24060.7a - Beantwoording technische vragen D66 over Kaderbrief 2025
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Vragen: U kunt uw vraag mailen naar raadsgriffie@gem best.nl * Naam + politieke partij Raadsvoorstel/onderwerp Vragen en antwoorden: Vraag 1:
Marius Ekamp Kaderbrief 2025
D66 Best
Dorpsplein 2 Postbus 50 5680 AB Best T: 0499 360 375 raadsgriffie@gembest.nl www.gemeentebest.nl
Raadsvoorstel pag. 4 U stelt voor om een strategisch adviseur maatschappij aan te stellen (#15) met de volgende functie/taakomschrijving: ”Adviseur die strategisch team breed adviseert en zo integraliteit en prioritering stimuleert … De adviseur maatschappij bewaakt hierin de koers en hoofdlijn en adviseert in prioritering van de activiteiten binnen sociaal maatschappelijke beleidsterreinen” (pag. 30) Welk werk blijft liggen als deze middelen niet vrijgemaakt worden? Hoe gaat u er voor zorgen dat de taken na twee jaar zijn geborgd?
Antwoord 1:
De adviseur maatschappij heeft een belangrijke rol in het uitzetten van de koers. Een duidelijkere koers stelt ons in staat beter keuzes te maken door te vertalen naar tactisch en operationeel niveau. Hierbij gaan we steeds meer opgavegericht werken en dat vraagt een omslag. Hiermee doen we recht aan de uitkomsten van de rekenkamerrapporten, de vragen en behoefte die er leeft bij de raad aan een duidelijker kader en een rol in het stellen daarvan en aan de samenwerking met partners. We pakken die opgaves steeds meer in samenwerking aan. De verwachting is nu dat er nog 2 jaar inzet nodig is, omdat de koers dan is ingezet en meer going concert kan worden opgepakt.
Vraag 2:
Wij vragen ons af of een uitbreiding voor twee jaren ten koste van € 225.000,-
wel in verhouding staat tot het te verwachtte extra bereik. Hoeveel besteden we aan de diverse regelingen waar aandacht aan gegeven zal worden en kunt u een indicatie geven hoeveel meer bereik we genereren? Anders gezegd: Hoe beoordelen we over twee jaren of de inzet van de armoederegisseur een succes is? Zie nieuw beleid: (#13) Ons beeld is dat we vanuit verduurzaming effectieve maatregelen nemen die ten gunste komen aan het milieu én armoedebestrijding zoals bijvoorbeeld de in de kaderbrief genoemde witgoed regeling. Ligt er via deze interventie niet (ook) een ‘koppelkans’ om in te zetten op het vergroten van het bereik van andere bestaande regelingen? Antwoord 2:
Antwoord op vraag 1: Uit het onderzoek van het NIBUD blijkt dat er een goed aanbod van regelingen is voor mensen in armoede. Echter, er wordt niet altijd gebruik van gemaakt. Hierin speelt de armoederegisseur een belangrijke rol. Als het gaat om armoede en bestaanszekerheid dan is bekend dat vele factoren daarbij een rol spelen. Met een armoederegisseur willen we inderdaad méér inwoners van Best bereiken. Wanneer we daarin slagen dan kunnen we dat terugzien in de aantallen van mensen die gebruik maken van de minimaregelingen en van schuldhulpverlening. Toch zegt dit zeker niet alles, want als het economisch slechter gaat zullen ook méér mensen gebruik maken van deze regelingen. Omgekeerd is dat ook zo: in goede economische tijden maken minder mensen gebruik van dergelijke financiële ondersteuning, en dat betekent dan niet per se dat wat een gemeente onderneemt om mensen te bereiken, vermindert of verslechtert. Het inzetten van een armoederegisseur zal kwalitatief beoordeeld moeten worden. Aan het einde van de 2 jaar dat de armoederegisseur aan de slag is, 1
Beantwoording technische vragen zullen meerdere partijen gevraagd moeten worden naar hun ervaring met de armoederegisseur. Er zal gekeken worden naar de succesverhalen en de minder mooie verhalen, kortom een evaluatie die meer meeneemt dan alleen cijfers. De ervaringen vanuit andere gemeenten met de armoederegisseur zijn zeer positief, blijkt uit de gesprekken die we hierover hebben gevoerd. De regisseur is de brug tussen het gevoerde beleid én de inwoners met armoedeproblematiek. Antwoord op vraag 2: De energiecoaches en witgoedcoaches (= vrijwilligers) die in het kader van deze regelingen bij de inwoners van Best thuis komen hebben inderdaad aandacht voor andere problematiek die speelt wanneer ze op huisbezoek gaan. 4 factoren spelen een rol: 1. De coach komt alleen op aanvraag van de inwoner zelf op huisbezoek. 2. Focus coach is energiebesparende maatregelingen en/of energieslurpend witgoed 3. De inwoner zal niet altijd blijk geven van financiële problemen, ook als die er wél zijn 4. De coach kent niet inhoudelijk de minimaregelingen en schuldhulpverlening. Wat kan een coach wél doen (en ook daadwerkelijk doet) is proberen breder te kijken dan het probleem waarvoor hij komt. Als hij andere zaken signaleert, dan kan hij in gesprek met de inwoner, doorverwijzen naar Bestwijzer voor ondersteuning.
Ook kunnen folders inzake ondersteuning en/of minimaregelingen worden uitgereikt. Er is sprake van een “warme” doorverwijzing.
Vraag 3:
Antwoord 3:
Een armoederegisseur heeft inhoudelijk kennis van alle minimaregelingen. De armoederegisseur weet precies hoe schuldhulpverlening werkt en wanneer dit noodzakelijk is. Deze regisseur kent Bestwijzer en de sociale kaart van Best als geen ander. De armoederegisseur zal laagdrempelig benaderbaar zijn door op allerlei locaties aanwezig te zijn. De armoederegisseur gaat op zoek naar de conventionele en niet-conventionele vindplaatsen van inwoners met financiële problematiek. De regisseur gaat voorlichting geven over de minimaregelingen en kan outreachend te werk gaan. Woningbouwversnelling (#27) Kunt u ons inzicht geven in de geplande realisatie van de 4.100 woningen in relatie tot de ambtelijke capaciteit in het ruimtelijk domein? Graag ontvangen wij een (globale) inschatting van de planning, de verwachte tijdsinvestering van onze ambtenaren i.r.t. beschikbare capaciteit en het aantal woningen dat daadwerkelijk gerealiseerd zal worden op basis van de voorstellen in de kaderbrief. Op basis van potentiële woningbouwlocaties, plannen in voorbereiding, uitvoering en gerealiseerde woningbouwplannen geven we invulling aan de woningbouwopgave van 4100 woningen tussen 2020 en 2040. Daarbij zetten we primair in op de opgave, die we zijn overeengekomen in de regionale Woondeal ZOB, waarin is afgesproken dat we bruto 1765 woningen realiseren van 2022 tot en met 2030.
De eerste 290 woningen, daarvan zijn in 2022 en 2023 opgeleverd. Het is niet eenvoudig om de ambtelijke tijdsinvestering/ benodigde en beschikbare capaciteit te koppelen aan het aantal woningen dat daadwerkelijk gerealiseerd zal worden. Er leveren meerdere ambtenaren vanuit verschillende disciplines een bijdrage aan verschillende initiatieven en plannen. Door middel van inzicht in onze werkvoorraad sturen we op de inzet van ambtelijke capaciteit. Om de doelen voor 2030-2040 te behalen constateren we dat we dat de ambtelijke capaciteit te krap is. Dit hebben we in de midterm-review en de kaderbrief 2025 ook benoemd. 2
Beantwoording technische vragen Vraag 4:
Pag 4: “Participatie zat eerst in een pilot fase. Deze pilot fase is inmiddels
afgerond en de werkzaamheden zijn structureel geworden. Dit betekent ook dat het budget structureel moet worden toegekend.” Klopt het dat het voorstel om deze inzet inderdaad structureel te maken ontbreekt in de lijst van ‘nieuw beleid’? Welke gevolgen heeft dat voor participatieprocessen vanaf ’25? Antwoord 4:
Er is inderdaad geen nieuw structureel budget aangevraagd. Doordat de kosten voor participatie voornamelijk in de projecten worden gemaakt is het logisch dat deze ook zoveel mogelijk worden ondergebracht bij de projecten. Daarnaast is de verwachting dat we het structurele budget dekken vanuit de aanwezige middelen. Dit zullen we tussentijds monitoren. Op deze manier krijgen we beter inzicht in de uitvoerende kosten die gemaakt worden voor participatie. Voor 2026 kunnen we eventueel budget aanvragen, als blijkt dat dit nodig is.
Vraag 5:
In de jaarrekening 2023 lezen wij: “Hogere uitgaven onderhoud openbare ruimte (€ 316.000,- Nadelig)” Dit klinkt als een structureel nadeel, is dit meegenomen in de financiële foto van de kaderbrief ‘25? Op welk moment verwerkt u de financiële inzichten op basis van de jaarrekening 2023 met een meerjarig effect in de financiële foto? Is dat bij de kaderbrief of bij de begroting? Bijvoorbeeld voorgenoemd nadeel op onderhoud openbare ruimte, hogere rente opbrengsten, hogere personeelslasten etc.?
Antwoord 5:
De overschrijding van ca 300k valt in hoofdzaak uiteen in drie verschillende oorzaken. Daarnaast zijn er altijd kleinere onder- en overschrijdingen maar die laat ik nu even buiten beschouwing 1) De gemeente Best rekent met een vast indexpercentage voor de hele begroting. Bij verschillende contracten binnen Beheer en Realisatie is sprake van een aanzienlijk hogere index. De bron van indexering is vastgelegd in overeenkomsten, die zijn dus onontkoombaar. Die hogere index is met name veroorzaakt door loon- en brandstofkosten. 2) Areaal uitbreiding. Het mag duidelijk zijn dat gebieden als Aarlesche Erven meer vragen dan alleen een totaal index op de begroting. Deels is daar in voorzien en deels volgt die later nog in detail. 3) Een nieuwe overeenkomst op het gebied van het onderdeel ‘afval en reiniging’ was aanleiding voor de inschrijvers om substantieel andere prijzen neer te leggen. Dat komt omdat dit onderdeel langjarig niet is geïndexeerd. Een deel van deze extra kosten is incidenteel. De structurele kosten zijn nu deels inzichtelijk zoals het beschreven deel van de areaal uitbreiding. Voor het overige kan het gaan om structurele kosten die we ook willen borgen in de begroting. Daarvoor zullen wij het gebruikelijke traject gebruiken, dus melding in de kaderbrief 2026 (voorjaar 2025) opdat het verwerkt kan worden in de begroting 2026.
Vraag 6:
Zoals ook genoemd bij de beeldvorming; Het valt ons op dat er in de kaderbrief 2025 geen enkel financieel voordeel binnen het bestaand beleid wordt vermeld ter dekking van nieuw beleid. Gezien de forse jaarrekeningoverschotten van de afgelopen twee jaren, kunnen wij ons niet voorstellen dat er geen overschot binnen het bestaand beleid aanwezig is waarmee we ‘oud beleid voor nieuw beleid’ zouden kunnen inwisselen. Bent u bereid, mede gezien het financieel meerjarenbeeld, voorstellen voor 'nieuw voor oud' uit te werken voor de begrotingsbehandeling 2025?
Antwoord 6:
Momenteel zijn we intern de eerste stappen aan het zetten om onszelf voor te bereiden op het “ravijnjaar” 2026. Wij gaan aan de slag om maatregelen in beeld 3
Beantwoording technische vragen te brengen om het tekort van 2026 om te buigen. Wij kiezen er bewust voor om niet te gaan “rennen” richting de meerjarenbegroting 2025-2028 maar dit zorgvuldig uit te werken richting kaderbrief 2026. 2 De toezichthouder toetst ons op een structureel en reëel evenwicht van de begroting 2025. Hierop bepalen zij het toezicht van het komend jaar. Daarnaast houden zij rekening bij de beoordeling van de meerjarenraming met ons beleid op risicomanagement, stand van de vrije algemene reserve (weerstandsvermogen) en onze financiele kengetallen. Vraag 7:
U stelt voor 60k investeringskrediet te alloceren om Winkelcentrum Heivelden een nog prettigere plek te maken. Bij de derde financiële rapportage ’23 is al 65k overgeheveld voor vergroeven Winkelcentrum Heivelden. Komt deze 60k bovenop de 65k?
Antwoord 7:
Voor het vergroenen van Winkelcentrum Heivelden, uit te voeren in 2024 /2025, is een bedrag van € 65.000,00 overgeheveld bij de derde financiële rapportage 2023. Inmiddels is er een globale uitwerking voor de inrichting van dit openbaar gebied. Hieruit blijkt dat deze ingrijpend is vergeleken met de inrichting van de twee tot nu toe gerealiseerde prettige plekken. Het bedrag van € 60.000,00 komt bovenop het genoemde bedrag van € 65.000,00. Mocht dit bedrag niet nodig zijn in verband met de herinrichting van het openbaar gebied Winkelcentrum Heivelden, dan zal het restant worden ingezet voor andere projecten in het kader van “prettige plekken”. U vraagt middelen voor prettige plekken, een klein deel van wat we doen binnen de openbare ruimte. Bent u voornemens om ook breder voorstellen rondom de inrichting van de openbare ruimte voor te leggen, mede gelet op mogelijke keuzes die noodzakelijk zijn vanaf ’26?
Vraag 8:
Antwoord 8: Vraag 9:
De Raad heeft eerder aanvullende middelen beschikbaar gesteld voor toezicht en handhaving en de wachtlijsten daar. Cfm. de derde tussentijdse rapportage ‘23 is nog 341k beschikbaar in ’24. Er wordt niet door uw college gevraagd om extra middelen na ’24. Klopt het dat de wachtlijsten zijn weggewerkt eind ’24 en dat vanaf ’25 er geen aanvullende financiering meer noodzakelijk is?
Antwoord 9:
Het is correct dat de raad eerder gelden beschikbaar heeft gesteld voor een inhaalslag bij toezicht en handhaving. De resterende gelden zijn met name voor aanpak Buitengebied nog niet volledig benut door vertraging bij het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan en omdat de inhuur van extra capaciteit bij toezicht en handhaving veel tijd heeft gevergd omdat het moeilijk was in te vullen. Ook om deze reden is in de Kaderbrief voor 2025 extra capaciteit gevraagd bij RO mocht het nodig en mogelijk zijn zouden we eventuele resterende gelden kunnen gebruiken om deze capaciteit te dekken. Bij de klachten of meldingen, niet zijnde het Buitengebied is er inderdaad momenteel geen achterstand.
Vraag 10:
In het raadsvoorstel verwijst u met argument 1.1. naar de financieel technische uitgangspunten die normaal gesproken bij de kaderbrief zitten vermoeden wij. Denk aan hoogte van diverse indexen die we op de begroting toepassen. Dit tabblad ontbreekt denken we. Kunt u de uitgangspunten van de begroting toevoegen zodat duidelijk is met welke uitgangspunten de begroting ’25 wordt opgesteld?
Antwoord 10:
Per abuis zijn de uitgangspunten weggevallen in de kaderbrief. Deze zijn alsnog opgenomen in de kaderbrief. Tevens zijn de uitgangspunten hieronder opgenomen. Uitgangspunten 4
Beantwoording technische vragen
Vraag 11:
Antwoord 11:
Bij het vaststellen van de programmabegroting 2024 en de meerjarenraming 2025-2027 zijn de prijzen voor 2025 geïndexeerd met 2,4% en rekenden we met een loonindex van 4,9%. Voor deze kaderbrief en de begroting 2025 passen we de prijsindexering aan. Dit betekent dat we de loonindex van 4,9% blijven hanteren in 2025 en een prijsstijging van 2,8% toepassen. De loonstijging 2026-2028 bedraagt 4,2% en de prijsstijging 2,3%. Tegenover deze stijgingen verwachten we deels compensatie vanuit het Rijk in de vorm van de algemene uitkering. De gevolgen van de aankomende meicirculaire 2024 brengen we begin juni in beeld en delen we met de raad via een raadsinformatiebrief. Wij zijn bij de jaarrekening 2023 geschrokken van de forse overschrijdingen op ICT, € 548.000,- nadelig. In hoeverre zijn de structurele effecten hiervan meegenomen in de kaderbrief ’25? In hoeverre zijn dit beïnvloedbare kosten en welke maatregelen zijn denkbaar om dit beheersbaar te houden? De overschrijding betreft consultancy, inhuur, nieuwe, hogere en dubbele licentiekosten (bijvoorbeeld voor oude en nieuwe programmatuur i.v.m. implementatie omgevingswet en adoptie van nieuwe of gewijzigde wetgeving), updates en extra onderhoud (bijvoorbeeld overgang naar cloud en ver-Saa-Sing van applicaties). De prijsstijgingen van licenties en onderhoud zijn structureel verwerkt in de begroting 2024.
De overschrijding bestaat uit consutlancy-uren en extra lasten ivm updates en stijgende kosten voor onderhoud en licenties. De eenmalige kosten voor consultancy en extra updates zijn eenmalig en worden niet opgenomen in de begroting. De extra prijsstijgingen van licenties en onderhoud worden wel verwerkt in de begroting. Ook de extra kosten van de implementatie i.v.m. de overgang naar de cloud en de bijbehorende kosten zijn vanaf 2024 in de begroting opgenomen. Dit zijn geen beïnvloedbare kosten omdat dit verplichte updates zijn die nodig zijn om alle gemeentelijke applicaties veilig en actueel te houden. Ook voor nieuwe applicaties zijn onverwachte kosten nodig gebleken dan voorzienbaar was. Vanaf 2024 houden we dit strakker in de gaten en zullen onverwachte kosten eerder gesignaleerd worden. We zijn ook bezig om een projecten portofolie op te zetten om de toekomstige kosten beter te begroten.
Meer vragen over hetzelfde onderwerp? Voeg dan rijen toe met de tab-toets. *Als u vóór woensdag 12:00 mailt, spant het college zich in om voor de raadsvergadering of raadsavond uw vraag te beantwoorden.
Artikel uit het Reglement van Orde gemeenteraad Best 2020: Artikel 3.36 – Technische vragen 1.
2.
3.
Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden en de uitleg daarvan of over de gevolgen van een besluit. Technische vragen moeten ingediend worden bij de griffie. Dit kan tot uiterlijk woensdag voor 12.00 uur, voorafgaand aan de dag van de raadsavond waarop het onderwerp geagendeerd staat. Het college spant zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk vóór 15.00 uur van de dag van de vergadering of raadsavond te beantwoorden. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst.
5