CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24073.4 - RIB Ontwikkelstrategie Zuidoost Brabant

Raadsvergadering 16 september 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24073 - Ontwikkelstrategie Zuidoost Brabant2.360 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afdeling Regie en Ontwikkeling Ruimte Dorpsplein 2 Postbus 50

Raadsinformatiebrief

5680 AB Best

Tel.: 14 0499 Fax: 0499 - 360232 info@gemeentebest.nl www.gemeentebest.nl IBAN: NL 08 BNGH 028.50.01.051 Btw nr:NL001902623.B02 KvK nr: 17273055

Aan de leden van de gemeenteraad

Uw Brief van Uw kenmerk Datum Verzonden

17-07-2023 18-07-2023

Onderwerp

Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant

Ons kenmerk Behandeld door Telefoonnummer

PU23-01851 Mark Timmermans 14 0499

Beste raadsleden, Op de Omgevingsdag1 van 13 juli is ingestemd met het afsprakenkader van de Ontwikkelstrategie ZuidoostBrabant. Met deze brief informeren we u over de Ontwikkelstrategie in relatie tot andere ruimtelijke trajecten in onze regio. Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant De ontwikkelstrategie is een ruimtelijke strategie met richtinggevende keuzes op gebied van wonen, werken en mobiliteit in onze regio en hangt nauw samen met andere regionale en provinciale beleidsdocumenten. • Aanleiding De snelle groei van onze regio vraagt om nu strategische keuzes te maken op het gebied van (onder andere) wonen, werken en mobiliteit voor de periode 2030-2040. Deze keuzes moeten er mede voor gaan zorgen dat de hele regio profiteert van de kansen die de groei met zich mee brengt. In dit verband verwijzen we naar de op 6 februari 2023 in uw raad aangenomen motie ‘Zienswijze samenwerkingsakkoord MRE 20232026’ over de lokale betekenis van de regionale schaalsprong. Met het MIRT2-onderzoek Brainport 2020 en het Verstedelijkingsakkoord uit 2022 is er al een strategie voor het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE). Met de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant is deze nu aangevuld tot een strategie voor de gehele regio.

• Proces De ontwikkelstrategie is tot stand gekomen na een intensief ontwerpproces met betrokkenheid van de eenentwintig gemeenten binnen de Metropoolregio Eindhoven, de waterschappen De Dommel en Aa en Maas en de provincie Noord-Brabant. Tijdens de Metropoolconferentie van 22 maart 2023 zijn raadsleden meegenomen in de achtergrond van de strategie en de opgaven. Op 13 juli is bestuurlijk ingestemd met het afsprakenkader van de ontwikkelstrategie, waarbij het nog te installeren nieuwe college van gedeputeerde staten dit besluit formeel nog moet bekrachtigen. 1

Halfjaarlijkse bestuurlijk overleg over ruimtelijke aangelegenheden met dagelijks bestuursleden van de provincie en de eenentwintig gemeenten en twee waterschappen De Dommel en Aa en Maas in Zuidoost-Brabant. 2 Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport waarmee het Rijk afspraken maakt met regio’s over financiering van infrastructuurmaatregelen (de landelijke MIRT-cyclus is jaarlijks). Bijlage:

Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant

*PU23-01851* Pagina 1 van 6

• Inhoud De regionale ontwikkelstrategie zorgt voor een gezamenlijke koers voor de ruimtelijke schaalsprong. Het document bevat richtinggevende keuzes en ontwerpprincipes gericht op de regio als één ecosysteem. Het is geen ‘eindbeeld’ of structuurkaart met ontwikkellocaties. De ontwikkelstrategie bevat richtinggevende keuzes ten aanzien van vijf ontwikkelprincipes: 1. Bodem, water, natuur en landschap als leidend principe; 2. Woningbouw als hefboom voor vitale kernen en dorpen; 3. Subregionale knopen vergroten de netwerkkracht van de regio; 4. Een internationale toppositie voor Brainport vraagt om een kwalitatieve agenda voor werklocaties; 5. (Hoogwaardig) openbaar vervoer en fiets als mobiliteitsdragers; auto-infrastructuur is aanvullend. In hoofdstuk 5 van de Ontwikkelstrategie zijn de vijf ontwikkelprincipes nader omschreven (zie bijlage). • Bestse inbreng Onze stevige inhoudelijke en tekstuele kanttekeningen op het eindconcept zijn grotendeels naar tevredenheid verwerkt. Deze richten zich in hoofdzaak op een explicietere vertaling van het Verstedelijkingsakkoord met voor Best de regionale uitleglocatie Aarlesche Erven en schaalsprong van het stationsgebied met de daaraan gekoppelde mobiliteitsopgaven. Daarop heeft ons college op 11 juli ingestemd met het afsprakenkader, inclusief de richtinggevende keuzes bij de vijf ontwikkelprincipes en de opgenomen afspraken. Dit, a.

met uitzondering van het uitgangspunt We moeten ons ervan bewust zijn dat er op dit moment geen zicht

is op extra Rijksmiddelen en zullen daarom vooral inzetten op de eigen kracht van de regio en eigen investerend vermogen; b. met benadrukking van het regionale belang van opschaling van stationsgebied Best voor de verstedelijkingsopgave en mobiliteitstransitie (onder meer realisatie van en aanhaking op de Brainportlijn, hubs A2 en A58, slowlane en doorfietsroutes F2 en F58); c. ervan uitgaande dat bij de uitwerking van de drie mogelijke extra regionale OV-knopen de mobiliteitseffecten van deze knopen worden doorgerekend op de gevolgen voor (het mobiliteitssysteem van) Stedelijk Gebied Eindhoven en daarmee Best. Ad a. Zonder aanvullende (rijks)financiering zijn de vereiste mobiliteitsopgaven voor de extra schaalsprong ten opzichte van Bestuurlijk Overleg MIRT 2020-afspraken onhaalbaar. Daarom is het onverstandig om dit zo stellig te verwoorden. Tijdens de Omgevingsdag is dan ook besloten om deze passage weg te laten. Ad b. Met het Verstedelijkingsakkoord SGE staat Best aan de lat om de majeure bouwlocatie Aarlesche Erven toekomstbestendig af te ronden en het stationsgebied te ontwikkelen (schaalsprong verstedelijking en mobiliteit). Dit zijn regionale opgaven.

Daarbij is de vereiste mobiliteitstransitie een stevig onderdeel van de afspraken: onder meer stimuleren (snel)fietsen, investeren in openbaar vervoer (Brainportlijn en metrofrequentie trein), mobiliteitshubs en gedragsverandering van autogebruik (met werkgeversbenadering). Ter uitvoering van deze regionale opgave is in het Verstedelijkingsakkoord het volgende afgesproken: Best en

Eindhoven verkennen samen met de Provincie de potentie van het station Best in het regionale mobiliteitsnetwerk van HOV, Brainportlijn en hubs. Daarnaast is in Best met het stationsgebied in verbinding met het centrum potentie voor ca. 1.000 woningen in een gemengd centrummilieu. De combinatie van uitstekende bereikbaarheidskansen en het maken van een stedelijke knoop past hier bij Best als ‘dorp van formaat’. Op basis van de verkenning worden afspraken gemaakt over de ontwikkelrichting en eerste stappen. Er lopen verkennende (bestuurlijke en ambtelijke) gesprekken over de uitvoering van deze afspraak. Ad c. Bij richtinggevende keuzes worden in aanvulling op het Verstedelijkingsakkoord drie mogelijke regionale mobiliteitsknopen benoemd (hub en/of hoogwaardig openbaar vervoersknooppunt Eersel; treinstation Deurne en treinstation Maarheeze). De mobiliteitseffecten van deze knopen zijn nog niet doorgerekend. Dit raakt (het mobiliteitssysteem van) het SGE, maar wellicht ook bovenliggende schaalniveaus (spoor). Nadere uitwerking is daarom nodig in afstemming met het SGE. Dit punt is tijdens de Omgevingsdag met een amendement verankerd. Bijlage:

Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant

*PU23-01851* Pagina 2 van 6

Door de voorzitter van het SGE-portefeuillehoudersoverleg Ruimte is tijdens de Omgevingsdag namens de negen gemeenten aanvullend aandacht gevraagd voor (de bekostiging van) de mobiliteitsopgaven, de problematiek van netcongestie en de positionering van de gemeenteraden in het vervolgproces en de monitoring (“hoe gaan we samen de doelen bereiken”). • Status De ontwikkelstrategie heeft de status van een beleidsvoornemen en daarmee geen bindende juridische status. Lokale vertaling heeft plaats met juridisch-planologische instrumenten, zoals de reguliere actualisatie van de omgevingsvisie en het omgevingsplan (onder meer voor het stationsgebied). Besluitvorming daarover is aan de gemeenteraden. • Vervolg De ontwikkelstrategie krijgt een vertaalslag op verschillende thema’s. Deels is dit al ingezet, zoals met het uitwerken van mobiliteitspakketten (onder regie van het regionale portefeuillehoudersoverleg mobiliteit) en het opstellen van de regionale visie en programmering werklocaties (via het regionale portefeuillehoudersoverleg economie). Op het vlak van ruimte en wonen is het van belang dat naast de programmeringsafspraken in de Woondeal tot 2030, ook voor de langere termijn (tot 2040) de ontwikkelstrategie wordt uitgewerkt in concrete keuzes voor woningbouwlocaties en fasering.

Denk hierbij aan het met ontwerpend onderzoek uitwerken van een dorpenstrategie, de drie mogelijke extra regionale mobiliteitsknopen in Eersel, Deurne en Maarheeze en de ‘zachte’ woningbouwplannen. Het vervolg vraagt om regionale en subregionale samenwerking, afstemming en betrokkenheid van de gemeentebesturen. In de komende periode worden de gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van de waterschappen nader betrokken in het vervolgproces. Zo staat op 27 september 2023 een extra Metropoolconferentie gepland om u bij te praten.

Relatie met andere ruimtelijke trajecten De ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant is onderdeel van een samenhangend geheel van beleidsdocumenten. Deze samenhang wordt in dit schema geschetst en onderstaand toegelicht:

Bijlage:

Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant

*PU23-01851* Pagina 3 van 6

Novex Stedelijk Brabant Rijk, provincie Noord-Brabant en de vier regio’s hebben samengewerkt om te komen tot een verstedelijkingsstrategie en ontwikkelperspectief voor verstedelijking van het stedelijke gebied in onze provincie. De hierin gebruikte ontwikkelprincipes zijn in lijn met de uitkomsten van de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant: 1. Bodem en watersysteem als basis voor de verstedelijking 2. Landschap en natuur groeien mee met verstedelijking 3. Nieuwe woningen versterken bestaande steden en dorpen 4. Mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp 5. Kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor circulaire economie In mei hebben de colleges van de SGE-gemeenten ingestemd met het Ontwikkelperspectief Novex Stedelijk Brabant, met uitzondering van Best. Dit, omdat de transformatie van het Bestse stationsgebied als regionale verstedelijkings- en mobiliteitsopgave in het stuk in onze optiek onderbelicht is. Na de Omgevingsdag wordt een samenvatting van de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant toegevoegd aan het ontwikkelperspectief Novex Stedelijk Brabant. Ervan uitgaande dat ons stationsgebied daarmee wel voldoende aandacht krijgt, kan alsnog met het (aangepaste) document worden ingestemd. Dit kan dan tegelijk met de overige twaalf regiogemeenten.

Die gemeenten zijn later meegenomen in het proces en besluiten (evenals het nieuwe provinciebestuur) in september over het ontwikkelperspectief. De planning is dat de bestuurlijke stuurgroep Novex Stedelijk Brabant in oktober 2023 gezamenlijk instemt, waarmee het Ontwikkelperspectief definitief wordt. Verstedelijkingsakkoord SGE In 2020 is het MIRT-onderzoek verstedelijking en mobiliteit Brainportregio uitgevoerd, waarbij de verstedelijking zich richtte op het Stedelijk Gebied Eindhoven. Dit is door het Rijk, provincie Noord-Brabant en het Stedelijk Gebied Eindhoven nader geconcretiseerd in het Verstedelijkingsakkoord SGE. In juli 2022 is deze ondertekend. Dit document is een uitgangspunt voor de ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant. Ter herinnering: het Verstedelijkingsakkoord bestaat uit zes principes met onderliggende afspraken: 1. Stad maken: Sprong in verstedelijking Eindhoven en Helmond 2. Hart maken: Verdichten rond OV-knopen en assen 3. Vitale kernen en afronding uitleglocaties 4. Brainport Eindhoven als slimme economische topregio 5. Mobiliteitstransitie is nodig om in beweging te blijven 6. Gezond leven in het landschap van de toekomst Novex de Peel De opgaven in De Peel zijn groot en urgent: de transitie van de landbouw, de energietransitie, de klimaatopgave en de stikstofcrisis komen hier samen.

Tegelijkertijd heeft het gebied specifieke landschappelijke, cultuurhistorische en sociaaleconomische kwaliteiten die worden gekoesterd en versterking verdienen. Daarom heeft het Rijk de Peel aangewezen als Novex-gebied en werkt het samen met andere overheden uit Brabant en Limburg samen aan het opstellen van een gebiedsgerichte aanpak. Naast het kerngebied is het gehele MRE-gebied aangewezen als uitwerkingsgebied. Doel van het NOVEX-gebied De Peel is het realiseren van een toekomstbestendige, gezonde en natuurlijke leefomgeving voor mensen die er wonen, werken en recreëren. Belangrijke factor is de mogelijke reactivering van vliegbasis Vredepeel, dat ontwikkelruimte verder op slot zet. De partners streven erna om in het najaar 2023 een ontwikkelperspectief aan te bieden aan de deelnemende partijen voor verdere uitwerking in eigen beleid. In 2024 moet dit leiden tot uitvoerings- en investeringsafspraken. Bijlage:

Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant

*PU23-01851* Pagina 4 van 6

Brabants Programma Landelijk Gebied De provincie staat voor grote maatschappelijke opgaven in het landelijk gebied. Samen met maatschappelijke partners gaat de provincie versneld aan de slag met (inter)nationale doelstellingen op het gebied van natuur, water en klimaat. Dit gebeurt via het Brabants Programma Landelijk Gebied (BPLG). Dit programma wordt opgesteld als uitwerking van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Elke provincie is door het Rijk verzocht om een provinciaal gebiedsprogramma op te stellen en uiterlijk 1 juli 2023 een toetsbaar plan op te leveren als basis voor een beroep op het landelijk Transitiefonds Landelijk Gebied en Natuur. De deadline heeft provincies voor een dilemma gesteld, onder meer door gebrek aan kaders met de formaties van de nieuwe provinciebesturen en het (recent afgeketste) Landbouwakkoord. Daarom heeft de provincie in juni de Houtskoolschets ingediend als ontwerp-BPLG, samen met een pakket ‘no regret’maatregelen. Het is een integraal pakket, wat het Rijk waarschijnlijk voldoende de mogelijkheid geeft om op nationaal niveau de benodigde doorrekening te kunnen doen. Zie voor meer informatie de houtskoolschets en het digitale magazine met een impressie van de voorbereidende bijeenkomsten: file:///G:/downloads/230045%20Houtskoolschets_BPLG_09%20DT.pdf en https://publicaties.brabant.nl/bijeenkomst-bplg.

Ruimtelijk voorstel Om de ruimtelijke opgaven integraal aan te pakken kregen provincies in december 2022 met het Provinciaal startpakket fysieke leefomgeving van het Rijk de opdracht om de regie te pakken in ruimtelijke processen en opgaven in samenhang te brengen in een zogenaamd ‘ruimtelijk voorstel’. Dat document is een bevoegdheid van de provincie en moet in oktober 2023 gereed zijn. Het ruimtelijk voorstel is vooral gericht op het in beeld krijgen van kansen, dilemma's en schuurpunten wanneer de nationale en Brabantse ambities en hun ruimtelijke vertaling in hoofdlijnen op één kaart worden gezet. Om dit document te maken gebruikt de provincie de perspectieven van de provinciale verstedelijkingstrategie, het perspectief voor energie en klimaat (provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat; p-MIEK) en van de aanpak van het landelijk gebied (Brabantse Aanpak Landelijk Gebied; BPLG). Zie hiervoor het schema op pagina 3. Nadere inhoudelijke en procesinformatie over het Ruimtelijk voorstel is te vinden via: https://publicaties.brabant.nl/ruimtelijke-voorstel. Ruimtelijk arrangement Na het Ruimtelijk voorstel volgt het Ruimtelijk arrangement. Daarmee maken Rijk en provincies wederkerige bestuurlijke afspraken over de ruimtelijk inpassing en uitvoering van de opgaven.

Onderdeel daarvan zijn besluiten over ruimtelijk structurerende keuzes en uitvoeringsafspraken over de inzet van instrumenten. Het arrangement moet in december 2023 gereed zijn. In 2024 moeten de afspraken vorm krijgen. Naast het Ruimtelijk voorstel en Ruimtelijk arrangement is er voor de beide NOVEX-gebieden sprake van een separate uitvoerings- en/of investeringsagenda met afspraken tussen die gebieden en het Rijk. Nota Ruimte Het Rijk beoogt om op basis van de ruimtelijke voorstellen en arrangementen van de twaalf provincies in 2024 een nieuwe Nota Ruimte op te stellen. De nota dient een lange termijnvisie te geven op ruimtelijk Nederland en antwoord te geven op de vraag hoe met de schaarse ruimte moet worden omgegaan en tegelijkertijd de sectorale ambities waargemaakt kunnen worden. Hiermee zet het Rijk een samenhangende nationale ruimtelijke koers uit, in de vorm van korte termijn-keuzes (perspectief 2030) en voor de lange termijn richtinggevende uitspraken (doorkijk naar 2050 en 2100). De Nota Ruimte krijgt een uitvoeringsarrangement en planologische doorwerking in provinciaal en lokaal beleid. Bijlage:

Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant

*PU23-01851* Pagina 5 van 6

Bijlagen Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant

Met vriendelijke groet, burgemeester en wethouders van Best

Hans Ubachs Burgemeester

Bijlage:

Jolie Hasselman secretaris

Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant

*PU23-01851* Pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14481704/1