24053.7a - Beantwoording Technische vragen D66 over Paraplubestemmingsplan Wonen en Kamerverhuur
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Vragen: U kunt uw vraag mailen naar raadsgriffie@gembest.nl * Naam + politieke partij Raadsvoorstel/onderwerp Vragen en antwoorden: Vraag 1:
Antwoord 1:
Pieter Meeuwis D66 24053 – Paraplubestemmingsplan Wonen en Kamerverhuur
Dorpsplein 2 Postbus 50 5680 AB Best T: 0499 360 375 raadsgriffie@gembest.nl www.gemeentebest.nl
De nieuwe definities (na de ambtshalve aanpassingen) maken de situatie is stuk minder duidelijk. Hospita verhuur (1.3) is gedefinieerd als een vorm van kamerverhuur (dat is weer “het verhuren van onzelfstandige woonruimte” volgens 1.6) waarbij er een hoofdbewoner is die kamers verhuurt. Waarom wordt dan in 3.2.1.b toegestaan dat er bij de hospita max 2 extra huishoudens mogen inwonen (en niet 2 personen)? Is het niet duidelijker om (net als in Den Bosch https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0796.00025121401/r_NL.IMRO.0796.0002512-1401.html) een verschil te maken tussen Inwoning en Kamerverhuur? Als er geen sprake is van één huishouden, dan moeten de verschillende bewoners als afzonderlijke huishoudens worden aangemerkt. Naast het huishouden van de hospita, zijn er maximaal twee extra bewoners toegestaan. Deze worden aangemerkt als afzonderlijke huishoudens. Zowel bij hospitaverhuur als bij verkamering is sprake van kamerverhuur. De geschetste onduidelijkheid heeft niet zozeer te maken met de definities maar met de formulering van de regels. Het toevoegen van een nieuw begrip ‘inwoning’ heeft wat dat betreft geen toegevoegde waarde. Bij inwoning is immers ook sprake van verhuur van kamers. Gestelde vragen geven aanleiding om de bestemmingsplanregels te veranderen, om interpretatie verschillen te voorkomen.
Een aangepaste versie van de nota ambtshalve wijzigingen zal worden toegezonden.
Vraag 2:
Antwoord 2:
Wordt onder 3.1.1.a.b met ‘kamerverhuur’ verkamering bedoeld (en dus kamerverhuur zonder hoofdbewoner)? Waarom staat hier het woord OF tussen kamerverhuur en onzelfstandige woonruimte? Zijn dit twee verschillende situaties of wordt VAN ipv OF bedoeld? Alle vormen van kamerverhuur vallen in principe onder het gebruiksverbod zoals opgenomen in artikel 3.2.1. onder a. Voor hospitaverhuur geldt hierop de uitzondering zoals opgenomen in artikel 3.2.1 onder b. Als aan de genoemde voorwaarden wordt voldaan is hiervoor geen nadere toestemming op grond van het bestemmingsplan vereist. Voor volledige ‘verkamering’ (kamerverhuur zonder hoofdbewoner) is de afwijkingsbevoegdheid onder 3.3 opgenomen. Gestelde vragen geven aanleiding om de bestemmingsplanregels te verduidelijken, zodat het verschil tussen hospitaverhuur en volledige verkamering duidelijker is Een aangepaste versie van de nota ambtshalve wijzigingen zal worden nagezonden.
Vraag 3:
Antwoord 3:
Mag volgens art 5.2 het strijdige gebruik in stilte voortgezet worden of moet gebruik gemaakt worden van een vergunningen die onder 3.3 beoordeeld wordt? Een generaal pardon onder 5.2.a lost toch niets op van de beoogde verbod op kamergewijze bewoning? Bestaand legaal gebruik maar in afwijking van het nieuwe bestemmingsplan mag worden voortgezet. Hiervoor hoeft geen vergunning te worden aangevraagd. 1
Archiefexemplaar van BL24-04485
- Beantwoording Technische vragen D66 over Paraplubestemmingsplan Wonen en Kamerver
Beantwoording technische vragen Van een generaal pardon is geen sprake. Het bestemmingsplan legaliseert geen strijdige situaties. Bestaande situaties die voldoen aan het oude bestemmingsplan mogen worden voortgezet, ook al wijken deze af van de nieuwe regels. Vraag 4:
Hoe wordt meergeneratiewonen in dit bestemmingsplan geregeld? Geldt nog steeds de Beleidsregel meergeneratiewonen Best 2017 (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR604287/1) Is meergeneratiewonen alleen mogelijk in familieverband?
Antwoord 4:
Het plan bevat geen regels voor meergeneratiewonen. Meergeneratiewonen dient bovendien meer vergeleken te worden met mantelzorgwoningen, waarbij sprake is van eigen voorzieningen (keuken, badkamer) en grotere oppervlakten aan privéruimte (slaapkamer/woonkamer). Het beleid voor meergeneratiewonen blijft ongewijzigd. Op grond van deze beleidsregels dient sprake te zijn van een familierelatie waarbij één van de bewoners de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt.
Vraag 5:
In welke gevallen kan binnen dit paraplubestemmingsplan een woning gesplitst worden in twee zelfstandige wooneenheden ? Of moet dat altijd via een nieuw omgevingsplan voor zo’n woning? (Opm. in Den Bosch zijn afwijkingsregels voor woningsplitsing die voorwaarden beschrijven: https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0796.00025121401/r_NL.IMRO.0796.0002512-1401.html , dat is wellicht in Best ook mogelijk) In het paraplubestemmingsplan is hiervoor geen regeling opgenomen. Bij woningsplitsing is sprake van het creëren van nieuwe woningen, dat valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Om een dergelijke ontwikkeling mogelijk te maken is dus altijd een afwijking van het omgevingsplan noodzakelijk (BOPA) of een wijziging van het omgevingsplan voor de betreffende locatie.
Antwoord 5:
Woningsplitsing Op dit moment wordt wel gewerkt aan het opstellen van nieuw beleid voor het splitsen van woningen. Dit beleid zal op later moment worden vertaald in de planregels van het omgevingsplan. Vraag 6:
Antwoord 6:
In het bestemmingsplan Buitengebied (toelichting, pag 58) staat onder 5.3.2 Huisvesting arbeidsmigranten: “De gemeente voert een terughoudend beleid met betrekking tot uitbreiding van de woonfunctie in het buitengebied. Dit geldt in beginsel ook voor arbeidsmigranten. Voor de huisvesting van arbeidsmigranten is nieuw beleid in voorbereiding, dat afzonderlijk aan de raad voorgelegd zal worden en nadat het beleid is vastgesteld worden doorvertaald in een paraplubestemmingsplan dat geldt voor het gehele grondgebied van de gemeente Best. Vanwege deze actualisatie is in het bestemmingsplan geen regeling meer opgenomen.” Is er een ander paraplubestemmingsplan voor heel Best in voorbereiding dan het onderhavige (dat gaat immers alleen over de bebouwde kom)? Het nieuwe beleid voor arbeidsmigranten is nog steeds in voorbereiding. Om ongewenste ontwikkelingen (overbewoning/ parkeeroverlast) tegen te kunnen houden is het paraplubestemmingsplan voor de kom opgesteld. Dit biedt de mogelijkheid om op korte termijn te kunnen sturen. De evaluatie/ aanpassing van het beleid voor arbeidsmigranten zou aanleiding kunnen geven om de omgevingsplanregels ten aanzien van kamerverhuur weer aan te passen.
2
Beantwoording technische vragen In het bestemmingsplan Buitengebied Best 2021 is de onderstaande begripsbepaling van een woning opgenomen. Dit maakt de huisvesting van arbeidsmigranten of andere groepen bewoners die geen huishouden vormen onder voorwaarden mogelijk. 1.148 Woning Een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden, dan wel voor de huisvesting van één huishouden met daarbij niet bedrijfsmatige kamerverhuur van maximaal 2 personen, danwel voor de huisvesting van maximaal 4 personen, die geen gezamenlijk huishouden vormen maar wel gezamenlijk gebruikmaken van de voorzieningen als ware het één huishouden. In het laatste geval dient sprake te zijn van een gebruiksoppervlakte van minimaal 12 m2 per persoon. Binnen een woning is sprake van één zelfstandige wooneenheid, dat wil zeggen één eenheid waarin een zelfstandig huishouden kan worden gevoerd doordat die eenheid beschikt over de daartoe strekkende voorzieningen (sanitair, kookgelegenheid en dergelijke) en een eigen huisnummer.
De kans op overlast bij kamergewijze bewoning van woningen is in het buitengebied minder groot. Omvang van percelen en grotere onderlinge afstand. De beperking van vier personen maakt het bovendien minder aantrekkelijk om de vaak grotere woningen in het buitengebied voor dit doel te gebruiken. Het risico op problemen is (binnen de bovenstaande kaders) in het buitengebied is kleiner. De Partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied Best is eind vorig jaar als ontwerp ter inzage gelegd. In dat kader wordt nog overwogen om de bovenstaande definitie aan te passen. Dit zal dan bij de vaststelling aan de raad nader worden toegelicht en als beslispunt (gewijzigde vaststelling) worden voorgesteld.
Meer vragen over hetzelfde onderwerp? Voeg dan rijen toe met de tab-toets.
*Als u de vragen donderdag na de beeldvormende sessie vóór 12.00 uur mailt, beantwoordt het college uw vragen uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie.
Artikel uit 1e Wijziging Reglement van Orde gemeenteraad 2023: Artikel 3.35 – Technische vragen Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of geagendeerd raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden en de uitleg daarvan of over de feitelijke gevolgen van een besluit. 2. Technische vragen worden ingediend bij de griffie. 3. Technische vragen over geagendeerde raadsvoorstellen die zijn ingediend bij de griffie uiterlijk donderdag vóór 12.00 uur na de beeldvormende sessie, worden door het college uiterlijk donderdag voor de oordeelsvormende sessie vóór 12.00 uur beantwoord. De antwoorden van het college worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst bij het agendapunt van de desbetreffende sessie. 4. Bij technische vragen over een onderwerp spant het college zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 7 dagen na ontvangst van de vraag, te beantwoorden. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst. 1.
3