24094.18a - Beantwoording Technische vragen CDA Best D66 Best over TAM-Omgevingsplan Stationsgebied Oost
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Vragen: U kunt uw vraag mailen naar raadsgriffie@gembest.nl * Naam + politieke partij Raadsvoorstel/onderwerp Vragen en antwoorden:
Philip Canoy CDA Best Sjoerd Vrijburg D66 Best 24094 - Omgevingsplan Stationsomgeving Best
Dorpsplein 2 Postbus 50 5680 AB Best T: 0499 360 375 raadsgriffie@gembest.nl www.gemeentebest.nl
In paragraaf 3.3 van de parkeernorm wordt gesteld dat: "Op basis van de parkeernormen kan berekend worden hoeveel parkeerplaatsen per functie minimaal benodigd zijn. De parkeernormen per functie geven, onafhankelijk van hun onderlinge samenhang, een beeld van de parkeerbehoefte / parkeervraag." In paragraaf 3.4 van de parkeernorm wordt gesteld dat: "Uitgangspunt van de parkeernormen is dat het parkeren op het eigen terrein opgelost wordt." en "Uitgangspunt bij het aanleggen van parkeervoorzieningen is dat de parkeerplaatsen voor alle gebruikers toegankelijk zijn. Voor bewoners en personeel kan gekozen worden voor niet openbare parkeerplaatsen. Het bezoekersgedeelte dat onderdeel uitmaakt van de parkeernorm dient altijd openbaar toegankelijk te zijn." Deze passages i.c.m. met het omgevingsplan wat voor ons ligt roepen een aantal vragen op: Vraag 1:
Bij het vaststellen is een (toekomstig) terrein (NS-parkeren) buiten het omgevingsplan meegenomen in de berekening van het piekmoment. Deze wijze is uniek, aangezien normaal gesproken eerst de parkeereis moet worden opgesteld in het omgevingsplan, en dan pas gekeken kan worden naar overcapaciteit in de regio (indien deze plekken voldoen aan de vastgelegde loopafstanden). Op welke basis is er gekozen voor deze manier van het bepalen van een piekmoment?
Antwoord 1:
Wij hebben niet het beeld dat we een unieke (in de zin van afwijkende) werkwijze hebben gevolgd. We hebben de ontwikkeling voor wat parkeren betreft beoordeeld in de context van de totale omgeving uitgaande van alle toe te voegen, te vervallen parkeerplaatsen, toenames van parkeerbehoeften, maar ook de in de parkeernota aangegeven mogelijkheid van dubbelgebruik voor de westzijde op meerdere piekmomenten en de mogelijkheid die ook in de parkeernota wordt genoemd van dubbelgebruik We willen precies voldoende parkeerplaatsen bouwen (niet teveel en niet te weinig) en gaan daarbij uit van het drukste moment voor het totale gebied voor alle doelgroepen. Het parkeren van bewoners en medewerkers commercieel wordt volledig aan de oostzijde opgelost (392 parkeerplaatsen). Aan de westzijde liggen al 180 parkeerplaatsen en deze wordt uitgebreid met nog 20 parkeerplaatsen extra. Daarvan is bekend op basis van ervaringscijfers dat die 200 parkeerplaatsen met name overdag gebruikt worden (wanneer forenzen met de trein naar hun werk reizen). Dat betekent dat een fors deel van de 200 parkeerplaatsen in de avond, nacht en het weekend niet gebruikt worden. Om te voorkomen dat onnodig veel parkeerplaatsen aan de oostzijde gerealiseerd worden, sturen we aan op dubbelgebruik.
Dat betekent dat voor bezoekers van woningen/commercieel overdag, aan de oostzijde op maaiveld 71 parkeerplaatsen gerealiseerd worden (aangezien overdag alle parkeerplaatsen aan de westzijde bezet zijn door forenzen). Op de andere momenten in de week kan de restcapaciteit aan de westzijde gebruikt worden, als overloop voor bezoekers van de oostzijde. Daarmee wordt de beschikbare ruimte in het stationsgebied maximaal benut. Bij de aanvraag omgevingsvergunning wordt dan getoetst of aan alle eisen uit de Nota Parkeernormen wordt voldaan, op dit moment is dat voor de vaststelling van het TAMomgevingsplan het geval. Tenslotte zijn wij ervan overtuigd dat de mobiliteitstransitie voldoende snel gaat en dat in de toekomst de inwoners van Best minder gebruik gaan maken van de auto om het 1
Beantwoording technische vragen station te bereiken. De parkeerdruk zal daardoor gedurende de ontwikkelfase naar ons beeld op termijn dalen. Door het nemen van sturende (parkeerregime) en stimulerende maatregelen (fiets, openbaar vervoer, deelmobiliteit) zorgen we dat de transitie bevorderd wordt, maar wij realiseren ons dat deze moeilijk te voorspellen is. Deze transitie zal in de goed bereikbare stationsomgeving en zeker als we ook nog een parkeerregime gaan instellen sneller verlopen dan bijvoorbeeld in het buitengebied. . Vraag 2:
Het bezoekersparkeren wordt nu opgelost op het NS-terrein: Dit terrein is nog niet in ontwikkeling (geen omgevingsplan ter inzage), en heeft geen urgentie om gebouwd te worden. De huidige situatie handhaven is voor NS ook een mogelijkheid. Daarbij; een contract met de NS ligt er (nog) niet over een eeuwig publiek gebruik van deze plekken. In de vergadering werd meermaals via de wethouder benoemd dat deze oplossing juridisch klopt. Kunt u uitleg geven hoe deze toekomstige oplossing nú juridisch klopt?
Antwoord 2:
Slechts een deel van het bezoekersparkeren wordt via dubbelgebruik opgelost aan de westzijde. Daar liggen nu al 186 openbare parkeerplaatsen. De bouw van de nieuwe 2laagse P&R voorziening is nodig om het vervallen van de 90 parkeerplaatsen in het noordelijk gedeelte te compenseren om zo de fietsenstalling te kunnen verplaatsen, het busstation te kunnen vergroten, de groene voet- en fietsverbinding tussen oost en west tot stand te brengen en de aansluiting van de Brainportlijn op het busstation. De planvorming voor de bouw aan de oostzijde loopt in de tijd hierop vooruit. Met de NS hebben wij een gezamenlijk handelingsperspectief doorlopen waar parkeren een onderdeel van was. In dit handelingsperspectief is sprake van een uitbreiding van de al aanwezige parkeerplaatsen tot 200 parkeerplaatsen. Met dit handelingsperspectief is door beide partijen ingestemd en onlangs is dit als uitgangspunt zowel ambtelijk en bestuurlijk bevestigd en is aangegeven dat NS wil meewerken aan realisatie. Zoals al in de vergaderingen van 6 en 18 november is uitgelegd klopt de totale parkeerbalans en zal deze bij iedere aanvraag voor een omgevingsvergunning moeten blijven kloppen. Zoals bij vraag 1 geformuleerd kan en mag daarbij gebruik worden gemaakt van dubbel gebruik op o.a. een naburige kavel, waarbij wel sprake moet zijn van openbaar toegankelijke parkeerplaatsen.
Hierbij is de vraag van belang of de openbare parkeerplaatsen aan de westzijde kunnen worden aangemerkt als een openbare parkeerplaats aan de openbare weg in de zin van de Wegenwet. Als dit niet het geval zou zijn, zou de NS op elk moment de parkeerplaats kunnen afsluiten. Het is immers hun eigendom. Is er sprake van een openbare weg? Een weg wordt op grond van artikel 4 Wegenwet openbaar als deze: (I) of gedurende dertig achtereenvolgende jaren voor een ieder toegankelijk is geweest; NVT (II) of gedurende tien achtereenvolgende jaren voor eenieder toegankelijk is geweest en gedurende die tijd is onderhouden door het Rijk, provincie, gemeente of waterschap; (III) of bestemd is als ‘openbare weg’. NVT Het parkeerterrein is in 2002 aangelegd nadat het station onder de grond is komen te liggen. De parkeerplaats is dus openbaar op grond van artikel 4 lid 1 sub II van de Wegenwet is van toepassing. De parkeerplaats is openbaar omdat deze al langer als 10 jaar in beheer is bij de gemeente.
2
Beantwoording technische vragen Een weg die eenmaal openbaar is geworden, kan niet zomaar aan de openbaarheid worden onttrokken. Het onttrekken van een openbare weg is een bevoegdheid van de gemeenteraad volgens artikel 9, eerste lid, van de Wegenwet. Het afsluiten van de weg met een hek of slagboom, niet zijnde een slagboom ten behoeve van de exploitatie van het terrein door middel van een parkeertarief, is niet toegestaan en is zelfs een wettelijke grondslag voor handhavend optreden. Met andere woorden: NS kan niet zomaar besluiten dat niet meer sprake is van een openbare weg. Sterker nog; de gemeenteraad heeft een grote beleidsruimte in het wel of niet onttrekken aan de openbaarheid. Een weg die eenmaal openbaar is geworden, kan niet eigenhandig door de grondeigenaar (NS) aan de openbaarheid worden onttrokken. Ten aanzien van de beleidsruimte heeft de Raad van State in de uitspraak van 26 juni 2019,
ECLI:NL:RVS:2019:2008 het volgende overwogen: “De beslissing om al dan niet met toepassing van artikel 9, eerste lid, van de Wegenwet een weg aan het openbaar verkeer te onttrekken, behoort tot de bevoegdheid van het bevoegd gezag, dat daarbij beleidsruimte heeft. De Afdeling toetst of de nadelige gevolgen van het besluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen en of het college in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 27 december 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:4268).” Vraag 3:
De ontwikkelende partij aan de oostzijde heeft commerciële belangen bij het oplossen van de parkeerbehoefte aan de westzijde - zij hoeven minder plekken te realiseren. Op welke manier wordt door de ontwikkelende partij aan de toekomstige parkeergarage in het stationsgebied-west bijgedragen?
Antwoord 3:
Opdracht aan het college was daar waar mogelijk te zoeken naar subsidiemogelijkheden. Dit is gebeurd en hierdoor is 2,6 miljoen subsidie binnengehaald. Bij het aanvragen van de WBI subsidie zijn o.a. de kosten van het bezoekers-parkeren welke kunnen worden toegerekend aan de oostzijde als kostenpost opgenomen. Deze WBI subsidie zal dan ook gebruikt worden voor het realiseren van de westzijde. Door middel van deze subsidie draagt de oostzijde dus mee aan de realisatie van de westzijde. Het verkrijgen van WBI subsidie vergroot daadwerkelijk de financiële draagkracht van dit project terwijl het direct laten meebetalen van de ontwikkelaar aan de ontwikkelingen van de Oostzijde tot gevolg had kunnen hebben dat de haalbaarheid van de gehele ontwikkeling aan de oostzijde niet had kunnen worden aangetoond. 3
Beantwoording technische vragen Vraag 4:
Antwoord 4:
Om het risico te verkleinen dat het totale masterplan van de stationsomgeving niet kan worden uitgevoerd: Zijn er nog mogelijkheden om faciliteiten als parkeerplaatsen voor auto's en fietsen op te lossen op de oostzijde, als we er straks bij de behandeling van het bestemmingsplan stationsgebied-west door nu nog onbekende redenen achter komen dat dit aan de westkant niet lukt?
De huidige planvorming gaat hiervan niet vanuit. Het woon- en commerciële programma aan de oostzijde is al zo zwaar dat er zonder ingrijpende aanpassingen geen ruimte is om extra parkeerplaatsen en of fietsenstallingen van de westzijde in de oostzijde op te lossen. Dat wil niet zeggen dat indien de nood aan de man is dit niet kan. Er moet dan in overleg met Spoorzone Best bv bereidheid zijn om bijvoorbeeld het programma te wijzigen. In de beantwoording van de technische vragen is al aangegeven dat dit juridisch mogelijk is door bijvoorbeeld het aantal woningen te verminderen ten gunste van de aanleg van parkeerplaatsen.
Vraag 5:
Is er op dit moment al een escalatiemodel ingebouwd in het omgevingsplan voor de oostzijde, zodat zowel 600 woningen gerealiseerd kunnen worden, als een plaats voor parkeerplaatsen gecreëerd kan worden in het geval dat op oost onverhoopt parkeerplaatsen opgelost moeten worden omdat ze op west onverhoopt niet geplaatst kunnen worden?
Antwoord 5:
Nee, het is niet gebruikelijk om bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met escalatiemodellen, als een ontwikkeling voldoet aan alle huidige spelregels en er geen directe noodzaak is om dit te doen. Ook onderhandelingstechnisch is dat ongewenst. We achten een uitgewerkt ‘escalatiemodel’ op dit moment ook niet nodig. De ontwikkeling die met dit plan juridisch mogelijk wordt gemaakt duurt nog vele jaren. In de toelichting op 6 en 18 november alsmede in de beantwoording van de schriftelijke vragen, is aangegeven dat het in het onverhoopte geval dat duidelijk is dat er aan de Oostzijde aanvullende parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden er op dat moment gekeken moet worden naar oplossingen.
Vraag 6:
Op dit moment zijn voor bezoekers, bezoekers commercieel en deelauto's 144 parkeerplaatsen voorzien. 73 daarvan worden opgelost op het parkeerterrein van NS op West. Hoeveel van de overgebleven 71 parkeerplaatsen die op oost gesitueerd zijn worden direct gerealiseerd?
Antwoord 6:
De aanleg van de parkeerplaatsen wordt gekoppeld aan de voortgang van de bouw. De parkeerplaatsen voor deelauto’s willen we wel direct al 9 stuks aanleggen, mogelijk uit te breiden naar 30 of bij groot gebruik/succes meer.
Naar aanleiding van het gesprek wat in de raadszaal ontstond over het nu al verstevigen van de fundering en constructie van de parkeergarage ook de volgende bouwkundige vraag: Vraag 7: Het is nu natuurlijk nog niet mogelijk te bepalen hoe de betonconstructie van de parkeerplaats eruit komt te zien onder andere door de belasting van de garage, en het constructieve ontwerp. Toch: Kan er worden bevestigd dat het bouwen met de mogelijkheid voor het optoppen van enkele verdiepingen bouwkundig een relatief simpele oplossing heeft (een doorsnede van 10cm dieper of een hogere betonklasse allebei misschien zelfs enkel voor het beton in de onderste verdiepingen).
4
Beantwoording technische vragen Antwoord 7:
In deze fase kan hier nog geen duidelijkheid over worden verstrekt en dat is ook nog niet nodig. Ten overvloede merken wij nog op: 1. In de huidige plannen worden de parkeerplaatsen in de garage verkocht aan de bewoners van de appartementen. Vervolgens komt het gehele parkeergebouw onder beheer en verantwoording van een vereniging van eigenaren. Als er een openbaar toegankelijke parkeerlaag voor bezoekers dient te komen, dan dient hiervoor een commercieel parkeertarief te gaan gelden en een (commerciële) exploitant te worden gevonden. Uitgaande van de situatie dat ook al een P&R garage wordt gerealiseerd, zal hetgeen ook al bij de bespreking van het Voorlopig Stedenbouwkundig Ontwerp is aangegeven gelet op de bezettingsgraden doordeweeks en het weekend naar zeer grote waarschijnlijkheid geen partij geïnteresseerd zijn om deze parkeerlaag in het parkeergebouw aan de oostzijde te exploiteren. In één van de afgevallen scenario’s is destijds al een openbare garage voor zowel de bewoners, de NS reizigers en bezoekers berekend. Dit scenario werd niet realistisch geacht en werd door alle betrokken partijen afgewezen. 2. Als er een extra parkeerlaag op de garage bij de oostzijde moet komen, dan betekent dat dat de residuele grondwaardeberekening die in het kader van de haalbaarheid van de oostzijde samen met Spoorzone Best bv is gemaakt, moet worden overgedaan.
De kosten van het project nemen dan aanmerkelijk toe, terwijl de opbrengsten gelijk blijven. Dat berekent dat de grondwaarde van het gemeentelijk eigendom aanmerkelijk zal dalen. De gemeente betaalt dan aan elke parkeerplaats mee.
Mocht uw raad niettemin op termijn toch extra parkeerplaatsen in de stationsomgeving noodzakelijk vinden, dan zijn er naar onze mening voldoende mogelijkheden om hier op te anticiperen. Nu hier al invulling aan geven lijkt ons prematuur en kan ook onze toekomstige onderhandelingspositie verzwakken. Vraag 8: Antwoord 8:
Wat is er nodig vanuit de gemeenteraad om de mogelijkheid te kunnen bieden om extra parkeerlagen toe te voegen? Dit is geen technische vraag. Technisch gesproken staat de gebruikelijke instrumenten, toezegging van de wethouder, motie, amendement, de raad hiervoor ter beschikking.
Meer vragen over hetzelfde onderwerp? Voeg dan rijen toe met de tab-toets.
*Als u de vragen donderdag na de beeldvormende sessie vóór 12.00 uur mailt, beantwoordt het college uw vragen uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie.
Artikel uit 1e Wijziging Reglement van Orde gemeenteraad 2023: Artikel 3.35 – Technische vragen 1.
2. 3.
Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of geagendeerd raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden en de uitleg daarvan of over de feitelijke gevolgen van een besluit. Technische vragen worden ingediend bij de griffie. Technische vragen over geagendeerde raadsvoorstellen die zijn ingediend bij de griffie uiterlijk donderdag vóór 12.00 uur na de beeldvormende sessie, worden door het college uiterlijk donderdag voor de
5
Beantwoording technische vragen oordeelsvormende sessie vóór 12.00 uur beantwoord. De antwoorden van het college worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst bij het agendapunt van de desbetreffende sessie. 4. Bij technische vragen over een onderwerp spant het college zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 7 dagen na ontvangst van de vraag, te beantwoorden. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst.
6