24068.5a - Beantwoording technische vragen Best Open QuickScan
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Vragen: U kunt uw vraag mailen naar raadsgriffie@gembest.nl * Naam + politieke partij Fractie Best Open Raadsvoorstel/ 24068 – Rapport Quick scan onderwerp Vragen en antwoorden: Vraag 1:
Antwoord 1:
Dorpsplein 2 Postbus 50 5680 AB Best T: 0499 360 375 raadsgriffie@gembest.nl www.gemeentebest.nl
VRAAG; Op pag. 2 (van 3) wordt in het raadsvoorstel gesproken over ‘het aangegeven momentum’. Welke argumenten behoudens het verzoek van Oirschot geven u de indruk dat nú het juiste moment is om -zeg maar“spijkers met koppen” te slaan ? Met momentum wordt bedoeld het in tijd samenkomen van een aantal samenhangende elementen. Met name de combinatie van a. de snelheid en impact van de ontwikkelingen in stad en regio (buiten), b. het binnen afzienbare tijd verder en kritisch onder druk komen te staan van de adviesbeslis en realisatiekracht van Best en c. het bestuurlijk-ambtelijk draagvlak voor vergaande samenwerking dat op basis van de quick scan is gebleken zijn daarvoor de belangrijkste dragers voor Best. Dit naast het feit dat Oirschot het verzoek aan Best heeft gedaan en het dus kansrijk om aan beide kanten de verkenning te vervolgen en te verdiepen.
Vraag 2:
Het rapport ‘opent’ met de Kernboodschap. We lezen o.a. bij punt 6. Ambtelijk of bestuurlijk fuseren kan de bestuurlijke positie in de regio vergroten en de organisatorische kwetsbaarheid verminderen. En bij punt 7. Dit (6.) zijn voor de gemeente Best de voornaamste motieven om te fuseren met een andere gemeente. VRAAG A; Is de bestuurlijke positie van Veldhoven of Geldrop-Mierlo binnen de regio groter/krachtiger als die van bv. Valkenswaard of Best ? Is dit aantoonbaar ? VRAAG B: Wie heeft deze 2 motieven geformuleerd? In het raadsvoorstel worden deze motieven niet genoemd of benoemd door het college. VRAAG C: ondersteunt u Kernboodschap 6 en 7 ?
Antwoord 2:
A: een dergelijk vergelijkend onderzoek naar de posities van andere gemeenten was geen onderdeel van de quickscan naar en van Best. Verschillen of verschuivingen zijn op basis van voorliggend onderzoek dus niet aantoonbaar. De verwachting is wel dat je door een bestuurlijke fusie meer stem, invloed en positie in de regio kunt hebben omdat je over en namens meerdere inwoners, bedrijven en bijv. over meer grondgebied areaal/ruimte, en bijv. meer arbeidsplaatsen spreekt en handelt. Dat gaat niet vanzelf maar zul je moeten ‘verdienen’ en waarmaken. B: door de onderzoekers is aan bestuurders en een grote groep ambtenaren de vraag gesteld wat voor Best de belangrijkste motieven zouden (moeten) zijn voor een ambtelijke of bestuurlijke fusie. De twee geciteerde zijn het meest en beargumenteerd benoemd en door BMC geformuleerd en opgenomen in het eindrapport. In het raadsvoorstel leest u dat het college de (alle?) conclusies en aanbevelingen uit het rapport herkent en overneemt, waaronder deze motieven. C. Ja dus. Maar samen met punten 1 t/m 5.
Vraag 3:
Voorts lezen we bij Kernboodschap 15 dat Oirschot als een geschikte, logische, complementaire en natuurlijke fusiepartner voor Best wordt gezien. VRAAG A; Door wie 1
Beantwoording technische vragen
Antwoord 3:
? Op basis van de vraag van Oirschot is met name het complementaire van belang. VRAAG B; Is op basis van dít rapport vast te stellen of beide organisaties elkaar kunnen versterken op díe punten waar ze nu als kwetsbaar worden beoordeeld ? Of hebben beide gemeenten behoefte aan soortgelijke ‘versterkingen en aanvullingen’ zoals bv. personele bezetting en extra expertise voor bovenlokale problematieken ? A: enerzijds door de met de quick scan geïnterviewde bestuurders en ambtenaren. anderzijds door de onafhankelijk onderzoekers (BMC), die toetsend, aanvullend onderzoek heeft gedaan o.a. naar vergelijking van bijv. de financiële posities en de opgavenprofielen van Best en Oirschot. De complementariteit wordt hiermee onderbouwd. Zie ook 5.5. B: De verwachte positieve, neutrale of negatieve effecten van de drie scenario’s worden in 5.2, 5.3 en 5.4 in beeld gebracht. Op basis van de quick scan wordt door de onderzoekers geconcludeerd dat samengaan met Oirschot de organisatorische kwetsbaarheid van Best (en die van Oirschot) in algemene en brede zin kan verminderen. Echter, in het eindrapport wordt in 6.2 ook meegegeven dat succesvol samengaan gerichte en aanvullende inzet vergt. Zo leidt samengaan met Oirschot tot meer gezamenlijke capaciteit maar ook tot een groter areaal en dus takenpakket.
Voor een aantal specifieke expertisegebieden biedt samengaan met Oirschot geen oplossing, zo concluderen de onderzoekers. Onderbrengen in of inleen bij de regio (SGE, MRE) en/of inhuur (markt) zal zeker de komende 10 jaar aanvullend nodig zijn en blijven.
Vraag 4:
Bij Kernboodschap 9. lezen we dat “voor de kwaliteit van dienstverlening positieve effecten van een fusie te verwachten zijn.” In de matrix op pag. 27 zien we echter dat de “klantgerichtheid” en de “kwaliteit van relaties met bewoners” negatiever uitpakken. VRAAG; Hoe verklaart u de tegenstrijdigheid van beide teksten ?
Antwoord 4:
De (kwaliteit van) gemeentelijke dienstverlening naar de inwoners heeft meerdere aspecten en ‘lagen’’. Over het algemeen constateren de onderzoekers dat herindeling (ic schaalvergroting) kan leiden tot een professionelere gemeentelijke organisatie met beter gekwalificeerd personeel en bestuurders, wat resulteert in een hogere kwaliteit van dienstverlening. Dat is in de kernboodschap op p.1 en in hoofdstuk 4 (voor - en nadelen van samengaan). Echter, een grotere gemeente en organisatie kan ook tot grotere (fysieke) afstand tot en minder korte lijnen met inwoners leiden. In hoofdstuk 5 worden daarom o.a. de ‘’klantgerichtheid’ (het vermogen om snel en effectief in te spelen op vragen en problemen in de directe leefomgeving van inwoners) en “kwaliteit van relaties met inwoners(organisaties)” (het vermogen om een nabije, toegankelijke, slagvaardige en betrouwbare partner te zijn van bewoners(organisaties), verdiepen en per scenario verschillend ‘gescoord’. Op p. 25 spreken de onderzoekers de verwachting uit dat herindeling tijdelijk zal leiden tot een daling in de (kwaliteit) van de dienstverlening. In 6.2 geven de onderzoekers in dit kader daarom o.a. mee om de nabijheid van bestuur te bestendigen, in de nieuwe gemeente (extra) werk moet worden gemaakt van wijk- en kernenbeleid en bewonersparticipatie.
Vraag 5:
Op pag. 24 lezen we in de matrix veel woorden als ‘is onzeker, mogelijkheden nemen toe, kan mogelijk leiden tot maar is onzeker, sluit beter aan’. Allemaal onzekerheden en vooronderstellingen. VRAAG; Op welke, voor Best specifieke eigenschappen, baseert u nu wérkelijk het positieve advies om dit traject (bestuurlijke fusie) door te zetten ? Bewust in deze fase gekozen voor een quickscan, het in korte tijd verkrijgen van een eerste beeld. Sommige aspecten zijn daarmee nog niet verdiept onderzocht en kunnen daarmee ook niet onderbouwd worden
Antwoord 5:
2
Beantwoording technische vragen afgeconcludeerd. Daarvoor is vervolgonderzoek (fase 3) nodig. Vandaar ook de keuze voor sommige formuleringen. De specifieke en unieke eigenschappen van Best zijn in essentie opgenomen in de SWOT-analyse op p. 14. Het is de specifieke en unieke combinatie en mix van de sterkten, zwakten, kansen en bedreigingen van en voor Best, die het advies onderbouwen. Dat verklaart ook het momentum, zie antwoord op vraag 1. Vraag 6:
Antwoord 6:
,,En voor- en tegenstanders hebben altijd nog de mogelijkheid om in maart 2026 hun stem te laten horen, bij de gemeenteraadsverkiezingen", benadrukt burgemeester Ubachs, aldus een quote in en uit het Eindhovens Dagblad van vrijdag 5 aug. 2024 VRAAG ; Is deze quote correct ? VRAAG ; Hoe verhoudt de gesproken tekst zich t.o.v. het afgesproken proces ? Quote is correct. Er is geen relatie tussen beiden, maar het is een feit dat bij verkiezingen partijen hun mening over het ingezette proces kunnen uitdragen.
Vraag 7:
Antwoord 7:
Op pag. 30 eindigt de QuickScan met een opmerking die buiten de scope van het onderzoek valt. “Een go besluit zal mogelijk tot reactie en beweging van omliggende gemeente leiden.” Vraag: Is er een (al dan niet formele) reactie geweest vanuit omliggende gemeenten? Er zijn geen formele reacties geweest vanuit omliggende gemeenten. De gemeente Boxtel heeft met al hun omliggende gemeenten een informeel gesprek gevoerd over vormen van samenwerking. Wij staan open omdat dat de toekomstbestendigheid van de nieuwe gemeente op termijn verder kan doen vergroten. Echter onder de voorwaarde dat de vervolgstappen tussen Oirschot en Best hierdoor niet worden doorkruist of vertraagd.
Vraag 8:
Is een beperking van de realisatiekracht uniek voor Best, of heeft op dit moment elke gemeente hiermee te maken?
Antwoord 8:
Nee, dat de realisatiekracht onder druk staat is niet uniek voor Best. Alle gemeenten, van klein tot groot - dus ook Eindhoven - hebben hier mee te maken. Wat de situatie van Best uniek maakt is de (kwetsbare) omvang van de gemeente/organisatie ten opzichte van de (strategische) ligging in een ongekend snel veranderende regionale omgeving. Een dynamiek die naar verwachting de komende jaren nog zal aanhouden. Daarop heeft de gemeente Best zich politiek, bestuurlijk en ambtelijk te positioneren en te organiseren en daarvoor is dit traject gestart.
Vraag 9:
Bij de resp. toelichtingen bij figuur 16, 17 en 18 is niet duidelijk of deze zijn opgemaakt aan de hand van feiten of redenaties/veronderstellingen. Wat betekenen de toelichtingen voor de algemene “weging” ? De in de figuren opgenomen toelichtingen zijn steeds een ‘optelling’ en abstractie van de middels de quick scan verzamelde feiten en interpretaties daarvan. Onder de kwalificaties (+, 0, -) liggen geen wetenschappelijke sets van vele indicatoren ten grondslag. Dat was ook niet de bedoeling bij deze quick scan. De weging en kwalificatie is gebaseerd op de expertise, ervaring en kunde van de onafhankelijke onderzoekers.
Antwoord 9:
Vraag 10:
Op blz. 8 worden de cijfers van Best getoond op basis van de financiële conditie index van de VNG. Best Open begrijpt de rood gekleurde exploitatieresultaten niet. Een begroting moet altijd positief zijn en de werkelijke resultaten van 2021, 2022 en 2023 zijn positief. Graag uitleg wat hier aan de hand is?
Antwoord
Bovenal concluderen de onderzoekers op p. 9 dat de financiële gezondheid van 3
Beantwoording technische vragen 10:
Best anno 2023 voldoende is. Voor de quick scan is gebruik gemaakt van bestaande bronnen. Voor de quick scan van de financiële conditie is de versie van de VNG-tool van maart 2023 gebruikt. Dat betekent dat de VNG prognoses heeft gemaakt voor de uitkomsten van de rekening 2022 en 2023. Dat geeft wellicht nog een ietwat vertekend beeld. In de begroting 2023 gaf Best zelf aan dat ze in 2021, 2022 en 2023 zouden interen op hun eigen vermogen. Onttrekkingen aan bestemmingsreserves waar corresponderende uitgaven tegenover staan, hebben weliswaar een neutraal effect op het begrotingsresultaat, maar je wordt er wel "armer" van als je je spaargeld opeet. Het exploitatieresultaat dat in de tabel staat, is exclusief dekking vanuit de reserves. En dat betekent een negatief exploitatieresultaat. In hun advies geven de onderzoekers mee om in de volgende fase een diepgaander en vergelijkende financiële met Oirschot uit te voeren, zoals dat in verdere verkenning voor een herindeling gebruikelijk is.
Vraag 11:
Antwoord 11:
Vraag 12: Antwoord 12:
Vraag 13: Antwoord 13
Tabel pag. 8 is voor ons niet helder. Graag extra uitleg over kleuren, beoordeling, wat is nu – (min) en + (plus). Vergelijken we hier ”appels met peren”? Wat betreft de kleuren in de tabel: dat is een codering van de VNG. Zij hanteren bandbreedtes voor groen, oranje en rood. Elk aspect wordt zo gescoord, er is dus geen onderlinge vergelijking tussen de aspecten (geen “appels en peren”). Er is een eindcijfer waarmee je als gemeente kunt kijken hoe je het overall doet en in vergelijking met andere gemeenten. Dit geeft een globaal beeld. Voor een (technische) toelichting op de scoring zie bijlage. Op blz 14 staat een SWOT-analyse. Bij zwakte staat het tweede puntje: eenzijdig, weinig duurzaam woningaanbod, beperkte doorstroming. Is dat een kenmerk van alle soortgelijke gemeenten als Best ? Deze SWOT is een SWOT voor Best en gaat in op de ( historisch geroeide) woningvoorraad/aanbod anno 2024. De gemeente heeft dit in de door haar vastgestelde Omgevingsvisie tevens zelf geconstateerd. Dit is geen benchmark resultaat. Het klopt dat andere gemeenten hier ook mee te maken hebben, mede afhankelijk van de groei- en uitbreidingsfase van een gemeente en het gehanteerde ruimtelijk en sociaal (woon)beleid. De bedreigingen die genoemd worden in de tabel op blz. 14 zijn ons inziens bedreigingen voor de totale regio, niet specifiek voor Best. Bent u dat met ons eens ? Deels.
Alle gemeenten in de Brainportregio hebben te maken met de ontwikkelingsdynamiek en invloedsfeer van de metropoolvorming. De snelheid voor en impact op Best is vanwege haar ligging, economie en knoopwaarde en de actuele, dominant noordwaartse ontwikkelingrichting anders en o.i. groter - dan bijvoorbeeld in Waalre - zeker in termen van mobiliteit, woningbouw, milieugrenzen en congestie.
Vraag 14:
Op blz 30 wordt bij de laatste bullit gesproken over mógelijke financiële schaalvoordelen? Welke schaalvoordelen kunnen dat zijn?
Antwoord 14
Dat kunnen allerlei (economische) schaalvoordelen zijn. Bijvoorbeeld door met groetre volumes te kunnen in te kopen (materiaal), meer specialisatie en optimaliseren van bedrijfsprocessen te organiseren, meer efficiëntere inzet technologie en automatisering bij groter volumes, benutten hogere bezettingsgraad van materieel (bijv. veeg- of maaimachies staan minder stil bij groter areaal), combineren van huisvesting/dislokaties, IT-systemen Hierdoor kunnen de kosten per eenheid efficiënter en dus goedkoper worden.
Vraag 15:
In het rapport wordt gesproken over herindeling en over samengaan. Bij een herindeling is het toch een verplicht samengaan vanuit de hogere overheid, 4
Beantwoording technische vragen
Antwoord 15
Vraag 16:
Antwoord 16
Vraag 17: Antwoord 17
Vraag 18:
Antwoord 18
terwijl samengaan een vrijwillige keuze is van twee of meerdere gemeenten. Waarom wordt er in dit rapport dan toch veelvuldig gesproken over herindeling? Met de quick scan zijn drie scenario’s onderzocht: twee daarvan gaan over twee verschillende manieren van “”samengaan”: ambtelijke fusie en bestuurlijke fusie. De bestuurlijke fusie is de facto een herindeling. Een herindeling kan van bovenop worden opgelegd of van onderop worden geïnitieerd. Het traject met Oirschot zet in op dat laatste en zal op zeker moment tot overleg met Provincie en uiteindelijk ook BZK leiden. In het afwegingskader wat BZK (en Provincie) hanteren, is draagvlak van de betrokken gemeenten zelf een belangrijk beoordelingscriterium. Op pag. 19 lezen we “Herindeling kan leiden tot een professionelere gemeentelijke organisatie met beter …. gekwalificeerde bestuurders”. En op pag. 24 “Schaalvergroting maakt professioneel bestuur mogelijk”. Volgens Best Open -en wij nemen aan de gehele raad- zijn de huidige bestuurders gekwalificeerd en professioneel. Zal na een fusie de kwaliteit van lokaal gekozen bestuurders hoger zijn? De quick is geen vlootschouw van zittende bestuurders (noch managers of medewerkers) en doet daar ook geen enkele uitspraak over. Door vergaande samenwerking kan de trits advies-, beslis- en uitvoeringskracht toenemen en professionaliseren.
De opgaven van de nieuwe samengevoegde gemeente worden naar verwachting nog uitdagender en het gebied wat bestuurd moet worden groter. Dit kan het voor meer mensen - raadsleden, wethouders, burgemeester - nog aantrekkelijker maken om zich voor de nieuwe gemeente in te zetten. In goed samenspel kan dit de algehele kwaliteit van het lokaal bestuur (doen) verhogen. Nieuw voor Best Open is dat de gemeente geen gelijkwaardige partner is aan de woningcorporaties, zorgorganisatie, welzijnsorganisaties etc. Waaruit is dat gebleken? Graag concrete voorbeelden ? In het rapport wordt inderdaad op p. 19 als algemeen voordeel benoemd dat: “Heringedeelde gemeenten zijn meer gelijkwaardige gesprekspartners voor woningcorporaties, zorgaanbieders en onderwijsorganisaties (die doorgaans al een schaalvergroting hebben doorgemaakt)”. Hiermee wordt bedoeld dat veel maaatschappelijke partners op de - ook voor Best majeure, strategische opgaven - vaak al op een bovenlokale regionale schaal zijn georganiseerd. Dit maakt gesprekken, onderhandelingen en afspraken aan beider zijden makkelijker en doelgerichter. De instelling hoeven met minder gemeenten aan tafel; de gemeenten hoeven hun behoeften met minder collega’gemeenten onderling af te stemmen. In de vervolgfase kan worden onderzocht op welke werkgebieden dit speelt en effecten kan sorteren. Een aantal vragen bij figuur 16 op blz. 22. a.
hoe worden de scores bepaald en door wie? b. Bij klanten efficiency staat: verondersteld mag worden ….Hoe kun je een score maken op basis van een veronderstelling? c. de term lobbymacht wordt gebezigd. Kan uitgelegd wat dat inhoudt bij een bestuurlijke fusie? d. Wat wordt bij effectieve taakverdeling bedoeld met gelijkblijvende omvang? a. door de onderzoekers, zie ook antwoord op vraag 9. Geldt voor figuren 16, 17 en 18. b. zie ook a. de scores zijn niet bedoeld als een absoluut cijfer of oordeel maar een indicatie, referentie en inschatting (van de onderzoekers) van het te verwachten effect. Dit past bij de aard van het quickscan onderzoek. De indicatie is bedoeld als hulpmiddel voor het nemen van een go-no-go-besluit. Wanneer meer precisie, onderbouwing en 5
Beantwoording technische vragen ‘zekerheid’ noodzakelijk wordt geacht, is verdiepend onderzoek in de volgende fase nodig. c. “Lobbymacht” wordt door de onderzoekers gedefinieerd als “Het vermogen om lokale belangen en besluiten door te laten werken in bovenlokale onderhandelingstafels”. Hiermee wordt bedoeld dat twee gemeenten bij een bestuurlijke fusie samen sterker staan in hun contacten, overleggen en onderhandelingen in en met de regio, de provincie, het rijk en andere stakeholders, dan hen dat op eigen kracht zou lukken. Groter biedt meer belang, invloed, stem, professionaliteit (van lobby) en netwerk. d. “Effectieve taakverdeling” wordt door de onderzoekers gedefinieerd als “ Het vermogen om de uitvoering en beleidsvoorbereiding te organiseren op de best passende schaal”. Hiermee wordt bedoeld dat een grotere gemeente meer mogelijkheden/opties (capaciteit, kennis/ specialisaties, kunde competenties) en daarmee meer schakelkracht heeft om een vraagstuk op regionaal schaal, lokale schaal of juist op buurtnivo danwel achter de voordeur doeltreffend aan te pakken. NB: het in de Quick Scan gehanteerde beoordelingskader van 5.1 (p.20, figuur 15) e.v. is eerder, in 2017 door de gemeente Best zelf gebruikt bij het toenmalige traject van de toekomstvisie. De destijds gehanteerde rollen en criteria/definities zijn overgenomen en toegepast.
Meer vragen over hetzelfde onderwerp? Voeg dan rijen toe met de tab-toets.
*Als u de vragen donderdag na de beeldvormende sessie vóór 12.00 uur mailt, beantwoordt het college uw vragen uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie.
Artikel uit 1e Wijziging Reglement van Orde gemeenteraad 2023: Artikel 3.35 – Technische vragen 1.
2. 3.
Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of geagendeerd raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden en de uitleg daarvan of over de feitelijke gevolgen van een besluit. Technische vragen worden ingediend bij de griffie. Technische vragen over geagendeerde raadsvoorstellen die zijn ingediend bij de griffie uiterlijk donderdag vóór 12.00 uur na de beeldvormende sessie, worden door het college uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie vóór 12.00 uur beantwoord. De antwoorden van het college worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst bij het agendapunt van de desbetreffende sessie.
4. Bij technische vragen over een onderwerp spant het college zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 7 dagen na ontvangst van de vraag, te beantwoorden. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst.
6