25032.15a - Beantwoording vragen L. Kennis (Best Open) over Principebesluit Best - Oirschot
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Vragen: U kunt uw vraag mailen naar raadsgriffie@gembest.nl * Naam + politieke partij Raadsvoorstel/onderwerp
Leon Kennis Best Open 25032 - Principebesluit reguliere samenvoeging van de gemeenten Best en Oirschot
Vragen en antwoorden:
Dorpsplein 2 Postbus 50 5680 AB Best T: 0499 360 375 raadsgriffie@gembest.nl www.gemeentebest.nl
Vraag 1:
Wat zijn concreet de geconstateerde 'zwakten' van Oirschot ?
Antwoord 1:
In verschillende bouwstenen is ingegaan op de kwetsbaarheden van de gemeente Oirschot. Bouwsteen 3 belicht de financiële positie, terwijl bouwsteen 4 ingaat op de kwetsbaarheid van de organisatie in relatie tot de omvang van de huidige én toekomstige opgaven. Oirschot kent financiële risico’s, met name in het meerjarenperspectief. De begroting voor 2025 is sluitend, maar daarna is sprake van onzekerheid. Nieuw beleid en ambities zijn nog niet volledig financieel onderbouwd en landelijke ontwikkelingen kunnen hierin verdere impact hebben.
Vraag 2: Antwoord 2:
Vraag 3:
Antwoord 3:
Tegelijkertijd is de ambtelijke organisatie kwetsbaar. Er is sprake van structurele onderbezetting, veel openstaande vacatures, een hoge afhankelijkheid van eenpitters en externen, en een overwegend jonge, onervaren instroom. Dit beperkt de uitvoeringskracht en vergroot de druk op de bestaande teams. In het licht van de groeiende opgaven en de schaalsprong in de regio, wordt het voor Oirschot steeds lastiger om de ambities waar te maken. Het vraagt nu én in de toekomst veel van de organisatie om hierin structureel mee te kunnen bewegen. Is Best op díe punten (vraag 1) sterk(er) ? Graag concreet beantwoorden ! Best kent in de begroting van de meerjaren exploitatie minder sterke fluctuaties dan Oirschot. Tegelijkertijd zijn ook hier ontwikkelingen – bijvoorbeeld binnen het sociaal domein – nog niet volledig vertaald in de begroting, wat toekomstige druk kan veroorzaken. De organisatie beschikt over betrokken en capabele medewerkers, maar loopt steeds vaker tegen haar grenzen aan. De werkdruk is hoog en met het oog op de groeiende opgaven dreigt ook in Best structurele overbelasting. Zonder gerichte versterking van capaciteit en organisatiekracht wordt het lastig om blijvend te voldoen aan de toenemende eisen en verwachtingen.
Kan (samengaan met) Best die in Bouwsteen 1 geconstateerde Oirschotse 'zwakten' compenseren ? Wordt Best er na een fusie op die vlakken ook sterker van ? En op andere onderwerpen ? Het samengaan van Best met Oirschot is niet bedoeld om de zwakten van Oirschot te compenseren. Het gaat om samen sterker worden. Beide gemeenten hebben en krijgen te maken met vergelijkbare, steeds complexere opgaven die reeds in beide organisaties (in wisselende mate) hun weerslag hebben. De snel toenemende druk vanuit de maatschappelijke opgaven en bestuurlijke ambities, mede als gevolg van de ligging in de Brainportregio – wat enorme opgaven met zich meebrengt rondom thema’s zoals wonen, bereikbaarheid, mobiliteit, voorzieningen en zorg - raakt direct aan de uitvoeringskracht en daarmee aan de kwaliteit van de dienstverlening aan inwoners en ondernemers. Een gezamenlijke, robuuste organisatie voor het gehele gebied Best-Oirschot biedt betere mogelijkheden om deze uitdagingen 1
Beantwoording technische vragen toekomstbestendig en kwalitatief goed het hoofd te bieden. Een mogelijke bestuurlijke fusie tussen Best en Oirschot is dan ook geen vlucht naar voren, noch een reactie uitsluitend op urgente organisatorische disbalans. Het is bovenal een beweging vanuit zelfbewustzijn en regie op de eigen bestuurlijke toekomst en daarmee het behouden en versterken van de leefbaarheid in de wijken en kernen van het gebied. Vanuit een krachtig gemeentebestuur, een robuuste organisatie en begroting en een sterke positie aan regionale tafels.
Vraag 4: Antwoord 4:
Wat gaat er bij een fusie “zichtbaar/tastbaar/voelbaar/merkbaar” positief veranderen voor de inwoners van Best ? Best als grotere gemeente is beter opgewassen tegen de complexe taken die er op ons en de regio waar we deel van uitmaken, afkomen. Groter worden hoeft niet ten koste te gaan van wat we belangrijk vinden om te behouden. Juist niet. Met grotere slagkracht hebben we meer invloed op keuzes die we wel of niet willen maken. En minder kwetsbaar in omvang en spankracht. Door het bundelen van capaciteit, kennis en middelen is het veel kansrijker om een toekomstbestendige organisatie in te richten die adequaat kan reageren op steeds meer complexe opgaven zoals woningbouw, mobiliteit, bereikbaarheid, voorzieningenniveau en zorg.
Vraag 5:
Antwoord 5:
Daarnaast zorgt de schaalvergroting voor meer slagkracht, stabiliteit en een breder aanbod aan expertise. Inwoners zullen zeker profiteren van een organisatie die sneller en effectiever kan inspelen op veranderingen en vraagstukken die hen direct raken. Best en Oirschot als nieuwe samengevoegde gemeente wordt de derde gemeente in regio. Met die nieuwe positie neemt ook de bestuurlijke slagkracht toe. Dat maakt de invloed op regionale vraagstukken groter- maar tegelijk wordt daarmee ook de ruimte groter om lokale belangen beter in te bedden in regionale keuzes. Dat is direct in het belang van de eigen inwoners. Heeft een fusie financiële consequenties voor de Bestse en Oirschotse inwoners ? Welke ? Wat krijgen met name de Bestse inwoners, ondernemers etc. “er voor terug” ? De woonlasten voor inwoners van Best en Oirschot liggen in absolute zin momenteel dicht bij elkaar; het verschil bedraagt circa €64 per jaar voor een meerpersoonshuishouden met een koopwoning. Best kent hogere lasten op afvalstoffenheffing, terwijl de OZB in Oirschot hoger ligt. Bij een fusie schrijft de wet voor dat de OZB-tarieven op het moment van fusie (2028) worden geharmoniseerd. De exacte financiële gevolgen zijn nu nog niet aan te geven, omdat het harmonisatiebesluit pas kort na de fusiedatum door de nieuwe gemeenteraad wordt genomen.
Daarbij zal ofwel één van de bestaande tarieven worden overgenomen, ofwel gekozen worden voor een nieuw, gezamenlijk tarief. In beide gevallen geldt dat dit voor (een deel van) de inwoners kan leiden tot hogere lasten. Voor andere heffingen en leges, zoals riool- en afvalstoffenheffing, geldt dat deze binnen twee jaar na fusie gelijkgetrokken moeten worden. Tot die tijd kunnen de huidige tarieven van kracht blijven. Wat inwoners ervoor terugkrijgen, is een organisatie die beter is toegerust op de groeiende en complexer wordende opgaven. Een gezamenlijke, robuuste ambtelijke organisatie versterkt de kwaliteit, continuïteit en betrouwbaarheid van de dienstverlening – wat uiteindelijk ten goede komt aan alle inwoners. 2
Beantwoording technische vragen Vraag 6:
Antwoord 6:
Is nu de bestuurlijke positie (bv. lobbymacht, invloed, verantwoordelijkheid) van grotere gemeenten zoals bijv. Veldhoven of Geldrop-Mierlo binnen de regio groter dan die van Best ? Is dit bv. met gegevens (al-dan-niet uit het verleden) aantoonbaar of louter een veronderstelling ? Kortom, waaruit blijkt dit. (De BMC-Quick-Scan kon daarop geen antwoord geven. U nu wel nemen we aan.) Het Rijk beschouwt ‘de regio’ meer en meer als dé ingang voor gesprek over de inhoudelijke ontwikkelingen/ investeringen in het gebied en als vehikel voor geldstromen. De relatie naar de individuele gemeenten voor impulsen in het gebied neemt daarmee sterk af. Dit impliceert dat een gemeente invloed moet hebben aan regionale tafels, om het belang van de regio als geheel én van het eigen gebied te behartigen. Zeker als de voor het eigen gebied (als gevolg van regionale ontwikkelingen) groot zijn. Hoewel in vele samenwerkingsverbanden bestuurlijk wordt gestreefd naar consensus en er beperkt sprake is van formeel stemgedrag, telt het getal weldegelijk. We zien in deze regio en op andere plekken in het land dat grotere (fusie)gemeenten veelal bestuurlijk vertegenwoordigd zijn (of voorzittersrollen innemen) in dagelijks besturen van (grote) samenwerkingsverbanden, meer betrokken zijn bij ‘kopgroepen’ of ‘stuurgroepen’ en zo directer invloed hebben op keuzes van belang voor de regio en het eigen gebied.
Naast de bestuurlijke rolneming, speelt ook de robuustheid en de kans op het inbedden van specialistische functies in de nieuwe organisatie een voorname rol in de lobby- en invloedssferen. De nieuwe omvang biedt de kans om aan regionale ambtelijke tafels (altijd) vertegenwoordigd te zijn, ook daaraan positie in te nemen (stuurgroepen, voorzittersrol) en zodoende vroegtijdig invloed uit te oefenen. Dit alles gaat niet vanzelf. De nieuwe bestuurders, politici en ambtelijke organisatie zullen zich moeten gaan verhouden tot deze nieuwe rol en positie van derde gemeente in de regio. De daarbij behorende verantwoordelijkheid moet ook worden ingevuld: door zichtbaarheid, inbreng en bijpassend gedrag.
Vraag 7:
Antwoord 7:
Op welke positieve Oirschotse eigenschappen, baseert u het advies aan Best om dit traject (bestuurlijke fusie) door te zetten ? Met andere woorden; wat ‘biedt’ Oirschot Best aan versterkingen ? Het advies om het fusietraject voort te zetten is gebaseerd op het uitgangspunt dat beide gemeenten elkaar versterken. Oirschot brengt daarbij een aantal duidelijke kwaliteiten in die van meerwaarde kunnen zijn voor een gezamenlijke gemeente waaronder de volgende: 1. Inhoudelijke expertise in het landelijk gebied Oirschot beschikt over specifieke kennis en ervaring op thema’s zoals natuur, erfgoed, landbouw en de transitie van het landelijk gebied – domeinen die in de regio steeds belangrijker worden. 2. Ervaring met grootschalige gebiedsontwikkeling Binnen Oirschot is ervaring opgebouwd met ruimtelijke projecten wat goed aansluit bij de opgaven die regionaal op de gemeenten afkomen. 3. Recente versterking van teams op kerntaken, bijvoorbeeld binnen het sociaal domein, wonen en publiekszaken. 4. Menselijke schaal en warme organisatiecultuur Oirschot kent een collegiale en loyale organisatiecultuur met korte lijnen, waarin medewerkers verantwoordelijkheid nemen en elkaar ondersteunen. Kortom, Oirschot biedt niet alleen inhoudelijke versterking, maar ook een aanvulling in schaal, cultuur en ervaring die bijdraagt aan een bredere en evenwichtigere basis voor 3
Beantwoording technische vragen de nieuwe gemeente. Het advies aan Best is dan ook gebaseerd op de overtuiging dat de som meer is dan de delen. Los van de kwaliteiten van Oirschot, geldt ook vanuit het perspectief Best dat schaalvergroting naar mening van & Van de Laar nu en zeker op termijn wenselijk is, gezien de opgaven en ontwikkelingen in het gebied en de regio. Vraag 8:
Antwoord 8:
Bij de beantwoording van “24068 – Rapport Quick scan” lezen we; ,,En voor- en tegenstanders hebben altijd nog de mogelijkheid om in maart 2026 hun stem te laten horen, bij de gemeenteraadsverkiezingen". Deze quote bleek correct. Vraag : Is deze uitspraak nog in lijn met de huidige situatie ? M.a.w. kunnen inwoners bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 nog steeds meewegende uitspraken doen / keuzes maken omtrent fuseren ja of nee ? De uitspraak dat inwoners bij de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026 nog invloed kunnen uitoefenen op de fusie, is niet in lijn met de actuele planning. Indien het principebesluit tot herindeling wordt genomen volgen er nog twee formele stappen: de vaststelling van het herindelingsontwerp en het daarop gebaseerde herindelingsadvies. Het onomkeerbare besluit (raadsbesluit op herindelingsadvies) staat nu gepland voor de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2026. Dat is het finale moment waarop inwoners kunnen inspreken, of daaraan voorafgaand hun zienswijzen kunnen afgeven op het herindelingsontwerp (december 25/ januari 26).
Vraag 9:
Is aan te tonen dat we gezamenlijk sterker zijn als nu 1+1 ? Graag concreet maken !
Antwoord 9:
Best en Oirschot beschikken over kwaliteiten die elkaar aanvullen en versterken. Best heeft bijvoorbeeld een stabiele financiële basis, een goede ICT- structuur en voert veel taken in eigen beheer uit. Oirschot beschikt bijvoorbeeld over ervaring met landelijk gebied en grootschalige gebiedsontwikkeling. Op thema’s als duurzaamheid, mobiliteit en gebiedsontwikkeling liggen kansen om de krachten te bundelen. Door samen te werken ontstaat een robuustere organisatie, met meer strategische en uitvoerende capaciteit om grote opgaven – zoals woningbouw, mobiliteit, sociaal domein en duurzaamheid – toekomstbestendig aan te pakken. Een grotere organisatie biedt meer ontwikkel- en doorgroeimogelijkheden voor medewerkers, maakt functies aantrekkelijker en vergroot het vermogen om kennis te borgen. Samen zijn Best en Oirschot beter in staat om de schaal- en kwaliteitssprong in de Brainportregio bij te benen én lokaal maatwerk te blijven leveren. Zo wordt één plus één daadwerkelijk meer dan twee. Zie hiervoor ook het antwoord op uw vragen 4 en 6.
Vraag 10:
Antwoord 10:
O.a. alle reserves, voorzieningen maar ook lopende leningen en schulden worden bij een nieuwe gemeente een nieuwe en daarmee gezámenlijke verantwoordelijkheid. Wat betekend het in dit geval voor specifiek deze financiële onderwerpen m.b.t. bezit cq aflossing van schulden in verhouding tot de huidige Bestse situatie ? Is dit in bouwsteen 3 uitgebreid onderzocht als ware het een due diligence-onderzoek of zijn louter de de elke gemeente afzonderlijke aangeboden financiële cijfers (zoals begroting / jaarrekening / meerjarenraming) ‘naast elkaar gelegd’ ? M.a.w. heeft er een vergelijk of een onderzoek/analyse plaatsgevonden ? In bouwsteen 3 zijn de jaarstukken van Best en Oirschot afzonderlijk bestudeerd. Daarbij is gekeken naar reserves, schulden en andere financiële kerncijfers, maar er is nadrukkelijk géén optelsom gemaakt of gezamenlijke financiële projectie opgesteld. Dit is conform de beschrijving van deze bouwsteen in het intentiebesluit van november 2024. 4
Beantwoording technische vragen
Vraag 11:
De focus lag op het in kaart brengen van afzonderlijke risico’s en aandachtspunten, niet op de integrale beoordeling van een gezamenlijke financiële positie. Een echte herindelingsscan – waarin bijvoorbeeld ook schulden en bezit in samenhang worden geanalyseerd – volgt pas in het herindelingsontwerp. In PU24-01450 (Reactie raadswerkgroep op ontvangen wensen en bedenkingen bij initiatiefvoorstel Verkennings- en participatiefase Best en Oirschot) lezen we; “In lijn
met het toetsingscriterium ‘draagvlak’ wordt aan het einde van de verkennings- en participatiefase de participatie toegepast. In een eventuele volgende fase – gedurende het opstellen van het herindelingsontwerp – volgt opnieuw participatie. Dan staat het formuleren van de visie op de nieuwe gemeente centraal”. Vraag : Is er (zoals door de Raad besloten in het “Initiatiefvoorstel verkennings- en participatiefase Best en Oirschot” dd. 04-11-2024) inzicht verkregen in de kansen en
Antwoord 11:
zorgen van de inwoners, ondernemers en maatschappelijk middenveld op basis van inbreng vanuit voornoemde bouwstenen of zijn er meningen gevraagd voordat de bouwsteen-onderzoeken zijn afgerond en bekendgemaakt ? Zo nee, gaat dat nog gebeuren voordat het principebesluit moet worden genomen ? Waarom wordt de mening van inwoners, maatschappelijk middenveld, lokale sociale partners e.d. niet -zoals besloten- bevraagd vóordat maar wel nádat het principebesluit wordt genomen ? Ja, er heeft inwonersparticipatie plaatsgevonden op basis van de inhoud en voorlopige bevindingen van bouwstenen 3 tot en met 8. Dit vond plaats in maart via een digitale vragenlijst en in april tijdens fysieke bijeenkomsten. De participatie was gebaseerd op de inhoudelijke richting en inzichten uit de onderzoeken. Deze rapporten waren op dat moment in definitief concept gereed, maar nog niet openbaar. Tijdens de fysieke bijeenkomsten is gebruikgemaakt van een presentatie waarin de belangrijkste voorlopige inzichten uit een aantal bouwstenen zijn gedeeld. De opzet was gericht op het toegankelijk presenteren van de hoofdlijnen, zodat inwoners hun kansen en zorgen konden delen over de mogelijke herindeling. Niet alle bouwstenen zijn afzonderlijk besproken; de focus lag op de thema’s die voor inwoners het meest relevant waren.
Daarbij was er nadrukkelijk ruimte om deelnemers zoveel mogelijk zelf aan het woord te laten. De input die tijdens de avonden is opgehaald, is gebaseerd op de inhoud en thematische lijn van alle bouwstenen. De digitale vragenlijst is voorafgaand aan de afronding van de bouwstenen opgesteld. Daarbij is wel zorgvuldig gekeken naar de aansluiting bij de onderzoeksvragen van de diverse bouwstenen, zodat de participatie-instrumenten inhoudelijk goed verbonden zijn met het lopende onderzoek. We zien ook nadrukkelijk in de uitkomsten van de participaties in beide gemeenten, dat de kansen en zorgen van inwoners sterk aansluiten bij de thematieken die we in de diverse bouwstenen naar boven hebben gekregen.
Vraag 12 :
Antwoord 12:
Vindt u het belangrijker met de inwoners, ondernemers, maatschappelijk middenveld en lokale sociale partners te spreken over hóe een fusie vorm moet krijgen als de vraag óf een fusie moet plaatsvinden ? In deze fase is in het participatietraject bewust gevraagd waar kansen en zorgen liggen bij inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en lokale partners. Het ophalen van die signalen is cruciaal om mensen goed mee te nemen in het waaróm van de fusievraag. Alleen wanneer er inzicht is in wat er leeft en waar eventuele knelpunten of kansen worden gezien, kan een zorgvuldige afweging plaatsvinden. De zorgen en kansen zijn als zodanig opgenomen in bouwsteen 9 en krijgen in plaats in het verdere fusieproces. 5
Beantwoording technische vragen Daarbij is de ‘óf-vraag’ bewust en in afstemming met beide raden niet aan de samenleving voorgelegd. Een dergelijke afweging is complex en van een veelheid van factoren afhankelijk, waaraan een lange tijd van onderzoeken en processtappen is voorafgegaan. In de politiek-bestuurlijke arena zijn de ervaringen van de huidige kwetsbaarheden doorleefd, is (diepgaand) kennis genomen van de uitdagingen en onderzoeksresultaten en is het proces (gezamenlijk) doorleefd. De ‘of-vraag’ is daarmee ook op de politieke tafel gehouden om als volksvertegenwoordigers - in nauwe verbinding met uw achterbannen - tot een afweging te komen vanuit uw politieke verantwoordelijkheid. Vraag 13:
Antwoord 13:
We hebben de laatste periode in de pers berichten gelezen over Oirschot met daarin onverwachte financiële mee- en tegenvallers. (sociaal domein, sporthal, hockeyclub). Zijn dit soort onverwachte berichten cq constateringen na de onderzoeken in Bouwsteen 3 verder uitgesloten ? Geldt dit voor beide huidige gemeenten ? De rapportage in Bouwsteen 3 is gebaseerd op de werkelijke cijfers over 2023 en de begroting 2025-2028. Het onderzoek in bouwsteen 3 richt zich vooral op de financiële positie van beide gemeenten en eventuele risico’s. Belangrijke conclusie is dat er sprake is van een gezonde uitgangssituatie van beide gemeenten voor de nieuw te vormen gemeente. Dit neemt niet weg dat actuele financiële ontwikkelingen effect kunnen hebben op de financiële positie. Beide gemeenten zullen daar, zoals gebruikelijk, op moeten acteren. In bouwsteen 3 wordt wel ingegaan op de kostenontwikkeling van het sociaal domein in beide gemeenten. De voortgang van invordering van bijvoorbeeld huren is geen onderdeel van het onderzoek, omdat dit vooral een uitvoeringsvraagstuk is. Factoren als personele tekorten of het wel of niet op orde hebben van interne processen kunnen daar een rol in spelen. Bij tussentijdse controles en de controle van de jaarrekening geven de accountants daar meestal wel een oordeel over.
In het accountantsrapport over de jaarrekening 2023 van de gemeente Oirschot is te lezen dat er voor wat betreft de interne beheersing (van de financiële processen) een verbetertraject is opgestart. Openstaande vorderingen worden ook beoordeeld door de accountant, vooral omdat er voldoende middelen aanwezig moeten zijn om eventuele oninbare vorderingen mee af te dekken.
Meer vragen over hetzelfde onderwerp? Voeg dan rijen toe met de tab-toets. *Als u de vragen donderdag na de beeldvormende sessie vóór 12.00 uur mailt, beantwoordt het college uw vragen uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie.
Artikel uit 1e Wijziging Reglement van Orde gemeenteraad 2023: Artikel 3.35 – Technische vragen 1.
2.
Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of geagendeerd raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden en de uitleg daarvan of over de feitelijke gevolgen van een besluit. Technische vragen worden ingediend bij de griffie. 6
Beantwoording technische vragen Technische vragen over geagendeerde raadsvoorstellen die zijn ingediend bij de griffie uiterlijk donderdag vóór 12.00 uur na de beeldvormende sessie, worden door het college uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie vóór 12.00 uur beantwoord. De antwoorden van het college worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst bij het agendapunt van de desbetreffende sessie. 4. Bij technische vragen over een onderwerp spant het college zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 7 dagen na ontvangst van de vraag, te beantwoorden. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst. 3.
7