CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24050.3 - Nota van zienswijzen op Samenwerkingsovereenkomst door gemeenteraden

Raadsvergadering 10 juni 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24050 - Vaststellen Samenwerkingsovereenkomst Regionale Mobiliteit MRE6.189 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen Zienswijzen met de aanpassingen Afkomstig van Algemeen

Waalre

Asten

Archiefexemplaar van BL24-03502

Zienswijze In artikel 17 staat een verkeerde verwijzing. Er wordt verwezen naar artikel 15 b, dat is de Kempen ipv Oost.

Voorstel Verwijzing aanpassen naar artikel 15e

En artikel 15.d is leeg.

Lege regel wordt weggehaald Is aangepast d wordt Helmond e wordt Oost f wordt Zuid Aanpassen naar: Is aangepast e. Het monitoren en evalueren van de voortgang in de uitvoering Punten e en f verplaatsen Is aangepast naar het MMMP

Artikel 5.1.e: het is van belang dat naast monitoring van de voortgang ook evaluatie daarvan wordt opgenomen. Artikel 6.2: deze onderdelen kloppen niet meer geheel met de huidige versie van de mobiliteitsvisie: deze moet in overeenstemming worden gebracht met elkaar. Artikel 8: het programma regionale mobiliteit is de oude naam voor MMMP (het meerjarig multimodale maatregelenpakket). Deze verwoording aanpassen naar MMMP. Dit geldt vervolgens voor de gehele SOK. Artikel 19.3: hier wordt gesproken over een vaste samenstelling. Wat is deze vaste samenstelling? Artikel 17; Er wordt vanuit dit artikel een verkeerde doorverwijzing gemaakt naar artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b. Dit

Programma regionale mobiliteit aanpassen naar MMMP

Reactie Is aangepast

Is aangepast in de gehele tekst .

Vaste samenstelling Is aangepast vervangen door programmabureau Lege regel wordt weggehaald Is aangepast d wordt Helmond e wordt Oost

- Nota van zienswijzen op SOK door gemeenteraden

Someren

heeft verstrekkende gevolgen. Het bestuurlijk overleg Oost bestaat dan niet uit de Portefeuillehouders Mobiliteit van deelregio Oost, maar uit de Portefeuillehouders Mobiliteit van deelregio De Kempen. Het spreekt voor zich dat dit niet de bedoeling kan zijn. Hier dient de juiste doorverwijzing te worden gemaakt (in huidige overeenkomst artikel 15, eerste lid onder f), waarbij extra attentie moet zijn voor artikel 15 lid d (hier staat niets). Als dit wordt aangepast moet de doorverwijzing naar de gemeenten in deelregio Oost uiteraard nog steeds kloppen. Artikel 17; Er wordt vanuit dit artikel een verkeerde doorverwijzing gemaakt naar artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b. Dit heeft verstrekkende gevolgen. Het bestuurlijk overleg Oost bestaat dan niet uit de Portefeuillehouders Mobiliteit van deelregio Oost, maar uit de Portefeuillehouders Mobiliteit van deelregio De Kempen. Het spreekt voor zich dat dit niet de bedoeling kan zijn. Hier dient de juiste doorverwijzing te worden gemaakt (in huidige overeenkomst artikel 15, eerste lid onder f), waarbij extra attentie moet zijn voor artikel 15 lid d (hier staat niets). Als dit wordt aangepast moet de doorverwijzing naar de gemeenten in deelregio Oost uiteraard nog steeds kloppen.

f wordt Zuid Verwijzing aanpassen naar artikel 15e

Lege regel wordt weggehaald Is aangepast d wordt Eindhoven e wordt Oost Verwijzing aanpassen naar artikel 15e

Heeze-Leende

Helmond

De benaming van en de relaties tussen de verschillende producten zijn voor ons niet altijd duidelijk. Denk aan het Jaarplan Regionale Mobiliteit, het Regionaal Mobiliteitsprogramma en het Programma Regionale Mobiliteit. Wij verzoeken u de benaming af te stemmen met de meest recente plannen (bijvoorbeeld het MMMP). Ook verzoeken wij u de volgtijdelijkheid van de verschillende producten te verduidelijken. Als voorbeeld verwijzen wij naar artikelen 9.1.d en 24.2. In artikel 9.1.d. wordt vermeld dat het RMP input is voor het jaarplan Regionale mobiliteit, terwijl in artikel juist 24.2 staat dat het jaarplan Regionale mobiliteit de basis vormt voor het RMP. Concept reactie Artikel 1 lid B Bereikbaarheidsakkoord Financiering niet alleen door gemeenten/provincie, ook alle 21 gemeenten voor regiobrede projecten. Concept reactie Artikel 1 lid c Brainport Bereikbaar De aansturing van Brainport Bereikbaar betreft een specifiek aandachtpunt voor de taken van het programmabureau. verder toevoegen “zoals onder andere opgenomen in het projectenboek van de Bereikbaarheidsagenda” na “regio brede projecten”.

Programma regionale mobiliteit aanpassen naar MMMP

Is aangepast in de gehele tekst

Toevoegen na Son en Breugel: (route gebonden projecten) en de 21 gemeenten (regio brede projecten); toevoegen “zoals onder andere opgenomen in het projectenboek van de Bereikbaarheidsagenda” na “regio brede projecten”.

Is aangepast

Het MMMP vormt de basis voor het jaarplan Regionale Mobiliteit wat de regio opstelt. Op basis van ons jaarplan Regionale Mobiliteit maken we ook weer afspraken met de provincie in het RMP (gezamenlijk product regio en provincie). Met het aanpassen van de benaming naar MMMP is de omschrijving verduidelijkt.

Is aangepast

Concept reactie Artikel 1 lid i toevoegen “en Smart Mobility” na “waaronder gedragsverandering” Concept reactie Artikel 9 lid 1: Toevoegen nieuw punt d. Regiobrede projecten uit het projectenboek van de Bereikbaarheidsagenda. Onderdeel e verwijderen.

toevoegen “en Smart Mobility” na “waaronder gedragsverandering”

Is aangepast

Toevoegen: Regiobrede projecten uit het bereikbaarheidsakkoord

Deels aangepast Overigens is het de bedoeling dat alle projecten waar al afspraken over zijn gemaakt (waaronder de projecten uit het bereikbaarheidsakkoord die opgenomen zijn in het projectenboek) opgenomen worden in het MMMP. Punt e (in aangepaste versie punt f) laten we staan omdat we hiermee de mogelijkheid behouden om projecten die nu nog niet bekend zijn, ook onder gebracht kunnen worden bij Brainport Bereikbaar.

Geen zienswijzen Geen zienswijzen Geen zienswijzen Geen zienswijzen Geen zienswijzen Geen zienswijzen Geen zienswijzen Geen zienswijzen Geen zienswijzen Geen zienswijzen

Geen aanpassingen Geen aanpassingen Geen aanpassingen Geen aanpassingen Geen aanpassingen Geen aanpassingen Geen aanpassingen Geen aanpassingen Geen aanpassingen Geen aanpassingen

Geen zienswijzen Gemert-Bakel Laarbeek Son en Breugel Cranendonck Eindhoven Nuenen Reusel-de Mierden Bergeijk Deurne Eersel

Zienswijzen met reactie, geen aanpassingen Veldhoven

Wij zijn van mening dat door deze SOK de samenhang en uitvoeringskracht van de

Geen aanpassingen

Uitwerking programmabureau mobiliteit valt onder de organisatie Metropoolregio Eindhoven.

samenwerking verhoogd moet worden. De inrichting van het Programmabureau (samenstelling, kwaliteit en het functioneren daarvan) zijn hierbij een kritische succesfactor. Daarom zien wij graag een duidelijkere omschrijving/ uitwerking van de inrichting van het Programmabureau Verder vinden wij dat het opstellen van de regionale Mobiliteitsvisie prioriteit heeft. Wij zien deze visie graag uiterlijk halverwege 2024 verschijnen. Voor de nadere uitwerking daarvan hebben wij -ter kennisname- behoefte aan een overzicht en categorisering van de projecten Om de samenwerking efficiënt te laten verlopen, bevelen wij aan het aantal overlegvormen binnen de samenwerking kritisch te bezien Van belang is om passende aanvullende financiering te vinden voor het genoemde in artikel 23 van de SOK voor de organisatiekosten (als het opgenomen bedrag overschreden wordt) Wij zijn benieuwd naar de specifieke uitwerking van deze samenwerking. Om daar zicht op te houden, vragen wij om regelmatige evaluatie en eventuele herijking (bijvoorbeeld eens per half jaar) Tot slot zou het goed zijn als u de meerwaarde van deze hernieuwde SOK optimaal uitdraagt.

Poho mobiliteit wordt geïnformeerd over de samenstelling van het programmabureau en kan daar waar nodig input leveren richting DB.

Geen aanpassingen

Concept visie is 7 februari vrijgegeven voor consultatie, met als doel te komen tot vaststelling in Q2 van 2024.

Geen aanpassingen

Wordt meegenomen in de evaluatie van het programmabureau. Hiervoor wordt een voorstel gedaan richting poho mobiliteit.

Geen aanpassingen

Er wordt altijd kritisch gekeken naar de financiering en de organisatiekosten. Mocht er extra financiering van de gemeenten nodig zijn, dan wordt er, via de begroting van de MRE, een voorstel voorgelegd aan de gemeenteraden. In de werkafspraken die zijn gemaakt, is ook opgenomen dat de samenwerking regelmatig onafhankelijk geëvalueerd wordt. Eerste evaluatie is gepland een jaar na het inwerkingtreden van het programmabureau. Meerwaarde zal moeten blijken uit de behaalde resultaten. Het is de bedoeling dat we op basis van een gezamenlijk een visie en een bijbehorend maatregelpakketten, afspraken gaan maken met

Geen aanpassingen

Geen aanpassingen

Best

Subregio indeling Tijdens de regioconferentie over het Samenwerkingsakkoord SGE is door Oirschot en Best opgeroepen om subregio BOVENS uit te breiden tot het gehele SGE. Dit was met name ingegeven om meer samenhang aan te brengen met de op SGEniveau georganiseerde beleidsvelden zoals wonen en economie. Dit voorstel is toen door een ruime meerderheid van de aanwezige raadsleden uit SGE-regio (56 voor en 25 stemmen tegen) aangenomen. Door het bestuurlijk platform is toen gezegd dat deze discussie in MRE verband zou worden geagendeerd. AEF adviseerde eerder precies hetzelfde (‘congruente subregio-indeling’). In de concept SOK en de daaronder liggende mobiliteitsuitdagingen, wordt nergens gesproken over het bewerkstelligen en bewaken van deze integrale samenhang. Wij zien hier graag een uitwerking van in de SOK Financiën Voor de bekostiging van het Programmabureau wordt jaarlijks € 575.000 ingebracht door de betrokken partijen naar rato van het aantal inwoners. Dit bedrag zien we graag inzichtelijk per gemeente. Daarnaast is het onduidelijk of dit bedrag onderdeel is van de huidige

Geen aanpassingen

Geen aanpassingen

provincie en Rijk en overige partners over het leefbaar en bereikbaar houden van onze regio. In het poho mobiliteit van 13 juli is hierover ook gesproken. Toen is afgesproken om voorlopig de samenwerking in de deelregio’s te laten zoals het nu is. Tijdens de evaluatie van de samenwerking wordt ook de samenwerking met de deelregio’s meegenomen. Overigens is het aan de gemeenten zelf om een keuze te maken in de samenstelling van de deelregio’s en daar afspraken over te maken.

Het gaat hierbij om bestaande afspraken in het kader van de Bereikbaarheidsagenda t/m 2030. Voor het programmateam Bereikbaarheidsagenda werd jaarlijks € 575.000 ingebracht door de betrokken partijen naar rato van het aantal inwoners. De gemeente Helmond bracht deze kosten in rekening bij de gemeenten. Omdat de werkzaamheden van het

jaarlijks bijdrage (inwonersafdracht) aan het MRE.

Uitvoeringskracht programma’s en Geen aanpassingen projecten In de concept SOK wordt aangegeven dat het programmabureau MRE de centrale spelverdeler is bij de ontwikkeling van het regionale mobiliteitsbeleid, in het bijzonder van programma’s en projecten. Het programmabureau ondersteunt de samenwerkende partijen om de initiatieven en opgaven om te zetten naar projecten om vervolgens het opstarten en afronden daarvan conform programma en jaarplan regionale mobiliteit nauwkeurig te monitoren. Hoe vertaalt dit zich concreet naar de projecten die al zijn vastgesteld, zoals de projecten KTM A2/N2 (doorfietsroutes en hubs). Wie initieert en investeert in deze gemeentegrens overstijgende projecten en draagt de verantwoordelijkheid en het ontwikkelrisico voor de uitvoering ervan?

programmateam Bereikbaarheidsagenda per 1-12024 zijn overgeheveld naar het MRE, worden deze kosten vanaf 2024 in rekening gebracht door de MRE. Dit bedrag is geen onderdeel van de jaarlijkse inwonersbijdrage aan het MRE. Voor zowel nieuwe als al bestaande projecten geldt dat ze opgenomen worden in het Meerjarig Multimodaal Mobiliteitsprogramma (MMMP). Het MMMP zorgt ervoor dat er inzicht en overzicht is in welke projecten en lopen of opgepakt worden in de regio. Op basis van dit overzicht wordt geprogrammeerd en geëvalueerd of de gewenste effecten behaald en of projecten ook op tijd gerealiseerd worden. Afgesproken is dat het programmabureau geen uitvoerende organisatie is. Hiervoor staan de betrokken partijen aan de lat. Voor gemeentegrens overstijgende projecten kan dit verschillen, voor het KTM A2/N2 pakket ziet dat er bijvoorbeeld als volgt uit: - Voor regionale fietspaden zijn de betrokken gemeenten de kartrekker, ze sluiten hierover een bestuursovereenkomst af waarin dit wordt vastgelegd - Voor projecten zoals het realiseren van hubs waarbij wordt samenwerkt met bijvoorbeeld Rijk en provincie, zijn provincie en MREgemeenten kartrekker. - Voor regio brede projecten zoals de werkgeversaanpak ligt de uitvoering bij de Brainport Bereikbaar. - Voor maatregelen aan het hoofdwegennet, daar ligt de bal bij I&W en RWS.

Waalre

Artikel 9.1.e: waarom deze afzonderlijk benoemen? Brainport Bereikbaar is een uitvoeringsorganisatie in opdracht van (onder andere) MRE. Zij voeren ook projecten uit die al bij a t/m d zijn genoemd. Artikel 10 -18: waar ligt nu de beslissingsbevoegdheid bij de regionale samenwerking? Ligt deze bij het portefeuillehoudersoverleg mobiliteit of bij de stuurgroep regionale mobiliteit? Het is van belang dat besluitvorming plaatsvindt in het juiste gremium, op basis van eerder gemaakte afspraken hierover. Graag concreter maken zodat duidelijk is waar besluitvorming plaatsvindt en voor welke onderwerpen, in overeenstemming met de afspraken die eerder hierover zijn gemaakt. Artikel 19.1: in de concept SOK wordt aangegeven dat de samenstelling van het programmabureau de verantwoordelijkheid is van het DB MRE. Dit heeft ook financiële consequenties. Graag aangeven wat deze samenstelling in basis is en wat daarvan de financiële kaders zijn waarbinnen het DB van de MRE dan kan handelen ten aanzien van dit punt. Artikel 21: welke inzet is hiervoor nodig en hoe loopt de financiering van de deelregio coördinator? De rol en taken van Algemeen en Dagelijks bestuur worden niet besproken/geduid. Dit zal wellicht ergens anders vastliggen wat kan leiden tot

Geen aanpassingen

Deze is specifiek benoemd om de mogelijkheid te behouden dat projecten die nu nog niet bekend zijn, ook onder gebracht kunnen worden bij Brainport Bereikbaar.

Geen aanpassingen

In artikel 13 lid 4 is aangegeven dat het poho de kaders waarbinnen de stuurgroep werkt bepaalt. Dit betekent dat het poho eindverantwoordelijk is. De stuurgroep werkt binnen de kaders die zijn vastgesteld door het poho en legt hierover verantwoording af aan het poho. Dit wordt nu niet verder uitgewerkt in de samenwerkingsovereenkomst, omdat flexibiliteit in de samenwerking gewenst is.

Geen aanpassingen

Voor nu is afgesproken dat het programmabureau werkt binnen de financiële kaders die eerder zijn vastgesteld voor de Bereikbaarheidsagenda en de begroting van het MRE. Als hier wijzigingen in plaats vinden, zal het DB, zoals afgesproken in de GR van de MRE dit voorleggen aan de gemeenten.

Geen aanpassingen

De financiering van de werkzaamheden die de deelregio coördinatoren uitvoeren voor de deelregio verandert niet ten opzichte van 2023. Deze werkzaamheden worden betaald door de gemeenten die horen bij de betreffende deelregio.

Asten

onduidelijkheid. Hierdoor ontstaan mogelijk ook onduidelijkheden waar bepaalde besluitvorming plaats gaat vinden. Zie hierbij ook de eerste algemene vraag. Artikel 10; In artikel 10 lid 2 wordt Geen aanpassingen aangegeven dat de samenwerking, bestuurlijke overleggen en ambtelijke overleggen kent. De ambtelijke samenwerking kent ook structurele ambtelijke overleggen, die al jaren bestaan. Vanwege het belang hiervan in de totale samenwerking is het verzoek om bij artikel 10 lid 2, in plaats van te volstaan met de wijze waarop de ambtelijke uitvoering is belegd, de ambtelijke overlegstructuur te benoemen, zoals dat bij de bestuurlijke overlegstructuur is gedaan.

Artikel 25; Voor de transparantie (beeld financiële consequenties) wordt het wenselijk geacht dat de jaarlijkse inbreng van de organisatiekosten (€ 575.000,-), naar rato van het aantal inwoners wordt verduidelijkt door een bijlage bij de

Geen aanpassingen

De rollen en taken van het AB en DB zijn opgenomen in de GR van de MRE. De ambtelijke overleggen zijn niet specifiek benoemd, omdat flexibiliteit in de ambtelijke overleggen gewenst is. Afgesproken is dat er vanuit de MRE twee overleggen georganiseerd voor de 21 gemeenten 1. TOVER digitaal: puur bedoeld om ambtenaren te informeren. Is een digitale bijeenkomst van 1 uur. Onderwerpen kunnen tot twee weken van tevoren aangedragen worden. Per bijeenkomst maximaal twee onderwerpen, omdat we dan genoeg tijd hebben om de ambtenaren bij te praten en nog eventuele vragen te beantwoorden. 2. TOVER fysiek: bijeenkomst van 2,5 uur. Is bedoeld om gezamenlijk aan de slag te gaan met onderwerpen die voor ons als regio van belang zijn. Dit is belangrijk om de onderwerpen die om bestuurlijke besluitvorming vragen goed voorbereidt kunnen worden. Onderwerpen die puur ter informatie zijn worden in het andere overleg besproken. Mocht er in de toekomst behoefte zijn om dit anders in te richten, dat biedt de artikel 10 hier voldoende ruimte voor. Het gaat hierbij om bestaande afspraken in het kader van de Bereikbaarheidsagenda t/m 2030. Voor het programmateam Bereikbaarheidsagenda werd jaarlijks € 575.000 ingebracht door de betrokken partijen naar rato van het aantal inwoners. De gemeente

Someren

samenwerkingsovereenkomst te voegen, waarin de vertaalslag is gemaakt naar wat deze jaarlijkse inbreng betekent per gemeente. Daarbij kan tevens worden aangegeven dat het niet om een extra budget gaat, maar in plaats komt van het budget dat is gereserveerd voor de programmakosten in het kader van de Bereikbaarheidsagenda. Artikel 10; In artikel 10 lid 2 wordt aangegeven dat de samenwerking, bestuurlijke overleggen en ambtelijke overleggen kent. De ambtelijke samenwerking kent ook structurele ambtelijke overleggen, die al jaren bestaan. Vanwege het belang hiervan in de totale samenwerking is het verzoek om bij artikel 10 lid 2, in plaats van te volstaan met de wijze waarop de ambtelijke uitvoering is belegd, de ambtelijke overlegstructuur te benoemen, zoals dat bij de bestuurlijke overlegstructuur is gedaan.

Helmond bracht deze kosten in rekening bij de gemeenten. Omdat de werkzaamheden van het programmateam Bereikbaarheidsagenda per 1-12024 zijn overgeheveld naar het MRE, worden deze kosten vanaf 2024 in rekening gebracht door de MRE. Dit bedrag is geen onderdeel van de jaarlijkse inwonersbijdrage aan het MRE. Geen aanpassingen

De ambtelijke overleggen zijn niet specifiek benoemd, omdat flexibiliteit in de ambtelijke overleggen gewenst is. Afgesproken is dat er vanuit de MRE twee overleggen georganiseerd voor de 21 gemeenten 1. TOVER digitaal: puur bedoeld om ambtenaren te informeren. Is een digitale bijeenkomst van 1 uur. Onderwerpen kunnen tot twee weken van tevoren aangedragen worden. Per bijeenkomst maximaal twee onderwerpen, omdat we dan genoeg tijd hebben om de ambtenaren bij te praten en nog eventuele vragen te beantwoorden. 2. TOVER fysiek: bijeenkomst van 2,5 uur. Is bedoeld om gezamenlijk aan de slag te gaan met onderwerpen die voor ons als regio van belang zijn. Dit is belangrijk om de onderwerpen die om bestuurlijke besluitvorming vragen goed voorbereidt kunnen worden. Onderwerpen die puur ter informatie zijn worden in het andere overleg besproken. Mocht er in de toekomst behoefte zijn om dit anders in te richten, dat biedt de artikel 10 hier voldoende ruimte voor.

Artikelen 20 en 21: De portefeuillehouders in het portefeuillehoudersoverleg mobiliteit richten zich meer dan voorheen op het beleid, kaders en strategie, waarbij de stuurgroep als een vooruitgeschoven post van de portefeuillehoudersoverleg zich richt op de operationele taken (uitvoering van programma regionale mobiliteit). Doordat hier een verschuiving van taken plaats vindt, kunnen de portefeuillehouders minder toezien op de uitvoering van projecten en zaken die hiermee verband houden. Ambtelijk kan hier ook een rol worden gespeeld, als daarvoor de mogelijkheid wordt geboden. Graag vernemen wij het standpunt hierover van het MRE. Daarnaast willen portefeuillehouders vanuit hun ambtelijke organisatie goed geïnformeerd en geadviseerd worden over de stukken die in het portefeuillehoudersoverleg worden behandeld. Deze mogelijkheid wordt geboden als de stukken die in het portefeuillehoudersoverleg mobiliteit aan de ordekomen, vooraf in een ambtelijk vooroverleg met de betreffende gemeenten zijn besproken. Hierdoor kunnen ambtenaren beter adviseren, omdat zij vooraf op de hoogte zijn van de argumenten van het programmabureau (inclusiefs de eventuele verstrekte toelichtingen beantwoording van vragen

Geen aanpassingen

In artikel 13 lid 4 is aangegeven dat het poho de kaders waarbinnen de stuurgroep werkt bepaalt. Dit betekent dat het poho eindverantwoordelijk is. De stuurgroep werkt binnen de kaders die zijn vastgesteld door het poho en legt hierover verantwoording af aan het poho. Dit wordt nu niet verder uitgewerkt in de samenwerkingsovereenkomst, omdat flexibiliteit in de samenwerking gewenst is. Het poho en de stuurgroep worden, zoals aangegeven in artikel 12 en 15 ondersteund door het programmabureau regionale mobiliteit. Het programmabureau zorgt op haar beurt ook voor ambtelijke afstemming in de voorbereiding.

Geen aanpassingen

Afgesproken is dat de voorbereidingen op het poho plaats vindt in de deelregio. De deelregio coördinatoren worden door het programmabureau nauw betrokken in de voorbereiding richting het poho. Zij zorgen ook voor een gezamenlijke annotatie die gebruikt kan worden in de 21 gemeenten.

tijdens het overleg) en de standpunten van collega’s van de andere regiogemeenten. Anderzijds profiteert het programmabureau hier ook van, omdat via de ambtelijke antennes voorafgaand aan het portefeuillehoudersoverleg een beeld wordt verkregen of het benodigde draagvlak voor een advies kan worden behaald, danwel aanpassing van de stukken wenselijk is. Dit vergroot de kans op een positief resultaat en verkleint het risico dat niet aangenomen voorstellen en bijbehorende stukken opnieuw in het portefeuillehoudersoverleg gewijzigd teruggebracht dienen te worden. We zien in de samenwerkingsovereenkomst graag een regel toegevoegd dat de stukken van het portefeuillehoudersoverleg ambtelijk worden voorbesproken, met daarbij de ambtelijke overleggen genoemd (die zouden moeten worden genoemd in artikel 10 lid 2) waarin de bespreking plaatsvindt. Artikel 20 lid 5, 6 en 7: voor een gedegen Geen aanpassingen onafhankelijke evaluatie van de werking van de samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit dient het programmabureau, gelet op de dominante rol die het hierin zelf speelt en vanwege het grote eigen belang, deze evaluatie niet zelf uit te voeren. Dat zou een extern door een ter zake deskundig advies bureau moeten gebeuren. Anders wordt het wel heel erg een slager die zijn eigen vlees

In artikel 20 lid 5 staat: Het programmabureau draagt zorg voor een gedegen onafhankelijke evaluatie van de werking van de samenwerkingsovereenkomst Regionale mobiliteit. Doel van de evaluatie is het verbeteren en doorontwikkelen van de samenwerking. De onafhankelijke evaluatie is dus al geborgd. Voor iedere opdracht die uitgevoerd wordt, wordt gewerkt met een bestuurlijk opdrachtgever, die bestuurlijk stuurt op de uit te zetten opdracht.

keurt. We zien graag in de tekst van dit artikel geborgd, dat de gedegen inhoudelijke evaluatie door een ter zake deskundig adviesbureau wordt uitgevoerd. Het bovenstaande is eveneens van toepassing op de advisering in de doorontwikkeling van het bestuursmodel regionale mobiliteit. Het gaat dan om toekomstige taken en verantwoordelijkheden op het gebied van regionale mobiliteit, die het programmabureau op zich zou moeten nemen. Ook hiervoor geldt dat de advisering door een ter zake deskundig adviesbureau dient te worden uitgevoerd en dat dit in de tekst van het betreffende artikel wordt geborgd. Verder is het verstandig om de opdrachtomschrijving voor een evaluatie en advisering, zoals hiervoor omschreven, in de vorm van een (concept)offerte uitvraag (aan te benaderen ter zake deskundige adviesbureaus), vooraf aan het portefeuillehoudersoverleg mobiliteit voor te leggen. Mogelijk kan dit ook in te tekst van het betreffende artikel worden opgenomen. In artikel 20 lid 7 is de wens beschreven dat het programmabureau zich in de toekomst doorontwikkeld en dat het eerste evaluatiemoment hiervoor een geijkt moment is. Daarbij wordt tevens verwezen naar een bijlage waarin enkele specifieke

Aandachtspunten voor de evaluatie worden, zoals gebruikelijk, opgehaald in het poho en verwerkt worden in de opdrachtomschrijving.

Geen aanpassingen

De doorontwikkelingen die in de bijlage zijn geformuleerd, zijn aandachtspunten die door de experts uit de regio zijn mee gegeven. Deze aandachtspunten zullen mee gegeven worden in de evaluatie. Er heeft nog geen besluitvorming plaats

doorontwikkelingen zijn geformuleerd. Wij nemen aan dat (een) ter zake deskundig adviesbureau(s) onafhankelijk en zelfstandig kun/kunnen evalueren en adviseren, waarbij de doorontwikkelingen mogelijke ideeën zijn voor de toekomst, maar niet een gegeven/verplichting worden gezien, dat nader moet worden ingevuld. Een bevestiging hiervan is welkom. Artikel 21: aan de taken van een beperkt Geen aanpassingen aantal personen in het programmabureau wordt via artikel 20 meer dan een bladzijde besteed en aan de taken van de deelregio coördinatoren, inclusief ambtelijke afstemming met de regiogemeenten, wordt niet meer dan twee regels besteed; ‘De deelregio coördinator is verantwoordelijk voor de communicatie en het organiseren van de bestuurlijke en ambtelijke afstemming in de eigen deelregio’. Het is niet verder geduid op welke wijze dit zou moeten plaatvinden en wat voor soort zaken er moeten worden afgestemd. Het verzoek is om dit alsnog in het betreffende artikel verder aan te vullen. Dit staat los van het idee voor de doorontwikkelrichting, waarbij de taken van de deelregio coördinatoren worden geïncorporeerd in het programmabureau voor 1 januari 2025, want ook als er een dergelijke incorporatie plaatsvindt is er behoefte aan duidelijkheid over de wijze

gevonden over de aandachtpunten, dus dit is geen gegeven/verplichting.

De samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit, richt zich op de samenwerking in de regio en hoe dit georganiseerd is. De samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit, gaat niet over de samenwerking in de deelregio’s. De manier van samenwerken in de deelregio’s wordt op verschillende manieren vorm gegeven. Omdat de deelregio coördinatoren wel een rol spelen in de regionale samenwerking en er vanuit de regio wel verwachtingen zijn richting de samenwerking in de deelregio, is artikel 21 opgenomen.

Geldrop-Mierlo

waarop de ambtelijke afstemming met de deelregio’s is vormgegeven. Dit artikel verschaft de mogelijkheid om deze duidelijkheid te bieden en juridisch te borgen. Artikel 25; Voor de transparantie (beeld Geen aanpassingen financiële consequenties) wordt het wenselijk geacht dat de jaarlijkse inbreng van de organisatiekosten (€ 575.000,-), naar rato van het aantal inwoners wordt verduidelijkt door een bijlage bij de samenwerkingsovereenkomst te voegen, waarin de vertaalslag is gemaakt naar wat deze jaarlijkse inbreng betekent per gemeente. Daarbij kan tevens worden aangegeven dat het niet om een extra budget gaat, maar in plaats komt van het budget dat is gereserveerd voor de programmakosten in het kader van de Bereikbaarheidsagenda. Om de leesbaarheid van de Geen aanpassingen Samenwerkingsovereenkomst te verbeteren zou er een oplegnotitie aan toegevoegd moeten worden. Daarin zou duidelijk opgenomen moeten worden wat de doelstelling is van de nieuwe Samenwerkingsovereenkomst en wat er verandert ten opzichte van de bestaande Samenwerkingsovereenkomst. Vervolgens zou een toelichting in deze oplegnotitie ook verduidelijking kunnen geven in het verschil tussen het huidige

Het gaat hierbij om bestaande afspraken in het kader van de Bereikbaarheidsagenda t/m 2030. Voor het programmateam Bereikbaarheidsagenda werd jaarlijks € 575.000 ingebracht door de betrokken partijen naar rato van het aantal inwoners. De gemeente Helmond bracht deze kosten in rekening bij de gemeenten. Omdat de werkzaamheden van het programmateam Bereikbaarheidsagenda per 1-12024 zijn overgeheveld naar het MRE, worden deze kosten vanaf 2024 in rekening gebracht door de MRE. Dit bedrag is geen onderdeel van de jaarlijkse inwonersbijdrage aan het MRE.

Het gaat hierbij om bestaande afspraken in het kader van de Bereikbaarheidsagenda t/m 2030. Voor het programmateam Bereikbaarheidsagenda werd jaarlijks € 575.000 ingebracht door de betrokken partijen naar rato van het aantal inwoners. De gemeente Helmond bracht deze kosten in rekening bij de gemeenten. Omdat de werkzaamheden van het programmateam Bereikbaarheidsagenda per 1-12024 zijn overgeheveld naar het MRE, worden deze kosten vanaf 2024 in rekening gebracht door de MRE. Dit bedrag is geen onderdeel van de jaarlijkse inwonersbijdrage aan het MRE.

programmateam en het nieuwe programmabureau. Eveneens zou een nadere onderbouwing voor de kosten van het programmabureau zijnde € 575.000,- wenselijk zijn. Met de nieuwe voorgestelde Samenwerkingsovereenkomst dient de raad proactieve geïnformeerd te worden over de voortgang van de regionale projecten en de regionale samenwerking. Minimaal een keer per jaar dient de regio bij de gemeente op locatie of subregionaal langs te komen om hierover op een laagdrempelige manier de raadsleden te informeren.

Verder hebben wij het verzoek om in de huidige complexiteit en vindbaarheid van de online stukken een vereenvoudigde structuur aan te brengen die aansluit bij en recht doet aan deze nieuwe Samenwerkingsovereenkomst. In de concept Samenwerkingsovereenkomst zien wij geen regionale ambtelijke overlegvorm terugkomen. Het breed regionaal ambtelijk overlegplatform hebben wij naast de ambtelijke subregio overleggen altijd als waardevol ervaren. Met name de integrate afstemming tussen de verschillende gemeenten en het gezamenlijk bespreken

Geen aanpassingen

Geen aanpassingen

Geen aanpassingen

Vanuit de MRE worden gemeenteraden, via de raadstafel 21 en de Metropoolconferentie, betrokken bij de regionale samenwerking en de het programma mobiliteit. Tijdens deze overleggen worden de gemeenteraadsleden op een laagdrempelige manier geïnformeerd over onder andere de voortgang. Mocht het nodig zijn om de gemeenteraadsleden nog nader te informeren over het programma mobiliteit, dan wordt bekeken op welke manier dit het beste kan (denk hierbij aan een masterclass of speciale bijeenkomst). Hierin willen we flexibel zijn, en daarom wordt dit niet opgenomen in de samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit. In de organisatieontwikkeling wordt deze opmerking mee genomen.

De ambtelijke overleggen zijn niet specifiek benoemd, omdat flexibiliteit in de ambtelijke overleggen gewenst is. Afgesproken is dat er vanuit de MRE twee overleggen georganiseerd voor de 21 gemeenten 1. TOVER digitaal: puur bedoeld om ambtenaren te informeren. Is een digitale bijeenkomst van 1 uur. Onderwerpen kunnen tot twee weken van tevoren aangedragen worden. Per bijeenkomst maximaal

van de belangrijke regionale onderwerpen op het gebied van mobiliteit heeft een meerwaarde. Wij kunnen ons niet voorstellen dat er in de nieuwe samenwerkingsvorm geen regionaal ambtelijk overleg meer zou zijn en verwachten dat dit een omissie is in de nieuwe Samenwerkingsovereenkomst. Wij verzoeken de MRE net als in de huidige samenwerking ook in de nieuwe samenwerkingsvorm een regionaal ambtelijk platform op te nemen. Oirschot

Subregio indeling en bewaken integrale samenhang met de flankerende beleidsvelden Tijdens de regioconferentie over het Samenwerkingsakkoord SGE is door Oirschot en Best opgeroepen om subregio BOVENS uit te breiden tot het gehele SGE. Dit was met name ingegeven om meer samenhang aan te brengen met de op SGEniveau georganiseerde beleidsvelden zoals wonen en economie. Dit voorstel is toen door een ruime meerderheid van de aanwezige raadsleden uit SGE regio (56 voor en 25 stemmen tegen) aangenomen. Door het bestuurlijk platform is toen gezegd dat deze discussie in MRE verband zou worden geagendeerd. AEF adviseerde eerder precies hetzelfde (‘congruente

Geen aanpassingen

twee onderwerpen, omdat we dan genoeg tijd hebben om de ambtenaren bij te praten en nog eventuele vragen te beantwoorden. 2. TOVER fysiek: bijeenkomst van 2,5 uur. Is bedoeld om gezamenlijk aan de slag te gaan met onderwerpen die voor ons als regio van belang zijn. Dit is belangrijk om de onderwerpen die om bestuurlijke besluitvorming vragen goed voorbereidt kunnen worden. Onderwerpen die puur ter informatie zijn worden in het andere overleg besproken. Mocht er in de toekomst behoefte zijn om dit anders in te richten, dat biedt de artikel 10 hier voldoende ruimte voor. In het poho mobiliteit van 13 juli is hierover ook gesproken. Toen is afgesproken om voorlopig de samenwerking in de deelregio’s te laten zoals het nu is. Tijdens de evaluatie van de samenwerking wordt ook de samenwerking met de deelregio’s meegenomen. Overigens is het aan de gemeenten zelf om een keuze te maken in de samenstelling van de regio’s en daar afspraken over te maken.

subregio-indeling’). In de nu voorliggende concept SOK wordt de huidige subregioindeling gehandhaafd. Graag zien wij opgenomen worden hoe de integrale samenhang met de flankerende beleidsvelden economie en ruimte geborgd gaan worden? Financiën Voor de bekostiging van het Programmabureau wordt jaarlijks € 575.000 ingebracht door de betrokken partijen naar rato van het aantal inwoners. Dit bedrag zien we graag inzichtelijk per gemeente. Daarnaast is het onduidelijk of dit bedrag onderdeel is van de huidige jaarlijks bijdrage (inwonersafdracht) aan het MRE.

Geen aanpassingen

Uitvoeringskracht programma’s en Geen aanpassingen projecten In de concept SOK wordt aangegeven dat het programmabureau MRE de centrale spelverdeler is bij de ontwikkeling van het regionale mobiliteitsbeleid, in het bijzonder van programma’s en projecten. Het programmabureau ondersteunt de samenwerkende partijen om de initiatieven en opgaven om te zetten naar projecten om vervolgens het opstarten en afronden

Het gaat hierbij om bestaande afspraken in het kader van de Bereikbaarheidsagenda t/m 2030. Voor het programmateam Bereikbaarheidsagenda werd jaarlijks € 575.000 ingebracht door de betrokken partijen naar rato van het aantal inwoners. De gemeente Helmond bracht deze kosten in rekening bij de gemeenten. Omdat de werkzaamheden van het programmateam Bereikbaarheidsagenda per 1-12024 zijn overgeheveld naar het MRE, worden deze kosten vanaf 2024 in rekening gebracht door de MRE. Dit bedrag is geen onderdeel van de jaarlijkse inwonersbijdrage aan het MRE.. Voor zowel nieuwe als al bestaande projecten geldt dat ze opgenomen worden in het Meerjarig Multimodaal Mobiliteitsprogramma (MMMP). Het MMMP zorgt ervoor dat er inzicht en overzicht is in welke projecten en lopen of opgepakt worden in de regio. Op basis van dit overzicht wordt geprogrammeerd en geëvalueerd of de gewenste effecten behaald en of projecten ook op tijd gerealiseerd worden. Afgesproken is dat het programmabureau geen uitvoerende organisatie is. Hiervoor staan de betrokken partijen aan de lat. Voor gemeentegrens overstijgende projecten kan dit

daarvan conform programma en jaarplan regionale mobiliteit nauwkeurig te monitoren. Hoe vertaalt dit zich concreet naar de projecten die al zijn vastgesteld, zoals de projecten KTM A2/N2 (doorfietsroutes en hubs). Wie initieert en investeert in deze gemeentegrens overstijgende projecten en draagt de verantwoordelijkheid en ontwikkelrisico voor de uitvoering ervan?

Heeze-Leende

Graag zien wij bevestigd dat deze SOK slechts betrekking heeft op de organisatie van de Regionale Mobiliteit en de vorm van de verschillende producten, maar dat bevoegdheden van de gemeenteraden, de afzonderlijke projecten en de gemeentelijke financiële bijdrage(n) geen onderwerp zijn van deze SOK.

Geen aanpassingen

Wij gaan er vanuit dat de SOK op zichzelf niet kan leiden tot (financiële) verplichtingen voor de gemeente zonder dat daar door de gemeenteraad inhoudelijk over is besloten en deze SOK dus niet in de bevoegdheden van de gemeenteraad treedt waar het gaat om de besteding van gemeentelijke middelen of andere aan de

Geen aanpassingen

verschillen, voor het KTM A2/N2 pakket ziet dat er bijvoorbeeld als volgt uit: Voor regionale fietspaden zijn de betrokken gemeenten de kartrekker, ze sluiten hierover een bestuursovereenkomst af waarin dit wordt vastgelegd Voor projecten zoals het realiseren van hubs waarbij wordt samenwerkt met bijvoorbeeld Rijk en provincie, zijn provincie en MRE-gemeenten kartrekker. Voor regio brede projecten zoals de werkgeversaanpak ligt de uitvoering bij de Brainport Bereikbaar. Voor maatregelen aan het hoofdwegennet, daar ligt de bal bij I&W en RWS. De SOK regionale mobiliteit heeft de juridische vorm van een lichte gemeenschappelijke regeling. Hierbij worden geen bevoegdheden door de deelnemers overgedragen. Er worden dus geen bevoegdheden van de raad gemandateerd of gedelegeerd. De overeenkomst geeft geen invulling aan de inhoud van projecten, programma’s en visie. De gemeenteraad behoudt zijn reguliere bevoegdheden en kaderstellende-, controlerende en besluitvormende rol. De SOK regionale mobiliteit heeft de juridische vorm van een lichte gemeenschappelijke regeling. Hierbij worden geen bevoegdheden door de deelnemers overgedragen. Er worden dus geen bevoegdheden van de raad gemandateerd of gedelegeerd. De overeenkomst geeft geen invulling aan de inhoud van projecten, programma’s en visie. De gemeenteraad behoudt zijn reguliere bevoegdheden

raad voorbehouden beslissingen. Graag ontvangen we hiervan een bevestiging of zien we dat dit expliciet zo in de SOK wordt opgenomen. In artikel 11.2 wordt gesteld dat “partijen zorg dragen voor afdoende financiële dekking van de projecten”. Wij gaan er daarbij van uit dat dit voor ons uitsluitend projecten betreft waarbij de gemeente Heeze-Leende betrokken is als initiator, uitvoerder of medefinancier en dat de eindverantwoordelijkheid voor de financiële bijdrage van de gemeente altijd bij de gemeenteraad ligt. Wij gaan ervan uit dat het regionaal mobiliteitsprogramma (of het MMMP) de basis gaat vormen voor de afzonderlijke jaarplannen. Deze worden dan vervolgens concreet in uitvoering genomen, waardoor de uitvoering dus nooit rechtstreeks vanuit het meerjarenprogramma zal plaatsvinden. Als dat zo is dan zien wij graag aan artikel 16.2.a de volgende frase toegevoegd: ‘(…) voor zover vastgelegd in de jaarplannen’ Bij artikel 20.3.b.I zien wij in dat kader graag verduidelijkt dat de taken t.a.v. het uitvoeren van het meerjarenprogramma zich vooral richten op het vertalen van het programma naar jaarschijven. Tenslotte vragen wij de aandacht voor het afstemmen van de procedures om te komen tot (jaar)plannen op de gemeentelijke PenC cycli. Dit is voor de

en kaderstellende-, controlerende en besluitvormende rol. Geen aanpassingen

Klopt, voor Heeze-Leende gaat het uitsluitend om projecten waarbij de gemeente Heeze-Leende betrokken is als initiator, uitvoerder of medefinancier en de eindverantwoordelijkheid voor de financiële bijdrage van de gemeente ligt bij de gemeenteraad

Geen aanpassingen

Artikel 16.2a in principe klopt het dat er alleen projecten uitgevoerd worden die in het jaarprogramma opgenomen zijn. Maar enige flexibiliteit hierin is wel nodig. Mocht een nieuwe opgave zich aandienen, waarvan alle gemeenten vinden dat deze opgepakt moet worden, dan moet dit wel mogelijk blijven. Artikel 20.3bI In artikel 20.1 is opgenomen dat: Het programmabureau is het eerste aanspreekpunt voor het coördineren en bewaken van de procesmatige en inhoudelijke samenhang van het MMMP en jaarplan Regionale mobiliteit. Daarmee is de vertaling van het meerjarenprogramma naar een jaarprogramma geborgd. Hiervoor treden we in overleg met de gemeenten om te kijken hoe we de processen zo goed mogelijk op elkaar aan kunnen laten sluiten.

Geen aanpassingen

Bladel

gemeenten noodzakelijk om tijdig de benodigde financiering te kunnen regelen en de financiering in samenhang met het overige beslag op de gemeentelijke begroting te beoordelen. het inzichtelijk maken van de wijzigingen Geen aanpassingen ten opzichte van de huidige situatie. Betreft verzoek om meer informatie. De commissie wil graag meer inzicht ontvangen over de verschillen tussen de vorige regeling en voorliggende Samenwerkingsovereenkomst regionale samenwerking. het verduidelijken van de evaluatiestructuur (inclusief rol van de raden hierin) -> Betreft verzoek tot aanpassing. De commissie vindt dat een duidelijke structuur van evaluatie ontbreekt in deze Samenwerkingsovereenkomst regionale samenwerking, en vraagt met name meer aandacht voor de rol van de gemeenteraden hierin. het expliciteren van de beslissingsbevoegdheid -> Betreft verzoek tot aanpassing. De commissie vindt, in navolging op het gestelde door o.a. de gemeente Waalre, dat de Samenwerkingsovereenkomst regionale mobiliteit niet duidelijk is over waar de beslissingsbevoegdheden liggen, en vraagt

Geen aanpassingen

Geen aanpassingen

Eerder gemaakte afspraken uit de Bereikbaarheidsagenda Zuidoost-Brabant 2017-2030 zijn 1 op 1 over genomen. Daarnaast beschrijft de SOK regionale mobiliteit de taken en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen en legt de afspraken vast. De aansturing wordt belegd bij het portefeuillehouderoverleg mobiliteit en innovatie, de coördinatie bij de MRE. De SOK regionale mobiliteit heeft de juridische vorm van een lichte gemeenschappelijke regeling. Hierbij worden geen bevoegdheden door de deelnemers overgedragen. Er worden dus geen bevoegdheden van de raad gemandateerd of gedelegeerd. De overeenkomst geeft geen invulling aan de inhoud van projecten, programma’s en visie. De gemeenteraad behoudt zijn reguliere bevoegdheden en kaderstellende-, controlerende en besluitvormende rol. Idem vorige antwoord

om deze beslissingsbevoegdheid beter te specificeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14204361/1