25054.03 - (Gewijzigd) Herindelingsontwerp 'Best en Oirschot, samen één'
Tekst van het document
3.9 Sociaal domein We zetten in op een inclusieve samenleving met aandacht voor zorg, welzijn en sociale cohesie. We bieden voldoende ondersteuning aan kwetsbare mensen in onze samenleving, waarbij we de zorgvrager 30
zo lang mogelijk willen voorzien in zijn eigen regie en binnen het eigen netwerk. Zelfredzaamheid én samenredzaamheid staan daarbij centraal. Mantelzorgers en vrijwilligers zijn onmisbaar en worden waar mogelijk ondersteund. Het uitgangspunt blijft dat kwetsbare mensen gezien worden én voldoende aandacht krijgen. De gemeente faciliteert zorg aan alle mensen die het nodig hebben.
3.10 Sport, kunst & cultuur
Preventie wordt ingezet passend bij de behoefte van inwoners en ondersteunend aan het werk van de professionals. Het speelt in op de toenemende zorgvraag en draagt bij aan de kwaliteit en beschikbaarheid van zorg.
Het uitgangspunt is om het beste te realiseren voor onze inwoners, met een sterke focus op kwaliteit en toegankelijkheid van deze voorzieningen.
De gemeente Best-Oirschot heeft veel aandacht voor de ontwikkeling en het welzijn van jongeren. Er is sprake van een nauwe verbinding met de scholen in de kernen, wijken en dorpen. Er is sprake van een ruim aanbod aan faciliteiten voor jongeren en mogelijke problemen en zorgvragen onder jeugdigen worden vroegtijdig gesignaleerd en opgepakt binnen het netwerk. Met het oog op de dubbele vergrijzing is in de gemeente Best-Oirschot aandacht voor ouderen. We zetten gericht in op preventie, nabijheid van zorg én het versterken van de sociale cohesie. We stimuleren buurt- en wijkinitiatieven die ouderen ondersteunen en verbondenheid bevorderen. Zodat we samen de leefbaarheid hoog houden. Daarnaast is expliciet aandacht voor ouderen met dementie. De samenwerking met partners in het sociaal domein wordt van groot belang geacht binnen de gemeente Best-Oirschot. Er bestaan onder andere toegankelijke loketfuncties en dienstverleningsconcepten. Communicatie en voorzieningen worden zo ingericht dat zij voor iedereen in onze gemeente toegankelijk zijn.
De gemeente Best-Oirschot zet in op het behouden en versterken van hoogwaardige voorzieningen op het gebied van sport, kunst en cultuur. Deze vormen een belangrijke basis voor een vitaal, sociaal en cultureel leven. Het draagt bij aan het welzijn van inwoners, zowel fysiek als mentaal.
In de gemeente wordt ingezet op het versterken en ondersteunen van het verenigingsleven, als basis voor een sterke gemeenschapszin en het bevorderen van vitaliteit en gezondheid van onze inwoners. De gemeente stimuleert sterke verenigingsstructuren en faciliteert vrijwilligers. We zetten in op een levendige, toegankelijke cultuur- en sportinfrastructuur. De gemeente speelt in op de groei en internationalisering van de regio, waarbij sport, kunst en cultuur elkaar versterken. Dit vraagt om bundeling van krachten. Op deze manier blijven de kernen leefbaar, sportief en cultureel aantrekkelijk. Terwijl samenwerking en kennisdeling nieuwe projecten en evenementen mogelijk maken. De gemeente erkent de waarde van kunst als onderdeel van een levendige samenleving. Kunst draagt bij aan de identiteit en herkenbaarheid van wijken, kernen en dorpen, versterkt de gemeenschapszin en nodigt uit tot ontmoeting en expressie. De gemeente zet in op het zichtbaar maken van kunst in de publieke ruimte en stimuleert initiatieven die bijdragen aan een inspirerende en inclusieve leefomgeving.
31
4| Financiële gevolgen van de herindeling 32
4 | Financiële gevolgen van de herindeling In dit hoofdstuk worden de belangrijkste financiële resultaten en conclusies van de herindelingsscan gepresenteerd. Zie bijlage B voor de herindelingsscan. De herindelingsscan is uitgevoerd in opdracht van de Provincie Noord-Brabant. Het doel van de scan is om inzicht te bieden in de financiële positie van de nieuwe gemeente en de belangrijkste financiële effecten van de herindeling te duiden. Daarmee zijn de resultaten van de in het voorjaar uitgevoerde financiële analyse en risicoduiding (Bouwsteen 3, Bijlage E) verrijkt en geactualiseerd. De scan biedt geen oplossingen voor eventuele knelpunten, maar brengt deze wel in beeld. De betrokken gemeenten kunnen op basis hiervan gericht vervolgacties ondernemen om tot oplossingen te komen.
4.1 Belangrijkste financiële effecten van herindeling Effect op de algemene uitkering Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken (BZK) heeft ten behoeve van deze herindelingsscan de algemene uitkering van de nieuwe gemeente berekend met peildatum 2025. De algemene uitkering van de nieuwe gemeente zal circa 0,81% (€ 718.000) lager zijn dan de optelling van de algemene uitkeringen van de twee gemeenten. Deze daling komt, naast een aantal kleine voordelen, vooral door het wegvallen van een vast bedrag van de algemene uitkering. Het vaste bedrag wordt aan iedere gemeente uitgekeerd, onafhankelijk van de grootte van de gemeente. De nieuwe gemeente ontvangt één vast bedrag. Deze daling kan opgevangen worden door een verlaging van o.a. de bestuurskosten (raad, college, griffie, gemeentesecretarissen, etc.), omdat deze na herindeling maar voor één gemeente gemaakt hoeven te worden. Ten opzichte van de optelsom van de algemene uitkering van beide gemeenten is er vooral bij de maatstaven regionale centrumfunctie en huishoudens met laag inkomen met drempel
een voordelig effect door de herindeling.
Tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling De tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling uit het gemeentefonds voorziet in een tegemoetkoming voor de frictiekosten. De verdeelmaatstaf is een vast bedrag dat wordt uitgekeerd onafhankelijk van de daadwerkelijke omvang van de frictiekosten. De tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling wordt uitgekeerd over een periode van vijf jaar. Eén deel in het jaar voorafgaand aan de herindeling. Dit deel wordt evenredig aan de betrokken gemeenten uitgekeerd. Het restantbedrag wordt in de vier jaar daaropvolgend aan de nieuwe gemeente uitgekeerd. Het bedrag van deze tijdelijke verdeelmaatstaf herindeling wordt vooral bepaald door het aantal gemeenten dat wordt heringedeeld en het aantal inwoners dat daarbij betrokken is. Het bedrag is afhankelijk van de uitkeringsfactor van de algemene uitkering van het jaar voorafgaand aan de herindeling. In 2027 is het exacte bedrag bekend. Om een indicatie te geven is door BZK een berekening gemaakt op basis van de uitkeringsfactor van 2025. Het totaal
33
uit te keren bedrag zou dan € 5,8 miljoen zijn.
Woonlasten De raad van de nieuwe gemeente beslist over de OZB-tarieven. Hiervoor zijn in de Wet arhi voorschriften opgenomen. De tarieven voor de overige belastingen en retributies, zoals afvalstoffenheffing en de rioolheffing, blijven voor de nieuwe gemeente van kracht tot twee jaar na de datum van herindeling, tenzij nieuwe tarieven worden vastgesteld. De OZBtarieven moet de raad binnen drie maanden na herindeling met terugwerkende kracht vaststellen. Voor de OZB-woningen is het harmonisatieeffect van de herindeling in beeld gebracht. Hierbij is op basis van de gegevens 2025 een gelijkblijvende opbrengst ten opzichte van de huidige opbrengstramingen van beide gemeenten als uitgangspunt genomen. Voor beide gemeenten is de OZB aanslag 2025 berekend aan de hand van de tarieven en gemiddelde WOZ waarde in de betreffende gemeente. Daaruit komt naar voren, dat bij de woningen en de nietwoningen de tarieven in Best stijgen (ten opzichte van de in 2025 geldende tarieven OZB) en in Oirschot dalen. Naast het harmoniseren van de tarieven met als uitgangspunt een gelijkblijvende opbrengstraming zijn ook scenario’s in beeld gebracht bij het hanteren van het laagste tarief van beide gemeenten en van het hoogste tarief. Zowel bij de OZB woningen als de OZB niet woningen. Het scenario “laagste tarief” leidt wel tot een taakstelling of vergroting van de financiële opgave.
Het scenario “hoogste tarief” leidt tot extra budgetruimte of een verlaging van de financiële opgave. Aandachtpunt is dat de gemeente Best voornemens is om de OZB opbrengsten de komende vier jaar met in totaal ruim 24% extra (naast de indexering voor inflatie) te verhogen (in 2026: 8%, in 2027: 8%, in 2028 4% en in 2029 4%). Deze hogere opbrengsten zijn ook al als baat geraamd in
de conceptbegroting 2026-2029. Indien gekozen wordt voor een scenario met als gevolg dat de door Best geraamde opbrengsten niet worden gerealiseerd dan zal het begrotingssaldo van Best en daardoor vanaf 2028 van de nieuwe gemeente nadeliger worden. Daar zal dan alternatieve dekking voor moeten worden aangewezen. Op dit moment (2025) hanteert Oirschot hogere tarieven dan de gemeente Best. Door de voorgenomen en al in de conceptbegroting 2026-2029 geraamde extra verhoging van de OZB tarieven door de gemeente Best zal het verschil in OZBtarieven tussen Oirschot en Best de komende jaren nagenoeg verdwijnen. Zowel bij de woningen als de niet-woningen. De berekeningen moeten dan ook vooral als een momentopname naar de situatie in 2025 worden gezien. Voor de OZB woningen is ook een prognose gemaakt naar de situatie 2027. De nieuwe gemeente is zelf verantwoordelijk voor het belastingniveau. Voor een weloverwogen besluit over de hoogte van de benodigde opbrengst dient het beleid van de twee gemeenten te worden onderzocht en vertaald naar de nieuwe gemeente om een beeld te krijgen van de totale lasten. De raad van de nieuwe gemeente kan op basis hiervan de beleidskeuzes maken en de nieuwe tarieven vaststellen.
4.2 Beeld van de financiële positie van de twee afzonderlijke gemeenten Begroting en meerjarenramingen De begrotingen 2025 van de gemeente Best en de gemeente Oirschot voldoen aan het wettelijk criterium. Dit houdt in dat het begrotingsjaar 2025 naar het oordeel van GS structureel en reëel in evenwicht is. In deze scan zijn ook de conceptbegrotingen 20262029 verwerkt, hoewel deze nog niet zijn 34
vastgesteld door de raden en nog niet zijn beoordeeld de Provincie Noord- Brabant. In de conceptbegroting 2026-2029 van de gemeente Best sluiten de jaren 2026 en 2027 met een positief saldo. Vanaf 2028 is sprake van tekorten. In de conceptbegroting 2026-2029 van de gemeente Oirschot sluit het begrotingsjaar 2026 met een nadelig saldo. Vanaf 2027 is sprake van positieve saldi. Deze cijfers zijn overigens nog niet beoordeeld door de toezichthouder en is puur uitgegaan van de cijfers die de gemeenten hebben gepresenteerd. Naast stijgende kosten binnen het sociaal domein, is er vooral bij Best sprake van structureel hogere lasten door nieuwe budgetaanvragen voor investeringen en exploitatiebudgetten. De gemeente Best heeft in de conceptbegroting 2026-2029 onder meer investeringen geraamd die in de begroting 2025-2028 nog niet voorzien waren van een budget. Dit geeft wel een duidelijk beeld van de ambities van de gemeente maar geeft nog geen volledig inzicht in hoe de gemeente deze ambities gaat bekostigen binnen en structureel sluitende begroting Vanaf 2028 is sprake van een structureel tekort van € 2,5 miljoen, wat neerkomt op 2,1 % van de totale lasten.
Ondanks dat de gemeente Best in de conceptbegroting 2026-2029, net als in de begroting 20252028, het voornemen om de OZB opbrengsten de komende vier jaar met in totaal ruim 24% extra (naast de indexering voor inflatie) te verhogen al financieel heeft verwerkt. De gemeente Oirschot heeft geen extra verhoging van de OZB opbrengst (naast de indexering voor inflatie) geraamd in de conceptbegroting 2026-2029.
Jaarrekening 2024 De gemeente Best heeft het jaar 2024 afgesloten met een positief saldo van € 10 miljoen. De gemeente Oirschot sloot het boekjaar af met een nadelig saldo van € 27.000.
De jaarrekeningresultaten zijn echter niet zonder meer onderling te vergelijken. De cijfers worden beïnvloed door incidentele factoren en de wijze waarop beide gemeenten incidentele zaken als budgetoverhevelingen en mutaties grondexploitatie in de jaarcijfers verwerken. Zo is bij de gemeente Oirschot het voordelige effect (€ 1,5 miljoen) van de niet bestede budgetten 2024 die worden overgeheveld naar 2025 niet zichtbaar in het rekeningsaldo. Een bedrag met dezelfde omvang is in 2024 toegevoegd aan de bestemmingsreserve nog uit te voeren werkzaamheden. Bij de gemeente Best is het voordeel van niet bestede budgetten die in aanmerking komen voor overheveling (€ 7,3 miljoen) wel onderdeel van het jaarresultaat 2024. De gemeenten dienen zelf de analyses van de rekeningresultaten te maken om de structurele effecten scherp in beeld te krijgen.
Sociaal domein De gemeenten Best en Oirschot besteden beide een groot deel van hun begroting aan het sociaal domein en ervaren een toenemende vraag naar jeugdhulp en Wmo. Zij werken intensief samen in regionaal verband. De verschillen liggen met name in de inrichting van de organisatie en de financiële positie. Oirschot heeft de jeugdhulpadministratie belegd bij de Kempengemeenten, terwijl Best dit zelf uitvoert. Ook de gevolgen van de Hervormingsagenda Jeugd verschillen: voor Best zijn de extra middelen budgettair neutraal, terwijl Oirschot hierdoor een voordeel in de begroting krijgt. Best ziet de kosten voor jeugdzorg en Wmo in de conceptbegroting 2026-2029 (en ook al in de kadernota 2026) sterk oplopen en heeft de budgetten daarvoor structureel met € 2,3 miljoen verhoogd. Oirschot verwacht in geringer mate tekorten op jeugdzorg. In beide gemeenten zal sprake zijn van 35
stijgende Wmo-uitgaven door dubbele vergrijzing.
Investeringen Er is een verschil waar te nemen in het voorgenomen investeringsvolume van beide gemeenten vanaf 2026. Best heeft in de conceptbegroting 2026-2029 het investeringsplan geactualiseerd. Ten opzichte van de begroting 2025-2028 is het investeringsvolume in de jaren 2026-2029 met € 34 miljoen toegenomen tot € 114 miljoen. Dit leidt tot extra structurele kapitaallasten, die grotendeels nog niet zijn voorzien van structurele dekking. Dit geldt vooral voor investeringen waarvan de realisatie de komende periode wordt gestart maar de kapitaallasten vanaf 2030 of 2031, dus na het tijdvak van de begroting 20262029, gaan lopen. Ook kapitaallasten die vanaf 2028 gaan lopen zijn niet (volledig) gedekt, gelet op de geraamde structurele begrotingstekorten vanaf 2028. Met de restant investeringsbudgetten 2024 en de geraamde investeringsbudgetten 2025 erbij komt het totaal aan investeringsbudgetten op € 130 miljoen. Voor Oirschot is dit € 76 miljoen. Bij de behandeling van de kadernota 2026 is overigens besloten dat diverse investeringen die in het overzicht “nieuwe budgetaanvragen 2026-2029” zijn opgenomen, pas tot uitvoering kunnen komen als de raad daar een specifiek besluit over heeft genomen. Met ingang van 2 december 2025 kan dit alleen na afstemming met Oirschot en na goedkeuring van de provincie.
Over de investering MFA Wilhelminadorp (geraamd investeringsbedrag € 18 miljoen) is de raad van Best voornemens in december 2025 een besluit te nemen. Aandachtspunt bij dit project is de wijze waarop de structurele lasten vanaf 2028 worden gedekt. De afschrijvingslasten zijn ongeveer € 780.000. De rentelasten bij een rente van 3,5% ongeveer € 630.000.
De gemeente Oirschot heeft het investeringsplan in de conceptbegroting 2026-2029 geactualiseerd. Oirschot raamt in de conceptbegroting 2026-2029 ten opzichte van de gemeente Best een relatief laag bedrag aan nieuwe budgetaanvragen. Daar staat tegenover dat er in 2024 en 2025, ten opzichte van de investeringsaanvragen vanaf 2026, relatief hoge investeringsbedragen zijn geraamd. Omgerekend naar een bedrag per inwoners ligt het totaalinvesteringsvolume van beide gemeenten in de periode 2025-2029 (inclusief de restantinvesteringsbudgetten 2024 en 2025) niet ver uit elkaar. Te weten rond de € 4.000 per inwoner. De gemeente Oirschot bereidt besluitvorming van investeringen voor, waarvan de kapitaallasten pas na 2029 gaan lopen. Bijvoorbeeld Kanaalpassage A58 € 5 miljoen) en aanleg 2e fase Randweg (€ 16 miljoen). Ook deze investeringsbudgetten zijn nog niet geraamd. Voor beide gemeenten geldt, dat er beoogde investeringen zijn waar nog geen bedrag aan is gekoppeld en de lasten om die reden ook niet in de begroting zijn opgenomen. Als deze plannen doorgang vinden zal er ook structurele dekking voor de daaruit voortvloeiende structurele (kapitaal)lasten moeten worden aangewezen. Best en Oirschot zetten beiden bestemmingsreserves in als financiële dekking van een deel van de afschrijvingslasten.
Best (onttrekking in jaarrekening 2024 € 1.383.000) doet dat in hogere mate dan Oirschot (jaarrekening 2024 € 131.000). In de conceptbegroting 2026-2029 is dit € 1.650.000 respectievelijk € 222.000.
Weerstandsvermogen en financiële kengetallen De uitgangspositie voor de nieuwe gemeente met betrekking tot de weerstandscapaciteit, weerstandsratio en de financiële kengetallen (vooral schuldquote, solvabiliteit en 36
grondexploitatie) is ten opzichte van het gemiddelde van gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners gunstig. De weerstandscapaciteit per inwoner is in de nieuwe gemeente hoger dan het gemiddelde per inwoner in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners in 2023. De risico’s zijn systematisch in beeld gebracht en gekwantificeerd. Voor de inventarisatie van risico’s zijn geen richtlijnen. De gemeenten hebben hiervoor een eigen methodiek. De weerstandscapaciteit wordt in beide gemeenten afgezet tegen de risico’s. Er zijn geen vergelijkende gegevens beschikbaar over bedragen aan risico’s per inwonerklasse. Het weerstandsvermogen is uitgedrukt in een ratio. Om alle onderkende risico’s af te kunnen dekken is een weerstandsratio nodig van 1. Op 31 december 2024 bevindt zich de weerstandsratio van beide gemeenten boven de 1 (Best 3,2 en Oirschot 1,2). Op basis van de cijfers van beide gemeenten bevindt de weerstandsratio van de nieuwe gemeente zich op 31 december 2024 ruim boven de 1, te weten 2,6. Dit is naar objectieve maatstaven te kwalificeren als “uitstekend”. Bij beide gemeenten is de risicobepaling niet volledig vergelijkbaar. De door de nieuwe gemeente te berekenen risico’s zijn uiteraard de basis voor de weerstandsratio. De hier weergegeven weerstandsratio van 2,6 moet daarom als een indicatie worden gezien.
De kengetallen schuldquote, solvabiliteit en grondexploitatie zijn bij de nieuwe gemeente, naar de stand van 31-12-2023, aanzienlijk gunstiger dan het gemiddelde van de gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners. Wel zal de schuldquote stijgen als gevolg van de toename van de schuld bij beide gemeenten door de voorgenomen investeringen.
Reserves De reservepositie van de nieuwe gemeente is gemeten naar een bedrag per inwoner sterker dan het gemiddelde per inwoner van gemeenten in de inwonerklasse 45.00060.000 inwoners. •
•
•
Het gemiddelde bedrag per inwoner aan algemene reserves van de nieuwe gemeente bedroeg op 31 december 2013 € 713 per inwoner). Het gemiddelde bedrag per inwoner in gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners bedroeg op 31 december 2023 € 573. Bij de bestemmingsreserves is dat €1.519 (inwonerklasse 45.00060.000 inwoners€ 857 per inwoner). Totaal is dat € 2.252 per inwoner (inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners €1.430 per inwoner). Wel ligt een groot deel van de bestemmingsreserve van de nieuwe gemeente (op 31 december 2023 € 776 per inwoner) vast door het relatief hoge bedrag aan bestemmingsreserves ter dekking van kapitaallasten.
Vaste schuld De schuld van de nieuwe gemeente is bijna 50% lager dan de gemiddelde schuld van gemeenten in de inwonerklasse 45.00060.000 inwoners (naar de stand van 31-122023). Door de voorgenomen investeringen zal de schuld van Best en Oirschot en dus de nieuwe gemeente toenemen.
Voorzieningen Belangrijkste verschil tussen beide gemeenten is de inzet van voorzieningen voor groot onderhoud. Best heeft alleen een voorziening voor groot onderhoud van gebouwen. Oirschot heeft deze ook en daarnaast voorzieningen voor groot onderhoud wegen, sportvelden en speeltoestellen. Als er geen onderhoudsvoorzieningen zijn, zijn de onderhoudslasten in de exploitatie 37
opgenomen. Deze kunnen jaarlijks fluctueren.
Vaste activa De boekwaarde van de vaste activa van de nieuwe gemeente ligt iets onder het gemiddelde van gemeenten in de inwonerklasse 45.000-60.000 inwoners (stand 31-12-2023). Aannemelijk is dat dit bedrag in 2024 is toegenomen door het realiseren van investeringen in dat jaar. De gemeente Best activeert investeringen in riolering niet maar dekt de investeringslasten in één keer ten laste van de daartoe bestemde voorziening. De gemeente Oirschot activeert investering riolering wel.
Onderhoud kapitaalgoederen De onderlinge vergelijkbaarheid is beperkt omdat er verschillende beleidskeuzes zijn gemaakt en doordat de financiële verwerking verschilt. Bijvoorbeeld door wel of niet gebruik te maken van de onderhoudsvoorzieningen (en – reserves) met als gevolg dat egalisatie van jaarlijks fluctuerende onderhoudslasten niet eenduidig plaatsvindt. Bij de gemeente Best zijn alle beheerplannen, met uitzondering van riolering, niet actueel en zullen dan ook binnen afzienbare tijd moeten worden geactualiseerd. In 2024 is het Water en Riolering Programma (WRP) en het Systeem Stedelijk water (SSW) geactualiseerd. Op 11 december 2023 heeft de gemeenteraad van Best de nieuwe nota reserves en voorzieningen vastgesteld. Daarin is besloten tot het opheffen van de reserves voor wegbeheer, speelelementen, vervanging groen en buitensportaccomodaties. Vanaf 2024 dekt de gemeente de kapitaallasten van investeringen in wegen daardoor niet meer ten laste van reserves. De gemeente Oirschot beschikt over actuele beheerplannen, met uitzondering van het beheerplan gebouwen. Op 24 oktober 2023
heeft de raad van Oirschot het “Integraal Maatschappelijk beheerkader” (IMBK 2.0) vastgesteld. Er is gekozen voor beeldkwaliteit A in het historische centrum van Oirschot en de centra van de dorpen. B kwaliteit op hoofdwegen en C kwaliteit in de wijken, op bedrijventerreinen en in het buitengebied. Om te komen tot concrete uitwerking van het IMBK in projecten is in 2024 het Integraal Maatschappelijk Meerjaren Programma (IMMP) geactualiseerd. In het IMMP zijn projecten opgenomen voor de meerjarenbegroting 2025-2028. Deze wordt jaarlijks geactualiseerd. De gemeente is voornemens om het onderhoudsplan gebouwen in 2025 te actualiseren. De gemeente Oirschot werkt voor diverse kapitaalgoederen met onderhoudsvoorzieningen. Uit deze voorzieningen wordt het groot onderhoud bekostigd.
Grondbeleid De door de raad vastgestelde “nota grondbeleid” is in Oirschot actueler dan die van Best. Beide gemeenten actualiseren de exploitatieberekeningen voor de grondexploitaties ten minste eenmaal per jaar. Bij de grondexploitaties is de komende jaren sprake van een relatief groot volume aan nog te maken kosten en nog te realiseren opbrengsten. Bij Best worden de meeste inkomsten gerealiseerd tot en met 2028, bij Oirschot vanaf 2028. Alleen de gemeente Oirschot heeft een grondexploitatie voor bedrijventerreinen, echter met een geringe boekwaarde. Best berekent een risicobedrag voor de grondexploitaties, Oirschot doet dat niet. Beide gemeenten hebben voorziene verliezen in de grondexploitaties afgedekt door middel van een verliesvoorziening. Op 31 december 2024 is de stand van de verliesvoorziening van de gemeente Best € 26,2 miljoen en die van de gemeente Oirschot € 0,1 miljoen. 38
Verbonden partijen Beide gemeenten nemen in hoofdzaak aan dezelfde gemeenschappelijke regelingen deel. Dat betekent dat een groot deel van alle risico’s van de verbonden partijen ook nu al gedeeld worden. Door de herindeling kan het noodzakelijk zijn om uit één of meerdere verbonden partijen te treden, bijvoorbeeld Samenwerking Kempengemeenten. De kans is groot dat dit gepaard zal gaan met uittredingskosten. Het is in ieder geval van belang om met het oog op eventuele opzegtermijnen tijdig (desnoods proforma) over te gaan tot opzegging.
4.3 Algemene conclusies Uit de financiële analyse en risicoduiding (bouwsteen 3) bij het principebesluit tot herindeling van 1 juli 2025 bleek dat op basis van de begrotingen 2025-2028 kon worden geconcludeerd dat er sprake is van een gezonde uitgangssituatie voor de nieuwe gemeente, die zal ontstaan uit de samenvoeging van de huidige gemeenten Best en Oirschot. Daarbij is aangegeven dat er nog wel uitdagingen zijn om ook de begrotingsjaren vanaf 2026 structureel sluitend te krijgen en/of te houden. In deze herindelingsscan (Bijlage B) zijn de conceptbegrotingen 2026-2029 van beide gemeenten toegevoegd. Deze zijn op het moment van schrijven niet vastgesteld door de raden en ook nog niet door de Provincie onderzocht op basis van het normale financiële toezicht. Op basis van de conceptbegrotingen 20262029 is op dit moment het beeld dat de nieuwe gemeente in 2028 zal starten met een niet sluitende begroting. Net als de andere gemeenten hebben Best en Oirschot te maken met de verlaging van de algemene uitkering uit het gemeentefonds en kostenontwikkelingen binnen het sociaal domein. Daarnaast is er sprake van nieuw beleid en gemeentelijke ambities waarvan de financiële effecten nog niet bekend zijn of onderdeel zijn van een (nog) niet meerjarig sluitende begroting.
Voor een gezonde startpositie van de nieuwe gemeente is het noodzakelijk te komen tot een structureel sluitende begroting 2028 en verder. Door gemeente Best is aangegeven dat de raad bij de kadernota 2027 verwacht keuzes te maken. Bij de kadernota 2026 is al besloten dat een aantal nieuwe investeringen apart via een raadsvoorstel ter besluitvorming zullen worden aangeboden. Aandachtspunt bij de besluitvorming over deze investeringen is op welke wijze de structurele lasten vanaf 2028 van structurele dekking worden voorzien. Voor beide gemeenten geldt dat vanaf 2 december 2025 besluiten door de Provincie goedgekeurd moeten worden. Naast de begrotingssaldi is gekeken naar de financiële positie (schuld, reservepositie, grondexploitaties). De gezamenlijke schuld is naar objectieve maatstaven niet hoog en het gezamenlijke weerstandsvermogen is voldoende, de gemeenten beschikken gezamenlijk over ruim voldoende weerstandscapaciteit om de nu bekende risico’s te kunnen opvangen. Bij de grondexploitaties doen zich nog onzekerheden voor door de nog te realiseren opbrengsten en nog te maken kosten.
4.4 Aanbevelingen Voor de nieuwe gemeente is het belangrijk dat zoveel mogelijk zaken al op orde zijn. Inventariseer daarom eventuele achterstanden op het terrein van beheer en onderhoud. Het betreft hier beleidsterreinen zoals kapitaalgoederen, archieven, bestemmingsplannen en administraties. In de herindelingsscan zijn verschillende aanbevelingen opgenomen per hoofdstuk (Bijlage B, p.89). De aanbevelingen hoeven niet gelijktijdig te worden opgepakt, iedere aanbeveling heeft een eigen moment in het herindelingsproces. De aanbevelingen zijn de volgende: 1. Breng de inhoudelijke verschillen tussen de financiële verordeningen ex artikel 212 in beeld. Stem af welke keuzes gemaakt moeten 39
2.
3. 4.
5.
6.
7. 8.
9.
worden om tot een eensluidende nieuwe verordening te komen. Stel uniforme verordeningen vast voor het financieel beleid, beheer en de inrichting van de organisatie en de controle daarop (ex artikel 212 en 213 van de Gemeentewet). Deze verordeningen hoeft de raad van de nieuwe gemeente dan na herindeling alleen formeel vast te stellen. Harmoniseer in aanloop naar de herindeling waar mogelijk al het financiële beleid. Stel een afstemmingsprotocol op, voor de onderlinge afstemming van financiële besluiten die ter goedkeuring aan GS moeten worden voorgelegd. Maak de opties voor het vormgeven van de ambtelijke organisatie van de nieuwe gemeente en de financiële consequenties daarvan op zo kort mogelijke termijn inzichtelijk. Onderzoek of bestaande overeenkomsten met betrekking tot samenwerking en leveranciers, gelet op de geldende opzegtermijnen en mogelijke financiële consequenties, vooruitlopend op een definitieve keuze alvast proforma kunnen worden opgezegd. Bepaal ten aanzien van de lokale heffingen welke wel of niet gehandhaafd blijven. Analyseer welke verschillen er ten grondslag liggen aan het verschil in tarieven van vooral de heffingen (afval en riool) tussen de twee gemeenten. Harmonisatie van de OZB-tarieven tussen nu en de herindelingsdatum is niet noodzakelijk.
Als tussenoplossing kan ervoor worden gekozen om de OZB-tarieven geleidelijk naar elkaar toe te laten groeien. Onderzoek welk effect de in de conceptbegroting 2026-2029 opgenomen extra (dus boven het inflatiepercentage) verhogingen van
de OZB opbrengsten (en daardoor ook de tarieven) hier al op hebben. 10. Houdt rekening met het feit dat indien de in de conceptbegroting van de gemeente Best geraamde extra opbrengsten OZB niet worden gerealiseerd het begrotingstekort vanaf 2028 toe zal nemen ten opzichte van het in de conceptbegroting 2026-2029 geraamde tekort. 11. Zorg ervoor dat de begroting 20272030 wordt ingediend met tenminste een structureel en reëel sluitend begrotingsjaar 2027. Door de instelling van het financieel toezicht op grond van de Wet arhi zijn de begrotingen 2027 van Best en Oirschot aan goedkeuring onderworpen. Goedkeuring wordt in principe alleen verleend als het begrotingsjaar structureel en reëel sluitend is ingediend. Een niet structureel en reëel sluitende begroting legt een claim op de nieuwe gemeente door de benodigde maatregelen voor het herstel van het begrotingsevenwicht naar de toekomst te verschuiven. 12. Maak de financiële gevolgen van het uniformeren van het financiële beleid en het harmoniseren van de verordeningen inzichtelijk en verwerk deze in de eerstvolgende kadernota/koersnota en in de begroting 2027. 13. Maak bij besluitvorming over onder meer investeringen de effecten op de financiële positie inzichtelijk, ook als de effecten zich nog niet voordoen in de eerstkomende meerjarenbegroting. 14.
Zorg ervoor dat bij het opstellen van de begroting 2027-2030 dezelfde uitgangspunten en methode worden gebruikt voor het ramen met lopende prijzen. Zo worden de begrotingen beter vergelijkbaar. 15. Maak analyses van de jaarrekeningresultaten en besteed daarbij aandacht aan het structurele en incidentele resultaat en 40
budgetoverheveling. De verkregen inzichten kunnen worden gebruikt bij de beleidskeuzes en het opstellen van de eerste begroting van de nieuwe gemeente. 16. Stem het ambitieniveau van de gemeente af op de mate waarin projecten kunnen worden gerealiseerd om op die wijze de hoogte van de jaarlijkse budgetoverhevelingen te kunnen verlagen. 17. Analyseer de structurele doorwerking van de voor- en nadelen uit de jaarrekening en maak de conclusie daaruit duidelijker zichtbaar. Bijvoorbeeld in de inleiding van de jaarrekening zelf of in het raadsvoorstel bij de jaarrekening. 18. Harmoniseer, waar het nog niet het geval is, het beleid op het gebied van sociaal domein. 19. Leg de investeringen die opgenomen zijn in het investeringsoverzicht in de conceptbegroting 2026-2029 apart voor aan de betreffende gemeenteraad, voorzien van een structurele dekking. Zie daarmee af van het bij het vaststellen van de begroting in één keer autoriseren van een groot aantal investeringsbudgetten. 20. Stel huidige en toekomstige investeringsplannen en grote projecten met ingang van de begroting 2027 in overleg met elkaar vast. 21. Maak ook de investeringsbedragen van de nu geraamde p.m. budgetten inzichtelijk en de daaruit voortkomende kapitaallasten. 22. Geef aan hoe de nog niet geraamde kapitaallasten van investeringen waarvan het voornemen is om die wel in uitvoering te gaan nemen worden gedekt.
Bij besluitvorming over het beschikbaar stellen van investeringsbedragen moet namelijk ook de dekking al worden aangegeven. Dit geldt niet alleen voor investeringen waarvan de
kapitaallasten vanaf 2029 gaan lopen, maar ook voor investeringen waarvan de kapitaallasten met ingang van 2028 op de begroting drukken. Bij Best is namelijk sprake van structurele begrotingstekorten vanaf het begrotingsjaar 2028. 23. Voorkom kapitaalvernietiging door investeringsplannen te toetsen aan beleidsvoornemens. Investeringen kunnen door het beleid van de nieuwe gemeente overbodig worden. Maak investeringen die dit risico hebben inzichtelijk en stel deze, zo mogelijk uit. 24. Stel criteria vast welke onderdelen deel uitmaken van de beschikbare weerstandscapaciteit (o.a. vrije algemene reserve, onbenutte belastingcapaciteit, stille reserves). 25. Toets of de stille reserves voldoen aan de voorwaarden die het GTK 2020 hieraan stelt. 26. Ga, voor een zuivere vergelijking van de weerstandsratio’s, eenduidig om met het wel of niet meenemen van weerstandscapaciteit grondexploitatie en de risico’s grondexploitatie bij het presenteren van een weerstandsratio. Dit geldt ook voor sociaal domein. 27. Formuleer criteria voor de minimaal noodzakelijke omvang van de weerstandsratio. 28. Besef dat de harmonisatie van het financieel beleid een impact kan hebben op de totale omvang van de risico’s. 29. Hanteer dezelfde normen voor het interpreteren van de financiële kengetallen. 30.
Breng, in aanloop naar de harmonisatie van het activabeleid, de verschillen daarin tussen beide gemeenten in beeld. 31. Maak een plan van aanpak voor het harmoniseren van beheerplannen. Mede omdat een aantal plannen verouderd zijn. 32. Stel ontbrekende onderhoudsplannen indien mogelijk nog in 2025 of 2026 op of maak daar 41
in ieder geval een aanvang mee, om op die wijze goed inzicht te krijgen in de financiële effecten voor de gemeente zelf en ook voor de nieuwe gemeente. 33. Inventariseer welke gemeentelijke gebouwen op termijn (kunnen) worden afgestoten en wat de gevolgen zijn voor de onderhoudsbudgetten (en voor het genereren van opbrengsten uit verkoop/verhuur). 34. Beoordeel of het egaliseren van lasten groot onderhoud door middel van: a. Een onderhoudsvoorziening in combinatie met een actueel beheerplan of b. Het egaliseren door het ramen van budgetten groot onderhoud in de begroting zonder onderhoudsvoorziening, voor de nieuwe gemeente de voorkeur heeft. 35. Inventariseer het areaal van de nieuwe gemeente en bereken per kapitaalgoed het benodigde budget dat bij het vastgestelde kwaliteitsniveau hoort. 36. Begin in 2026 met het samen ontwikkelen van beleid en hulpmiddelen voor de grondexploitatie. Denk hierbij aan gezamenlijke uitgangspunten, een rekenmodel, werkprocessen en een prijzenboek. 37. Breng de financiële ontwikkeling en risico’s van alle grondexploitaties, ook die niet zichtbaar zijn in de gemeentelijke boekhouding, in het kader van het herindelingstraject duidelijk in beeld. 38.
Tref tijdig maatregelen om gevolgen van een verandering van de gehanteerde parameters (grondprijzen, kosten- en opbrengstenstijging en rente) binnen de grondexploitatie op te vangen, dit kan grote financiële consequenties voor de nieuwe gemeente hebben.
39. Stel een impactanalyse op, waarin vooral de onderliggende risico’s die verbonden partijen met zich meebrengen worden onderzocht. 40. Maak voor de datum van herindeling keuzes of de taken van de nieuwe gemeente zullen worden ondergebracht in een (nieuwe of bestaande) verbonden partijen of in eigen beheer zullen worden verricht. Houd eventuele opzegtermijnen scherp in de gaten.
42
5| Personele waarborgen 43
5 | Personele waarborgen De ambtelijke organisaties van Best en Oirschot worden samengevoegd tot één nieuwe, zelfstandige organisatie voor de toekomstige gemeente Best-Oirschot. Deze integratie leidt tot een robuustere organisatie van circa 360 fte, verdeeld over ongeveer 450 medewerkers. Daarmee ontstaat een organisatie die beter in staat is om de kerntaken, maatschappelijke opgaven en bestuurlijke ambities van het nieuwe gemeentebestuur met kracht en vanuit zelfbewustzijn te realiseren. In een dynamische regio als Brainport nemen de opgaven in omvang en complexiteit toe. Denk aan woningbouw, duurzaamheid, zorg en mobiliteit. Tegelijkertijd groeit de druk op de uitvoering. Een grotere organisatie biedt meer slagkracht, meer strategisch vermogen en meer ruimte voor specialisatie en ontwikkeling. Zo kan de organisatie ook op termijn dienstverlening van hoge kwaliteit blijven leveren aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners. De nieuwe organisatie draagt bij aan continuïteit én vernieuwing, staat steviger in de regio en biedt huidige en toekomstige medewerkers perspectief en ontwikkeling in een aantrekkelijke, toekomstgerichte werkomgeving.
5.1 Drie uitgangspunten Indien op 10 maart 2026 beide gemeenteraden het besluit nemen tot een reguliere samenvoeging van Best en Oirschot per 1 januari 2028, ontstaat een periode van een kleine twee jaar voor het proces van ambtelijke integratie en verandering. Dat proces van integratie van beide ambtelijke organisaties tot één nieuwe organisatie vraagt om een voortvarend én zorgvuldig proces.
tijd, of voor bepaalde tijd met een looptijd voorbij de fusiedatum, gaan mee naar de nieuwe ambtelijke organisatie. Het uitgangspunt is dat niemand zijn of haar baan verliest als direct gevolg van de herindeling. •
Ruimte voor kansen en kwaliteit: natuurlijk verloop in beide organisaties wordt tot aan fusiedatum gezamenlijk bezien door beide directies/ managementteams. De afweging wordt voortdurend gemaakt om vrijkomende functies structureel of incidenteel in te vullen. Zo wordt ruimte geboden aan kansen voor medewerkers en op nieuwe (kwaliteits)impulsen binnen de nieuw te vormen organisatie.
•
Transitiebegeleiding: medewerkers worden voor fusiedatum actief begeleid en ondersteund tijdens de overgang van de organisatie van Best of Oirschot naar de organisatie van de nieuwe gemeente. Er wordt zekerheid geboden over de gevolgen van de herindeling voor hun functie.
Beide gemeentebesturen en managementteams onderstrepen het belang van heldere waarborgen voor het personeel van de op te heffen gemeenten. Deze waarborgen moeten voorafgaand aan de feitelijke integratie duidelijk zijn, zodat medewerkers weten waar ze aan toe zijn en zich vol vertrouwen kunnen voorbereiden op de overgang naar de nieuwe organisatie. Bij het opstellen van de personele waarborgen worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: •
Behoud van werkgelegenheid: alle medewerkers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde
44
5.2 Personele waarborgen Volgend uit voornoemde drie uitgangspunten, wordt inhoud gegeven aan een sociaal statuut en sociaal plan. Dit als basis onder de personele waarborgen voor alle betrokkenen. Er wordt aangesloten bij de bestaande regelgeving, waaronder de Wet arhi en CAO gemeenten en overige relevante wet- en regelgeving. De nadere invulling van het sociaal statuut en sociaal plan vindt plaats in afstemming met de vakbonden en de beide ondernemingsraden, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft en daarover afspraken zijn of worden gemaakt.
5. Reiskosten Als medewerkers door de fusie extra reiskosten maken, kan een tijdelijke compensatiebepaling worden overeengekomen. 6. Woon-werkvergoeding De vergoeding van woon-werkverkeer wordt opgepakt met de harmonisatie van lokale arbeidsvoorwaarden. 7. Gezamenlijke vacaturebank Er ontstaat een interne vacaturebank voor de nieuwe gemeente. Medewerkers krijgen voorrang bij interne vacatures binnen de nieuwe organisatie.
Hieronder zijn een aantal elementen benoemd die in een dergelijk sociaal statuut/ plan nader kunnen worden uitgewerkt en aangevuld: 1. Anti-ontslaggarantie Er wordt een periode na fusiedatum afgesproken waarin geen gedwongen ontslagen plaatsvinden als direct gevolg van de fusie. 2. Overgang van rechten en plichten Bij een fusie gaan de rechten en plichten van werknemers van rechtswege over op de nieuwe werkgever, in overeenstemming met de regels van overgang van onderneming. Arbeidsvoorwaarden blijven dus in beginsel behouden. 3. Plaatsingsbeleid Er worden duidelijke afspraken gemaakt over het herplaatsen van medewerkers binnen de nieuwe organisatie. 4. Scholing en begeleiding Best en Oirschot bieden ondersteuning bij herplaatsing, onder andere via scholing, loopbaanbegeleiding en opleidingsplannen. Dit vergroot de inzetbaarheid van medewerkers binnen de nieuwe organisatie. Inzet hierbij is een ‘zachte landing’ voor alle medewerkers, met ruimte voor kennismaking en individueel aanvullende scholing of opleidings- en ontwikkelkansen.
45
6| Kaart, grenzen & naam 46
6 | Kaart, grenzen & naam 6.1 Gemeente Best-Oirschot op de kaart Gemeente Best-Oirschot heeft een oppervlakte van 13.749 hectare, waarvan 13.568 hectare land en 181 hectare water. Met meer dan 50.000 inwoners is gemeente Best-Oirschot de derde grootste gemeente in de regio Zuidoost-Brabant. De nieuwe gemeente grenst aan Hilvarenbeek, Oisterwijk, Boxtel, Meierijstad, Son en Breugel, Eindhoven, Eersel, Bladel, Reusel-De Mierden. Onderstaande kaart geeft de gemeentegrenzen van de nieuwe gemeente aan.
Figuur 2. Kaart met de nieuwe en vervallen gemeentegrens.
6.2 Naam van de nieuwe gemeente De herindeling van Best en Oirschot vindt plaats op basis van een zogenoemde ‘reguliere samenvoeging’. Dit impliceert dat een eventuele nieuwe naam van de nieuw te vormen gemeente in het herindelingsadvies moet zijn opgenomen. Indien dat niet het geval is, bepaalt de wetgever dat de naam van de grootste gemeente (qua inwoneraantal) de naamgever van de nieuwe gemeente is.
De gemeenteraden van Best en Oirschot hebben aangegeven samen op een participatieve wijze op zoek te willen gaan naar een nieuwe gemeentenaam, die recht doet aan beide gemeenten en hun wijken en kernen. De gemeenteraden zullen de naam die uit dit proces volgt bekrachtigen met hun raadsbesluiten op het herindelingsontwerp én -advies.
47
Samenstelling en rol naamgevingscommissie
Op 2 oktober 2025 heeft de commissie haar resultaten gepresenteerd in een onafhankelijk rapport (Bijlage M). Hierin staan de drie geselecteerde namen, inclusief een toelichting op de afwegingen die tot de keuze hebben geleid.
1. Verbindt de kernen Best, Middelbeers, Oirschot, Oostelbeers, Spoordonk en Westelbeers en doet recht aan hun geschiedenis, cultuur en identiteit. 2. Is herkenbaar en uitspreekbaar voor inwoners en buitenstaanders. 3. Is toekomstbestendig en passend bij een gemeente die zich verder ontwikkelt in de regio. 4. Heeft een neutrale en/of positieve lading. 5. Is juridisch toelaatbaar (niet in gebruik, geen verwarring met andere bestuurslagen, niet misleidend of aanstootgevend). 6. Is breed acceptabel en heeft draagvlak. 7. Heeft betekenis, bijvoorbeeld door verwijzing naar geografische, historische of landschappelijke kenmerken die beide gemeenten verbinden. 8. Past in communicatief opzicht (taalkundig juist, en beschikbaarheid van domeinnaam).
Proces van suggesties voor naam
Drie toepasbare gemeentenamen
Alle inwoners van Best en Oirschot konden suggesties aandragen voor de naam van de nieuwe gemeente, tussen 25 augustus en 21 september 2025. In totaal zijn 1.952 suggesties voor namen - waarvan 808 unieke namen - ingediend, via onlinekanalen en brievenbussen in beide gemeenten. Ook basisschoolleerlingen hebben namen ingediend, in totaal 135 namen.
De commissie is in twee uitgebreide bijeenkomsten aan de hand van deze criteria gekomen tot een longlist van 14 naamsuggesties, welke uitgebreid zijn bediscussieerd tussen de leden van de commissie. De commissie is vervolgens unaniem tot drie toepasbare namen voor de nieuw te vormen gemeente gekomen.
De beide gemeentebesturen hebben het proces van naamgeving overgedragen aan de samenleving, onder regie van een externe naamgevingscommissie. De naamgevingscommissie bestond uit zeven leden, onder wie een voorzitter. De commissie kreeg de opdracht om – op basis van alle naamsuggesties uit de samenleving – te komen tot drie toepasbare namen voor de nieuwe gemeente. Deze drie namen dienden herkenbaar, toekomstbestendig en bruikbaar te zijn voor zowel inwoners als bestuur.
Deze naamsuggesties zijn gecategoriseerd en voorzien van aantal indieners per naam. Dit overzicht is overgedragen aan de naamgevingscommissie, als basis om te komen tot drie toepasbare namen voor de nieuwe gemeente.
Toetsingscriteria De naamgevingscommissie heeft alle naamsuggesties getoetst aan een set van door haar vooraf vastgestelde toetsingscriteria:
1. Gemeente Baest 2. Gemeente Best- Oirschot 3. Gemeente Heidelanden Hieronder volgt per door de commissie geselecteerde naam een beknopte toelichting waarin wordt aangegeven hoe deze aansluit bij de vastgestelde criteria: 1. De naam Baest legt een duidelijke verbinding met de natuur: het betreft een nat, bosrijk gebied dat kenmerkend is voor het landschap in deze fusiegemeente. Daarmee sluit Baest goed aan bij zowel de geografische als landschappelijke kenmerken die de kernen van de nieuwe gemeente verbinden. 48
Daarnaast verwijst de naam naar het gelijknamige landgoed, een bekend gebied binnen de gemeente Oirschot. Daarnaast bevat de naam een directe link met de huidige gemeentenaam Best, waardoor ook inwoners van Best zich hierin herkennen. Voor zowel Oirschot als de Beerzen heeft de naam betekenis, omdat het landgoed op de grens van deze kernen ligt. De naam legt bovendien een duidelijke verbinding met de natuur: ‘Best’ wordt in verband gebracht met de bast van een boom. Die schil van de boom kan voor diverse doeleinden gebruikt worden. Ook zou het in verband gebracht kunnen worden met biezen. 2. De naam Best-Oirschot bevat de beide huidige gemeentenamen en is daarmee herkenbaarheid voor alle inwoners van het gebied, inclusief de kernen in Oirschot die nu vallen binnen de gemeente(naam) Oirschot. De naam Best-Oirschot doet recht aan de verschillende en unieke identiteiten en karaktereigenschappen binnen het gebied van de nieuwe gemeente, haar wijken en kernen en haar inwoners. Er is in de nieuwe setting ook sprake van eenheid in verscheidenheid, deze naam geeft daaraan direct uiting. De naam Best-Oirschot heeft in al haar varianten de meeste stemmen gekregen. De commissie heeft gekozen om de naam Best-Oirschot, op te nemen in de lijst van drie toepasbare namen en niet een variant daarop. Dit met name omwille van het achtste criterium ‘past in communicatief opzicht’.
3. De naam Heidelanden, een landschappelijk kenmerk dat in alle zes de kernen aanwezig is. Daarmee benadrukt deze naam de verbondenheid tussen de dorpen, juist door een element uit de natuur dat iedereen herkent. De heidevelden fungeerden bovendien als een natuurlijke schil rond Eindhoven, die de dorpen historisch gezien van de stad afscheidde. In de Beerzen zien we: • De Beerse Heide • De Spreuwelse Heide • De Landschotse Heide • De Kuikseindse Heide • De Oostelbeerse Heide In Oirschot zien we: • De Oirschotse Heide • De Hei als aanduiding voor het gebied ten zuiden van het Wilhelminakanaal In Best zien we: • De Aarlese Heide • De Bestse Heide • De Nieuwe Heide • De Heikant Het gebruik van een natuurgerelateerde naam sluit bovendien goed aan bij de criteria: het verwijst naar de geografische en landschappelijke kenmerken die Best en Oirschot verbinden. Uit de ingediende suggesties blijkt ook dat namen met een duidelijke link naar de natuur veelvuldig zijn genoemd en breed draagvlak hebben. De commissie heeft ook een onderbouwing gegeven van de namen die niet zijn gekozen. Deze onderbouwing is opgenomen in het eindrapport van de commissie (Bijlage M).
Gemeente Best-Oirschot op basis van meerderheid stemmen Deze drie namen zijn tijdens het stemmen voor de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober 2025 voorgelegd aan de inwoners. 49
Zij konden in het stemhokje hun voorkeur uitbrengen voor één van de drie namen. De uitslag van deze stemming is op 6 november bekend gemaakt. Er is geen weging naar inwoneraantal toegepast. De samenleving (30.176 stemmen) koos in meerderheid (63,65%) voor de naam BestOirschot. De namen Heidelanden (22,07%) en Baest (11,98%) konden dus op minder steun rekenen. De voorkeur van de inwoners is op 2 december 2025 door de raden van Best en Oirschot formeel bekrachtigd met het vaststellen van het herindelingsontwerp. Per 1 januari 2028 vormen deze twee gemeenten samen de gemeente BestOirschot.
50
7| Toetsing aan beleidskader 51
7 | Toetsing aan beleidskader Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant en in navolging daarvan het Kabinet toetsen voorstellen tot reguliere samenvoeging van gemeenten aan vier toetsingscriteria. Deze criteria zijn opgenomen in het Beleidskader gemeentelijke herindelingen. Gedeputeerde Staten toetst aanvullend op haar ‘Ontwikkelkader samenwerking en herindeling’. De hierin verwoorde criteria zijn overeenkomstig het landelijk beleidskader, waardoor de provincie slechts een marginale toets aan het Ontwikkelkader uitvoert. In dit hoofdstuk is een verantwoording opgenomen op welke wijze en in welke mate de herindeling van de gemeenten Best en Oirschot - naar mening van haar gemeentebesturen aan ieder toetsingscriteria voldoet.
7.1 Vier criteria zijn leidend Het Kabinet toetst elk voornemen tot reguliere samenvoeging van gemeenten, zoals vastgelegd in het door de betreffende gemeenteraden vastgestelde herindelingsadvies, aan vier toetsingscriteria: 1. Draagvlak: in welke mate is sprake van, hoe is aandacht besteed aan en geïnvesteerd in lokaal én regionaal bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak? 2. Bestuurskracht: is de nieuwe gemeente in staat om haar maatschappelijke opgaven op te pakken? 3. Interne samenhang en nabijheid van bestuur: kent de nieuwe gemeente voldoende interne samenhang en wat is de plek van buurten, dorpen en/ of kernen binnen de nieuwe bestuurlijke eenheid? 4. Regionale samenhang: welke positie heeft de nieuwe gemeente in de regio en welke gevolgen heeft de voorgenomen herindeling voor omliggende gemeenten? Er is geen sprake van volgordelijkheid of mate van belangrijkheid tussen deze vier
criteria. De criteria worden in onderlinge samenhang met elkaar getoetst. Voorafgaand aan het Kabinet toetst Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant het herindelingsadvies eveneens aan bovengenoemde criteria. Daarnaast toetst zij marginaal aan haar eigen provinciale ‘Ontwikkelkader samenwerking en herindeling’ (2013), waarin de volgende criteria ten aanzien van nieuw te vormen gemeenten zijn opgenomen, welke in overwegende mate overlap vertonen met de landelijke toetsingscriteria: a. b. c. d. e.
Draagvlak; Interne samenhang en oriëntatie; Bestuurskracht en vitaliteit; Regionale samenhang en evenwicht; Duurzaamheid.
Ten aanzien van het criterium ‘Duurzaamheid’ toetst de provincie NoordBrabant aan het feit of de nieuw te vormen gemeente duurzaam in staat is haar taken uit te voeren. De provincie wil voorkomen dat een fusiegemeente op afzienbare termijn - in het Ontwikkelkader geduid als 20-25 jaar - opnieuw met problemen wordt geconfronteerd, welke met een herindeling moeten worden opgelost. Dit criterium beschouwt de provincie met oog voor de regionale context en ontwikkelingen. Dit aanvullende criterium vanuit de provincie Noord-Brabant is hierna, na een 52
reflectie op de vier landelijke toetsingscriteria, voorzien van een nadere duiding.
7.2 Draagvlak In deze paragraaf wordt afzonderlijk gereflecteerd op de drie elementen uit het toetsingscriterium ‘draagvlak’: lokaal bestuurlijk, regionaal bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak.
Lokaal bestuurlijk draagvlak Bij lokaal bestuurlijk draagvlak gaat het om draagvlak voor de herindeling, onder gemeenteraden en colleges van B&W van de betrokken gemeenten. Er is nadrukkelijk sprake van een herindeling ‘van onderop’. De gemeentebesturen van Oirschot en Best hebben beiden - in navolging van elkaar - in 2023 en 2024 (intentioneel) besloten tot het opheffen van hun bestuurlijke zelfstandigheid en om met elkaar te komen tot een gemeentelijke herindeling (eind 2025 en begin 2026). Deze beweging naar schaalvergroting is vanuit zelfbewustzijn in beide gemeentebesturen - in een vroegtijdig stadium in het proces - breed tot stand gekomen. Ook blijkend uit de stemverhoudingen in beide gemeenteraden bij besluiten rondom de bestuurlijke toekomst. Onderkend wordt in beide gemeentebesturen dat de kerntaken, maatschappelijke opgaven en bestuurlijke ambities niet meer in balans zijn, dan wel op afzienbare termijn in disbalans zullen raken, met de bestuurskracht en ambtelijke realisatiekracht van de beide gemeenten. Dit besef wordt versterkt door het doorleven van de ontwikkelingen die de Brainportregio - waar beide gemeenten in gelegen zijn - met zich meebrengt. De economische ontwikkeling in deze regio brengt forse opgaven met zich mee op thema’s als wonen, mobiliteit, bereikbaarheid, voorzieningenniveau, zorgbehoeften en
bijvoorbeeld ook veiligheid. Deze opgaven vragen nu of in de nabije toekomst van deze gemeenten een ander schaalniveau, om de kwaliteit, continuïteit en betaalbaarheid van dienstverlening en de leefbaarheid in de wijken en kernen tenminste op het huidige niveau te kunnen houden. Het draagvlak voor herindeling op lokaal bestuurlijk niveau is daarbij versterkt door het feit dat sprake is van een krappe arbeidsmarkt en een financiële positie die op termijn onder druk komt te staan. De herindeling van Best en Oirschot kan op breed lokaal bestuurlijk draagvlak rekenen in beide gemeenten. Dit wordt nog eens onderstreept door het feit dat er al in een vroeg stadium in het proces (2024) gestart is met regelmatige ontmoetingen tussen beide colleges van B&W en beide gemeenteraden, om met elkaar te wisselen over wensen en zorgen bij een mogelijke herindeling en met elkaar inhoudelijk te doorgronden wat de beelden zijn bij een nieuw te vormen samengevoegde gemeente. Waar nodig hebben deze ontmoetingen bijgedragen aan het bevorderen van het draagvlak voor de herindeling. Vermeldenswaardig op deze plaats is ook dat de beide ondernemingsraden al vanaf het prille begin van het initiatief tot herindeling elkaar proactief opzoeken. Periodiek is er (informele) afstemming met de WOR-bestuurders over de voortgang en de rol en positie van medezeggenschap in dit proces.
Er bestaat ook binnen de beide ondernemingsraden veel draagvlak voor de beweging naar één gemeente en dus één ambtelijke organisatie.
Regionaal bestuurlijk draagvlak Een herindeling heeft invloed op de positie van omliggende en naburige gemeenten en op de bestuurlijke verhoudingen binnen de regio en daarbinnen bestaande samenwerkingsverbanden. Het Kabinet verzoekt gemeenten om bij een herindeling de omliggende of anderszins 53
betrokken gemeenten te vragen een zienswijze in te dienen. Als gemeenten besluiten een negatieve zienswijze van een omliggende gemeente niet over te nemen, vraagt het Kabinet om een onderbouwing waarom hiervoor gekozen is. Al gedurende de verkennings- en participatiefase (begin 2025) zijn door Best en Oirschot gezamenlijk actief de beelden, wensen en eventuele zorgen en aandachtspunten van alle buurgemeenten en ‘grote’ samenwerkingspartners van Best en Oirschot opgehaald, alsmede die van de provincie Noord-Brabant. Dit is gedaan door middel van bestuurlijkambtelijke gesprekken met vertegenwoordigers van deze medeoverheden. Verslagen van deze gesprekken zijn in conceptvorm teruggelegd aan de gesprekspartners en in definitieve vorm opgenomen als Bijlage I bij dit herindelingsontwerp. Rode draad uit deze gesprekken is dat mede-overheden (buurgemeenten, samenwerkingsverbanden én provincie Noord-Brabant) de gemeenten Best en Oirschot zien als een natuurlijke combinatie van gemeenten, gezien de ligging en de cultuur-historische verbinding tussen beide gebieden. Daarbij onderkennen deze mede-overheden de opgaven en ambities waar de beide gemeenten voor aan de lat staan, binnen de context van de Brainportregio. Ook wordt onderkend dat dit voor beide gemeenten vraagt om een andere schaalomvang.
Bovendien erkennen deze mede-overheden dat de nieuwe gemeente een sterke partner kan zijn in regionale samenwerkingsverbanden, wat de kracht van de regio als geheel kan bevorderen. Er wordt door de omgeving met waardering gekeken naar het proces dat van onderop, vanuit zelfbewustzijn en met breed politiekbestuurlijk draagvlak is geïnitieerd.
Maatschappelijk draagvlak De betrokken gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de investering in en de beoordeling van het maatschappelijk draagvlak voor de herindeling. In een logboek dient beschreven te worden hoe inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties betrokken zijn geweest bij het herindelingsproces. In het herindelingsadvies beschrijven de betrokken gemeenten hoe het maatschappelijk draagvlak, inclusief de ingediende zienswijzen, is vastgesteld. De gemeenten Best en Oirschot hebben in de verkennings- en participatiefase (begin 2025), in aanloop naar het principebesluit van de beide gemeenteraden op 1 juli 2025, reeds een participatief proces doorlopen. In deze fase zijn inwoners online en in diverse fysieke bijeenkomsten gevraagd naar hun wensen voor en zorgen bij de vorming van een nieuwe gemeente. Deze wensen en zorgen zijn betrokken bij de principebesluiten van 1 juli 2025. Ten tijde van het opstellen van het herindelingsontwerp (tweede helft 2025), is nog nadrukkelijker ingezet op participatie van inwoners, ondernemers en maatschappelijk partners uit beide gemeenten. Zij hebben online en tijdens fysieke themaen doelgroepenbijeenkomsten geparticipeerd op het inhoud geven aan de visie op de nieuwe gemeente, zoals verwoord in hoofdstuk 3 van dit herindelingsontwerp.
Daarbij zijn op een diversiteit aan thema’s in de kern de vragen gesteld: wat neem je graag mee naar de nieuwe gemeente? Wat laat je graag achter? Tevens hebben inwoners geparticipeerd tijdens het naamgevingsproces. Gedurende dit proces zijn ruim 1.900 suggesties voor namen ingediend, waarvan ruim 800 unieke inzendingen. Daarnaast heeft dit proces geleid tot stemming (tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 29 oktober 2025) van kiesgerechtigde inwoners op drie -door 54
een naamgevingscommissie, samengesteld uit de samenlevingen van Best en Oirschot, geselecteerde- toepasbare gemeentenamen voor de fusiegemeente. Uit het maatschappelijk logboek (Bijlage A) blijkt meer gedetailleerd welke activiteiten zijn ondernomen om het maatschappelijk draagvlak te bevorderen en te toetsen. De gemeentebesturen van beide gemeenten zijn breed van mening dat het sentiment in de samenleving positief en constructief is om de herindeling een feit te laten worden. Daarbij hechten inwoners veel waarde aan een goede balans tussen enerzijds het zorgvuldig borgen van de schaalsprong van de Brainportregio binnen de nieuwe gemeente en anderzijds het behouden van de identiteit en het karakter van de wijken en kernen in het gebied, met oog voor het behouden en waar mogelijk versterken van de leefbaarheid. De gemeentebesturen voelen zich breed verantwoordelijk om de door inwoners aangedragen zorgen én de geuite kansen en ambities een plek te geven in het vervolgproces naar en na datum herindeling.
7.3 Bestuurskracht Bestuurskracht betreft het vermogen van een gemeente om haar wettelijke en nietwettelijke taken uit te voeren en daarvoor de benodigde maatschappelijke en bestuurlijke relaties aan te kunnen gaan. De betrokken gemeenten dienen in het herindelingsadvies te onderbouwen hoe de voorgestelde herindeling bijdraagt aan het versterken van de bestuurskracht. Bestuurskracht gaat om een juiste balans tussen de kerntaken, maatschappelijke opgaven en bestuurlijke ambities enerzijds en de kracht van gemeentebestuur, ambtelijke organisatie en samenleving anderzijds. De gemeenten Oirschot (circa 19.500 inwoners) en Best (ruim 31.000 inwoners) vormen met 19 andere gemeenten de bestuurlijke regio Zuidoost-Brabant, ofwel
de Brainportregio. Een regio die is aangemerkt als economische motor van Nederland. Door de herindeling van beide gemeenten ontstaat een gemeente van ruim 50.000 inwoners, die daarmee in inwoneraantal bezien de derde grootste gemeente van de Brainportregio wordt. Na de gemeenten Eindhoven en Helmond. Deze omvang biedt kansen voor de nieuwe gemeente in haar regionale, provinciale, landelijke en waar nodige Europese positionering. Zeggenschap en invloed nemen regionaal en provinciaal toe, nog steeds in verhouding tot het nieuwe schaalniveau en met behoud van en een bijdrage aan de goede en evenwichtige bestuurlijke verhoudingen in het gebied. De versterkte invloed wordt aangewend ten gunste van haar eigen gebied en de inwoners, ondernemers en maatschappelijk partners van de nieuwe gemeente. Maar zeker ook ten gunste van de Brainportregio als geheel. Deze positie creëert namelijk niet alleen kansen, maar brengt ook verantwoordelijkheden met zich mee op politiek, bestuurlijk en ambtelijk niveau. De huidige gemeentebesturen zijn zich ervan bewust dat de nieuwe schaalomvang ook iets vraagt van de manier van politiek bedrijven en besturen op een ander schaalniveau. In aanloop naar en zeker na fusiedatum besteden de gemeentebesturen c.q. besteedt het gemeentebestuur daar actief aandacht aan.