25016.11a - Beantwoording technische vragen M. Ekamp (D66) over Renovatie Heerbeeck College
Tekst van het document
technische vragen Vragen: U kunt uw vraag mailen naar raadsgriffie@gembest.nl * Naam + politieke partij Raadsvoorstel/onderwerp
Marius Ekamp D66 25016 – Haalbaarheidsonderzoek renovatie-nieuwbouw Heerbeeck College
Vragen en antwoorden:
Dorpsplein 2 Postbus 50 5680 AB Best T: 0499 360 375 raadsgriffie@gembest.nl www.gemeentebest.nl
Vraag 1:
In de sessie werd ons niet duidelijk hoe levensduur verlengend de voorgestelde renovatie gaat zijn. Wij hanteren een afschrijvingstermijn van 50 jaar (art 212), de gereserveerde middelen in onze begroting volgen dit afschrijvingstempo. De verwachtte levensduur mag niet te ver afwijken van de afschrijvingstermijn. Klopt het dat vrijwel het gehele gebouw weer 50 jaar vooruit kan na afronding van de voorgestelde fases (inclusief de fases 5 t/m 7 waarover binnen afzienbare tijd nog besluitvorming volgt)? Welke afspraken maakt het college hierover met het HBC?
Antwoord 1:
In het IHP zijn in hoofdstuk 3 onder 3.4 de verschillende huisvestingsscenario’s beschreven. Het scenario nieuwbouw (Junior College) kent een levensduur (en afschrijvingstermijn) van 50 jaar. Voor renovatie (hoofdgebouw Heerbeeck uit 1989) geldt een verlengende levensduur (en afschrijvingstermijn) van minimaal 25 jaar.
Vraag 2:
Het IHP wordt elke 4 jaar opnieuw opgesteld waarbij wij kijken naar de huidige situatie van een schoolbestuur. Bij de vaststelling van een nieuw IHP komen wij bij u terug. Hoeveel restant boekwaarde zit op het junior college? Hoe gaan we de kosten van sloop en versneld afboeken van de restant boekwaarde dekken? Zijn behalve sloop ook andere scenario’s bekeken waarmee het bestaande junior college een nieuwe functie zou kunnen krijgen? In hoeverre is B&W bereid om in de nadere uitwerking met het HBC te kijken voor welke functies het junior college geschikt te maken is? De besparing op sloop zou benut kunnen worden om nieuwe functies mogelijk te maken.
Antwoord 2:
Er zit geen boekwaarde op het Junior College evenals op het bouwdeel daterend uit 1989. Als wij het Junior College gaan slopen dan is dit in de laatste fase (fase 2). Voor deze fase komen wij op korte termijn bij u terug met een nieuw haalbaarheidsonderzoek. In het IHP is gekozen voor een denkrichting van nieuwbouw, omdat dit gebouwdeel verouderd is en om aansluiting te maken met het hoofdgebouw. Bovendien kent het Heerbeeck College op basis van de laatste leerlingenprognoses een overmaat aan ruimte. In de te realiseren nieuwbouw wordt rekening gehouden met een ruimteprogramma van circa 1.250 m2 (in plaats van de huidige omvang van 1.807 m2 van het Junior College).
Vraag 3:
Er wordt aangenomen dat er in 2039 extra ruimte nodig is voor 500 extra leerlingen. Dit volgt uit de overweging in het IHP waarin aangenomen werd dat Best de komende jaren als gevolg van de schaalsprong groeit. Met het voorstel worden investeringen voor het HBC naar voren gehaald t.o.v. het IHP. Toch is het maar de vraag of die 500 extra leerlingen er zo snel al gaan komen. 500 leerlingen in de periode 2034-2039 zijn 20 volle kleuterklassen aan leerlingen die op termijn dan doorstromen naar het HBC. Zien we zulke groei van leerlingen inderdaad al terug op de basisscholen of is het verstandig de nieuwbouw meer te faseren zodat een overmaat in het gebouw zo veel mogelijk wordt voorkomen?
1
technische vragen Antwoord 3:
Vraag 4:
Het IHP laat zien dat op basis van de laatste leerlingenprognoses het aantal leerlingen in 2024 groeit van 1.658 naar 1.956 leerlingen in 2039. De beoogde nieuwbouw is gebaseerd op deze groei. De 500 leerlingen waar u naar verwijst hebben betrekking op de mogelijke schaalsprong. Deze mogelijke toename is niet meegenomen in het huidige ruimteprogramma. Indien de 500 leerlingen realiteit wordt is er een uitbreiding nodig zoals u kunt zien in figuur 7 van het haalbaarheidsonderzoek. Om deze mogelijke uitbreiding mogelijk te maken is er wel rekening gehouden met de beoogde locatie van een uitbreiding en de aansluiting op de overige gebouwen. In dit voorstel worden hiervoor geen middelen aangevraagd. In de sessie is er over gesproken dat de taak van nieuwbouw bij de gemeente ligt en de taak van onderhoud bij het schoolbestuur. Niet iedere school hoeft afgebroken te worden gelukkig als gekozen wordt voor tijdige levensduur verlengende renovatie. Het bestaande gebouw kan worden verbeterd zodat deze weer voldoet aan moderne eisen op gebied van frisse scholen (klasse b), duurzaamheid aansprekende onderwijsconcepten etc. Ook vanuit duurzaamheidsoverwegingen spreekt renovatie D66 bijzonder aan. Ons beeld is dat gemeente en HBC intensief samenwerken en dat budgetten voor renovatie en nieuwbouw al steeds meer gebundeld zijn. Wij denken dat zo win- win situaties gecreëerd kunnen worden.
Zo investeerde we eerder als Raad in het dak (= onderhoud) en ligt nu het voorstel voor om te investeren in levensduur verlengde renovatie. Door mee te investeren in onderhoud beogen we het gebouw kwalitatief goed te houden en een investering in nieuwbouw op termijn te voorkomen of op zijn minst heel lang uit te stellen. -
Antwoord 4:
Vraag 5:
Antwoord 5:
Is het mogelijk om de taak en middelen die de gemeente heeft voor nieuwbouw door te leggen aan het HBC zodat het schoolbestuur zo veel mogelijk slim koppelkansen kan benutten met onderhoud?
Het bouwheerschap ligt bij het schoolbestuur. Hiermee legt de gemeente de taak en middelen al door naar het schoolbestuur. Het HBC ziet deze koppelkansen en gaat deze benutten. In de sessie werd toegelicht dat de verschillende fases integraal aan elkaar verbonden zijn. Er ligt nu een vraag voor een investering van 11 miljoen voor de eerste 4 fases. Hierna volgt, binnen afzienbare tijd, nog een nieuwe aanvraag van c.a. 16 miljoen voor de overige 3 fases. - Klopt het dat met dit besluit over fases 1 t/m 4 we eigenlijk ook een verplichting aangaan voor de overige 16 miljoen voor fases 5 t/m 7? - Hoe is het aantal van 9286 m2 BVO te renoveren berekend? Klopt dat aantal nog met het aantal m2 BVO dat gerenoveerd wordt met voorgesteld scenario? - Wat is de verwachtte impact op onze meerjarenbegroting van de 16 miljoen die nog niet verwerkt is in de begroting? - Kan de impact van de totale investering (11+16mln) ook worden weergegeven, al dan niet als voetnoot, in komende financiële foto’s? In het IHP wordt aangegeven dat het Junior College in 2026 in aanmerking komt voor vervangende nieuwbouw (€4.800.000). In het IHP is verder aangegeven dat het is om het gebouwdeel uit 1989 vanaf 2026 tot 2035 geleidelijk te renoveren.
- Tijdens het haalbaarheidsonderzoek is naar voren te komen dat bij nieuwbouw ook een aantal integraal noodzakelijke werkzaamheden moeten worden uitgevoerd aan het gebouwdeel wat dateert uit 1989. Deze werkzaamheden worden benoemd in stap 1 t/m 4 van bijlage (BL25-01359). Er is een grote samenhang tussen stappen 1 t/m 4 en stappen 5 t/m 7. De ideale situatie is dat beide fases uitgevoerd kunnen worden vanwege de grote samenhang met 2
technische vragen
-
elkaar. Met het ontwerpteam zullen wij rekening houden met af te kaderen werkzaamheden van fase 1 en fase 2. 9286 m2 BVO zijn de meters voor het gebouwdeel uit 1989 en zijn in het IHP berekend. In de kaderbrief die u later dit jaar behandelt worden de kapitaallasten zichtbaar. Deze zijn verwerkt in de foto’s als voetnoot.
Meer vragen over hetzelfde onderwerp? Voeg dan rijen toe met de tab-toets.
*Als u de vragen donderdag na de beeldvormende sessie vóór 12.00 uur mailt, beantwoordt het college uw vragen uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie.
Artikel uit 1e Wijziging Reglement van Orde gemeenteraad 2023: Artikel 3.35 – Technische vragen Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of geagendeerd raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden en de uitleg daarvan of over de feitelijke gevolgen van een besluit. 2. Technische vragen worden ingediend bij de griffie. 3. Technische vragen over geagendeerde raadsvoorstellen die zijn ingediend bij de griffie uiterlijk donderdag vóór 12.00 uur na de beeldvormende sessie, worden door het college uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie vóór 12.00 uur beantwoord. De antwoorden van het college worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst bij het agendapunt van de desbetreffende sessie. 4. Bij technische vragen over een onderwerp spant het college zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 7 dagen na ontvangst van de vraag, te beantwoorden. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst. 1.
3