25024.02 - Bijlage 2 rapportage Best locatieonderzoek (A) (B2025106)
Tekst van het document
var: B
Verzonden:
30-09-2024
s
13:45
erestnl>
Onderwerp: Concept rapportage Best locatieonderzoek
In de bijlage de conceptversie van het locatieonderzoek. Deze bespreken wij morgen in de eerder geplande afspraak. Hierbij lopen wij voor de laatste keer de shortlist locaties door. Vervolgstap is de voorbereiding van de besluitvorming.
Groeten N
Archiefexemplaar van BL25-01988
- Bijlage 2. Rapportage Best locatieonderzoek (geanonimiseerd)
Locatieonderzoek huisvesting Asielzoekers gemeente Best Oktober, 2024
Inhoud Locatieonderzoek huisvesting Asielzoekers gemeente Best. H1 | Aanleiding locatieonderzoek. 1.1 Aanleiding… 1.2 Opgave en uitgangspunten…. 1.3 Rapportage. H2 | Van longlist naar shortlis! 2.1 Afwegingskader met criteria… 2.2 Toelichting functie afwegingskader en toepasbaarheid.. 2.3 Aanvullende uitgangspunten en voorwaarden…. H3 | Onderzoek longlist… 3.1 De weg waarlangs…
4.1 De weg waarlangs in beeld gebracht 4.2 Beschrijving van de locaties… 4.3
Locaties
H5 | Tot slot… Bijlage 1…
shortlist…
H1 | Aanleiding locatieonderzoek 1.1 Aanleiding Op 1 februari 2024 is de Spreidingswet ingegaan. Met de Spreidingswet krijgen gemeenten een wettelijke taak in het opvangen van asielzoekers. De voormalig staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de provinciale opgave en een indicatieve verdeling per gemeente
in februari 2024 bekendgemaakt. Voor 1 november 2024 moeten de commissarissen van de koning hun provinciale plannen inleveren. Uiteindelijk zal de minister van Asiel en Migratie uiterlijk 31 december
2024 het verdeelbesluit nemen
op basis van de ingediende
plannen.
Naar aanleiding van de Spreidingswet willen gemeenten, COA en provincie aan de Provinciale Regietafel (PRT) afspraken maken over de verdeling en realisatie van opvangplaatsen voor asielzoekers. De partijen aan de PRT Noord-Brabant willen komen regionale bestuurlijke afspraken, waarin de realisatie van de opvang-, huisvestings- en
integratieopgaven
in samenhang
tot
wordt opgepakt.
In Noord-Brabant wordt gewerkt met een PRT met daaronder 4 regio's met bijhorende subregionale tafels. De gemeenten Best, Eindhoven, Geldrop-Mierlo, Nuenen (Gerwen en
Nederwetten), Son en Breugel, Veldhoven en Waalre vallen samen onder de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven. Door de komst van de Spreidingswet hebben ook deze gemeenten de opdracht om asielzoekers op te vangen binnen de gemeentegrenzen.
Van belang is te vermelden dat de gemeente Best in 2022 ervaring opdeed met een crisisnoodopvang (CNO); wij vingen gedurende enige tijd asielzoekers op. De opvang zonder noemenswaardige
problemen
is
verlopen.
1.2 Opgave en uitgangspunten De gemeente Best moet in totaal de komende jaren 192 asielzoekers opvangen (waarvan 16 alleen reizende minderjarige vreemdelingen - de zogeheten AMV'ers). Door de gemeenteraad van Best zijn op 16 september 2024 de volgende uitgangspunten die van belang zijn geweest voor het onderzoek:
e
Een opvang op 1 locatie met minimaal
e e
naar kleinschalige opties. Een locatie die tenminste 5 jaar beschikbaar is. Een locatie die (tijdelijk) geen belemmering vormt voor woningbouw
vastgesteld
192 plekken, indien niet beschikbaar uitwijken
of uitbreiding
van bedrijventerreinen. e e
Een locatie waarbij de veiligheid van zowel inwoners van de gemeente als de asielzoekers geborgd worden. Een locatie die aan de voorwaarden voldoet om het COA zoveel mogelijk
werkzaamheden ten behoeve van de daadwerkelijke opvang, exploitatie, begeleiding e
en verzorging van voorzieningen op zich te laten nemen. Een ocatie die niet te dicht op bestaande woonwijken ligt en aan de andere kant niet te ver van voorzieningen.
e
Een locatie waarbij het mogelijk is om samen te werken met één of meerdere buurgemeenten.
e
Er vindt transparante communicatie
belanghebbenden
plaats richting inwoners en andere
over het proces om te komen
tot een locatiekeuze.
1.3 Rapportage In deze rapportage leest u op basis van welke stappen, via een afwegingskader,
de
aangereikte locaties zijn onderzocht op potentiële geschiktheid. Na onderzoek van in totaal 32 locaties zijn locaties potentieel geschikt, mogelijk geschikt of ongeschikt bevonden. Er moet een voorkeur uitgesproken worden over de locaties op de shortlist waarnaar nader onderzoek moet worden gedaan. Dit verdere onderzoek gaat in op ruimtelijke aspecten, uitgangspunten met betrekking tot exploitatie, participatie en inzet van
samenwerkingspartners.
De locaties die tot de shortlist behoren zijn in potentie geschikt te
maken als opvanglocatie. Het is vervolgens aan het college van B&W om hier een keuze in te maken. De uitvoering van de spreidingswet is een mandaat van het college.
NB: Dit onderzoek richt zich op locaties voor de opvang van asielzoekers binnen de gemeente Best. Wanneer een locatie niet geschikt is voor de opvang van asielzoekers, moet opnieuw worden onderzocht of deze locatie mogelijk geschikt is voor een andere
dan
doelgroep.
H2 | Van longlist naar shortlist 2.1 Afwegingskader met criteria Voor dit onderzoek is gebruikgemaakt van een afwegingskader waarin locaties op potentiële geschiktheid zijn getoetst. Deze methodiek omvat een aantal fases en aanvang is bij van de
opdracht toegespitst op de in beeld gebrachte locaties binnen de gemeente
Best (longlist).
In dit hoofdstuk geven we een korte toelichting op de wijze waarop we dit afwegingskader in de eerste fase hebben gehanteerd en waarom we dit hebben gedaan. De hantering
van deze methodiek draagt bij aan het kunnen
maken
van een verantwoorde
(bestuurlijke) keuze voor één of meerdere locaties in de gemeente Best voor de opvang van
r esiminonE (geanonimiseerd) aeg((geanonimiseerd) (geanonimiseerd) e asielzoekers. Voor dit onderzoek )dhebben
(geanonimiseerd) )dreesiminonaeg( a mengewerkt met het (strategisch) kernteam D
Nieuwkomers. In deze eerste fase is steeds op dezelfde wijze getoetst of een locatie in potentie geschikt of geschikt te maken is. Wij hebben hierbij gebruikgemaakt van de bij de
gemeente
beschikbare
informatie, documenten,
rapportages en besluiten.
Het
afwegingskader zoomt specifiek in op de mogelijke potentie van een locatie (de weg waarlangs: hoe kom je tot een locatiekeuze?). Het gaat hier over het creëren van keuzes (divergeren) en uiteindelijk op basis hiervan een keuze maken
(convergeren).
Het afwegingskader heeft ons de mogelijkheid geboden om de grote hoeveelheid informatie te trechteren en zorgvuldig af te wegen. We hebben daardoor op een open en objectieve wijze alle aangereikte locaties (longlist) gewogen. De methode kenmerkt zich door van divergeren (mogelijke geschiktheid) naar convergeren (geschikt omdat) te gaan.
In bijlage 1 staat beschreven
hoe het afwegingskader werkt.
2.2 Toelichting functie afwegingskader en toepasbaarheid A. Afwegingskader geeft zekerheid over zorgvuldige en integrale aanpak
Vanuit verschillende invalshoeken
(wonen, sociaal domein en veiligheid en openbare orde),
vertegenwoordigd in het kernteam Nieuwkomers, is bestudeerd of een locatie in potentie geschikt of geschikt te maken is. In het hierna verder afwikkelen van het afwegingskader
worden
risico's zichtbaar en kunnen deze weloverwogen
meegenomen
worden in fase 2 en
3 van het vervolgonderzoek.
B. Afwegingskader instrument voor draagvlak Het afwegingskader is een
instrument dat draagvlak bij burgers kan creëren.
Het gebruik
van het kader maakt op heldere en transparante wijze duidelijk welke afwegingen er zijn gemaakt in de selectie van een locatie. Ook maakt het duidelijk met welke belangen er rekening gehouden
wordt op basis van bestaand
beleid en ervaring.
C. Afwegingskader geeft geen volledige consensus Het afwegingskader kan geen volledige consensus bieden bij de keuze van een locatie. afwegingskader is dus geen ‘oplossing’ bij het wegnemen van tegenstrijdige belangen
tussen omwonende op voorhand
Het
burgers en de doelgroep asielzoekers. Wél geeft het de mogelijkheid om
maatregelen te treffen die leiden tot inzicht, begrip en vertrouwen.
Het uitgangspunt hierbij is dat eventuele negatieve effecten en/of risico’s die een locatie met zich meebrengt, zo door de zorgvuldige afweging aan de voorkant tot een minimum
beperkt worden of zelf worden w:
nomen.
Het gebruik van het kader maakt op heldere
en transparante wijze duidelijk welke afwegingen er zijn genomen locatie die vervolgens gedeeld kan worden met belanghebbenden.
in de selectie van een En het behoeft geen
verdere uitleg; dé ideale locatie bestaat niet.
2.3 Aanvullende uitgangspunten en voorwaarden Er zijn vanuit het COA richtlijnen geformuleerd voor een opvanglocatie en exploitatie. Het COA heeft aangegeven dat zij flexibel met deze richtlijnen omgaan. In de beoordeling fase 1 van deze potentieel geschikte locaties zijn deze richtlijnen meegewogen.
H3 | Onderzoek longlist
in
3.1 De weg waarlangs In totaal zijn 32 locaties onderzocht. Locaties Locaties Locaties Locaties Locaties
Het gaat om diverse locaties.
in eigendom van de gemeente; die in particulier bezit zijn; in bezit van maatschappelijke organisaties; waar planvorming is, maar nog geen besluitvorming; waar besluitvorming is, maar nog niet duidelijk is op welke termijn er wordt
gebouwd; e
Locaties waar nog
helemaal geen planvorming over is.
In deze fase is er nadrukkelijk voor gekozen om de ruimtelijke inpasbaarheid op basis van bijvoorbeeld de huidige bestemming
pas in een later stadium
te onderzoeken
en niet op
voorhand. Mede ingegegeven door het feit dat er wettelijk gezien mogelijkheden zijn om een locatie - al dan niet tijdelijk - een andere bestemming te geven. Het is nu nog niet duidelijk welke locaties op de shortlist de voorkeur hebben.
Onderzoek naar ruimtelijke
inpasbaarheid is dan voorbarig en moet worden uitgevoerd wanneer duidelijk is welke locatie of locaties de voorkeur hebben. Wel is gekeken naar wettelijke kaders die leiden tot principieel onoverkomelijke
bezwaren.
Op basis hiervan is er een overzicht van locaties gemaakt. Dit heeft geleid tot de afwegingen per locatie die in paragraaf 3.2 staan beschreven. Rood is niet geschikt, oranje
betekent vooralsnog niet onderzoeken op geschiktheid, groen wél onderzoeken. In
hoofdstuk 4 staan de locaties (shortlist) beschreven die in potentie geschikt zijn of geschikt te maken zijn voor opvang van asielzoekers binnen de gemeentegrenzen.
3.2 Locaties itief niet geschikt (rood) Er zijn 19 locaties definitief afgevallen. Er zijn diverse redenen om deze locaties af te wijzen. In veel gevallen is het niet één reden die heeft geleid tot afwijzing, maar een bundeling van de hieronder opgesomde
redenen.
Redenen:
(geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) Mogelijk geschikt (oranje) Er zijn 9 locaties die mogelijk in potentie geschikt zijn, maar waar sprake is van obstakels.
Als deze obstakels weggenomen
kunnen
worden
dan is de locatie in potentie geschikt.
Obstakels:
(geanonimiseerd) H4 | Shortlist 4.1 De weg waarlangs in beeld gebracht In onderstaande afbeelding wordt grafisch weergegeven shortlist is gekomen.
hoe van een longlist naar een
De locaties in rood zijn afgevallen vanwege
planvorming,
ligging,
wetgeving, et cetera (zie hoofdstuk 3). Vervolgens hebben wij in een volgende stap de risico's en bijzonderheden van de overgebleven locaties geanalyseerd (oranje). Dit heeft
geleid tot een verdere inperking van locaties (geel), deze zijn getoetst op potentiële geschiktheid en de hierbij gesignaleerde risico's en aandachtspunten zijn beschreven. Afbeelding 2: van longlist naar shortlist
|
5$4
C°=c> D
S
|
De omkaderde
locaties in het lichtgroen zijn de locaties die de uiteindelijke shortlist vormen
van potentieel geschikt of geschikt te maken
locaties, deze moeten verder onderzocht gaan
worden.
4.2 Beschrijving van de locaties Voor de 4 (potentiële) locaties hebben we per locatie een overzicht gemaakt waaruit blijkt welke relevante aanleidingen er zijn voor verder onderzoek. Vanuit het overzicht wordt duidelijk wie de eigenaar is, of het gaat om een onbebouwde
of bebouwde
kavel. Wat de
huidige bestemming is, wat de bestaande plannen zijn (is de grond al bouwklaar?) en hoe het staat met de nutsvoorzieningen. Ook hebben we een eerste schouw van de omgeving gedaan.
Het gaat dan om de bereikbaarheid
van kavels, de veerkracht van een
buurt/omgeving waarbinnen de locatie zich bevindt en de aanwezigheid van voorzieningen. Indien aan de orde hebben we een eerste schouw gedaan van een aanwezig buurtprofiel en is er grofmazig gekeken naar de exploitatiemogelijkheden. Tot slot hebben we bijzonderheden
en risico's benoemd
die, zoals eerder gesteld,
in de volgende fase
uitdrukkelijk onderzocht moeten worden.
4.3 Locaties shortlist Onderstaande locaties zijn onderzocht komen in aanmerking voor een verdergaand onderzoek waarin de potentiële geschiktheid van deze locaties wordt vastgesteld.
Locatie
4 Hooiweg
1.2 Onbebouwde/bebouwde
kavel
Onbebouwde
kavel
1.3 Huidige
bestemming
1.4 Bestaande
plannen
is: wonen/
anders
Geen? / buitengebied
zijn:
(in voorbereiding)
geen
1.5 Bouwklaar/ Niet bouwklaar, geen nutsvoorzieningen en geen storende grondleidingen
niet bouwklaar.
Geen
nutsvoorzieningen
2. Omgeving 2.1 Bereikbaarheid
kavels (vanuit omgeving)
goed/niet goed/slecht
is
| Goed
2.2 Nieuw te realiseren wijk
n.v.t.
2.3 Openbaar vervoer
30 minuten
2.4
Status
veerkracht
station. en
leefbaarheid:
in lopen, 8 minuten fietsen tot
onbekend
onbekend/bekend 2.5 Aanwezige zorg- en welzijnsstructuur is
wel/niet aanwezig en geen ontwikkelplannen daartoe
2.6 Groene omgeving
behouden
(waarvan
moet blijven) ja/nee
het karakter
Niet in de directe omgeving,
van de gemeente.
wel in de kern
nee
6.
Buurtprofiel
Er zijn omwonenden.
7.
Exploitatiemogelijkheden
Er moet gebouwd worden tijdelijk)
8.
Risico's/bijzonderheden
hoge dichtheid.
Geen sprake van (al dan niet
H5 | Tot slot Wanneer duidelijk is naar welke locaties de voorkeur uitgaat, kan het vervolgonderzoek
worden gestart. Het gaat hierbij om verdiepend onderzoek (fase 3 en 4) dat beschrijft welke locatie(s) optimaal geschikt of geschikt te maken zijn voor de opvang van asielzoekers in Best dat uiteindelijk moet leiden tot besluitvorming over deze locaties. Dit doen we door de locaties te toetsen op onder andere definitieve beschikbaarheid (termijnen), beheersbaarheid en feitelijke exploitatie. De locatie wordt ook getoetst op geldende randvoorwaarden binnen de gemeente, bijvoorbeeld veiligheidsbeleid, kloppende
financiële voorwaarden, voorwaarden gemeente in de regionale samenwerking (governance),
mogelijke aankoop
en verwerving
van locaties door de gemeente
en
11
afspraken
met de eigenaar van de locatie (eventueel).
12
Bijlage 1. Toelichting toepassing
afwegingskader onderzoek locaties huisvesting diverse
doelgroepen
Best.
1.
gemeente
Inleiding
Voor het zoeken en inrichten van geschikte locaties voor de opvang van asielzoekers (dus niet statushouders, spoedzoekers en arbeidsmigranten), is gebruikgemaakt van een afwegingskader. Het toepassen van een afwegingskader is nodig om tot een afgewogen advies over de keuze van locaties te komen. Het zoomt specifiek in op de mogelijke
potentie van een locatie (de weg waarlangs: hoe kom je tot een locatiekeuze?). Het gaat hier over het creëren van keuzes (divergeren), en uiteindelijk op basis hiervan een keuze maken
(convergeren).
Afbeelding
1: van divergeren
DIVERGEREN
:
naar convergeren
CONVERGEREN
1 1 1 \
Keuzes creëren
\
1
1
Keuzes maken
1 1 1
2.
Afwegingskader als instrument
Het afwegingskader is een
instrument dat bijdraagt aan een verantwoorde
bestuurlijke
keuze voor één of meerdere locaties voor de opvang van asielzoekers. 2.1
Status
Het afwegingskader heeft geen wettelijke, juridische status ten opzichte van de keuze voor een locatie in relatie tot de wet- en regelgeving voor bestemmingsplannen,
vergunning en handhaving,
noch in de omgevingswet.
2.2 Doel afwegingskader Het uiteindelijke doel is om voldoende onderbouwde
keuzes te kunnen
maken
die zo
evenwichtig mogelijk rekening houden met de behoeften en belangen van omwonenden in de wijken/buurten en de doelgroep die gehuisvest moet worden. Het afwegingskader biedt geen garantie voor volledige consensus bij de keuze, maar kan wel houvast bieden in een veelal ingewikkelde afweging van belangen die spelen. De toepassing van het
afwegingskader gaat van macroniveau (mogelijke geschiktheid) naar microniveau (advies over de keuze van een of meerdere geschikte locaties). Beschikbare informatie
13
vanuit de organisatie is - voor zover aan de orde - betrokken
bij het onderzoek
(bijvoorbeeld de domeinen wonen, ruimte, sociaal en veiligheid en openbare orde). 2.3 Instrument om transparant en open te communiceren Het afwegingskader is daarnaast een instrument dat een bijdrage kan leveren om als bestuur van een gemeente transparant en open te communiceren naar de inwoners. Het
ontsluit informatie over hoe de afweging om wel of niet te kiezen voor een locatie tot stand is gekomen. Het biedt de mogelijkheid inwoners inzicht te geven in belangen en afwegingen. 3.
Van grof naar fijn
Het afwegingskader is een breed opgezet instrument; het is daarmee meer dan een opsomming van geschikte locaties. Naast fysieke kenmerken ingezoomd wordt ook op geschiktheid voor de doelgroep, integratiemogelijkheden, voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs en participatie, en de mate van impact voor de al aanwezige
bewoners. Op basis hiervan kunnen in een vervolgonderzoek aandachtspunten en risico’s in beeld worden gebracht die bij exploitatie tot een aanvaardbaar niveau moeten zijn_ verminderd of zijn opgelost. Het is dus geen limitatieve lijst die aangevinkt wordt waaruit een geschikte locatie naar voren komt. In de onderstaande paragrafen wordt
toegelicht hoe dit vorm krijgt. 3.1 Fases om te komen
tot locatiekeuze(s)
Het komen
tot locatiekeuze(s)
beschikbare
informatie
is een kort traject, waarbij zoveel als mogelijk alle
is geanalyseerd.
Er is in stappen
toegewerkt
naar een
shortlist
van potentieel geschikte locaties. Er is daarnaast niet gewerkt met een limitatieve lijst van parameters (bijvoorbeeld afstanden tot voorzieningen). Hiermee is voorkomen dat aan de voorkant locaties afvallen omdat niet wordt voldaan aan een parameter, terwijl in de verdiepende fase (vervolgonderzoek) hiervoor juist oplossingen gevonden kunnen
worden. De elementen in het afwegingskader gaan in op de aard en omvang van de locatie, veiligheid, wijk-/buurtprofiel, stedenbouwkundige aspecten en de aanwezigheid van voorzieningen. De optelsom en de weging van de diverse criteria bepalen of een locatie geschikt is of geschikt aemaakt kan worden. Het is een samenspel van factoren.
De ideale locatie bestaat niet. Per locatie is uiteindelijk een afweging gemaakt. 3.2 Fase 1 - Keuzes creëren; wat is er voorhanden? Vanuit de beschikbare locaties (longlist) is per locatie zo objectief mogelijk informatie_ verzameld. De opgehaalde informatie per locatie is vervolgens naast de informatie van
andere locaties geplaatst en naast de uitgangspunten van de gemeente Best. Zo is_ vastgesteld welke locaties op dat moment mogelijk potentieel geschikt zijn. Ook is duidelijk geworden welke knelpunten in de vervolgfase mogelijk moeten worden_ onderzocht. Het gaat om knelpunten op een locatie en de benodigde mogelijke
(tegen)maatregelen die noodzakelijk zijn. In de volgende fase wordt duidelijk waar risico’s als weloverwogen risico kunnen worden m nomen en waar passende oplossingen mogelijk zijn. Ook zijn locaties getoetst aan bestaand kaders (denk aan huidige bestemming, stankcirkels etc).
3.3 Fase 2 - Keuzes maken; wat is er mogelijk? Op basis van verdiepende criteria zijn overgebleven onderzocht.
beleid en wettelijke
potentiël
Dit leidt tot een uiteindelijke afweging of een locatie geschikt is. De hierbij
14
behorende
criteria zijn gebaseerd
op divers beleid en wetgeving.
Hierdoor ontstaat er
per locatie een goed, gewogen overzicht van relevante aspecten. Dit resulteert in afwijzing of vaststelling van een mogelijke potentiële locatie. Wijk- of buurtprofiel In deze stap zijn we nadrukkelijk ingegaan
op het wijk- of buurtprofiel.
Dit is een profiel
dat ingaat op de functionele, geografische en sociale kenmerken van een wijk of buurt. Er zijn naast woningen ook andere functies aanwezig in een wijk of buurt (zoals winkels, scholen, speelplaatsen, parken). Deze hebben we onderzocht op bereikbaarheid en beschikbaarheid. Daarnaast zijn er stedenbouwkundige en/of architecturale kenmerken:
bijvoorbeeld een samenhangend stratenplan, beschermd dorpsgezicht en architecturale stijleenheid. Geografische kenmerken geven bijvoorbeeld aan of er barrières zijn zoals drukke doorgaande wegen. Het is belangrijk te weten hoe de samenstelling van een wijk of buurt is, en dan gaat het om meer dan alleen leeftijdsopbouw en samenstelling van de
bevolking. Elke wijk of buurt heeft zijn eigen sociale kenmerken:
het kan zijn dat bewoners zich
sterk identificeren met hun woonomgeving en dat er tussen bewoners (van een deel) van een wijk of buurt bepaalde ongeschreven sociale regels gelden. Soms heeft een wijk of buurt specifieke politieke kenmerken: als bewoners met hun buren opkomen voor het
belang van hun straten, hebben zij meer invloed als dat gebeurt onder een gezamenlijke noemer, Er kan dan sprake zijn van een belangen-coalitie. Uit het bestuderen van een wijk- of buurtprofiel komt naar voren wat de sterke punten en de aandachtspunten van
de locatie zijn. Sociaal
beheer
Sociaal beheer wordt gezien als een instrument om de draagkracht/draaglast en leefbaarheid in de buurt/wijk te behouden en als het moet te vergroten. Het is daarom
ook onderdeel van deze fase. Wanneer sociaal beheer als instrument wordt gehanteerd omdat de locatie/ligging/omgeving erom vraagt, dan moet er helder en transparant worden gecommuniceerd met bewoners op de betreffende locatie over goed buurschap, veiligheid en het (waar mogelijk samen) oplossen van knelpunten. Bij toepassing van het instrument sociaal beheer moet in een later stadium op basis van de
exploitatiemogelijkheden
het volgende worden vastgesteld:
e e
Hoe kan de inzet van sociaal beheer vorm krijgen? Welke organisatie(s) voeren het sociaal beheer uit?
e
Is het sociaal beheer gericht op de fysieke omgeving (bijvoorbeeld onderhoud, rommel) en/of op sociale aspecten (bijvoorbeeld de sociale omgang met elkaar, gedragsbeïnvloeding,
Sociaal
veiligheid, nakomen
afspraken)?
beheer kan door verschillende organisaties worden
uitgevoerd:
woningcorporatie,
maatschappelijk werk, buurtvereniging, vluchtelingenwerk, enz. De uitwerking van het instrument sociaal beheer is geen onderdeel
van dit onderzoek.
3.4 Fase 3 - Keuzes toetsen op gemeentelijke beleidsvisies en -kaders De keuze van locaties voor de opvang van asielzoekers in de gemeente Best is
gebaseerd op enerzijds de toetsing op het afwegingskader en anderzijds - zo veel als mogelijk - de toetsing op bestaande beleidsvisies en -kaders. Dit is de basis voor mogelijke besluitvorming.
De beoogde
locaties moeten
in de volgende fase worden_
15
getoetst op randvoorwaarden binnen de gemeente; bijvoorbeeld veiligheidsbeleid, kloppende financiële voorwaarden (indien aan de orde), voorwaarden van en voor de
gemeente
in een eventuele regionale samenwerking
(governance), een mogelijke
aankoop en verwerving van locaties door de gemeente, en afspraken met de eigenaar van de locatie (eventueel). Fase 2 en 3 kunnen volgordelijk verlopen, maar in sommige
gevallen lopen ze parallel of wordt fase 3 naar voren gehaald als daar aanleiding voor is (bijvoorbeeld wanneer blijkt dat verwerving een heikel punt is dat eerst moet worden beslecht voordat verdergaand
onderzoek
kan plaatsvinden).
NB: In deze fase is er nadrukkelijk voor gekozen om
de ruimtelijke inpasbaarheid
op
basis van bijvoorbeeld de huidige bestemming pas in een later stadium te onderzoeken. Er zijn mogelijkheden om een locatie - al dan niet tijdelijk - een andere bestemming te geven. Er is gekozen om onderzoek op ruimtelijke inpasbaarheid met een mogelijke wijziging niet op voorhand te doen. Het is nu nog niet duidelijk welke locaties op de
shortlist de voorkeur hebben. Onderzoek naar ruimtelijke inpasbaarheid is dan voorbarig en moet worden uitgevoerd wanneer duidelijk is welke locatie of locaties de voorkeur hebben.
Wel is gekeken
3.5 Schematische
naar wettelijke kaders die leiden tot onoverkomelijke
bezwaren.
weergave
In onderstaand overzicht wordt duidelijk waar de genomen
stappen toe moeten leiden.
Afbeelding 2: schematische weergave
Ë ° e a
t i e s
Fase1l
Creatie keuzes
Fase2
Maken keuzes
_
Fase3
Toetsenkeuzes
_
Fase 4
Exploitatie
Vaststellen
locatie
keuzes
Het uitgevoerde onderzoek omvat de eerste twee fases. Fase 3 behelst het verder toetsen
van
de voorkeurslocaties
en fase 4 behelst
het vaststellen
van
middel van bestuurlijke besluitvorming, waarna overgegaan kan worden van een exploitatieplan (geen onderdeel van het onderzoek).
de
keuze
door
tot het maken
16