CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24080.4 - Bijlage bij Toelichting Vleutstraat 6 en 6a

Raadsvergadering 4 november 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24080 - Vaststelling Bestemmingsplan Vleutstraat 6 en 6a24.707 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Vleutstraat 6 en 6a, Best

bestemmingsplan Vleutstraat 6 en 6a, Best

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Landschappelijk inpassingsplan

4

Bijlage 2

Ecologische quickscan

6

Bijlage 3

Bodem- en asbestonderzoek

47

Bijlage 4

Geuronderzoek

133

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

174

Bijlage 6

Motivatie kwaliteitverbetering Vleutstraat 6 Best

198

Bijlage 7

Omgevingsdialoog

201

Bijlage 8

Redengevende omschrijving en aanvullende brief

212

Bijlage 9

Nota van zienswijze

230

2 esteld)

bestemmingsplan "Vleutstraat 6 en 6a, Best" (vastg

bestemmingsplan Vleutstraat 6 en 6a, Best

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan "Vleutstraat 6 en 6a, Best" (vastgesteld) 3

bestemmingsplan Vleutstraat 6 en 6a, Best

Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan

4 esteld)

bestemmingsplan "Vleutstraat 6 en 6a, Best" (vastg

Plantsortiment

Beheersplan

Aan te planten knip- en scheerheg Plantafstand ca. 20 cm (bij beukenhaag) Hoogte 80-100 cm: Meidoorn, beukenhaag, veldesdoorn, hulst en liguster

Knip- en scheerheg De breedte is circa 80 cm van de haag. Het beheer van de hagen bestaat uit het 1 maal per jaar scheren. Knip- en/of scheerwerkzaamheden worden alleen verricht in de periode tussen 15 juli en 15 maart.

m¹ 180

st / m¹ 5

aantal 900

Aan te planten struweelsingel (afmetingen ± 188 x 5 m = 940 m²) Struweel: 80-100 cm, 1,5 m driehoeksverband: m² st / m² aantal Min. 5 soorten struweel toepassen 940 0,45 423 Struweel: Hazelaar, gelderse roos, veldesdoorn, rode/gele kornoelje, sleedoorn, gewone vlier, zwarte bes en lijsterbes Aan te planten landschapsbomen Plantmateriaal 10-12 cm

aantal 4

Struweelsingel Aanplant met 2- en/of 3 jarig bosplantsoen, waarvan 50% bestaat uit doorndragende struiken. Terugsnoeiwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 1 oktober en 15 maart. Overhangende takken aan de zijkanten mogen maximaal 1 maal per 3 jaar worden teruggesnoeid. Ongewenste houtsoorten worden bestreden en slootmaaisel, bagger, maaisel en tuinafval zal niet verwerkt worden in het element. Landschapsbomen Hoogstambomen. De bomen worden minimaal éénmaal per contract-periode gesnoeid. Na het snoeien beslaat de kroon minimaal 50% van de lengte van de boom. Chemische onkruidbestrijding zal niet worden gebruikt.

Zwarte els, gewone beuk, es en hollandse linde

Te planten landschapsbomen Te handhaven bomen Te planten knip- en scheerhagen

Te planten struweelsingel

Opgesteld door: Datum: Schaal: Project:

T.M.C. van Hooijdonk 12-07-2023 1:1000(A3) Deze tekening bevat tevens informatie die geen betrekking heeft op de verplichte landschappelijke inpassing als gevolg van bijbehorende procedure, hieraan kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. 20229.005

LANDSCHAPPELIJK INPASSINGSPLAN

|

VLEUTSTRAAT 6 BEST

De landschappelijke inpassing van het initiatief aan de Vleutstraat 6 te Best is afgestemd op de kwaliteiten en kenmerken van het ter plaatse aanwezige landschap. Huidige situatie De locatie is gelegen ter plaatse van een (recreatief) agrarisch landschap. Landschappelijke kenmerken van deze locatie en de omgeving zijn het relatief open en rationeel verkavelde landschap met grote percelen en linten met laan- en singelbeplanting. Erfbeplanting is rond het erf, ‘cultuurlijk’ aan de voorzijde en meer landschappelijk naar achter toe. In de omgeving zijn tevens groene kamers tegen bosranden te vinden. Beoogde situatie Rond de woningen wordt een meer cultuurlijke beplanting beoogd: Knip- en scheerhagen. Langs de randen van het plangebied wordt een meer natuurlijke uitstraling voorgesteld met struweel- en boomvormers. Deze nieuwe groenstructuren in het landschap versterken het eigen karakter. Gezien voorgaand worden diverse landschapselementen aangeplant welke zorgen voor een versterking van het landschapsbeeld en een kwaliteitsverbetering van het landschap tot gevolg heeft. Door deze landschapsversterkende maatregelen wordt de ruimtelijke vormgeving van de gebouwen verzacht en geheel of gedeeltelijk aan het zicht onttrokken en sluit het aan op de landschappelijke kenmerken van de omgeving.

bestemmingsplan Vleutstraat 6 en 6a, Best

Bijlage 2 Ecologische quickscan

6 esteld)

bestemmingsplan "Vleutstraat 6 en 6a, Best" (vastg

ECOLOGISCHE QUICKSCAN Onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling

LOCATIE: VLEUTSTRAAT 6-6A, BEST RAPPORTNUMMER: 2021-BE-0872 In opdracht van: Van Dun Advies BV Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze

Brabant Eco Ecologische dienstverlening

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

Colofon Rapportage Brabant Eco Rapportnummer 2021-BE-0872

Opdrachtgever Van Dun Advies BV

Contactpersoon De heer M. Gerards

Locatie Vleutstraat 6-6a, Best

Auteur Susanne Overdijk

Collegiale controle Frenk van de Wal

Opleverdatum 16 juli 2021

Uitvoerder

Brabant Eco Ecologische dienstverlening De Lange Kant 27 5061PX Oisterwijk 06-24218274

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron.

Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek door toepassing van adviezen.

Pagina | 1

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

Inhoudsopgave

1.

Inleiding en onderzoek ……………………………………………………….... 4

2.

Beleidskader …...……………………………………………………………….. 5 Gebiedsbescherming Soortenbescherming Bescherming van houtopstanden Zorgplicht

3.

Plangebiedsbeschrijving …………………………………………………..….. 8 Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling

4.

Praktijk ecologische quickscan ………………………………..…..……….... 11 Bureaustudie Veldonderzoek Beschrijving plangebied

5.

Beschermde natuurwaarden ………………………………………..….….... 17 Gebiedsbescherming Soortenbescherming

6.

Resultaten en advies ………………………………………………………….. 26

7.

Lijst van bronnen …………………………………………………….………... 28

8.

Bijlagen …………………………………………………………………..…….. 29

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 2

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

Samenvatting

Initiatiefnemer heeft concrete plannen voor de sloop van de stallen en loods aan de Vleutstraat 6-6a te Best. Hierna zal het gebied opgedeeld worden in vier afzonderlijke percelen waarvan drie percelen een woonbestemming krijgen en een perceel een agrarische bestemming. De bedrijfswoning aan de Vleutstraat 6a blijft behouden en de boerderij op nummer 6 zal worden opgesplitst in twee wooneenheden. Bij deze werkzaamheden is de initiatiefnemer gebonden aan de Wet natuurbescherming. Omdat overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten kan worden is aan Brabant Eco de opdracht gegeven voor het uitvoeren van een ecologische quickscan op de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Dit voorliggend rapport geeft een beschrijving van het plangebied en het uitgevoerde onderzoek. Daarnaast geeft dit rapport inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden als Inhoudsopgave gevolg van het project. Het rapport kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten door werkzaamheden te verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is dan ook niet nodig. De zorgplicht is altijd van toepassing. Natuurinclusief verbeteren wordt aanbevolen. Susanne Overdijk en Frenk van de Wal Brabant Eco Juli 2021

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 3

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

1. INLEIDING EN ONDERZOEK 1.1 Aanleiding Volgens opdrachtgever Van Dun Advies BV zullen de stallen en opslagloods aan de Vleutstraat 6 en 6a volledig worden gesloopt om vervolgens het gebied op te delen in vier percelen. Drie van deze percelen krijgen een woonbestemming en één perceel krijgt een agrarische bestemming. De bedrijfswoning en de boerderij in het plangebied blijven behouden. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling.

1.2 Doelstelling Het doel van dit verkennend onderzoek is om vast te stellen of de geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Er wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op deze beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen of uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.

1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden?

1.4 Criteria Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl) o Het onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek. o De resultaten zijn zo objectief en betrouwbaar mogelijk verkregen. o Het onderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 4

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

2. BELEIDSKADER De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.

2.1 Gebiedsbescherming 2.1.1 Natura 2000 Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn en de EU-habitatrichtlijn. In Natura 2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheerplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000 gebieden.

2.1.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In de EHS geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast ongeveer 20 Nationale parken, meren, rivieren en de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee vallen alle Natura 2000 gebieden onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer.

2.2 Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.

2.2.1 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. o Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 5

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

Als aan deze drie vereisten voldaan is kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn.

2.2.2 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in standhouden van alle natuurlijke, in Europa in het wild levende, vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden of te brengen, dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De EU-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt: o Het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); o Het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); o Het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); o Het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); o Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).

Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

2.2.3 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage II van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EUHabitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.

2.2.4 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 3). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 6

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

Tabel: Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming

2.3 Bescherming van houtopstanden De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft die uit meer dan 20 bomen bestaat, dan valt bos, mits het buiten de bebouwde kom ligt, onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet.

2.4 Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor het in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 7

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

3. PLANGEBIEDSBESCHRIJVING 3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de Vleutstraat 6-6a ten noorden van de kern van Best in de gelijknamige gemeente. Best is een gemeente in de provincie Noord-Brabant en heeft een totale oppervlakte van 35,1 km2. De gemeente telt 30.211 inwoners (1 januari 2021) en bestaat uit de plaats Best en meerdere buurtschappen. Best ligt ten noordwesten van Eindhoven en ten oosten van Tilburg. Het plangebied ligt in het buitengebied van de stad. De directe omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit agrarische percelen en andere bedrijfsbestemmingen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in onderstaande afbeelding.

Satellietfoto omgeving plangebied, planlocatie is rood omcirkeld. Bron: Google Earth.

Het plangebied bestaat uit bebouwing, erfverharding en twee gecultiveerde tuinen met gazon, struiken en verdere beplanting in de vorm van heggen en bomen. De bebouwing bestaat uit een bedrijfswoning, een boerderij, een opslagloods, een sleufsilo en 5 stallen. In het midden van het plangebied is een klein grasveldje aanwezig. Op onderstaande afbeelding wordt het plangebied globaal aangegeven met in detail de te slopen stallen en opslagloods en de te behouden bebouwing.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 8

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

Globaal omlijnd de totale planlocatie in blauw, de te slopen bedrijfsgebouwen in rood en blijvende bedrijfswoning en boerderij in geel. Bron: google Earth.

3.2 Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever heeft het plan om de stallen, de sleufsilo en de opslagloods aan de Vleutstraat 6-6a te Best te slopen om vervolgens het plangebied op te delen in vier percelen waarvan drie percelen een woonbestemming krijgen en één perceel een agrarische bestemming krijgt. De bedrijfswoning zal worden behouden en de boerderij zal worden opgesplitst in twee wooneenheden.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 9

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

Situatieschets van de voorgenomen ontwikkeling. Bron; van Dun advies.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 10

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE QUICKSCAN Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora- en faunasoorten potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee de overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.

Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? o Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? o Wordt de wet natuurbescherming overtreden? o Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen? o Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies? o Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet Natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van het plangebied en de directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.

4.1 Bureauonderzoek Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen, zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database quickscanhulp.nl (bijlage 1), aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, onder andere ravon, sovon, floron en waarneming.nl. NDFF Verspreidingsatlas is een naslagwerk met afbeeldingen en informatie over duizenden soorten die in de Nederlandse natuur voorkomen. De verspreidingskaarten worden gemaakt met gevalideerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. De inhoud van de atlas wordt mede verzorgd door zes verenigingen en stichtingen: de Nederlandse Mycologische Vereniging (NMV), FLORON, het Landelijk Informatiecentrum Kranswieren (LIK) en stichting ANEMOON, stichting RAVON en de Zoogdiervereniging. Met de quickscanhulp.nl is een actueel overzicht verkregen van waarnemingen van beschermde soorten nabij de locatie uit de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF). Dit overzicht is te vinden in bijlage 1.

Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000 gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord-Brabant.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 11

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

4.1.1 Waarnemingen flora en fauna Volgens waarneming.nl zijn er in de 10 dagen voor het veldbezoek 264 waarnemingen van flora en fauna soorten in een straal van 5 kilometer rondom het plangebied. Deze waarnemingen zijn vooral van algemeen voorkomende soorten, maar ook van enkele beschermde soorten, waaronder de ooievaar, de buizerd en de rugstreeppad. Zeven van de waarnemingen zijn gedaan binnen een straal van een kilometer rond het plangebied. Deze waarnemingen zijn ten zuidwesten van het plangebied gedaan en betreffen algemeen voorkomende insectensoorten, namelijk de akkerhommel, de groene schildwants, de bloedrode heidelibel, de Ctenophora festiva, de gewone distelboktor, het goedoogje en het roestbruine kromlijf.

Recente waarnemingen van flora en fauna soorten. Bron: waarneming.nl

4.2 Veldonderzoek Op maandag 12 juli 2021 in de middag hebben ecologen Susanne Overdijk en Frenk van de Wal in het kader van het natuurwaardenonderzoek het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. De weersomstandigheden waren bewolkt met een oostenwind met windkracht 2 en droog. De gemiddelde temperatuur lag rond de 24 graden Celsius. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de locatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Op de locatie werden alle aanwezige habitats opgenomen. De aanwezige habitats tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF werden vergeleken met de habitatvereisten van beschermde planten- en diersoorten. Hierdoor werd ingeschat welke soorten potentieel voorkomen. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.

De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 12

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

4.3 Beschrijving plangebied

Overzicht plangebied. Bron: google Earth.

Het plangebied bestaat uit twee te behouden woningen, de bedrijfswoning (1) en de boerderij (2). Daarnaast staan er in het plangebied 5 stallen, een sleufsilo (9) en een loods (6) welke alle 7 worden gesloopt. Op het erf is erfbestrating aanwezig in de vorm van betonklinkers. Het plangebied wordt omringd door een weg (zuidwest zijde) met in de berm een rij eiken, een burgerwoning (noordwest zijde) en akkerlanden(noordoost en zuidoost zijde), op het moment van veldonderzoek in gebruik voor de teelt van snijmais.

4.3.1 De te behouden bebouwing Zowel de bedrijfswoning (1) als de voormalige boerderij (2) hebben een stenen muur met spouw en een zadeldak met dakpannen. Het dak van de boerderij bevat vele kieren tussen de dakpannen. Rondom de schoorstenen zijn loodslabben aanwezig. Zowel de bedrijfswoning als de boerderij hebben een gecultiveerde voortuin. De tuin van de bedrijfswoning is verwilderd en bevat voornamelijk gecultiveerde planten, laurierhagen en wilde grassen. De tuin bij de boerderij bestaat uit twee delen waarvan het eerste deel bestaat uit een gazon met een Japanse kerselaar en gecultiveerde planten aan de rand van de tuin. Het tweede deel bestaat uit een verwilderde weide waarop voornamelijk grassen groeien.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 13

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

Woonhuis

Boerderij

4.3.1 De te slopen bebouwing De te slopen stallen zijn voormalige kippenstallen welke later werden gebruikt als varkensstallen en stallen voor runderen. Alle stallen zijn bezemschoon en in achterstallig onderhouden staat. De halfopen loods is moderner en niet vervallen. De oude kippenstal tussen het woonhuis en de boerderij (3) werd ten tijde van het veldbezoek gebruikt als garage en heeft houten muren welke op 30 centimeter hoge betonblokken staan. Het dak bestaat uit een houten dakbeschot met direct daar bovenop dakpannen. De stal is niet geïsoleerd, heeft een open karakter en het dak en de muren bevatten kleine gaten en spleten.

Voorzijde stal (3)

Binnenzijde stal (3)

De varkensstal achter het woonhuis (4) heeft eveneens houten muren welke op 30 centimeter hoge betonblokken bestaan. Het dak van golfplaten rust op stalen spanten met houten gordingen. Zowel het dak als de muren zijn niet geïsoleerd. De inrichting is grotendeels verwijderd. Ook deze stal heeft een open karakter en wordt bezemschoon gehouden.

Voor- en zijkant stal (4)

Binnenzijde stal (4)

De naastgelegen oude varkensstal (5) heeft een stenen muur met spouw en kalkzand aan de binnenzijde. De stal heeft gedeeltelijk een golfplaten en gedeeltelijk een dakpannen dak. Ook in deze stal is de inrichting volledig verwijderd en de stal bestaat dus enkel nog uit het geraamte van muur en dak welke niet geïsoleerd Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 14

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best zijn. Het gebouw bevat aan de achterzijde een overkapping welke gemaakt is van een houten frame met houten muren en een golfplaten dak.

Rechterzijde stal (5)

Overkapping achterzijde stal (5)

Linksachter in het plangebied staat een loods (6) welke aan de voorzijde geheel open is. De loods wordt vooral als garage gebruikt. Deze heeft een 2,5 meter hoge halfsteense muur met daarboven houten planken. Het dak bestaat uit golfplaten. De loods was bezemschoon en er zijn geen aanwijzingen gevonden van de aanwezigheid van vogels of andere faunasoorten in de loods. Achter de loods is een sleufsilo (9) te vinden welke een 0,8 meter hoge muur en een betonnen ondergrond heeft.

Halfopen loods (6)

Sleufsilo (9)

De varkensstal linksachter in het plangebied (7) heeft een 2,5 meter hoge halfsteense muur met daarboven houten planken. Het dak is gemaakt van golfplaten. De stal bestaat uit een centrale gang met vijf afdelingen waar voorheen op een intensieve manier varkens werden gehouden. De spouwmuren bevatten geen open stootvoegen of andere kieren of openingen en de bovenzijde van de spouw is afgesloten met een muurplaat. Achter de houten kopgevels bevind zich een kalzandstenen muur. De betimmering is volledig gesloten. Ten tijde van de intensieve huisvesting van varkens werd de lucht aangezogen via de centrale gang en via een luchtcirculatie boven de afdelingen de afdelingen ingezogen door ventilatoren per afdeling te regelen. Aan de voorzijde van deze stal is een grasveldje aanwezig waarin grassen en madeliefjes groeien.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 15

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

Voorzijde stal (7)

De rundveestal achter de boerderij heeft een stenen muur en een golfplaten dak. De directe luchtinlaat van deze stal is gevestigd aan beide zijkanten van de stal en is afgedicht met houten planken. Het houten dak overstek is dicht tegen de wand aan geplaatst, waardoor er geen kieren aanwezig zijn tussen het dak en de muren. Deze stal is niet geïsoleerd en heeft een open nok.

Voorzijde stal (8)

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Linkerzijde stal (8)

Pagina | 16

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

5. BESCHERMDE NATUURWAARDEN Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van quickscanhulp.nl opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Er is met name geïnspecteerd op potentiële groei-, rust-, nest-, en verblijfplaatsen voor beschermde soorten. Per soortgroep wordt in onderstaande beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1 Gebiedsbescherming 5.1.1 Natura 2000 Het plangebied ligt op minimaal 8,3 kilometer afstand van gronden die tot Natura 2000 gebied Kampina & Oisterwijkse Vennen behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van Natura 2000 gebieden in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. Natura 2000 gebieden zijn in groen en geel aangegeven.

Natura 2000 gebieden. De afstand tussen het plangebied en Natura 2000 is met een pijl aangegeven. Bron: Atlasleefomgeving.

Doordat het plangebied buiten het Natura 2000 gebied ligt kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Ten aanzien van Natura 2000 gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de aard en omvang van het voornemen, de locatie, de effectafstand tot Natura 2000 gebieden en het effectbereik, zijn externe effecten op voorhand uit te sluiten.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 17

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best

5.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt op minimaal 610 meter afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het Natuurnetwerk Nederland in de omgeving van het plangebied weergegeven. De ligging van het plangebied wordt met een rode cirkel aangegeven. De NNN gebieden in de kleuren groen, roze, geel en bruin.

Natuur Netwerk Nederland gebieden. De afstand tussen het plangebied en NNN is met een pijl aangegeven. Bron: Kaartbank Brabant.

In of in de directe nabijheid van een NNN-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de ‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. Het plangebied ligt niet in, of direct aangrenzend aan het NNN-gebied. De significante aanpassing van en negatieve effecten door externe werking op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN zijn, gezien de omvang, de aard, het effectbereik en de locatie van het voornemen, op voorhand uit te sluiten.

5.1.3 Conclusie Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties. Het is niet aannemelijk dat de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op instandhoudingsdoelen van Natura 2000 gebied. Een toets met compensatieplicht is daarmee niet aan de orde.

5.2 Soortenbescherming 5.2.1 Flora Volgens de NDFF zijn er 2 beschermde plantensoorten waargenomen binnen een straal 5 kilometer van het plangebied. Deze planten staan op de rode lijst en zijn sinds 1 januari 2017 wettelijk beschermd. Deze beschermde plantensoorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Dreps Stijve wolfsmelk

Afstand plangebied 5 km 5 km

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Habitat Akkers, wegranden Akkers, boszomen, wegranden, dijken en bermen

Pagina | 18

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best Het plangebied bestaat naast de bebouwing en verharding uit een gecultiveerde tuin en biedt vanwege de inrichting, het beheer en gebruik geen geschikt habitat voor beschermde plantensoorten. Dreps is zo goed als uitgestorven in Nederland en wordt niet verwacht in het plangebied. Stijve wolfsmelk is zeer zeldzaam in Nederland en wordt niet verwacht in het plangebied wegens de sterk bemeste grond. Ondanks gericht zoeken zijn tijdens het veldbezoek geen beschermde plantensoorten waargenomen. Conclusie Vanwege het ontbreken van geschikte habitats is het voorkomen van beschermde plantensoorten in het plangebied uit te sluiten. Er worden geen bomen gekapt. Een nadere toetsing voor houtopstanden is daarom niet nodig.

5.2.2 Zoogdieren Volgens de NDFF zijn er 18 zoogdiersoorten aangetroffen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Hiertoe behoren 5 vleermuissoorten, 5 marterachtigen en 8 overige soorten. Vleermuizen Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep strikt beschermde soorten. Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voor alle vleermuissoorten geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2021 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: Zijn er potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, zijn er sporen van aanwezigheid en is er sprake van een foerageergebied? De vleermuissoorten die volgens het NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer zijn te vinden in de onderstaande tabel. Volgens het cursusdictaat ‘Vleermuizen en planologie’, (Limpens et al 2017), kan in dit deel van het land daarnaast ook de grijze grootoorvleermuis voorkomen.

Vleermuis soort Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Grijze grootoorvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Watervleermuis

Afstand plangebied 1 km

Habitat en bescherming

5 km

Soms bebouwing, soms bomen, strikt beschermd

N.A.

Vooral bebouwing, strikt beschermd

5 km 5 km 5 km

Vaak bebouwing, strikt beschermd Vooral bomen strikt beschermd Vooral bomen, strikt beschermd

Vooral bebouwing, strikt beschermd

Het plangebied is beoordeeld op de geschiktheid als vleermuishabitat. Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. In het plangebied zijn geen bomen met geschikte stamdiameter, holtes, gaten of loshangende schors waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De bedrijfswoning en de boerderij in het plangebied zijn mogelijk geschikt als vleermuisverblijfplaats wegens de aanwezigheid van gaten in het dak van de boerderij en de kieren onder de loodslabben. De randen van de dakpannen bevatten kieren en zijn daarom geschikt als vleermuisverblijfplaats. De bedrijfswoning en de boerderij blijven behouden waardoor een eventuele vleermuishabitat aanwezig zal blijven. De stallen en opslagloods zijn niet geschikt als vleermuisverblijfplaats. Er zijn kieren aanwezig in de muren, daken en tussen de muren en daken waardoor vleermuizen naar binnen kunnen vliegen. De stallen bevatten echter geen spouw en zijn niet geïsoleerd waardoor er geen mogelijke vleermuisverblijfplaatsen aanwezig

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 19

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best zijn. De gebouwen met spouw bevatten geen stootvoegen of andere openingen waardoor er geen invliegopeningen zijn. Uitwerpselen, dode dieren of prooiresten die zouden kunnen duiden op de aanwezigheid van bewonende vleermuizen ontbreken. Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. In het plangebied zelf zijn geen lijnvormige elementen aanwezig die kunnen dienen als vliegroute voor vleermuizen. Foeragerende vleermuizen in (de omgeving van) het projectgebied zouden voor kunnen komen. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Marterachtigen Marterachtigen hebben voor hun overleving drie zaken nodig: dekking, verbinding en rustplaatsen. Deze dieren zijn vooral ’s nachts actief waardoor het fysiek aantreffen van individuen tijdens een veldbezoek zeer onwaarschijnlijk is. Bij onderzoek naar marters wordt daarom vooral gekeken naar sporen van de aanwezigheid van marters. De aanwezigheid van de marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. De marterachtigen die volgens het NDFF aanwezig kunnen zijn binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Marter soort Bunzing Das Hermelijn Steenmarter Wezel

Afstand plangebied 5 km 5 km 5 km 1 km 5 km

Bescherming Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd Beschermd

Bunzing Doordat ze niet kieskeurig zijn wat betreft hun voedsel, komen bunzings voor in vele verschillende landschapstypen. Ze komen vooral voor in bebost laagland nabij water, waaronder rivieroevers en moerassen. In de winter worden bebouwde gebieden opgezocht en is de bunzing te vinden in de buurt van boerderijen. Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn o.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte leefgebieden. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed een burcht kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld. Dassen foerageren in kort gras, omdat hier het voedsel het gemakkelijkst te vinden is.

Hermelijn De hermelijn komt in alle habitats voor, van open plekken, in bossen, houtwallen, duinen, akkers, vochtig terrein. De enige voorwaarde is dat er voldoende dekking aanwezig is. De hermelijn is zowel overdag als ‘s nachts actief en is een actief jager. Het is een karnivoor die vooral op kleine zoogdieren jaagt. De hermelijn leeft in een hol, meestal een oud mollen nest of konijnennest en verplaatst zich meestal langs lijnvormige elementen die dekking bieden zoals heggen, muurtjes en oeverlijnen. Ook maakt hij hierbij geregeld gebruik van holen van andere dieren. Een hol of gang moet een doorsnede hebben van vijf centimeter. Steenmarter De steenmarter is een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 20

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. Wezel De wezel zoekt graag dekking op, bijvoorbeeld bij bosschages, houtstapels of heggen. Ook bewonen ze vaak oude holen van muizen, ratten en konijnen die bekleed wordt met veren of haren van prooidieren. Goede schuilmogelijkheden en de aanwezigheid van voldoende geschikt voedsel zijn de enige eisen die de wezel aan zijn omgeving stelt. Leegstaande gebouwen in het plangebied zouden in theorie kunnen dienen als verblijfplaats voor marterachtigen maar door het bezemschoon zijn van de gebouwen en het opgeruimd zijn van het plangebied ontbreekt het aan schuilplaatsen voor de marterachtigen. Zodoende is het uitgesloten dat het plangebied een belangrijk onderdeel vormt van het leefgebied van marterachtigen. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van marterachtigen. Landschapselementen die het plangebied tot een geschikt leefgebied maken voor marterachtigen ontbreken geheel. De aanwezigheid van marterachtigen verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank. Tijdens het veldbezoek is gelet op sporen van aanwezigheid van voornoemde marterachtigen. Er zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op aanwezigheid van deze.

Overige beschermde soorten De overige beschermde soorten omvatten vooral knaagdieren en algemeen voorkomende soorten. Sommige van deze soorten zijn beschermd, maar een aantal van deze soorten vallen er in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Voor soorten uit deze categorie betekent dat bij ruimtelijke ontwikkeling er geen ontheffing hoeft te worden gevraagd en dat rust- of verblijfplaatsen verwijderd mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. In de onderstaande tabel zijn de overige beschermde zoogdiersoorten te vinden die volgens het NDFF zijn waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Overige soort Bever Damhert Eekhoorn Egel Edelhert Haas Konijn Rosse Woelmuis

Afstand plangebied 5 km 5 km 5 km 5 km 1 km 1 km 5 km 5 km

Bescherming Beschermd Beschermd Beschermd Vrijgesteld Beschermd Vrijgesteld Vrijgesteld Vrijgesteld

Het plangebied is door de ligging en inrichting geen essentieel onderdeel van het leefgebied de bever, damhert en edelhert. Er zijn geen eekhoornnesten waargenomen in het plangebied. Het is daardoor uit te sluiten dat het plangebied essentieel onderdeel is van de habitat van een eekhoorn. Het is zeer aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort in de planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten. Conclusie Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten wordt geen vleermuis verstoord, verwond of gedood en wordt er geen rust- of verblijfplaats beschadigd of vernield. Er is dus geen ontheffing nodig voor deze soortgroep. In de omgeving van het plangebied is en blijft voldoende geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effecten op foerageergebieden van vleermuizen.

Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 21

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best In het plangebied komen geen marterachtigen voor. Daarnaast is het uit te sluiten het plangebied onderdeel is van de essentiële leefomgeving van bevers, herten en eekhoorns. Het is mogelijke dat er een enkele individu van een vrijgestelde soort aanwezig is in het plangebied. De zorgplicht is altijd van kracht. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde zoogdieren waargenomen.

5.2.3 Vogels In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn waardoor alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van deze wet. De Wet natuurbescherming hanteert geen standaardperiode voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’. Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. De bescherming van vogels kan worden opgedeeld in 5 categorieën. Categorie 1-4 De eerste 4 categorieën betreffen vogels welke zeer honkvast broeden en (1-4) of welke zelf niet of nauwelijks in staat zijn om een eigen nest te bouwen (4). De vogelsoorten die volgens het NDFF zijn waargenomen in een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel.

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief

Afstand plangebied 5 km 1 km 1 km 5 km 1 km 1 km 5 km 1 km 5 km 1 km 5 km 1 km 1 km 1 km

Bescherming categorie* en habitat 4, boom bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, gebouw bewonend 3, gebouw bewonend 3, boom of gebouw bewonend 4, boom bewonend 2, boom bewonend 3, gebouw bewonend 4, boom bewonend 1, gebouw bewonend 4, boom bewonend

* Op de volgende categorieën gelden de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming het gehele seizoen: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. 2.Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen.

Gierzwaluw De gierzwaluw is voor zijn voortplanting bijna uitsluitend gebonden aan menselijke bewoning en daarom komt hij in de zomer veelal in grotere dorpen en steden voor. Op de planlocatie zouden de bedrijfswoning en de boerderij de enige plaatsen kunnen zijn waar een gierzwaluw zich zou kunnen nestelen als deze in een meer bebouwde omgeving zouden staan. De woning en de boerderij blijven behouden dus blijft ook deze eventuele biotoop bestaan. Uilen Steenuil en kerkuil schuwen de menselijke omgeving niet en broeden ook onder daken en op zolders van Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 22

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best huizen, loodsen en schuren, maar waarbij de aanwezigheid van geschikt foerageergebied in de directe omgeving noodzakelijk is. Nest- en rustplaatsen van steenuil en kerkuil zijn jaarrond beschermd. Binnen de stallen ontbreekt het volledig aan geschikte ingangen voor uilen om nest- of rustplaatsen te vinden. Uilen zouden de halfopen loods kunnen gebruiken als rustplaats of nestlocatie, maar hier zijn geen aanwijzingen van gevonden. Er is uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van kerkuil en steenuil zoals braakballen, krijtsporen tegen muren of rui veren, maar er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen. Huismus Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaar te liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Geschikt leefgebied van de huismus bevat een combinatie met voldoende voedsel- en schuilplaatsen. Voor het voedselaanbod is het van belang dat er voldoende ruigte en overhoekjes aanwezig zijn, waar zowel zaadplanten als voldoende insectentrekkers aanwezig zijn. Beschutting is zeer belangrijk voor de huismus ter bescherming, maar ook om vanuit te foerageren.

Daarom moeten er schuilplaatsen aanwezig zijn in de vorm van heggen en hagen, waarbij de voorkeur uitgaat naar streekeigen soorten (bijv. Haagbeuk, meidoorn en Gelderse roos). Er zijn tijdens het veldbezoek geen huismussen gezien. Het pannendak van het woonhuis en de boerderij zouden eventueel geschikt kunnen zijn voor nestelende huismussen. Hiervan zijn echter geen aanwijzingen gezien. Er zijn geen mussen gehoord of gezien tijdens het veldbezoek. De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen naar verwachting niet afnemen met het slopen van de gebouwen. Het woonhuis, de boerderij en de gecultiveerde tuinen zullen immers geschikt blijven voor de huismussen. Ooievaar, roek en grote gele kwikstaart Als carnivoor eet de ooievaar een breed scala aan dierlijke prooien, inclusief insecten, vissen, amfibieën, reptielen, kleine zoogdieren en kleine vogels. Hij pakt het meeste voedsel van de grond, tussen lage vegetatie en uit ondiep water. Het is een monogame broeder, maar vormt geen paar voor het leven. Het paar bouwt een nest bestaande uit grote takken, dat soms jaren wordt gebruikt. Het leefgebied van de roek is open akker- en weideland, afgewisseld met bomen, bosjes, bomenrijen en heggen. De vogel gedijt goed in menselijk cultuurland als hij niet wordt bejaagd. Vooral de aanwezigheid van akkers is gunstig.

Roeken hebben voorkeur voor hoge bomen, bij voorkeur niet in een bos maar een losse opstand. Het boomtype maakt niet zoveel uit. Als in het voorjaar de boomkruinen nog kaal zijn, zijn alle nesten van een roekenkolonie goed zichtbaar. In het voorjaar en 's zomers is de grote gele kwikstaart te vinden in de buurt van waterstroompjes, vooral in de bergen en heuvels. De vogel nestelt in holten in de buurt van water. 's Winters bevinden ze zich bij lagergelegen water en aan de kust. Geen van de biotopen van genoemde vogelsoorten komt echter voor in het plangebied waardoor het voorkomen van deze drie uitgesloten kan worden. Roofvogels De habitat van roofvogels bestaat, afhankelijk van de soort, uit een bos of een grote (half)open vlakte waar de vogels kunnen jagen. Daarnaast hebben ze in hun leefgebied een geschikte boom nodig waarin een nest gebouwd kan worden. In het plangebied is geen bos of open vlakte aanwezig. Daarnaast zijn er geen nesten van roofvogelsoorten aangetroffen in de bomen in en rond het plangebied. Het is dus uit te sluiten dat het plangebied onderdeel is van de habitat van een boom bewonende roofvogelsoort. De slechtvalk broedt bij voorkeur in hoge gebouwen (>4 verdiepingen). Er is voor de slechtvalk geen geschikte habitat aanwezig in het plangebied.

Categorie 5 Categorie 5- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In het algemeen geldt niet zozeer de bescherming van de nestplek zelf, maar meer de schaarste van dit type nestgelegenheid. Het betreft voornamelijk holenbroeders of vogels die een groot nest bouwen als zwarte kraai of ekster, waarvan enkele andere soorten vogels gebruik maken die niet in staat zijn om zelfstandig een nest te bouwen. (bijv. ransuil, torenvalk en boomvalk). Tijdens het Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 23

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best veldbezoek zijn uit deze categorie geen nesten in bomen in het plangebied aangetroffen. Ook zijn geen bomen met geschikte holtes aanwezig. Overige Vogelrichtlijnsoorten In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. In de tuinen is vegetatie aanwezig waarin algemene vogelrichtlijnsoorten broedgelegenheid vinden. In de voorgenomen ontwikkeling zijn er veel mogelijkheden om nieuwe groenstructuren aan te leggen waarin verschillende vogelsoorten schuil- en foerageermogelijkheden kunnen vinden. Conclusie In het plangebied zijn verschillende gebouwen aanwezig, waarvan de te behouden bebouwing mogelijk geschikt is als nestlocatie voor huismussen en gierzwaluwen. Geen van de te slopen gebouwen is geschikt als nestlocatie voor beschermde vogelsoorten. Er zijn tijdens het veldbezoek geen nesten in bomen waargenomen waarvan beschermde soorten gebruik kunnen maken. De gecultiveerde tuinen bieden wel schuil- en foerageer mogelijkheden voor kleine vogelsoorten, zoals de huismus. Indien deze vegetatie wordt verwijderd, zijn er nog voldoende schuil en foerageermogelijkheden aanwezig in de omgeving van het plangebied.

Er zullen geen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismussen, gierzwaluwen, uilen of roofvogels verloren gaan en er worden geen verbodsbepalingen uit de Wet Natuurbescherming overtreden. Een ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk. De aanwezigheid van algemene broedende vogelsoorten als vink en merel is bijna nooit uit te sluiten omdat deze soorten in struiken en onder kleine afdakjes als een uitstekende dakrand kunnen broeden. Een negatief effect op deze soorten is echter betrekkelijk eenvoudig te voorkomen door buiten het broedseizoen te werken. De planlocatie was visueel goed te onderzoeken.

5.2.4 Amfibieën, vissen, reptielen, vlinders en libellen Amfibieën, vissen en reptielen Amfibieën, reptielen en vissen zijn gedurende een groot deel van hun leven afhankelijk van waterstructuren. Vooral tijdens het voortplantingsseizoen is het erg belangrijk om waterstructuren in plangebieden te onderzoeken op de aanwezigheid reptielen en amfibieën die de waterstructuren als voortplantingslocatie gebruiken. Hierbij gaat het bij amfibieën en reptielen om een waterstructuur van maximaal 1,5 meter diep. De soorten die volgens het NDFF zijn waargenomen in een straal van 5 kilometer rond het plangebied zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Alpenwatersalamander Bastaardkikker Boomkikker Heikikker Kamsalamander Poelkikker Rugstreeppad Hazelworm Levendbarende hagedis

Afstand plangebied 5 km 5 km 5 km 5 km 5 km 5 km 5 km 5 km 5 km

Soortgroep en bescherming Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Amfibieën, beschermd Reptielen, beschermd Reptielen, beschermd

De aanwezigheid van deze beschermde soorten is uit te sluiten. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied, de ontwikkeling is landgebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast. In theorie zou het mogelijk zijn dat er in het plangebied Brabant Eco; ecologische dienstverlening

Pagina | 24

Ecologische quickscan Vleutstraat 6-6a, Best enkele algemene amfibiesoorten, zoals de bruine kikker of gewone pad in landfase voorkomen. Hoewel deze soorten beschermd zijn, worden ze niet bedreigd in hun voorkomen en staan ze vermeld als vrijgestelde soorten in de provincie Noord-Brabant. Voor het opzettelijk doden of vangen en voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen wordt vrijstelling verleend als de handeling verband houdt met ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Dit is hier van toepassing. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen. De ingreep leidt niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Vlinders en libellen Volgens de NDFF zijn er 2 libellensoorten, 4 dagvlindersoorten en 1 nachtvlindersoort waargenomen binnen een straal van 5 kilometer rond het plangebied. Deze soorten zijn te vinden in de onderstaande tabel. Soort Bosbeekjuffer Gevlekte witsnuitlibel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14626437/2