25053.07 - Tarieventabel Verordening leges 2026
Tekst van het document
Paragraaf 2.11 Vermindering Artikel 2.39 Vermindering na concept-aanvraag 1.
Bij een conceptaanvraag omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.4.a van deze legesverordening worden de in rekening gebrachte leges in mindering gebracht op de leges voor de aanvraag omgevingsvergunning
2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan: a. voor dezelfde activiteit of activiteiten als waarop het beoordeelde conceptaanvraag betrekking had en het een identieke aanvraag betreft; b. in overeenstemming met de uitkomsten van de beoordeling van het initiatief c.q. de conceptaanvraag; en c. binnen 6 maanden nadat de uitkomst van de beoordeling van de concept-aanvraag aan de initiatiefnemer danwel aan diens gemachtigde is medegedeeld.
Artikel 2.40 Vermindering bij meervoudige aanvraag Vervallen
Pagina 22 van 27
Artikel 2.41 Bij aanvraag waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is Als het college van burgemeester en wethouders op grond van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning oordeelt dat voor de voorgenomen activiteit geen omgevingsvergunning is vereist en deze aanvraag wordt actief ingetrokken, dan zijn hiervoor de leges verschuldigd genoemd onder dit artikel:
€ 128,40
Paragraaf 2.12 Teruggaaf Deze paragraaf heeft uitsluitend betrekking op de geheven leges die het minimum legesbedrag te boven gaan.
Artikel 2.42 Teruggaaf als aanvraag verder buiten behandeling wordt gelaten Als na toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten, bestaat aanspraak op teruggaaf. De teruggaaf bedraagt:
75%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is gedaan verschuldigde leges. Artikel 2.43 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij reguliere procedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen vier weken na de indiening van de aanvraag:
75%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf vier weken tot zes weken na de indiening van de aanvraag:
50%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken na de indiening van de aanvraag:
25%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.44 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning of maatwerkvoorschrift bij uitgebreide voorbereidingsprocedure Als een aanvrager zijn aanvraag om een omgevingsvergunning of aanvraag om een maatwerkvoorschrift op de voorbereiding waarvan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is geheel of gedeeltelijk intrekt terwijl het college van burgemeester en wethouders daarover nog geen besluit heeft genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: a.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking binnen zes weken na de indiening van de aanvraag:
75%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; b.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf zes weken tot achttien weken na de indiening van de aanvraag:
50%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges; c.
bij gehele of gedeeltelijke intrekking op een tijdstip vanaf achttien weken na de indiening van de aanvraag: van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Pagina 23 van 27
25%
Artikel 2.45 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten Als het college van burgemeester en wethouders een verleende omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 1 jaar na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt:
25%
van de voor de activiteit waarvoor de aanvraag is ingetrokken verschuldigde leges. Artikel 2.46 Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw- of milieubelastende activiteiten a.
Als het college van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning voor een bouw- of milieubelastende activiteit weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:
25%
van de voor de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is geweigerd verschuldigde leges. b.
Onder een weigering bedoeld in onderdeel a wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.
Artikel 2.47 Geen teruggaaf legesdeel modaliteiten In afwijking van de voorgaande artikelen van deze paragraaf wordt geen teruggaaf verleend van het legesdeel dat betrekking heeft op de modaliteiten genoemd in paragraaf 2.11. Artikel 2.48 Minimumbedrag voor teruggaaf Een bedrag minder dan € 50,00 wordt niet teruggegeven. Artikel 2.49 In deze titel niet benoemde beschikking 2.9 2.9.1
2.9.2.
Het tarief bedraagt per uur voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een andere, in deze titel niet benoemde beschikking: een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling van de aanvraag aan de aanvrager medegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die ter zake door of vanwege het college van burgemeester en wethouders is opgesteld Voor de toepassing van de onderdelen in dit hoofdstuk wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting van de kosten aan de aanvrager ter kennis is gebracht.
Pagina 24 van 27
€ 159,80
HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING VALLEND ONDER DE DIENSTENRICHTLIJN EN NIET VALLEND ONDER HOOFDSTUK 2
Paragraaf 3.1 Horeca c.a. Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting (2:28 APV) of bedrijf (2:40a APV) Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a.
een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening, waarvoor tevens een vergunning als bedoeld in artikel 3.2 lid a is aangevraagd of verleend:
€ 62,80
een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 3.2 lid a is verleend of aangevraagd en waarbij een BIBOB-toets is vereist:
€ 401,70
een aanvraag om een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 3.2 lid a is verleend of aangevraagd en waarbij geen BIBOB-toets is vereist:
€ 136,30
d.
een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning tot het exploiteren van een bedrijf als bedoeld in artikel 2:40a van de Algemene plaatselijke verordening:
€ 401,70
e.
een aanvraag om een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29 van de Algemene plaatselijke verordening:
€ 144,00
b.
c.
Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: a.
een aanvraag om een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet:
€ 401,70
b.
een melding als bedoeld in artikel 30 van de Alcoholwet:
€ 274,50
c.
een aanvraag om wijziging van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Alcoholwet:
€ 266,30
een aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Alcoholwet:
€ 138,30
d.
Paragraaf 3.2 Seksbedrijven Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijf Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een exploitatievergunning of wijziging van een vergunning voor een seksbedrijf als bedoeld in artikel 3:3 Algemene plaatselijke verordening
€ 1.432,00
Paragraaf 3.3 Winkeltijdenwet Artikel 3.4 Ontheffing winkeltijden Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om: a.
een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet:
Paragraaf 3.4 Organiseren evenement of markt Artikel 3.5 Organiseren evenement of markt Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de Pagina 25 van 27
€ 144,00
Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), indien het betreft: 1.
een evenement met verhoogd risico (categorie C)
1.a
indien het een eendaags evenement is:
€ 11.400,00
1.b
per dag dat het evenement langer duurt dan 1 dag wordt het onder a genoemde bedrag verhoogd met:
€ 1.289,20
2.
een evenement met een gemiddeld risico (categorie B)
€ 1.263,10
3.
een evenement met een laag risico (categorie A)
€ 141,00
4.
Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding voor een evenement op grond van een omgevingsplan
€ 141,00
5
De tarieven in dit hoofdstuk voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning worden bij het overschrijden van de wettelijke aanvraagtermijnen vermeerderd met een toeslag van 25% van het legesbedrag op grond van deze Titel.
6.
Onverminderd het bepaalde in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2:25 van de Algemene plaatselijke verordening: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een evenementenvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.
7
Indien een begroting als bedoeld in dit artikel, lid 6 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.
Paragraaf 3.5 Kinderopvang Artikel 3.6 Kinderopvang Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot: a. het in exploitatie nemen van een kindercentrum (dagopvang en/of buitenschoolse opvang) of gastouderbureau als bedoeld in art. 1.45 eerste lid, Wet Kinderopvang en opname in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK) b. het in exploitatie nemen van een gastouderopvang als bedoeld in artikel 1.45 tweede lid, Wko en opname in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK)
€ 506,70 € 380,10
Paragraaf 3.6 Huisvestingswet 2014 [en Wet goed verhuurderschap] Artikel 3.7 Vergunning [of ontheffing] onttrekken woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om woonruimte aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder a, [ respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014:
€ 351,90
Artikel 3.8 Vergunning [of ontheffing] samenvoegen woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [ of ontheffing van het verbod] om woonruimte met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder b, [respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014: Artikel 3.9 Vergunning [of ontheffing] omzetten zelfstandige in onzelfstandige woonruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [ of Pagina 26 van 27
€ 351,90
ontheffing van het verbod] om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, [respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014:
€ 351,90
Artikel 3.10 Vergunning [of ontheffing] verbouwen woonruimte tot meer woonruimten Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [ of ontheffing van het verbod] om woonruimte tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden, als bedoeld in artikel 21, eerste lid, aanhef en onder d, [respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014:
€ 351,90
Artikel 3.11 Splitsingsvergunning [of -ontheffing] Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning [of ontheffing van het verbod] om een recht op een gebouw te splitsen in appartementsrechten, als bedoeld in artikel 22, eerste[, respectievelijk tweede lid,] van de Huisvestingswet 2014:
€ 351,90
Artikel 3.12 Vergunning of ontheffing toeristische verhuur Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning of ontheffing van het verbod om woonruimte voor toeristische verhuur in gebruik te geven als bedoeld in artikel 23c, eerste, respectievelijk tweede lid, van de Huisvestingswet 2014:
€ 351,90
Artikel 3.13 Verhuurvergunning opkoopbescherming Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning om een woonruimte in gebruik te geven binnen een periode van vier jaar na de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van die woonruimte aan de nieuwe eigenaar, als bedoeld in artikel 41, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014:
€ 351,90
Artikel 3.14 Verhuurvergunning woon- of verblijfsruimte Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet goed verhuurderschap: € 76,50
a. voor een verhuurvergunning woonruimte: b. voor een verhuurvergunning verblijfsruimte:
€ 76,50
Paragraaf 3.7 In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Artikel 3.15 Niet benoemd besluit op aanvraag Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag om een andere, in dit hoofdstuk niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking:
Behorende bij raadsbesluit van 10 november 2025
De griffier van Gemeente Best, Rian Swinkels-van de Laar
Pagina 27 van 27
€ 85,40