Wet algemene regels herindeling (Wet arhi) en de overige financiële aandachtspunten. In hoofdstuk 5 komen de eigen inkomsten van Best en Oirschot aan de orde. Hoofdstuk 6 bevat de begrotingspositie, de totale financiële positie en het financiële beleid. In hoofdstuk 7, het laatste hoofdstuk, zijn de belangrijkste conclusies en aanbevelingen opgenomen. 2.5 Legenda Positieve getallen worden aangegeven met V (= voordeel). Negatieve getallen worden aangegeven met een N (= Nadeel). Daar waar wordt gesproken over Best en over Oirschot wordt bedoeld gemeente Best en gemeente Oirschot.

14

Herindelingsscan Best en Oirschot

3 Kenmerken 3.1 Structuurkenmerken voor en na herindeling In samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn de structuurkenmerken voor de twee gemeenten en de nieuwe gemeente bepaald. In bijlage 8.3 is het totaaloverzicht opgenomen. Voor de kenmerken van de nieuwe gemeente zijn in veel gevallen de volumina opgeteld of is een gewogen gemiddelde gebruikt om een aantal kenmerken te berekenen. In enkele gevallen is sprake van een maatstaf met een drempel. Die maatstaf telt mee op het moment dat het aantal een minimum (drempel) bereikt. Door de herindeling Best en Oirschot werkt dit gunstig uit. De sociale structuur van de nieuwe gemeente valt in de categorie goed. De centrumfunctie van de nieuwe gemeente valt in de categorie redelijk. BZK geeft aan deze berekening niet meer uit te voeren. Maar gezien de huidige sociale structuur en centrumfunctie van de grootste gemeente (Best) wordt er van uitgegaan, dat de herindelingsgemeente deze structuurkenmerken ook kent.

Gemeente Best Gemeente Oirschot Inwoners

31.223

19.280

Sociale structuur

Goed

Goed

Centrumfunctie

Redelijk

Zonder

Tabel 3.1.1 Structuurkenmerken, Bron: Ministerie van BZK

3.2

Demografische trends en ontwikkelingen van de woningvoorraad in Brabant

In dit hoofdstuk worden beschreven: Ontwikkelingen en achtergronden met betrekking tot ‘bevolking, bouwen en wonen’. Feiten, prognoses en plannen in Noord-Brabant, de Metropoolregio Eindhoven én in de nieuwe gemeente. Demografische trends en ontwikkelingen van de woningvoorraad in Brabant Bevolkingsomvang Zoals de eind 2023 vastgestelde Bevolkings- en woningbehoefteprognose NoordBrabant laat zien, zal de Brabantse bevolking de komende decennia naar verwachting nog met zo’n 336.000 mensen groeien (+12,6%), van 2.664.000 inwoners in 2025 tot 3.000.000 in 2050. Het grootste deel van deze bevolkingsgroei (ruim 70%) vindt plaats voor 2040. De bevolkingsgroei wordt hierbij vrijwel volledig bepaald door positieve buitenlandse migratiesaldi.

Herindelingsscan Best en Oirschot

15

Leeftijdssamenstelling Wat de leeftijdssamenstelling van de Brabantse bevolking betreft, springt de voortgaande vergrijzing het meest in het oog. Aan het begin van 2025 is ca. 21,5% van de bevolking in onze provincie 65 jaar of ouder. De komende tijd, wanneer de naoorlogse geboortegolf gaandeweg deze leeftijd bereikt, zal het percentage ouderen sterk oplopen. Hierbij speelt ook de oplopende levensverwachting een rol. Rond 2040 bereikt de vergrijzing haar hoogtepunt. Dan behoort naar verwachting 25,5% van de bevolking tot de 65+’ers. Tussen 2040 en 2050 loopt het percentage 65+’ers weer iets terug, tot net onder de 25% in 2050. Bij dit alles groeien de hoogste leeftijdsgroepen het sterkst. Zo zal het percentage 75+’ers oplopen van net iets meer dan 10% in 2025 naar ruim 15% in 2050. Rond 2050 zullen er naar verwachting ruim 450.000 75+’ers zijn in Brabant, tegen zo’n 270.000 in 2023; een groei van ca. 180.000 (bijna 70%). In 2050 zal bijna twee derde (61%) van het totale aantal 65+’ers ouder zijn dan 75 jaar. Hier tekent zich de ‘dubbele vergrijzing’ af: er komen gelet op de leeftijdsopbouw van vandaag de dag niet alleen meer ouderen bij, zij leven gemiddeld ook steeds langer. Huishoudenssamenstelling Tot 2050 (gemeten vanaf 2024) komen er in onze provincie nog ruim 210.000 huishoudens bij (+17,5%). Vooral het aantal alleenstaanden groeit sterk.

Verwacht wordt dat in 2050 van alle huishoudens ca. 41,5% een eenpersoonshuishouden is. In 2000 lag dat percentage nog op 28%. Vooral het aantal oudere alleenstaanden (75+) neemt sterk toe. Groeit het aantal huishoudens tussen 2024 en 2050 nog met 17,5%, de bevolking groeit in diezelfde periode met ‘slechts’ 13,5%. Deze relatief sterkere toename van het aantal huishoudens hangt samen met de vergrijzing en de individualisering. Hierdoor groeit vooral het aantal eenpersoonshuishoudens sterk. Tot 2050 komen er ruim 140.000 eenpersoonshuishoudens bij (+32%), waarmee de totale huishoudensgroei (van ruim 210.000) voor twee derde (67%) kan worden verklaard. Groei woningvoorraad Er ligt nog een flinke woningbouwopgave in onze provincie, met een sterk accent op de eerstkomende 10 jaar. Samenhangend met de nog altijd hoge groei van het aantal huishoudens en om bestaande woningtekorten in te lopen, zullen er alleen al in de jaren 2025 tot 2035 zo’n 140.000 woningen aan de Brabantse voorraad moeten worden toegevoegd. Dat is zo’n 60% van de opgave tot 2050 (242.000). Regionale ambities en afspraken, zoals bijvoorbeeld het ‘project Beethoven’ in de Metropoolregio Eindhoven (MRE), gaan vaak uit van nog hogere woningbouwaantallen. Vergeleken met de provinciale prognose zijn deze ambities er veelal op gericht om bestaande woningtekorten (aanmerkelijk) sneller in te lopen.

Zoals het provinciale Kwartaalbeeld Woningmarkt Noord-Brabant laat zien, liggen de feitelijke en de eerstkomende jaren verwachte woningbouwaantallen Brabant-breed en ook in ZuidoostBrabant nog altijd (duidelijk) onder de provinciale prognosecijfers.

16

Herindelingsscan Best en Oirschot

Een belangrijk deel van de groei van de Brabantse bevolking, huishoudens en woningvoorraad – steeds zo rond de 37% à 38% – zal z’n plek moeten vinden in de MRE, waartoe ook de (huidige) gemeenten Best en Oirschot behoren. Hieronder zijn puntsgewijs en steeds geïllustreerd aan de hand van een tabel, enkele belangrijke trends en ontwikkelingen op een rijtje gezet, waarbij de nieuwe gemeente in het perspectief is geplaatst van de ontwikkelingen in Brabant als geheel en in de MRE. 1. Bevolkingsgroei, 2010-2040 bevolking

groei

bevolking

groei

bevolking

2010

2010 t/m 2024

2025

2025 t/m 2039

2040

NOORD-BRABANT

2.444.200

219.900

2.664.000

238.400

2.902.400

109,0

108,9

MRE

735.200

81.100

816.300

90.100

906.400

111,0

111,0

123,3

46.700

4.475

51.175

3.625

54.800

109,6

107,1

117,3

Nieuwe gemeente

groei-index 2010-2025 2025-2040 (2010 = 100) (2025 = 100)

2010-2040 (2010 = 100) 118,7

Bronnen: * 2010 t/m 2025: CBS, juli 2025 /bewerking: P rovincie Noord- Brabant. * 2025 t/m 2040: 'De bevolkings - en woningbehoefteprognos e Noord- Brabant, actualis ering 2023'. De in de tabel opgenomen gegevens zijn afgerond op 100- tallen (provincie en regio) en 25- tallen (de nieuwe gemeente 'Bes t- Oirs chot'). Hierdoor kunnen er in de tabel geringe afwijkingen voorkomen.

Tabel 3.2.1

•

•

•

De Brabantse bevolking nam de afgelopen 15 jaar – 2010 tot 2025 – met 220.000 inwoners toe (+9%), een gemiddeld jaarlijkse groei van ruim 14.500 inwoners. In de MRE lag de bevolkingsgroei met 11% duidelijk hoger. In de nieuwe gemeente lag de groei (9,6%) iets boven het Brabants gemiddelde, maar bijna 1,5 procentpunt onder het MRE-niveau. Ook de komende 15 jaar – 2025 tot 2040 – wordt in Brabant een bevolkingsgroei verwacht van zo’n 9% (8,9%), een toename van 238.500 mensen (bijna 16.000 gemiddeld per jaar). En ook nu weer laat de MRE aanmerkelijk hogere groeicijfers zien (+11%). De prognoses voor de nieuwe gemeente liggen met een verwachte groei van 7,1% onder het regionale en provinciale niveau. In 2026 wordt de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose geactualiseerd. De effecten (o.a. als gevolg van de ontwikkelingen bij ASML) op de toekomstige buitenlandse migratiestromen en daarmee op de regionale en gemeentelijke bevolkingssamenstelling, de huishoudensgroei en de daarbij benodigde groei van de woningvoorraad zullen een belangrijk onderdeel zijn van deze actualiseringsronde. Op gemeenteniveau zal dat tot andere prognoseuitkomsten leiden. De nieuwe gemeente telt anno 2025 51.1752 inwoners. En zou daarmee qua bevolkingsomvang, na Eindhoven en Helmond, de derde gemeente zijn in de MRE.

2

Er worden in deze herindelingsscan op diverse plekken inwoneraantallen genoemd van de nieuwe gemeente. Omdat de bronnen daarvan, gelet op het specifieke onderwerp, kunnen verschillen kan er in de genoemde aantallen een klein verschil zitten.

Herindelingsscan Best en Oirschot

17

2. Groei woningvoorraad, 2010-2040 woningvoorraad

groei

woningvoorraad

groei

woningvoorraad

2010

2010 t/m 2024

2025

2025 t/m 2039

2040

NOORD-BRABANT

1.026.200

175.400

1.201.700

187.200

1.388.900

117,1

115,6

MRE

312.300

59.100

371.500

68.700

440.200

118,9

118,5

140,9

18.275

3.925

22.200

3.250

25.450

121,5

114,6

139,3

Nieuwe gemeente

groei-index 2010-2025 2025-2040 (2010 = 100) (2025 = 100)

2010-2040 (2010 = 100) 135,3

Bronnen: * 2010 t/m 2025: CBS, juli 2025 /bewerking: P rovincie Noord- Brabant. * 2025 t/m 2040: 'De bevolkings - en woningbehoefteprognos e Noord- Brabant, actualis ering 2023'. De in de tabel opgenomen gegevens zijn afgerond op 100- tallen (provincie en regio) en 25- tallen (de nieuwe gemeente 'Bes t- Oirs chot'). Hierdoor kunnen er in de tabel geringe afwijkingen voorkomen.

Tabel 3.2.2

•

• •

•

De afgelopen 15 jaar kwamen er in Brabant ruim 175.000 woningen bij (+17,1%), een gemiddeld jaarlijkse groei van 11.700 woningen per jaar. In de MRE werden bijna 60.000 woningen aan de voorraad toegevoegd en lag de groei met 18,9% duidelijk hoger dan het Brabantse groeipercentage. In de nieuwe gemeente – waar de voorraad tussen 2010 en 2025 met bijna 4.000 woningen toenam – lag de groei (+21,5%) verhoudingsgewijs ruimschoots boven de provinciale en regionale groei. Per 1-1-2025 staan er in de nieuwe gemeente 22.200 woningen. Samenhangend met de groei van het aantal huishoudens en om de huidige woningtekorten in te lopen zal de woningvoorraad in Brabant de komende 15 jaar met zo’n 185.000 tot 190.000 woningen moeten toenemen (+15,6%). Dat zijn ca. 12.500 woningen gemiddeld per jaar, waarbij zeker de eerstkomende jaren een hogere groei nodig is. De prognose: Verhoudingsgewijs liggen tussen 2025 en 2040 het groeipercentage voor de MRE (+18,5%) duidelijk boven het niveau voor Brabant als geheel en voor de nieuwe gemeente iets daaronder.

Vanuit het ‘project Beethoven’ en de ‘Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant’ wordt in de MRE uitgegaan van een (aanmerkelijk) hogere woningbouwopgave, al laten diverse indicatoren zien (zie tabel 3.2.7) dat de feitelijke en de eerstkomende jaren verwachte woningbouwaantallen in de MRE nog altijd (duidelijk) onder de provinciale prognosecijfers liggen. De hogere woningbouwopgave betekenen dat in de MRE ruim 90.000 woningen aan de voorraad zouden moeten worden toegevoegd tussen 2025 en 2040 (netto groei). Voor de nieuwe gemeente gaat het dan om een voorraadgroei met zo’n 3.800 woningen 3. 3. Groei aantal huishoudens, 2010-2040 huishoudens

groei

huishoudens

groei

huishoudens

2010

2010 t/m 2023

2024

2024 t/m 2039

2040

NOORD-BRABANT

1.058.200

157.200

1.215.400

156.300

1.371.700

114,9

112,9

129,6

MRE

322.500

53.800

376.300

59.100

435.400

116,7

115,7

135,0

18.600

3.300

21.900

2.225

24.150

117,7

110,1

129,8

Nieuwe gemeente

groei-index 2010-2024 2024-2040 (2010 = 100) (2024 = 100)

2010-2040 (2010 = 100)

Bronnen: * 2010 t/m 2025: CBS, juli 2025 /bewerking: P rovincie Noord- Brabant. * 2025 t/m 2040: 'De bevolkings - en woningbehoefteprognos e Noord- Brabant, actualis ering 2023'. De in de tabel opgenomen gegevens zijn afgerond op 100- tallen (provincie en regio) en 25- tallen (de nieuwe gemeente 'Bes t- Oirs chot'). Hierdoor kunnen er in de tabel geringe afwijkingen voorkomen.

Tabel 3.2.3 In de provinciale prognose (nov. 2023), evenals in het ‘project Beethoven’ is een (eerste) inschatting gemaakt van o.a. de ‘ASML-effecten’ op de buitenlandse migratiesaldi in de regio en de regiogemeenten. Bij de actualisering van de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose in 2026 zullen de laatste inzichten (o.a. met betrekking tot ASML en vanuit de concept BO-MIRT) worden meegenomen. Dit kan tot andere (hogere) uitkomsten leiden.

3

18

Herindelingsscan Best en Oirschot

•

•

•

De huishoudensgroei ligt hoger dan de bevolkingsgroei. Zo nam in de nieuwe gemeente de bevolking tussen 2010 en 2024 toe met 8,1% (en 9,6% tot 2025, zie tabel 1), maar groeide het aantal huishoudens met 17,7%. Deze relatief sterkere toename van het aantal huishoudens hangt vooral samen met de vergrijzing en de individualisering. Hierdoor is het aantal eenpersoonshuishoudens sterk gegroeid in deze afgelopen 15 jaar. De verwachting is dat deze groei de komende jaren afvlakt (zie ook tabel 5). De vooruit berekende groei van de woningvoorraad hangt uiteraard nauw samen met de groei van het aantal huishoudens. Wel liggen de groeipercentages van de woningvoorraad steeds iets hoger dan die van het aantal huishoudens. Dit komt omdat er in de berekeningen van uit is gegaan, dat bestaande woningtekorten in de loop van de prognoseperiode wordt ingelopen. Ook is rekening gehouden met de (frictie)leegstand. Voor de nieuwe gemeente komen de berekeningen tussen 2024 en 2040 uit op een huishoudensgroei van ruim 10%, terwijl de woningvoorraad in diezelfde periode met een kleine 17% toeneemt. 4. Leeftijdssamenstelling, 2010 en 2040

0 - 15 jaar

leeftijdsverdeling (%) 2010 15 - 29 30-65 jaar jaar

NOORD-BRABANT

17,3%

17,7%

MRE

17,1%

17,8%

19,1%

15,9%

Nieuwe gemeente

65 jaar en ouder

0 - 15 jaar

leeftijdsverdeling (%) 2040 15 - 29 30-65 jaar jaar

49,4%

15,7%

15,9%

15,6%

43,0%

49,0%

16,0%

15,6%

16,0%

44,1%

24,3%

50,3%

14,7%

16,5%

13,6%

41,9%

28,0%

Bronnen: * 2010: CBS, juli 2025 /bewerking: P rovincie Noord- Brabant. * 2040: 'De bevolkings - en woningbehoefteprognos e Noord- Brabant, actualis ering 2023'.

Tabel 3.2.4

•

•

•

De Brabantse bevolking vergrijst. Zo komen er in onze provincie in 30 jaar tijd zo’n 355.000 65+’ers bij, op een totale bevolkingsgroei van 458.000. Hierdoor loopt het percentage 65+’ers op van 15,7% in 2030 tot 25,4% in 2040. De vergrijzing in de nieuwe gemeente ligt boven de Brabantse gemiddelden. Tussen 2010 en 2040 zal het aantal 65+’ers hier meer dan verdubbelen (+124%), van 6.900 naar 15.400 (+8.500). Het percentage 65+’ers loopt op van 14,7% naar 28%. De nieuwe gemeente ontwikkelt zich hiermee van een gemeente met een relatief wat jongere bevolking, naar een gemeente met een verhoudingsgewijs wat oudere bevolking vergeleken met Brabant als geheel en de MRE. Het aandeel jong-volwassenen (15-29-jarigen) daarentegen ligt in de nieuwe gemeente Oirschot’ steeds een paar procentpunten onder de provinciale en regionale ‘scores’.

Herindelingsscan Best en Oirschot

19

65 jaar en ouder 25,4%

5. Huishoudenssamenstelling, 2010 en 2040 huishoudensverdeling (%) 2010 samenwonend eenpersoons- samenwonend eenouderhuishouden met kind(eren) zonder kind(eren)1) huishouden

huishoudensverdeling (%) 2040 samenwonend eenpersoons- samenwonend eenouderhuishouden met kind(eren) zonder kind(eren)1) huishouden

NOORD-BRABANT

32,6%

29,8%

31,8%

5,9%

40,3%

23,9%

28,7%

7,1%

MRE

33,6%

29,0%

31,6%

5,8%

41,0%

24,0%

27,9%

7,1%

25,4%

36,7%

32,5%

5,4%

33,0%

31,3%

28,4%

7,4%

Nieuwe gemeente

Bronnen: * 2010: CBS, juli 2025 /bewerking: P rovincie Noord- Brabant. * 2040: 'De bevolkings - en woningbehoefteprognos e Noord- Brabant, actualis ering 2023'. 1)

incl. overige huis houdens ; pers onen die geen partnerrelatie of ouder- kindrelatie hebben, maar die wel een gezamenlijk huis houden voeren (ca. 0,5% van het totaal aantal huis houdens in Noord- Brabant).

Tabel 3.2.5

6. Gemiddelde huishoudensgrootte, 2010, 2025 en 2040 2010 2025

2040

NOORD-BRABANT

2,28 2,14

2,09

MRE

2,26 2,12

2,06

Nieuwe gemeente 2,50 2,30

2,25

Bronnen: * 2010: CBS, juli 2025 /bewerking: P rovincie Noord- Brabant. * 2025 en 2040: 'De bevolkings - en woningbehoefteprognos e NoordBrabant, actualis ering 2023'.

Tabel 3.2.6

•

•

•

•

20

Wat de huishoudensontwikkelingen betreft zien we – met name samenhangend met de vergrijzing – vooral een sterke groei van het aantal eenpersoonshuishoudens. Brabant-breed komen er tussen 2010 en 2040 ruim 310.000 huishoudens bij, waarvan twee derde, oftewel bijna 210.000 een eenpersoonshuishouden vormt. Het percentage eenpersoonshuishoudens loopt in Brabant op tot ruim 40% in 2040 (en 41,5% in 2050). In de MRE ligt het percentage eenpersoonshuishoudens, vooral ook onder invloed van de grote aantallen studenten (Eindhoven), steeds iets boven het Brabants gemiddelde. Als sub urbane gemeente wijkt de nieuwe gemeente op onderdelen duidelijk af van het provinciale en regionale beeld. Het aantal eenpersoonshuishouden groeit ook hier sterk, maar ligt wel structureel op een lager niveau (33% in 2040). Daarentegen ligt het percentage samenwonenden met kind(eren), zeg maar de gezinshuishoudens, steeds boven het Brabantse en regionale niveau. Deze gemeentelijke en regio specifieke verschillen vertalen zich ook in de huishoudensgrootte. Hoewel overal in onze provincie de gemiddelde huishoudensgrootte verder afneemt, ligt die in de nieuwe gemeente wel steeds boven het niveau van Brabant en de regio. In 2040 bestaat een huishouden in de nieuwe gemeente uit gemiddeld 2,25 personen (was 2,5 in 2010).

De gemiddelde huishoudensgrootte voor Brabant als geheel en de MRE ontwikkelt zich van 2,28, resp. 2,26 in 2010 naar 2,09 en 2,06 in 2040.

Herindelingsscan Best en Oirschot

7. Bouwindicatoren 2026 - korte en lange termijn groei woningvoorraad

in %

groei woningvoorraad

in %

2020 t/m 2025

bouwindicator

2005 t/m 2025

bouwindicator

3)

4)

groei woningvoorraad

verwacht

prognose

2026 1) korte termijn

verwacht

prognose

2026 2) lange termijn

2020 t/m 2025 (2020=100)

2015 t/m 2025 (2015=100)

NOORD-BRABANT

73.800

83.600

88

212.000

253.700

84

106,5

111,7

121,7

MRE

27.000

29.800

91

70.900

80.400

88

107,7

113,5

123,7

1.950

1.725

113

4.575

5.075

90

109,4

117,3

126,0

Nieuwe gemeente

Bron: Monitor bevolking en wonen, P rovincie Noord- Brabant, juli 2025 De in de tabel opgenomen gegevens zijn afgerond op 100- tallen (provincie en regio) en 25- tallen (de nieuwe gemeente 'Bes t- Oirs chot'). 1)

De 'bouwindicator 2026 - korte termijn' geeft aan in welke mate de in 2020 t/m 2025 vooruit berekende groei van de woningvoorraad naar verwachting* ook gerealis eerd is /wordt.

2)

De 'bouwindicator 2026 - lange termijn' geeft aan in welke mate - cumulatief gemeten vanaf 2005 - de vooruit berekende groei van de woningvoorraad naar verwachting* ook gerealis eerd is /wordt. Voor beide indicatoren is voor de vooruitberekende groei s teeds gebruik gemaakt van de uitkoms ten van de in de betreffende jaren geldende provinciale prognos e. * De verwachte groei is bepaald door bij de feitelijke groei van de woningvoorraad in de periode 2020 t/m 2024 res p. 2005 t/m 2024, de in 2025 verwachte voorraadgroei** op te tellen. ** Bepaald aan de hand van het aantal woningen dat - s amenhangend ook met de mate van vers tedelijking van de betreffende gemeenten - 1- 2½ jaar (12- 30 maanden) eerder in aanbouw is genomen. E en (trendmatige) ins chatting van de s loop van woningen en van het aantal 'toevoegingen anders zins ' is in de gegevens verwerkt. 1) 2)

Bron: CBS- Statline /bewerking: P rovincie Noord- Brabant.

Voor beide indicatoren geldt: E en waarde (uitgedrukt in %) >100 geeft aan dat de (feitelijk) verwachte groei van de woningvoorraad boven de vooruitberekende groei ligt. E en waarde <100 geeft aan dat de verwachte groei juis t onder de vooruit berekende groei ligt.

Tabel 3.2.7

• Voor Brabant wordt over de jaren 2020 t/m 2025 een voorraadgroei verwacht van in totaal bijna 74.000 woningen, 12.300 gemiddeld per jaar. Hiermee staat de ‘bouwindicator 2026 - korte termijn’ op 88. Dit betekent dat de verwachte groei van de Brabantse woningvoorraad in die periode 12% lager ligt dan de vooruitberekeningen vanuit onze provinciale prognoses. De MRE blijft in diezelfde periode 9% achter op de ramingen. • De ‘scores’ van de nieuwe gemeente laten een aanmerkelijk beter beeld zien. Hier ligt de (verwachte) groei tussen 2020 en 2026 13% boven de prognoses en staat de ‘bouwindicator 2026 - korte termijn’ dus op 113. Dit duidt erop, dat een deel van de (grote) woningbouwopgave van Eindhoven is opgevangen in de regiogemeenten Best en Oirschot. • Ook gemeten over een langere periode (2005 t/m 2025) liggen de scores van de nieuwe gemeente iets hoger dan voor Brabant en de regio, al zijn de verschillen wel (aanmerkelijk) minder groot.

Herindelingsscan Best en Oirschot

21

2005 t/m 2025 (2005=100)

2025 t/m 2029 (korte termijn = 5- jaars periode) opgave

plus

=

indicator totale

prognose 2023

1)

verwachte sloop

2)

waarvan

indicator

totale

harde

benodigde capaciteit

capaciteit 3) in plannen

harde 3a) capaciteit

plancapaciteit

4)

plancapaciteit

5-jaarsperiode

NOORD-BRABANT

82.800

6.900

89.700

118.400

64.700

132%

MRE

29.300

1.800

31.100

46.000

21.600

148%

70%

1.225

100

1.325

1.900

1.125

144%

86%

Nieuwe gemeente

72%

2025 t/m 2034 (middellange termijn = 10- jaars periode) 10-jaarsperiode

NOORD-BRABANT

140.700

13.900

154.600

204.700

73.850

132%

MRE

50.600

3.600

54.200

85.400

27.100

158%

50%

2.375

175

2.550

3.975

1.725

155%

68%

Nieuwe gemeente

Bron: Monitor bevolking en wonen, P rovincie Noord- Brabant, juli 2025 De in de tabel opgenomen gegevens zijn afgerond op 100- tallen (provincie en regio) en 25- tallen (de nieuwe gemeente). 1) 2) 3)

De bevolkings - en woningbehoefteprognos e Noord- Brabant, actualis ering 2023. De te verwachten s loop is berekend o.b.v. de gemiddelde s loop over de periode 2015 t/m 2024. Bron: opgaven gemeenten in de matrix 'Overzicht woningbouwcapaciteit per gemeente', s tand anno 2025 (in concept); bewerking: P rovincie Noord- Brabant.

De gegevens zijn nog in bewerking en worden in s eptember 2025 gepubliceerd op de provinciale webs ite (Kwartaalbeeld Woningmarkt Noord- Brabant en Monitor bevolking en wonen) 3a) T ot de harde plancapaciteit behoren de onherroepelijke of door gemeenteraden vas tges telde woningbouwplannen. 4)

De 'indicator harde plancapaciteit' geeft aan hoe de harde plancapaciteit (=de onherroepelijke of door gemeenteraden vas tges telde plannen) voor de eers tkomende 5 jaar (2025 t/m 2029), res pectievelijk 10 jaar (2025 t/m 2034), zich verhoudt tot de vooruit berekende1) groei van de woningvoorraad. De 'indicator totale plancapaciteit' geeft aan hoe de totale plancapaciteit voor de eers tkomende 5 jaar (2025 t/m 2029), res pectievelijk 10 jaar (2025 t/m 2034) zich verhoudt tot de vooruit berekende groei van de woningvoorraad. In de berekeningen van beide indicatoren is rekening gehouden met de (trendmatig) verwachte s loop van woningen. E en waarde >100 is een indicatie dat er (ruim) voldoende (harde) plancapaciteit is om in de benodigde woningbouw te kunnen voorzien, maar ook een indicatie van onvoldoende ruimte en flexibiliteit in de planning en programmering. E en waarde <100 is een indicatie dat er nog onvoldoende (harde) plancapaciteit is om in de benodigde woningbouw te kunnen voorzien, maar ook een indicatie van voldoende ruimte en flexibiliteit in de planning en programmering.

Tabel 3.2.8

• In Noord-Brabant zijn er (anno 2025) plannen voor de bouw van in totaal zo’n 262.500 woningen. Van dat planaanbod is zo’n 80% (bijna 205.000 woningen) ‘ingeboekt’ voor de periode 2025 tot 2035 en zo’n 45% (ruim 118.000 woningen) voor de kortere termijn (2025 tot 2030). • Voor beide perioden staat de ‘indicator totale plancapaciteit’ hiermee in Brabant op 132%. Deze indicatoren, die het planaanbod voor woningbouw afzetten tegen de benodigde capaciteit (berekend vanuit de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose (2023), laten zien dat er (meer dan) genoeg plannen zijn in Brabant. En – zeker voor de kortere termijn – is een groot deel van dit planaanbod ook al hard. Zo is van de benodigde capaciteit voor de eerstkomende vijf jaar al 72% opgenomen in harde plannen; de onherroepelijke of door gemeenteraden vastgestelde woningbouwplannen. • De MRE en ook de nieuwe gemeente ‘Best-Oirschot’ laten op de onderscheiden indicatoren doorgaans hogere scores zien. Zo staat de ‘indicator totale plancapaciteit’ voor de periode 2025 tot 2030 in de nieuwe gemeente op 144% en de ‘indicator harde plancapaciteit’ op 86%. Gemeten over een langere periode (2025 tot 2035) staan die indicatoren op 155%, resp. 68%.

De scores laten zien dat ook in de nieuwe gemeente met het huidige planaanbod voor woningbouw ruimschoots kan worden voorzien in de benodigde woningbehoefte, en ook als rekening wordt gehouden met de (eventuele) hogere woningbouwopgaven uit het ‘project Beethoven’ en de ‘Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant’ (zie onder tabel 3.3.2).

22

Herindelingsscan Best en Oirschot

48%

4)

4 Financiële effecten bij herindeling In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de belangrijkste financiële gevolgen van de gemeentelijke herindeling. Dit biedt de gemeenten de kans om tijdens het herindelingsproces gericht te sturen op de financiële effecten die in deze herindelingsscan worden geconstateerd. Het (nieuwe) beleid van de nieuwe gemeente kan zo beter worden bepaald en er wordt inzicht verkregen in de bouwstenen van de op te stellen begroting van de nieuwe gemeente. 4.1 Algemene uitkering Hoeveel geld individuele gemeenten uit het gemeentefonds krijgen, hangt af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeenten. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen, de zogenoemde eigen inkomsten. Het ministerie van BZK kijkt bij de verdeling van het gemeentefonds over de gemeenten onder meer naar: • aantal inwoners; • aantal jongeren; • aantal uitkeringsgerechtigden; • oppervlakte van de gemeente; • grootte van de watergebieden; Dit worden de maatstaven genoemd. Er zijn ruim 60 maatstaven. Elke maatstaf heeft een bedrag “per eenheid”. De gemeente krijgt geld voor iedere inwoner, iedere jongere, etc. Voor het berekenen van de structurele algemene uitkering van de nieuwe gemeente zijn deze eenheden bepaald. De eenheden van de twee gemeenten zijn bepaald door optelling, een gewogen gemiddelde of door herberekening door het CBS.

In tabel 4.1.1 is de algemene uitkering voor en na herindeling opgenomen. Algemene Uitkering voor en na herindeling (Alle bedragen x € 1.000 tenzij anders vermeld) Algemene uitkering Best Algemene uitkering Oirschot Algemene uitkering voor herindeling

55.571 33.060 88.631

Algemene uitkering na herindeling (Nieuwe gemeente)

87.913

Mutatie algemene uitkering door herindeling Mutatie per inwoner in € Mutatie procentueel

-718 -14 -0,81%

Tabel 4.1.1

Bron: Ministerie van BZK

De algemene uitkering van de nieuwe gemeente is circa € 0,72 miljoen lager dan de optelling van de algemene uitkeringen van de twee gemeenten. Dit is een daling van 0,81%, die neerkomt op € 14 per inwoner. Onderdeel van de algemene uitkering is een vast bedrag dat alle gemeenten ontvangen, ongeacht aantal inwoners en andere specifieke kenmerken. In 2025 is dit vaste bedrag op basis van de meicirculaire 2025 en de daarin opgenomen uitkeringsfactor circa € 1,44 miljoen per gemeente.

Herindelingsscan Best en Oirschot

23

Door de herindeling neemt het aantal gemeenten af van twee naar één. Nu ontvangen de beide gemeenten ieder individueel nog een vast bedrag in de algemene uitkering, Na herindeling is nog sprake van eenmaal het vaste bedrag. Dit komt neer op een daling van de algemene uitkering met circa € 1,44 miljoen. Deze daling kan worden opgevangen door een verlaging van o.a. de bestuurskosten (raad, college, griffie, gemeentesecretarissen, etc.), omdat deze na herindeling maar voor één gemeente gemaakt hoeven te worden. Als gevolg van wachtgeldverplichtingen kan er vertraging zijn in de daling van deze bestuurskosten. Onder andere voor het opvangen van deze kosten ontvangt de nieuwe gemeente een bedrag uit het gemeentefonds, zie paragraaf 4.3 onder tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling. De overige mutaties zijn beperkt en hebben voornamelijk een voordelig effect op de algemene uitkering., waardoor de daling beperkt blijft tot € 0,72 miljoen. In bijlage 8.1 zijn alle mutaties opgenomen. Herziening gemeentefonds per 2023 Vanaf 2023 worden de gelden uit het gemeentefonds via een nieuwe verdeelsleutel over de gemeenten verdeeld. Dit wordt in stappen uitgevoerd. Als gevolg van de herverdeling is er voor de gemeente Best sprake van een door te voeren korting van € 642.000. Voor de gemeente Oirschot is dit € 0. De korting wordt via een ingroeipad doorgevoerd.

Per 1 januari 2027 zal een volgende stap worden gezet met betrekking tot het ingroeipad. Informatie hierover zal worden opgenomen in de meicirculaire 2026. 4.2 Personele lasten en personeelsomvang Een diepgaand onderzoek naar de personeelsformatie past niet binnen het doel van een herindelingsscan. Iedere gemeente heeft eigen keuzes gemaakt in het uitbesteden van taken, het al dan niet in eigen beheer hebben van gemeentelijke voorzieningen, het aangaan van ambtelijke samenwerkingsverbanden en het inzetten van externen. Een vergelijking van de personeelsformatie van de gemeenten is daarom lastig te maken en in het kader van deze herindelingsscan minder zinvol Beide gemeenten hebben een eigen ambtelijke organisatie. En dus geen ambtelijke samenwerking met ander gemeenten in de vorm van een werkorganisatie. Wel hebben zowel de gemeente Best als de gemeente Oirschot taken ondergebracht in samenwerkingsorganisaties. Zoals op het gebied van sociale zaken. In het kader van de herindeling zullen de twee gemeenten keuzes moeten maken met betrekking tot het vormgeven van de ambtelijke organisatie. Van belang is om de mogelijke opties en de financiële consequenties daarvan vroegtijdig inzichtelijk te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16252504/1