CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24052.3 - REGELS bestemmingsplan Uitbreiding HS-station Best

Raadsvergadering 10 juni 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24052 - Vaststellen bestemmingsplan Uitbreiding HS-Station Best19.489 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Artikel 23 Algemene wijzigingsregels 23.1 Algemeen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van:

a.

overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot;

b.

overschrijding van bestemmingsgrenzen en toestaan dat het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of –intensiteit daartoe aanleiding geeft. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot;

c.

het wijzigen van de lijst van bedrijfsactiviteiten, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten hiertoe aanleiding geven;

d.

het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan worden gewijzigd.

e.

de wijziging als bedoeld onder a t/m d is niet toegestaan indien en voorzover de wijziging strijdig is met de provinciale Interim Omgevingsverordening of opvolger daarvan.

23.2 Wijziging voor vormverandering van de bestemming 'Wonen' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming Agrarisch, Agrarisch met waarden Landschapswaarden, Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden, Tuin en/of Tuin - Landschap wijzigen in de bestemming 'Wonen' ten behoeve van vormverandering van een bestaand bestemmingsvlak voor 'Wonen', a.

De wijziging mag niet leiden tot een vergroting van het woonbestemmingsvlak;

b.

In afwijking van het bepaalde onder a. kan een kleinschalige vergroting van maximaal 250 m2 worden toegestaan, mits sprake is van een fysieke tegenprestatie gericht op het versterken van de omgevingskwaliteit.

c.

Gelijktijdig met de uitbreiding van de bestemming 'Wonen' dient een gedeelte van de bestemming 'Wonen met dezelfde omvang te worden gewijzigd in de bestemming(en) Agrarisch, Agrarisch met waarden - Landschapswaarden , Agrarisch met waarden - Natuuren landschapswaarden , Tuin en/of Tuin - Landschap ';

d.

De wijzigingsbevoegdheid wordt toegepast voor zover geen stedenbouwkundige bezwaren bestaan, gelet op de aanwezige functies in de omgeving, tegen de vormverandering van het bestemmingsvlak voor 'Wonen '.

e.

De wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies of van het woonen/of leefmilieu.

f.

Er moet sprake zijn van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat;

g.

De wijziging mag niet leiden tot negatieve effecten op de waterhuishouding.

h.

De wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de infrastructuur.

i.

De in het gebied aanwezige landschaps- en natuurwaarden blijven behouden of worden versterkt.

j.

Er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing.

23.2.1 Wijziging opnemen aanduiding landschappelijke tuin Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de bestemming Agrarisch, Agrarisch met waarden Landschapswaarden , Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden te wijzigen, door het toevoegen van de aanduiding 'overige zone - landschappelijke tuin', teneinde de aanleg en het onderhoud van een landschappelijke tuin toe te staan. Daarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

De wijziging draagt bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.

b.

De wijziging leiden niet tot een vergroting van de woonbestemming.

c.

De landschappelijke tuin heeft uitsluitend een landschappelijke functie; het maakt geen deel uit van het erf behorende bij agrarische bedrijven of woonbestemmingen.

d.

De wijziging mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bestemmingen en functies of van het woonen/of leefmilieu.

e.

Er moet sprake zijn van een milieuhygiënisch verantwoord woon- en leefklimaat.

f.

De wijziging mag niet leiden tot negatieve effecten op de waterhuishouding.

g.

De in het gebied aanwezige landschaps- en natuurwaarden blijven behouden of worden versterkt.

Artikel 24 Overige regels 24.1 Parkeren 24.1.1 Parkeernormen Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen of uitbreiden van een gebouw, of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor afwijking of bij vaststelling van een wijzingsplan staat vast dat voldaan wordt aan de normen en eisen, zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen 2022'. of de op dat moment vastgestelde actualisatie van de gemeentelijke parkeernota. 24.1.2 Afwijken parkeernormen Burgemeester en wethouders kunnen één of meer bepalingen van de nota als bedoeld in 24.1.1 buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing – gelet op het belang waarvoor deze nota tot stand is gebracht – leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Een en ander dient in een collegebesluit vastgelegd te zijn.

24.2 Regels met betrekking tot geluidsgevoelige objecten 24.2.1 Nieuwbouw of herbouw woningen en andere geluidgevoelige objecten Ten aanzien van nieuwbouw of herbouw van woningen en andere geluidgevoelige objecten geldt dat dit uitsluitend is toegestaan als: a.

De karakteristieke geluidwering van de gevels voldoende is om in geluidgevoelige ruimten van woningen een geluidbelasting van ten hoogste 33 dB te realiseren. Dit geldt voor de geluidbelasting afkomstig van weg-, spoorweg en vlieglawaai;

b.

De karakteristieke geluidwering van de gevels voldoende is om in geluidgevoelige ruimten van woningen een geluidbelasting van ten hoogste 35 dB(A) te realiseren. Dit geldt voor de geluidbelasting afkomstig van industrielawaai;

c.

De verblijfsruimten zoveel mogelijk aan de geluidsluwe of aan de minst geluidbelaste zijde gerealiseerd worden;

d.

De woning minimaal één geluidluwe zijde heeft;

e.

De woning een geluidluwe buitenruimte heeft;

f.

Omliggende bedrijven en voorzieningen niet in onevenredige mate worden beperkt in hun bedrijfsvoering.

24.2.2 Toevoegen van geluidgevoelige ruimten bij bestaande woningen en andere geluidgevoelige objecten Ten aanzien van het toevoegen van geluidgevoelige ruimten bij bestaande woningen en andere geluidgevoelige objecten geldt dat dit uitsluitend is toegestaan als: a.

De karakteristieke geluidwering van de gevels voldoende is om in geluidgevoelige ruimten van woningen een geluidbelasting van ten hoogste 33 dB te realiseren. Dit geldt voor de geluidbelasting afkomstig van weg-, spoorweg- en vlieglawaai;

b.

De karakteristieke geluidwering van de gevels voldoende is om in geluidgevoelige ruimten van woningen een geluidbelasting van ten hoogste 35 dB(A) te realiseren. Dit geldt voor de geluidbelasting afkomstig van industrielawaai;

c.

Nieuwe verblijfsruimten zoveel mogelijk aan de geluidsluwe of aan de minst geluidbelaste zijde gerealiseerd worden;

d.

Omliggende bedrijven en voorzieningen niet in onevenredige mate worden beperkt in hun bedrijfsvoering.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 25 Overgangsrecht 25.1 Overgangsrecht bouwwerken 25.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;

b.

na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

25.1.2 Omgevingsvergunning Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in 25.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 25.1.1 met maximaal 10%. 25.1.3 Uitzondering Het bepaalde in 25.1.1is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

25.2 Overgangsrecht gebruik 25.2.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 25.2.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in 25.2.1 te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 25.2.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in 25.2.1 na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

25.2.4 Strijd met voorheen geldend bestemmingsplan Het bepaalde in 25.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 26 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Uitbreiding HS-station Best.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14204564/1