24072.4 - Programma van Eisen Kinderdagverblijf Best
Tekst van het document
Programma van Eisen Nieuwe locatie Kinderdagopvang Little People Best Versie 2 2021-07-30
Inleiding Een groeiende vraag... Een als maar groeiende vraag naar Kinderopvang zorgt er voor dat Kinderopvang Little People zich moet door ontwikkelen. Echter zomaar vergroten past niet bij de gedachtegang van Little People.
We stimuleren zelfstandigheid en zelfredzaamheid.
Het onderscheidende van onze kinderopvang zit hem in het bieden van kleinschalige kinderopvang en buitenschoolse opvang. Persoonlijke aandacht en liefdevolle aandacht voor elk kind staan centraal bij ons. Om onze onderscheidende kwaliteiten te kunnen waarborgen is het van belang dat de organisaties waar wij mee gaan ontwerpen, bouwen en ontwikkelen begrijpen hoe wij architectonisch, ruimtelijk en technisch over onze kinderopvang denken.
We zoeken nadrukkelijk de samenwerking met ouders, onderwijs en zorgverleners en zijn bereid ouders daarbij extra te begeleiden als dat nodig is; het belang van het kind staat centraal.
Samenwerking met sportfaciliteiten Wat betreft de nieuwbouwlocatie, bestaat het voornemen naast kinderopvang ruimte te maken voor sportfaciliteiten. Wat betreft Little People sluit dat prima aan bij de kernelementen waarvoor Little People staat. De aanwezigheid van sportfaciliteiten verruimt de mogelijkheden om aan het aspect “Doen” invulling te geven en past goed bij de waarde die Little People hecht aan sport en bewegen bij kinderen. Wij denken dan ook dat de combinatie van sportfaciliteiten en de aanwezigheid van ons kindcentrum mogelijkheden biedt tot wederzijdse versterking.
Kleinschalige kinderopvang in huiselijke sfeer
Onze kernelementen We bieden een vertrouwde en veilige omgeving waarin ruimschoots aandacht is voor persoonlijke en liefdevolle aandacht; dat bevordert de ontwikkeling van het kind. 2
We stimuleren het kind bij het verkennen van zichzelf en de omgeving; elk kind is immers uniek.
Kinderopvang Little People biedt kleinschalige kinderopvang in huiselijke sfeer. Daardoor bieden we meer ruimte voor de persoonlijke aandacht voor de kinderen en aanvullende zorg. Daardoor is er ook meer ruimte voor persoonlijke aandacht in de samenwerking met ouders, collega’s en andere partners (onderwijs, zorg). Ons motto is dan ook: “een tweede thuis voor uw kind”. Kinderopvang Little People is een echt familiebedrijf met lokale binding en is ontstaan vanuit de liefde voor het kind. Kenmerkend zijn de daarin de kleinschaligheid, een cultuur die wordt gekenmerkt door ondernemerschap en ‘extended family’ gevoel en daarnaast een sterke binding met gemeente en regio.
Inhoudsopgave Inleiding
Pagina 2
Inhoudsopgave
Pagina 3
Visie
Pagina 4
Werkwijze
Pagina 5
1. Architectonische criteria
Pagina 6
2. Ruimtelijke criteria
Pagina 10
3. Functionele criteria
Pagina 12
4. Technische criteria
Pagina 22
Referenties
Pagina 30
Bronnen
Pagina 31
Referentie Little People 3
Visie Visie en huisvestingsconcept
Little people is
Kernelementen kindcentrum De kernelementen van onze kinderopvang moeten terug te zijn herkennen in de huisvesting.
Succesvol in starten kindcentra In 2013 eerste kindcentrum in Best (16 kindplaatsen, ‘tegen de stroom in’). Nu drie kindcentra met ruim 200 kindplaatsen. Alle in de gemeente Best.
Huiselijke sfeer: een plek waar je graag komt (school is ook een ontmoetingsplek) met aandacht voor Rust, Regelmaat en Respect.
Ondernemersklimaat Sterke focus op eisen/wensen vanuit ‘klanten’ (en in staat daarop in te spelen). Intrinsiek gericht op vaardigheden passend bij brainportregio (impact op pedagogische visie en teams):‘Ondernemende teams’.
Naast oog voor ontwikkeling van taal en rekenen ruimschoots aandacht voor de sociaal emotionele ontwikkeling en vaardigheden passend bij de brainportregio. Gericht op het ontdekkend leren en het leren van andere vaardigheden zoals ‘organiseren’, ‘creativiteit’ en ‘techniek’. Elk kind is uniek. Gezien de samenhang met een sportlocatie zou het kernthema ‘doen’ als kapstok kunnen dienen. Doorgaande leerlijn staat centraal via intensieve samenwerking (via structurele programma’s): kinderopvang – basisschool – middelbaar onderwijs (– bijzonder onderwijs). Een curriculum in het IKC beslaat de leeftijd van 0-12yrs (over grenzen heen kijken). Gezien de ligging van de school: expliciet (als onderdeel van het curriculum) gericht op diversiteit (multi-cultureel en internationaal) en tweetaligheid. Thema-planning en ‘attitude’. Groen karakter: buiten naar binnen halen en binnen naar buiten.Aandacht voor duurzaamheid en gezond leven (aansluiting bij ECO-schools).
4
Persoonlijk en wendbaar Persoonlijk contact en wederzijds vertrouwen (is uiteindelijk waarom het draait !!!) Meer dan anderen in staat ‘zorg op maat’ te leveren (een stap extra zetten); Migranten veelal (zeker in beginfase) meer behoefte aan ‘een tweede huis’ voor het kind (ivm ontbreken lokaal sociaal vangnet); Internationalisering Internationale achtergrond: intrinsiek oog voor internationaliteit en diversiteit Ruime ervaring internationale en regionale klantenkring
Werkwijze Werkwijze
Liefdevol
Kinderopvang Little People wil zich onderscheiden van de concurrentie door het bieden van kleinschalige kinderopvang en buitenschoolse opvang waardoor er meer ruimte is voor een persoonlijke en liefdevolle aandacht voor elk kind.
De leidsters dragen een warm hart toe voor kinderen. Ze werken met plezier bij Kinderopvang Little People omdat ze bij ons echt tijd krijgen om individuele aandacht te geven aan ieder kind. Daarom werken we niet met grote groepen en zijn er meer dan voldoende leidsters in de dagopvang en bij de BSO. Daarnaast leidt Kinderopvang Little People medewerkers op, met een passie voor kinderen die we boventallig inzetten.
Een tweede thuis voor uw kind Elk kind is uniek en heeft ondersteuning nodig om zichzelf en de omgeving te ontdekken. De basis daarvoor is een kleinschalige, vertrouwde omgeving met duidelijke grenzen en voldoende aandacht voor een stapsgewijze ontwikkeling tot een zelfstandig individu. Dat is onze visie op kinderopvang. In alles wat wij doen, hanteren wij de volgende kernwaarden: Huiselijkheid, Liefdevol, Respectvol, Structuur en Samenwerking met ouders, Huiselijkheid We vinden het allerbelangrijkste dat uw kind zich bij Kinderopvang Little People thuis voelt. Daarom zijn onze locaties huiselijk ingericht. We hebben een gezellige woonkeuken, speelkamer en sfeervolle zithoek. Met de inrichting en aanschaf van alle meubels, speelgoed en apparaten houden we rekening dat de producten op veiligheid zijn getest.
Respectvol Ieder kind heeft een uniek karakter. Onze leid(st)ers worden opgeleid om ieder kind de individuele, specifieke aandacht te geven waaraan het behoefte heeft en met respect te behandelen. Samenwerking met ouders Opvoeden doe je samen! Daarom hecht kinderopvang Little People veel waarde aan de mening en inbreng van ouders. Daarom zoeken we op verschillende manieren samenwerking met ouders. Tegelijkertijd signaleren we vroegtijdig aandachtspunten in de ontwikkeling en overleggen hierover met ouders. Waar nodig bieden we in overleg extra ondersteuning.
Structuur Wij zijn van mening dat het voor kinderen het prettigste is als er structuur is in de dag. Regelmaat geeft duidelijkheid en voorkomt teleurstellingen. Op vaste momenten wordt er gespeeld, gegeten en uitgerust. Dat geldt overigens nog niet voor jonge zuigelingen. Referentie Kwebbel Woerden
Referentie kdv De Boerderij 5
1. Architectonische criteria In dit hoofdstuk wordt de belevingswaarde van het interieur en exterieur beschreven. De algehele beleving van het gebouw en het terrein staan centraal.
EXTERIEUR 1.1 Identiteit Karakter, herkenbaarheid, inpassing, gebouwvorm, gevelindeling 1.1.1. Het gebouw past bij de uitstraling van de organisatie Kinderopvang Little People. - kleinschalig - huiselijke uitstraling - knus / geborgen 1.1.2. Het gebouw draagt op een goede manier bij aan de uitstraling van de wijk. - onderhoudsvriendelijk, eenvoudig en goed te onderhouden - architectonisch gewaardeerd en landschappelijk ingepast - hufterproof en kindproof. - het gebruik van warme en huiselijke materialen en kleuren heeft de voorkeur. denk hier bijvoorbeeld aan hout en bakstenen. 1.1.3. Het gebouw heeft een prettige en aantrekkelijke buitenruimte. - 50% verhard 50% halfverhard / groen - georiënteerd op het zuiden maar met voldoende schaduw plek ken. - overgangszone, een binnen / buiten ruimte b.v. een overkapping / luifel over de breedte van het gebouw / lokaal.
6
1.2 Ontvangst en entre Entreebenadering, aankomst, eerste indruk, ontvangst, vindbaarheid 1.2.1. Het gebouw is goed te benaderen - entree voor bezoekers is goed vindbaar en zichtbaar bij benadering van het gebouw - routing en bewegwijzering is helder en overzichtelijk - de entrees liggen goed in het zicht vanuit de omgeving
Referentie overkapping: Kinderdagverblijf Pinkeltje
1.2.2. Entreeruimte past bij de uitstraling van de organisatie en nodigt uit tot het betreden van het gebouw. - de bezoekersentree is licht, verlicht en opgeruimd - in of nabij de bezoekersentree is ruimte voor het stallen van buggy’s - de vuilopslag ligt niet op route naar de entrees
INTERIEUR 1.3 Zichtlijnen en uitzicht Gebouwindeling, ruimtelijkheid, overzicht, wandopeningen en doorzichten 1.3.1. Opzet en inrichting gebouw sluiten aan bij (pedagogische) visie van de organisatie. - het gebouw bevat zichtlijnen op kinderhoogte - ramen zijn voorzien van veiligheidsglas tot 1,4 meter. tenzij er i.v.m. brandveiligheid e.t.c. strengere eisen gelden, dan gelden deze eisen. 1.3.2. Daglicht speelt een duidelijke rol in verkeer- en verblijfsruimten - verkeersruimten hebben altijd een (in)directe zichtrelatie naar buiten. - groepsruimten hebben bij voorkeur daglicht van 2 kanten 1.3.3. Er dient voldoende overzicht te zijn om toezicht te kunnen houden - wanden en ruimten naast verkeersruimten zijn voorzien van ramen i.v.m. vier ogen principe. - deuren zijn voorzien van grote glasopeningen of zijlichten. met uitzondering van deuren naar magazijnen of bergingen. - verschoonruimte en keukenvoorziening hebben duidelijke relatie
met groepsruimte 1.4 Routing en looplijnen Vindbaarheid, oriëntatie, veiligheidsgevoel 1.4.1. Gebouw heeft een duidelijke structuur waarin gebruikers zich gemakkelijk kunnen oriënteren. 1.4.2. Looproutes in het gebouw zijn kort, duidelijk en veilig. - lange looproutes worden met name voor de kinderen vermeden - stijgpunten (trappen) zijn altijd dicht uitgevoerd. - eventuele trappen in de dagopvang ruimten zijn voorzien van een leuning op kinderhoogte a 60 cm en traphekjes. 1.4.3. Indien verkeersruimte wordt gebruikt als speelruimte is deze minimaal 3 meter breed. 1.5 Sfeer en inrichting Sfeer; ‘look and feel’ , kleurgebruik, geborgenheid, schaal 1.5.1. Kleur, materiaalgebruik en meubilair is op elkaar afgestemd en past bij de gewenste identiteit van de organisatie. - ruimten hebben een knusse en huiselijke sfeer d.m.v. het gebruik van gordijnen, (speel) kleden en verlichting. Zodat kinderen er zich zo veilig voelen als zei zich thuis voelen. - interieur is goed te onderhouden / schoonmaken. vloerafwerking van bijvoorbeeld linoleum of een soort gelijk product. - de vloerafwerking dient of over te lopen in een plint of 10 a 15 cm op de wand getrokken te worden. 1.5.2. Het gebouw biedt ruimte aan verschillende groepsgrootte en sferen. 7
- 2 x groep 0-4 jaar per groep 16 kinderen - 1 x groep 2-4 per groep 16 kinderen - 1 x groep BSO 20 kinderen - 1 x combi groep 2+ BSO / VVE groep 16 kinderen - ruimte past bij groepsactiviteit - ruimten waar kinderen verblijven hebben verschillende soorten (sfeer)verlichting. 1.5.3. Ruimten zijn ‘kindproof’ ingericht - deuren zijn voorzien met vingerbeveiliging. - deurdrangers zijn afgesteld met vertraging bij het sluiten. - in tenminste de ruimten waar kinderen verblijven zijn ramen voor zien van uitvalbeveiliging of kierstandhouders. - geen opendraaiende ramen op de speelplaats op kind hoogte. - vermijden van scherpe randen / bouwdelen in het gebouw. - speeltoestellen zowel binnen als buiten voldoen aan de veilig heidseisen [Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen: WAS]. - meubilair en inrichting voldoen aan veiligheidseisen [Warenwet Kinderbedden en -boxen]
Referentie huiselijk Kinderstad Tilburg Vorm en Zo
Referentie huiselijk en duurzaam: Kinderstad Tilburg Grebbe 8
Referentie huiselijk en binnen buiten: Kinderdagverblijf de Bereboot Helmond 9
2. Ruimtelijke criteria In dit hoofdstuk worden enkel de beoogde ruimtes besproken. De precieze functionele en technische eisen worden besproken in de hierop volgende hoofdstukken.
•
BINNENRUIMTEN 2.1 Ruimtelijk programma • • • • • • • • • • • • •
10
Entree - tochtportaal minimaal 3 meter diep - brede entree zone i.v.m. passeren met buggy’s Buggy-stalling - mag onderdeel van entree zone zijn. permanente buggy stalling wordt ontmoedigd. Algemene bergruimte Berg zolder of kelder Garderobe per groep Bergruimte voor etenswaren Bergruimte voor schoonmaker per verdieping Wasruimte 5 x Toiletruimte van 2 toiletten (per groep) 1 x MIVA toilet mag combinatie personeelstoilet 2 x personeelstoilet Verschoonruimte bij 2-4 en BSO in toiletruimte. bij 0-4 jaar in de groepsruimte. Multifunctionelegroepsruimte - 1 ruim keukenblok - koffiecorner voor personeel (afsluitbaar) - verschillende thema ruimtes voor kinderen
• •
• •
- ruimte voor kluisjes 5 x groepsruimte minimaal 3,5 m2 netto per kind - 2 x groep 0-4 jaar per groep 16 kinderen - 1 x groep 2-4 per groep 16 kinderen - 1 x groep BSO 20 kinderen - 1 x combi-groep 2+ BSO/VVE 16 kinderen 5 x slaapruimte - 2 slaapruimte per groep 0-4 jaar (= 2 slaapruimtes) - 1 slaapruimte groep 2-4 jaar 3 x kantoorruimte - een kantoorruimte met kasten van 12 m² voor de directie. - een kantoorruimte van 18m² voor 4 medewerkers met bureau opstelling. mag dubbelfunctie als balie ruimte hebben. - spreekruimte voor 4 personen ca. 12m². Installatieruimte Meterruimte
BUITENRUIMTEN 2.2 Ruimtelijk programma • • • •
Opslag speeltoestellen / bergruimte Buiten speelruimte per leeftijdsfase Fietsenstalling Zandbak
Referentie ruimte: kinderdagverblijf 100 talen
PARKEERVOORZIENINGEN 2.3 Ruimtelijk programma • Kiss en ride • Parkeerplaatsen • Groen voorziening
Referentie ruimte: kinderdagverblijf 100 talen
Referentie look and feel 11
3.Functionele criteria In dit hoofdstuk worden de functionele kwaliteitscriteria ten aanzien van het gebruik de geschiktheid en de omvang omschreven.
3.2.4 Het gebouw ligt in de nabijheid van andere maatschappelijke voorzieningen voor kinderen. - het gebouw ligt bij voorkeur naast een school, park of speeltuin - multifunctioneel te gebruiken ruimten liggen bij voorkeur dicht bij een entree en zijn afzonderlijk afsluitbaar.
3.1. Algemeen Wettelijk kader, capaciteit, veiligheid 3.1.1. Het gebouw voldoet minimaal aan de eisen van het geldende Bouwbesluit. Dit geldt onder anderen voor de punten brandveiligheid, toegankelijkheid, balustrades, trappen, ventilatie, daglicht en sanitair. 3.1.2 Het gebouw voldoet aan minimale ruimte omvang zoals geformuleerd in het Besluit kwaliteit kinderopvang [Wet kinderopvang].
LOCATIE 3.2. Ligging Bereikbaarheid, positionering op de kavel, omgeving 3.2.1. De locatie is goed en veilig bereikbaar zowel lopend als op de fiets. 3.2.2. De locatie is goed bereikbaar met de auto en er zijn voldoende kiss en ride plekken in de buurt van de entree, of de entree is vanaf de kiss en ride plekken via een veilige looproute te bereiken. 3.2.3 Bij de positionering van het gebouw is rekening gehouden met fijnstof, omgevingslawaai en bezonning. - bij voorkeur is het gebouw op meer dan 50 meter van een drukke weg (provinciaal, binnenstedelijk). - gebouw is gelegen op meer dan 300 meter van een snelweg 12
3.3. Verkeersveiligheid Verkeer circulerende maatregelen, aanrijroute, parkeren 3.3.1. Verkeersstromen rondom het gebouw leveren geen onveilige situaties op - verschillende verkeersstromen zijn van elkaar gescheiden. - het gebouw is via veilige fiets- en looproutes bereikbaar. - donkere plekken zijn voorkomen, eventueel door middel van bui ten verlichting. 3.3.2 Gebouw beschikt over voldoende parkeerruimte voor vervoersmiddelen. - reken per 5 fietsen 4m2 - reken minimaal 4 parkeerplaatsen (ook kort parkeren) per groep - zie aanvullend regels gemeente (Best) en CROW - indien de parkeer gelegenheid gedeeld wordt met gebruikers van andere panden en organisatie, is het van belang dat dit niet de veiligheid en afstand tot de bezoekers entree ten nadelen komt. - voor het afzetten van de kinderen dienen de afstanden tussen het parkeren en de bezoeker entree zo kort mogelijk te zijn. - reken op een zone of ruimte waar fietsen of andere vervoersmiddelen tijdelijk gestald kunnen voor het halen en bren-
gen van de kinderen. - tenminste een fietsenstalling voor de kinderfietsen
wezig
3.4. Toegankelijkheid Komen en gaan, brengen en halen, toegangsdeuren, afsluitbaarheid, ophangen jassen en tassen, afscheid nemen, gebruikstijden 3.4.1 Het gebouw is goed toegankelijk voor personen met rolstoel of kinderwagen. - niveauverschil bij entree en toiletruimten bedraagt niet meer dan twee centimeter. - deurbel en bedieningsknoppen bij de entree zijn op reikhoogte voor rolstoelgebruikers (90 - 120 cm hoogte). - verdiepingen bereikbaar met rolstoel. minimaal integrale toegankelijkheidseisen van het bouwbesluit. 3.4.2. Toegang tot het gebouw is controleerbaar. - bezoekersentree is voorzien van een tochtportaal. - de deur van ten minste de bezoekersentree is op afstand te openen door een intercom met timer functie voor piektijden. - ruimte die voor medegebruik open staan, liggen dicht bij de entree en zijn afzonderlijk afsluitbaar. - entreedeuren kunnen door kinderen onder de 8 jaar niet zelfstandig geopend worden. de deurkruk op de entreedeuren dient op een hoogte van 1,5 meter te zitten. - de route naar de bezoekersentree is niet verbonden met de buitenspeelruimte voor 0-4 jarigen. 3.4.3. Gebouw houdt rekening met inzet hulpdiensten of verhuisbedrijf - goede bewegwijzering BHV-materialen en inzet hulpdiensten. - in het gebouw is tenminste een verhuisraam of dubbele deur aan-
Referentie buitenspeelruimte schaduw plekken: Ska Kinderopvang 13
3.5. Buitenruimte Spelen, bewegen, natuurlijk, vrij spel, rennen, driewielers, fietsen, balspel, waterspel, ontdekken, klauteren, terrein inrichting, terreinafscheiding 3.5.1 Er is voldoende buiten(speel)ruimte beschikbaar. - reken minimaal 3m2(wettelijke ondergrens) per kindplaats. bij voorkeur 7m2 per kindplaats i.v.m. gevarieerd spelen rond het gebouw. Bij de gewenste 88 kindplaatsen zou de ondergrens 264 m² zijn en bij gevarieerd spelen 616 m². - de verhouding onverhard/ verhard is ongeveer 50/50 3.5.2. De buitenruimte is zo ingericht dat deze uitnodigt tot beweging, fantasiespel en natuurbeleving. een mix van groen, zand en water is aanwezig. - voorkeur situering is zuidwesten zodat kinderen tussen 10-16 in de zon kunnen spelen. let wel op voldoende schaduw plekken. - bij nieuwbouw wordt met de positionering van de buitenspeelruimte rekening gehouden met eventueel aangrenzende woonbebouwing. dit in verband met de geluidsemissie van de kinderopvang. - bij voorkeur zijn er enkele niveau verschillen op het speelterrein aangebracht - ingericht op verschillende leeftijdsgroepen , 0-2, 2-6, 6-12 jaar - de fietsenstalling mag het spelen van kinderen niet hinderen. - reken voor een zandbak 0,2 m2 per kindplaats. waar de zandbak minimaal 8m² moet bedragen.
- de zandbak is afgeschermd met een vocht doorlatende dekking - de zandbak ligt voor een deel van de dag in de zon om algengroei te voorkomen Referentie buitenspeelruimte: Zo kinderopvang Halsteren 14
RUIMTEN 3.6. Groepsruimte Spelen en oefenen, plezier maken, focus op oefenen, creativiteit, rust en vrij spel, constructiespel, knutselspel, waterspel, computerspel, klauterspel, leesplek, ontdekplek, eetplek. 3.6.1. Groepsruimten zijn passen ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen. - reken op minimaal 3,5 m² netto binnenspeelruimte per aanwezig kind. dit is de wettelijke ondergrens. - ter aanvulling op de 3,5m2 per kindplaats dient er een multifunctionele ruimte aanwezig te zijn t.b.v. het spelen en leren van de kinderen. deze ruimte dient voor alle leeftijden en voor alle groepen toegankelijk en veilig te zijn. - de multifunctionele groepsruimte dient ook een koffiecorner voor het personeel te hebben. deze voorziening dient af te sluiten, en onbereikbaar voor kinderen, te zijn i.v.m. veiligheid. - de multifunctionele ruimte dient voorzien te zijn van een kind vriendelijk keukenblok, waar kinderen kunnen leren kennismaken met koken. - de multifunctionele ruimte dient zo ingericht te zijn dat meerdere kleine groepjes uit meerdere groepsruimten samen gebruik kunnen maken van de ruimte. 3.6.2. Groepsruimte hebben een directe verbinding met de speelruimte buiten. 3.6.3. De groepsruimten zijn ingericht met verschillende activiteitenplekken. - reken op 5 tot 7 activiteitenplekken per groepsruimte
- speeltoestellen voldoen aan veiligheidseisen (Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen: WAS) - meubilair en inrichting voldoen aan veiligheidseisen (Warenwet Kinderbedden en -boxen)
3.7. Slaapruimte Slapen en rusten 3.7.1. Het gebouw beschikt over voldoende slaapruimte voor kinderen. - slaapruimte staan in (directe) verbinding met de groepsruimte. - per slaapruimte 3 stapelbedden en een gewoon kinderbed (totaal 7 slaapplaatsen per slaapruimte) - voor het in bed leggen dient er een vrije werkruimte van tenminste 80 cm voor de bedden te zijn. - 1 van de stapelbedden dient een evacuatiestapelbed te zijn. - bij voorkeur een slaapruimte per groepsruimte. m.u.v. de multi functionele groepsruimte. - slaapruimte heeft doorkijken i.v.m. het 4 ogen principe. - slaapruimte kunnen verduisterd worden. - slaapruimte grenzen niet aan geluidsintensieve ruimte zoals de hoofdentree, speelruimte of installatieruimte. - meubilair en inrichting voldoen aan veiligheidseisen [Warenwet Kinderbedden en -boxen]
15
Referentie groepsruimte 4 ogen principe: KDV rendierhof 16
Referentie toilet privacy: Kupan
3.8. Sanitair
Referentie verschoonruimte overzicht: Kinderstad Grebbe Tilburg
Wassen en plassen, toilet- en verschoonruimte, was- en droogruimte 3.8.1. Het gebouw beschikt over voldoende toiletruimten - voor het personeel tenminste 2 volwassentoiletten centraal gelegen. - per groepsruimte 0-4 jaar en 2-4 jaar minimaal 2 kindtoiletten in eigen toiletruimtes. - kindtoiletten direct naast de groepsruimte - per BSO groepsruimte 2 volwassen toiletten in eigen toiletruimtes. - combi-groep 1 volwassen en 1 kindtoiletten in eigen toiletruimte. - om kleine kinderen te helpen op het toilet moet er aan een kant van het toilet, voor of zijkant, een vrije ruimte van 100 cm beschikbaar zijn. - i.v.m. privacy is het toilet voor oudere kinderen 4-12 jaar afgeschermd. - ruimte dagopvang heeft een wasvoorziening met koud water op kinderhoogte a 65 cm, wasbak is geplaatst op hoogte van 45 cm. - wasvoorzieningen zijn uitgerust met een zeepdispenser en bij voorkeur papieren handdoeken. - minimaal 1 MIVA toilet. dit mag het personeelstoilet zijn. moet wel centraal gelegen zijn. - er moet toezicht gehouden kunnen worden op de toiletruimtes. met uitzondering van het personeelstoilet / MIVA toilet. 3.8.2 Het gebouw beschikt over voldoende verschoonruimten - reken per kindplaats 0,5 m². - reken voor een enkele aankleedtafel inclusief berg en staruimte 17
3m² een dubbele 4m². - in de buurt van de verschoonplek is een opbergvoorziening voor luiers en kinderkleding en een wasbak. - bij de dagopvang dient de verschoonplaats in de groepsruimte gesitueerd te zijn. bij voorkeur is dit wel gescheiden maar niet afgesloten zodat er hier sterker geventileerd kan worden. maar wel toezicht gehouden kan worden. - bij de bso en 2-4 klassen dient de verschoonplaats op de toiletten gerealiseerd te worden. - verschoonplaats is gescheiden van de voedselbereidingsplek. - de verschoonruimte dient i.v.m. het 4 ogen principe in visueel contact te staan met de groepsruimte. 3.8.3. Het gebouw beschikt over voldoende was en droogruimte. - reken voor was- en droogruimte afhankelijk van de apparaten en werkwijze ten minste 6m2 3.8.4. Aankleedtafels, keukenvoorzieningen en werkkasten zijn voorzien van elektrische boilers met voldoende capaciteit om warm water te kunnen leveren. 3.8.5 Temperatuur uitstromend warm water op tappunten waar kinderen gebruik van kunnen maken zijn begrensd tot 38 graden. 3.8.6. Ruimte en inrichting voldoen aan eisen voedselveiligheid [Warenwet en Hygiënerichtlijn kinderdagverblijven] 3.9. Keuken Eten en drinken, keukenvoorziening, kindereetcafé, aanrecht, opslagruimte 3.9.1.Het gebouw beschikt over een geschikte en veilige keukenvoorziening per groepsruimte. - aanrecht in groep ca. 4m². 18
- indien de keuken met twee groepen gedeeld wordt dan ca. 6m² aanrecht. - de centrale keuken in de multifunctionele ruimte dient minimaal 16m² te zijn. uitgaande van de 5 groepen. deze keuken dient ook gebruikt te kunnen worden met kinderen. maar wel altijd onder toezicht. - indien de multifunctionele ruimte en de centrale keuken hierin dienst doen als teamkamer dan dient er 1m² per personeelslid extra gerekend te worden. - de keukenruimtes hebben een directe zichtrelatie met de groepsruimte. - net zoals de verschoonruimte is de keuken bij voorkeur af gescheiden maar niet afgesloten zodat er sterker geventileerd kan worden. - de keukens zijn minimaal uitgerust met waterpunt, koelkast, diep vries, magnetron en opslagruimte. - schone flessen en spenen dienen op een droge afsluitbare plek opgeslagen te worden. 3.9.2 De keukenvoorziening voor de BSO en de keuken in de multifunctionele ruimte is voorzien van een inductiekookplaat met afzuiging, vaatwasser, oven, koeling, waterpunt en opslagruimte. - de situering van de keuken in de multifunctionele ruimte maakt medegebruik goed mogelijk. - De ruimte en inrichting keukenvoorzieningen voldoen aan eisen voedselveiligheid [Warenwet en Hygiënerichtlijn kinderdagverblijven].
Referentie multifunctionele ruimte + keuken: Kinderstad Grebbe Tilburg 19
Referentie geïntegreerde bergruimtes: bron onbekend 20
Referentie geïntegreerde bergruimtes: bron onbekend
3.10. Kantoorruimte
3.11. Overig
werken en overleggen, informeel overleg, teamkamer, ouderruimte 3.10.1. Het gebouw beschikt over ruimte die kan functioneren als pauzeruimte, werkruimte, vergaderruimte of overlegruimte met ouders. - in de nabijheid van de bezoekersentree dient een kantoorruimte te zijn welke een dubbelfunctie heeft als balie voor bezoekers. - een kantoorruimte met kasten van 12 m² voor de directie, dubbelfunctie spreekruimte. - een kantoorruimte van 18m² voor 4 medewerkers met bureau opstelling. mag dubbelfunctie als balie ruimte hebben. - ruimtes moeten makkelijk vanaf de entree bereikbaar zijn. - bij voorkeur in de nabijheid van een pantry, garderobe en toilet. - werkplekken voldoen aan de Arbo Wetgeving
Opbergen en afschermen, speelmateriaal binnen. 3.11.1. Het gebouw beschikt over voldoende opbergmogelijkheden voor jassen, tassen en buggy’s. - per buggy / kinderwagen 0,8 m². het beleid is buggy of kinderwagen mee naar huis. - garderobes zoveel mogelijk geïntegreerd in bouwkundige wanden. - garderobes dienen mogelijkheid voor het opbergen van jassen en tassen. 3.11.2. Het gebouw beschikt over voldoende bergruimte en opslag. - minimaal 4m² algemene berging. - extra bergruimte nabij de multifunctionele ruimte i.v.m. hier te houden activiteiten. - bergruimten zijn afsluitbaar. - etenswaren worden in een aparte berging opgeslagen. ca. 2m². - ca. 2m2 opbergruimte per groepsruimte. welke gecombineerd mogen worden tot een ruimte voor alle groepsruimten en gecombineerd mogen worden met de algemene berging. 3.11.3. Het gebouw beschikt over voldoende opslagruimte voor schoonmaakmiddelen. - op iedere bouwlaag is een werkkast aanwezig van minimaal 2m². - ruimte is voorzien van een ophangsysteem zodat bezems en andere materialen niet op de grond staan. - ruimte is voorzien van uitstort gootsteen. - de ruimte is niet toegankelijk voor kinderen.
21
4. Technische criteria In dit hoofdstuk worden de technische kwaliteitscriteria ten aanzien van gezondheid, duurzaamheid en onderhoud besproken.
BINNENMILIEU 4.1. Licht Visueel comfort, gevelopening, daglicht, verlichting, beïnvloeding, lichtniveau. 4.1.1. Het gebouw is optimaal georiënteerd, gebouwd en ingericht voor het gebruik van daglicht. - in de groepsruimten is de afstand van de vloer tot onderkant verlaagd plafond minimaal 2,8 meter. dit is meer dan de eis van het bouwbesluit. - de daglichtfactor in het midden van de groepsruimten is minimaal 5%. - het glasoppervlak in de ramen is minimaal 5% van de vloeroppervlakte. - wanden en plafonds hebben bij voorkeur lichte tinten i.v.m. hoge reflectiewaarde. - daglicht openingen zijn voorzien van zonwering mede in verband met energie verbruik. 4.1.2 Het gebouw is voorzien van een goed functionerende verlichtingsinstallatie. - rondom het gebouw wordt gebruik gemaakt van goede bewegings- en daglicht gestuurde buitenverlichting. ten alle tijden
22
hufterproof. 4.1.3. Volwassen gebruikers kunnen het lichtniveau bepalen. - de verlichting is per groepsruimte afzonderlijk te schakelen en te dimmen. - in de groepsruimten zijn meerdere groepen welke afzonderlijk gedimd kunnen worden. - slaapruimten dienen ook voorzien te zijn van dimbare verlichting. - overige ruimten behoeven geen dimbare verlichting. 4.1.4 De verlichtingssterkte door middel van kunstlicht is per ruimte geregeld. -slaap- en verkeersruimtes hebben minimaal 150 lux. - groepsruimten en kantoorruimten minimaal 300 lux. - verschoonruimtes en keukens minimaal 350 lux. - wel gelet op het feit dat het kinderen niet mag verblinden als zei op de rug liggen. 4.2. Lucht Kwaliteit, ventilatiecapaciteit, ventilatiesysteem, beïnvloeding, onderhoud, emissies, monitoring. 4.2.1. Het gebouw beschikt over voldoende frisse lucht. - de CO² concentratie in de groepsruimten is minimaal 95% van de tijd dat deze ruimte gebruikt wordt maximaal 9.500 ppm. (Klasse B frisse scholen 2015) - de CO² concentratie in de slaapruimten is in minimaal 95% van de tijd dat deze ruimte gebruikt wordt maximaal 850 ppm. 4.2.2 Het gebouw behoeft een goed werkend ventilatiesysteem te hebben.
- het ventilatiedebiet behoeft na oplevering gemeten te worden en iedere 5-7 jaar gecontroleerd te worden. - aanwezige mechanische ventilatiesystemen voldoen minimaal aan de Klasse B-eisen uit cahier P1 eisen voor gezonde mechanische ventilatiesystemen (2003) Serie Praktijkboek Gezonde Gebouwen ISSO/SBR. dit betekent o.a.: alle elementen die in aanraking komen met de toegevoerde ventilatielucht zijn zodanig gematerialiseerd, geproduceerd en afgewerkt dat na ingebruikname de luchtkwaliteit niet nadelig kan worden beïnvloed. Dit geldt ook voor voorzieningen voor natuurlijke ventilatie. - filtersecties zijn voorzien van een zakkenfilter van minimaal filterklasse F6 of een vergelijkbaar effectief filtersysteem. - de positie van toe en afvoervoorzieningen zijn zodanig dat er een optimale doorspoeling van de ruimte wordt gerealiseerd. - de ventilatie afvoervoorzieningen bevinden zicht nooit recht boven de slaapplekken. - ramen dienen geopend te kunnen worden voor doorspuien zonder dat de buitenzonwering hier van belemmering ondervindt. - ventilatieopeningen bevinden zich niet achter de zonwering om nadelige opwarming te voorkomen. 4.2.3 De gebruiker kan luchttoevoer per ruimte beïnvloeden. - groepsruimten hebben minimaal twee te openen ramen, bij voorkeur bovenin het raamvlak t.b.v. spuiventilatie. - de slaapruimten hebben minimaal een te openen raam voor spuiventilatie.
- de capaciteit van de spuiventilatievoorziening is minimaal con form bouwbesluit. - de ventilatiehoeveelheden zijn per ruimte afgestemd op het daadwerkelijk verbruik. - de regeling van de ventilatie gebeurt automatisch door middel van CO2 censoren in elke verblijfsruimte. 4.2.4 Er is continu controle op de luchtkwaliteit. - groeps- en slaapruimten zijn uitgerust met een CO2 meter met signaalfunctie. -de CO2 meter is goed afleesbaar en slaat zijn gegevens voor min stens 12 maanden op. - de CO2 meter hangt op een hoogte van 1,5 meter boven de vloer. tenzij er in een ruimte op de grond wordt geslapen, dan dient de meter lager gehangen te worden. - de sensor bevindt zich op een representatieve plek, dus niet direct naast een deur, ventilatierooster of een te openen raam. 4.2.5. De aanwezige ventilatiesystemen zijn goed te onderhouden. - de systemen worden opgeleverd met goede gebruiksinstructie. - de systemen worden opgeleverd met monitoring van minimaal 1 jaar. - de filters van de luchtbehandelingsinstallatie zijn gemakkelijk bereikbaar en goed te vervangen. - een logboek wordt bijgehouden van de reiniging, vervanging en metingen van het ventilatiesysteem. - reiniging van gevel- en plafondroosters is in het schoonmaakschema opgenomen.
23
- reiniging ventilatiekanalen gebeurt om de 4-5 jaar. - luchtfilters worden regelmatig vervangen. 4.2.6. Er is een lage emissie van schadelijke stoffen. - toegepaste materialen bevatten geen schadelijke weekmakers. - toegepaste materialen hebben aantoonbaar lage emissies van formaldehyde en vluchtige organische stoffen. - in en rond het gebouw wordt niet gerookt. let hier extra op dat ook aangrenzende en overige gebruikers hier rekening mee houden. 4.2.7. De relatieve vochtigheid ligt tussen de 30%-70% 4.2.8. De geurverspreiding vanuit toiletten naar elders in het gebouw wordt voorkomen. - de toiletruimten worden op onderdruk gehouden t.o.v. de omliggende ruimten. - de afvoercapaciteit van de toiletten bedraagt minimaal 50 m3 /uur afzuiging per toilet(pot)/urinoir. - de lucht uit toiletten wordt beschouwd als retourlucht en wordt direct uit deze ruimten naar buiten afgevoerd.
24
4.3. Geluid Akoestisch comfort, nagalmtijd, installatiegeluid, geluidshinder. 4.3.1. Het gebouw beschikt over een goede akoestiek. - vloer- wand- en /of plafondafwerking zijn van geluidsabsorberende materialen. - de gemiddelde nagalmtijd van een ingerichte groepsruimte bedraagt maximaal 0,6 s. 4.3.2 Geluidsoverlast wordt vermeden. - het achtergrondgeluid veroorzaakt door installaties is maximaal 30 dBA in ruimten die als slaapruimte worden gebruikt. - het achtergrondgeluid is maximaal 35 dBA in ruimte die als speelruimte worden gebruikt. - geluidslek in wanden tussen ruimten wordt vermeden. - overlast tussen groepsruimten onderling door lucht en contact geluid wordt voorkomen.
4.4. Temperatuur Thermisch comfort, verwarmingssysteem, beïnvloeding, tocht. 4.4.1. Het gebouw heeft het gehele jaar door goede temperaturen. - voor groepsruimten in het stookseizoen tussen de 19 en 25 graden. (Klasse C NEN-EN ISO 7730) - voor slaapruimten in het stookseizoen tussen de 15 en 19 graden. - voor groepsruimten in de zomer tussen de 22 en 27 graden (Klasse C NEN-EN ISO 7730) - voor slaapruimten in de zomer maximaal 25 graden. - er is een hitteprotocol voor warme dagen als de binnen temperatuur meer dan 25 graden is. 4.4.2. Het gebouw heeft een goed werkend verwarmingssysteem. - de capaciteit is per doelgroep en ruimte afgesteld. - voor de opwarming van de ruimten wordt rekening gehouden met personen en apparatuur. (reken op 70 W per persoon, 200-400 W voor apparatuur en 10 W/m2 voor verlichting. - verwarming door middel van een laag temperatuursysteem zoals vloerverwarming. 4.4.3. De gebruiker kan de temperatuur beïnvloeden. - van belang is dat de temperatuur per ruimte individueel na geregeld kan worden. - de regeling in de verblijfsruimten gebeurt bij voorkeur automatisch middels ruimte temperatuur opnemers. 4.4.4. Ongemak door tocht wordt voorkomen. - luchtsnelheden in de winter zijn niet hoger dan 0,16 m/s. - luchtsnelheden in de zomer zijn niet hoger dan 0,20 m/s/
- verticale temperatuurgradiënt mag nier meer dan 3 K bedragen op de eerste meter boven de vloer. - entree is voorzien van tochtportaal met minimaal een diepte van 3 meter. - toe- en afvoer van ventilatiesysteem bevindt zich niet boven slaapplaats.
EXPLOITATIE 4.5. Energie Beperken energievraag, trias energetica, energieopwekking, monitoren, beperken warmteoverlast, isolatie gebouwschil, warmteterugwinning. 4.5.1. Het gebouw is energiezuinig. - energiebehoefte van het gebouw en het primair energieverbruik voldoen bij nieuwbouw aan de eisen van bijna energie neutrale gebouwen (BENG 1 en BENG 2). - 50% van de energiebehoefte bij nieuwbouw wordt opgewekt door hernieuwbare energie (BENG 3) - Het streven is naar Energielabel A, maar C is minimaal. 4.5.2. Energieprestatie wordt doorlopend (digitaal) gemonitord.
25
- het gebouw is uitgerust met een systeem voor digitale energiemonitoring welke bij voorkeur op afstand afleesbaar is. - het energiegebruik (warmte- en elektra) wordt per kwartier gemeten en opgeslagen. - het verbruik wordt jaarlijks geëvalueerd. - prestaties van installaties inclusief afhandeling van storingen zijn contractueel geregeld. 4.5.3. Het gebouw heeft energie efficiëntie verlichting. - verlichting in verblijfsruimten is voorzien van daglicht afhankelijke regeling en aanwezigheidsdetectie. - verlichting in bergingen en toiletruimten / verschoonruimte is geschakeld met aanwezigheidsdetectie. - verlichting in het gebouw moet handmatig uitgeschakeld kunnen worden. - overal wordt LED verlichting toegepast. 4.5.4. Het gebouw heeft energie efficiënte ventilatie-systemen. - ventilatiesysteem is geregeld op basis van CO2 concentratie en kloktijden welke afgestemd zijn op gebruikstijden. - maakt bij voorkeur gebruik van warmteterugwinning uit retourlucht. 4.5.5. Het gebouw heeft energie efficiënte verwarmingssystemen. - verwarmingssysteem heeft aanvoertemperatuur van maximaal 45 graden. - warmte-opwekking wordt minimaal geregeld op basis van kloktijden inclusief een weekend- en vakantieprogramma. - stooklijn is weersafhankelijk in te regelen.
26
- verwarming kan per ruimte worden nageregeld. 4.5.6. Het gebouw heeft voorzieningen ter beperking van warmteoverlast. - streven: actieve koeling is niet noodzakelijk bij een doordacht ontwerp en gebruik. - streven: naar passieve koeling via gebouwmassa en of groendak. - ventilatiesysteem is voorzien van automatische regeling voor zomernachtventilatie. - op alle (door zon beschenen) gevels (oost, zuid en west) is buiten zonwering aanwezig. - buitenzonwering is automatisch en vanuit de groepsruimte, kan toren en slaapruimten individueel te overrullen en bedienbaar. - lichtstraten zijn voorzien van zonwering en elektrisch te openen delen voor afvoer van warmte. 4.5.7. Het gebouw heeft voorzieningen ter beperking van warmte verlies. - tenminste HR++ beglazing - thermisch geïsoleerde gebouwschil gevel RC 4,7 , dak RC 6,3 en vloer RC 3,7 cf. bouwbesluit. - thermisch geïsoleerde verwarmingsleidingen en appendages (toe- en afvoer) - kierdichting - tochtportaal
4.6. Milieu
4.7. Onderhoud en schoonmaak
Milieubelasting, gesloten kringlopen, toekomstwaarde, CO2 footprint, duurzaamheidsambitie, flexibiliteit, warmte koude opslag, groendaken, afvalstromen. 4.6.1. Het gebouw is ontworpen op optimaal (her) gebruik grondstoffen. - materiaal wordt beperkt door compacte bouw. - streven: gebouw heeft bij voorkeur droog demontabel bouwsysteem. - afvalstoffen worden gescheiden ingezameld en afgevoerd. - kranen met instelbare stroomtijd bijvoorbeeld kranen met een sensor of drukknopkranen. - hoeveelheid van het terrein af te voeren (regen)water is beperkt zo veel mogelijk verwerking op locatie. 4.6.2. Het gebouw beschikt over grote indelingsflexibiliteit. - streven: drager en inbouw zijn gescheiden. - ruimten zijn zowel bouwkundig als ook installatietechnisch gemakkelijk samen te voegen of op te splitsen. - situering trap is niet belemmerend voor toekomstige indeling van ruimten.
Materialisatie, afwerking van vloeren, binnenwanden, plafonds, deuren, ramen en trappen, levensduur, intensiteit van gebruik, schoonmaakbaarheid, hygiëne. 4.7.1. Het gebouw is goed te onderhouden. - het gebouw streeft naar een conditiescore van tenminste 3 volgens de NEN 2767. - keuze van materialen is afgestemd op ‘total cost of ownership’ - gevels en wanden dienen zo min mogelijk kwetsbaar te zijn voor vervuiling, vandalisme en graffiti. - bij voorkeur worden aluminium of kunststof kozijnen toegepast. - kozijnen, deuren, hang- en sluitwerk zijn zwaar uitgevoerd en bestand tegen hoogfrequent en intensief gebruik en inbraakwerend volgens politiekeurmerk. - wanden en deuren van sanitaire ruimten kunnen tot minimaal 1.,5 meter hoogte geen vocht opnemen. - in vochtige ruimten worden corrosie vaste materialen toegepast. - wanden zijn molestbestendig, stof arm, afwasbaar en vochtbestendig. - materialen die intensief, frequent en kostbaar onderhoud vergen worden niet toegepast. - voor toegepaste materialen en installaties geldt bij normaal gebruik van kwaliteitsgarantie van 10 jaar. 4.7.2. Het gebouw is goed schoon te maken en te houden. - gevels zijn vanaf maaiveld met eenvoudig materieel bereikbaar voor reiniging en onderhoud. - (bezoekers)entree heeft binnen een effectieve schoonloopzone
27
minstens 1,6 meter. - (bezoekers)entree heeft buiten verdiepte schraaproosters over volledige breedte van de doorgang. - vloeren zijn van een materiaal dat goed (nat) te reinigen is. - vloeren en wanden van sanitaire ruimten heeft tot 70 cm urinedichte afwerking bij voorkeur een gietvloer. - (personeels)toiletten zijn voorzien van hangtoilet met inbouwreservoir. - wanden moeten glad en goed afwasbaar zijn. - kasten en brandslanghaspels worden verzonken / vlak in de wand aangebracht. - spiegels zijn vast/verdiept opgenomen in het tegelwerk. - richels en hoger gelegen randen / oppervlakten zijn vermeden. - ventilatiesysteem is gemakkelijk bereikbaar voor onderhoud. - schoonmaakonderhoud ventilatiesysteem is contractueel meegenomen in periodiek onderhoud. - installaties voor warm en koud tapwater moeten worden uitgevoerd conform de bepaling in ISSO-publicatie 55.1 Legionellabestrijding.
28
4.8. Data en connectiviteit ICT, datavoorzieningen, beveiliging, telefoon-, elektra- aansluitingen.. 4.8.1. Het gebouw is uitgerust met een toekomstbestendige ICT infrastructuur. - installaties voor communicatie, beveiliging en gebouwbeheer zijn integraal ontworpen en op elkaar afgestemd op basis van IP-protocol. - integratie vindt plaats op gebied van bekabeling, centrale apparatuur en functionaliteit. - het gebouw wordt voorzien van gecombineerde telefonie / data-installatie op basis van gecertificeerde UTP CAT 6 bekabeling. 4.8.2. Het gebouw is uitgerust met een toekomst bestendige internet verbinding. 4.8.3. Ruimten op de begane grond zijn voorzien van inbraakbeveiliging gecertificeerd conform de Stichting Certificatie Beveiligingsapparatuur Klasse SCB 2. 4.8.4. In gebouwen per 10 m¹ (strekkende meter) minimaal 1 dubbele WCD plaatsen ook in verkeersruimten. - in ruimten waar kinderen komen worden wandcontactdozen kindveilig en slagvast uitgevoerd en op 1,5 meter boven vloerpeil aangebracht. 4.8.5 Brandmeld- en inbraakinstallatie is naar de eisen van de brandweer ook afgestemd op eisen verzekeraar.
Referentie leren door mee doen: Kinderstad Tilburg 29
Referenties Pagina 4 Referentie leren door mee doen: Foto kinderstad Tilburg via kinderstadtilburg.nl Eigenaar foto onbekend Pagina 5: Referentie kdv De Boerderij Foto kdv en BSO de Boerderij via kdvdeboerderij.net Eigenaar foto onbekend Referentie Kwebbel Woerden Foto kinderdagverblijf Kwebbel Woerden via kmnkindenco.nl Eigenaar foto onbekend Pagina 6 Referentie overkapping: Foto Kinderdagverblijf Pinkeltje via website swinn.nl Eigenaar foto onbekend Pagina 8 Referentie huiselijk: Referentie huiselijk en duurzaam: Foto Kinderstad Tilburg Grebbe via kinderstadtilburg.nl Eigenaar foto onbekend Pagina 9: Referentie huiselijk en binnenbuiten: 30
Foto UV architecten via uvarchitecten.nl Eigenaar foto onbekend Pagina 13 Referentie buitenruimte schaduwplekken: Foto Ska Kinderopvang via pinterest. Eigenaar foto onbekend Pagina 14 Referentie buitenruimte: Foto ZO Kinderopvrang via website zokinderopvrang.nl Eigenaar foto onbekend Pagina 16: Referentie groepsruimte: Foto KDV Rendierhof via website vormenzo. Eigenaar foto: Maarten Eekelaar Referentie toiletruimte: Foto Kupan.com Eigenaar foto: Kupan Pagina 17: Referentie verschoonruimte overzicht: Foto Kinderstad Tilburg Grebbe via kinderstadtilburg.nl Eigenaar foto onbekend
Bronnen Pagina 19: Referentie multifunctionele ruimte + keuken: Foto Kinderstad Tilburg Grebbe via kinderstadtilburg.nl Eigenaar foto onbekend Pagina 20: 2 x Referentie geïntegreerde bergruimtes Foto onbekend Eigenaar onbekend
Dit document is opgesteld door middel van de volgende bronnen: - Eisen en wensen Kinderopvang Little People - Kwaliteitskader Huisvesting Kinderopvang - Programma van Eisen Frisse Scholen 2015 - Bouwbesluit 2012 - Infoblad Kinderopvang ministerie van binnenlandse zaken
31
Dit document is opgesteld in opdracht van Kinderopvang Little People door Studio EMW