24108.06 - REGELS - Bestemmingsplan Eindhovenseweg-zuid 69a
Tekst van het document
Bestemmingsplan - Regels -
Eindhovenseweg Zuid 69a Gemeente Best
Archiefexemplaar van BL24-10271
- Eindhovenseweg Zuid 69a_Regels
BESTEMMINGSPLAN - Regels -
Eindhovenseweg Zuid 69a Gemeente Best
IDN-nummer:
NL.IMRO.0753.BPEindwegzuid69a-ON01
Status:
ontwerp
Datum:
December 2023
Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl
Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels
5
Artikel 1 Artikel 2
5 10
Begrippen Wijze van meten
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
11
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
11 13 14 17 21
Bos Water Wonen Waarde - Archeologie 5 Waarde - Ecologie
Hoofdstuk 3 Algemene regels
23
Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
23 24 26 27 28
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
29
Artikel 13 Artikel 14
29 30
Overgangsrecht Slotregel
Regels
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
3
4
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan: Het bestemmingsplan 'Eindhovenseweg Zuid 69a' van de gemeente Best. 1.2 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0753.BPEindwegzuid69a- met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 aan- en uitbouw: Een aan een hoofdgebouw gebouwd bijgebouw. 1.4 aanduiding: Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens: De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aanduidingsvlak: Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.7 aan huis verbonden beroep: Een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerp-technisch of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door zijn beperkte omvang in een woning en daarbij behorende gebouwen, met behoud van de woonfunctie kunnen worden uitgeoefend. 1.8 achtergevel: Gevel aan de achterzijde van een gebouw, tegenover de voorgevel. 1.9 achtergevelrooilijn: a. de achterste grens van een bouwvlak, gezien vanaf de weg waarop het hoofdgebouw is georiënteerd; b.
indien er geen sprake is van een achterste grens van een bouwvlak dan wel geen bouwvlak is aangegeven: de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het hoofdgebouw zonder aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen alsmede het verlengde daarvan. 1.10 archeologischewaarde: De aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
5
1.11 bebouwing: Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.12 bebouwingspercentage: Een op de verbeelding dan wel in de planregels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel, bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd. 1.13 bestaand: t.a.v. bebouwing: bebouwing, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan 'Eindhovenseweg Zuid 69a', dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip onherroepelijk verleende omgevingsvergunning; t.a.v. gebruik: het gebruik van grond en opstallen, zoals legaal aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen. 1.14 bestemmingsgrens: De grens van een bestemmingsvlak. 1.15 bestemmingsvlak: Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16 bevoegd gezag: Bevoegd gezag als bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). 1.17 bijgebouw: Gebouw dat door zijn ligging, constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.18 bouwen: Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.19 bouwgrens: De grens van een bouwvlak.
1.20 bouwperceel: Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.21 bouwperceelgrens: De grens van een bouwperceel.
6
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
1.22 bouwvlak: Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.23 bouwwerk: Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.24 carport: Een overkapping voor de overdekte stalling van motorvoertuigen. 1.25 detailhandel: Bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Activiteiten die vallen onder het begrip horeca worden niet aangemerkt als detailhandel. 1.26 deskundige: Een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijk deskundige of commissie van deskundigen aangaande een specifiek aspect van de ruimtelijke ordening, zoals een archeologische deskundige, landschapsdeskundige, milieudeskundige en natuurdeskundige. 1.27 dove gevel: een bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, waaronder begrepen het dak, die bestaat uit: a.
b.
een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A); een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.
1.28 ecologische waarde: Aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde. 1.29 gebouw: Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.30 hoofdgebouw: Een gebouw, dat door zijn ligging, constructie en/of afmetingen gezien de bestemming als belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel valt aan te merken.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
7
1.31 huishouden: Een alleenstaande, of twee of meer personen die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren. Indien het huishouden uit twee of meer personen bestaat, betreft het een leefvorm of samenlevingsvorm met een continuïteit in de samenstelling en een onderlinge verbondenheid. 1.32 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak en niet meer dan 1 wand. 1.33 peil: a. voor een gebouw, gelegen op een afstand van maximaal 4 meter uit de wegkant: de hoogte van de kruin van de weg; b. voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw; c. indien in, op of over het water wordt gebouwd: het gemiddelde waterpeil. 1.34 perceelsgrens: De grens van een bouwperceel. 1.35 seksinrichting: De voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon al dan niet in combinatie met elkaar.
1.36 verkeersveiligheid: De veiligheid voor het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers. 1.37 voorgevel: Gevel aan de voorzijde van een gebouw. 1.38 voorgevelrooilijn: De denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel (i.c. de meest gezichtsbepalende gevel) van het hoofdgebouw wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen. 1.39 vrijstaande woning: Een woning, waarvan het hoofdgebouw niet aan een op een aangrenzend bouwperceel gelegen hoofdgebouw is gebouwd. 1.40 werk: Een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde.
8
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
1.41 water en waterhuishoudkundige voorzieningen: Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc. 1.42 wonen: Het bewonen van een woning. 1.43 woning: Een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, danwel voor de huisvesting van één huishouden met daarbij niet bedrijfsmatige kamerverhuur van maximaal 2 personen, danwel voor de huisvesting van maximaal 4 personen, die geen gezamenlijk huishouden vormen maar wel gebruik maken van de voorzieningen als het ware het één huishouden. In het laatste geval dient sprake te zijn van een gebruiksoppervlakte van minimaal 12 m2 per persoon. Binnen een woning sprake van één zelfstandige wooneenheid, dat wil zeggen één eenheid waarin een zelfstandig huishouden kan worden gevoerd doordat die eenheid beschikt over de daartoe strekkende voorzieningen (sanitair, kookgelegenheid en dergelijke) en een eigen huisnummer.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
9
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 Afstand tot de bestemmingsgrens: De kortste afstand van het buitenwerkse gevelvlak van een gebouw tot de bestemmingsgrens. 2.2 de afstand tot de (zijdelingse)perceelsgrens: De kortste afstand van het buitenwerkse gevelvlak van een gebouw tot de (zijdelingse) perceelsgrens. 2.3 de afstand tussen gebouwen: De kortste afstand tussen de buitenwerkse gevelvlakken van gebouwen. 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk: Vanaf het peil, tenzij in de regels anders aangegeven, tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 de breedte van bouwpercelen: De afstand tussen de zijdelingse perceelsgrenzen. 2.6 de dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.7 de inhoud van een bouwwerk: Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 de goothoogte van een bouwwerk: Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.9 de inhoud van een bouwwerk: Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.10 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: De buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten afstand. 2.11 de oppervlakte van een bouwwerk: Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 meter bedraagt.
10
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Bos
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
3.2
bos en bebossing; groenvoorzieningen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; behoud, herstel en instandhouding van het ruimtelijke beeldbepalende karakter van de houtopstanden in het bosgebied. Bouwregels
3.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen géén gebouwen worden gebouwd anders dan waarvoor op grond van wetgeving geen omgevingsvergunning is vereist. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b.
de bouwhoogte van terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 2 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 meter.
3.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.3.1 Werken en werkzaamheden Het is verboden op of in de voor 'Bos' aangewezen gronden in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.
het aanleggen van wegen, paden, in- en uitritten naar woonpercelen en parkeergelegenheden alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; het ontginnen, verlagen, afgraven, ophogen of egaliseren van de bodem; het dempen van aanwezige waterlopen.
3.3.2 Uitzonderingen Het in 3.3.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c.
die behoren tot normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming; die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; die mogen worden uitgevoerd krachtens een voor het tijdstip van inwerkingtreding van het plan verleende omgevingsvergunning/ontheffing of anderszins.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
11
3.3.3 Toelaatbaarheid Werken of werkzaamheden als bedoeld in lid 3.3.1 zijn slechts toelaatbaar indien daardoor het behoud, herstel en de ontwikkeling van de in lid 3.1 genoemde bossen en bebossing niet onevenredig worden of kunnen worden aangetast, dan wel de mogelijkheden voor het behoud, herstel, instandhouding en de ontwikkeling van de bossen en bebossing niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind. 3.3.4 Advisering over de omgevingsvergunning Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 3.3.1 wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van een landschaps- en/of natuurbeschermingsdeskundige.
12
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Artikel 4
Water
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
4.2
water en waterhuishoudkundige voorzieningen; de bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, taluds, bermen, beplanting, bruggen en duikers. Bouwregels
4.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen géén gebouwen worden gebouwd anders dan waarvoor op grond van wetgeving geen omgevingsvergunning is vereist. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt dat de bouwhoogte van bruggen, duikers en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
13
Artikel 5
Wonen
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning met de daarbij behorende bijgebouwen; b. aan huis verbonden beroepen; één en ander met de bijbehorende voorzieningen, zoals voorzieningen voor verkeer en verblijf, wegen en paden; tuinen en erven; parkeervoorzieningen; erfontsluitingen; groenvoorzieningen (en landschapselementen); water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Algemeen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende algemene bouwregels: a. b.
c.
de bouw van hoofdgebouwen is uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; bij de bouw van nieuwe geluidgevoelige functies dient in ieder geval: 1. voldaan te worden aan hetgeen bepaald in artikel 9.6; 2. de gevels van de nieuwe geluidgevoelige functie ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - dove gevel" uitgevoerd dienen te worden als dove gevels zoals bedoeld in Bijlage 1 Ontwerpbesluit hogere grenswaarden Eindhovenseweg-Zuid 69A; de bouw van bijgebouwen is toegestaan ter plaatse van het bouwvlak en ter plaatse van de aanduiding 'zone bijgebouwen'.
5.2.2 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
per bouwvlak is ten hoogste één woning toegestaan; de goothoogte mag niet meer bedragen dan dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' is aangegeven; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan dat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven.
5.2.3 Bijgebouwen bij woningen Voor het bouwen van aangebouwde en/of vrijstaande bijgebouwen gelden per woning de volgende bepalingen: a. b. c. d. e.
bijgebouwen zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak of binnen de aanduiding 'zone bijgebouwen'; de gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 100 m²; de goothoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 3 m; de bouwhoogte van bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 5,5 m; de bouwhoogte van een aanbouw mag niet meer bedragen dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw.
5.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. b. c.
14
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak en binnen de aanduiding 'zone bijgebouwen', gebouwd worden; de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m voor en 2 m achter de voorgevellijn; voor carports en overkappingen, behorende bij de woning, geldt het volgende:
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
1.
d. e. 5.3
ze dienen minimaal 2 m achter de voorgevelrooilijn danwel binnen de aanduiding 'zone bijgebouwen' te worden gesitueerd; 2. de hoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; 3. de totale oppervlakte per woning, mag niet meer bedragen dan 50 m2 , met dien verstande dat de maximale oppervlakte aan bijgebouwen inclusief overkappingen/carports in totaal maximaal 150 m2 mag bedragen. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 m; Voor onoverdekte zwembaden geldt dat de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 100 m². Specifieke gebruiksregels
5.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik of het laten gebruiken van de gronden en bouwwerken voor: a. b. c. d.
kleinschalige overnachting; bedrijvigheid; detailhandel; een geluidgevoelige functie voor zover niet wordt voldaan aan de voorwaarden uit Bijlage 1 Ontwerpbesluit hogere grenswaarden Eindhovenseweg-Zuid 69A.
5.3.2 Aan huis verbonden beroep Met betrekking tot het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van aan huis verbonden beroepen gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
5.4
de vloeroppervlakte voor aan huis verbonden beroepen in de woning en bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van de woning tot een maximum van 100 m²; uitsluitend beroepsactiviteiten zijn toegestaan indien deze voorkomen in, of gelijk te stellen zijn aan de lijst aan huis verbonden beroepen, zoals opgenomen in Bijlage 2 Lijst van aan huis verbonden beroepen; detailhandel is niet toegestaan; de activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner (ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie) van het pand. Afwijken van de gebruiksregels
5.4.1 Kleinschaligebedrijvigheid Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.3.1 voor het gebruik van gronden en bouwwerken voor kleinschalige bedrijvigheid, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
f. g. h.
de bedrijvigheid mag worden gevestigd in de woning en/of een bijbehorend bijgebouw, voor zover dit past binnen de vigerende bouwregels die voor de woning en bijgebouwen gelden, de woonfunctie blijft in overwegende mate behouden; er vindt geen detailhandel plaats; het gebruik leidt niet tot een onevenredige aantasting van het woonklimaat; het uitsluitend een bedrijfsactiviteit betreft welke voorkomt in, of gelijk te stellen is aan de lijst kleinschalige bedrijvigheid zoals opgenomen in Bijlage 3 Lijst van kleinschalige bedrijfsactiviteiten (niet limitatieve lijst), alsmede inpandige statische opslag; er vindt geen buitenopslag plaats; de omvang van de activiteit bedraagt niet meer dan 40% van de vloeroppervlakte van de woning, tot een maximum van 100 m²; er worden geen reclame-uitingen geplaatst, behalve hetgeen op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening is toegestaan;
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
15
i.
16
de activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner (ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie) van het pand.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Artikel 6
Waarde - Archeologie 5
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 6.2 Bouwregels Binnen het gebied 'Waarde - Archeologie 5' mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemmingen, indien en voor zover het een bouwplan betreft: a. b. c. d.
e.
met een oppervlakte van maximaal 2.500 m²,of; met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en een verstoringsdiepte van minder dan 0,50 meter ten opzichte van maaiveld, of; met een oppervlakte groter dan 2.500 m² en een verstoringsdiepte van meer dan 0,50 meter ten opzichte van maaiveld, waarbij een dergelijk bouwplan uitsluitend kan worden gebouwd indien: het bouwplan betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, met uitzondering van nieuwe kelders en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 0,50 meter ten opzichte van het maaiveld; gebouwen tot maximaal 2,50 meter uit bestaande fundering worden opgericht.
6.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de afmetingen en situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden. 6.4
Afwijken van de bouwregels
6.4.1 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijken van het bepaalde in lid 6.2 voor het oprichten van bouwwerken ten behoeve van de op deze gronden liggende andere bestemming(en), met inachtneming van de volgende bepalingen: a.
b.
Afwijking is alleen toegestaan indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat er geen of nauwelijks waarden aanwezig zijn dan wel dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. Teneinde dit te bereiken kunnen aan een omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) monumenten in de bodem worden behouden zoals alternatieven voor heiwerk, het al niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. Indien uit het rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord zonder dat het mogelijk is om deze door de in lid a genoemde voorwaarden veilig te stellen, dan wordt de omgevingsvergunning geweigerd;
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
17
c.
Alvorens te beslissen omtrent een omgevingsvergunning als bedoeld onder a, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.5.1 Werken en werkzaamheden In het belang van de archeologische monumentenzorg en ter voorkoming van onevenredige aantasting van aanwezige archeologische waarden, is het verboden, behoudens het bepaalde in lid 6.2 zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden uit te (laten) voeren, over een oppervlakte van 2.500 m² of meer: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,50 meter onder maaiveld, waaronder begrepen het aanleggen van drainage; het aanbrengen van diepwortelende beplantingen; het ophogen en egaliseren van gronden; het verlagen van het waterpeil; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren; het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt; het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies; het slopen van gebouwen en het verwijderen van funderingen waarbij grondroering plaatsvindt dieper dan 0,50 meter onder maaiveld.
6.5.2 Uitzonderingen Het onder lid 6.5.1 gestelde verbod geldt niet voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden: a. b. c.
d. e.
in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een ter zake deskundige; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning in dit kader is verleend; indien de werken en/of werkzaamheden het gewone onderhoud en beheer betreffen, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft binnen een afstand van maximaal 2,50 meter uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; voor zover het werkzaamheden in de bodem betreft die direct samenhangen met een verleende omgevingsvergunning op grond van het bepaalde in lid 21.4.1.
6.5.3 Toelaatbaarheid a. De omgevingsvergunning wordt verleend, indien is gebleken dat de in lid 6.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden niet zullen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig worden of kunnen worden verkleind, en vooraf door aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport op basis van de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie is overgelegd waaruit blijkt dat de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld:
18
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
b.
c.
d.
6.6
1. de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld; of 2. er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of 3. de archeologische waarden hierdoor niet worden geschaad. Het bevoegd gezag kan bepalen dat een rapport zoals genoemd onder a achterwege kan blijven, als door de aanvrager aantoonbaar kan worden gemaakt dat de archeologische waarden reeds verstoord zijn (bijv. door zandwinning of diepe grondbewerkingen); Voor zover de in lid 6.5.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologisch materiaal, kan de omgevingsvergunning worden verleend, indien aan de omgevingsvergunning één van de volgende voorschriften wordt verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
Alvorens het bevoegd gezag beslist over een omgevingsvergunning als bedoeld lid 6.5.1 wint zij schriftelijk advies in bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. Omgevingsvergunning voor het slopen
6.6.1 Verbod Het is verboden binnen de 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de aanwezige bouwwerken te slopen indien de oppervlakte groter is dan 2.500 m² en de diepte meer dan 0,50 meter bedraagt. 6.6.2 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van hetgeen bepaald in lid 6.6.1 met inachtneming van de volgende bepalingen: a. b.
c.
Aan de omgevingsvergunning kan in ieder geval de voorwaarde worden gesteld dat de sloop wordt begeleid door een erkende archeologisch partij; Indien tijdens de begeleiding van de sloopwerken vondsten van zeer hoge waarden worden aangetroffen, wordt hiervan terstond melding gemaakt bij burgemeester en wethouders die in het belang van de archeologische monumentenzorg aanvullende voorschriften kunnen verbinden aan de omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan niet worden verleend indien blijkt dat de sloop een onevenredige aantasting van de archeologische waarden van de gronden tot gevolg heeft.
6.7 Wijzigingsbevoegdheid a. Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat het bestemmingsvlak van 'Waarde Archeologie 5': 1. naar ligging wordt verschoven, dan wel; 2. naar omvang wordt vergroot of verkleind, dan wel; 3. van de plankaart wordt verwijderd, dan wel; 4. van bestemming wijzigt in Waarde Archeologie 2, 3, 4 of 6, voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden, in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen, daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd, wordt archeologisch advies ingewonnen
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
19
bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
20
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Artikel 7
Waarde - Ecologie
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Ecologie' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor: a. b.
behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke waarden en natuurwaarden; behoud, herstel en/of ontwikkeling van de hydrologische betekenis.
7.2 Bouwregels Op of in de als 'Waarde - Ecologie' bestemde gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. b.
ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde bestemming mogen bouwwerken worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter; ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag -met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering.
7.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan middels een omgevingsvergunning afwijken van lid 7.2 onder b, indien de bij de betrokken bestemming behorende bouwregels in acht worden genomen en de waarden zoals in 7.1 benoemd door de bouwactiviteiten niet onevenredig en/of onherstelbaar worden aangetast. 7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Ecologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a.
b. c. d. e. f. g. h. i.
het verzetten van grond (afgraven, ophogen, vergraven, egaliseren, diepploegen, diepwoelen) van meer dan 100 m3 of op een diepte van meer dan 0,60 meter onder maaiveld, een en ander voor zover geen vergunning vereist is in het kader van de Ontgrondingenwet; het graven, dempen, danwel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een reeds bestaande drainage; het verlagen van de waterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen met uitzondering van grondwateronttrekkingen; het vellen van bos en/of het verwijderen van houtopstanden; het verwijderen van landschapselementen die ten tijde van het van kracht worden van het plan aanwezig waren; het beplanten van gronden met houtgewas, ter plaatse van gronden die hiermee niet beplant waren op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; het aanbrengen van niet-omkeerbare verhardingen en/of verharde oppervlakten van meer dan 100 m² anders dan een bouwwerk; het aanleggen en/of verharden van wegen, fiets-, wandel- en ruiterpaden.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
21
7.4.2 Uitzondering op het aanlegverbod Het verbod van lid 7.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. b.
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan.
7.4.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning a. de werken en werkzaamheden, zoals in lid 7.4.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van het natuurgebied, de landschappelijke waarden, de natuurwaarden, de hydrologische betekenis en/of de hydrologische waarden van de gronden het normale onderhoud en/of gebruik betreffen, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. In het kader van de beoordeling van een verzoek om omgevingsvergunning vraagt het bevoegd gezag advies aan de provincie en de waterbeheerder.
22
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
23
Artikel 9 9.1
Algemene aanduidingsregels
Ke-contour
9.1.1 Uitsluiten van objecten Ter plaatse van de aanduidingen 'Geluidzone - Luchtvaart 40 - 35 Ke' zijn geen nieuwe geluidsgevoelige functies en gebouwen toegestaan. 9.1.2 Wijziging contour Burgemeester en wethouders kunnen de aanduiding 'Luchtvaartverkeerszone Ke-contour' wijzigen indien een aanwijzingsbesluit van de geluidszone van het luchtvaartterrein Eindhoven daartoe aanleiding geeft. 9.1.3 Uitzondering Als uitzondering op 9.1.1 is het toegestaan om ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' een nieuwe geluidsgevoelige functie te vestigen mits voldaan is aan het bepaalde uit artikel 9.6. 9.2
Luchtvaartverkeerszone - ILS (60-90)
9.2.1 Algemeen Ter plaatse van de aanduiding 'Luchtvaartverkeerszone - ILS (60-90)' geldt dat die gronden (naast de andere aangewezen bestemming(en)) primair bestemd zijn als invliegroute van het vliegverkeer en het daarbij behorende verstoringsvlak van het Instrument Landing System (ILS) ter waarborging van de vliegveiligheid. 9.2.2 Bouwregels Op de gronden als bedoeld in artikel 9.2.1 geldt een maximale bouwhoogte van 60 meter + N.A.P. 9.2.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.2.2 en toestaan dat er een hogere bouwhoogte wordt toegestaan, met dien verstande dat de werking van het Instrument Landing System (ILS) niet in onaanvaardbare mate negatief wordt beïnvloed en voorafgaand aan het verlenen van de vergunning schriftelijk advies is ingewonnen bij de beheerder van het Instrument Landing System (ILS). 9.3 Overlegzone RWS Ter plaatse van de aanduiding 'Overlegzone RWS' gelden voor die gronden in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald, de navolgende bepalingen: a. b.
er mogen géén gebouwen en ander bouwwerken gebouwd worden, anders dan ten behoeve van verkeersgeleiding en vervangende nieuwbouw; het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde onder a ten behoeve van het oprichten van bebouwing als toegestaan ingevolgde de ter plaatse aangewezen bestemmingen en voor zover de verkeersbelangen niet onevenredig worden aangetast, gehoord de wegbeheerder.
9.4 Vrijwaringszone - weg Ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone - weg' geldt voor die gronden in afwijking van hetgeen in de overige regels is bepaald de navolgende bepaling: a.
24
er mogen géén gebouwen en ander bouwwerken gebouwd worden, anders dan ten behoeve van
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
verkeersgeleiding en vervangende nieuwbouw. 9.5 In de provinciale Interim Omgevingsverordening te verwijderen NNB en toe te voegen NNB a. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - te verwijderen NNB' is de in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant te verwijderen Natuur Netwerk Brabant aangeduid; b. Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - toe te voegen NNB' is de in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant toe te voegen Natuur Netwerk Brabant aangeduid. 9.6 Geluidzone - hogere grenswaarden Voor het adres Eindhovenseweg Zuid 69A, geldt voor de woonfunctie ter plaatse van de aanduiding Geluidzone - hogere grenswaarden dat aan de voorwaarden van het besluit hogere grenswaarden moet worden voldaan en uitsluitend mag worden gebouwd of verbouwd, indien de voorwaarden die gesteld zijn in het Besluit hogere waarde in acht worden genomen, en de maatregelen worden getroffen zoals omschreven in Bijlage 4 Akoestisch onderzoek weg- en luchtverkeerslawaai en Bijlage 5 Akoestisch onderzoek geluidwering gevel.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
25
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
10.1 Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van: a. b.
c. d.
e.
f.
g.
26
de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsbepalingen en toestaan dat bebouwingsgrenzen tot maximaal 0,50 meter worden overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; de bestemmingsbepalingen, met uitzondering van de bestemming Bos toestaan dat openbare nutsgebouwtjes, wachthuisjes ten behoeve van het openbaar vervoer, telefooncellen, gebouwtjes ten behoeve van de bediening van kunstwerken, toiletgebouwtjes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwtjes worden gebouwd, mits: 1. de oppervlakte per gebouwtje niet meer dan 20 m² zal bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 3,50 meter zal bedragen; bestemmingsbepalingen ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en toestaan dat de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde wordt vergroot: 1. ten behoeve van kunstwerken, geen gebouwen zijnde, tot maximaal 20 meter; 2.
ten behoeve van overige bouwwerken, geen bouwwerken zijnde, tot maximaal 10 meter; het bepaalde ten aanzien van de maximale bouwhoogte van gebouwen en toestaan dat de bouwhoogte van gebouwen ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers, lichtkappen en technische ruimten, mits: 1. de maximale oppervlakte van de vergroting niet meer dan 10% van het betreffende bouwvlak zal bedragen; 2. de bouwhoogte niet meer dan 1,25 maal de maximale bouwhoogte van het betreffende gebouw zal bedragen; de onder a tot en met f genoemde afwijkingen kunnen uitsluitend verleend worden mits geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld; 2. de woonsituatie; 3. de verkeersveiligheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Artikel 11
Algemene wijzigingsregels
11.1 Algemene wijzigingen Burgemeester en wethouders kunnen de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van: a.
b.
c. d.
e.
overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven; het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd. de wijziging als bedoeld onder a t/m d is niet toegestaan indien en voor zover de wijziging strijdig is met de provinciale Interim Omgevingsverordening of opvolger daarvan.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
27
Artikel 12
Overige regels
12.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 12.2 De Algemene Plaatselijke Verordening Door toepassing van de bepalingen omtrent het kappen van beplantingen in de Algemene Plaatselijke Verordening wordt gestreefd naar behoud van de bomen binnen het plangebied. 12.3
Parkeren
12.3.1 Parkeernormen Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw, of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijking of bij vaststelling van een wijzigingsplan staat vast dat voldaan wordt aan de normen en eisen, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen 2022', of de op dat moment vastgestelde actualisatie van de gemeentelijke parkeernota. 12.3.2 Afwijken parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen één of meer bepalingen van deze nota buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang waarvoor deze nota tot stand is gebracht leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Een en ander dient in een collegebesluit vastgelegd te zijn.
28
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
Hoofdstuk 4 Artikel 13 13.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
13.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan.
13.1.2 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 13.1.1 met maximaal 10%. 13.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2
Overgangsrecht gebruik
13.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 13.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 13.2.4 Strijd met voorheen geldend bestemmingsplan Het bepaalde in 13.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a
29
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a.
30
bestemmingsplan Eindhovenseweg Zuid 69a