24075.4 - Regels BP C'Park Bata
Tekst van het document
C'PARK BATA Best Bestemmingsplan
1/2
DATUM KENMERK
13-12-2023 NL.IMRO.0753.CParkBata-ON01
PROJECT PROJECTLEIDER
C'Park Bata mr. S. van Bogget
OPDRACHTGEVER Gemeente Best PROJECTNUMMER 20201023 AUTEUR STATUS
2/2
ing. R. Verkooijen ontwerp
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave Regels Inleidende regels
109
Artikel 1
Begrippen
109
Artikel 2
Wijze van meten
119
Planspecifieke regels
121
Artikel 3
Plandoel
121
Artikel 4
Thema: Functietoedeling
123
Artikel 5
Thema: Bouwen
126
Artikel 6
Thema: Cultuurhistorie
127
Artikel 7
Thema: Gezoneerd industrieterrein 2
128
Artikel 8
Thema: Leiding Brandstof
129
Artikel 9
Thema: Water
131
Artikel 10
Thema: Waterstaat Waterstaatkering
132
Algemene regels
133
Artikel 11
Aanwijzen van bestemmingen
133
Artikel 12
Zorgplicht
134
Artikel 13
Antidubbeltelregel
135
Artikel 14
Algemene bouwregels
136
Artikel 15
Algemene aanduidingsregels
137
Artikel 16
Algemene afwijkingsregels
138
Overgangs en slotregels
139
Artikel 17
Overgangsrecht
139
Artikel 18
Slotregel
140
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk3
Hoofdstuk
4
REGELS
Regels Dit plan vindt zijn juridische grondslag in artikel 2.4 Crisis en herstelwet (Chw) in samenhang met artikel 7c Besluit uitvoering Chw (12e tranche). Deze regeling is bedoeld om ruimte te geven aan innovatie in het omgevingsrecht, in het bijzonder om al voor te sorteren en te experimenteren met de gedachten achter de Omgevingswet. De Omgevingswet is er echter nog niet. De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 in werking. Dit plan is daarom formeel gezien een bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening. Vanwege de experimenteerstatus is echter niet sprake van een gewoon bestemmingsplan, maar van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Via de Chwinnovatiebepaling kan van een aantal bestaande wettelijke regels worden afgeweken, om het bestemmingsplan zoveel als mogelijk op het toekomstige omgevingsplan te laten aansluiten. Van belang zijn de volgende inhoudelijke bijzonderheden: 1. de inhoudelijke reikwijdte van het omgevingsplan is breder dan een bestemmingsplan. Het omgevingsplan richt zich niet alleen op goede ruimtelijke ordening, maar ook op het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en op het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies; 2. de wettelijke planperiode bedraagt 20 jaar; 3.
het omgevingsplan kan onderwerpen regelen die normaal gesproken in gemeentelijke verordeningen, zoals de Algemeen plaatselijke verordening, worden geregeld en die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving; 4. in het omgevingsplan kan worden geregeld dat sommige activiteiten pas zijn toegestaan, als vooraf een melding aan Burgemeester en wethouders is gedaan; 5. in het omgevingsplan kunnen meer kwalitatief omschreven normen worden opgenomen, waarbij beleidsregels kunnen dienen voor nadere uitleg en interpretatie; 6. het omgevingsplan kan ook regels bevatten over het uiterlijk van bouwwerken (welstand); 7. het vooruitschuiven van onderzoek: op basis van de huidige regelgeving moet een onderzoek plaatsvinden naar alle fictieve situaties die dit plan mogelijk maakt (maximalisering van planologische mogelijkheden). De Chw biedt de mogelijkheid onderzoek door te schuiven naar de fase van vergunningverlening of zelfs handhaving. Deze bijzonderheden komen op één of andere manier terug in dit plan voor C'Park Bata.
107/143
108/143
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan 'C'Park Bata' met identificatienummer NL.IMRO.0753.CParkBataON01 Best.
van de gemeente
1.2 bestemmingsplan (met verbrede reikwijdte) de geometrisch bepaalde planobjecten op de verbeelding met de daarbij behorende regels, toelichting en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanbouw een aan een hoofdgebouw gebouwd bijgebouw dat in directe verbinding staat met het hoofdgebouw en dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.4 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aanvullend archeologisch onderzoek onderzoek verricht door of namens de gemeente, of door een dienst, bedrijf of instelling erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). 1.7 achtergevel gevel aan de achterzijde van een gebouw, tegenover de voorgevel.
1.8 achtergevelrooilijn de achterste grens van een bouwvlak, gezien van de weg waarop het hoofdgebouw is georiënteerd; indien er geen sprake is van een achterste grens van een bouwvlak dan wel geen bouwvlak is aangegeven: de denkbeeldige lijn die wordt getrokken langs de achtergevel van het hoofdgebouw zonder aanbouw en aangebouwde bijgebouwen alsmede het verlengde daarvan. 1.9 archeologisch monument gebied of terrein van zeer hoge archeologische waarde dat van rijkswege of gemeentewege is beschermd. Indien het monument door de Minister is aangewezen, is het beschermd conform de Monumentenwet 1988.
109/143
1.10 archeologische/cultuurhistorische waarde de aan een gebied toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit in het verleden. 1.11 archeologische verwachting de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten. 1.12 bebouwing eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.13
bedrijf
een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen. 1.14 bedrijfsruimte ruimte die is bedoeld voor productie en/of opslag van goederen. In het bestemmingsplan is het (gedeelte van het) gebouw waar de ruimte deel van uit maakt, normaliter bestemd met de aanduiding ‘bedrijfsdoeleinden’, ‘bedrijf’ of woorden van gelijke strekking. Een bedrijfsruimte kan in combinatie voorkomen met ondersteunende kantoorruimte die ten dienste staat van de activiteiten die in de bedrijfsruimte worden ondernomen. Zo lang de ondersteunende kantoorruimte minder dan 50% van het totale bebouwde oppervlakte beslaat (= ‘kantoorcomponent’, gemeten in m² BVO), wordt het gehele gebouw met de term ‘bedrijfsruimte’ aangeduid. 1.15 bedrijfsvloeroppervlakte de totale vloeroppervlakte van kantoren, winkels of bedrijven met inbegrip van de daartoe behorende magazijnen en overige dienstruimten. 1.16 beleidsmatig gezoneerd bedrijventerrein / gezoneerd industrieterrein 2 Dit zijn bedrijfsterreinen waar 'geen grote lawaaimakers' zijn toegestaan, die behandeld worden alsof ze gezoneerd zijn. 1.17 beperkt kwetsbare objecten onder beperkt kwetsbare objecten wordt verstaan: a.
verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen / woonschepen / woonwagens per hectare, en dienst en bedrijfswoningen van derden; b. kantoorgebouwen, voor zover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; c. hotels en restaurants, voor zover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; d. winkels, voor zover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; e. sporthallen, zwembaden en speeltuinen; f. sport en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt; g. bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet als kwetsbaar object kunnen worden aangemerkt;
110/143
h. objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn; i. objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval. 1.18 y y
bestaand bouwwerk
bij bebouwing: bebouwing die bij inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bij gebruik: gebruik zoals aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan.
1.19 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.20 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.21 beviinrichtingen bedrijven zoals bedoeld in artikel 2, lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.22 bijgebouw vrijstaand gebouw dat door zijn ligging, constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.23 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.24 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.25 bouwlaag een boven het peil gelegen en doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen binnenwerks is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder. 1.26 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.27 bouwperceelsgrens de grens van een bouwperceel. 1.28 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.
111/143
1.29 bouwwerk een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden. 1.30 bruto vloeroppervlakte (bvo) het totaal van de binnen een gebouw beschikbare vloeroppervlakte van alle verdiepingen, inclusief kelders en souterrains. 1.31 carport een overkapping in de vorm van een open constructie met minimaal 2 open wanden voor de overdekte stalling van motorvoertuigen. 1.32 commissie ruimtelijke kwaliteit de door het het bevoegd gezag gestelde commissie of aangewezen instantie, die als taak heeft het bevoegd gezag op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, over de gemeentelijke archeologieverordening en over het gemeentelijke monumentenbeleid. 1.33 cultuur en ontspanning voorzieningen ten behoeve van cultuur en ontspanning, waaronder: podiumkunsten/(openlucht)theater, toeristische attracties, creativiteitscentra. 1.34 consumentenvuurwerk vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik. 1.35 cultuurhistorische waarden de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan en door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt, zoals dat onder meer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten of wegenpatroon en/of de architectuur.
1.36 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps of bedrijfsactiviteit. Een webwinkel zonder toonbankfunctie wordt niet als detailhandel aangemerkt. 1.37 deskundige een door burgemeester en wethouders aan te wijzen onafhankelijke deskundige of commissie van deskundigen aangaande een specifiek aspect van de ruimtelijke ordening, zoals een archeologisch deskundige, erfgoeddeskundige, landschapsdeskundige, milieudeskundige en natuurdeskundige. 1.38 erfafscheiding schuttingen, muren, terrasschermen en andere gebouwde verticale afscheidingen welke al dan niet op de erfgrens zijn geplaatst ten behoeve van het aanbrengen van een scheiding tussen percelen.
112/143
1.39 erkende archeologische partij een archeologische dienst, bedrijf of instelling, erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de specificaties van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 1.40 extensief recreatief medegebruik relatief rustige vormen van recreatie, die in de open lucht plaatsvinden in gebieden waarvan de hoofdfunctie een andere is en waar niet of nauwelijks specifieke voorzieningen voor getroffen worden, zoals onder andere wandelen, fietsen, paardrijden of kanoën. 1.41
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.42 geluidsgevoelige functies (in de zin van de Wet geluidhinder) hieronder worden verstaan: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, andere gezondheidszorggebouwen dan de genoemde (t.w. verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken en medische kleuterdagverblijven), alsmede de terreinen die behoren bij de andere gezondheidszorggebouwen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg, alsmede woonwagenstandplaatsen. 1.43 geluidzoneringsplichtige inrichting een inrichting waarbij als gevolg van de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld. 1.44 groepsrisico de kans per jaar en per kilometer transportleiding dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van een transportleiding in een keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval met die transportleiding. Het groepsrisico kan worden uitgedrukt in een logaritmische grafiek, de FNcurve. Voor de toetsing van het groepsrisico geldt geen wettelijke norm, maar een oriënterende waarde.
Met het groepsrisico wordt invulling gegeven aan het idee dat niet alleen de kans op een ongeval een rol speelt bij de beoordeling van risico's (deze wordt uitgedrukt door het plaatsgebonden risico), maar ook de effecten en eventuele maatschappijontwrichtende gevolgen daarvan. 1.45 hoofdgebouw gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.46 horeca het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren en/of logies, waarbij een onderscheid gemaakt in:
113/143
ondersteunende horeca nietzelfstandige horeca, uitsluitend horecacategorie 1, horecacategorie 2 of horecacategorie 3, die is of wordt gerealiseerd binnen een andere hoofdfunctie en daar naar oppervlakte en ruimtelijke uitstraling ondergeschikt aan is, welke uitsluitend toegankelijk is via de hoofdfunctie en waarvan de openingstijden zijn aangepast aan de openingstijden van de hoofdfunctie; horeca categorie 1 een horecabedrijf, dat qua exploitatievorm aansluit bij winkelvoorzieningen en waar naast overwegend niet ter plaatse bereide kleinere etenswaren en in hoofdzaak alcoholvrije drank worden verstrekt; horeca categorie 2 een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van maaltijden of etenswaren die al dan niet ter plaatse genuttigd plegen te worden. Daaronder worden begrepen: cafetaria/snackbar, fastfood en broodjeszaken/lunchroom, konditorei, ijssalon/ijswinkel, koffie en/of theeschenkerij, afhaalcentrum, eetwinkels, restaurant; horeca categorie 3 een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht op het verstrekken van (alcoholische) dranken voor consumptie ter plaatse, alsmede het verstrekken van maaltijden of etenswaren die ter plaatse genuttigd plegen te worden, alsmede (in sommige gevallen) de gelegenheid biedt tot dansen.
Daaronder worden begrepen: café, bar, grandcafé, eetcafé, danscafé, pubs, juice en healthbar; horeca categorie 4 een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het bieden van vermaak en ontspanning (niet zijnde een recreatieve voorziening) en/of het geven van gelegenheid tot de dansbeoefening, al dan niet met levende muziek en al dan niet met de verstrekking van dranken en kleine etenswaren. Daaronder worden begrepen: discotheek/dancing, nachtcafé en een zalencentrum (met nachtvergunning); horeca categorie 5 een inrichting die geheel of in overwegende mate gericht is op het verstrekken van nachtverblijf. Daaronder worden begrepen: hotel, motel, pension en overige logiesverstrekkers. 1.47 hydrologische waarde gronden met een bijzondere betekenis voor het watersysteem van het plansysteem in verband met beekherstel, verdrogingsbestrijding, waterberging en/of waterkering. 1.48 installaties een collector voor warmteopwekking of een paneel voor elektriciteitsopwekking. 1.49 kabel een kabel is een geheel van geleiders welke voorzien is van één ommanteling en bestemd is voor transport van energie of data.
114/143
1.50 kantoorachtige ruimte ruimte in een gebouw die door zijn verschijningsvorm, indeling en inrichting voor 50% of meer van het totale oppervlak (gemeten in m² BVO) kan worden gebruikt als kantoorruimte. In de praktijk zal de ruimte veelal worden gebruikt voor R&D, laboratoriumonderzoek, testen van producten, ‘creatieve processen’ of andere vergelijkbare activiteiten. Gebruikers van een kantoorachtige ruimte behoren dan ook tot een categorie bedrijfsactiviteiten (met bijbehorende SBIcode) die zich niet bezighoudt met werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard. Het (gedeelte van het) gebouw heeft normaliter niet de bestemming ‘kantoorruimte’. 1.51
kantoorruimte
een gebouw, dan wel een ruimte in een gebouw die door zijn aard, indeling en inrichting in zijn geheel is bedoeld voor het verrichten van werkzaamheden van hoofdzakelijk administratieve aard. Er wordt in de ruimte géén stoffelijk product vervaardigd. Normaliter heeft het (gedeelte van het) gebouw de bestemming ‘kantoorruimte’. We spreken hier ook wel over ‘zelfstandige kantoren’ (dit i.t.t. ‘ondersteunende kantoorruimte’). 1.52 kleinschalige bedrijvigheid het verlenen van dienst of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door middel van handwerk, waarvan de omvang in een woning met bijbehorende gebouwen past en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate blijft behouden. Hieronder wordt mede begrepen consumentenverzorging. 1.53 kunstwerken bouwwerken, geen gebouwen zijnde van weg en waterbouwkundige aard, zoals bruggen, viaducten, duikers, keerwanden, beschoeiingen, kademuren en dergelijke. 1.54 kwetsbare objecten onder kwetsbare objecten wordt verstaan: a. woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde beperkt kwetsbare objecten; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: c. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; d. scholen; e. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; f.
gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: g. kantoorgebouwen en hotels met een brutovloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 per object; h. complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk brutovloeroppervlak meer dan 1.000 m2 bedraagt en winkels met een totaal brutovloeroppervlak van meer dan 2.000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; i. kampeer en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen.
115/143
1.55 leisure recreatieve voorzieningen, niet zijnde detailhandel, op het gebied van sport, wellness en amusement, inclusief een ondersteunende en ondergeschikte horecafunctie; hieronder worden in elk geval begrepen: a. voorzieningen voor een fitnesscentrum, sauna of zonnestudio en een snooker en biljartcentrum; b. voorziening voor lasergames en virtual reality. 1.56 maatschappelijke voorzieningen educatieve, (para)medische, sociaalculturele, levensbeschouwelijke, religieuze, onderwijsvoorzieningen, sportvoorzieningen, recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsmede ondergeschikte detailhandel en horeca in combinatie met en ten dienste van deze voorzieningen. 1.57 monument onroerende zaak, die van algemeen belang is op basis van de volgende criteria: a. architectuurhistorische waarde; en/of b. landschappelijke en/of historisch ruimtelijke waarde; en/of c. cultuurhistorische waarde; en/of d. zeldzaamheidswaarde e. gebied of terrein met behoudenswaardige informatie van cultuurhistorische, archeologische of landschappelijke aard.
1.58 natuurwaarden waarden in verband met de aanwezigheid van bijzondere planten, dieren en leefgemeenschappen in onderlinge samenhang en in samenhang met hun leefomgeving (biotoop) en welke verband houden met zaken als verscheidenheid/zeldzaamheid, natuurlijkheid/ongestoordheid en kenmerkendheid voor het gebied. 1.59 nota Parkeernormen de gemeentelijke Nota Parkeernormen 2022 zoals vastgesteld op 13 december 2021. 1.60 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling, apparatuur voor telecommunicatie, voorzieningen ten behoeve van het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.61 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil. 1.62 oorspronkelijke achtergevel van hoofdgebouw de achtergevel van het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd.
116/143
1.63 oorspronkelijk hoofdgebouw het hoofdgebouw zoals dat ten tijde van de afronding van de bouwwerkzaamheden, overeenkomstig de voor het hoofdgebouw verleende vergunning, is opgeleverd. 1.64 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport. 1.65
parkeervoorzieningen
elke al dan niet overdekte stallingsgelegenheid ten behoeve van al dan niet gemotoriseerd verkeer. 1.66 peil y voor gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst; de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang. y in andere gevallen en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.67 plaatsgebonden risico risico op een plaats, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor dit risico geldt een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. 1.68 productiegebonden detailhandel detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie. 1.69 prostitutie het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding. 1.70 risicovolle inrichting een inrichting, waarbij ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, richtwaarde van het risico dan wel risicoafstand moet worden aangehouden bij de in het bestemmingsplan toegelaten kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten.
1.71 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotischpornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub, of een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.72 stedenbouwkundige kwaliteit de aan een gebied toegekende waarde in verband met stedenbouwkundige elementen, zoals situatie en infrastructuur alsmede de ligging van bouwwerken in dat gebied.
117/143
1.73 straatmeubilair openbare voorzieningen van geringe afmetingen, zoals banken, bloem en plantenbakken, gedenktekens, speeltoestellen, straatverlichting, wegbebakening en bewijzering en andere, hiermee gelijk te stellen bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.74 voorgevel de gevel van de voorzijde van een gebouw. 1.75
voorgevelrooilijn
de denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel (de meest gezichtsbepalende gevel) van het hoofdgebouw wordt getrokken tot aan de zijdelingse perceelsgrenzen. 1.76 voorzieningen van algemeen nut voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer. 1.77 vrijstaand bijgebouw een bijgebouw dat niet aan het hoofdgebouw verbonden is. 1.78 water en waterhuishoudkundige voorzieningen al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voor voorzieningen, die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten en dergelijke. 1.79 webwinkel een specifieke vorm van detailhandel zonder uitstalling, verkoop en levering van goederen ter plaatse, waarbij de goederen via internet worden aangeboden en overwegend per post worden geleverd. 1.80 zijerf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn aan de zijkant(en) van dat hoofdgebouw tussen de denkbeeldige lijnen in het verlengde van de voor en achtergevelrooilijn
118/143
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 De dakhelling Langs het dakvlak gemeten ten opzichte van het horizontale vlak. 2.2 De goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.3 De inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.4 De bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.5 De oppervlakte van een bouwwerk Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.6 De afstand tot de bestemmingsgrens De kortste afstand van het buitenwerkse gevelvlak van een gebouw tot de bestemmingsgrens. 2.7 De afstand tot de bouwperceelsgrens Tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.8 Het bebouwd oppervlak van een bouwperceel De oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen.
2.9 Ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk Vanaf het bouwkundig peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend. 2.10 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, liftschachten, gevel en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw en/of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 meter bedraagt.
119/143
120/143
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Planspecifieke regels
Plandoel
1. Het omgevingsplan is met het oog op duurzame ontwikkeling gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van de in dit plan beoogde functies. 2. De doelstelling van het omgevingsplan is ter plaatse van het plangebied realiseren en het beheren van een multifunctioneel gebied met functies gericht op het concept "Work, Stay, Enjoy". Dit concept is een combinatie van elkaar aanvullende, elkaar versterkende en aan elkaars functioneren bijdragende functies. Het concept en het geheel van aanwezige functies draagt bij aan de ontwikkeling van een gecombineerd werk, leisure en verblijfsmilieu met gefaciliteerde ruimten waar je goed kunt werken, elkaar kunt ontmoeten voor samenwerking en kruisbestuiving én kunt verblijven. 3. De functies in het plangebied dienen afzonderlijk en cumulatief inpasbaar te zijn in de omgeving, gelet op de in lid 1 onder a genoemde doelstelling. Hieraan wordt voor wat betreft de in artikellid 4.2 genoemde aspecten in ieder geval voldaan indien de in of vanwege genoemd artikellid genoemde regels worden nageleefd. 4.
Onder het deelconcept "Work" wordt verstaan een combinatie van aantoonbaar samenhangende, elkaar aanvullende of ondersteunende activiteiten gericht op werken. Activiteiten betreffen onder andere: a. werken in bedrijven of bedrijfsruimte tot en met milieucategorie 3.2 uit de Staat van bedrijfsactiviteiten 'standaard' of daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bedrijven; b. een specifiek bedrijf of bedrijfsruimte met SBIcode 5152.2/.3 die valt onder milieucategorie 3.2; c. werken in bedrijven of bedrijfsruimte tot en met milieucategorie 3.1 uit de Staat van bedrijfsactiviteiten 'standaard' of daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bedrijven; d. kantoorachtige ruimten; e. kantoorruimte; f. detailhandel in niet dagelijkse goederen en productiegebonden detailhandel. 5. Onder het deelconcept "Stay" wordt verstaan een combinatie van aantoonbaar samenhangende, elkaar aanvullende of ondersteunende activiteiten gericht op verblijven. Activiteiten betreffen onder andere: a. ontmoetings, bijeenkomst, en vergaderruimten; b. horeca en ondersteunende horeca in de categorieën 1 tot en met 2. 6. Onder het deelconcept "Enjoy" wordt verstaan een combinatie van aantoonbaar samenhangende, elkaar aanvullende of ondersteunende activiteiten gericht op cultuur en ontspanning. Activiteiten betreffen onder andere: a.
leisure en recreatieve voorzieningen op het gebied van sport, spel en ontspanning; b. maatschappelijke voorzieningen op het gebied van educatie en sociaalculturele voorzieningen.
121/143
7. Burgemeester en wethouders kunnen beleidsregels vaststellen waarin de in de leden 4, 5 en 6 genoemde concepten en de samenhang tussen de concepten nader worden omschreven, ten behoeve van de bevoegdheden tot vergunningverlening, het stellen van maatwerkregels en het uitoefenen van handhaving en toezicht.
122/143
Artikel 4
Thema: Functietoedeling
4.1 Toegelaten functies 1. In het plangebied zijn toegestaan: a. alle functies passend binnen het concept "Work, Stay, Enjoy" en de wisselwerking tussen deze functies zoals bedoeld in artikel 3, met dien verstande dat: y de genoemde activiteiten onder artikel 3 lid 4 sub a alleen zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' op de verbeelding; y de genoemde activiteiten onder artikel 3 lid 4 sub d tot en met g, artikel 3 lid 5 en artikel 3 lid 6 sub b alleen zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd functiemenging' op de verbeelding met uitzondering van de bestaande sportschool die is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' op de verbeelding. b. voor water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding; c. wegen en bijbehorende voorzieningen ten behoeve van de ontsluiting van het plangebied; d. parkeervoorzieningen; e. groenvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. reclameuitingen h. laad en losvoorzieningen. 2. Om geen onevenwichtige verdeling van functies binnen de concepten te laten ontstaan gelden de volgende minima en maxima: a. minimaal 60% van alle toegelaten functies bestaan uit bedrijven, bedrijfsruimten en kantoorachtige ruimten; b.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd functiemenging' bestaat maximaal 40% van alle toegelaten functies uit de genoemde activiteiten onder artikel 3 lid 4 sub d tot en met g, artikel 3 lid 5 en artikel 3 lid 6 sub b; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd functiemenging' mag iedere zelfstandige functie, met uitzondering van bedrijven, bedrijfsruimten en kantoorachtige ruimten, niet groter zijn dan 50% van de toegelaten functies binnen deze aanduiding; d. detailhandel in niet dagelijkse goederen: maximaal 900 m² bvo; e. ondersteunende horeca en horeca in de categoriëen 1 tot en met 2 tot een maximale oppervlakte van 1.000 m² bvo. f. een maximale oppervlakte van 750 m² bvo per kantoorruimte waarbij het totale oppervlakte aan kantoorruimte niet bedraagt dan 7.500 m² bvo; g. ontmoetings, bijeenkomst, en vergaderruimten: maximaal 1.000 m² bvo. 3. voldoende parkeren a. voorzien wordt in voldoende parkeergelegenheid voor personenvoertuigen en fietsen binnen het plangebied, overeenkomstig de normen in de beleidsregels in de 'Nota parkeernormen 2022' en de landelijke kencijfers van het CROW (Leidraad Fietsparkeren, publicatie 2019); b. als de onder a. genoemde beleidsregels of leidraad worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden;
123/143
c. ter voorkoming van overlast voor de omgeving wordt voorzien in een ruimtereservering voor parkeerplaatsen. De ruimtereservering omvat het aantal parkeerplaatsen dat blijkt uit een verschilberekening tussen de parkeerbehoefte op basis van de gemeentelijke parkeernormen voor een bedrijfsverzamelgebouw en de feitelijke parkeerbehoefte; d. burgemeester en wethouders kunnen één of meer bepalingen van de nota zoals bedoeld onder a. buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing – gelet op het belang waarvoor deze nota tot stand is gebracht – leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Een en ander dient in een collegebesluit vastgelegd te zijn. 4. verantwoorde verkeersafwikkeling a. er dient sprake te zijn van een verantwoorde verkeersafwikkeling waarbij er sprake is van een inspanningsverplichting voor de beheerentiteit om gebruik van fiets en openbaar vervoer te stimuleren. 4.2 Omgevingsvergunningplicht Er kan een omgevingsvergunning voor afwijken worden verleend voor: 1. horeca a.
in afwijking van het bepaalde onder 4.1 lid 2, sub e, zijn ondersteunende horeca en extra horecavestigingen toegestaan indien: y de maximale oppervlakte per vestiging niet groter is dan 500 m² bvo; y de behoefte is aangetoond; y is aangetoond dat er geen duurzame ontwrichting en leegstand van het voorzieningenniveau in andere gebieden van Best ontstaat y er voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in artikel 4.1 lid 2 en 3; y er voldaan wordt aan de richtafstanden voor gemengd gebied uit de VNG brochure Bedrijven en milieuzonering (2009). 2. kantoorruimte a. in afwijking van het bepaalde onder 4.1 lid 2, sub f zijn kantoorruimten groter dan 750 m² bvo toegestaan indien: y de behoefte is aangetoond; y is aangetoond dat er geen duurzame ontwrichting en leegstand van het voorzieningenniveau in andere gebieden van Best ontstaat; y er regionale instemming is verleend; y er voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in artikel 4.1 lid 2 en 3; y er voldaan wordt aan de richtafstanden voor gemengd gebied uit de VNG brochure Bedrijven en milieuzonering (2009). 3. ontmoetings, bijeenkomst, en vergaderruimten a.
In afwijking van het bepaalde onder 4.1 lid 2, sub g zijn ontmoetings, bijeenkomst, en vergaderruimten is meer dan 1.000 m² bvo toegestaan indien: y de behoefte is aangetoond; y is aangetoond dat er geen duurzame ontwrichting en leegstand van het voorzieningenniveau in andere
124/143
y y
gebieden van Best ontstaat er voldaan wordt aan de voorwaarden opgenomen in artikel 4.1 lid 2 en 3; er voldaan wordt aan de richtafstanden voor gemengd gebied uit de VNG brochure Bedrijven en milieuzonering (2009).
4.3 Niet toegestaan Onder gebruik in strijd met het bestemmingsplan zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt in ieder geval verstaan: y het gebruik voor functies en activeiten die niet passend zijn binnen het in artikel 3 beschreven plandoel; y het gebruik voor functies en activiteiten waarbij niet wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 4; y horeca in de vorm van fastfoodketens of nachthoreca; y kantoren, kantoorruimte of kantoorachtige ruimten met baliefuncties; y maatschappelijke voorzieningen op het gebied van religieuze of paramedische functies; y maatschappelijke dienstverlening met grote patiënten c.q. publieksaantrekkende werking, zoals gezondheidscentrum, huisartsen of tandartsenpraktijk, psychiatrische instelling of ouderenzorg; y bedrijfsmatige diensten en/of het uitvoeren c.q.
verrichten van bedrijfsmatige handelingen overwegend gericht aan consumenten met een rechtstreeks contact met het publiek; y functies met een grootschalige publieksaantrekkende werking qua bezoekersaantallen en verkeer; y tennis, squash of padelcentra; y een indoorspeelspeeltuin; y nietzelfredzame doelgroepen zoals een kinderdagverblijf, peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang of dagbesteding voor dementerenden; y voorzieningen voor sauna, spa of welness; y voorzieningen voor een schouwburg, theater of bioscoop; y het gebruik ten behoeve van wonen, bewoning of short stay; y het gebruik ten behoeve van een sexinrichting; y geluidszoneringsplichtige inrichtingen; y BEVIinrichtingen; y geluidsgevoelige functies.
125/143
Artikel 5
Thema: Bouwen
5.1 Toegelaten bebouwing In het plangebied zijn toegestaan: a. alle bestaande bebouwing (bouwwerken); b. nieuwe bebouwing (bouwwerken) ten behoeve van de in artikel 4 genoemde functies. 5.2 Beperkingen aan bebouwing Voor de in lid 5.1 toegelaten bebouwing gelden de volgende beperkingen: a. bebouwing mag alleen worden gebouwd binnen het bouwvlak; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven; c. bebouwing dient ten minste 5 meter uit de perceelsgrens te worden gebouwd; d. indien bebouwing op een bouwperceel niet aaneen worden gebouwd, geldt een onderlinge afstand van ten minste 3 meter. 5.3 Randvoorwaarden aan bebouwing a. Het bouwen van nieuwe bebouwing volgens het bepaalde in 65.1 is uitsluitend toegestaan onder de voorwaarde dat aangetoond is dat de bodem geschikt is voor de beoogde functie, met dien verstande dat: 1. een verkennend bodemonderzoek (conform NEN5707 en NEN5740) wordt uitgevoerd; 2. een waterbodemonderzoek (conform NEN5720) wordt uitgevoerd; 3. indien uit de onderzoeken zoals bedoeld onder sub a blijkt dat de bodemkwaliteit ongeschikt is voor de boogde functie, dan dient de bodemkwaliteit geschikt gemaakt te worden alvorens de omgevingsvergunning voor bebouwing wordt verleend.
Dit is pas het geval wanneer het bevoegd gezag hierover uitsluitsel heeft gegeven middels een beschikking/goedkeuring ten aanzien van de uitgevoerde bodemsanering. b. Bij het bouwen van bebouwing worden de planregels uit de artikelen 6, 7, 8, 9, 10 en 15 in acht genomen.
126/143
Artikel 6
Thema: Cultuurhistorie
6.1 Algemeen De gronden zijn mede bestemd voor het behoud, het herstel en de versterking van het historische en ruimtelijk karakter, waarbij de instandhouding van de karakteristieke hoofdvorm van gebouwen en de cultuurhistorische waarde van het beschermd dorpsgezicht Batadorp worden nagestreefd. 6.2 Bouwen a. voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende functies dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een cultuurhistorisch onderzoek te overleggen waaruit blijkt dat de cultuurhistorische waarden niet worden verstoord of vernietigd. b. alvorens het bevoegd gezag beslist over de aanvraag om omgevingsvergunning wint zij schriftelijk advies in bij de Monumentencommissie c.q. Commissie Ruimtelijke Kwaliteit omtrent de vraag of het verlenen van een omgevingsvergunning bijdraagt aan het behoud, het versterken of ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. Hierbij wordt mede betrokken of de kosten van waardedaling en renovatie in verhouding staan met de bouwkundige en/of gebruikstechnische staat van het gebouw. 6.3 Slopen Het is verboden een oorspronkelijk hoofdgebouw (gebouw 11, 21 en 31), dan wel de direct aan een hoofdgebouw verbonden oorspronkelijke bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in de vorm van dakoverstekken, luifels en bankjes, te slopen.
127/143
Artikel 7
Thema: Gezoneerd industrieterrein 2
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'gezoneerd industrieterrein 2' zijn bedrijven uitsluitend toegestaan voor zover zij voldoen aan het zonebeheerplan (vastgesteld op 20 december 2011 of een latere geactualiseerde versie).
128/143
Artikel 8
Thema: Leiding Brandstof
8.1 Algemeen De voor 'Leiding Brandstof' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar voorkomende functies mede bestemd voor een brandstoftransportleiding. 8.2 Bouwen Op en in de voor Leiding Brandstof bestemde gronden gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 8.1 genoemde functie uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functies mag met inachtneming van de voor de betrokken functies geldende (bouw)regels uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 8.3 Omgevingsvergunningplicht voor bouwen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2 en toestaan dat overeenkomstig de andere functies van deze gronden wordt gebouwd, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. het behoud van een veilige ligging en continuïteit van de leiding dient te zijn gewaarborgd; b. het bevoegd gezag dient vooraf schriftelijk advies in te winnen bij de betreffende leidingbeheerder.
8.4 Specifieke gebruiksregel De plaatsgebonden risicocontour van de leidingen is gelegen binnen de voor 'Leiding Brandstof' aangewezen gronden. 8.5 Omgevingsvergunningplicht voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.5.1 Verboden Het is verboden op of in de gronden met de functie 'Leiding Brandstof' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, aan te leggen of de volgende werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
129/143
8.5.2 Uitzonderingen Het verbod van lid 8.5.1 is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de functie betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan. 8.5.3 Toelaatbaarheid a. de werken en werkzaamheden, zoals in lid 8.5.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien het leidingbelang daardoor niet onevenredig wordt geschaad; b. In het kader van de beoordeling van een verzoek om omgevingsvergunning vraagt het bevoegd gezag advies aan de leidingbeheerder omtrent het bepaalde in sub a en de eventueel aan de omgevingsvergunning te stellen voorwaarden.
130/143
Artikel 9
Thema: Water
a. Bij de aanleg van nieuw verhard oppervlak of bij vervanging van bestaand verhard oppervlak dient voldoende waterberging (hydrologisch neutraal) te worden gerealiseerd conform het gemeentelijk beleid, het waterschapsbeleid en de Waterschapsverordening; b. Als het onder lid a bedoelde beleid of verordening worden gewijzigd, wordt met die wijziging rekening gehouden.
131/143
Artikel 10
Thema: Waterstaat Waterstaatkering
10.1 Algemeen De voor 'Waterstaat Waterstaatkering' aangewezen gronden zijn behalve voor de andere aldaar voorkomende functies mede bestemd voor de waterkering. 10.2 Bouwen Op en in de voor 'Waterstaat Waterstaatkering' bestemde gronden gelden de volgende regels: a. op de gronden mogen ten behoeve van de in lid 10.1 genoemde functie uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; c. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende functies mag met inachtneming van de voor de betrokken functies geldende (bouw)regels uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 10.3 Omgevingsvergunningplicht Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 10.2 onder c, indien de bij de betrokken functie behorende bouwregels in acht worden genomen en het waterkeringsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.
10.4 Advies Alvorens omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in lid 10.3 te beslissen, vraagt het bevoegd gezag advies aan de waterbeheerder omtrent het in lid 10.3 bepaalde en over eventueel aan de omgevingsvergunning te stellen voorwaarden.
132/143
Hoofdstuk 3 Artikel 11
Algemene regels
Aanwijzen van bestemmingen
De in dit plan opgenomen regels worden gelijkgesteld aan bestemmingen en regels, zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
133/143
Artikel 12
Zorgplicht
1. Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving en de in Artikel 3 opgenomen plandoelen, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen, b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken, c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. 2. Aan de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval voldaan, voor zover er in dit plan, of in bijbehorende beleidsregels, specifieke regels zijn gesteld en die regels worden nageleefd.
134/143
Artikel 13
Antidubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
135/143
Artikel 14
Algemene bouwregels
14.1 Overschrijding bouwgrenzen De bouwgrenzen mogen in afwijking van aanduidingen, aanduidingsgrenzen en regels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 1 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 1 m bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1 m bedraagt.
136/143
Artikel 15
15.1
Algemene aanduidingsregels
Veiligheidszone externe veiligheid vuurwerkopslag
15.1.1 Bouwen en gebruiken Voor zover de gronden zijn gelegen binnen de aanduiding 'veiligheidszone externe veiligheid vuurwerk', mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten als bedoeld in het Bevi (Besluit externe veiligheid inrichtingen Stb. 2004, 250) worden opgericht. 15.1.2 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de aanduiding 'veiligheidszone externe veiligheid vuurwerk' van de verbeelding te verwijderen, indien: a. het bedrijf waarop de veiligheidszone betrekking heeft is verplaatst of is gesaneerd; b. het bronpunt is verplaatst of de opslag van gevaarlijke stoffen ter plaatse is opgeheven. 15.2 Vrijwaringszone Vaarweg Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone vaarweg' geldt het volgende: a. binnen de gronden met de aanduiding 'vrijwaringszone vaarweg' zijn geen nieuwe bouwwerken toegestaan die voor het functioneren van de vaarweg een belemmering vormen, die onderhoud aan de vaarweg belemmeren en de veiligheid van de vaarweg aantasten; b. de omgevingsvergunning kan alleen verleend worden na een verklaring van geen bezwaar van de vaarwegbeheerder.
137/143
Artikel 16
Algemene afwijkingsregels
16.1 Maten en bouwgrenzen Tenzij op grond van hoofdstuk 3 reeds afwijking mogelijk is, kan bij een omgevingsvergunning worden afgeweken van de regels voor: a. afwijkingen van maten (waaronder percentages) en aantallen met ten hoogste 10%; b. overschrijding van bouwgrenzen voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen ten hoogste 3 m bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de in Artikel 4 gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
138/143
Hoofdstuk 4 Artikel 17
Overgangs en slotregels
Overgangsrecht
17.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; c. dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 17.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b.
het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
139/143
Artikel 18
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: 'Regels van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte 'C'Park Bata'.
140/143